CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Duinwijck Aardgasvrij - 24 januari 2025_Zwartgemaakt

Raadsvergadering 24 februari 2025, gemeente VlielandBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie De Waddeneilanden – onderzoek Duinwijck Aardgasvrij14.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

64 Leningovereenkomst, artikel 6, lid1.

65 Afhankelijk van het maximale subsidie tarief per MWh te vermenigvuldigen met de maximale jaarproductie Subsidieverlening SDE Duinwijck warmte BV, 14 juli 2020, p.2. 66 Gemeente Vlieland, collegebesluit, maart 2022, p.1. 67 memo, over extra opbrengsten door prijsverhoging, 8 maart 2022. 68 Gemeente Vlieland, collegebesluit, maart 2022, p.1. 69 Brief van het college aan Duinwijck Warmte BV van 22 juni 2022. Opgemerkt wordt da het college in het besluit over de lening wordt “gesteund door de voltallige gemeenteraad”.

21

3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk staan in de eerste paragraaf een samenvatting van en reflectie op het project. De conclusies van het onderzoek zijn daarna per thema ingedeeld. Op basis van de conclusies worden lessen getrokken voor toekomstige (grote) projecten, aangegeven als aanbevelingen.

3.1

Samenvatting en reflectie

Het project Duinwijck Gasvrij is een project met landelijke uitstraling in het kader van de warmtetransitie. Om woningen van het gas te krijgen, zijn nieuwe, innovatieve systemen en technieken nodig. Om de innovatieve technieken te kunnen beoordelen op haalbaarheid en effectiviteit, zijn experimenten (‘proeftuinen’) ontwikkeld binnen het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) – nu onderdeel van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie. Duinwijck Gasvrij is één van de proeftuinen in de eerste ronde in 2018 van het programma, en daarmee belangrijk voor lessen voor andere (vervolg)projecten in Nederland. De gemeente Vlieland stond vanaf het begin achter het project. Het project vormt ook expliciet onderdeel van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid: in het Uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam (uit 2017) is Duinwijck Gasvrij één van de te realiseren projecten. De doelen van het project passen zeer goed bij de beleidskaders van de gemeente rond duurzaamheid en warmtetransitie. De aanleiding voor het project zat er in dat NUON (later Vattenfall) afstand wilde doen van het bestaande warmtenet, waardoor een nieuwe energieleverancier moest worden gevonden. Onder meer door toekenning van subsidie in het kader van VNG Innovatieve Aanpakken kon een alternatieve warmtevoorziening worden onderzocht.

Het vooronderzoek geeft een positief beeld van de technische en financiële haalbaarheid van het project. De projectleider die tijdens de aanloop naar het project door de gemeente werd ingehuurd voor het Energieloket (gedetacheerd vanuit Urgenda) heeft – gesteund door de gemeente – een cruciale rol gespeeld in het ‘aanjagen’ van het project en het vinden van een nieuwe, innovatieve techniek voor de energieleverantie. HoCoSto, de technologieleverancier, speelde ook een cruciale rol doordat het bedrijf aangaf dat de nieuwe technologie mogelijk was. HoCoSto had belang bij een voorbeeldproject. Bij de plannen voor het project was over het algemeen veel enthousiasme bij betrokkenen. Het project werd door velen gezien als een kans voor Vlieland. Er was ook vertrouwen in het project, mede doordat een consortium zich achter het project opstelde met daarin onder meer partijen als Urgenda, WoonFriesland en NUON. Bij de uitvoering van het project zijn tegenslagen geweest die voor een deel onvoorzien waren. Onvoorzien waren problemen bij de aanlevering van materiaal veroorzaakt door de invloed op logistieke stromen van de coronapandemie en de scheepsblokkade in het Suezkanaal. Andere tegenslagen betroffen de stijging van bouwkosten, de vergunningenproblematiek rond bronnering, en het faillissement van HoCoSto.

Alhoewel die tegenslagen op zich niet te voorspellen waren, had bij een goede risicoanalyse vooraf wel al een beeld kunnen zijn van de mogelijke gevolgen van dergelijke tegenslagen en mogelijke oplossingen ervoor. Nu ontbrak dat beeld, en veroorzaakten de tegenslagen steeds een crisissituatie rond het project.

22

Het project is gerealiseerd – al werkt het systeem nog niet optimaal en zijn er ‘kinderziektes’. Het realiseren van het project mag als een knappe prestatie worden beschouwd gezien de tegenslagen die men onderweg tegenkwam en de complexiteit en het experimentele karakter van het project. De effectiviteit van het experiment in termen van energieprestatie, CO2-reductie en exploitatie is nu nog niet volledig te beoordelen en afhankelijk van hoe een aantal zaken de komende jaren worden opgelost. De realisatie is tot stand gekomen door de inzet van een kleine groep mensen – deels onbetaalde vrijwilligers en inwoners van de wijk plus een betaalde projectleider – die enthousiast en sterk betrokken waren bij het project. Dat verdient veel waardering. Het is een voorbeeld van hoe burgerparticipatie in de praktijk tot stand komt en levert lessen op voor experimenten elders.

