CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

01122023 Q&A 3.1 compleet

Commissie Ruimte 12 januari 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Visie Spuikom8.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

MEMO GRIFFIE AAN

:

Raadsleden, collegeleden

VAN

:

Griffie

Betreft

:

Vragen en antwoorden adviesraad (Q&A)

DATUM:

12 januari 2023

Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 12 januari 2023 zijn ten aanzien van het raadsvoorstel 3.1 - Visie Spuikom de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de 2e kolom. Fractie CU

Behandeld door wethouder Cracau

Onderwerp: 3.1 - Visie Spuikom Vraag 1. Op blz. 2 van de visie staat onder meer “De kracht van een nieuwe toekomst voor de Spuikom ligt in het opnieuw de kwaliteiten van natuur en water naar voren brengen, terwijl de opgaven van parkeren en een gebouwd programma in een plan worden geïntegreerd, waarbij het geheel is meer dan de som der delen.” Dit fraaie stukje proza zegt ons inziens eigenlijk “we behouden natuur maar gaan ook bouwen en parkeren mogelijk maken in de Spuikom”. Onze vragen: a. hoeveel van de huidige natuur ( in percentages en in m2) gaat in de Spuikom bebouwd worden? b. hoeveel (in percentages en in m2) van de Spuikom krijgt de bestemming parkeren. Daarmee doelen we zowel op als onder de grond. c. welk deel van de bebouwing zal de bestemming wonen krijgen en welk deel zal gebruikt worden voor de andere door u (blz 3) genoemde bestemmingen Leisure, horecapaviljoen en voor het maatschappelijk en/of commercieel programma? d. Wat verstaat u concreet onder “maatschappelijk en/of commercieel programma”?

Antwoord 1a: Het plangebied Spuikom is ca. 88.800 m2. De onderstaande oppervlakte zijn op basis van de Visie Spuikom. In het volgend op de Visie Spuikom nog door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan zullen massa’s, oppervlaktes, ruimtelijke en programmatische kaders en functies vastgelegd worden. Bebouwing (parkeren + gebouwen) zijn geconcentreerd op de bestaande parkeerterreinen Spuikom (Glacisstraat) en Kenau Hasselaarstraat. In de huidige Spuikom kan ca. 46.000m2 – 51,8% - aangemerkt worden als groen (natuur, oevers, groenstroken, water). Groen (natuur, oevers, groenstroken, water, tuinen) beslaat in de Visie Spuikom ca. 49.000m2, ca. 55,2% van het totale grondoppervlakte. Infrastructuur (paden, wegen, straten, pleinen) ca.20.700m2, ca. 23,3% van het totale grondoppervlakte. Met name door de vormgeving van de ruimte op de parkeervolumes in de vorm van publieke ruimtes, groen, collectieve tuin of tuin wordt het ruimtebeslag van verharding in de Spuikom ten opzicht van de huidige inrichting gereduceerd met ca. 3.000m2. Dit komt voornamelijk door het omvormen van het grote versteende oppervlak van parkeerterrein Kenau Hasselaarstraat. Zie onderaan uw vragen het kaartbeeld van de huidige situatie (luchtfoto) en contouren van de in de Visie Spuikom opgenomen contouren.

1b: Voor de beoogde locaties waar geparkeerd wordt is sprake van dubbelgebruik, waarbij parkeren onder maaiveld gecombineerd wordt met aantrekkelijke openbare ruimtes, semi- openbare ruimtes of tuinen op maaiveld en bebouwing. Oppervlak parkeren Duun (Kenau Hasselaarstraat) beslaat ca. 8.500m2 (2 lagen), ca. 9,6% van het totale grondoppervlakte. Oppervlak parkeren Spuiwal beslaat ca. 8.450m2, ca. 9,5% van de grondoppervlakte.

Oppervlak maaiveldparkeren (mn. bestaand areaal Deltaweg en Kommedijk) is ca. 835m2, ca. 0,9% van de grondoppervlakte. Totaal: 17.785m2, 20% van het totale grondoppervlak. 1c: Bebouwing op de deelgebieden Spuiwalen Duun en het paviljoen in de Grote Spuikom heeft een grondoppervlak van ca. 7.700m2, ca. 8,7% van het totale grondoppervlakte van de Spuikom. Het totale programma binnen dit grondoppervlak (dus met verdiepingen) behelst ca. 33.000m2 bruto vloeroppervlak. Wonen beslaat ca. 28.000m2, leisure – cultuur omvat ca. 1.200m2 grondoppervlak wat in omvang nader uit te werken is in eventuele verdiepingen binnen de massa, horeca ca. 120m2, overig gemengd stedelijk programma (verblijfsrecreatie, commercieel, maatschappelijk) ca. 3.700m2. 1d. maatschappelijk en/of commercieel programma is nader in te vullen door de markt, waarbij het uitgangspunt is dat het aanvullend op de binnenstad dient te zijn en geen voeding uit de binnenstad mag trekken en bij moet dragen aan de aantrekkelijkheid van de Spuikom. In de abstractie van een gebiedsvisie wordt dit niet nader uitgewerkt. De functies voor het gemengd stedelijk programma dienen nader uitgewerkt te worden in het omgevingsplan, welke vastgesteld wordt door de gemeenteraad. 2. Op blz.

3 onder “Planning ontwikkeling Spuikom” schrijft u dat na de besluitvorming over de Visie Spuikom “in 2023 de visie verder wordt uitgewerkt en onderzoeken worden uitgevoerd. In 2024 moeten de voorbereidingen starten, enz. a. welke onderzoeken worden nog uitgevoerd? b. krijgt de gemeenteraad de resultaten van deze onderzoeken te zien? c. wordt de gemeenteraad nog (besluitvormend) geconsulteerd voordat de voorbereidingen in 2024 starten?

2a: in paragraaf 6.3 (pag. 84) wordt een overzicht gegeven van de nog uit te voeren onderzoeken die specifiek relevant zijn voor de Spuikom. Daarnaast worden alle reguliere onderzoeken uitgevoerd, welke benodigd zijn voor de te doorlopen planologische procedure(s). Dit betreft onder meer onderzoek naar stikstof depositie, lucht- en geluidskwaliteit (verkeer), externe veiligheid, etc. 2b: de gemeenteraad zal te zijner tijd het omgevingsplanof plannen vaststellen. De onderzoeken maken hier integraal onderdeel van uit. De gemeenteraad besluit twee maal per jaar bij de herziening van de grondexploitaties over de voortgang van de ontwikkeling van de Spuikom en verkrijgt op dat moment ook de actuele projectinformatie. Resultaten uit onderzoeken worden verwerkt in de herzieningen van de grondexploitaties, waarmee een constant geactualiseerd beeld blijft van de gezette stappen en risicobeheersing. 2c: zie beantwoording vraag 2b.

3. Volgens bijgevoegde kaart uit geogegevens van de provincie blijkt dat op het aangegeven gedeelte kennelijk een zoute kwel zit die problemen zou kunnen geven bij bebouwing. Wordt op dit deel inderdaad gebouwd en zo ja, is er onderzoek gedaan naar de gevolgen van deze kwel voor de bebouwing?

Het aangegeven gebied is onderdeel van het deelgebied Spuiwal, alwaar bebouwing is voorzien De gegevens op de kaart zijn gecombineerde met data verkregen uit metingen en verwerkt in een GIS model. De gegevens zijn van voor de aanleg van het thans aanwezige grondlichaam. Mocht zoute zwel op deze locatie problemen geven voor de overige delen van de Spuikom of omgeving als gevolg

van verdringing, dan hadden deze zich de afgelopen periode reeds gemanifesteerd. Of en in welke mate zoute kwel in de Spuikom optreedt, zal door sonderingen ter plekke onderzocht en geanalyseerd worden. Dit is onderdeel van het nog uit te voeren hydrologisch onderzoek. Overigens is bebouwing in combinatie met de uit de kaartbeelden verkregen inzichten aangaande zoute kwel meer voorkomend in Vlissingen, onder meer in een groot deel van de Bloemenbuurt, zie kaartbeeld:

4. Op blz. 4 bij “Kanttekeningen en risico’s”schrijft u : “in de komende fase worden onder meer ecologisch onderzoek, hydrologisch en verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd” a. welke risico’s zijn er verbonden aan de uitkomst van deze onderzoeken? b. in hoeverre kunnen de uitslagen van deze onderzoeken de Visie Spuikom nog beïnvloeden?

