02202024 Q&A vragen 3.2 compleet
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 20-feb-‘24
VAN
: Griffie
Betreft
: Q&A – 3.2 Bestemmingsplan Machinefabriek
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 20-feb-‘24 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.2 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie D66
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.2 – Bestemmingsplan Machinefabriek Vraag 1. Is het college het met ons eens dat wanneer er zonder beroep bij de Raad van State, het niet nodig is om gebruik te maken van de wet Crisis- en herstelwet?
Antwoord Ja. Als er geen beroep bij de Raad van State wordt ingediend is het niet nodig om de Crisis- en Herstelwet te gebruiken.
2. Verwacht het college een dergelijke procedure?
Nee. Gedurende de ter inzage termijn zijn er geen zienswijzen ontvangen waardoor het de verwachting is dat er geen beroep wordt ingesteld.
3. Welke concrete nadelen heeft vertraging op vaststelling van dit bestemmingsplan?
Met een vastgesteld bestemmingsplan kunnen omgevingsvergunningen verleend worden voor de herontwikkeling van de Machinefabriek, bijvoorbeeld voor de parkeergarage. Een bestemmingsplan geeft daarnaast zekerheid aan derden ten aanzien van de herbestemming.
4. Voor dit voorstel wordt gebruik gemaakt van de MER uit 2008, is het niet verstandig om deze te actualiseren?
Nee. Als uitgangspunt is de m.e.r.-rapportage uit 2008 genomen. Daar waar regelgeving is gewijzigd of dit plan een nadere toelichting behoeft wordt ingegaan op deze aspecten. Voor zover dat nodig is, zijn onderzoeken geactualiseerd of is aanvullend onderzoek uitgevoerd.
5. Bij punt 4.5.3 staat: “Bij eventuele grondroeringen in de Machinefabriek zal er eerst een grondonderzoek uitgevoerd worden. Dit geldt ook voor de bouw van de entree van de parkeergarage.” Waarom is dat nu nog niet uitgevoerd? De parkeergarage zal er toch wel komen.
Gedurende de procedure van het bestemmingsplan zijn de bouwplannen voor de parkeergarage nog niet uitgewerkt naar een definitief ontwerp. Op basis van het definitieve ontwerp zal een grondonderzoek uitgevoerd moet worden welke bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen ingediend moet worden.
6. Dient voor de soortenbescherming een vergunning aangevraagd te worden bij de Provincie Zeeland? Welk effect heeft dat op de uitvoering?
Nee. Indien nodig zal er voor de voorgenomen bouwactiviteiten een vergunning worden aangevraagd. Een en ander zal beoordeeld worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. Bij tijdig aanvragen zal dit geen negatief effect hebben op de uitvoering.
7. Is er gekeken naar het hergebruiken van bouwmaterialen? Wordt er gebruik gemaakt van eerder vrijgekomen bouwmaterialen? Zo nee, waarom niet?
Nee. Dit is op dit moment niet aan de orde. Het herbestemmen – en daarmee opnieuw benutten met nieuwe functies – van bestaand vastgoed is op zichzelf al hergebruik. Bij het cascoherstel van de Machinefabriek is al zo goed mogelijk gekeken naar een zo verantwoord mogelijk herstel van het gebouw.
Fractie SGP
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.2 – Bestemmingsplan Machinefabriek Vraag 1. Rvs. Eerste bullet. Het ontwerp is precies rond de jaarwisseling ter inzage gelegd. Dat is natuurlijk altijd mogelijk, maar voor zo’n beeldbepalend gebouw is het uitermate belangrijk dat de omgeving voldoende is betrokken. Hoe zijn de directe omwonenden en Damen hierbij pro-actief betrokken?
Antwoord Voor het ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan is er een inloopmiddag, avond georganiseerd. Hierover is gecommuniceerd op de gebruikelijke wijze via de gemeentelijke website, blauw geruite kiel en via sociale media.
2. Rvs. Derde bullet. We missen de bijlage met inzicht in de kosten van de planontwikkeling die op een andere wijze zijn verzekerd. Kunt u de raad de stukken die daar betrekking over hebben toesturen?
Er mist geen bijlage met inzicht in de kosten voor de planontwikkeling als onderdeel van het bestemmingsplan. De plankosten worden verhaald via de verkoop van de Machinefabriek, in de grondexploitatie (2e herziening 2023) is een verkoopwaarde van € 1,65 miljoen voorzien.
3. Voor het geval nog niet duidelijk is uit het antwoord onder 8. In 3.1. lazen we dat de parkeerplaatsen 22 miljoen kosten. Er is al het nodige geïnvesteerd. Kunt u een overzicht geven van de al gemaakte kosten en de begrote kosten voor de komende ontwikkelingen voortvloeiend uit dit bestemmingsplan?