3.2

(Deel)conclusies per thema

Deelconclusies bij de toekenning van de subsidie en de start van het project 1. Het project is niet of nauwelijks kritisch heroverwogen na de toekenning van de PAWgelden. Met de toekenning van de PAW-subsidie kon de bouw beginnen. Met de toekenning is het project in een eigen dynamiek terecht gekomen, gericht op het snel uitvoeren van het project. Daardoor is een kritische beoordeling van de (voorwaarden voor) haalbaarheid en de eventuele risico´s op de achtergrond geraakt. Bij de start is geen duidelijke go/no go beslissing geweest – ook niet van de wijkbewoners – op basis van een integrale afweging van de voor- en nadelen van het project en de keuze van de techniek. Met de toekenning van de PAW-subsidie en de oprichting van de coöperatie VlieWaCo en Duinwijck Warmte BV is de beslissing tot uitvoering impliciet genomen. 2. Een nadere uitwerking van het uitvoeringsplan is niet gemaakt. De subsidieaanvraag voor het PAW vormt de planbeschrijving van het project. Een beknopt uitvoeringsplan is integraal onderdeel van de aanvraag. Er is echter geen nader uitgewerkt projectplan. Omdat tussen subsidieaanvraag (juni 2018) en start van de uitvoering (najaar 2020) ruim tijd zat, was er voldoende gelegenheid om naar mogelijk veranderde voorwaarden en omstandigheden en naar risico´s te kijken, zoals bijvoorbeeld de ontwikkeling van bouwkosten.

Dergelijke onzekerheden zijn echter niet expliciet meegenomen bij de start van de uitvoering. 3. Een risicoparagraaf is niet gemaakt evenals de bijbehorende beheersmaatregelen. Omdat er geen nader uitgewerkt projectplan is, ontbreekt ook een goede risicoanalyse. In een projectplan dient echter standaard een risicoparagraaf te worden opgenomen. Het ontbreken van een risicoanalyse betekent ook dat in de besluitvorming van het project risico’s onvoldoende meegewogen hebben kunnen worden door zowel de gemeente als de inwoners van Duinwijck. Zowel de gemeente(raad) als de inwoners (coöperatie) hadden voor de start van het project om meer informatie over de risico’s kunnen vragen, bijvoorbeeld via een second opinion, wat een geëigend instrument daarvoor is. Bij een goede risicoanalyse vooraf had al een beeld kunnen worden gevormd van de gevolgen van mogelijke tegenslagen en hadden vooraf beheersmaatregelen kunnen worden bedacht.

Deelconclusies bij de uitvoering van het project 4. De gemeente Vlieland is reactief in het bieden van ondersteuning aan het bestuur van het project tijdens de uitvoering. De gemeente heeft zich ‘op afstand’ opgesteld bij de uitvoering van het project. De betrokkenheid was in beginsel vooral ‘elkaar informeren’ wat ook regelmatig gebeurde. Bij de tegenslagen was er echter wel zeer intensief contact. Met name bij de 23

problematiek rond bronnering heeft de gemeente een actieve rol gehad in de contacten met medeoverheden (provincie Fryslân en Staatsbosbeheer). Die rol werd pas opgepakt toen het probleem zich in volle omvang voordeed. De gemeente had eerder en meer systematisch ondersteuning kunnen bieden aan de projectleiding, in het bijzonder vanwege de onervarenheid van de projectleiding met vergunningverlening rond bouwprojecten in de openbare ruimte. Dit had de tegenslagen wellicht niet kunnen voorkomen, maar wel de gevolgen ervan kunnen beperken. 5. Er was onvoldoende grip op de uitvoering door HoCoSto, bij zowel Duinwijck Warmte BV als (indirect) de gemeente. Uiteindelijk heeft Duinwijck Warmte BV succesvol een arbitragezaak aangespannen om HoCoSto aan de voorwaarden rond oplevering te houden. Urgenda heeft op de achtergrond een belangrijke rol gespeeld ten aanzien van de juridische ondersteuning die nodig was bij de arbitragezaak.

Deelconclusies van de governance rondom het project 6. De Rijksoverheid heeft geen ondersteuning of beheersmaatregelen getroffen voor financiële en maatschappelijke risico’s die inherent zijn aan proefprojecten. De rijksoverheid stimuleert dit type projecten vanuit een bottom-up benadering, waarbij burgerparticipatie het uitgangspunt is. De gedachte is dat met burgerparticipatie draagvlak is geborgd en gebruik wordt gemaakt van de kennis en ervaring op lokaal niveau. De ervaring bij dit project leert dat, juist omdat het om experimentele en innovatieve projecten gaat, de lokale kennis en (project)ervaring niet altijd voldoende aanwezig zijn. Er was echter tijdens de uitvoering wel begeleiding of ondersteuning nodig ten aanzien van organisatorische, technische, financiële en juridische aspecten. Na de subsidietoekenning is er vanuit het Rijk niet of nauwelijks begeleiding of ondersteuning geweest. 7. De gemeente heeft de regisseursrol onvoldoende ingevuld, maar heeft op ad hoc basis veel tijd, energie en geld in het project gestopt. De gemeente heeft een rol als regisseur bij het project – dat is op die manier verwoord in het convenant PAW. Ook omdat het project expliciet onderdeel is van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid is betrokkenheid van de gemeente logisch, zowel ondersteunend als controlerend en sturend.

