CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

01122023 QA 3.2 compleet

Commissie Ruimte 12 januari 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Nieuw gemeentelijk rioleringsplan2.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

: Raadsleden, collegeleden

DATUM: 12 januari 2023

VAN

: Griffie

Betreft

: Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 12 januari 2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.2 Nieuw gemeentelijk rioleringsplan de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie CDA

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 - Nieuw gemeentelijk rioleringsplan Vraag Raadsvoorstel: 1. “GRP is een beleidsmatig en strategisch plan op hoofdlijnen”: Wanneer wordt eea uitgewerkt in een beheerplan of in operationele programma’s? 2. Wat is het verschil tussen een beheerplan en een operationele programma? 3. Bovenaan pagina 2 wordt gesproken over een “collegeprogramma”. Welk programma is dit, of wordt hier het coalitieakkoord bedoeld? 4. Waarom wil college vasthouden om in 2029 het ideaalcomplex te bereiken? 5. In hoeverre draagt een ideaalcomplex bij aan een duurzame bescherming van de volksgezondheid, of aan de instandhouding van natuur en milieu of aan de afvoer van overtollige neerslag? 6. Terugkijkend, vanaf 2014, wat heeft het streven naar het ideaalcomplex onze inwoners opgeleverd?

7. Gesproken wordt over positieve risico’s bij doorschuiven investeringen (lagere tariefstijging). Betekent dat het doorschuiven van investeringen technisch mogelijk is?

Antwoord Beheerplan is al voor 75% klaar. Deze moet alleen op een paar punten worden aangepast om één-op-één aan te sluiten op het nieuwe GRP. In maart zal dit gereed zijn. Operationele plannen lopen gelijk op met de planning voor het project Toekomstbestendige Openbare Ruimte. Een beleidsplan is op strategisch niveau, een beheerplan op tactisch niveau en een operationeel programma op uitvoerend niveau. Het gaat dus van abstract naar concreet. Hiermee wordt het coalitieakkoord bedoeld.

In lijn met de eerdere besluiten van de gemeenteraad (in 2014 en 2018) is zowel het inhoudelijke als het financiële beleid voortgezet. Het bereiken van het ideaalcomplex in 2029 is daarbij het uitgangspunt. Een ideaalcomplex is een financiële term. Die wordt nu vergeleken met de inhoudelijke doelen van de rioleringszorg (appels met peren vergelijken). Wel sluit de term ideaalcomplex aan bij het begrip ‘duurzaam’. In dit geval ‘duurzaam betaalbaar’. Als we terugkijken dan heeft ‘invoering’ hiervan opgeleverd dat we nog steeds met ingang van 2029 een ideaalcomplex realiseren waardoor we vervangingsinvesteringen in 1 keer kunnen afdekken zonder dat we de lasten van deze investeringen doorschuiven naar de toekomst. Tegelijkertijd is al een deel van de investeringen direct gefinancierd, zodat daar geen rentelasten over hoeven te worden gedragen (door de huidige èn toekomstige generatie). Het (positieve) risico wat in het raadsvoorstel wordt genoemd, is dat als deze investeringen doorschuiven in de tijd de doorrekening van de tariefstijgingen rioolheffing om het ideaalcomplex te bereiken lager kunnen worden vastgesteld. Dit heeft tot gevolg dat het ideaalcomplex later gerealiseerd kan worden. Het is dus belangrijk de

8. Gesproken wordt over achterstand van € 12 mln. die in 2023 en 2024 ter hand wordt genomen. In bijlage 2 is voor 2023 en 2024 nog geen €2 10 mln aan investeringen opgenomen. Betekent dat deze €12 mln hier nog boven op komen? Of wordt de achterstand uitgesmeerd over de volledige planperiode tot 2035?

financiële gevolgen van het GRP frequenter te laten doorrekenen. In het overzicht in de bijlage hebben we inderdaad deze achterstand nog niet meegenomen. De 12 miljoen is al beschikbaar gesteld, maar moet nog worden uitgegeven. De kapitaallasten hiervan moeten nog worden toegevoegd aan de tabel kostendekkingsberekening. De achterstand wordt niet tot 2035 uitgesmeerd.

