01072021 QA vragen 4.1 antwoorden
Tekst van het document
MEMO GRIFFIE AAN
: Raadsleden, collegeleden
VAN
: Griffie
Betreft :
DATUM: 07-01-2021
Vragen en antwoorden commissie Ruimte (Q&A) 4.1 Grondprijzen 2021
Beste raad- en collegeleden, Voor de commissie Ruimte van 7 januari 2021 zijn ten aanzien van de raadsvoorstellen de volgende vragen gesteld. De antwoorden staan in de kolom achter de vraag. Aanvullende vragen kunnen behandeld worden in de raad. Fractie: CDA
Behandeld door: wethouder De Jonge
Onderwerp: 4.1 Grondprijzen 2021 Vraag In de 1e alinea op blz. 2 wordt op de 4e regel gesproken over prijzen die gestegen zijn. Welke prijzen worden hier bedoeld? In de 3e alinea staat dat er veel interesse is in de grond bij de kenniswerf en dat de markaz-compensatie een flinke impuls is voor de kenniswerf. Is hier sprake van een causaal verband of staat dit los van elkaar? Als er zoveel vraag is naar gronden op de kenniswerf, is het dan niet logisch om gezien de wet van vraag en aanbod de grondprijzen te verhogen? We lezen in het voorstel dat de prijzen in lijn liggen met vergelijkbare locaties in omliggende gemeenten. Zou het ter verbetering van de concurrentiepositie niet beter zijn om eronder te gaan zitten?
Antwoord Hiermee worden de grondprijzen bedoeld, bijvoorbeeld bij de locatie Claverveld. Dit staat in principe los van elkaar, omdat er voor de markaz-compensatie ook al veel interesse in de grond bij de Kenniswerf was. Echter kan de markazcompensatie er wel toe leiden dat er (nog) meer interesse in de grond bij de Kenniswerf gaat ontstaan. Voor de grondprijzen bij de kenniswerf gelden bandbreedtes. Binnen de bandbreedtes is nog voldoende ruimte voor verhoging. Nee. We verwachten niet dat als we de grondprijzen verlagen, we meer grond gaan verkopen. Als we de grondprijs verlagen, lopen we ook inkomsten mis.
Fractie:
Behandeld door: wethouder
Onderwerp: NUMMER EN NAAM Vraag
Antwoord