De regierol was echter onvoldoende structureel en systematisch ingericht. Hierdoor ontbrak het aan een meer ondersteunende en sturende rol van de gemeente in een vroeg stadium van het project (bijvoorbeeld bij het vergunningentraject). Er was ook geen regie- of stuurgroep boven de uitvoerende projectgroep, waar bijvoorbeeld een wethouder lid van had kunnen zijn. De betrokkenheid en inzet van de gemeente is uiteindelijk zowel qua inzet als financiën groot. 8. Duinwijck Warmte BV heeft een duidelijke maar in de praktijk kwetsbare beheerorganisatie. In de oprichtingsakten van zowel de coöperatie als de BV zijn de verantwoordelijkheden van het bestuur duidelijk vastgelegd en die zijn ook transparant beschikbaar op de website van het project. Duinwijck Warmte BV is het organisatieonderdeel dat feitelijk de projectleiding had. De bestuursleden vormen in de praktijk het projectteam. Daarmee is een zware verantwoordelijkheid voor de voortgang van het project bij een zeer klein team van deels vrijwilligers gelegd. In de ontwikkel- en bouwfase bestond het team uit twee personen: de bezoldigde projectleider en een onbezoldigde inwoner. Met name zaken rond vergunningverlening en het aansturen van aannemers vormen een relatieve zware werklast, waarbij voldoende kennis en ervaring bij het projectteam essentieel is en waar dat nodig is ondersteuning zou moeten worden geboden.

De extra PAW-middelen van 400.000 euro voor projectgebonden proces- en advieskosten zijn niet voor dat doel ingezet, maar voornamelijk voor de dekking van de bouwkosten.

24

9. Het project Duinwijck Gasvrij leunt op burgerparticipatie en dat is kwetsbaar indien deelname vrijblijvend is. Er is voor gekozen om de betrokkenheid en belangen van de inwoners van de wijk te organiseren via de coöperatie VlieWaCo. Niet alle inwoners zijn lid van de coöperatie. Onder meer vanwege het experimentele karakter en de daarmee gepaard gaande onzekerheden, is echter een zo groot mogelijke en bij voorkeur actieve deelname wel wenselijk. In de praktijk bleken slechts enkele inwoners actief in het project, op wie veel verantwoordelijkheid kwam te liggen. 10. De verschillende rollen en verantwoordelijkheden zijn niet goed gescheiden en verankerd bij de oprichting van het project. In de organisatiestructuur rond het project zijn de rollen die de verschillende organen en personen hadden niet goed vastgelegd, en ook niet helder afgebakend. In de praktijk was er sprake van rolvervaging en dubbelfuncties, waardoor verantwoordelijkheden niet goed waren belegd. Dat geldt bijvoorbeeld wat betreft: • dubbelfunctie van projectleider en bestuurder van Duinwijck Warmte BV • dubbelfunctie raadsleden in de Raad van Toezicht van Duinwijck Warmte BV • dubbelfunctie bestuurder Duinwijck Warmte BV en (oud) medewerker van de gemeente • dubbelfunctie bestuur coöperatie VlieWaCo en bestuur Duinwijck Warmte BV 11.

De RvT geeft adviezen en biedt ondersteuning, maar de toezichtsrol is onderbelicht. In de praktijk functioneert de Raad van Toezicht van de coöperatie als een adviesorgaan dat meedenkt over de uitvoering, of zelfs in sommige gevallen direct betrokken is bij de uitvoering. De rol van toezichthouder is daardoor feitelijk niet ingevuld. De functie van de leden van de Raad van Toezicht (RvT) is ook niet omschreven of vastgelegd. Een onafhankelijke toezichtsfunctie die meer op afstand de algehele voortgang had bewaakt, had een rol kunnen spelen bij het eerder signaleren en ingrijpen bij problemen in de uitvoering.

