01192023 QA vragen 3.1 Rekenkamer
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
DATUM: 19-01-2023
VAN
: Griffie
Betreft
: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Algemeen & Sociaal van 19-01-2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 - Presentatie Rekenkamerrapport (Intervence) de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie SGP
Behandeld door wethouder
Onderwerp: 3.1 – Presentatie Rekenkamerrapport (Intervence) Vraag Bij de conclusies (pagina 9) wordt gesproken dat er van geen enkele speler verwacht kan worden grip te hebben op de situatie vanwege te veel afhankelijkheden in het systeem. Wat zijn deze afhankelijkheden?
Antwoord De formulering van de tekst is van de stellers van het Rekenkameronderzoek. Wij interpreteren het begrip ‘afhankelijkheden’ hier als alle factoren die een rol spelen in het complexe jeugdstelsel. Hierop heeft geen enkele (institutionele) partij volledige grip.
Deelconclusie 1B (pagina 10) Ondanks de ondersteuning van financiële instandhoudingsbijdragen van de gemeenten m.b.t. om verbeteringen te bevorderen, ontstonden er toch acute financiële problemen bij Intervence. Wat is de oorzaak van deze acute financiële problemen?
Over de financiële problemen is veelvuldig met elkaar gesproken maar geen gedeelde verklaring gevonden. Onze conclusie is dat de verminderde ‘omzet’ met name door verloop en verzuim is veroorzaakt.
Deelconclusie 1C (pagina 11) Waarom is er pas achteraf een zelfreflectie gehanteerd op het gehele proces en niet tussentijds, zodat de raden hierdoor eigenlijk ‘buitenspel’ zijn gezet?
Terugkijkend is gedurende de in het rapport onderscheiden periodes de druk zodanig toegenomen dat in dat proces geleidelijk minder focus naar zelfreflectie dan naar het zoeken van oplossingen uitging.
Aanbeveling 2 (pagina 16) Op welke manier denkt het college/gemeenten de aanbeveling ‘minder marktwerking, meer samenwerking en betere inkoop’ te gaan realiseren?
Op dit punt is bij uitstek sprake van ‘afhankelijkheden’. Zoals het rapport ook voorstelt wil het college ten aanzien van deze aanbeveling opereren vanuit de samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten en dit meenemen in de gezamenlijk op te stellen Regiovisie jeugd. Hierin worden ook uitgangspunten voor de nieuwe aanbesteding vastgelegd.
Fractie PvdA
Behandeld door wethouder
Het college vindt het Rekenkameronderzoek gedegen en onderschrijft de conclusies en aanbevelingen zoals in onze bestuurlijke reactie op p.114 is aangegeven. De suggestie dat het minder uitvoeren van drangmaatregelen in het vrijwillige kader hierin een rol speelde zien wij echter als een drogreden. Juist omdat Intervence al niet de maatregelen in het gedwongen kader kon managen, was het doorsturen van drang niet meer mogelijk. Er was een realiteit van wachtlijsten en voortdurend wisselende gezinsmanagers.
Onderwerp: 3.1 – Presentatie Rekenkamerrapport (Intervence)
Vraag 1. Decentralisatie richt zich op zoveel mogelijk ondersteuning preventief en voorliggend, met lichte vormen van hulp wordt ingezet (rectie gemeente Vlissingen). Het ‘weghalen’ van de drang-maatregelen bij Intervence hoe is dat vorm gegeven. Waar werden deze dossiers naar overgedragen en de kinderen geholpen? Veranderde de status/vorm van de hulp naar een lichtere vorm van hulp?
Antwoord Omdat ‘drang’ vooral over casusregie gaat, is hiervoor gaandeweg andere hulpaanbod ingeschakeld. Vlissingen heeft dit mede vorm gegeven via het eigen Regieteam complexe casuïstiek van de gemeentelijke toegang. Toen de problemen bij Intervence steeds acuter werden is per maart 2021 bij dit Regieteam een extra formatieplaats ingericht om de drangzaken over te nemen. Door ons Regieteam hoeven we casusregie/drangzaken minder uit te besteden en kunnen we deze sneller terugschalen.
