Rekenkamerrapport Vlieland Aandachtspunten woonvisie 30 september 2023
Tekst van het document
Monitoring kan ook gerelateerd • worden aan andere beleidsterreinen.
‘15. Markeer en onderbouw bijstellingen van doelen en Doelen en doelrealisatie zijn mede afhankelijk van wat er bij stakeholders van eventuele afwijkingen van de doelrealisatie; gebeurd. maak een update van de woonvisie als veranderingen in doelen of trends dat nodig maken.
Monitor/voortgangsrapportages, inclusief heldere fasering in tijd (controlerende taak).
•
Raadsinformatie: markeer en motiveer voor de raad bijstellingen van het beleid.
•
Update woonvisie
18
19
Bijlage I – Opzet en verantwoording onderzoek Aanleiding onderzoek Nieuwe woonvisies Alle vijf eilandgemeenten zijn bezig met het vernieuwen van hun woonvisie. Aanleiding voor de nieuwe woonvisies is onder meer de recente aanpassing van de Woningwet (artikel 42), die gemeenten verplicht een woonvisie te hebben (vanaf 1 januari 2024) die maximaal vijf jaar geldig is – eerder was die verplichting er niet. De woonvisie is mede de basis voor de prestatieafspraken met woningbouwverenigingen die belangrijk zijn voor het huursegment van de woningvoorraad in een gemeente. Daarbij komt ook de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting, waarin zaken worden geregeld rond aantallen woningen en locaties (zie https://www.volkshuisvestingnederland.nl/ onderwerpen/wet-versterking-regievolkshuisvesting/nieuws/2023/02/16/wetsvoorstel-versterking-regie-volkshuisvesting-in-consultatie. Onderdeel is verder dat er (verplicht) aandacht is voor huisvesting van aandachtsgroepen en de zorg- en ondersteuningsbehoefte in relatie tot wonen (de zogenoemde woonzorgvisie). De woonzorgvisie moet onderdeel zijn van de nieuwe woonvisie. Parallel aan het ontwikkelen van een nieuwe woonvisie zijn gemeenten bezig met het aanpassen van de huisvestingsverordening.
Dat is extra relevant vanwege de aanpassing in de Huisvestingswet die de gemeente meer mogelijkheden biedt om toeristische verhuur van woonruimte te voorkómen of te beperken en om opkoopbescherming in te voeren. Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee de bevoegdheid om door middel van de Huisvestingsverordening een registratie-, meld- en/of vergunningplicht of ontheffingsplicht in te stellen om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren en te controleren. Dit kan via (aanpassing van) de gemeentelijke huisvestingsverordening worden geregeld. Het vernieuwen van de woonvisies vindt ten slotte mede plaats in het kader van aan de eilandgemeenten toegekende middelen voor (versnelde) woningbouw en de Regio Deal waarin (passend) wonen een belangrijke plaats inneemt. De Regio Deal middelen (15,5 miljoen euro van het Rijk; 9 miljoen van de provincies en 9 miljoen van de gemeenten zelf) worden ingezet voor het gezamenlijke Programma Waddeneilanden van de vijf Waddengemeenten. In het programma is ‘Goed Wonen & Leven’ een onderdeel en daarvan is weer een onderdeel ‘Meer passende woningen realiseren’ (zie https://www.dewaddeneilanden.nl/meer-passendewoningen).
Daarnaast krijgen de Waddeneilanden 5 miljoen euro voor het versneld bouwen van minstens 200 woningen (de verwachting is dat de eerste 75 huizen voor 2025 klaar moeten zijn); tweederde van die huizen moet 'betaalbaar' zijn. De Waddeneilanden beogen om zelf tot 2030 zo'n 50 miljoen euro te investeren. Recent zijn de Regionale Woondeals getekend. (Zie: https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/5140_ woondeal_wadden_web.pdf?cb=VU1n_17, en https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/ Bouwen_Wonen/Regionale_woonafspraken/Woonakkoorden/Woonakkoord_Kop_van_Noord_Holland_2022_202 6.pdf. Complex proces Het komen tot een (nieuw) woonbeleid is een complex proces. Deels vanwege de breedte van de inhoudelijke thema’s die op het gebied van woonbeleid spelen. Deels door de specifieke woningmarkt-omstandigheden van de eilanden. Ook speelt mee dat de gemeente niet als enige beleid voert, maar afhankelijk is van andere publieke en private partijen. Het vernieuwen van de woonvisie neemt dan ook enige tijd in beslag waarbij vaak een extern bureau wordt ingeschakeld. Dat bureau onderzoekt de voor de gemeente relevante trends op woongebied en formuleert een concept plan.