4a: Alle beschikbare inzichten over de Spuikom, eerdere verkenningen, ervaringen binnen gebiedsontwikkelingen en reeds uitgevoerde onderzoeken ondersteunen dat de uitvoering van de Visie Spuikom haalbaar en uitvoerbaar zijn. Onderzoeken zullen vooral antwoord geven op de vraag hoé de Visie Spuikom gerealiseerd kan worden en richting geven aan de wijze van uitvoering en eventuele maatregelen ter risicobeheersing. 4b: Als bij iedere ruimtelijke ontwikkeling kunnen resultaten van onderzoeken leiden tot bijstelling van inrichtings- of bouwplannen. Uitkomst van onderzoeken kunnen leiden tot aanvullende maatregelen, wijzigingen in de inrichting, bouwkundige maatregelen, risicobeheersingsmaatregelen.

Onderzoeken zijn dan ook onderdeel van de planologische procedure – het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan- of plannen – die vooraf

gaat aan uitvoering, waarbij de resultaten integraal onderdeel zijn van de afweging. De uitkomsten van onderzoeken worden verwerkt in de risicoanalyse behorende bij de grondexploitatie Spuikom, welke twee maal per jaar (bij de herziening van de grondexploitatie) wordt herijkt. 5. In bijlage 1 – gebiedsvisie- schrijft u ook dat zout water zowel door kwel als door zeewater (via de Coosje Buskenstraat) in de Spuikom komt. U wilt dit voorkomen door middel van zoetwaterlens waarbij het zoete water het zwaardere zoute water in bedwang houdt. Tegelijkertijd brengt dat het risico met zich mee dat het zoete water brak wordt en zeker in tijden van droogte de zoetwaterlens niet goed functioneert. a. ziet u dit risico ook? b. gaat u ook andere methoden om de zoute kwel te bedwingen onderzoeken en zo ja, welke?

5a: Nee, wij verwachten dit risico niet. Voorzien wordt om vanuit de binnenstad (omgeving Schutterijstraat – Zeemanserve – Coosje Buskenstraat) met iedere regenbui een grote hoeveelheid hemelwater op de Spuikom te lozen. Hierdoor zal de zoetwaterhoeveelheid altijd groter zijn, en de invloed van kwel minder groot zijn dan in de huidige situatie het geval is. In ieder mogelijk scenario zal de situatie verbeteren.

6. In bijlage 1 – gebiedsvisie- schrijft u dat de pier een eyecatcher wordt. a. vindt u het geen risico dat deze pier naast eyecatcher ook een financieel blok aan het been van Vlissingen gaat worden? b. betekent “Gekoppeld daaraan is een plek denkbaar met horeca en, terras gekoppeld aan pier.” (vreemde zin, maar het is een citaat uit uw bijlage) dat de aan deze pier verbonden horeca ook onderhoud en exploitatie van deze pier voor haar rekening gaat nemen?

6a: de realisatiekosten van de pier zijn integraal onderdeel van de notitie met kostenraming (geheim) welke toegevoegd is aan het raadsvoorstel. De beheerkosten worden inzichtelijk gemaakt bij verdere uitwerking. Sober en doelmatig onderhoud is conform vigerend beleid hierbij het uitgangspunt, waarop de pier ook wordt ontworpen met duurzame en onderhoudsarme materialen.

5b: het hydrologisch onderzoek zal in brede zin zich uitspreken over de uitwerking van de waterhuishouding in de Spuikom, uitgaande van het aangegeven onder de beantwoording bij 5a.

6b: De bedoelde horeca is voorzien in het paviljoen in de Grote Spuikom, vanwaar een directe verbinding loopt naar de pier middels een trap. De zin zal tekstueel bijgesteld worden voor behandeling van de Visie Spuikom door de gemeenteraad. Het in onderhoud en exploitatie geven van publieke voorziening - als bijvoorbeeld de pier of speelplek - bij een commerciële derde is ter nadere overweging. Gelet op het publiek karakter lijkt dit voor de pier niet aannemelijk, daar dit in exploitatie geen directe relatie heeft tot het paviljoen in de Grote Spuikom. Voor bijvoorbeeld een publieke speelplek kan dit anders liggen.

7. In bijlage 5 – parkeren- schrijft u (onder 5) “Gunstigere gemeentelijke financieringsvoorwaarden en schaalvoordelen kunnen daarbij gebruikt worden om de kosten van het parkeren zo beperkt mogelijk te houden”. a. waarom dienen deze parkeerkosten beperkt (verkapt gesubsidieerd) te worden en niet gewoon marktconform b. welke financiële risico’s zijn er voor de gemeente aan verbonden aan instandhouding en exploitatie aan de transformatie van de aanwezige

7a: De bijlage geeft een nadere verdiepingen op mogelijkheden, ontwikkelingen/actualiteiten en aandachtspunten aangaande de parkeer- en mobiliteitsoplossing voor binnenstedelijk gebiedsontwikkeling in algemene zin en de Spuikom specifiek. Besluitvorming over de parkeertarieven is aan de gemeenteraad. De Visie Spuikom doet, vanuit het abstractie niveau van deze gebiedsvisie. geen uitspraken over de tarifering noch de wijze van exploitatie. 7b: (financiële) risico’s worden inzichtelijk gemaakt worden bij de uitwerking van de parkeeroplossing en

parkeerterreinen naar twee centrale gebouwde voorzieningen c. waarom moet de gemeente deze extra kosten voor haar rekening nemen (lees de bevolking) en komen de kosten niet volledig bij de gebruikers/parkeerders te liggen?

voorgelegd aan de gemeenteraad bij besluitvorming. Het in de Visie Spuikom gehanteerde uitgangspunt ten aanzien van parkeren, is dat parkeren gekoppeld aan het te realiseren programma voor kosten (realisatie en exploitatie) van de eindgebruiker is. Allen de kosten voor de realisatie cq. handhaving van het aanwezige openbaar parkeerareaal is in de plan economische notitie (geheim) toegerekend aan de investeringskosten van de gemeente. 7c: openbaar parkeren is onderdeel van de gemeentelijke parkeerexploitatie. Eenzelfde lijn als elders in de stad (parkeergarage Scheldeplein, parkeergarage De Fonteyne) is gehanteerd voor de Visie Spuikom. Kosten voor bewonersparkeren gekoppeld aan woningen in de Spuikom zijn voor kosten van de gebruikers (bewoners).

8. Hoe denkt u te voorkomen dat deze parkeergarages verliesgevende en dus geldslurpende “slagboomparkeervoorziening” gaan worden?

Ten behoeve van een efficiënte parkeeroplossing- en exploitatie beschrijft de Visie Spuikom de inzet op slimme toepassing van mobiliteitsconcepten en parkeernormen en dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Vanuit efficiënt ruimtegebruik is gebouwd parkeren gecombineerd met andere functies op maaiveld. Gelet op het beoogd programma in de Visie Spuikom (wonen, leisure, park) en het reeds aanwezige aanbod in de omgeving (boulevards, cinema, kernwinkelgebied, strand) en bereikbaarheid aan de rand van de binnenstad, valt een hoge gebruiksgraad te verwachten gedurende de dag en het jaar, waarmee een dekkende parkeerexploitatie realistisch wordt geacht. De Visie Spuikom is een ruimtelijk, programmatisch en inhoudelijk wenkend perspectief. Er worden realistische en onderbouwde ambities uitgesproken, die nog nadere uitwerking vragen. De uitwerking van de parkeerbalans is afhankelijk van het uiteindelijke programma. Deze parkeerbalans zal leidend zijn voor de uiteindelijke (omvang van) de parkeervoorziening. Op basis hiervan wordt een opzet gemaakt voor de parkeerexploitatie van nieuw te realiseren parkeervoorzieningen. Ontwikkeling van de Spuikom binnen de door de gemeenteraad geformuleerde uitgangspunten voor de Visie Spuikom, is zonder gebouwde parkeeroplossingen ruimtelijk onmogelijk.