2. Financiële doelen versus borgen van de kwaliteit, komt aan de orde. Financiële doelen zijn nooit scherp gesteld (reactie gemeente Vlissingen). Borgen van kwaliteit is de voornaamste oorzaak geweest om allerlei zaken in gang te zetten. De indruk is dat deze borging alleen voor Intervence van toepassing was. Klopt dat? Hoe kon, ook na alle signalen uit de gemeenteraad, zo lang vertrouwen bestaan in een organisatie, zonder certificering (alleen voorlopig), de organisatie had zich ook nog niet bewezen en bovendien een lening vroeg bij de Zeeuwse gemeenten, omdat de organisatie geen geld bij een bank kon lenen? Kortom, een organisatie die zichzelf nog niet had bewezen, zeker niet in de omvang van caseload als Intervence, nog niet aan alle voorwaarden voldeed, daar was alle vertrouwen in, is de indruk, klopt dat? Hoe komt daar dan de borging van kwaliteit in terug?
De indruk dat borging van kwaliteit alleen voor Intervence zou gelden klopt niet. Kwaliteitscriteria gelden voor alle partijen, daarbij moet een GI aan aparte vereisten voldoen. Hoewel de naam niet genoemd wordt lijken uw andere vragen te gaan over Briedis. Hierover kan achteraf alleen gesteld worden dat bij het eerste voorstel voor scenario 3 (overname door de reeds gecontracteerde GI’s waaronder Briedis) er op basis adviezen en veelvuldig overleg met de andere partijen vertrouwen was in deze oplossing. Het Keurmerkinstituut had op basis van het verbeterplan van Briedis eind 2020 juist een certificaat verstrekt. Het onverwacht intrekken daarvan door het Keurmerkinstituut in april 2021 was niet verwacht. Uiteraard betekende het niet kunnen voldoen aan de kwaliteitsvereisten door Briedis het einde van dit scenario.
3. De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad is steeds teruggekomen in onze vergaderingen. Er is ook vanaf het begin gesproken over de besluiten, die de gemeenteraad werden medegedeeld, de lijn was in eerste instantie, bevoegdheid B&W, later werd aangegeven, bevoegdheid bestuurscommissie. Waarop de vraag tot in den treure, steeds weer is gesteld, wij als raad vinden hier iets van, de raad heeft een kaderstellende en controlerende rol, die behoren we uit te kunnen voeren. Hoe is dat standpunt ingenomen en gemotiveerd, was het college er van overtuigd dat de BC de bevoegdheid had? Was er twijfel, wat heeft de doorslag gegeven, om de gemeenteraad, ondanks de terugkerende vraag, buiten de besluitvorming te zetten?
De vraagstelling wat de doorslag gaf om de gemeenteraad ‘buiten de besluitvorming te zetten’ herkent het college niet goed.
4. Heeft op dit moment het OZO een rol (opgepakt) bij ‘hoe verder’. Hoe is deze bevoegdheid geregeld? Hoe worden de
Het OZO Themaoverleg sociaal domein is betrokken bij de advisering rond de governance inkoop jeugdhulp en beschermd wonen. Hierover is een toelichting gegeven op
We verwijzen u naar p. 50 van het Rekenkamerrapport waarin het samenspel tussen raden en colleges wordt beschreven. Wij zien hierbij inderdaad wel een hoofdoorzaak in het delegatiebesluit aan de bestuurscommissie dat in 2014 door alle Zeeuwse gemeenten is genomen.
gemeenteraden nu wel betrokken?
een online raadsinformatiebijeenkomst van 16 november 2022. Het OZO heeft geen formele bevoegdheden maar adviseert de 13 gemeenten. Wij zijn in afwachting van dit advies.