9. In hoeverre leidt deze achterstand tot problemen?

Deze achterstand leidt niet tot financiële problemen. Wel legt het een extra druk op de ambtelijke organisatie.

10. Waarom wordt de huidige voorziening niet direct volledig ingezet (zodat er minder geactiveerd hoeft te worden)?

Ten behoeve van een geleidelijke tariefsontwikkeling om in 2029 het ideaalcomplex te realiseren.

Plan 1. Is het plan nog een concept (voorpagina)? Volgens pagina 2 (of 10 ipad) zou dit een definitief plan moeten zijn.

Het is definitief als het door de raad is vastgesteld.

2. Goed om werk met werk te combineren, maar hoe wordt bewaakt wat wel en wat niet tot de kosten van riool mogen worden gerekend?

In de projectbegroting (op projectniveau) wordt de verdeling naar verschillende disciplines gemaakt (riool, wegen, groen, etc.).

3. Achterstallig onderhoud (blz 44). In hoeverre is er daadwerkelijk sprake van “achterstallig onderhoud” of is er, zoals uit de tekst blijkt, sprake van vervangingsachterstand.

Hiermee wordt hetzelfde bedoeld.

4. Paragraaf 6.6.6: is in deze langjarige vervangingsplanning ook de in het raadsvoorstel genoemde € 12 mln meegenomen? Over welke jaren?

De genoemde 12 miljoen is voor uitvoering gepland in 2023 en 2024. Dit zijn de gele blokjes (zie onderzijde legenda tabel op pag. 46).

5. Op blz 47 is op de kaart een kavel als “concept” aangeduid. Waarom is dit kavel concept? Of is dit nu achterhaald nu hier geen ontwikkelingen meer gepland zijn? En als hier ontwikkelingen gepland worden, wie betaalt dan de aanleg van het riool?

De afbeelding is een momentopname van een groot deel van de lopende en geplande projecten. Een deel hiervan zijn beheer projecten. De status “concept” heeft te maken met het vooroverleg met nutsbedrijven. Ook staan een aantal RO-ontwikkelingen afgebeeld. Hier wordt uiteraard geen geld uit de rioolheffing voor gebruikt. Dit wordt gefinancierd uit de grex.

6. Blz 71: waarom wordt de voorziening niet direct volledig ingezet? Als er onverwachts meer kosten zijn dan kan er toch ook deel van de investeringen geactiveerd worden?

Ten behoeve van een geleidelijke tariefsontwikkeling om in 2029 het ideaalcomplex te realiseren. Als er onverwachts meer kosten zijn worden deze geactiveerd. De onttrekking uit de voorziening volgt de begroting.

7. Er bestaan verschillende “stresstesten” om de kwaliteit en/of capaciteit van het riool te testen. In het plan lijken die testen niet voor te komen. Worden die testen in Vlissingen gebruikt? Of worden er andere testen of

Het totale rioolareaal wordt door een gecertificeerd inspectiebedrijf geïnspecteerd. De inspectiegegevens geven de kwaliteit van het rioolsysteem weer. Ten aanzien van capaciteit van het stelsel wordt bewust een doorkijk gemaakt met zwaardere neerslagsituaties uit oogpunt van klimaatadaptatie (blz 41)

instrumenten gebruikt om de kwaliteit te testen? Kostendekkingsberekening 1. Wat is de bron van de toename van het aantal eigenaren? Komt dit overeen met de planning van de (netto) groei van het aantal woningen?

Deze gegevens zijn gebaseerd op de gemiddelde stijging van het aantal heffingseenheden in de afgelopen jaren. Dit is gecontroleerd met de groeiprognose van het aantal woningen zoals opgesteld door de discipline wonen/volkshuisvesting.

