02222024 Q&A vragen 3.1 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 22 februari 2024
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 3.1
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 22-feb-’24 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel Omgevingsvisie Vlissingen de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom.
Fractie LPV
Behandeld door wethouder Bertijn
Onderwerp: 3.1 - Omgevingsvisie Vlissingen Vraag Vraag 1. Hoe verhouden de diverse deelvisies, zoals Spuikom, Arsenaal en Streefbeeld Nollebos, zich met de voorliggende Omgevingsvisie?
Antwoord De omgevingsvisie heeft een hoger abstractieniveau dan de gebied specifieke visies en geeft gemeente breed de ambities weer binnen het fysieke domein tot 2040. De ambities zijn in lijn met de ambities in de Strategische visie. In de verschillende deel- of gebiedsvisies zijn of worden deze ambities weer nader door vertaald. De visies vormen gebiedsuitwerkingen die in lijn zijn met de omgevingsvisie. Ze vormen na vaststelling een nader gedetailleerd beleid voor dit gebied. Zo wordt in de omgevingsvisie die nu ter vaststelling aan u als raad wordt aangeboden een verwijzing gemaakt naar de geamendeerde versie van het Streefbeeld Nollebos-Westduinpark.
Vraag 2. Paragraaf 1.3.3 Cultureel erfgoed. Heeft de gemeente Vlissingen een inventarisatie met cultuurhistorisch waardevolle panden? Zo ja, onder de nieuwe Omgevingswet hebben deze lijsten geen formele status meer. In de beantwoording op onze eerdere vragen over de Leeuwentrap beantwoordde het college dat er geen gemeentelijke monumenten zijn. Is het college als ambitie bereid om als uitwerking van de Omgevingsvisie gemeentelijke monumenten aan te wijzen?
In de bestemmingsplannen zit een inventarisatie van cultuurhistorische waardevolle panden. Deze panden hebben een aanduiding cultuurhistorisch waardevol. Hieraan is een beschermingsregeling (aanlegvergunningstelsel) verbonden waardoor geheel of gedeeltelijk slopen en verwijderen van kenmerkende elementen uit de beschrijving in het bestemmingsplan zonder vergunning niet toegestaan is. Deze regeling is na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog steeds van kracht in het Omgevingsplan. De gemeente Vlissingen heeft geen gemeentelijke monumenten aangewezen. Het college onderzoekt momenteel de mogelijkheden om meer personele capaciteit te creëren ten aanzien van het beleid en beheer van het Vlissings erfgoed (waaronder gemeentelijke monumenten). Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek is het mogelijk om de haalbaarheid van het aanwijzen van gemeentelijke monumenten nader de onderzoeken.
Vraag 3. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gebiedsgerichte uitwerkingen. Hoe vertaalt zich dit in concrete uitvoering via bijvoorbeeld een uitvoeringsagenda of Omgevingsprogramma?
We willen actief aan de slag met de ambities in de omgevingsvisie en dus ook met onze gebiedsgerichte uitwerking. Dit zullen wij op verschillende manieren doen, namelijk via een (vrijwillig) programma, (de juridische vertaling in) het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag (denk aan subsidies en educatie) of met daadwerkelijke projecten. We willen als gemeente één uitvoeringsprogramma maken,dat is gebaseerd op de strategische visie, omgevingsvisie, sociale agenda en het coalitieakkoord (zie paragraaf 3). Zo werken we integraal aan de Vlissingse ambities. We kunnen niet alles tegelijk doen, dus moeten we prioriteiten stellen. Tot slot nodigen we organisaties of particuliere initiatiefnemers uit om aan onze ambities mee te werken.
Fractie GL
Behandeld door wethouder Bertijn
Onderwerp: 3.1 - Omgevingsvisie Vlissingen Vraag 1.3.4 Vlissingen wil werken aan voor iedereen toegankelijk vervoer. Vraag: De gemeente Vlissingen wil de vervoersarmoede aanpakken. Maar hoe denkt de Gemeente Vlissingen daaraan bij te dragen als het openbaar vervoer door de Provincie geregeld wordt? En wat wordt er precies bedoeld met voor iedereen toegankelijk vervoer? Wat is een passende oplossing voor mensen met een functiebeperking?