Dit bestemmingsplan heeft geen financiële gevolgen. Dit bestemmingsplan regelt het planologisch (juridisch) kader.
Damen is zowel ambtelijk als bestuurlijk in de diverse overlegmomenten actief door de gemeente geïnformeerd over het bestemmingsplan.
Er zijn reeds circa €430.000 aan kosten gemaakt – vanuit de grondexploitatie – voor de herbestemming van de Machinefabriek. In de grondexploitatie (2e herziening 2023) zijn nog circa €50.000 aan plankosten voorzien voor de verdere planvorming voor de herbestemming. In de 1e herziening 2024 wordt dit herijkt op basis van de status en inzichten. Kosten voor uit de begroting gefinancierde programmaonderdelen (sportzaal, parkeergarage, dak met zonnepanelen) worden gedekt vanuit de investeringsbudgetten.
4. Rvs. Derde bullet. Bottom-line is dat de SGP inzicht wil hebben in de totale investeringslasten, exploitatiekosten, of andere (periodieke) lasten, de baten m.b.t. dit bestemmingsplan Machinefabriek. Kunt u deze informatie toevoegen zodat we weten wat de (financiële) gevolgen zijn voor Vlissingen?
Investeringslasten, exploitatiekosten en andere kosten en baten hangen samen met een plan of planonderdelen van de herbestemming. In dit kader legt het college separaat de exploitatie- en financieringsopzet voor de parkeergarage voor aan de gemeenteraad. Separaat zal het college medio dit jaar aan de gemeenteraad de haalbaarheid – inclusief de financiële – van een culturele invulling voorleggen aan de gemeenteraad. Ten aanzien van de beoogde programmaonderdelen sportzaal en dak met zonnepanelen heeft de gemeenteraad reeds besloten.
5. Rvs. Kopje Crisis- en herstelwet. Wat wordt bedoeld met …het tijdelijke deel van het omgevingsplan? En wat zijn de gevolgen daarvan voor het Bestemmingsplan Machinefabriek?
Per 1 januari 2024 heeft elke gemeente in Nederland van rechtswege 1 Omgevingsplan, dat tijdelijk bestaat uit alle geldende bestemmingsplannen, zo ook de gemeente Vlissingen. De gemeente Vlissingen moet de bestemmingsplannen, die nu gezamenlijk het tijdelijke deel van het omgevingsplan vormen, overzetten naar het definitieve Omgevingsplan. Dit moet voor eind 2031 klaar zijn. Op termijn zal het bestemmingsplan voor de Machinefabriek ook overgezet worden naar het Omgevingsplan.
6. Bijlage 1, pag. 27, par 4.3.2. Het college wil 50 appartementen realiseren; focust het college op recreatiegebruik of juist op toename van de woningvoorraad zodat Vlissingen extra inwoners krijgt?
Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om maximaal 50 appartementen te realiseren. Of dit zal gebeuren zal onder meer afhangen van de besluitvorming omtrent andere functies, bijvoorbeeld de culturele invulling en de mogelijkheden voor de afzet naar andere commerciële en maatschappelijke functies. In de door de gemeenteraad vastgestelde grondexploitatie zijn in de Machinefabriek 20 middeldure appartementen geraamd.
7. Bijlage 1, 50 appartementen. We vinden het bvo/oppervlakte van deze appartementen niet terug. Op welk segment gaat u zich richten? Goedkope of dure woningen?
Zie antwoord vraag 6.
8. Bijlage 1, 50 appartementen. We kunnen deze 50 plaatsen niet vinden in de tabellen van Spark (bijv. pag 15 en pag. 16). Waar gaan de bewoners van deze 50 appartementen parkeren? Hoe is dat opgenomen in de berekeningen voor de parkeergarage?
Wanneer er appartementen in de Machinefabriek gerealiseerd worden, zal dit ten koste gaan van overige gebruiksfuncties in de Machinefabriek. Het wegvallen van het ene programmaonderdeel compenseert naar verwachting de invulling door de andere. Naast de norm speelt hierin ook het aanwezigheidspercentage per functie een rol. De aanwezigheid van parkeerruimte is maatgevend voor functies en hieraan moet binnen de af te geven omgevingsvergunning voldaan worden.
9. Bijlage 1, 50 appartementen. Het eerder voorgestelde IKC had qua uitstraling een behoorlijke impact op het gebouw. Krijgen deze 50 appartementen geen balkon (met dus weinig impact op uitstraling) of juist wel een balkon en wat zijn dan de gevolgen voor de uitstraling van dit pand?
