CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

05152025 Q&A vragen 3.1 compleet

Commissie Algemeen en Sociaal 15 mei 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB)2.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

:

Raadsleden, collegeleden

DATUM:

VAN

:

Griffie

Betreft

:

Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) - 3.1

15-mei-2025

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 15-05-2025 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie D66

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 - Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB) Vraag 1. Welke ruimte hebben gemeenten zoals Vlissingen om lokaal maatwerkbeleid te blijven voeren, bijvoorbeeld rondom Wmo-vervoer of het vervoeren van leerlingen met een beperking?

Antwoord De gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor het vervoersbeleid en voor het afgeven van indicaties binnen Wmo-, jeugdzorg- en leerlingenvervoer. De gemeenteraden en provinciale staten behouden hun bevoegdheid krachtens artikel 13 en artikel 57 gemeenschappelijke regelingen (Wgr) tot het vaststellen van beleid (kaderstellende rol).

2. Is er binnen de GR ruimte voor differentiatie tussen gemeenten, bijvoorbeeld als Vlissingen extra functionaliteiten wil aanbieden aan haar inwoners?

Ja hier is ruimte voor mits dit voor de Vervoerscentrale en GR PVZ ook praktisch uitvoerbaar is. Dit is gelijk aan de huidige afspraken met de GVZ.

3. Hoe wordt binnen het systeem geborgd dat verstedelijkte gebieden met hogere vervoersdruk, zoals Vlissingen, niet onevenredig opdraaien voor stijgende kosten van flexvervoer in landelijke gemeenten?

De komende vier jaar zetten gemeenten, en dus ook Vlissingen, hun netto vraagafhankelijke vervoerskosten vast. Dit dragen zij bij aan de GR PVZ. Daarnaast legt de provincie een bedrag in voor Flex. Vanuit dit budget worden alle Flex ritten (dus met WMO-reizigers en OV reizigers) gereden. Vervoersstromen worden gemonitord en na 3 jaar vindt er een evaluatie plaats. Het doel van deze evaluatie is om, op basis van vervoersdata, nieuwe afspraken te maken over de bijdragen van alle deelnemers aan het systeem. Dit zal een besluit worden van het AB GR PVZ waarin Vlissingen een stem heeft en kan meebeslissen.

4. Hoe wordt transparantie gewaarborgd over de kostenopbouw van het vervoer per gemeente, zodat Vlissingen inzicht houdt in waarvoor precies wordt betaald?

Voor het vraagafhankelijk vervoer (Wmo + Jeugdzorg) zijn de vervoerkosten van Vlissingen vastgesteld voor de komende 4 jaar. Dit is gebaseerd op de kosten in 2024. Voor de overige vervoersstromen zoals leerlingenvervoer en routegebonden vervoer sluit Vlissingen een Dienstverleningsovereenkomst af met de GR PVZ. De kosten voor deze vervoersstromen worden 1-op-1 doorbelast aan Vlissingen. Zodoende krijgt Vlissingen alleen de ritten doorbelast die zij afnemen. De kostenopbouw wordt geleverd door de Vervoerscentrale die gescreend worden door de accountant BakerTilly.

De gemeenteraden en Provinciale Staten behouden hun zeggenschap en mogelijkheden tot kaderstelling binnen de eigen gemeente.

Financiële verantwoording en transparantie heeft uiteraard de hoogste prioriteit voor alle deelnemers. 5. Wat gebeurt er met bestaande contracten van Vlissingen met vervoerders na toetreding tot de GR, en hoe worden lopende verplichtingen afgehandeld?

Per 1 augustus 2025 start het nieuwe Walcherse contract voor doelgroepenvervoer met een initiële looptijd van 6 jaar. De GR gaat de regievoering doen op de contracten doelgroepenvervoer. Dit heeft geen effect op de verplichtingen van de gemeente Vlissingen en gecontracteerde vervoerders zoals beschreven in de contracten. De afspraken over dienstverlening, tarieven, doelgroepen etc. blijven zoals vastgelegd. Het contract blijft ook op naam staan van de gemeente Vlissingen.

