CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

01152026 Q&A vragen 4.2 compleet

Commissie Ruimte 15 januari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Voorbereidingskrediet 'Marisgaarde' (Vredehoflaan 950)2.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 15-01-2026

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 4.2

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 15 januari 2026 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 4.2 de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie CU

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 4.2 - Voorbereidingskrediet 'Marisgaarde' (Vredehoflaan 950) Vraag 1. Het raadsvoorstel betreft het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet …. enz met als bijlage een ambitiedocument voor dit gebied. Wij vragen ons af waarom het ambitiedocument alleen als bijlage is bijgevoegd (en bij vaststelling van het voorbereidingskrediet daarmee impliciet ook door de raad wordt vastgesteld) en niet afzonderlijk geagendeerd is. Is het immers procedureel en inhoudelijk niet handiger om het eerst eens te zijn over het ambitiedocument alvorens de vraag gesteld wordt of we daarvoor een voorbereidingskrediet vast willen stellen?

Antwoord Het ambitiedocument is als bijlage bij het raadsvoorstel toegevoegd omdat het primair bedoeld is als inhoudelijk vertrekpunt voor de voorbereiding van de gebiedsontwikkeling, en niet als een op zichzelf staand besluitdocument. Met het beschikbaar stellen van het voorbereidingskrediet stelt de raad het college in staat om deze ambities nader te onderzoeken, uit te werken en te toetsen op haalbaarheid, betaalbaarheid en uitvoerbaarheid. Dit beschikbaar stellen valt onder het budgetrecht van de gemeenteraad. Het ambitiedocument bevat nadrukkelijk geen uitgewerkte keuzes of vastgelegde eindbeelden, maar beschrijft richtinggevende ambities en aandachtspunten die juist in de voorbereidingsfase verder moeten worden geconcretiseerd en, waar nodig, bijgesteld. Op deze richtinggevende ambities is het voorbereidingskrediet gebaseerd; groenstedelijk, grondgebonden, koesteren bestaande groene kwaliteit. Wanneer de richtinggevende ambities anders zouden zijn, bijvoorbeeld specifieke functies of hoogbouw, dan zou dit zich ook vertalen in een ander voorbereidingskrediet. Het college acht het daarom passend dat het ambitiedocument door de gemeenteraad wordt meegewogen als context bij haar besluit over het voorbereidingskrediet, maar het heeft niet de status dat dit afzonderlijk ter vaststelling wordt voorgelegd.

Zodra de voorbereidingsfase is afgerond en geconcretiseerd is welke ambities haalbaar en wenselijk zijn, zal de gemeenteraad besluiten over het ruimtelijk en planeconomische kader.

2. U bent bij ons weten bekend met het initiatief van de woongemeenschap Vredehof, volgens onze informatie zijn daarover zowel

Klopt, er is zowel ambtelijk als bestuurlijk contact geweest met het initiatief van de woongemeenschap Vredehof (voormalig samen bouwen samen wonen

ambtelijk als bestuurlijk (wethouder Bertijn) gesprekken over geweest met de initiatiefnemers. Past het initiatief van Vredehof binnen het ambitiedocument?

‘SBSW’). Tijdens de gesprekken is aangegeven dat het initiatief op basis van de huidige inzichten ruimtelijk passend zou kunnen zijn, maar dat de woongemeenschap zelf de afweging moet maken of het ambitiedocument voor hen passend is.

3. Zo ja, bent u bereid dit initiatief te steunen? Zo nee, waarom hebt u daar geen rekening mee gehouden en daarover niet met de initiatiefnemers gecommuniceerd?

Het college heeft in beginsel een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven rondom collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), zoals Woongemeenschap Vredehof. De huidige status van de planvorming en vanuit het gelijkheidsbeginsel ligt het echter op dit moment niet in de rede om specifieke initiatieven of initiatiefnemers een preferente positie te geven en als gemeente actief te ondersteunen. In de volgende fases zal het college bezien op welke wijze CPOinitiatieven, zoals Woongemeenschap Vredehof, kansrijk zijn bij het aanbieden van gemeentelijke gronden voor woningbouw.

4. Hoe ziet u de verdere ontwikkeling van dit ambitiedocument?

Het ambitiedocument is afgerond en zal als basis dienen voor een locatiepaspoort en vervolgens van het stedenbouwkundige plan. Het stedenbouwkundig plan wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Het stedenbouwkundig plan zal daarmee ook een van de voornaamste onderleggers vormen voor het planeconomisch kader (bijvoorbeeld een grondexploitatie).

