Technische vragen ABV Huisvestingsverordening met antwoord - 13 oktober 2025
Tekst van het document
Vraag: Vanwege de uitzonderingsbepaling van artikel 14 lid 5 van de Huisvestingswet 2024, mogen bij op Vlieland 100% van de voorraad sociale huurwoningen met voorrang toewijzen aan woningzoekenden met binding op het eiland. Normaal is dit 50%. Omdat het erop lijkt dat we de 15 jaar moeten vervangen door de wettelijke 6 voor maatschappelijke binding, is het wenselijk als we op andere wijze uiting kunnen geven aan het feit dat we mensen met een economische binding voorrang willen geven binnen de categorie mensen met binding. Of dat we de drempel hoger willen leggen voor mensen met alleen maatschappelijke binding. De vraag is: waar ligt de grens. Volgens AI zou je zelfs een extreem als alles of niets ten gunste van economische binding mogen toepassen, mits goed onderbouwd, dus 100% van de woningen gaan naar mensen met economische binding, en 0% naar de subcategorie maatschappelijke binding. Zie MS copilot. Klopt dit? En zo nee wat is dan de meest extreme verdeelsleutel die is toegestaan binnen de categorie binding? Groet, Martijn van Heeringen Antwoord: Bedankt voor je vraag. Het is geen gemakkelijke kwestie, omdat er vrijwel geen gemeenten zijn die dit op dezelfde manier aanpakken. Daarom hebben we onze huisadvocaat gevraagd om mee te kijken naar dit dossier.
Die conclusie luidt (samengevat) als volgt: Op basis van ons onderzoek kunnen we geen definitief antwoord geven op de vraag of binnen de voorrangsgroep onderscheid mag worden gemaakt tussen maatschappelijke en economische binding. De beschikbare documenten geven hierover geen duidelijk uitsluitsel. Wat wél duidelijk is: gemeenten mogen binnen de toegestane 50% extra voorrang geven aan vitale beroepsgroepen. Daarmee kun je dus meer nadruk leggen op economische binding. Daarnaast staat nergens expliciet vermeld dat het maken van onderscheid tussen maatschappelijke en economische binding verboden is. In theorie zou het dus mogen, maar we kunnen dat niet met zekerheid zeggen. Voor een sluitend antwoord adviseren we om een wetenschappelijk onderzoeksbureau in te schakelen. In eerdere huisvestingsverordeningen is het begrip maatschappelijke binding niet opgenomen. We hebben toen dus de “strikte” benadering gehanteerd waar je in je e-mail naar verwijst. Tot nu toe heeft dat niet tot juridische procedures geleid, maar dat komt waarschijnlijk omdat er nooit bezwaar is gemaakt. Er is dus een mogelijk risico, al is het lastig in te schatten hoe groot dat is. Onze huisadvocaat geeft aan dat de kans op vernietiging van de verordening klein is, omdat de bepaling binnen de doelmatigheid van de wet valt en de gemeente aanvullend beleid mag voeren.
Tot slot: er staat nergens dat we 100% van de woningen op het eiland met voorrang mogen toewijzen aan inwoners met economische en/of maatschappelijke binding. Het maximum is altijd 50%. In de praktijk hanteren we dit ook, aangezien niet alle woningen vergunningsplichtig zijn. De voorrangsregels gelden alleen voor sociale huurwoningen en koopwoningen tot aan de koopprijsgrens.
Ik hoop dat je hiermee voldoende duidelijkheid hebt gekregen.