CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

02052026 Q&A vragen 3.1 compleet

Commissie Ruimte 5 februari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Spuikom fase 1 en 2 - planologische procedure2.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 05-02-2026

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 3.1

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 5 februari 2026 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie GL

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 Spuikom fase 1 en 2 - planologische procedure Vraag 1) De TAM-route is een tijdelijke noodgreep. Krijgt de raad bij de definitieve omzetting naar het nieuwe Omgevingsplan opnieuw de kans om de sociale en groene kaders bij te sturen, of leggen we nu alles voor jaren onherroepelijk vast?

Antwoord De TAM procedure is een tijdelijk instrument als overbrugging van de oude systematiek (bestemmingsplan) naar de nieuwe (omgevingsplan). Een TAM plan heeft dezelfde status als voorheen een bestemmingsplan of het omgevingsplan. Hiermee worden de ruimtelijke kader voor, in dit geval, de Spuikom vastgesteld zoals dat voorheen ook gebeurde met een bestemmingsplan. Het TAM plan zal op termijn opgaan in het omgevingsplan Vlissingen. Het betreft hier het één op één overgaan naar het omgevingsplan waarbij de wijzigingen zitten in de systematiek en plan opzet onder de omgevingswet.

2) De TAM-procedure wordt gebruikt om vaart te maken; kunt u garanderen dat deze tijdsdruk niet ten koste gaat van de zorgvuldige afhandeling van bezwaren bij de Raad van State?

Voor het indienen van zienswijzen of op een later moment beroep gelden wettelijk vastgelegde termijnen. Daar verandert niets aan door het toepassen van de TAM procedure. Hiermee blijft een zorgvuldige afhandeling gewaarborgd.

3) In de toelichting wordt nu gesproken over een "gemengd segment" in plaats van alleen het dure segment; kunt u garanderen dat minimaal 30% van de 80 woningen in de categorie sociale huur of betaalbare koop valt?

Bij de uitvraag voor de woningbouw zal worden opgenomen dat minimaal 30% van de woningen in de categorie betaalbare koop valt.

4) De Grote Spuikom wordt heringericht; op welke manier wordt de lokale ecologie (zoals de genoemde rustplaats voor vogels) versterkt in plaats van enkel "behouden"?

Op dit moment heeft de Spuikom een beperkte ecologische waarde. Er komen vooral algemene vogelsoorten voor die niet beschermd zijn en enkele niet beschermde diersoorten als de algemene muis en de gewone dwergvleermuis. Ook komen er geen bijzondere of beschermde plantensoorten voor. Vanwege het brakke water komen daar geen amfibiesoorten voor. Bij de herinrichting wordt het water van de Spuikom verzoet waardoor daar meerdere soorten zich kunnen vestigen. Ook zal de beplanting meer divers worden en gericht op het aantrekken van meerdere soorten dieren, vogels en insecten waardoor de ecologie wordt versterkt.

5) In hoeverre wordt bij de bouw van de Spuiwal gestreefd naar een volledig 'natuurinclusief' ontwerp met groene daken en gevels om hittestress in dit nieuwe stukje stad te minimaliseren?

Op dit moment wordt er gewerkt aan het kavelpaspoort voor de woningen. Natuurinclusief is daarin een onderdeel dat nog wordt uitgewerkt in combinatie met andere uitgangspunten als circulariteit, klimaatadaptatie en betaalbaarheid. Dit staat los van de ruimtelijke procedure.

6) Het college stelt dat de provinciale modellen (FRESHEM) niet kloppen en dat lokale metingen gunstiger uitvallen. Kan het college volledige wetenschappelijke garantie geven dat de zoute kwel niet alsnog toeneemt zodra er diep gegraven wordt voor de ondergrondse parkeergarage?