1.3.6 Huiskamer van de stad voor verschillende doelgroepen. Vlissingen wil werken aan een place to be ipv place to buy: Vraag: Hoe wil de gemeente ervoor zorgen dat er verblijfsfuncties zijn in de stad? Denken zij hier bv aan speeltuinen/ toegankelijke sportfaciliteiten / bankjes / kunst?
Vraag: De bibliotheek IS een huiskamer van de stad. Betrekt de Gemeente Vlissingen de bibliotheek ook en geeft zij de bibliotheek een sleutelrol en centrale plek waarin zij die functie verder kan vervullen dan op de huidige krappe locatie? Een bibliotheek is een place to be ipv place to buy.
Antwoord In de omgevingsvisie staan onze gemeentelijke ambities. Hoe wij deze ambities realiseren vraagt om verdere uitwerking en staat niet in deze visie. De wijze waarop we vervoersarmoede gaan aanpakken is onderdeel van het mobiliteitsprogramma. Binnen onze invloedssfeer zullen wij op verschillende wijze onze ambities proberen te realiseren. Met voor iedereen toegankelijk vervoer wordt bedoeld dat iedereen in staat is om actief deel te nemen aan onze samenleving en niet door (fysieke of financiële) beperkingen wordt belemmerd. De wijze waarop dat vorm krijgt moet nog nader uitgewerkt worden. Binnen onze invloedsfeer proberen we op verschillende wijze onze ambities te realiseren.
In de omgevingsvisie staan onze gemeentelijke ambities. Hoe wij deze ambities realiseren vraagt om nadere uitwerking. In de gebiedsuitwerking in paragraaf 3.1 Sociaal en gezond wordt voor de binnenstad al wel een doorkijk gegeven. “De Binnenstad moet de huiskamer voor ons allemaal zijn. Er komen meer ontmoetingsplekken door sfeervolle groene openbare ruimtes, straten en pleinen te creëren. Deze plekken zijn inclusief en voor alle doelgroepen. Bankjes, rustpunten en openbare voorzieningen zoals toiletten en sport- en speelplekken dragen hieraan bij en horen bij de groene binnenstad”. In het kader van het thans in uitvoering zijnde haalbaarheidsonderzoek naar de culturele invulling van de Machinefabriek wordt de bibliotheek gezien als kansrijke culturele functie. De gemeenteraad zal over de haalbaarheid medio dit jaar besluiten. De bibliotheek heeft aangegeven in de Machinefabriek kansen te zien voor het uitbreiden- en verbreden van de ‘huiskamer van de stad’ functie.
Duurzame agrarische sector: Vraag: Gemeente Vlissingen verwelkomt duurzame landbouw. Betekent dit dat de gemeente Vlissingen meer landbouw wil? Of bedoelt de gemeente hier te zeggen: wij ontmoedigen intensieve landbouw? En kunnen we dan ook iets zeggen over geitenhouderijen?
We streven niet per se naar meer landbouw, wel willen we de kringlooplandbouw en het natuurinclusief boeren ondersteunen.
1.3.1 Er is veel verharding in de Vlissingse binnenstad. We hanteren het ‘3/30/300 principe’ als uitgangspunt. Het gaat daarbij om het principe: 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% boomkransbedekking in elke buurt en elke woning maximaal 300 meter vanaf een park of groene ruimte. Vraag: Is de gemeente bekend met de Zeeuwse Klimaatatlas? Vraag: Gebruikt de gemeente deze atlas ook bij de aanpak van de wijken op postcodeniveau?
Ja, onze organisatie is bekend met de klimaatatlas en mogelijk zullen we deze en andere bronnen en onderzoeken gebruiken om tot een klimaatbestendige, gezonde en groene leefomgeving te komen. Het principe ‘3/30/300’ wordt nader uitgewerkt.
1.3.5 In 2040 heeft Vlissingen een nagenoeg duurzaam energiesysteem, waarbij het de energie-hub van en voor Zeeland is. Gebouwen en industrie zijn bijna gasloos en we werken met alternatieven voor onze warmtevoorziening. Bij ruimtelijke ontwikkelingen houden we rekening met de infrastructuur om deze energie te leveren. Vraag: Wat is nagenoeg duurzaam energiesysteem en wat is bijna gasloos? Vraag: Hoe wordt er precies rekening gehouden met de infrastructuur en hoe worden inwoners hier bij betrokken? Vraag: Zijn er al harde afspraken gemaakt met de industrie als het gaat om energiebesparing en verduurzaming? Zo nee, wanneer worden deze gemaakt?
