Raadsvoorstel en -besluit Wijziging GR Centrumregeling SDF Vlieland
Tekst van het document
Raadsvergadering
: 29 januari 2024
Onderwerp
: Wijziging Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân
Portefeuillehouder
: Wethouder M. Vellinga
Zaaknummer
: 384304
Beslispunten 1. 2.
Kennis te nemen van de voorgenomen wijziging van de gemeenschappelijke regeling Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Geen gebruik te maken van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen.
Samenvatting Als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is wijziging van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân voor 1 juli 2024 noodzakelijk. De eerste procedure daartoe betreft de zienswijze van de raad. Het advies is om geen zienswijze uit te brengen. Daarna volgt een toestemmingsprocedure voor de wijziging van de Centrumregeling.
Aan de raad, Inleiding Op 1 juli 2022 is de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wet wijzigt onder andere de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en beoogt de (informatie)positie van gemeenteraden en provinciale staten bij gemeenschappelijke regelingen te versterken. Dit heeft gevolgen voor onder meer de gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Fryslân, die aan deze wetswijziging moet worden aangepast. De wetswijziging strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen meer mogelijkheden hun hun kaderstellende en controlerende rol binnen de samenwerkingsverbanden waaraan zij deelnemen, te verstevigen. Met de wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, een ander deel moet binnen twee jaar geïmplementeerd zijn in alle gemeenschappelijke regelingen. De gewijzigde Wgr dwingt tot wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen.
Met deze nota doen we u een voorstel om te komen tot een wijziging van de huidige Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân (SDF) zodat deze binnen de gestelde overgangstermijn van 2 jaren (voor 1 juli 2024) aan de wettelijke eisen kan voldoen. Naast de wettelijke verplichte aanpassingen, doen we u ook een enkel voorstel tot aanpassing van de regeling op basis van de ervaring van het afgelopen jaar met betrekking tot het Directeuren en Managersoverleg. Procedureel betekent de wetswijziging dat de voorliggende wijziging van de GR Sociaal Domein Fryslân zowel de zienswijzenprocedure ex artikel 51, derde lid, Wgr als de toestemmingsprocedure ex artikel 51, vierde lid, Wgr richting de gemeenteraad moet worden doorlopen, voordat de wijziging definitief wordt. Dit betekent twee besluitvormingsmomenten voor de raad in een voorgeschreven volgorde: eerst de zienswijzenprocedure, daarna de toestemmingsprocedure. Om de wijzigingen voor 1 juli 2024 te kunnen implementeren is het noodzakelijk dat de raad in januari 2024 over de zienswijzeprocedure besluit.
Beoogd effect Een geactualiseerde GR Centrumregeling Samenwerking Sociaal Domein Fryslân (sdf) die voldoet aan de uitgangspunten van de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen en de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Advies Motivatie/argumenten eventuele alternatieven 1.1 De voorgestelde wijzigingen zijn conform de gewijzigde wetgeving (‘van rechtswege’). Nieuw in de gewijzigde Wgr is dat gemeenteraden voorafgaand aan het wel/niet geven van toestemming aan de colleges een GR te (treffen of te) wijzigen in de gelegenheid moeten worden gesteld een zienswijze in te dienen tegen het wijzigingsvoorstel. De onderhavige besluitvormingsprocedure voorziet hierin. 1.2 De wet bepaalt enkele zaken die ook voor de centrumregeling SDF 2022 gelden De wijzigingen hebben vooral impact op samenwerkingsverbanden waarbij een openbaar lichaam is ingesteld. Voor bijvoorbeeld centrumregelingen, zoals Sociaal Domein Friesland, zijn de wetswijzigingen minder relevant. Wel zijn er enkele zaken waarvan de wet verlangt dat deze ook voor centrumregelingen gelden, te weten: a. De evaluatie uit artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen b. De uittreding uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen c. Burgerparticipatie uit artikel 10 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen Ad a. De evaluatie uit artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen In dit artikel is opgenomen dat iedere gemeenschappelijke regeling een bepaling moet bevatten over de evaluatie van de regeling. De bepaling kan inhouden dat niet wordt geëvalueerd.