Voor de realisatie van de parkeergarage is het niet noodzakelijk om diep te graven. De parkeergarage zal op de bestaande hoogte van het huidige parkeerterrein gerealiseerd worden. De grond zal opgehoogd worden tot de hoogte van het aangrenzende terrein rondom de Aldi en de bioscoop. Het FRESHEM-onderzoek van tien jaar geleden was primair gericht op het onbebouwde gebied. In stedelijk gebied waren de metingen (toen) niet helemaal nauwkeurig. De gemeente is de grondwaterstand en kwaliteit aan het monitoren samen met een gerenommeerd landelijk bureau. Door werkelijke metingen in de peilbuizen, hebben we het over de echt opgetreden grondwaterstanden en chloridegehaltes. En niet over een eenmalige meting en modelberekening.

7) In de zienswijzen uiten bewoners vrees voor funderingsschade door verschuivende grondwaterstromen. Is het college bereid een nulmeting uit te voeren bij de omliggende woningen, zodat bewoners niet zelf voor de bewijslast komen te staan bij eventuele verzakkingen of zoutschade?

Uit het geohydrologisch onderzoek blijkt dat door het aanvoeren van regenwater en in de toekomst meer regenwater uit omliggende stadsdelen, een evenwichtssituatie ontstaat waardoor er nauwelijks sprake zal zijn van zoute kwel. Daarmee is verplaatsing van de zoute kwel stroom ook niet aan de orde en is er dus geen risico op funderingsschade hierdoor.

8) U rekent op "verzoeting" door regenwateropvang om de kwel te neutraliseren. Hoe is deze aanvoer van zoetwater geborgd tijdens extreem droge zomers, en wat is het "plan B" voor de nieuwe bomen en natuur als het zoutgehalte door klimaatverandering toch stijgt?

Op dit moment is in droge periodes geen aanvoer van zoet water. In de toekomst zal (doordat de Spuikom zoeter wordt) het startpunt bij droge periodes veel beter zijn dan nu het geval is. Er zal meer en zoeter water in staan dan in de huidige situatie.

9) De zienswijzen tonen aan dat de zorgen diep zitten; op welke manier krijgt de toegezegde participatie voor het 'definitief ontwerp' méér invulling dan alleen informeren, en is er ruimte om het plan nog wezenlijk bij te sturen?

Bijsturing bij de participatie zal altijd zijn binnen de kaders die in de door de raad vastgestelde visie zijn vastgelegd en die na uitgebreide participatie tot stand is gekomen. Bij de participatie van het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp wordt het niveau van raadplegen gebruikt voor de omwonenden. Veel van de zorgen gaan over het ‘hoe’ zaken gerealiseerd gaan worden. Uit de reactie op de zienswijzen blijkt hoe daar mee omgaan wordt en in welke fase daar aandacht voor is. De participatie gaat vooral over ‘wat’ er komt en dat is in lijn met de door de raad vastgestelde visie.

Fractie PSR

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 Spuikom fase 1 en 2 - planologische procedure Vraag 1. Bij een waterniveau in de Spuikom boven 0,84m NAP wordt er afgevoerd via de slokop. Waar gaat dit water heen en is de capaciteit voldoende om ook bij een extreme bui het water (en het extra toegevoerde water uit de omgeving) af te kunnen voeren.

Antwoord Een waterniveau van 0,84 is nergens in de visie genoemd. En is ook niet voorzien. Bij het definitief ontwerp zal het waterafvoermiddel exact worden gedimensioneerd. Zodat aan alle normen wordt voldaan. Hevige buien kunnen peilschommelingen veroorzaken, maar dat is deels de bedoeling voor een waterberging/-buffer. De afvoer zal, net als nu, richting Schuitvaartgracht lopen. Hierdoor zal ook hier meer zoet water doorspoelen.

2. Gaan we dit overloopniveau op korte termijn verhogen zoals wordt aanbevolen (tot hoever kunnen we maximaal gaan) om meer tegendruk te geven tegen de kwel bij stijgend zeeniveau

Als met het overloop niveau de in de vorige vraag genoemde 0,84 NAP wordt bedoeld, geldt hier hetzelfde als het vorige antwoord; dit niveau wordt niet genoemd in de visie, en wordt ook niet voorzien. We gaan tijdens het geohydrologische onderzoek wel een pilot uitvoeren door het peil op te hogen. Door de metingen kunnen we veranderingen in grondwaterstanden en -samenstelling monitoren.