5. Welke onderzoeken moeten plaatsvinden?

Voor de verdere ontwikkeling van het terrein wordt er een planologische procedure opgestart. Er dienen verschillende onderzoeken gedaan te worden om dit te kunnen indienden. Dit betreft onder andere een ecologisch onderzoek, lucht en geluid, geohydrologie, bodem etc. Omdat het terrein een voormalige begraafplaats is, dienen er daarnaast aanvullende specialistische onderzoeken te worden gedaan om hiermee op gepaste wijze om te gaan

6. Kunt u het gevraagde krediet van 90.000 euro nader specificeren?

Het voorbereidingskrediet is als volgt voorzien:  Onderzoeken: € 40.000  Interne projectkosten (personeel): €25.000  Planologisch (extern): €20.000  Overige kosten (o.a. repro, participatie, communicatie, etc.): € 5.000

Fractie POV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 4.2 - Voorbereidingskrediet 'Marisgaarde' (Vredehoflaan 950) Vraag 1. In hoeverre is het bidbook van Vereniging Samen Bouwen Samen Wonen (oktober 2024, positief ontvangen bij de Versnellingstafel) verwerkt in het ambitiedocument Marisgaarde, met name op vlakken volkshuisvesting en planning?

Antwoord Het bidbook van de Vereniging Samen Bouwen Samen Wonen (SBSW) is niet expliciet opgenomen in het ambitiedocument; desondanks past het binnen de daarin vastgelegde ambitie, namelijk een groen stedelijke woonomgeving met behoud van de bestaande (groene) kwaliteiten Tijdens het recente overleg tussen de gemeente en SBSW is dit op deze wijze eveneens gecommuniceerd. Recent is het college geïnformeerd dat vanuit de SBSW de Woongemeenschap Vredehof ontstaan.

2. Komt dit later terug en wordt daarover actief contact onderhouden met deze vereniging?

Met de SBSW en de gemeente zijn in mei en december 2025 de meest recentelijke gesprekken gevoerd. Deze gesprekken hadden het karakter van (hernieuwde) kennismaking en informeren. De vereniging zal, net als iedere andere potentiële gegadigden, worden geïnformeerd via de door de gemeente vastgestelde communicatiekanalen. Vanuit het gelijkheidsbeginsel vinden er gedurende de planvormingsfase geen individuele gesprekken over specifiek locatieontwikkelingen plaats met mogelijke gegadigden.

3. Wordt in het ambitiedocument rekening gehouden met de richtlijnen uit de RIB over ouderenhuisvesting, zoals zelfredzaamheid en gemeenschapsvorming, en hoe vertaalt dit zich naar het woningtype bij Marisgaarde?

In het ambitiedocument is geen expliciete uitwerking opgenomen van het woningbouwprogramma en daarmee samenhangend de richtlijnen met betrekking tot ouderenhuisvesting. De doelgroepen, het daarbij passende woningbouwprogramma wordt in de volgende fase geconcretiseerd op basis van de gemeentelijke ambities (Strategische Visie Vlissingen 2040) en woningbehoefte. Een woningbouwprogramma op hoofdlijnen vertaalt zich in een stedenbouwkundig plan, waarover de gemeenteraad zal besluiten.

4. We begrijpen niet helemaal hoe de ontwikkeling van woonlocaties wordt aangepakt. Soms wordt er een locatiepaspoort opgesteld maar in dit geval is er eerst een ambitie document. Volgt er dan een locatie paspoort? Hoe verhoudt zich dat tot elkaar en waarom wordt nu gekozen voor dit proces?

De ontwikkeling van woningbouwlocaties verschilt per project en is afhankelijk van de context en gehanteerde werkwijze, er geldt geen blauwdruk. Wanneer er gebiedsvisies aan ten grondslag liggen ligt het in de rede deze te specificeren op een concreter niveau. Dit krijgt dan vorm en inhoud in een locatiepaspoort. Deze werkwijze wordt onder meer gehanteerd voor het Scheldekwartier, de Spuikom en de Kenniswerf. Deze werkwijze wordt vooral gehanteerd bij omvangrijke gebiedsontwikkeling waar een vertaling plaats moet vinden van een abstrate visie naar een concrete opgave. Wanneer een kleinschalige nieuwe ontwikkeling start wordt eerst op hoofdlijnen een ambitie geformuleerd. Bijvoorbeeld ten aanzien van de keuze grondgebonden of appartementen, centrum stedelijk of landelijk en aansluiting op de bestaande context. In de volgende stap

In het geval van Marisgaarde is dit vertaald en verbeeld in een ambitiedocument, mede ter ondersteuning van de aanvraag voor een voorbereidingskrediet. In de hiernavolgende fase wordt dit uitwerkt in een locatiepaspoort en stedenbouwkundig plan. Dit is een werkbare wijze die passend is bij relatief kleinschalige, enkelvoudige gebiedsontwikkelingen – zoals Marisgaarde.