2. Kolom 6, regel 2023: klopt hier het bedrag?

Genoemd bedrag is hetzelfde als in de vastgestelde begroting 2023 is opgenomen.

3. In het plan 2018 was het totaal van de geplande investeringen 2023 tm 2035 € 47,6 mln. In het plan 2023 is dit totaal € 64,9 mln. Met name omdat in het oude plan de investeringen vanaf 2029 ca de helft zijn van de investeringen tot 2028. Waarom is dit in dit nieuwe plan niet het geval? Betekent dit dat de achterstand op het plan 2018 niet tot 2029 wordt ingelopen maar tot 2035 en dat daarna de investeringen terug gaan tot ca de helft?

De belangrijkste oorzaak van de toegenomen investeringen (in absolute bedragen) zijn de kostenstijgingen in de afgelopen jaren (materiaal, materieel, enz.), maar ook in de toename van het areaal. Het inlopen van de achterstand is nog steeds gericht op 2029, maar het terugschroeven van de investeringen na 2035 is, gezien de genoemde prijsstijgingen, niet realistisch.

Fractie PSR

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 - Nieuw gemeentelijk rioleringsplan Vraag 1. Blz. 6. Er staat dat met de inwerkingtreding van de nieuwe omgevingswet, de verplichting om een GRP op te stellen vervalt. Hoe gaat dit er concreet voor de gemeente Vlissingen uitzien?

Antwoord Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de planvorm GRP. Dit zal worden ‘overgenomen” door een beleidsplan Stedelijk Waterbeheer en Riolering, waar inhoudelijk hetzelfde in zal staan als in een GRP. Dit plan kan als omgevingsprogramma onderdeel gaan uitmaken van de gemeentelijke Omgevingsvisie.

2. Is er geanticipeerd, bij de voorbereiding van het GRP, op de hevige regenvallen van afgelopen 5 jaar?

Op pagina 39 staat: ”Concreet wordt voor rioleringsberekeningen in bestaande gebieden uitgegaan van de richtlijn ‘geen water op straat’ bij neerslagsituatie bui 08 conform de Kennisbank Riolering (20 mm in één uur). Voor nieuwbouwlocaties geldt hierbij bui 09 (circa 30 mm in één uur). Ook wordt een doorkijk gemaakt met behulp van de zogenaamde klimaatbuien van de stichting Rioned, waarbij onderzocht wordt wat de bovengrondse effecten zijn van extreme neerslag en de mogelijkheden rondom afvoer en berging in de openbare ruimte.“ Het Vlissingse rioolsysteem voldoet aan de landelijk gehanteerde norm. Bij herinrichting wordt ingezet op klimaat adaptieve maatregelen om wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. In 2016 is door de gezamenlijke Zeeuwse gemeentes en het waterschap een inventarisatie uitgevoerd naar wateroverlast gevoelige locaties. Bij een groot deel van deze locaties is inmiddels door wijkgerichte aanpak van de openbare ruimte een aanpassing uitgevoerd. Dit rapport is in te zien. Alle meldingen welke via het KCC (telefonisch, per mail of per post) of via de MijnGemeente app bij de gemeente binnenkomen worden geregistreerd en hiervan wordt de status van de afhandeling bijgehouden. Deze zijn in te

3. Blz.13. Wij lezen dat de risicovolle en wateroverlastgevoelige locaties in beeld zijn gebracht. Betekent dit dat er wateroverlast risico’s straten/plekken in onze gemeente geïnventariseerd zijn? Kunnen we kennis nemen van dit rapport. 4. Kunnen we inzicht krijgen in de meldingen die de afgelopen jaren bij de gemeente zijn binnengekomen inzake wateroverlast in onze gemeente? Wat is er met deze klachten gedaan?

5. Worden straten die problemen met zware regenval ondervinden als eerst door de gemeente aangepakt? Zo nee, waarom niet? 6. Op welke manier is de gemeente van plan grondwater beter vast te houden?

