CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

01202022 Q&A 3.2 compleet

Commissie Algemeen en Sociaal 20 januari 2022, gemeente VlissingenBij agendapunt: Regionale Mobiliteitsstrategie.1.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 20 januari 2022

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 20-01-2022 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel Regionale Mobiliteitsstrategie de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie PSR

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – Regionale Mobiliteitsstrategie Vraag 1. P47: Vrijwilligersinitiatieven – Vrijwilligersorganisatie: “Mobiliteitscentrale biedt ondersteuning, overheden ondersteunen financieel” Hoe ziet het college stabiliteit voor meerjarige inzet van vrijwilligers in de uitvoering van een fijnmazige mobiliteit? 2. Het geleverde product vergt nog veel onderzoek, nog veel uitwerking, meer financiële zekerheden en een volstrekt helder beeld van hoe de definitieve versie van de Regionale Mobiliteitsstrategie uiteindelijk op papier komt te staan. Partij Souburg-Ritthem is van mening dat het hiervoor gestelde een brief van onze gemeenteraad aan Gedeputeerde Staten vraagt om onze zorgen als gemeenteraad te duiden. Specifiek het gestelde onder “Wat zijn de kanttekeningen en risico’s” en “Wat mag het kosten.” Graag horen wij de mening van het college hierover en tijdens de commissievergadering natuurlijk van onze collega’s. 3. Er is in het raadsvoorstel onder Inleiding 1e alinea sprake van een “definitieve Regionale Mobiliteitsstrategie”. Volgens Partij Souburg-Ritthem is op dit moment absoluut geen sprake van een definitieve visie. Onder het 1e beslispunt dus opnemen: “Voorlopig definitieve Regionale Mobiliteitsstrategie vast te stellen”. Deelt het college de mening van Partij SouburgRitthem?

Antwoord In het sociaal domein is de algemene doelstelling dat we inzetten op o.a. eigen netwerken van mensen en inzet van vrijwilligers, de inzet van vrijwilligers voor de mobiliteit van mensen is daar onderdeel van. Er is echter geen specifieke visie van het college op de inzet van vrijwilligers. Deze passage is opgenomen in de Regionale Mobiliteitsstrategie om aan te geven dat alle mobiliteitsvormen samen komen en een wisselwerking hebben in het nieuwe mobiliteitssysteem. Dit betreft de definitieve versie van de Regionale Mobiliteitsstrategie. De strategie is op hoofdlijnen. De nadere uitwerking moet duidelijkheid geven op de onzekerheden en risico’s waar wij u op wijzen. In de nadere uitwerking zullen wij als college hiervoor waken. Het is uiteraard mogelijk dat u als gemeenteraad een brief naar Gedeputeerde Staten stuurt om uw zorgen kenbaar te maken.

Dit betreft de definitieve versie van de Regionale Mobiliteitsstrategie. De strategie is op hoofdlijnen en ligt bij alle Zeeuwse wegbeheerders voor ter besluitvorming. Wij delen uw mening dat bepaalde zaken nog nadere uitwerking vragen. Dit gebeurt echter in afzonderlijke projecten en wordt niet toegevoegd aan de Regionale Mobiliteitsstrategie.

Fractie 50 Plus

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 – Regionale Mobiliteitsstrategie Vraag U geeft aan dat het abstractieniveau van een strategie onduidelijk is. Vraag: Kunt u ons uitleggen hoe uw aandacht is bij de toekomstige uitwerking van de regionale mobiliteitsstrategie, op welke manier? Wat zijn uw zorgen (u geeft aan dat er zorgen zijn)?

Antwoord Ambtelijk wordt deelgenomen aan de uitwerking van de strategie in verschillende overleggen. Bestuurlijk zoeken we zoveel mogelijk afstemming in de regio en kijken we kritisch naar risico’s en gevolgen bij de diverse uitwerkingen.

Is er rekening mee gehouden dat er in de toekomst ook wellicht op waterstof wordt gereden (misschien komt er een waterstoffabriek)?

