CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

01152026 Q&A vragen 3.1 compleet

Commissie Ruimte 15 januari 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel fractie POV wijziging huisvestingsverordening1.856 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

:

Raadsleden, collegeleden

DATUM:

VAN

:

Griffie

Betreft

:

Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A) – 3.1

15-01-2026

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 15 januari 2026. zijn ten aanzien van het Initiatiefvoorstel POV – Wijziging huisvestingsverordening de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie GL

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 – Initiatiefvoorstel POV – Wijziging huisvestingsverordening Vraag Vragen aan POV: 1) Mensen hebben hun huis zelf betaald. Vindt de POV het niet erg dat de gemeente nu voor de hele stad gaat bepalen wat iemand wel of niet met zijn eigen huis mag doen?

Antwoord Nee, POV vindt dat niet erg. Integendeel, POV vindt het noodzakelijk dat de gemeente met de huisvestingswet de hand regulerend optreedt om zo te zorgen dat betaalbare woningen beschikbaar blijven voor bewoning door mensen die in Vlissingen willen wonen. Uitgangspunt is dat een woning is om in te wonen. De Huisvestingswet gaat uit van het recht van vrije vestiging. Dit grondrecht kan slechts bij wet beperkt worden als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang. POV vindt dat een betaalbare woning ook een grondrecht is en dat deze regulering, ondersteunt door de onderzoeken van STEC, het algemeen belang dient.

2) Er komen nu veel strengere regels voor de hele gemeente. Hoe gaan we controleren of mensen zich hier wel aan houden?

De regels worden niet strenger, de regels worden duidelijker. De WOZ waarde wordt aangepast aan de stijging van de huizenprijzen en van toepassing op de hele gemeente. Er zijn er een flink aantal procedures bij de bezwarencommissie, juist doordat de regels ondoorzichtig zijn en de informatie over verleende vergunningen niet transparant.

3) De grens ligt nu op € 420.000. Dat is voor veel gewone Vlissingers nog steeds ontzettend veel geld. Helpt dit plan de mensen met een kleine portemonnee wel echt, of alleen de mensen die al wat rijker zijn?

420.000 is heel veel geld maar aan de prijzen van huizen kan ook POV niets doen. Als de grens van 355.000 blijft bestaan zal het aantal mensen dat 420.000 euro zou kunnen betalen ook aangewezen zijn op de huizen tot 355.000. De vraag naar de goedkopere huizen zal daardoor groter zijn. Dit is voor de kopers tot 355.000 ongunstig. Deze regeling verhoging is dus ook voor de kopers met de “kleinere” portemonnee een goede zaak.

Vragen aan het college: 1) Nu de regels voor de hele stad gelden, is er veel meer werk te doen. Heeft de gemeente wel genoeg mensen en geld om te controleren of huiseigenaren zich aan de regels houden, of blijft het bij een verbod op papier?

De huidige capaciteit voor het thema bestrijding woonfraude is ingeschaald op de huidige taken. Het is al lastig om deze compleet uit te voeren, inmiddels moeten daarin keuzes gemaakt worden in prioriteit. Bij een uitbreiding van het takenpakket (werkgebied of reikwijdte van een verordening) zal de druk op prioritering toenemen en/of de capaciteit uitgebreid moeten worden

2) Het college geeft aan dat er een kans is op rechtszaken van boze huiseigenaren of beleggers. Hoeveel geld heeft de

Indien de rechter de huisvestingsverordening onverbindend verklaart, omdat onvoldoende is aangetoond dat een vergunningplicht noodzakelijk en

gemeente opzij gezet voor deze juridische strijd en hoe voorkomen we dat de inwoners de rekening betalen?

geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte (zie artikel 2 lid 1 van de Huisvestingswet 2014), dan zijn deze kosten niet te overzien. Dit zal leiden tot schadeclaims en proceskostenveroordelingen voor de gemeente en daarmee dus voor rekening van de inwoners. Alle besluiten, vergunningen en sanctiebesluiten, op basis van de huisvestingsverordening hebben geen wettelijke grondslag meer en komen te vervallen.

3) Is inwerkingtreding van 1 maart 2026 realistisch en haalbaar?