Deelconclusies bij de financiën rondom het project 12. Het benodigde budget was bij de start van het project onvoldoende gedekt. De oorspronkelijke rijkssubsidie dekte de kosten niet; andere middelen waren onzeker. Bovendien ontbrak een financiële risicoparagraaf in het uitvoeringsplan. De aanvullende rijkssubsidie en de gemeentelijke bijdragen, die beide eerst niet in het financieringsplan zaten, zijn essentieel geweest om het project te kunnen uitvoeren. 13. Het project Duinwijck Gasvrij is afhankelijk van subsidiegelden en de financiële risico’s zijn nog niet volledig in beeld voor de gemeente. Duinwijck Gasvrij was alleen mogelijk doordat in de aanloop- en ontwikkelfase al (aanzienlijke) financiële bijdragen van externe partijen werden gedaan. Het ging ten eerste om een subsidie vanuit de VNG Innovatieve Aanpakken (ca. 235.000 euro). Daarnaast heeft NUON (Vattenfall) voorafgaand aan het project onderhoud aan leidingen gepleegd en het ketelhuis vervangen. Het warmtenet en ketelhuis zijn ‘om niet’ overgedragen aan Duinwijck Warmte BV als een bruidsschat met een waarde van per saldo ongeveer 360.000 euro. De bouwfase is gefinancierd door de rijkssubsidie vanuit de PAWsubsidie. De oorspronkelijke rijkssubsidie van ongeveer 665.000 euro was te weinig om de (begrote) kosten te dekken. Later zijn de extra PAW-middelen van 400.000 euro toegevoegd aan het budget.

Naast de rijkssubsidie heeft de gemeente het project financieel ondersteund met in totaal 240.000 euro, en zijn er enkele kleinere bijdragen van andere partijen. 14. Bewoners dragen financiële risico’s. Met de organisatie via een coöperatie en een BV waren in beginsel de projectrisico’s weg gehaald bij de wijkbewoners. Echter, risico’s die ook gevolgen konden hebben voor de uiteindelijke (financiële) exploitatie van het warmtenet zijn daarmee niet volledig afgedekt. Op dit moment lijkt het erop dat inderdaad projectrisico’s bij de bouw als het 25

ware ‘doorlekken’ naar de exploitatie waarvoor de wijkbewoners in beginsel opdraaien. Daarmee is niet voldaan aan de belofte dat de bewoners geen (financieel) risico zouden dragen. 15. Gemeente draagt deels het financieel risico. Voor de gemeente was het project op voorhand niet geheel risicovrij, ondanks dat de gemeente vooral ‘doorgeefluik’ van de PAW-subsidie was. Immers, als het project niet zou slagen, heeft de gemeente wel een algemene verantwoordelijkheid voor haar inwoners. De mogelijke financiële risico’s voor de gemeente zijn bij de start niet in beeld gebracht, vanuit het idee dat de projectkosten met de subsidies financieel volledig gedekt zouden zijn. In de praktijk bleek de gemeente financieel te moeten bijspringen. De gemeentelijke bijdragen komen mede voort uit een breed gedragen motie van de gemeenteraad voor steun aan het project. De bijdragen zijn niet risicoloos en de voorwaarden voor de financiële bijdrage van de gemeente zijn voor een deel nog niet definitief, waardoor de gemeente het risico loopt dat leningen/bijdragen van ca. 240.000 euro door Duinwijck Warmte BV niet terug kunnen worden betaald.

Deelconclusies informatievoorziening rondom het project 16. De (financiële) verantwoording was niet altijd op orde. Ondanks dat het in het project om substantiële bedragen gaat, was de financiële informatievoorziening niet altijd op tijd. De gemeente had bij de subsidievoorwaarden daarover concrete afspraken kunnen vastleggen, maar dat is niet gedaan. Ook de Raad van Toezicht had niet altijd op tijd voldoende inzicht in financiële zaken, terwijl regelmatig (bijvoorbeeld eens per kwartaal) inzicht in de financiën een regulier onderdeel van toezicht is. Door deze beperkte invulling van de verantwoordingsinformatie kon het college de gemeenteraad ook niet altijd tijdig informeren over de feitelijke situatie in termen van financiën, risico’s en uitvoering.

3.3.

Aanbevelingen

Stel altijd vooraf een startnotitie op bij (grote) projecten I. De raad moet altijd bij een (groot) project beschikken over een startnotitie. Dit kan een beknopt overzicht zijn waarin de doelstelling, planning en betrokkenheid van burgers en derden staan, maar zeker ook de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente, het gemeentelijke budget en de risico’s zijn beschreven. Ook moet er aandacht zijn voor de mogelijkheid van een second opinion in opdracht van de gemeenteraad op die aspecten van het project. De toekenning van een subsidie betekent niet automatisch dat een project definitief van start kan gaan; er dient een moment te zijn om te bezien of de subsidievoorwaarden en omstandigheden nog steeds passen bij de eerder geplande uitvoering en organisatie van het project. Een startnotitie bevat ook een dergelijk overzicht. II.

Zorg voor een overzichtelijk besluitvormingsproces bij alle fasen van het project en leg dit ook vast in een startnotitie Bij projecten dient een procesoverzicht met tijdpad te worden opgesteld, waarbij opeenvolgende deelbesluiten met go/no go beslissingen duidelijk zijn aangegeven. Het moet duidelijk zijn of een besluit een deel van een project behelst, en wat einddatum, doelstellingen, randvoorwaarden, alternatieven en beheersmaatregelen zijn. Er dient ook aangegeven te worden wat momenten zijn waarop een project zonder al te veel (financiële) gevolgen kan worden gestopt (een point of no return).