Besluitvorming over de realisatie van publieke parkeergarages is aan de gemeenteraad (omgevingsplan + beschikbaar stellen krediet). Waarbij de gemeenteraad een voorstel ontvangt met inbegrip van het exploitatiemodel en voorstel tot verwerking hiervan in de gemeentelijke parkeerexploitatie.

Verbeelding kaartbeeld Spuikom grondgebruik huidig – toekomst. Fractie PSR

Behandeld door wethouder Cracau

Onderwerp: 3.1 - Visie Spuikom Vraag 1. Er staat in de stukken dat er een abstract 3D model zou zijn. a. Hoe lang duurt het om een niet abstract maar reëel 3D model te modelleren? b. De PSR zou graag voor besluitvorming een 3D presentatie zien van het geheel omdat nu niet goed te zien hoe hoog gebouwen worden en hoe massaal het geheel wordt. c. Wat zijn de consequenties als we besluitvorming uitstellen totdat het toegezegde 3D model er is?

Antwoord 1a: Het huidige hoogtemodel is reëel en maatvast. Verbeeldingen uit het 3d-hoogtemodel zijn bijgevoegd als bijlage bij de Visie Spuikom. In dit hoogtemodel zijn bouwhoogtes conform de Visie Spuikom en de hoogtes van het maaiveld als opgenomen in de Visie Spuikom opgenomen. Om tot een zeer verfijnd hoogtemodel te komen dient uitwerking gegeven te worden aan bouw- en inrichtingsplannen in samenwerking- en spraak met betrokkenen en derden, waarbij deze uitwerking ook gebaseerd zijn op onderzoeken. Deze onderzoeken en uitwerkingen moeten echter wel gebaseerd zijn op ruimtelijke uitgangspunten (een visie). Nu ligt voor een visie (ambities en hoofdlijnen) wat nadere uitwerking vraagt, wat leidt tot verdere verfijning van het hoogtemodel. 1b: Er zal een ‘filmpje’ gemaakt worden waarbij virtueel door het 3d-hoogtemodel wordt “gevlogen”. 1c: Het 3d hoogtemodel op het abstractieniveau van de gebiedsvisie is beschikbaar. Dit hoogtemodel is reëel en maatvast op basis van de in de Visie Spuikom omschreven ruimtelijke ambities. De verbeeldingen zijn uit diverse standpunten toegevoegd als bijlage bij de Visie Spuikom. Verdere verfijning van het hoogtemodel is in deze fase niet mogelijk, noch zal het leiden tot fundamentele bijstellingen of inzichten op het abstractieniveau van een gebiedsvisie leiden.

2. In de strategische visie 2040 staat dat toeristen en bezoekers buiten de stad parkeren en milieuvriendelijk naar het centrum worden gebracht. a. Hoeveel parkeerplaatsen (maaiveld) zijn er op het terrein aan de Kenau Hasselaarstraat? b. Hoeveel van deze parkeerplaatsen van de Kenau Hasselaarstraat worden gecompenseerd in de parkeergarages onder de gebouwen? c. Is parkeren in de spuikom “buiten de stad”? Hoe strookt dit met de visie 2040

2a: Op het parkeerterrein zijn thans 250 openbare parkeerplaatsen beschikbaar.

3

3a: Het dictum kan als volgt aangevuld worden: beslispunt 3. Voor de verdere ontwikkeling en uitwerking van de Spuikom het uitgangspunt te hanteren dat het integrale financieel kader van de gebiedsontwikkeling sluitend dient te zijn, waarbij kosten en baten in overeenstemming dienen te zijn. Hiermee ontstaat bijvoorbeeld ruimte om vanuit de ambities en perspectieven van de Visie Spuikom in de verdere uitwerking minder kosten te vertalen in minder programma (baten).

a. b. c.

d.

In het RVS staan drie besluiten in het dictum. Het financiële kader (van de grondexploitatie) “Geen opbrengsten maximalisatie, maar ook geen extra financieel verlies” ontbreekt bij de besluitvorming. Kan dit uitgangspunt opgenomen worden in het dictum? Hoe bewaken we dit financiële plaatje Kunnen we kosten en risico’s spreiden door niet met een actieve maar voor een passieve grondexploitatie te kiezen? Heb je voor een passieve grondexploitatie een “strakker geschreven” visie nodig of volstaat dit visiedocument?

2b: Het volledig openbaar parkeerareaal wordt gecompenseerd. 2c: Parkeren in de Spuikom is niet buiten de stad. Het parkeren in de Spuikom vervult thans een behoefte voor de functies alhier, maar ook voor de binnenstad en boulevards. In de Visie Spuikom is uitgegaan van het behouden van het bestaande parkeerareaal, maar dit niet uit te breiden en in te zetten op slimme vormen van mobiliteit, parkeernormen en dubbelgebruik. Een nadere afweging en parkeerbalans dient uitgewerkt te worden, waarbij in lijn met de Strategische Visie 2040, er door de gemeenteraad voor gekozen kan worden om minder openbaar parkeren hier te realiseren maar dit elders – buiten de stad - een plek te geven.

3b: De gemeenteraad stelt twee maal per jaar de herziening van de grondexploitaties vast. 3c: De grondexploitatie Spuikom is een actieve grondexploitatie, waarbij de gemeente de grondexploitatiekosten (boekwaarde grond, plankosten, bouw- en woonrijp maken) zover als mogelijk goedmaakt door de opbrengst uit grondverkoop. Deze methodiek wordt ook wel aangeduid met actief grondbeleid. De tegenhanger is passief of facilitair grondbeleid, waarbij de gemeente kaders stelt voor een ontwikkeling en haar eigen kosten verhaalt op ontwikkelende partijen die op basis van grondeigendom kunnen ontwikkelen. De berekening van dit kostenverhaal zou als een passieve grondexploitatie kunnen worden aangeduid, maar in feite is het geen grondexploitatie. In het geval van de Spuikom is de gemeente volledig eigenaar van de grond en is die zin altijd sprake van actief grondbeleid. De speelruimte zit in welke mate de gemeente investeringen in het gebied zelf doet en via grondverkoop verhaalt. Het is mogelijk om het gehele terrein in huidige staat te verkopen aan een ontwikkelende partij die vervolgens zelf alle investeringen doet voor de uitwerking en onder meer het bouw- en woonrijp maken.

Dit zal dan tot uitdrukking komen in de prijs die de gemeente ontvangt bij verkoop van het terrein aan die ontwikkelaar(s). 3d. De Visie Spuikom voldoet voor iedere vorm van grondexploitatie die toegepast kan worden. Uitwerking van de ruimtelijke en programmatische kaders dienen uitwerking te krijgen in een – door de gemeenteraad vast te stellen – omgevingsplan- of plannen.

Fractie GL

Behandeld door wethouder Cracau

Onderwerp: 3.1 – Visie Spuikom Vraag In de toegezonden stukken over de Spuikom lezen we niet expliciet hoe er wordt omgegaan met de verzilting van het spuikomwater. In geval van stormwater of overstroming van zeewater van de Westerschelde, komend via de Trompstraat, Krommedijk, Kenau Hasselaarstraat of Coosje Buskenstraat, waar wordt dit water opgeslagen en hoe wordt dit weer afgevoerd?