Los van dat het college dit initiatiefvoorstel duidelijk ontraadt, is het niet realistisch en niet haalbaar. Bovendien moet het college ingevolge art. 6 van de Huisvestingswet bij een wijziging van de HVO overleg plegen met de in de gemeente werkzame toegelaten instellingen, met woonconsumentenorganisaties en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties. Voorts moet het college een wijziging van de HVO afstemmen met buurgemeenten en advies aan GS vragen.

4) Het college zegt dat er eerst een nieuw 'schaarste-onderzoek' nodig is om dit plan juridisch veilig te maken. Is het college bereid om dit onderzoek op zeer korte termijn te laten uitvoeren?

Om een dergelijk initiatief juridisch houdbaar te maken is het noodzakelijk onderzoek te doen naar waar en in welke woningcategorieën er een schaarste is die onder de reikwijdte van de Huisvestingsverordening vallen. Een woningcategorie kan bijvoorbeeld een woning tot een bepaalde WOZ-grens zijn, enkel appartementen of een bepaalde wijk van de gemeente. Het onderzoek zal duidelijk schaarste moeten aantonen in alle wijken van Vlissingen om dit initiatief “juridisch houdbaar” te maken. Dat is met de huidige onderzoeken (nog) niet aangetoond

5) U waarschuwt dat door dit nieuwe plan zelfs de huidige controles op woonfraude in gevaar komen. Kunt u precies uitleggen hoe de wijzigingen ervoor kunnen zorgen dat we de huidige handhaving (die nu wel goed gaat) kwijtraken?

Lopende handhavingsacties moeten worden gestaakt als er naar aanleiding van een aangespannen beroepsprocedure de Huisvestingverordening onverbindend wordt verklaard (een wettelijke bepaling, verordening, of beleidsregel die niet langer als geldig en toepasbaar beschouwd wordt, omdat deze in strijd is met hoger recht zoals de Grondwet, verdragen, of de Europese wetgeving) vanwege onvoldoende grondslag op basis van schaarste en leefbaarheid. Ingevolge artikel 2 van de Huisvestingswet mag de gemeenteraad slechts van zijn bevoegdheden op grond van deze wet gebruikmaken indien dat noodzakelijk en geschikt is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte. Er is dan namelijk geen wettelijke grondslag meer voor het doen van dergelijke controles.

6) U vindt dat we meer moeten afstemmen met de rest van Walcheren. Liggen Middelburg en Veere op één lijn met Vlissingen om ook zulke strenge regels in te voeren, of loopt Vlissingen dan alsnog alleen voorop?

Op grond van artikel 6 lid 2 van de Huisvestingswet is afstemming met buurgemeenten verplicht. Het voorstel sluit onvoldoende aan bij de regionale afspraken binnen Walcheren. Een eenzijdige aanscherping door Vlissingen kan leiden tot een ongelijk speelveld. Daarnaast zijn er ontwikkelingen in wet- en regelgeving (Wet Versterking Regie Volkshuisvesting) die vragen om regionale afstemming en aanpassingen van de Huisvestingverordening in relatie tot het benoemen van urgentiegroepen wat moet leiden tot een evenwichtiger woningvoorraad en een eerlijkere verdeling van schaarse

betaalbare woningen. Op dit moment zijn die gesprekken en afstemming gaande en zou deze aanpassing een eenzijdige handeling van de gemeente Vlissingen zijn die niet in lijn loopt met de Walcherse collega’s

Fractie LPV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.1 – Initiatiefvoorstel POV – Wijziging huisvestingsverordening Vraag 1.Onze fractie is het eens om het verbod op onttrekking van woningen uit te breiden naar de gehele gemeente. Waarom is ervoor gekozen om vast te houden aan de WOZ-waarde?

Antwoord De Huisvestingsverordening moet noodzakelijk en geschikt zijn voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte; alleen dan mag de gemeenteraad van zijn bevoegdheid gebruik maken (artikel 2 Huisvestingswet). Uit het onderzoek van STEC blijkt dat hier sprake van is bij woonruimte tot 355.000. Boven deze WOZ-waarde ontbreekt dus de wettelijke basis voor de verordening. De verordening is een uitzonderingsinstrument voor het rechtvaardigen van de verdeling/bescherming van de schaarse woonruimte en niet bedoeld voor de algemene regulering van de woningmarkt. Zoals eerder omschreven kan het toepassen van de verordening op de gehele woningvoorraad leiden tot een onverbindend verklaring.