Zie antwoord vraag 6. Eerst moeten de functies vastgesteld worden, waarna de (ruimtelijke) uitwerking met volgen, met inbegrip van de uitstraling van het gebouw.
10. Bijlage 1, pag 57, 1.26, waar staat: lid e. zware horeca, categorie 3, vermaak aanbiedende horeca: horecabedrijf van grote omvang, gericht op het structureel aanbieden van grootschalige feest-, muziek- en dansevenementen, die door hun aard en omvang grote aantallen bezoekers trekken. Vraag: In o.a. Vlissingen kenmerken deze grootschalige evenementen zich tot op heden door een geluidsbelasting die kilometers ver te horen is. A. Hoe gaat het college dit geluid beperken voor de inpandige bewoners van de 50 appartementen en de directe aanwonenden/medewerkers van bedrijven? B. En hoeveel is deze geluidsbelasting voor: De inpandige inwoners van de Machinefabriek? De direct aanwonenden? De medewerkers van Damen?
A. Er wordt tussen de hallen naastgelegen ruimte geluidsisolerende maatregelen genomen. Daarnaast zal per activiteit worden gekeken of hier aanvullende maatregelen moeten worden genomen gezien de aard en omvang van de activiteit die wordt aangevraagd. Bij de toetsing van de omgevingsvergunning zal het aspect ‘akoestiek (geluid)’ afzonderlijk getoetst worden in samenhang tussen functies en de omgeving. Hoe dan ook dient aan de wettelijke verplichtingen te worden voldaan en moet degene die een activiteit wil uitvoeren berekeningen overleggen. B. De geluidsbelasting kan niet generiek bepaald worden, maar is afhankelijk van het type evenement. Voor evenementen met een grote impact op de omgeving dient – als gebruikelijk – een separate vergunning afgegeven te worden.
11. In Rvs 3.1 wordt gesproken over een netto contante waarde van de parkeergarage. Wat is de netto contante waarde van de 4000m2 aan culturele voorzieningen? En mocht dat niet voorhanden zijn? Wat zijn de geschatte investeringskosten, jaarlijkse exploitatiekosten en jaarlijkse opbrengsten van deze 4000m2?
De investeringskosten, exploitatiekosten en overige kosten en baten worden inzichtelijk gemaakt op het moment dat de 2e fase van het haalbaarheidsonderzoek naar de culturele invulling wordt afgerond. Dit is naar verwachting medio dit jaar.
Fractie LPV
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.2 – Bestemmingsplan Machinefabriek Vraag Op pagina 15 van de toelichting staat vrij stellig dat de Machinefabriek compensatie biedt voor de parkeerplaatsen voor onder andere de Koudenhoek en Steenen Beer. Zie ook onze Q&A vragen over het voorstel ‘Financierings- en exploitatieopzet’, is hiermee rekening gehouden in de parkeerbehoefte/balans van de Machinefabriek? En kan het college deze parkeercompensatie nader toelichten/motiveren?
Antwoord In de normatieve berekening van de parkeerbehoefte in de parkeerbalans (Tabel 4) in het Spark rapport is geen rekening gehouden met het fysiek compenseren van parkeerplaatsen die in het centrum komen te vervallen. Uit de evaluatie parkeerbeleidsplan Vlissingen Mei 2023 (hfst 7.1) blijkt dat de gemiddelde parkeerdruk in de binnenstad rond de 50% ligt. De bezetting van de betaalde parkeerplaatsen in het centrum (april 2022) blijkt met circa 30-40% laag te zijn. De bezetting in de schil (hfst. 7.2) ligt in de nachtelijke uren het hoogst (circa 75% - was in 2020 67%). Hieruit blijkt dat voor de gebruikers van de in het centrum op te heffen parkeercapaciteit, gezien de het centrum en in de schil gemeten bezetting, elders parkeerruimte beschikbaar is. In het Spark rapport (Tabel 6) is aangenomen dat de Machinefabriek gaat voorzien in de parkeerbehoefte van een deel van de huidige bezoekers van de vervallen parkeerplaatsen. Dit zal mogelijk zijn omdat de capaciteit van de parkeergarage met uitzondering van de werkdag avond normatief gezien groter is dan de behoefte. Verder blijkt in de praktijk dat de normatief berekende parkeerbehoefte (parkeernormen en aanwezigheidspercentages) een zekerheidsmarge bevatten. Hierdoor is het aannemelijk te veronderstellen dat de parkeergarage tevens kan voorzien in een deel van het gebruik van de parkeerplaatsen welke komen te vervallen.