20
Doel en afbakening onderzoek Tegen deze achtergrond heeft de rekenkamercommissie een quick scan onderzoek gedaan naar het woonbeleid. Het onderzoek betreft geen standaard (evaluatie-)onderzoek zijn waarin het gevoerde beleid wordt doorgelicht en er aanbevelingen voor beleid(suitvoering) worden gedaan. Het onderzoek is er op gericht om praktische handvatten of aandachtspunten te geven die de raden ondersteunen bij het beoordelen van de nieuwe (concept)woonvisies. Het onderzoek is met name gericht op het ondersteunen van de gemeenteraden in zijn kaderstellende rol. De rekenkamercommissie wil de raad informeren over opvallende inzichten bij het woonbeleid van de afgelopen jaren, zodat de raad die inzichten kan meenemen bij de nieuwe woonvisies. Daarmee beoogt het onderzoek bij te dragen aan een goed proces om te komen tot nieuw lokaal woonbeleid waar de rollen van het college, de raad en externe stakeholders helder zijn. Het doel van het onderzoek is het ondersteunen van de gemeenteraden in hun kaderstellende rol over de (concept-)woonvisies en inzicht geven in de vraag in hoeverre de mogelijkheden worden benut om sturing te geven aan de doelen die met het woonbeleid beoogd worden.
Het quick scan onderzoek is gericht op praktische lessen en concrete aandachtspunten over: De formulering van doelen/beleidskaders • De keuze van instrumenten • De relatie met stakeholders • De onderbouwing van beleid(skeuzes) • Specifieke thema’s voor de eilanden (zoals bewoning van recreatiewoningen, recreatief gebruik van • woningen, personeelshuisvesting e.d.) Rol en sturing raad (monitoring en informatie) • Afbakening quick scan onderzoek woonbeleid Het onderzoek is een quick scan onderzoek waarbij alleen wordt gekeken naar de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s, huisvestingsverordeningen en andere daarmee verband houdende uitvoeringsdocumenten. In die documenten wordt gekeken naar de wijze waarop is omgegaan met de onderwerpen die hiervoor zijn genoemd. Op die onderwerpen zal worden gekeken hoe die in het verleden bij de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en verordeningen zijn meegenomen en/of vorm gegeven. Het onderzoek beoordeelt de huidige (‘oude’) woonvisies en uitvoeringsprogramma’s op de formulering en omgang met doelen, thema’s, integraliteit en mate van sturing. Het onderzoek betreft niet een evaluatie van het huidige beleid, en levert ook niet een inhoudelijk advies op over de nieuwe woonvisie. De rekenkamer-commissie geeft geen inhoudelijk oordeel over hoe het beleid in de nieuwe woonvisie er uit zou moeten zien.
Dat is immers onderdeel van het proces dat de colleges zelf in werking hebben gezet.
Onderzoeksvragen Hoofdvraag van het onderzoek is: Hoe kunnen de gemeenteraden worden ondersteund in hun kaderstellende rol over de (concept) woonvisies en in hoeverre kunnen de mogelijkheden optimaal worden benut om sturing te geven aan het woonbeleid? Deelvragen 1. Hoe zijn de doelen tot stand gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar? 2. Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad? 3. Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen? 4. Zijn de financiële gevolgen in beeld gebracht? 21
5. 6. 7.
Is het speelveld en de relatie met stakeholders in kaart gebracht? Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)? In welke mate en op welke wijze is er aandacht besteed aan voor de eilanden relevante en specifieke thema’s? 8. Zijn de beleidsrisico’s in kaart gebracht? 9. Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen? 10. Hoe is de rol van en sturing door de raad (monitoring en informatie) georganiseerd? 11. Welke aandachtspunten kunnen worden meegegeven aan de raden bij het proces van kaderstelling richting de nieuwe woonvisies? De huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen worden getoetst op een aantal criteria (normen) die de rekenkamercommissie normaliter hanteert, gebaseerd op doelmatigheid, doeltreffendheid en de kaderstellende rol van de raad (zie het kader). Bij de toetsing is ook gebruik gemaakt van lessen die voortkomen uit het zogenoemde metadossier woonbeleid van de NVRR (Nederlandse Vereniging van Rekenkamers &n Rekenkamercommissies). Bij de doelen en onderwerpen is onder meer gekeken naar of de doelen SMART geformuleerd zijn en of ze logisch samenhangen met de gemeentelijke visie en bredere doelen op provinciaal en nationaal niveau. Ook is gekeken of doelen, instrumenten, monitoring en informatievoorziening passen bij een volledige beleidscyclus.
Bij stakeholders is gekeken of de betrokkenheid gebaseerd is op een volledige stakeholderinventarisatie en stakeholderanalyse (van invloed en belangen). Bij de onderbouwing is gekeken naar of die gebaseerd is op uitkomsten van (wetenschappelijk) onderzoek en of gebruik wordt gemaakt van actuele en betrouwbare gegevens.
Verantwoording onderzoek Omdat het onderzoek een quick scan betreft, beperkte het onderzoek zich voornamelijk tot analyse op hoofdlijnen van bestaande documenten. De aanpak van het onderzoek bestond uit een analyse van de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen op basis van documentanalyse. Naast de documentanalyse is per gemeente een interview worden gehouden met meest betrokken beleidsmedewerker(s). Tot slot is ook een vergelijking genaakt tussen de eilandengemeenten van belangrijke inzichten, zodat de eilanden waar mogelijk van elkaar kunnen leren.