2.Door vast te houden aan de WOZwaarde, zou dit kunnen betekenen dat woningen met een hogere WOZ-waarde dan de grens betaalbare koopwoningen, in bijvoorbeeld het Scheldekwartier, wel onttrokken kunnen blijven worden aan de permanente woningvoorraad? En zo ja, tegen welke voorwaarden?

Ja, voor woningen met een WOZ-waarde hoger dan 355.000 is dit mogelijk omdat deze niet onder de Huisvestingsverordening vallen. Het 'vangnet’ in dit geval is het omgevingsplan. Een tweede woning voor eigengebruik kan in de praktijk nog wel mogelijk zijn (afhankelijk van welk bestemmingsplan binnen het omgevingsplan van toepassing is). Maar verhuur waarbij de bewoners niet worden ingeschreven of toeristische verhuur is vaak niet mogelijk. Hiervoor moet de eigenaar een vergunning hebben om af te wijken van het omgevingsplan. Hier wordt kritisch naar gekeken.

3.Pagina 3. Wat wordt bedoeld met: “Alle gebruik van woningen anders dan bewoning is vergunningplichtig”. Kan dit worden toegelicht?

Zie antwoord vraag 4.

4.Waarom is 1 onzelfstandige kamer per woning vergunningvrij? In het voorstel staat nog dat: “Alle gebruik van woningen anders dan bewoning is vergunningplichtig”. Hoe verhoudt dit zich met elkaar?

Dat wil zeggen dat bij één huishouden (bijvoorbeeld een echtpaar) een extra persoon mag inwonen. Hier is geen sprake van toeristische verhuur maar puur het gezamenlijk in een woning wonen. Hier is sprake van bewoning. Bij ‘Alle gebruik van woningen anders dan bewoning is vergunningplichtig’ wordt gesproken over woningen die niet worden bewoond (op een manier waarbij inschrijving in de BRP verplicht is). Voor deze manieren van verhuur/gebruik is een vergunning nodig (als de WOZ-waarde lager is dan 355.000). Het omgevingsplan kan hier ook nog een rol in spelen.

5.Waarom wordt onderscheid gemaakt tussen toeristische verhuur betaalbare woningen en verhuur boven grens? Hoe

Omdat woningen met een hoge WOZ-waarde niet onder de Huisvestingsverordening vallen omdat hier de schaarste worden deze hier niet door beschermt. Wel zijn hier de regels

wordt dit juridisch geborgd en gehandhaafd?

van het omgevingsplan van toepassing die toeristische verhuur vaak niet toestaan. Er is dan een vergunningsprocedure nodig waar kritisch mee wordt omgegaan.

6.In de ‘was/wordt-lijst’ staat dat vergunning toeristische verhuur boven grens “tijdelijk en gemaximeerd per gebied” is. Wat is tijdelijk? Wat is gemaximeerd? En om welke gebied gaat dit? En is dit ook op een tekening in te zien? Hoe wordt dit juridisch geborgd en gehandhaafd?

Op dit moment worden vergunningen toeristisch verhuur afgegeven met een maximum van 10% per postcode/huisnummer gebied. Dit wordt intern geregistreerd en vastgelegd. De tijdelijkheid is geborgd in het feit dat de afgegeven vergunningen op naam van de eigenaar van het pand worden afgegeven en niet op het pand zelf. De vergunning vervalt dus bij verkoop van het pand.

7.T.a.v. de reactie van het college. Onze fractie constateert dat er met enige regelmaat er toch woningen worden onttrokken aan de permanente woningvoorraad en voor ander gebruik (2e woning eigen gebruik). Recent voorbeelden zijn o.a. Palingstraat 29 en Hofje de Pauw 10. Ook in het recente verleden zijn er bijvoorbeeld in het centrum woningen onttrokken aan de permanente woningvoorraad. Kan het college toelichten op basis van welke voorwaarden uit de nu geldende huisvestingsverordening deze vergunningen zijn verleend?

Deze vergunningen passen binnen de regelgeving van de Huisvestingsverordening. In deze gebieden mag maximaal 10% van een postcodegebied worden onttrokken als wordt voldaan aan het omgevingsplan en de leefbaarheidstoets. Het omgevingsplan moet niet permanente bewoning toestaan. De leefbaarheid wordt gecontroleerd door o.a. de interne meldsystemen na te kijken. Deze manier van toetsen is al meerdere malen getoetst door de commissie bezwaarschriften.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16448345/8