Fractie SGP

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 Spuikom fase 1 en 2 - planologische procedure Vraag 1. Wat is de relatie tussen het rvs 4.3 Bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren en het rvs 3.1 Spuikom fase 1 en 2 planologische procedure?

Antwoord Uit het uitgevoerde bodemonderzoek SO301424-20321 is gebleken dat daar een verhoogde waarde PFOS wordt aangetroffen die overeenkomt met de verhoogde waarde in de zone PFAS Kuststrook Walcheren van de BKK.

2. Stel dat het rvs 4.3 Bodemkwaliteitskaart PFAS Walcheren op wat voor reden niet wordt aangenomen, heeft dat gevolgen voor rvs .1 Spuikom fase 1 en 2 - planologische procedure?

Nee, de verhoogde waarden leiden voor alsnog niet tot saneringsmaatregelen.

3. In het verleden heeft de SGP gevraagd om een duidelijke 3D impressie van het gebied. Kunt u een duidelijke 3D schets toevoegen aan dit raadsvoorstel? (en dus niet de globale impressie zoals eerder ontvangen). We vragen dit omdat het voor ons niet helemaal duidelijk is hoe dit gebied er nu uit gaat zien. Denk bijvoorbeeld aan de verbeelding van het vierkante leisure-gebouw tegenover het ronde gebouw van CineCity. Idem voor de appartementen.

Op dit moment wordt het definitief ontwerp en het kavelpaspoort verder uitgewerkt. Een impressie van het gebied met de randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn hier een onderdeel van. Zodra het mogelijk is, zullen we u de gevraagde impressie sturen. Voor de ruimtelijke procedure is dit nu niet relevant. Daarin regelen we het ruimtelijke kader waarbinnen o.a. gebouwen ontwerpen moeten worden.

4. In bijlage 1, pag. 790 staat dat geen rekening wordt gehouden met dubbelgebruik. Dat waarderen we zeer. Evenals het uitgangspunt voor plaatsgarantie voor bewoners.

Met dit ruimtelijk plan maken we de bouw van de parkeergarage mogelijk. In eerste instantie is de parkeergarage bedoeld voor bewoners van de woningen op dit deel van de Spuikom. Of dit om specifieke parkeerplaatsen of een parkeerrecht gaat is niet relevant

a. Gaat het hier om het aanschaffen van een specifieke parkeerplaatslocatie? b. Of gaat het om een parkeerrecht? c. Begrijpen we goed dat het totaal aan te leggen parkeerplaatsen met zekerheid minimaal 259 plaatsen is? (uitgaande van 93 woningen, 14 maatschappelijk en 152 leisure). d. En dat geen van deze plaatsen voor andere bestemmingen gebruikt kan worden? Met andere woorden; dit wordt dus geen openbare parkeerlocatie waar ook bezoekers van strand, stad of bioscoop gebruik van kunnen maken?

voor de ruimtelijke procedure en onderdeel van de verdere ontwikkeling.

5. Er staat dat bij een mogelijk tekort aan parkeerplaatsen in de Spuikom, als gevolg van deze nieuwe ontwikkelingen gebruik kan worden gemaakt van PCinema. Tel daarbij op dat de openbare parkeerplaatsen die er nu zijn in de Spuikom lijken te verdwijnen (afhankelijk van antwoord 3.d.). a. Is deze aanname correct dat, volgens deze bijlagen, de parkeerdruk op de parkeerlocatie Kenau Hasselaar met max. 29 auto’s vergroot wordt? b. Naar mening van de SGP lijkt dit een laag aantal. Nu woont de SGP niet aan de Spuikom, maar één van de indieners van de zienswijzen wel. Op een rustige maandagavond telt zij niet resp. 1 en 6 auto’s zoals genoemd in de bijlage, maar 76 auto’s. Dat is fors meer! Gezien dit grote verschil én de investeringskosten voor parkeercapaciteit willen wij het college vragen om meer tellingen uit te voeren op alléén de Spuikomlocatie. Naar onze mening kan dat vrij eenvoudig uitgevoerd worden en voorkomt veel ongemak in te toekomst. Is het college daartoe bereid? c. Op de locatie van het grote parkeerterrein aan de Kenau Hasselaarstraat zijn ook bouwplannen beoogd. Naar mening van de SGP zijn beide parkeerlocaties communicerende vaten. Is het een juiste aanname dat het nu vergroten van de parkeerdruk op die locatie leidt tot een hogere investering in parkeermogelijkheden op het moment dat ook daar gebouwd gaat worden? d.