Antwoord Het lange termijn perspectief vraagt nadere uitwerking. In de theoretische benadering is uitgegaan van berging van overslaand stormwater in een scenario na 2070 in de Spuikom. Voorzien wordt om vanuit de binnenstad (omgeving Schutterijstraat – Zeemanserve – Coosje Buskenstraat) met iedere regenbui een grote hoeveelheid hemelwater op de Spuikom te lozen. Hierdoor zal de zoetwaterhoeveelheid altijd groter zijn, en de invloed van zoute kwel minder groot zijn dan in de huidige situatie het geval is. In ieder mogelijk scenario zal de situatie verbeteren. In het geval van overslaand stormwater op lange termijn zal dit een tijdelijke piek betekenen. Afvoer zal gebeuren via eenzelfde wijze als het huidige stedelijk watersysteem van de Spuikom wat gekoppeld is aan de Vlissingse watergang. Daarnaast valt in de verdere uitwerking het in bredere context vanuit stedelijk water beheer te onderzoeken of operationeel zoutwaterbeheer in de stad kansen biedt om verspreiding van zoute kwel tegen te gaan in relatie tot klimaatverandering. Tijdelijk afdammen van peilvakken met veel zoute kwel in droge perioden waardoor de rest van de het gebied relatief zoet wordt gehouden. Het tijdelijk geborgen zout wordt tijdens regenbuien afgevoerd wanneer het sterk verdund wordt.

Om tot een goede besluitvorming te komen, zouden wij graag eerst een maquette van het project willen zien. Hierbij kunnen we een afweging maken van onder andere het verkeer dat onder de pier door moet kunnen over de Spuikomweg. Is er een maquette beschikbaar? Kan deze maquette tentoongesteld worden voor belangstellende in het stadhuis?

Er is een virtueel 3d hoogtemodel opgesteld, wat maatvast is ingetekend op basis van het abstractieniveau van de gebiedsvisie. Er is geen fysieke maquette.

Wordt er ook gedacht aan het opslaan van hemelwater, zodat er een buffer aan zoetwater ontstaat wanneer we als stad te maken krijgen met extreme warme zomers?

Zie beantwoording vraag 1: Voorzien wordt om vanuit de binnenstad (omgeving Schutterijstraat – Zeemanserve – Coosje Buskenstraat) met iedere regenbui een grote hoeveelheid hemelwater op de Spuikom te lozen.

Het onder de pier doorrijden is mogelijk vanuit de bestaande maatvoering en zal een vereiste zijn voor realisatie. Uit het hoogtemodel blijkt dat dit ook passend kan.

Onder wat mag het kosten staat een uitleg die wij graag verder en eenvoudiger uitgelegd zouden zien. Duidelijk is dat het gebied een miljoenenproject betreft. Daarom vragen wij u: is het mogelijk elk van de 4 onderdelen, duin, spuigat, spuikom en kleine spuikom op te delen in deelprojecten waarbij we vooraf het budget bepalen? Zodat we kunnen afschaffen wanneer een project door financiële tegenvallers niet haalbaar blijkt te worden.

De tekst wordt vervangen door onderstaande tekst: Voor de Spuikom is nu een grondexploitatie met daarin alle gemaakte en verwachtte te maken kosten en baten. Als de gebiedsontwikkeling van de Spuikom klaar is wordt verwacht dat er tussen de €6,1 mln. (scenario laag) en € 5,0 mln (scenario midden) verlies wordt geleden door de gemeente. Omdat ook in het beste geval (scenario midden) er sprake is van een verwacht verlies, is hier al rekening mee gehouden in de gemeentelijke begroting voor de lange termijn. Voor het verschil tussen de €6,1 mln. en € 5,0 mln. is geld gereserveerd om tegenvallers op te vangen. De huidige grondexploitatie gaat er vanuit dat de gemeente in 2023 klaar is met de ontwikkeling van de Spuikom en dat dan alle kosten en baten zijn gemaakt. De Spuikom is nu een integrale grondexploitatie over de vier deelgebieden, waarbij kosten en baten het eindresultaat van het geheel bepalen. De in de deelgebieden Spuiwal en Duun behaalde baten zijn de kostendragers voor de kosten (investeringen) in onder meer de deelgebieden Grote Spuikom en Kleine Spuikom.

Fractie POV

Behandeld door wethouder Cracau

Onderwerp: 3.1 – Visie Spuikom Vraag 1. Is de visie de vaststelling van ambities? Kunt u specifiek maken welke ambities we willen waarmaken en waarom er dus zoveel massa gebouwd moet worden?

Antwoord De gemeenteraad heeft voor het college uitgangspunten vastgesteld. Met de voorliggende Visie Spuikom wordt aan deze uitgangspunten invulling gegeven. Dit vertaald zich onder meer in uitgangspunten aangaande de toegankelijkheid van de Spuikom, de ruimtelijke kwaliteit, de ecologische meerwaarde en de gebruikswaarde van de Spuikom. Als gemeenteraad heeft u het volgende (financiële cq. plan economische) uitgangspunt vastgesteld: “8. Geen opbrengsten maximalisatie, maar ook geen extra financieel verlies. In de bijbehorende (populaire) notitie van uitgangspunten is dit als volgt vertaald: - Het nieuw te schetsen perspectief vanuit een herijkte Visie Spuikom heeft niet tot doel om zo veel mogelijk (grond)opbrengsten te realiseren. Dit zou een onevenredig grote druk leggen op de eerdere inhoudelijke uitgangspunten. Het beperken van het financiële verlies (op eindwaarde: scenario ‘midden’) voor de gemeente Vlissingen mag door de Visie Spuikom echter ook niet verder oplopen.“ Als kostendrager voor het openbare programma (inrichting park Spuikom, inrichting openbare ruimte, parkeervoorzieningen, pier, speelruimte, etc.) is bouwprogramma (mn. woningbouw) benodigd om aan het door de gemeenteraad vastgestelde (financiële) uitgangspunt te voldoen. Wanneer minder massa gebouwd wordt, geeft dit lagere (grond)opbrengsten. Dit zal zich – in vervolg op

het door de gemeenteraad vastgestelde uitgangspunt (8) – vertalen in een bijstelling van de inhoudelijke ambitie voor de invulling van de Spuikom, met name het park in de Grote Spuikom, de openbare inrichting en de parkeervoorzieningen. 2. Het huidige bestemmingsplan (als we het goed begrijpen) geeft ruimte aan 350 woningen. In dit plan 330 terwijl juist bij het begin van de ontwikkeling meermaals gezegd werd dat het niet de bedoeling zou zijn zoveel te bouwen. Hoe komt dat zo?

Het huidige bestemmingsplan heeft geen rol gespeeld in de totstandkoming van de voorliggende Visie Spuikom. Zo veel mogelijk bouwen is dan ook geen uitgangspunt. Binnen de door de gemeenteraad vastgestelde 8 uitgangspunten een Visie Spuikom opleveren wel. Zie voor het overige de beantwoording van vraag 1.

3. De gebiedsvisie voor de Spuikom biedt een wenkend perspectief, maar is geen knellend keurslijf. Het streefbeeld dat in de Visie Spuikom wordt geschetst geeft vooral de gewenste ontwikkelingsrichting aan, waarbinnen er marges zijn om in de verdere uitwerking de diverse onderdelen goed passend te maken. Kunt u een voorbeeld geven wat er bijvoorbeeld zo kan veranderen?

Voorbeeld: wanneer blijkt als gevolg van onderzoek naar het windklimaat dat een bouwblok een beperkt andere positionering vraagt of vermindering van massa, dan is hiervoor de mogelijkheid. De Visie Spuikom zal uiteindelijk zijn vertaling krijgen in een omgevingsplan waarover de gemeenteraad besluit. In dit omgevingsplannen worden harde kaders gesteld en onderbouwd met de daarvoor relevante onderzoeken.

4. Heeft de gemeenteraad/ bevolking/college daar dan nog wat over te zeggen? Wie gaat er bijvoorbeeld de beslissingen nemen of het 5, 6 of toch 7 verdiepingen hoog gaat worden? Of beter; wat de totale hoogte of volumes van de verschillende gebieden mag zijn?

De Visie Spuikom is een ruimtelijk en programmatisch perspectief met ambities. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad om middels vaststelling van een omgevingsplan ( = bestemmingsplan) om de planologische kaders in omvang, hoogte, programma, etc. vast te stellen.