Fractie LPV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 4.2 - Voorbereidingskrediet 'Marisgaarde' (Vredehoflaan 950) Vraag 1. T.a.v. het beslispunt. Waarom moet de raad akkoord geven op een voorbereidingskrediet?

Antwoord Het beschikbaar stellen van een voorbereidingskrediet betreft het budgetrecht van de gemeenteraad. Het betreft immers een wijziging in de begroting en daarmee dient het krediet dus via de gemeenteraad akkoord te worden bevonden.

2. T.a.v. het beslispunt. Bij de stukken is bijlage 1 “Ambitiedocument Marisgaarde” (hierna: het ambitiedocument) toegevoegd. Dit is echter geen onderdeel van het beslispunt. Op blad 2 van het voorstel staat onder planning “Q1 2026 vaststelling ambitiedocument”. Klopt onze constatering dat dus alleen een besluit wordt voorgesteld/genomen over het voorbereidingskrediet en dus níet over het ambitiedocument? Of stelt de raad wel het ambitiedocument vast? Kunt u dit nader toelichten?

Correct, er wordt enkel een besluit genomen over het voorbereidingskrediet en dus de verdere uitwerking van de ambitie.

3. Wij zijn het eens dat deze locatie geschikt is voor woningbouw. Bij de stukken is het ambitiedocument gevoegd. In het voorstel geeft u aan dat het ambitiedocument de context, ruimtelijke ambities alsmede de stedenbouwkundige ruimtelijke kaders op hoog abstractieniveau beschrijft. Om, ook voor in het verdere proces, geen verwarring te krijgen over terminologie en status van stukken/documenten hebben wij vragen de onderstaande vragen:

Zie antwoord vraag 1 fractie CU Het stedenbouwkundige plan zal aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.

a. Wat is de status van het ambitiedocument? b. Wat is/wordt de status van het stedenbouwkundig plan? c. Wat komt er in het stedenbouwkundig plan te staan meer of anders dan in het ambitiedocument?

A. Het voorliggend ambitiedocument omschrijft de ambitie waar bij aanvang van de definitiefase vanuit gegaan wordt, in dit geval: woningbouw, groenstedelijk, grondgebonden, koesteren bestaande groene kwaliteiten. Het ambitiedocument is door het college vastgesteld. B. Het stedenbouwkundige plan legt de ruimtelijke structuur vast ten aanzien van het uitgeefbaar en openbaar gebied (verkaveling), de locatie van de ontsluitingen van fietsers en voetgangers, beoogde woningtypologie en voorziene inrichting van de openbare ruimte. Het stedenbouwkundig plan wordt opgesteld in de definitiefase, dit zal gebeuren nadat het voorbereidingskrediet akkoord is bevonden. Het stedenbouwkundig plan wordt vastgesteld door de gemeenteraad en vormt mede de onderlegger van het planeconomisch kader (bijvoorbeeld een grondexploitatie); C. Zie B.

4. Op blad 2 van het voorstel staat: “Dit stedenbouwkundig plan geldt vervolgens als onderlegger voor een eventuele grondexploitatie dan wel voor

Een stedenbouwkundig plan en een grondexploitatie, danwel een voorstel om op andere wijze over te gaan tot ontwikkeling/ verkoop, worden gelijktijdig en in samenhang met elkaar voorgelegd aan de gemeenteraad.

