CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

04202023 Q&A vragen 3.1 compleet

Informatiebijeenkomst 6 april 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Rekenkamerrapport Intervence812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 06-04-2023

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 06-04-2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 - Presentatie Rekenkamerrapport (Intervence) de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie Christen Unie

Behandeld door wethouder Vader

Onderwerp: 3.1 – Presentatie Rekenkamerrapport (Intervence) Vraag 1. Acht u het –gelezen dit rapportnog verantwoord om de taken die voortvloeien uit een maatschappelijke opgave als Jeugdbescherming en – reclassering in te kopen bij een privaatrechtelijke partij in te kopen?

2. Is het ook mogelijk het scenario in overweging te nemen waarbij gecertificeerde instellingen worden gezien als een publiekrechtelijke voorziening. Daarmee zou de rol van gemeenten verschoven kunnen worden naar die van samenwerkingspartner, waarbij er sprake is van gezamenlijk eigenaarschap over deze voorziening 3. In hoeverre heeft de inkooprelatie met Intervence de relatie met cliënten geschaad? Anders gezegd, welke schade hebben cliënten opgelopen door de misstanden zoals in het rapport zijn beschreven? 4. Kunt u zich voorstellen dat de situatie rond Intervence, zoals in het rapport beschreven, het vertrouwen van de burger in de overheid heeft geschaad? a. Zo nee, hebt u dit blij cliënten nagevraagd? b. Zo ja, wat gaat u ondernemen om dit vertrouwen weer te herstellen?

Antwoord De meeste GI’s in Nederland hebben te maken met vergelijkbare problemen als het gaat om – niet uitputtend en in willekeurige volgorde - betaalbaarheid van de bedrijfsvoering, personeelsverloop en toename caseload per medewerker. Echter weten wij niet of de casus Intervence bewijst dat de GI-taken per definitie niet door een privaatrechtelijke partij kunnen worden uitgevoerd. Wij steunen daarom de aanbeveling om de gewenste relatie met gecertificeerde instellingen (GI’s) in termen van inkooprelatie of publieke voorziening nader te onderzoeken met de andere gemeenten. Deze aanbeveling wordt meegenomen. Hierbij is een goede analyse van wat er komt kijken bij het opzetten een publiekrechtelijke voorziening met verordenende bevoegdheden, voors- en tegens en de haalbaarheid noodzakelijk.

De overdracht van cliënten aan andere GI’s en voor een deel zelfs aan lokale toegangen is in de overgangsfase van 2021 voortdurend structureel gemonitord. Ook voor nieuwe maatregelen vanuit de rechtbank en spoedgevallen zijn steeds oplossingen gevonden, soms ook met hulp van andere jeugdhulpaanbieders. Wij hebben geen indicaties dat de relatie met cliënten is geschaad. Het vertrouwen van de burger in de overheid wordt beïnvloed door een veelheid aan zaken en gebeurtenissen die zich afspelen van centrale tot lagere overheden. Het is duidelijk dat de Intervence-casus daar alleen al publicitair - geen goed aan heeft gedaan. Vanuit de optiek van het college heeft bij Intervence echter steeds een belang centraal gestaan en dat was de continuïteit van de jeugdbescherming juist in het belang van de cliënten. Vanwege een niet vastgesteld verbeterplan en een dreigend technisch failliet van Intervence zijn de Zeeuwse gemeenten geleidelijk in de rol van probleemeigenaar gekomen. Het Rekenkamerrapport geeft helder weer welke factoren en

mechanismen hierbij een rol hebben gespeeld. Door de conclusies en aanbevelingen te onderschrijven en mee te nemen spelen wij in op eventuele nieuwe dossiers rond de continuïteit van cruciale jeugdhulporganisaties. Fractie PvdA

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 –Rekenkamerrapport (Intervence) Vraag Antwoord Graag een duidelijk financieel beeld Het bod van JB West in september 2020 was een 5 jarig verstrekken over het eerste afgeslagen inkoopcontract met extra weerstandsvermogen van 15% aanbod van JB West en het uiteindelijk bovenop de jaaromzet. Dit zou neergekomen zijn op een overeengekomen aanbod / overgang naar omzet Intervence van 6.359.563 + 15% = € 7.313.497. JB West. Extra kosten? Als mogelijk probleem kwam aan de orde dat een dergelijke afspraak niet goed paste in de regelgeving rond aanbestedingen (ongelijk speelveld). Maar ook gelet op de forse kostenverhoging heeft de bestuurscommissie op dat moment geen voorkeur hiervoor uitgesproken. Daarbij speelde dat ook nog een andere mogelijke overnamepartner bezig was met een businesscase voor de overname. Deze kandidaat partij heeft hier overigens later vanaf gezien. Het uiteindelijke landelijk opgelegde ‘terugvalscenario’ om wel de businesscase van JB West uit te werken heeft vervolgens geleid tot de besluitvorming van juni 2021 waarin een omzetgarantie van 7 mln. is afgesproken voor 5 jaar. De incidentele frictiekosten van de overname bedroegen € 566.313. Inmiddels blijkt dat de feitelijke kosten voor JB West sinds 2022 lager uit te vallen wegen teruglopende omzet aan maatregelen jeugdbescherming (“pxq omzet”).

Die bedraagt € 5.457.027 in 2022 en de trend zet door. Dit heeft invloed op de overeengekomen omzetgarantie en er is juridisch ruimte om hierover nieuwe gesprekken aan te gaan met JB West. Mede omdat JB West van het Rijk inmiddels ook aanvullende subsidie ontvangt voor caseloadverlichting, Briedis heeft aangegeven een schadeclaim in te zullen dienen, wat is hiervan de stand van zaken?

De contractuele verplichtingen met Briedis zijn begin 2022 volledig afgehandeld. Wij hebben geen weet van een ingediende claim bij het Rijk of andere partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12600721/4