5. Wat is de verdere volgorde en waar zijn de punten waar we (bewoners, gemeenteraad, college) nog inspraak hebben hoe de daadwerkelijke invulling gaat zijn? Wordt er een totaal bestemmingsplan gemaakt of gaat dit per deelgebied? Het zou kunnen dat dit tot rare combinaties kan leiden die helemaal niets meer met de visie te maken heeft. Dat ontwikkelaars de groene daken en muren te kostbaar vinden? Hoe voorkomt u dit?

Alvorens over te gaan tot ontwikkeling zal de gemeenteraad een omgevingsplan- of plannen vast moeten stellen. Meest voor de hand liggend is een omgevingsplan voor de Spuiwal en Grote Spuikom en een omgevingsplan voor het Duun en de Kleine Spuikom, wat na vaststelling van beide een samenhang geheel als ruimtelijk planologisch kader vormt. Een door de gemeenteraad vastgestelde Visie Spuikom is leidend voor het omgevingsplan. Op de omgevingsplannen is via de reguliere procedures (onder de Omgevingswet) inspraak mogelijk.

Als voorbeeld verwijzen wij naar de door u gemeenteraad vaststelde Ontwikkelingsvisie Scheldekwartier, waarbij per deelontwikkeling u als gemeenteraad de kaders voor de ontwikkeling vast stelt middels een bestemmingsplan en herziening van de grondexploitaties.

De ambities als opgenomen in de Visie Spuikom zal dan ook leidend voor de selectie van de ontwikkelende partner(s) en onderdeel zijn van selectie vereisten. Kwalitatieve afspraken over de uitvoering van plannen worden vervolgens vastgelegd in overeenkomsten. 6. Veel vraagtekens en nog veel onderzoek nodig. Wanneer een deel van de visie helemaal niet mogelijk blijkt en waardoor het andere deel van de visie minder aantrekkelijk wordt: Hoe gaat u dat oplossen?

Op basis van de beschikbare inzichten over de Spuikom, eerdere verkenningen, ervaringen binnen gebiedsontwikkelingen en reeds uitgevoerde onderzoeken is er geen reden te veronderstellen dat de voorliggende Visie Spuikom niet realiseerbaar zou

zijn. Onderzoeken zullen derhalve vooral antwoord geven op de vraag hoé de Visie Spuikom gerealiseerd kan worden. De gemeenteraad stelt twee maal per jaar de herziening van de grondexploitatie vast met mogelijkheid bij te sturen. 7. Er moet nog veel onderzoek gedaan worden naar zoetwater/zoutwater/ overstromingen/opvang van water/kwel etc. Gaan deze onderzoeken plaatsvinden voordat er gebouwd gaat worden? Het zou anders zo maar kunnen zijn dat de bebouwing in de weg staat of niet voldoet aan de eisen die er dan aan gesteld worden. Of dat een deel van de visie daarbij niet uitvoerbaar blijkt. Wat dan?

Het model van lange termijn kustveiligheid en het in bepaalde mate accepteren van gereguleerde overslag van zeewater bij stormen vraagt nadere uitwerking. Dit model is vooral theoretisch inzichtelijk gemaakt om verder te kijken dan sec het traditionele denken van het verhogen van de primaire zeewering aan de zeezijde. Bij deze variant zou als gevolg van een dijkverzwaring de oudere bebouwing (voor 1985) op de boulevards (voor de Spuikom specifiek Boulevard Bankert) waarin het Vlissings model niet is geïntegreerd naar verwachting gesloopt moet worden om de dijk (primaire waterkering) op hoogte te brengen. Op basis van de bestaande doorrekeningen is van dit scenario overigens pas sprake na 2070 (afhankelijk van scenario zeespiegelstijging). Onderzoeken naar dit model zullen samen met het Waterschap Scheldestromen, als verantwoordelijk orgaan voor de waterveiligheid, uitgevoerd worden. Waarbij financiering onderdeel is van de afweging en verkenning. Bij het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan zal de waterveiligheidsoplossing een integraal onderdeel zijn van de afweging, daar dit een verplicht onderdeel is wanneer ruimtelijke ontwikkeling in de kustzone (beschermingszones) planologisch mogelijk gemaakt worden.

8. Welke maatregelen moeten er genomen worden als de verbreding van de zeewering niet wordt gedaan als voorgesteld maar anders door het waterschap wordt ingevuld?

Zie beantwoording van vraag 7: als gevolg van een dijkverzwaring zal de oudere bebouwing (voor 1985) op de boulevards (voor de Spuikom specifiek Boulevard Bankert) waarin het Vlissings model niet is geïntegreerd naar verwachting gesloopt moet worden om de dijk (primaire waterkering) op hoogte te brengen.

9. Uit oogpunt van voorkomen van zwakke schakels in de toekomstige waterkering wordt Duun wordt over de volle lengte in technische zin continue gemaakt, ook daar waar wegen of paden dwars op de kust geprojecteerd zijn. De innovatieve kustverdediging via de ‘verbrede waterkering’ biedt de basisveiligheid op lange termijn”. Betekent deze aanpak dat de gemeente ook aanspraak kan maken op financiële middelen die bedoeld zijn voor dijkverzwaring, dijkverbetering of anders?

Onderzoeken naar dit model zullen samen met het Waterschap Scheldestromen, als verantwoordelijk orgaan voor de waterveiligheid, uitgevoerd worden. Deze verkenning is met inbegrip van (co)financiering van de aanpak, waarbij op korte termijn maatregelen getroffen worden voor waterveiligheidsopgave op lange termijn. In beginsel mag een ruimtelijke ontwikkeling niet belemmerend zijn voor een toekomstige dijkverzwaring en geldt in de eerste beschermingszone van de primaire kering – in het geval van de Spuikom de hele zone tussen Boulevard Bankert en de Spuikomweg – medewerking aan ruimtelijke ontwikkelingen vanuit het “nee, mits” principe.

Vanuit dit principe zijn alle ruimtelijke ontwikkelingen in de stedelijke kustzone, met inbegrip van de bebouwing op de boulevards Evertsen en Bankert na medio jaren ’80 gerealiseerd. 10. Achter de boulevards is ruimte voor een programma dat de schaal van de plek overstijgt. “Onderscheidende leisure ….” . Waar denkt u aan?

Leisure programma dat niet alleen een rol vervult voor de Spuikom en directe omgeving, maar ook voor bezoekers van buiten Vlissingen. Concrete invulling hiervan is nader in te vullen in samenspraak met de markt, waarbij de gemeente zowel vanuit haar publieke rol (vergunningverlening, omgevingsplan) als private betrokkenheid (verkoper grond: anterieure overeenkomst) kan sturen.

11. Speelautomaten hal, casino, fastfood. Zijn dit de zaken waar de quality seeker en de urban explorer (onze Vlissingse doelgroepen) naar op zoek zijn?

De door u genoemde voorbeelden zijn niet op deze wijze opgenomen in de Visie Spuikom. Genoemd is: “Denkbare programma’s zijn gerelateerd aan doeactiviteiten en sport, zoals bowling, biljart, binnenspeeltuin en padel. Indoor ondergrondse ruimte kan ook gebruik maken van het feit dat donker aanwezig is, of beslotenheid, glow in the dark minigolf, casino, lasergamen, virtual reality, escape room.”(pag 30). Een combinatie van leisure programma kan een brede doelgroep aantrekken. Niet alleen gericht op de bezoekende doelgroepen, maar zeker ook de bevolking van Vlissingen.

12. Deze activiteiten lijken ook niet geschikt voor jonge gezinnen zeker niet als we kijken naar de opgave die we als Nederland hebben t.a.v bewegen en gezonde voeding De beoogde exploitanten van de Leisure verwijzen zelfs in hun inspraakreactie op de Spuikomvisie naar dit soort activiteiten. Is het mogelijk deze activiteiten juist uit te sluiten in een visie? Willen we als Vlissingen niet een gezonde en duurzame stad zijn?

Er is thans geen beoogde exploitant voor de leisure in de Spuikom, noch voor andere functies in de Spuikom.