26

III.

Zorg bij grote projecten voor een projectorganisatie waarin de verschillende rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente goed geborgd zijn, ook als het project op afstand staat Organiseer de projectorganisatie met voldoende aandacht voor sturing en toezicht en een duidelijke rol voor de gemeente, bijvoorbeeld door boven de uitvoerende projectgroep een regie- of stuurgroep in te stellen. Zorg er daarbij ook voor dat rollen niet conflicteren. Let bij het invullen van de rollen op het bestuurlijke belang van de gemeente bijvoorbeeld vanuit het perspectief van een verbonden partij. Geef duidelijkheid over de rol en taken van de gemeente en, indien relevant, ook van andere overheden (Rijk, provincie, waterschap, Staatsbosbeheer). Geef ook duidelijkheid over de rol en taken die aan een bestuur – de betrokken burgers – van het project zijn toebedeeld. Voorkom daarbij dat complexe en tijdrovende projecten een te groot beslag leggen op een kleine groep betrokken (onbezoldigde) burgers. Zorg voor voldoende ambtelijke capaciteit bij innovatieve en grote projecten IV. Kijk bij de organisatie van het project goed naar eventueel ontbrekende kennis en competenties, en organiseer die adequaat. De gemeentelijke betrokkenheid betreft bij Duinwijck betrof zowel de regisseursrol van het project als de bredere rol op het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Vlieland.

Om goed uitvoering te geven aan die rollen is voldoende ambtelijke capaciteit belangrijk. V.

Zorg vooraf voor een adequate financiële administratie en organisatie met systematische periodieke financiële informatie Het is aan te bevelen om bij (grote) projecten een aantal vaste momenten te kiezen waarop de raad geïnformeerd wordt ten aanzien van de doelstelling, planning, risico’s en financiën, ook als er niet direct sprake is van afwijkingen of problemen in de uitvoering. Daardoor blijft de raad regelmatig geïnformeerd en betrokken bij het project. De raad heeft er baat bij als de ook de informatievoorziening van andere betrokken (uitvoerings)organen zoals de Raad van Toezicht op orde is. VI. Verbeter het toezicht door de gemeente Bij een complex project ‘op afstand’ is het belangrijk dat toezicht vanuit de gemeente goed is ingericht. Het gaat bij Duinwijck Gasvrij weliswaar om een privaatrechtelijke organisatie, maar er is wel sprake van een subsidierelatie en een publieke verantwoordelijkheid in de zin dat de warmtevoorziening voor alle inwoners adequaat geregeld moet zijn. Omdat het project op afstand is gezet, kan de gemeente minder direct sturen, maar is een goede toezichtfunctie extra van belang. VII.

Werk op korte termijn een analyse uit ten aanzien van de resterende projectrisico’s

Omdat het systeem nog niet optimaal werkt en de uiteindelijke energieprestatie nog onzeker is, spelen er nog steeds risico’s bij het project die ook gevolgen kunnen hebben voor de financiële relatie met de gemeente. Die financiële relatie is er nu al met de gemeentelijke bijdragen, waarvan de voorwaarden nog niet volledig uitgewerkt zijn. De situatie rechtvaardigt het op korte termijn alsnog maken van een risicoanalyse.

27

Bijlage I – Geïnterviewde organisaties en betrokken partijen In het kader van privacyregels (AVG) worden de namen van de geïnterviewde personen niet in het rapport genoemd; deze zijn wel bekend bij de rekenkamer. • • • • • • •

Gemeente Vlieland (ambtelijk en bestuurlijk) Bestuur Duinwijck BV (oud en huidig) Raad van Toezicht Duinwijck BV Projectleiding Duinwijck Gasvrij Gemeenteraadsleden Vlieland Staatsbosbeheer Projectleider Nagelen (vergeljjkbaar PAW-poject)

28

Bijlage II – Documentatie en andere bronnen Web sites • • • • •

https://duinwijckgasvrij.nl/ https://www.nplw.nl/ https://www.urgenda.nl/vlieland-duinwijck-gasvrij/ https://greenvis.nl/kennisbank/projecten/duurzame-warmteambities-op-vlieland/ https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2019-5295.pdf