Een duurzaam energiesysteem betekent dat we in 2040 vrijwel geen fossiele brandstoffen (o.a. gas) gebruiken voor onze energie. We zorgen dat de netbeheerder in staat is om een dekkend energienetwerk te leveren. Inwoners worden de mogelijkheid geboden om aan te sluiten op dit netwerk.
1.3.6 Verduurzaming bedrijven Een aandachtspunt is dat deze bedrijven veelal moeten verduurzamen. Vanuit het bedrijfsleven en de overheid is het noodzakelijk om te werken aan de bewustwording van de verduurzamingsopgave voor deze bedrijven en aan de ondersteuning hierbij. Vraag: Wat wordt precies verstaan onder verduurzamen? Is er naast verduurzaming op gebied van energie ook aandacht voor bedrijventerreinen met het oog op klimaatadaptatie en groen?
Verduurzaming betekent in de omgevingsvisie een evenwicht tussen mensen, omgeving en economie (zie voor nadere toelichting paragraaf 1.2). Verduurzaming is vanuit de omgevingsvisie breder dan alleen energie.
Energietransitie kost ruimte, zowel in de boven- als ondergrond. Een integrale aanpak zoals wij die reeds toepassen bij civiele werken, waarin ook ruimte is voor bewoners om mee te denken over de openbare ruimte, is hiervoor nodig. De verduurzaming van de industrie is een landelijke opgave, waarover op dat niveau afspraken worden gemaakt. De transitie naar duurzame industrie zien we momenteel in het havengebied terug o.a. door de bouw van waterstoffabriek en de ruimtevraag voor duurzame energieopwekking. In deze energietransitie werken wij nauw samen met de partijen in het Novex-gebied North Sea Port District.
We willen onze bedrijventerreinen klimaatbestendig maken. Bij nieuwbouw of de herinrichting van de openbare ruimte maken we op natuurlijke wijze het terrein bestand tegen klimaatverandering. We stimuleren ondernemers door hen te informeren over hoe zij hun terrein klimaatbestendig kunnen maken. Ook stimuleren we ondernemers en organisaties om grondstoffen en het aantal kilo bedrijfsafval te verminderen. De wijze waarop we hen nog meer zullen stimuleren wordt nader uitgewerkt.
Zo ja, op welke manier worden gestimuleerd of verplicht gesteld hieraan bij te dragen?
Fractie POV
Behandeld door wethouder Bertijn
Onderwerp: 3.1 - Omgevingsvisie Vlissingen Vraag Antwoord Omgevingsvisie pagina 66: Van visie tot vergunning Het college beschrijft in de concept omgevingsvisie 2040 hoe men van visie tot vergunning wil komen. Deze tekst is verwarrend. Er staat achtereenvolgens: • "Voor ons als gemeente zijn de omgevingsvisie, de programma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning de belangrijkste instrumenten. De omgevingsvisie is ons kader”. • “Ontwikkelingen worden getoetst aan de regels en doelen in het omgevingsplan. Die doelen komen weer voort uit deze visie.” • “Om aan ambities te werken kunnen programma’s worden opgesteld” • “Een programma is een goede schakel tussen de kaders van de visie en de gedetailleerde regels van het omgevingsplan”. • “Een programma wordt vastgesteld door het college”. Daarna volgt een toelichting op de 4 categorieën programma’s die de omgevingswet kent. Vervolgens staat er: • “onze huidige gebiedsvisies zullen gaan functioneren als programma’s. Dit geldt ook voor de nieuw op te stellen gebiedsvisies waar in deze omgevingsvisie naar verwezen wordt.” Deze passage in de concept omgevingsvisie doet vermoeden dat de gebiedsvisies gebruikt gaan worden om vigerende bestemmingsplannen (van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan) te omzeilen of te overrulen. Tegen een programma op grond van de Omgevingswet heeft de wetgever geen rechtsbeschermingopengesteld.