13. Deze beoogde exploitanten spreken ook over nachtvermaak. Is dit bij voorbaat uit te sluiten in deze visie? In een woonomgeving is geen nachtvermaak gewenst.

Zie de beantwoording van vraag 12.

14. U spreekt van semi-openbaar toegankelijkheid, en (semi) private buitenruimtes Wat betekent dat, wat zijn dat?

Dit betreft ruimtes die in de regel openbaar toegankelijk zijn maar niet in beheer noch eigendom van de gemeente, maar behorend bij het gebouw waarbij de buitenruimte is gelegen.

15. Pleinruimte tussen de cinema en de Leisure functie, daar ligt toch de spuikomweg? Of gaat de weg eronder door of overheen?

De weg is onderdeel van het plein. Een vergelijk kan getrokken met de inrichting van het Naereboutplein, waarbij de rijbaan integraal onderdeel is van de hoogwaardige ruimte kwaliteit van de openbare ruimte.

Een gebiedsvisie sluit geen dingen uit of laat dingen toe, het schetst ambities en perspectieven. Besluitvorming over kaders (toelaten danwel uitsluiten) vindt plaats in het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan. Voor het overige verwijzen wij naar de beantwoording van vraag 11.

De openbare ruimte moet vanaf het abstracte niveau van een gebiedsvisie uitgewerkt worden tot inrichtingsplannen, met inbegrip van verdere verkeerskundige toetsing en materialisatie.

De verkeersstructuur is tevens onderdeel van het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan. 16. “In het Spuikom park liggen fietspaden”. Op het mobiliteitskaartje is geen fietspad afgebeeld behalve een fietspad dat meteen de spuikomweg op gaat. Over welke fietspaden spreekt de visie?

Zie de afbeelding op pagina 31 van de Visie Spuikom. Vrijliggende fietspaden zijn aanwezig in het noordwestelijke deel van de Grote Spuikom.

17. Een pier tussen zee en Spuikom vormt het markante hoogtepunt van de voetgangersroutes. Is de bedoeling dat de pier eindigt in, of juist boven de spuikom en over de spuikomweg heen gaat? Is het de bedoeling dat er een lift naar beneden de spuikom in gaat zodat mindervaliden ook gebruik kunnen maken van het voetgangersnetwerk? Is dit in het financiële overzicht meegenomen en bent u zich bewust van de exploitatie kosten van een dergelijke voorziening?

De pier eindigt boven het water van de Grote Spuikom en gaat over de Spuikomweg.

18. Met het programma in deze visie creëer je (veel) meer gemotoriseerd verkeer juist de stad in. Zou het niet logischer zijn bestaande parkeervoorzieningen meer buiten het centrum bijvoorbeeld bij de Nolle, het stadhuisplein, koningsplein e.a. uit te breiden en visies uit bestaande beleidsdocumenten waarin het juist het autoluw maken van de stad genoemd wordt en andere (deel) mobiliteiten juist op deze plekken buiten het centrum mogelijk te maken waardoor mensen met fiets, step, bolderkar etc. het centrum en de spuikom bezoeken?

De grote parkeervoorziening onder het Duun wordt bereikbaar op korte afstand van de Koudekerkseweg (gebiedsontsluitingsweg). “Omrijden” als in de huidige situatie via de Kenau Hasselaarstraat is niet benodigd.

De openbare ruimte vraagt moet vanaf het abstracte niveau van een gebiedsvisie uitgewerkt worden tot inrichtingsplannen, met inbegrip van verdere verkeerskundige toetsing en materialisatie. De verkeersstructuur is tevens onderdeel van het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan.

In de Visie Spuikom staat het volgende: “Met een lift wordt het hoogteverschil tussen de Pier en de Spuikom overbrugd.” (pag 73). Alle in de gebiedsvisie genoemde aspecten zijn, binnen bandbreedtes van het abstractieniveau van een gebiedsvisie, meegenomen in de kostenraming. Exploitatiekosten van een dergelijke voorziening zijn bekend. Groter waarde wordt gehecht aan ongehinderde publieke toegankelijk, waarbij het hoogteverschil tussen ‘de stad’ en ‘de boulevards’ ook in de huidige situatie voor met name mindervaliden een uitdaging is.

Uitbreiding van de door u genoemde parkeerterreinen: - De Nolle: uitbreiding zal ten koste gaan van de natuur van het Nollebos, wat strijdig is met het door de gemeenteraad vastgestelde Streefbeeld NollebosWestduin. - Stadhuisplein: geen ruimte beschikbaar voor aanzienlijke uitbreiding. - Koningsweg: ontwikkellocatie (in grondexploitatie) als onderdeel van het Scheldekwartier. Het opvangen van parkerende bezoekers aan de rand van de binnenstad en boulevards draagt bij aan het autoluw maken van de Vlissingse binnenstad. Het parkeren in de Spuikom vervult thans een behoefte voor de functies alhier, maar ook voor de binnenstad en boulevards. In de Visie Spuikom is uitgegaan van het behouden van het bestaande parkeerareaal. Een nadere afweging en parkeerbalans dient uitgewerkt te worden, waarbij in lijn met de Strategische Visie 2040, er door de gemeenteraad voor gekozen kan worden om minder openbaar parkeren hier te realiseren maar dit elders – buiten de stad - een plek te geven.

De in de Spuikom voorziene mobiliteitshub is ook voorzien om reizen met collectief vervoer van en naar de Spuikom / binnenstad / boulevards aantrekkelijker te maken. 19. “De Spuikomweg vormt vanaf het noorden en westen een schakel tussen het hoofdwegennet en de binnenstad. Parkerende bezoekers worden soepel de parkeervoorzieningen in begeleid, waarmee de Spuikomweg vanaf de cinema een verkeersluwer karakter krijgt”. Als we dit goed begrijpen ben je toch al langs/door de hele spuikom gereden en is langs de Spuikom een aanzienlijk wegprofiel nodig, niet anders dan vandaag? Klopt dat?

De entree naar de parkeergarage onder het Duun is voorzien ter hoogte van de pier, de entree naar de parkeergarage onder de Spuiwal bij de entree van dit gebied (indicatief ter hoogte van CCXL). Daarmee is veel verkeer afgevangen, eerder dan in de huidige situatie, waarmee het overige deel voor een verkeerskundige bestemmingsfunctie krijgt met een lagere verkeersintensiteit. Het huidige profiel is breder dan noozakelijk en door zijn materialisatie vooral een verkeersader en geen onderdeel van het gebied. De totale verkeersintensiteit hangt nauw samen met nadere besluitvorming over onder meer de verkeerscirculatie aan de noordflank van de binnenstad. Op het abstracte niveau van een gebiedsvisie zijn hierin alle varianten mogelijk. In de uitwerking bij een omgevingsplan zal een verkeerskundig onderzoek, met inbegrip van lucht en geluid, als regulier onderzoek deel uit maken van de onderbouwing.

20. In bijlage 5 wordt een heel nieuwe parkeervisie naar voren gebracht dan op dit moment het beleid van de gemeente Vlissingen is. Waarom brengt u in een gebiedsvisie een nieuw beleid naar voren en wordt niet eerst het parkeerbeleid herzien? Staat een nieuw parkeerbeleid al op de gemeente agenda? Zo ja; wanneer is dit klaar?

Bijlage 5 is een aanvullende om nadere duiding te geven bij het onderwerp ‘parkeren’ en ‘parkeerexploitaties’ alsmede ontwikkeling binnen dit vakgebied die relevant kunnen zijn in de verdere uitwerking van de Visie Spuikom, alsmede mogelijk relevant voor andere gebiedsontwikkeling. Vigerend sectoraal beleid – zoals het parkeerbeleid is leidend in de uitwerking van de Visie Spuikom, tenzij de gemeenteraad binnen het door haar vast te stellen omgevingsplan hier van af te wijken. Parkeerregimes voor de Spuikom zijn onderdeel van nadere uitwerking na vaststelling van een omgevingsplan en bij uitwerking van inrichtingsplannen. Herijking van het parkeerbeleid wordt dit jaar (2023) opgesteld en naar verwachting in kwartaal 1 2024 ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.