Documenten • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Brief Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan gemeente Vlieland, betreft bijdrage

aan proeftuin aardgasvrije wijken, convenant, vervolg, 2 november 2018 Aanvraag aardgas vrije wijken, gemeente Vlieland, 2018 Gemeente Vlieland, uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam1, project 13, 18 september 2017 1 CONVENANT GROOTSCHALIGE PROEFTUIN MET EEN AARDGASVRIJE WIJK, december 2018. (Melding in Staatscourant van 1 februari 2019.) Gemeente Vlieland, Transitie Visie Warmte: Op weg naar een duurzaam verwarmd en aardgasvrij eiland, okt. 2021. Gemeente Vlieland, B&W advies, april 2019 Duinwijck BV, oprichtingsakte (https://duinwijckgasvrij.nl/duinwijckwarmtebv) VlieWaCo, oprichtingsakte (https://duinwijckgasvrij.nl/warmtecooperatie) Gemeente Vlieland, Raadsvergadering, 27 januari 2020 Duinwijck BV, notulen ledenvergaderingen Duinwijck BV, verslagen/agenda’s bewonersavonden De proeftuin Energiek Nagele (https://energieknagele.nl/wp-content/uploads/2024/03/ONLINE-RapportEnergiek-Nagele.pdf ) Gemeente Vlieland, college besluit, 22 februari 2022 Gemeente Vlieland, Briefwisseling gemeente en RvT over financiën VlieWaCo inzake Duinwijck, mail 25 januari 2022 en brief 25 februari 2022 Gemeente Vlieland, aan RvT, 25 februari 2022 Gemeente Vlieland, subside-overeenkomst Duinwijck BV Gemeente Vlieland, Raadsvergadering, 5 oktober 2020 Gemeente Vlieland, raadsvoorstel vaststellen uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam 2017-2022, 25 juli 2017 1 Advies aan het college van 15 maart

2022 Gemeente Vlieland, Jaarrekening gemeente Vlieland 2021 Gemeente Vlieland, Jaarrekening gemeente Vlieland 2022 Gemeente Vlieland, Jaarrekening gemeente Vlieland 2023 Gemeente Vlieland, Begroting 2024 Gemeente Vlieland, Leningovereenkomst Gemeente Vlieland, collegebesluit, maart 2022 Brief van het college aan Duinwijck Warmte BV van 22 juni 2022. Gemeente Vlieland, B&W advies, oktober 2021

29

Bijlage III – Tijdlijn

Aanloop tot en met de aanvraag van de PAW-gelden (2013-2018) voor 2016 2016 2017 augustus

2017 september 2018 juli

NUON wil van warmtenet af eerste ideeën over aanpassen warmtenet Duinwijck is door de VNG uitgekozen als innovatief project en krijgt in 2016 en 2017 zogenoemde versnellingsgelden Onderzoek huidige net en mogelijke warmteoplossingen Bewonersoverleg en nieuwsbrief: Aankondiging plan en presentatie Opvragen verbruiksgegevens Onderzoeken Formulering uitgangspunt: energiekosten worden niet hoger Uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam vastgesteld door raad met daarin ‘project 13 Duinwijck’ Bewonersoverleg en nieuwsbrief: twee technologische opties voorstel demowoningen investeringen NUON (Vattenfall)

Honoreren van de PAW-gelden en oprichting van de coöperatie en de BV (2018-2019) 2018 juni 2018 oktober 2019 januari 2018 december /2019 februari (Staatscourant)

Indienen aanvraag PAW-gelden PAW is toegekend Keuze voor optie HoCoSto Convenant BZK – gemeente Vlieland

2019 februari 2019 februari

PvA vooronderzoek/ontwerp door HoCosto (opdracht van de gemeente) Bewonersoverleg (presentatie): concept planning van de uitvoering: 2018/2019: afleversets NUON 2019: ervaring opdoen met demowoningen + graven kuil + vullen waterzak + verplaatsen stookhok 2020: opwarmen waterzak (zomer) + overdracht aan coöperatie 2020/2021 (winter) ingebruikname

2019 juli

-

2019 april 2019 juni

Toevoegen rijksbijdrage (664.683 euro) aan bestemmingsreserve Duurzaamheid Bewonersoverleg (presentatie):uitgangspunt “we lopen geen risico”

2019 september

Bewonersoverleg (presentatie): Aanstelling bestuur VlieWaCo en Duinwijck BV Technische commissie is opgericht Raad van Advies

2019 december

Subsidieovereenkomst gemeente – Duinwijck Warmte BV (overhevelen subsidie Rijk/VNG; subsidiebedrag: 927.371,88 euro minus reeds gemaakte kosten van 174.007,71)

Oprichting coöperatie Oprichting BV

30

Uitvoering en exploitatie (2019-heden) 2020 juli 2020 juli 2020 oktober

Beschikking Rvo toekenning SDE+ aan Duinwijck BV Verandering in plan t.a.v. tapwater (hogere temperatuur wel uit warmtenet; niet decentraal in woningen Extra subsidie van Rijk (400.000) ten behoeve van het project

2020 oktober 2020 najaar

Melding nieuwe planning: start vroege voorjaar 2021 Bouw rek over gebouw De Vliehorst

2021 april

Obstakels: aanleveren materiaal + bronnering Andere planning

2021 mei/juni

In de gemeenteraad een schriftelijke vraag van AB over Natura2000 en de vertraging door logistieke problemen. Antwoord college: vertraging vanwege bronbemaling/wateroverlast. In overleg met SBB uitstel tot september en melding vertraging door verlate levering (door coronaperiode) Transitievisie Warmte: Op weg naar een duurzaam verwarmd en aardgasvrij eiland Aanvang bouw buffers en plaatsing heat pipes