22
Bijlage II – Normenkader onderzoek Deelvragen onderzoek (PvA) DOELEN EN ONDERBOUWING
Indicator
1.
•
Formulering doelen
•
•
Achtergrond doelen (probleemanalyse)
•
•
Aansluiting kaders/consistentie doelen
•
•
Integraliteit van de doelen
•
•
Doelgroepen: starters, ouderen, mensen met beperkingen/chronisch zieken (woonzorgvisie)
•
Concreet, SMART, vertaalbaar naar volgbare indicatoren Doelen gebaseerd op probleem en relatie met begrotingsdoelen (doelenboom) Er is een duidelijke aansluiting van de doelen in de woonvisie, het uitvoeringsprogramma en de huisvestingsverordening Integraliteit van de doelen: wordt woonbeleid in samenhang bezien met bijv. economie, milieu en (ouderen)zorg. Doelgroepen volledig meegenomen
•
•
(Idem)
Hoe zijn de doelen tot stand gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar?
Norm
2.
Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad?
•
(Eventuele) wijzigingen na initiële woonvisie: in lijn met/afwijking van oorspronkelijke doelen Formulering
•
(Idem)
3.
Is het speelveld en de relatie met stakeholders in kaart gebracht?
• •
Stakeholderinventarisatie Stakeholderanalyse
• •
Speelveld helder in beeld Beleid afgewogen tegen invloed/belangen van derden (realistisch)
4.
Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)?
• •
Gebruik van data Onderbouwing met woon(behoefte)onderzoek
• •
Actueel en relevant Voldoende kwaliteit/reikwijdte onderzoek
OPZET EN UITVOERING
•
5.
Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen?
• •
•
Doel-middel relatie
•
6.
Is helder aangegeven welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben, en hoe daarmee in het kader van de P&C-cysclus wordt omgegaan?
•
Gemeentelijke inzet financieel, zoals bijvoorbeeld starterslening, fondsvorming, duurzaamheidslening, grondbeleid, etc. Korte en lage termijn gevolgen
•
•
Idem
7.
In welke mate en op welke wijze is er aandacht besteed aan voor de eilanden relevante en specifieke thema’s?
• • • •
Marktdruk/begrenzing woningprijzen Personeelshuisvesting Toeristisch gebruik woningen Permanente bewoning recreatiewoningen
• • • •
Regeling/verordening aanwezig Beleid aanwezig/geformuleerd Beleid aanwezig/geformuleerd Beleid aanwezig/geformuleerd
8.
Zijn onzekerheden in kaart gebracht?
•
Marktontwikkelingen: toekomstige verhouding vraag-aanbod (mismatch) Gevolgen voor betaalbaarheid/groepen met laag inkomen Enz.
•
Inzicht in toekomstige marktontwikkelingen en aansluiting vraag en aanbod Inzicht in gevolgen voor betaalbaarheid voor doelgroepen Enz.
•
• •
• Aard en type instrumenten Reikwijdte instrumenten (effectiviteit)
• •
• •
Gebaseerd op gemeentelijk instrumentarium Er is sprake van een logische relatie tussen de doelen en de gekozen instrumenten (instrument – verwacht beleidsdoel) Heldere doel-middelrelatie (zicht op effectiviteit) Inzicht in welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben voor de gemeente en heldere plaats in P&C-cyclus.
ROL GEMEENTERAAD
•
9.
•
Rapportage/terugkoppeling van college aan raad
•
Systematische/volledige informatievoorziening (gerelateerd aan doelen en met eventueel redenen van de afwijking van doelen)
•
Instrumenten raad
•
Sturingsmogelijkheden optimaal benut
Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen (monitoring en informatie)? 10. Hoe is de rol van en sturing door de raad georganiseerd?
•
23
Bijlage III – Documenten raad Raadsstuk (vet=kerndocument)
Vastgesteld …
Woningmarkt Friese Waddeneilanden (rapport KAW)
Instemmen met document
28 november 2016
Plan van aanpak en offerte Woonvisie
Instemmen met document
24 april 2017
Koersdocument woonvisie Vlieland
Ter bespreking in gemeenteraad
30 oktober 2017
Woonvisie Vlieland
Vastgesteld door raad
29 januari 2018
Tijdelijke huisvesting bewoners Uiterton
Presentatie
24 oktober 2018
Woningbouw locatie ‘Zeester’
Besluit door gemeenteraad (instemming met bouw en doorverkoop) Vastgesteld door gemeenteraad
17 september 2018
Besluit door gemeenteraad (instemming met ontwerp en investeringeskrediet) Vastgesteld door gemeenteraad
14 oktober 2019
Huisvestingsverordening 2019-2020 Realisatie Boswijk Huisvestingsverordening 2020-2024 Wijziging Huisvestingsverordening gemeente Vlieland 2020 Prestatieafspraken 2022
Datum
24 juni 2019
29 juni 2020 6 september 2021
?
december 2021
24
Bijlage IV – Bestuurlijke reactie (college van B en W)
25