7. Waar kunnen we een heldere projectenoverzicht en een planning voor aankomende periode vinden?

8. Blz. 34. Er staat dat de oude binnenstad, vanwege de lage ligging, gevoelig is voor wat betreft water overlast na zware regenval, wat gaat de gemeente concreet hieraan doen?

9. Blz. 37. Er staat dat eens in de 6 jaar gekeken wordt of ons rioolstelsel nog voldoende capaciteit heeft met het oog op de klimaat verandering. Is dat frequent genoeg? M.a.w. lopen we dan niet structureel achter de feiten aan.

zien. De klachten zijn opgevolgd. En waar nodig zijn maatregelen nodig. In de planning van maatregelen is frequent optredende wateroverlast een belangrijk aspect voor de prioritering. De openbare ruimte wordt al jaren klimaat adaptief ingericht. In paragraaf 7.1 staat de gemeentelijke grondwaterzorgplicht nader omschreven. Hierin staat niets over het vasthouden van grondwater, omdat dit geen gemeentelijke opgave is. De gemeente probeert wél om zoveel als mogelijk het grondwater aan te vullen door regenwater in de bodem te laten wegzakken. Dit om de gevolgen van hitte en droogte zo veel mogelijk te beperken. Deze staat op pagina 46 (paragraaf 6.6.6). Deze planning is dynamisch en wordt met regelmaat bijgewerkt aan de hand van de laatste inzichten en ontwikkelingen. In het project Toekomstbestendige Openbare Ruimte worden alle beheerdisciplines (waaronder riolering en stedelijk water) welke een opgave hebben in de openbare ruimte integraal afgestemd. Het gebied rondom de Paardenstraat is een soort aparte “polder” binnen het rioolsysteem van de binnenstad. Het heeft een eigen gemaal en is niet verbonden met het omliggende rioolsysteem. Hierdoor wordt het niet belast met het afval- en hemelwater van het omliggende gebied. Alle mogelijkheden om op een doelmatige manier de overlast zo klein mogelijk te houden, zijn al door de gemeente getroffen.

De 6 jaar is in de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland afgesproken. De gemeente Vlissingen rekent haar rioolsysteem meerdere malen per jaar door. Om de meest efficiënte maatregelen te kunnen treffen. In plaats van achter de feiten, lopen we dus vooruit.

10. Blz. 72. Waterschap en gemeente hebben een aanpak voorgesteld om de kwaliteit van de stedelijke wateren te borgen. Wat is de status van die aanpak?

Waterschap is waterkwaliteitsbeheerder en dus verantwoordelijk voor de waterkwaliteit. In gezamenlijk overleg worden problemen aangepakt. Dit is een continu proces.

11. Vanwege de personele kwetsbaarheid zijn er landelijk gezien zorgen om alle werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Werkt de gemeente Vlissingen samen met andere overheidsorganen?

Binnen de SAZ+ werkt de gemeente samen met alle Zeeuwse gemeenten, waterschap Scheldestromen en drinkwaterbedrijf Evides. Daarnaast heeft Vlissingen ambtelijk heel nauwe banden met koepelorganisatie Rioned. Ook wordt veel samengewerkt met de HZ University of Applied Sciences.

Fractie POV

Behandeld door wethouder

Onderwerp: 3.2 - Nieuw gemeentelijk rioleringsplan Kostendekkingsberekening: Vraag 1. Kolom 4: Overige posten. Dit is ongeveer de helft van de exploitatiekosten. Wat valt hier zoal onder?

Antwoord De kosten die hieronder vallen zijn de kosten van mensuren (onder andere samenwerking) en de daarbij behorende overheadkosten.

2. Kolom 10. Lijkt over een te komen met tabel 9 op blz 69. Behalve het bedrag bij 2023. Hoe komt dat?

3. Kolom 10: Zijn dit nieuwe investeringen zijnde nieuwe stukken riolering en zo ja waar heeft dit dan betrekking op? Of zijn dit vervangingsinvesteringen? Als het nieuwe investeringen zijn maken ze dan normaal gesproken geen deel uit van een GREX, wanneer dit in een nieuw te ontwikkelen gebied is?