de verdere wijze van ontwikkeling en verkoop. De gemeenteraad krijgt in 2026 een voorstel voorgelegd voor een nieuwe grondexploitatie”. Kan het college verduidelijken of er bij het stedenbouwkundig plan wel/geen grondexploitatie wordt voorgelegd? 5. Op blad 2 staat de (proces)planning op hoofdlijnen. Wat is de rol van de gemeenteraad in het dit proces? Kan het college dit verduidelijken? 6. T.a.v. de kosten en de grondexploitatie. Er wordt nu €90.000 aan voorbereidingskrediet gevraagd. Dit begrijpen wij, omdat er immers werk gedaan moet worden om tot een stedenbouwkundig te komen. Echter, in het voorstel staat dat de raad in november 2022 besloten heeft om €1.3 miljoen investering Stadsbeheer te dekken uit de verwachte grondopbrengst Vredehoflaan 950. Verder staat er dat er naast opbrengsten structurele beheerslasten worden bespaard. Daarover hebben wij de volgende vragen: a. Wat is de huidige boekwaarde van het perceel Vredehoflaan 950? b. Klopt het dat met de dekking van €1.3 miljoen de beoogde grondexploitatie in feite al ‘in de min’ begint met €1.3 miljoen? c. Welke andere kosten zijn tot nu toe gemaakt voor de beoogde grondexploitatie Vredehoflaan 950? d. Wat is de (in november 2022) verwachte grondopbrengst? e. Wat is de actuele (2026) verwachte grondopbrengst? f.

Hoeveel zijn de te besparen structurele beheerslasten van Vredehoflaan 950? Gelet op de bovenstaande vragen, kan het college in het algemeen al een (hele grove) grondexploitatie/kostenberekening maken zodat we als raad vroegtijdig een idee kunnen vormen van de kosten en opbrengsten?

Vaststellen van het stedenbouwkundig plan en de eventuele grondexploitatie. Na vaststelling van de grondexploitatie wordt deze op de gebruikelijke wijze tweemaal per jaar herzien en besluit de gemeenteraad hierover. a. De huidige boekwaarde van het perceel Vredehoflaan 950 bedraagt €175.274,03 voor 2025. – 21,909,26 (2026) b. Correct. De dekking voor de nieuwbouw stadsbeheer van € 1,3 mln. is een postenkost die in de grondexploitatie meegenomen dient te worden. c. Er zijn circa €5.000 aan interne uren gemaakt om de eerste stappen te zetten om de gebiedsontwikkeling voor te bereiden (ambitiedocument, voorstellen, afstemming, etc.). Deze kosten zijn gedekt binnen het reguliere personeelsbudget. d. Destijds is er geen opbrengstenpotentie geraamd, maar is louter een vertaling gemaakt van het ontstane tekort voor de nieuwbouw van Stadsbeheer en deze is verdisconteerd met een veronderstelde verkoopopbrengst van de locatie aan de Vredehoflaan 950. e. Hierover kan nog geen uitspraak gedaan worden zonder uitwerking van een stedenbouwkundig plan en daarbijbehorend woningbouwprogramma. De opbrengt van de verkoop van de gronden dienst marktconform te zijn op basis van het nog nader te bepalen en vast te stellen woningbouwprogramma. Tevens dient invulling gegeven te worden aan de reeds opgelegde financiele opgave á €1,3 miljoen. f. De besparing betreft de eigenaars- en beheerslasten.

De eigenaarslasten van het complex met de opstallen bedragen €##### per jaar, de beheerslasten zijn thans niet geraamd omdat voorzien is het terrein te verkopen, maar deze zullen op circa €5.000 per jaar liggen, met name voor het onderhoud aan het bestaande groen en beveiligen van het bestaande onroerend goed. Het college acht het niet passend en haalbaar om vanuit de huidige status van de planvorming en abstractieniveau een (grove) grondexploitatie/ kosten- en opbrengstenberekening op te zetten. Immers zouden hiervoor zeer veel aannames gedaan moeten worden over zowel de kosten als opbrengsten. Daarmee zouden we de gemeenteraad op voorhand een onjuist beeld schetsen.

Het college acht het op voorhand realistisch de grondexploitatie positief te sluiten, met inbegrip van de hierin verdisconteerde €1,3 miljoen. 7. In het gebied zijn een aantal stakeholders aanwezig die ook al worden genoemd in het voorstel. Kunt u aangeven op welke wijze de participatieproces gaat verlopen? En kunnen wij ervan uitgaan het opstellen van het stedenbouwkundig plan via een participatief proces gaat plaatsvinden?

Er wordt nog een participatieplan opgesteld als onderdeel van de eerstvolgende fase. Voorzien is dat de wijk en stakeholders in een eerste fase geraadpleegd worden om aandachtspunten en wensen op te halen. Deze input wordt afgewogen bij de uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Nadat het plan is opgesteld, wordt de wijk geïnformeerd over de resultaten en over welke elementen uit het participatieproces zijn verwerkt in het stedenbouwkundig plan.

8. Bent u bekend met het initiatief de Vereniging Woongemeenschap Vredehof?

Het college is bekend met het initiatief van de woongemeenschap Vredehof.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16448356/8