In de Regionale Energie Strategie is een waterstofladder opgenomen. Die ladder stelt welke gebruiksvormen geprioriteerd moeten worden. Op de eerste trede staat waterstof als grondstof in de industrie, daarna volgt waterstof als bron voor hoge temperaturen in de industrie (trede twee). Op de vijfde en laatste trede volgt waterstof voor auto’s en bussen. Dit betekent dat voor personenmobiliteit in Zeeland als eerste wordt gekeken naar de mogelijkheden van gebruik van elektrische voertuigen.

Bij Mix en Mobiliteit: Grote spelers als de NS zijn wellicht niet goed koppelbaar met de wensen van het college danwel gemeentes. Zijn we niet te veel afhankelijk van deze grote speler?

De aanbesteding van het gebruik van het spoor wordt uitgevoerd door het Rijk en is in handen van de NS. De dienstregeling hiervan zien we als een ‘vast gegeven’. Op alle andere vervoersdiensten kunnen provincie of gemeente invloed uitvoeren met aanbestedingen en/ of contracten. In de mix van mobiliteit zien we de trein als snelle verbinding voor langere afstanden en de overige mobiliteitsvormen grotendeels als mix van mobiliteitsvormen voor de kortere afstanden en als vooren natransport. Wij zien dit niet als afhankelijkheid maar als een aanvulling die moet leiden tot een completer netwerk van mobiliteitsvormen.

Hoe zien de pilots eruit in het “Living lab” Wat gaan we er op korte termijn van merken? (u geeft aan: bij de in praktijk bewezen succesvolle toepassingen) Is er een kans dat het niet lukt?

In het Living Lab is er ruimte voor verschillende pilots en initiatieven. Vlissingen is daarbij het focusgebied. Hierbij kan gedacht worden aan zaken als de autonoom varende pont, deelmobiliteit, een slim laadplein, versnelde uitrol van MaaS apps en andere zaken die we kunnen testen om de mobiliteit in Zeeland te verbeteren. Omdat we spreken over pilots kunnen er ook zeker pilots zijn die niet aanslaan of geschikt zijn voor een verdere uitrol of Zeeland. Op korte termijn zal u merken dat we haalbaarheidsonderzoeken uitvoeren en pilots opstarten op het gebied van (duurzame) mobiliteit.

Is er een risico dat we als gemeentes geen goede regie verhouding Provincie/

Het is duidelijk dat de provincie de regie houdt op het openbaar vervoer en de gemeenten de regie houden op

We gaan ervan uit dat u hierbij verwijst naar de passage in de Inleiding over zorgen die eerder zijn geuit en deels zijn weggenomen. Uw raad heeft eerder een brief naar Gedeputeerde Staten gestuurd waarin u verschillende zorgen heeft geuit, het college heeft in een volgende brief ook nog zorgen geuit. Onze huidige zorgen vindt u onder de kopjes “Wat zijn de kanttekeningen en risico’s?” en “Wat mag het kosten?” en situeren zich op het vlak van bereikbaarheid en betaalbaarheid.

Gemeente hebben of krijgen?

het doelgroepenvervoer. De mobiliteitscentrale moet functioneren als verbindende schakel die alle mobiliteitsvormen aan elkaar koppelt. De stemverhouding over de mobiliteitscentrale is nog onduidelijk en brengt wel als risico met zich mee dat we hier de regie deels kwijt kunnen raken.

2030 Zero emissie: Hoe ziet u dat voor u, dat is nog maar 8 jaar, lukt dat? Hoe lukt dat?

De nationale ambitie is dat in 2030 alle NIEUWE personenvoertuigen emissievrij zijn. Het is de bedoeling dat er met de nieuwe ov- concessie (2025) alleen nog emissievrije bussen gaan rijden. Voor het doelgroepenvervoer zullen we nadere eisen opnemen in de aanbesteding. We gaan slimmer en meer gezamenlijk rijden en er is een trend ingezet van eigendom naar gebruik waardoor er op termijn minder voertuigen nodig zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11042559/6