Kleine omissie. Tabel 9 op blz 69 betreft de geraamde investeringen voor 2023 vanuit de kapitaalgoederen. Het bedrag uit kolom 10 voor 2023 is het daadwerkelijk krediet dat op dit moment voor 2023 door de raad beschikbaar is gesteld. Met dit laatste bedrag is vervolgens verder gerekend in de kostendekkingsberekeningen. Dit zijn nieuwe investeringen in de zin dat het vervanging van bestaande riolering is waar nieuwe afschrijvings- en rentelasten uit volgen (kolom 13 en 15). Dit staat naast de reeds lopende afschrijvings- en rentelasten uit het verleden (kolom 5 en 6). De aanleg van nieuwe riolering maakt hier geen onderdeel van uit, dit zit inderdaad in de GREX. Qua terminologie is dit misschien wat ongelukkig gekozen.

4. Kolom 17: in de totale kosten worden de afschrijvingen uit kolom 5 als kosten meegenomen. Dit zijn dan reserveringen? en waar komen deze bedragen terug als baten bij vervanging? Ook het directe deel investering voorziening wordt meegenomen in de kosten. De rentekosten in kolom 6 worden weer niet meegeteld in de totale kosten van kolom 17? Waarom niet?

Nee, dat zijn geen reserveringen maar jaarlijkse afschrijvingslasten. Deze komen niet terug als baten, maar worden gedekt uit de baten. De rentekosten tellen we wel degelijk mee in de totale kosten. Dat geldt ook voor het directe deel van de investeringen (kolom 11) Kolom 17 bevat ook de bedragen uit kolom 6, de kop geeft onterecht iets anders aan. In de kop is ‘+6’ vergeten, maar is wel meegenomen in de berekeningscellen. Uiteindelijk is in kolom 17 het totaal van alle lasten weergegeven.

5. Kolom 20: Is samengesteld uit kolom 18, 19, 20 en 21 dat lijkt niet te kloppen. Kunt u wellicht het overzicht complementeren (en corrigeren) met in alle kolomkoppen de herkomst/berekening van het cijfer zoals u dat doet in sommige kolomkoppen? Dan is het wellicht wat makkelijker te volgen. Bijvoorbeeld kolom 12 = 10-11

De tekst die in kolom 20 staat is niet correct, dit moet inderdaad alleen 18+19 zijn.

6. “Het is het streven om op termijn investeringen niet meer af te schrijven, maar volledig te kunnen dekken uit de rioolbaten (ideaalcomplex)”. In welk jaar denkt u dit te bereiken en hoe zeker is dit of waar is dit van afhankelijk? Hoe wordt er dan omgegaan met vertragingen of versnellingen in uitvoering van reparaties door externe omstandigheden. Zou het dan kunnen zijn dat de rioolrechten per jaar enorm gaan fluctueren omdat er geen reserve is opgebouwd?

Het streven is om het ideaalcomplex te realiseren in 2029. Vanaf dat jaar worden er in principe geen investeringen meer geactiveerd. In de eerste paar jaar zal daarvoor nog deels van het restant uit de voorziening gebruik moeten worden gemaakt, maar vanaf 2034 zijn de totale kosten en baten in evenwicht en is ook de voorziening tot ongeveer 0 gereduceerd. Er wordt met regelmaat vinger aan de pols gehouden rondom de werkelijke ontwikkelingen van kosten en baten. Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld waarin die ontwikkelingen worden meegewogen. Op die manier kan op onzekerheden en onvoorziene ontwikkelingen worden ingespeeld (zie ook paragraaf 9.3.4, blz 74). In de huidige methodiek hoeft de rioolheffing niet jaarlijks sterk te fluctueren, omdat de voorziening die fluctuatie kan dempen (tariefegalisatie). Ook is de investeringsplanning relatief vlak, met weinig grote pieken of dalen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12310111/1