Welke van de twee locaties zijn het meest geschikt vanuit a. financieel en b. planologisch uitgangspunt, om extra parkeercapaciteit te bouwen (zonder rekening te houden met dubbelgebruik?

In februari 2025 zijn er parkeerdukmetingen uitgevoerd op het parkeerterrein in de Spuikom als ook in de omgeving van de Spuikom zoals weergegeven in bijlage 1 van het verkeersonderzoek (pagina 792). Daaruit blijkt dat de parkeerdruk in het gebied laag is waardoor er geen zoekverkeer ontstaan en er in de omgeving voldoende alternatieven zijn om te parkeren. Om deze reden is het niet noodzakelijk om het parkeerterrein Spuikom nu te compenseren. Specifiek voor de Kenau Hasselaarstraat: deze straat is sinds 1 januari 2026 vergunninghoudergebied en hier heeft het vervallen van P Spuikom geen enkele invloed op. Het parkeerterrein Boulevard/Cinema (met weliswaar entree via de Kenau Hasselaarstraat), hier is voldoende restcapaciteit (alsmede op andere locaties) om het vervallen van P Spuikom op te vangen, de parkeerdruk zal daar dus wel iets toenemen maar er blijft voldoende restcapaciteit over.

Voor de Leisure geldt een voorwaardelijke verplichting voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid. We maken het mogelijk dat dit ondergronds kan aansluitend op de parkeergarage voor bewoners. Het aantal benodigde parkerplaatsen wordt vastgesteld op basis van de huidige parkeernorm die afhankelijk van de type woningen die er komen. Komt de ontwikkelaar van de leisure met een ander voorstel waarbij er geen sprake is van parkeren in de openbare ruimte, dan wordt dat bij de omgevingsvergunning meegenomen. De parkeergarage onder Spuikom fase 1 wordt hiermee geen parkeergarage voor bezoekers van bijvoorbeeld de bioscoop of stad.

Het uitgangspunt voor het parkeerterrein Cinema ligt vast in de visie Spuikom. Zoals hierboven vermeld is de parkeerdruk in het gebied laag waardoor er voldoende capaciteit is om het parkeerterrein Spuikom op te vangen. Daarmee heeft dit geen invloed op de investeringen die gedaan moeten worden aan de parkeerlocatie Kenau Hasselaar straat bij de ontwikkeling van dat deel. Mede vanwege de zorgen binnen de raad over het graven in de Spuikom voor een ondergrondse parkeergarage is er in de visie voor gekozen om hier 1 ondergrondse parkeerlaag te realiseren bovenop het huidige parkeerterrein. Als hier voor bewoners en eventueel de leisure-functie parkeerplaatsen gerealiseerd moet worden zonder dubbelgebruik is er onvoldoende ruimte om een substantiële toevoeging te doen in parkeercapaciteit. Bij de vaststelling van de visie Spuikom is het gedeelte waar de Kenau Hasselaarstraat in ligt in fase 2 opgenomen en daar zal te zijner tijd de raad worden betrokken bij de besluitvorming over de financiële kaders in de grondexploitatie. Tot slot, onderdeel van het proces om te komen tot een nieuwe parkeerbeleid is het bepalen van nieuwe locaties

voor parkeervoorzieningen/-gebouwen. In het vierde kwartaal van 2026 krijgt de raad een parkeerbeleidsplan voorgelegd ter Vaststelling (RIB 11-12-2025. Kenmerk 2762906 / 2762907)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16527869/6