Reden hiervoor is dat een programma niet gericht is op rechtsgevolg. Het is als beleidsdocument alleen zelfbindend. Dus werkt simpel gezegd als ‘leidraad’ voor het handelen van het bestuursorgaan, in dit geval het college. Dit betekent dus ook dat geen bezwaar en beroep mogelijk zijn tegen het met onvoldoende participatie vaststellen van een programma. • Hoe zit het dan met de Een programma (gericht op een gebied, thema of opgave) rechtsbescherming voor omwonenden en bevat een nadere uitwerking van de ambities uit de andere belanghebbenden? omgevingsvisie en kan worden door vertaald naar daadwerkelijke uitvoering. Met andere woorden: de programma’s bevatten beleid. Ook onder de oude wetgeving stonden er tegen beleid geen rechtsbeschermingsmiddelen (bezwaar en beroep) open. Alleen tegen het bestemmingsplan (nu omgevingsplan) stond bezwaar en beroep open. In feite is hiermee de systematiek niet veranderd. In artikel 10.8 van de Omgevingswet is beschreven dat het betrekken van bedrijven, burgers, bestuursorganen en maatschappelijke organisatie verplicht is bij programma’s. Het college moet aangeven hoe stakeholders bij de voorbereiding van een programma worden betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Dat is hetzelfde als nu: voorafgaand aan de vaststelling van beleid worden stakeholders betrokken via de inspraakverordening.
• Wat kan de gemeenteraad in deze situatie? Die lijkt buiten spel gezet als het college de programma’s (en dus de gebiedsvisies gaat vaststellen).
Het omgevingsplan (met daarin de vigerende bestemmingsplannen) kan niet door een programma opzij gezet worden. Een omgevingsplan is het enige juridische instrument waarin de functietoedeling is vastgelegd. In het raadsvoorstel is om deze reden dan ook nadrukkelijk benoemd dat de raad de uiteindelijke bevoegdheid blijft houden over: 1. Het vaststellen van de financiële kaders voor ontwikkelingen (projecten); 2. Het vaststellen van de juridische kaders van deze ontwikkelingen door middel van het omgevingsplan. Daarnaast heeft het college vermeld dat zij de raad bij het uitwerken van de ambities in beleid in een vroeg stadium wil consulteren, zodat de raad betrokken blijft bij de inhoudelijke keuzes. De vorm en frequentie van het consulteren moet nog nader worden bepaald. In de toekomst willen we gaan werken met programma’s. De programma’s zijn uitwerkingen van de ambities zoals vastgesteld in de omgevingsvisie en volgens de Omgevingswet mogen deze inderdaad door het college worden vastgesteld. Gezien het behoud van de bovengenoemde bevoegdheden van de raad en de toekomstige wijze van consulteren van de raad bij de inhoudelijke (gebied of thematische) uitwerkingen, blijven de kaderstellende rol en bevoegdheden van de raad behouden.
Overigens zullen de lopende visietrajecten (Spuikomvisie, Arsenaalvisie en ontwikkelvisie Kenniswerf), conform uw verwachting aan de raad worden voorgelegd.
Door het beleid op te nemen in de omgevingsvisie en programma’s kan er geen onduidelijkheid ontstaan over de status van het beleid(sdocument). Dit is handig, omdat het voor sommige bevoegdheden nodig is dat het beleid in de omgevingsvisie of het programma staat (voorkeursrecht (art.9.1, lid 1, onderdeel b Ow), overeenkomst over financiële bijdragen (art.13.22 Ow), onderbouwing functionele samenhang bij afdwingbare financiële bijdragen (art. 13.23 en 13.24 Ow). Vooral deze laatste twee bevoegdheden doen bellen rinkelen! • Krijgt het college de bevoegdheid om In de huidige situatie maakt het college reeds financiële financiële afspraken te maken met afspraken met initiatiefnemers in de vorm van anterieure, ondernemers over de ontwikkeling van koop- of samenwerkingsovereenkomsten, o.a. om te een gebied?? Bijvoorbeeld als de voldoen aan het verplichte kostenverhaal uit de Wet gebiedsvisie Arsenaalgebied als ruimtelijke ordening De regeling in de aangehaalde programma wordt beschouwd? Hoe zit artikelnummers maken het mogelijk om partijen die baat dat? hebben bij een ontwikkeling of voorziening op vrijwillige basis te verzoeken dan wel af te dwingen, een financiële bijdrage te leveren. Het gaat om kosten voor ontwikkelingen of voorzieningen die de leefomgeving verbeteren.