6. Is er voorzien in een noodscenario als de Mobiliteitscentrale niet op 1 januari 2026 operationeel blijkt te zijn – en wie draagt dan de extra kosten?

De Mobiliteitscentrale (onder de noemer Tijdelijke voorziening GVZ) is al operationeel met Publiek Vervoer in de gemeente Schouwen-Duiveland. De rest van dit jaar wordt gebruikt om de organisatie verder te optimaliseren, systemen door te ontwikkelen en de overige gemeenten in Zeeland aan te laten sluiten. De verantwoordelijkheid over de Mobiliteitscentrale ligt bij de GR PVZ. Deze moet operationeel zijn in januari 2026. Vanaf november dit jaar, wanneer de officiële toetredingsprocedure richting de provinciale staten en gemeenteraden start, kan een GR in oprichting worden gevormd. Hiermee ontstaat een GR structuur waarin een afvaardiging vanuit gemeenten en provincie zit. Mocht de formele oprichting van de GR vertraging oplopen dan kan de GR in oprichting tot die tijd de verantwoordelijkheid nemen voor Publiek Vervoer.

7. Wordt er op enig moment onafhankelijk extern toezicht georganiseerd op de financiële en operationele prestaties van de Mobiliteitscentrale?

Momenteel wordt er een screening gedaan door accountantskantoor Baker Tilly op alle systemen en protocollen.. Waar deze protocollen en/of systemen verbetering behoeven zal dit in samenwerking met Baker Tilly worden opgelost.

8. Op welke manier wordt gestuurd op innovatie en digitalisering (zoals appgebaseerde boeking of realtime tracking), en wie bepaalt het tempo en de investeringen daarin?

App gebaseerde boekingen en realtime tracking zijn momenteel al onderdeel van het systeem. IT en de doorontwikkeling daarvan zal een belangrijke post worden op de jaarlijkse begroting van de Mobiliteitscentrale. De begroting wordt vastgesteld door het AB van de GR PVZ en de gemeenteraden kunnen hier een zienswijze op geven.

9. Welke garanties zijn er dat toekomstige automatisering (bijv. digitale boeking) geen drempel vormt voor minder digitaal vaardige inwoners van Vlissingen?

Naast digitaal boeken blijft het telefonisch boeken van ritten mogelijk.

10. “Gemeenten dragen verantwoordelijkheid voor Wmo- en jeugdzorgvervoer, terwijl de provincie busconcessies beheert. In de GR wordt dit met elkaar verbonden, waardoor de reiziger centraal staat en vervoersmiddelen efficiënter worden ingezet.” Hoe zorgt de combinatie ervoor dat de reiziger centraal staat? En hoe is geborgd

Door deze combinatie kunnen inwoners inclusief kwetsbare doelgroepen gebruikmaken van een toekomstbestendig en betaalbaar vervoerssysteem. Hiermee wordt de bereikbaarheid van voorzieningen verbeterd zonder dat dit leidt tot nieuwe kosten. De Flex en doelgroepenvervoer worden (waar mogelijk) geïntegreerd. Hierdoor kunnen vervoersmiddelen efficiënter worden ingezet. De lege doelgroepenvervoer stoelen worden opgevuld met OV reizigers en dat leidt tot effectievere ritten en minder onnodige kilometers.

dat vervoersmiddelen efficiënter ingezet worden? 11. Wat is het verschil in jaarlijkse kosten voor de gemeente Vlissingen tussen de huidige uitvoering van doelgroepen- en openbaar vervoer en de beoogde situatie na toetreding tot de GR Publiek Vervoer Zeeland, uitgesplitst naar structurele bijdragen, uitvoeringskosten en eventuele frictiekosten?

Voor gemeente Vlissingen betekent de nieuwe GR en Mobiliteitscentrale Zeeland (MCZ) vanaf 2026 een structureel hogere bijdrage van € 42.353 per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd conform CAO afspraken. Deze kosten kunnen we dekken uit de huidige begroting.