2021 oktober 2021 november 2022 februari

2022 maart 2022 april 2022 2022 2022 juni 2022 september

Brief gemeente aan RvT: vlottrekken van de voortgang van het project warmtevoorziening Duinwijck: vertragingen leiden tot meerkosten (door Suezkanaal, regen, faillissement HoCoSto, vergunningen) Rentedragende lening gemeente aan Duinwijck BV (150.000; terugbetaling in 15 jaar) Overdracht opstal/eigendom ketelhuis en warmtenet aan Vattenfall, zodat die het kan overdragen aan VlieWaCo Overdracht Vattenfall van materiële en immateriële goederen aan Duinwijck Warmte BV Financiële problemen HoCoSto Voorschot/rentevrij lening van gemeente aan Duinwijck Warmte BV van 50.000 “om zorg te dragen dat het project kan worden vlot getrokken en afgerond”. Uitspraak RvA (raad van Arbitrage), waarbij Duinwijck Warmte BV op hoofdpunten in het gelijk is gesteld; volgens de uitspraak dient HoCoSto voor 14 oktober een werkend systeem op te leveren.

2022 december 2022 december eind 2022/begin 2023 2023 juni

Herinrichting veld boven buffer door gemeente zelf (op kosten van HoCoSto) Faillissement HoCosto (21 december 2022; doorstart januari 2023) Afronding afspraken contractwerkzaamheden (‘restpunten’) Nieuw bestuur en einde werkzaamheden oorspronkelijke projectleider

2024 januari

Extra financiële bijdrage van gemeente aan Duinwijck Warmte BV van 40.000 voor financiering van vervanging van de regelinstallatie

31

Bijlage IV – Duurzaamheidskader In het uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam!, is Duinwijck een project om bij te dragen aan CO2 reductie. Op 18 september 2017 heeft de gemeenteraad het uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam vastgesteld. Hierin staan de ambities voor Vlieland CO2 vrij in 2020, wat betreft het energie gebruik van de bebouwde omgeving (gas en stroom). Project 13, betreft het project Duinwijck gasvrij waarbij is opgenomen dat er werkzaamheden moeten worden verricht door het energieloket van de gemeente in samenwerking met de werkgroep Duinwijck gasvrij. 70 De werkzaamheden zijn een plan van aanpak opstellen, aanbesteding, realisatie, exploitatie. De kosten van de onderzoeksfase worden gedekt uit de subsidies van de versnellingsgelden van de VNG. Uit het uitvoeringsprogramma is op te maken dat Duinwijck bijdraagt aan het publieke belang en bijdraagt aan de duurzaamheidsambitie van de gemeente Vlieland. In het Uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam 2017-2021 is opgenomen dat initiatiefnemers van duurzaamheidsprojecten vrijstelling wordt verleend van de leges 71 voor het in behandeling nemen van vergunningaanvragen. Duinwijck Warmte BV. hoeft voor het in behandeling nemen van de vergunningaanvraag van een duurzaamheidsproject geen leges72 te betalen en krijgt in 2021 een teruggave van € 10.486,-.

De gemeente Vlieland heeft doelstelling op gebied van duurzame energie ook in 2021 opnieuw bevestigd In de Transitievisie van 2021 heeft de gemeente Vlieland vastgelegd dat ze de inwoners zo veel mogelijk bij het maken van de overstap naar duurzaam verwarmen ondersteunt. De gemeente faciliteert en stimuleert initiatieven. Kenmerkend voor de werkwijze is dat een deel van de regie bij de bewoners zelf komt te liggen want, zo stelt de gemeente, inwoners en ondernemers nemen bij voorkeur zelf het initiatief om verduurzamen vorm te geven. 73 Verder staat in de visie dat het niet realistisch is om te denken dat de inwoners en de gemeente zelf de warmtetransitie kunnen bekostigen. Verwacht wordt dat er vanuit het Rijk budget zal worden vrijgemaakt om deze transitie vorm te geven. Daarop vooruitlopend wordt onderzocht of er extra middelen binnen de gemeentelijke begroting vrijgemaakt kunnen worden om de mogelijkheden voor een warmtenet op Vlieland in kaart te brengen. 74 In de Transitievisie staat de routekaart per wijk. Voor de wijk Duinwijck is aangegeven dat de woningen naar verwachting voor 2023 verwarmd worden door middel van een warmtenet.75 In de statuten van zowel de coöperatie en de BV zijn expliciet als doelstellingen opgenomen dat Duinwijck bijdraagt aan de energietransitie.