Een financiële bijdrage voor dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen kan onder de Omgevingswet zowel via een overeenkomst als via regels in het omgevingsplan worden vastgelegd. De Wet ruimtelijke ordening gaf deze mogelijkheid al. Belangrijk aandachtspunt bij het vaststellen van programma’s is dat daarbij het risico bestaat dat de de plan-mer-plicht uit de SMB-richtlijn (strategische milieu beoordeling) en ook inspraakverplichtingen uit het verdrag van Aarhus buiten beeld blijven. Dit is niet wenselijk. • Hoe wil de gemeente borgen dat dit in Indien een programma het kader vormt voor te nemen complexe gebieden wel gebeurt? besluiten die mer(beoordelings)plichtig zijn, dan moet er een mer worden uitgevoerd.
De ontwerp-mer moet samen met het ontwerpprogramma ter visie worden gelegd en er moet advies gevraagd worden aan de commissie mer. Het bevoegd gezag moet de zienswijzen verwerken en vervolgens het programma vaststellen. Zij heeft daarbij weer een verplichting om aan te geven hoe stakeholders zijn betrokken. Met uitzondering van een mer in combinatie met een omgevingsplan, staat er bij een programma geen bezwaar en beroep open. Dit is wettelijk geregeld. Daarnaast is het advies van o.a. de VNG om bij programma’s duidelijk te zijn en in de benaming (evt. ondertitel) aan te geven dat het een programma op grond van de Omgevingswet is. Door duidelijke benamingen te hanteren is niet alleen de inhoud van het document duidelijk, maar ook de juridische status en hoe het zich verhoudt. • Bij de Arsenaalvisie die nu ter inzage De Arsenaalvisie een gebiedsuitwerking die in lijn is met ligt is de status bijvoorbeeld volstrekt de omgevingsvisie, en vormt na vaststelling een nader onduidelijk. Wat is de juridische status van gedetailleerd beleid voor dit gebied. Dit vormt vervolgens deze visie? de basis voor de juridische (planologische) verankering in het omgevingsplan. Een gebiedsvisie heeft op zichzelf geen juridische status.
Tot slot verdient het volgens de VNG de voorkeur om een BOPA procedure (buitenplanse omgevings activiteit) te volgen als activiteiten niet passen binnen een bestemmingsplan, zoals in het Arsenaalgebied. Met een BOPA-procedure kan een deel van een bestemmingsplan worden aangepast. De procedure kent een uitgebreide rechtsbescherming. Het lijkt dus onverstandig om pagina 66 van het omgevingsplan nu goed te keuren, omdat de juridische gevolgen daarvan nog te diffuus zijn. Vooral de positie van de gemeenteraad bij het vaststellen van gebiedsvisies. Die lijkt kleiner. • Dus het voorstel om deze paragraaf Een BOPA is een omgevingsvergunning waarmee je kunt uit de omgevingsvisie te halen en via afwijken van het omgevingsplan. helder een transitieplan helder te maken Het hoofdstuk Werken met de omgevingsvisie (p.66) zegt hoe de gemeente Vlissingen van niets over welke vergunning of procedure (BOPA of omgevingsvisie naar vergunning komt. wijziging omgevingsplan) er gebruikt moet worden in het Deze paragraaf is daarvoor volstrekt kader van afwijking van het omgevingsplan. onvoldoende. Daarom is het • Als men wil afwijken van het bestemmingsplan/omgevingsplan is dan een BOPA niet de aangewezen weg (ipv gebied benoemen als programma?)
Een BOPA en een programma zijn twee volstrekt verschillende instrumenten. Met een programma werk je de ambities uit in beleid. Een BOPA is een omgevingsvergunning die het mogelijk maakt van het omgevingsplan af te wijken. Voor de duidelijkheid is de verhouding tussen de verschillende instrumenten van de Omgevingswet bijgevoegd.