Fractie GL

Behandeld door wethouder

Onderwerp: : 3.1 - Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB) Vraag 1: In bijlage 2, p.29-30 wordt expliciet genoemd dat er “beleid is voor reisproducten voor minima” en dat reizen met openbaar vervoer “aansluit bij het (keukentafel)gesprek van de Wmoconsulent.” • Eist de regeling dat er een vastgesteld sociaal tarief komt voor mensen met een laag inkomen en dat gemeenten hiervoor budget vrijmaken? • Hoe wordt geborgd dat Wmocliënten niet in financiële problemen komen door OV-kosten? Zijn er afspraken gemaakt hieromtrent? Zo ja, wat zijn de afspraken?

Antwoord Nee De eigen bijdrage Wmo is hoger dan het OV tarief. Reizen via de Regiotaxi is dus momenteel duurder voor de reiziger dan met het OV.

2: Bijlage 2, p.4: Artikel 4, tweede lid, beschrijft dat de GR verantwoordelijk wordt voor “vraaggestuurd Wmodoelgroepenvervoer en jeugdzorgvervoer” • Hoe wordt gegarandeerd dat alle Wmo-gebruikers tijdig en flexibel vervoer krijgen (ook buiten de standaarddiensturen)? Zijn er afspraken over maximale wachttijden en bereikbare haltes?

De huidige WMO reizigers maken gebruik van de Regiotaxi. Deze is beschikbaar tussen 07:00 en 23:00 en dient de reiziger 2 uur van te voren te boeken. Wanneer de Flex de Regiotaxi gaat vervangen wordt de dienstverlening verbreed van 06:00 tot 23:00. Daarnaast kan men met Flex 1 uur van te voren een rit boeken. Wmo reizigers worden met de Flex thuis opgehaald net zoals dat nu met de Regiotaxi het geval is. De vervoersvoorwaarden worden dus beter dan dat ze momenteel bij de Regiotaxi zijn.

3: De overwegingen in bijlage 3 noemen het waarborgen en verbeteren van kwaliteit en beschikbaarheid van vervoer voor alle reizigers • Welke eisen worden opgenomen voor rolstoeltoegankelijkheid van bussen, halte infrastructuur maar ook andere vervoersmiddelen? • Wordt er ook geborgd dat boekings- en betaalsystemen geschikt zijn voor mensen met beperkte digitale vaardigheden? Zo ja, wat zijn de afspraken?

De Flex wordt gereden met dezelfde voertuigen als de Regiotaxi. Dit zorgt voor voldoende mogelijkheden om bv. rolstoelbussen in te zetten wanneer dit nodig is. Naast digitaal boeken blijft het telefonisch boeken van ritten ook mogelijk. De Flex-rit kan vooraf met iDEAL betaald worden en bij de chauffeur met (digitale) pinpas. Het streven is om automatische incasso voor gebruikers van het doelgroepenvervoer op Walcheren mogelijk te maken per 1 augustus 2025.

4: Er wordt verder gesproken over advies door vervoersadviesbureaus en reizigersverenigingen, maar niet over actieve inbreng van Wmo-cliënten of jongeren • Welke mechanismen worden ingericht om doelgroepen (mensen met een beperking, ouderen, minima, jongeren) daadwerkelijk te betrekken bij de inrichting en evaluatie van routes en tarieven?

Er is een werkgroep toegankelijkheid bestaande uit medewerkers uit het sociaal domein van gemeenten. Het idee is om hier ook Wmo-consultenten, toegangsmedewerkers, ouders etc. uit te nodigen om informatie op te halen om de dienstverlening en beleid zo passend mogelijk te maken.

5: De ambitie is om vervoer “af te stemmen op de vraag naar mobiliteit, waarbij het perspectief van de reiziger uitgangspunt is” • Hoe wordt het OV gekoppeld aan zorg- en welzijnsvoorzieningen (bijv. dagbesteding, ziekenhuisritten)? Is er sprake van integrale inkoop met sociale vervoerders om versnippering tegen te gaan?