21. De kosten stichtingskosten per parkeerplaats die genoemd worden in bijlage 5 zijn nogal anders dan de prijzen die in het Scheldekwartier zijn gebruikt voor de verkoop. Hoe kan dat?

De stichtingskosten in bijlage 5 opgenomen zijn gebaseerd op algemene landelijke kencijfers vanuit een hierin gespecialiseerde extern adviesbureau (Spark). De gehanteerde stichtingskosten per parkeerplaats in de berekeningen als opgenomen in de plan economische notitie (geheim) zijn gebaseerd op een raming door een gespecialiseerde extern adviesbureau (Sweco) voor de gebouwde parkeeroplossing als in de Visie Spuikom geschetst.

In het Scheldekwartier overeengekomen prijzen voor de verkoop van parkeerplaatsen zijn op basis van de aldaar bij het moment van het sluiten van de overeenkomsten verwachte stichtingskosten per parkeerplaats. 22. Als er op basis van een nieuw parkeerbeleid minder parkeerplaatsen voorzien hoeven te worden in het gebied dan worden de kosten voor de gemeente een stuk lager. Tenminste als de parkeerbehoefte van de gemeentelijke hoeveelheid afgaat. Dit levert dan een flinke kostenbesparing op. Klopt dat?

Correct. De definitieve parkeerbalans is onderdeel van de nadere uitwerking en ter uitwerking en vaststelling in het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan. De Visie Spuikom schetst: “Bij de uitwerking van de parkeerbehoefte wordt gekeken naar integraal en slimme toepassing van toekomstbestendige mobiliteitsconcepten en parkeernormen” (pag 32). In de nu gehanteerde plan economische vertaling van de Visie Spuikom is het huidige parkeerareaal gehandhaafd in omvang. Besluit de gemeenteraad tot inperking van het openbaar parkeerareaal in de Spuikom, dan nemen de kosten voor realisatie in de Spuikom af. Uitgaand dat de parkeerbehoefte ongewijzigd blijft zal bij afname van het aantal parkeerplaatsen in de Spuikom compensatie elders gerealiseerd moeten worden, waarmee ook kosten gemoeid zijn. Een uitwerking van de parkeerbalans voor bezoekers zal zich dan ook niet beperken tot de Spuikom, maar tot het volledige openbare parkeerareaal in en rondom de binnenstad van Vlissingen. Door in de Visie Spuikom het handhaven van het huidige parkeerareaal te hanteren als basis voor de plan economische vertaling, loopt de Visie Spuikom niet vooruit op eventueel door de gemeenteraad vast te stellen herijkt parkeerbeleid. De afweging van de parkeerbalans (aantal parkeerplaatsen) zal dan onderdeel zijn van het nog door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan- of plannen.

23. “Om tot uitwerking van de Visie Spuikom te komen worden de nieuwe mogelijkheden die data-analyses voor gebiedsontwikkelingen bieden benut. Hiermee worden opgaven en data verknoopt, om mede vanuit een analyse tot oplossingen te komen”. Waar wordt hier naar gerefereerd?

Door data te bundelen en analyseren kunnen op het oog onzichtbare relaties gelegd worden. Met slimme GIS-toepassingen kan hierdoor mogelijk gekomen worden tot nog beter onderbouwde keuzes en het verbinden van opgaven en daarmee toewerken naar oplossingen. Data is hierbij aanvullend op de geëigende methoden. Voorbeeld is dat data over verzilting, aanvoer van hemelwater en groen kwaliteit (gemeentelijk beheerssysteem) gecombineerd worden in een data GIS bestand, om tot optimaal beheer en aanplant van plantsoorten te komen. Ter informatie attenderen wij u op de volgende publicatie over de rol van data in gebiedsontwikkelingen: https://pure.tudelft.nl/ws/portalfiles/portal/116928563 /Data_en_gebiedsontwikkeling_INTERACTIEF_Janse _Verheul_2022_compressed.pdf

24. Er moeten op basis van de huidige parkeernormen zo’n 1100 parkeerplaatsen (dit is inclusief de 380 die worden weggenomen) worden gerealiseerd in de spuikom (excl. de 150 die ook wordt genoemd). Kunnen die allemaal op maaiveld hoogte; evt. in twee lagen onder de gebouwen gesitueerd worden zonder dat er gegraven gaat worden? Indien niet, wat is dan de oplossing?

Dit is in technische zin mogelijk. Echter is de ruimtelijke kwaliteit van parkeren in gebouwde parkeervoorzieningen op maaiveld is marginaal en een excessieve aantasting van de verblijfskwaliteit in de openbare ruimte. Hetgeen niet in overeenstemming is met de geambieerde kwalitatieve uitgangspunten als door de gemeenteraad voor de Visie Spuikom zijn vastgesteld en in algemene zin passend geacht worden in een hoogwaardig stedelijk gebied.

25. In de meegeleverde visie Spuikom parkeren worden stichtingskosten van de parkeervoorzieningen gegeven. U rekent per parkeerplaats met kosten van ruim 37.000 Euro per plaats. We spreken dan over ondergronds parkeren?

De stichtingskosten per parkeerplaats zijn opgenomen in de notitie die als geheime bijlage is toegevoegd aan het raadsvoorstel behorend bij de Visie Spuikom. Het betreft parkeren onder maaiveld. Afhankelijk van de uitwerking en de parkeerbalans voor de Spuiwal betreft het gedeeltelijk voor 1 laag ondergronds (beneden NAP) wanneer uitgegaan wordt van 2 parkeerlagen. In de Visie Spuikom schetst: “Onder het maaiveld van de Spuiwal is een dubbel laags parkeergarage voorzien. Door het optimaliseren van dubbelgebruik, toekomstbestendige mobiliteitsconcepten en parkeernormen lijkt een enkel laags parkeergarage echter ook passend om in de parkeerbehoefte te voorzien en dat verdient in de uitwerking dan de voorkeur.” (pag 66). Bij het Duun is de parkeervoorziening bovengronds, onder maaiveld. De gehanteerde stichtingskosten per parkeerplaats in de berekeningen als opgenomen in de plan economische notitie (geheim) zijn gebaseerd op een raming door een gespecialiseerde extern adviesbureau (Sweco) voor de gebouwde parkeeroplossing als in de Visie Spuikom geschetst.

Fractie PvdA

Behandeld door wethouder Cracau

Onderwerp: 3.1 – Visie Spuikom Vraag 1) Kan de tekst in de Rvs onder het hoofdstuk "Wat mag het kosten" anders verwoord worden zodat het begrijpelijk is voor iedereen: "De voorziene eindwaarde van de grondexploitatie is ca. €6,1 mln. negatief in scenario ‘laag’ en €5,0 mln. voor scenario ‘midden’. Omdat scenario ‘midden’ negatief is, is hiervoor een (verlies)voorziening getroffen. Scenario ‘laag’ is ook negatief, dus voor het verschil in eindwaarde tussen scenario ‘midden’ en ‘laag’ (ca. €1,05 mln) is al een (extra) risicoreservering getroffen. Einddatum voor de huidige grondexploitatie Spuikom is op basis van de 2e herziening 2022 scenario ‘midden’ het jaar 2023".

Antwoord De tekst wordt vervangen door onderstaande tekst: Voor de Spuikom is nu een grondexploitatie met daarin alle gemaakte en verwachtte te maken kosten en baten. Als de gebiedsontwikkeling van de Spuikom klaar is wordt verwacht dat er tussen de €6,1 mln. (scenario laag) en € 5,0 mln (scenario midden) verlies wordt geleden door de gemeente. Omdat ook in het beste geval (scenario midden) er sprake is van een verwacht verlies, is hier al rekening mee gehouden in de gemeentelijke begroting voor de lange termijn. Voor het verschil tussen de €6,1 mln. en € 5,0 mln. is geld gereserveerd om tegenvallers op te vangen. De huidige grondexploitatie gaat er vanuit dat de gemeente in 2023 klaar is met de ontwikkeling van de Spuikom en dat dan alle kosten en baten zijn gemaakt.