Het doel van de coöperatie bestaat meerdere subdoelen en is in kader van dit onderzoek samen te vatten als76: de belangen van de leden te behartigen door overeenkomsten voor de levering van duurzame energie • te sluiten en zo bij te dragen aan de energietransitie. nevendoel ook andere ideële doelen van de leden te dienen. • de coöperatie tracht haar doel te bereiken door het leveren van warmte aan de leden afkomstig uit het • warmtenet, financiering van toepassingen van duurzame energiebronnen te Vlieland, samenwerken met het deelnemen in het voeren van directie ten behoeve van het doel, bevorderen van energiebesparing en het stimuleren van gebruik van duurzame, lokaal opgewekte energie te Vleiland en het geven van voorlichting. • Duinwijck Warmte BV 77 heeft als doel: het ontwikkelen en exploiteren van een warmtenet. • het produceren of doen produceren van duurzame energie door de realisatie van een lokale duurzame • energie installatie op Vlieland. verwerven, oprichting en of exploitatie van een duurzame product installatie. • 70

Gemeente Vlieland, Bijlage 1 uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam!, 11 juli 2017, p.21.

71 Gemeente Vlieland, B&W advies, oktober 2021, p.2. 72

Gemeente Vlieland, uitvoeringsprogramma Vlieland Duurzaam!, 11 juli 2017, p.25. Gemeente Vlieland, Transitievisie Warmte: op weg naar een duurzaam verwarmd en aardgasvrij eiland, 7 okt. 2021, p.24. 74 Gemeente Vlieland, Transitievisie Warmte: op weg naar een duurzaam verwarmd en aardgasvrij eiland, 7 okt. 2021, p.13. 75 Gemeente Vlieland, Transitievisie Warmte: op weg naar een duurzaam verwarmd en aardgasvrij eiland, 7 okt. 2021, p.19. 76 https://duinwijckgasvrij.nl/warmtecooperatie/#oprichtingsakte, artikel 2 77 https://duinwijckgasvrij.nl/de-exploitatie/ 73

32

• •

verlenen van adviesdiensten aan particulieren ondernemers, overheden etc. op gebied van milieu, energie en belastingen. verstrekken van geldleningen, het beheren van en beschikken over registergoederen, ook schulden etc.

33

Bijlage V – Reflectieverslagen BZK Er zijn twee verslagen reflectieve monitor die voortkomen uit het PAW. Beiden hebben specifiek betrekking op Duinwijck. De eerste reflectie dateert van november 2019 en de tweede november 2020. 78 In deze reflectie worden geleerde lessen genoemd voor alle stakeholders die meewerken aan de werkgroep Duinwijck Gasvrij. De reflectie en monitoring is onderdeel van de convenantafspraken tussen Rijk en gemeente. Voorbereiding, opzet en inrichting van het project: Succes: Oprichting van een warmtecoöperatie en BV, wat zorgt voor nauwe betrokkenheid en samenwerking • tussen stakeholders. Geleerde les: Noodzaak van gekwalificeerde projectleiders (intensief traject om met alle partijen overleg te • voeren) en technici; de initiële installateur had te weinig ervaring, wat vertraging veroorzaakte. Inwonersparticipatie: Succes: Organisatie van negen bewonersavonden, waarbij onderwerpen afgestemd waren op de • projectfasen, wat resulteerde in betrokkenheid en bewustwording. Geleerde les: Duidelijke communicatie over verwachtingen en betrokkenheid van bewoners kan weerstand • verminderen en draagvlak vergroten. Informatievoorziening: Succes: Campagnes zoals 'Vlieland 2020' en actieve betrokkenheid van de gemeente bij • bewonerscommunicatie via sociale media en posters.

Geleerde les: Behoefte aan meer centrale doelstellingen en communicatiestrategieën vanuit de • Rijksoverheid om afstemming te vergemakkelijken. Geleerde les: Draagvlakverwerving goed insteken, is een intensief traject. • Borging van risico’s: Succes: Financiële buffer voor onderhoudswerkzaamheden en 24/7 bereikbaarheid bij storingen, wat • stabiliteit en vertrouwen biedt. Geleerde les: Noodzaak van flexibiliteit en reserves voor onvoorziene omstandigheden, zoals financiële • uitdagingen die pas tijdens het proces duidelijk worden. Geleerde les: Het terrein waar de Vliehorst zich op bevindt, is in het bestemmingsplan aangegeven als een • recreatieve bestemming. Hierdoor was het voor de gemeente niet mogelijk om een omgevingsvergunning te verlenen voor een energetische oplossing. De gemeente heeft hierop een tijdelijke vergunning toegekend, maar door jurisprudentie kon het project met een tijdelijke vergunning geen aanspraak maken op een SDEsubsidie. Dit moet in een voortraject beter worden voorzien. Les is om bijv. een postzegelplan (ook wel partiële herziening, detailplan of gedeeltelijke herziening genoemd) vast te stellen. Hiermee is het mogelijk om in alle bestemmingen energetische maatregelen toe te passen zonder wijziging.

78 Programma Aardgasvrije Wijken, Verslag reflectie monitor, Duinwijck gemeente Vlieland, 13 november 2019, en 10

november 2020.

34

Bijlage VI – Bestuurlijke reactie

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=c409afec-1179-491b-9d3b-aa40aa162922