De opstappunten voor Flex kunnen door de gemeente zelf worden bepaald en aangepast. Zo kan de gemeente zelf op strategische plekken kiezen voor bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen en voor mensen die geen Wmo indicatie hebben. Routegebonden vervoer is mogelijk om in een dienstverleningsovereenkomst met de GR PVZ op te nemen als extra dienst. Dit omdat sommige gemeenten dagbestedingsvervoer ook laten lopen via Wmo en niet via de zorgaanbieder. Er is geen afstemming met het vervoer dat zorgaanbieders zelf inkopen aangezien dit niet onder publiek vervoer valt.

Fractie PSR

Behandeld door wethouder

Onderwerp: : 3.1 - Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB) Vraag 1. Artikel 12 lid 2 geeft aan dat een meerderheid van het Dagelijks Bestuur besluit. Echter uit Artikel 11 lid 1 is op te maken dat dit uit een even aantal leden bestaat waardoor de kans op gelijke stemmen aanwezig is. Hoe wordt dit opgelost bij het staken van stemmen, nadat er een nieuwe stemronde is geweest? Voorstel om op te nemen dat het voorstel dan wordt verworpen.

Antwoord Er bestaat een mogelijkheid dat er bij een stemming in het DB geen meerderheid is. Echter is het uitgangspunt van het DB om altijd in overeenstemming een besluit te nemen en dit vervolgens pas neer te leggen bij het AB. Het procedureel verwerpen van voorstellen kan nadelig zijn aangezien er wel waardevolle elementen in het voorstel kunnen zitten.

2. Artikel 13 lid 6 worden belangrijke financiële, beleidsmatige en/of organisatorische ontwikkelingen of belangrijke afwijkingen van de samenwerkingsafspraken naar de raden gestuurd ter informatie. Hebben de gemeenteraden hierin nog zeggenschap?

De regeling biedt de ruimte voor het AB om belangrijke besluiten over, de in de vraag opgenomen punten, ter zienswijze voor te leggen aan de raden. Dit is bewust opgenomen omdat het hier een systeemwijziging van vervoer betreft. Het wordt belangrijk gevonden om, alvorens belangrijke besluitvorming, de raden naar hun zienswijze op dit onderwerp te vragen. Lid 6 en 7 in artikel 9 van de GR tekst beschrijven dit.

Fractie CDA

Behandeld door wethouder

Onderwerp: : 3.1 - Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB) Vraag 1. Wat is de meerwaarde dat de uitvoering van de in artikel 4 van de concept-regeling genoemde taken en bevoegdheden worden uitgevoerd door een BV? Of anders gezegd: als de uitvoering geregeld is in een BV, waarom is er een GR nodig, nu de concessies en contracten bij de deelnemers blijven? Waarom zou voor Vlissingen de zeggenschap en controle groter zijn via een GR constructie dan via direct aandeelhouderschap?

Antwoord De GR is een structuur waarbinnen de democratische controle is georganiseerd en geborgd. Een B.V. heeft geen democratische borging. De GR is daarbij de enige bestuurlijke tafel waarin bindende afspraken gemaakt kunnen worden over het publiek gefinancierde vervoer in de provincie Zeeland. Vlissingen is aandeelhouder van preferente aandelen C, dit betekent dat Vlissingen geen bevoegdheid heeft om een bestuurder voor te dragen binnen de huidige besturing van de GVZ. Met de komst van de GR en de Mobiliteitscentrale Zeeland (MCZ) komt hier verandering in. Alle Zeeuwse colleges en de Provincie Zeeland wijzen uit hun midden één lid aan voor het algemeen bestuur van de GR PVZ die de MCZ aanstuurt.

2. Artikel 14 lig g: welke subsidie gaat de GR verlenen dan wel aanvragen? En waarom wel subsidies, maar niet de de concessie en de contracten?

Dit is een standaard bepaling binnen de GR regeling voor het geval dit een keer nodig is. Stel men wilt vanuit GR PVZ een nieuw initiatief voor deelmobiliteit subsidiëren. Dan kan dit vanuit de GR worden aangevraagd zonder dat dit eerst langs alle raden moet.