2) In het Rvs wordt onder het hoofdstuk "Wat zijn de kanttekeningen en risico’s?" aangegeven: "In de komende fase worden onder meer ecologisch onderzoek, hydrologisch en verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Ook wordt een 3Dhoogtemodel meer in detail uitgewerkt en volgt een integrale risico-analyse als onderdeel van de herziene grondexploitatie". Wanneer kunnen we deze onderzoeken verwachten? Wat kunnen we van deze onderzoeken verwachten? Wat zijn de risico’s voor de visie spuikom als deze onderzoeken een negatief resultaat opleveren?

Onderzoeken zullen in 2023 en 2024 uitgevoerd worden, maar ook hierna nog wanneer er aanleiding toe is voor het omgevingsplan of omgevingsvergunningen ter uitvoering van werkzaamheden. Bij het verkrijgen van de onderzoeksresultaten zullen deze verwerkt worden in de risico-analyse van de grondexploitatie van de Spuikom en hun verdere vertaling krijgen in de herziening van de grondexploitatie die twee maal per jaar aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Risico’s zijn dat uitvoering langer duurt of kostbaarder wordt. Binnen de plan economische vertaling is rekening gehouden met de reguliere marge van onvoorziene risico’s. Op basis van de beschikbare inzichten over de Spuikom, eerdere verkenningen, ervaringen binnen gebiedsontwikkelingen en reeds uitgevoerde onderzoeken is er geen reden te veronderstellen dat de voorliggende Visie Spuikom niet realiseerbaar zou zijn. Onderzoeken zullen derhalve vooral antwoord geven op de vraag hoé de Visie Spuikom gerealiseerd kan worden.

3) Wat zijn de conclusies van het rapport van de TU Delft over de rol van de spuikom wat betreft een eventuele waterramp? Kan dit in het kort in begrijpelijke taal aangegeven worden?

De conclusies uit de verkenning in samenwerking met de TU Delft is opgenomen op pagina 48 van de Visie Spuikom: “In samenwerking met de TU Delft is gerekend aan hoeveel water we in 2100 over de dijk kunnen verwachten in een ‘worst case’ en een gematigd klimaat scenario (KNMI), respectievelijk ongeveer 270.000 en 80.000 m3 water in een zware storm en bij zoveel meter zeespiegelstijging. Binnen de huidige contouren van het Spuikom kan er 180.000m3 overslaand zeewater geborgen worden. Door een aantal mobiele waterkeringen in het stedelijk gebied blijft het achterliggende gebied gevrijwaard van schade door het overslaande zeewater. De achterliggende gedachte is dat het ophogen van de dijk niet in verhouding staat tot de risico' s bij "eens in de tienduizend jaar stormen”, het nog een onzeker scenario is en het ophogen van de dijk schade toebrengt aan het historische gezicht van Vlissingen. Het slimme en innovatieve concept gaat uit van het gereguleerd accepteren van overslaand regenwater en dit nu al mee laten spelen in de hedendaagse ruimte opgave. Uit de doorrekeningen blijkt dat het huidige bergingscapaciteit van het Spuikom in het geval van het gematigde scenario altijd zal volstaan.

Mocht blijken dat we afstevenen op een ‘worst case’ klimaatscenario dan hebben we tot 2070 te tijd om te beslissen de dijk alsnog te verhogen of om de capaciteit van het Spuikom uit te breiden door het water af te voeren op het achterliggende watersysteem.”

4) Kan er een indicatie van de onderhoudskosten van de materialen (voornamelijk hout) aangegeven worden.

De materialisatie en daarmee samenhangende beheerkosten zijn onderdeel van de verdere uitwerking en geen onderdeel van een gebiedsvisie.

De beheerkosten zullen inzichtelijk gemaakt worden bij verdere uitwerking. Sober en doelmatig onderhoud is hierbij het uitgangspunt. 5) Gezien er ondergrondse parkeergarages gepland zijn onder maaiveldniveau en vanaf 2030 alleen elektrische auto's geproduceerd zullen worden, de vraag of er rekening gehouden is met het feit dat voor een elektrische auto die in brand vliegt, 24 keer meer water nodig is (zie artikel in AD, Brandweer heeft twee uur en 45.000 liter water nodig om Tesla te blussen | Instagram | AD.nl) om te blussen dan als er sprake is van een normale auto en dat het veel meer tijd kost om een elektrische auto te blussen. Is dit veilig voor de flats die bovenop de parkeergarages gebouwd zullen worden.

De technische uitwerking van de parkeervoorzieningen zijn onderdeel van de verdere uitwerking en geen onderdeel van een gebiedsvisie. Het combineren van dubbelgebruik van bebouwing en parkeren is veel voorkomend en vraagt met name technische maatregelen.

6) Is het gebied spuikom onderzocht op "zoute kwellen". Wat zijn de consequenties als daar zoute kwellen zitten. Wat zijn ongeveer de kosten om een zoute kwel te dichten.

Nee, dit onderzoek is in dit stadium niet uitgevoerd en dichten is niet mogelijk. Wel kan de hoeveelheid zoet water vergroot worden om voldoende tegendruk op de kwel te geven om eventuele ongewenste effecten te voorkomen.

7) Zit er een bouwclaim op de Spuikom waar we rekening mee moeten houden?

Nee.

8) Is er onderzoek gedaan of de aangepaste grondwerken schade kunnen veroorzaken op de omringende gebouwen?

Nee. Op basis van de reguliere inzichten en in de Visie Spuikom geschetste ontwikkelingen is niet aannemelijk dat grondwerken niet beheersbaar uitgevoerd kunnen worden. Het heeft binnen de Visie Spuikom de voorkeur om niet onder waterpeil grondwerk uit te voeren. In de risico-analyse zal schade aan objecten alsmede beheersmaatregelen een prominente plek krijgen. Bij besluitvorming over het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan zal een onderzoek naar de risico’s en beheersbaarheid van de voorziene werkzaamheden met inbegrip van de grondwerken onderdeel zijn.

9) Kan de nieuwe Omgevingswet, die op 1 juli 2023 van kracht zal zijn, consequenties hebben op de visie spuikom.

Nee. De Visie Spuikom is tot stand gekomen in een proces wat naadloos aansluit bij de ambities van de Omgevingswet, waarbij veelvuldig en vroegtijdig participatie plaats heeft gevonden. Voor de uitwerking van de Visie Spuikom zal een – door de gemeenteraad vast te stellen – omgevingsplan- of plannen vastgesteld moeten worden. Dit omgevingsplan zal tot stand komen binnen de kaders van de Omgevingswet.

10) Welke maatregelen zijn er nodig om bij een waterramp/golfslag water vanuit Coosje Buskenstraat naar de grote spuikom te leiden?

Het model van lange termijn kustveiligheid en het in bepaalde mate accepteren van gereguleerde overslag van zeewater bij stormen vraagt nadere uitwerking. Dit model is vooral theoretisch inzichtelijk gemaakt om verder te kijken dan sec het traditionele denken van het verhogen van de primaire zeewering aan de zeezijde. Op basis van de bestaande doorrekeningen is van scenario overigens pas sprake na 2070 (afhankelijk van scenario zeespiegelstijging).

Onderzoeken naar dit model zullen samen met het Waterschap Scheldestromen, als verantwoordelijk orgaan voor de waterveiligheid, uitgevoerd worden. Bij het door de gemeenteraad vast te stellen omgevingsplan zal de waterveiligheidsoplossing een integraal onderdeel zijn van de afweging, daar dit een verplicht onderdeel is wanneer ruimtelijke ontwikkeling in de kustzone (beschermingszones) planologisch mogelijk gemaakt worden. Bij de herinrichting van de Coosje Buskenstraat is al rekening met dit model gehouden. Aanvullend zullen mogelijk tijdelijke maatregelen bij extreme calamiteiten na 2070 nodig zijn. Voor het overige zie de beantwoording van uw vraag 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12303122/3