3. Artikel 21: Waarom worden de provinciale bijdragen uitgezonderd bij het (eventueel) vormen van een reserve?

Een reserve wordt gevormd wanneer in een exploitatie gelden niet worden besteed door wat voor reden dan ook en men wil na een jaarrekeningproces dat bedrag in de exploitatie niet kwijtraken. Dan wordt vanuit de exploitatie een bestemmingsreserve gevormd. De bedragen in deze reserve kunnen alleen maar voor die doelstelling worden gebruikt. Bijdragen van Provincies zijn vaak randvoorwaardelijk en worden daarom uitgezonderd. . De Vervoercentrale maakt een aanpak voor monitoring en evaluatie. Die bestaat uit drie kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s): 1. Bereikbaarheid van voorzieningen 2. Kwaliteit van de dienstverlening voor de reiziger 3. Kosten om invulling te geven aan de taken.

4. De uitvoering vindt in een BV plaats. Hoe worden de raden en staten geïnformeerd over de resultaten, zowel financieel als kwalitatief van deze BV?

Het is nog niet duidelijk in hoeverre, en op welke wijze raden en staten geïnformeerd worden. 5. Artikel 28 lid 6: verwijzing naar artikel 43 moet 44 zijn. Misschien goed om de opgenomen wijzigingen (ook naar externe wetgeving) nog een te checken).

Dank voor uw oplettendheid. Hier wordt voor de definitieve versie van de GR nogmaals naar gekeken.

6. Wat zijn de te verwachten financiële gevolgen voor Vlissingen wanneer vanaf 1-1-2026 wordt gestart met GR en Mobiliteitscentrale? Zijn met deze meer- of minderkosten al rekening gehouden in de Vlissingse meerjarenraming?

Voor gemeente Vlissingen betekent de nieuwe GR PVZ en MCZ vanaf 2026 een structureel hogere bijdrage van € 42.353 per jaar (in ieder geval tot 2028). Hier is al rekening mee gehouden in de meerjarenbegroting. Een gemeente kan er ook voor kiezen deze bijdrage in natura te doen, bijvoorbeeld door een aantal fte beschikbaar te stellen aan de MCZ/GR PVZ.

Fractie POV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: : 3.1 - Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling Publiek Vervoer Zeeland incl. externe toelichting (RIB) Vraag 1. Waarom is de voorzitter van het Algemeen Bestuur voor 6 jaar aan Zeeuws-Vlaanderen verleend, wat is hier de reden van?

Antwoord De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten ooit een taxicentrale hebben gekocht en deze hebben geprivatiseerd naar de GVZ. Zonder deze startinvestering was er nu geen GVZ geweest. Aangezien de CVV haar preferente aandelen inlevert en haar eigen GR laat omvormen tot GR PVZ is als tegenprestatie afgesproken dat de voorzitter van het AB de komende periode uit Zeeuws-Vlaanderen komt. Het doel is uiteraard dat de GR PVZ nog vele jaren actief zal zijn. Zodoende is de algemene regel voor het voorzitterschap dat deze zal wisselen tussen alle deelnemers.

2. Wat wordt de financiële verdeelsleutel voor de 13 gemeenten?

De financiële bijdrage wordt bepaald op basis van de stemverhouding binnen de GR PVZ. De stemverhouding is op basis van inwoneraantal.

3. Als de gemeente Vlissingen eventueel uit de regeling wil stappen heeft dat flinke gevolgen, heeft het college hier ook financieel rekening mee gehouden mocht dit gebeuren?

Als een deelnemer wil uittreden wordt in een uittredingsplan een voorlopige berekening gemaakt van de kosten voor de uittredende deelnemer (uittreedsom). Het is niet mogelijk om nu al een financiële inschatting te maken van de kosten die hieraan verbonden zijn. Binnen de GR wordt gestreefd naar een langdurige samenwerking waar bij ontevredenheid eerst andere oplossingsrichtingen worden onderzocht. Uittreden is de allerlaatste stap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15502703/6