Wordt er wel geëvalueerd dan zullen de bepalingen gaan over wat er wordt geëvalueerd, hoe vaak en op welke wijze. In de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is op dit moment in artikel 26 het volgende opgenomen over de evaluatie. Jaarlijks wordt in het gemeentesecretarissen overleg, bedoeld in artikel 13, de stand van zaken omtrent de samenwerking besproken met als doel om bijsturing te kunnen geven. Eens in de twee jaren organiseert het gemeentesecretarissenoverleg een reflectie op de samenwerking met alle direct betrokkenen bij deze regeling, in ieder geval de portefeuillehouders, de gemeentesecretarissen en de hoofden van het sociaal domein. Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt in het vijfde jaar, uiterlijk voor 1 oktober 2027 geëvalueerd, mede ten behoeve van besluitvorming die betrekking heeft op artikel 22, onder 2 of 3. Deze besluitvorming door de colleges en de burgemeester van de gemeenten vindt vóór 31 december 2027 plaats. Indien dit wordt getoetst aan artikel 11a van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is te zien dat er in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt voldaan aan de volgende punten: wat er wordt geëvalueerd, namelijk de stand van zaken omtrent de samenwerking; hoe vaak er wordt geëvalueerd, namelijk eens in de twee jaren.
Indien er wordt gekeken naar de verbeterpunten betreffende de evaluatiebepaling in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is te zien dat er een specifieke maand opgenomen kan worden waarin de evaluatie plaatsvindt. Hierbij is het advies om de startdatum in te stellen op 01 oktober 2026 en de einddatum op 01 september 2027. Reden voor deze periode is vanwege de omvang van deze evaluatie. Er is in 2020 een uitgebreide langdurige evaluatie gedaan. Tevens ontbreekt in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 momenteel de wijze waarop er wordt geëvalueerd. Het advies hierin is om op te nemen dat een onafhankelijke externe partij de evaluatie uitvoert. Ad b. De uittreding uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen: In het huidige artikel 23 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt gesproken over de uittreding én de opheffing. Aangezien de wijziging uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zich enkel richt op de uittreding is het advies om het artikel niet langer samen te voegen in de uittreding en de opheffing, maar dit op te splitsen. In artikel 23 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 is het volgende opgenomen betreffende de uittredingsbepaling:
Opheffing en uittreding is behoudens bijzondere omstandigheden niet mogelijk in de eerste zes jaar na 1 januari 2022. Van bijzondere omstandigheden is slechts sprake als hierover tussen de colleges en de burgemeesters van de gemeenten overeenstemming bestaat. Deze regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van de colleges en de burgemeesters van de gemeenten. Opheffing kan niet plaatsvinden zolang voor een van de taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende bestuursorganen voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het derde lid. Uit artikel 9 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen 01-07-2022 blijkt dat de uittredingsbepaling iets moet zeggen over de voorwaarden van uittreding, de gevolgen van de uittreding (zoals de gevolgen voor het vermogen) en de vereffening van het vermogen.
Wanneer de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 wordt getoetst aan bovenstaande punten blijkt dat de gevolgen en de vereffening voor het vermogen ontbreken. Na het bestuderen van andere gemeenschappelijke regelingen was te zien dat er in de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân in lid 3 van artikel 2.6 gebruik wordt gemaakt van het gevolg voor het vermogen. Onderstaand de desbetreffende bepaling: Bij uittreding stelt het algemeen bestuur de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende vijf jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 80%, voor het derde jaar 60%, voor het vierde jaar 40% en voor het vijfde jaar 20% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het algemeen bestuur regelt voorts zonodig de overige gevolgen van een uittreding. Het advies om een voorbeeld te nemen aan artikel 2.6 van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân en een soortgelijk lid op te nemen betreffende de (financiële) gevolgen van een uittreding.
Bovenstaande bepaling van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân is vertaald naar Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Hierbij zal de gedachtegang van deze bepaling gehanteerd worden, maar er is een aanpassing nodig met betrekking tot een grondslag die wordt gehanteerd in de berekening. Deze grondslag heeft betrekking op de exploitatie in het jaar waarin de uittreding wordt gedaan. Tevens is het advies om de termijn met de daarbij horende percentages, dat momenteel is opgenomen in artikel 2.6 van de Gemeenschappelijke regeling Sociale werkvoorziening Fryslân, aan te passen. Het voorstel hierin is om een uittredingtermijn van maximaal drie jaar op te nemen en hierbij de volgende percentages aan te houden: Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor het eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40%. Daarnaast is het advies om de bepaling uit artikel 23 lid 3 van de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 te behouden. Dit lid heeft betrekking op het advies van een onafhankelijke derde.
De onafhankelijke derde kan zich vervolgens uitlaten over de impact van deze uittreding, welke kosten brengt zich dat mee voor de centrumgemeente en wat is redelijkerwijs het bedrag waar je dan van uit mag gaan. Voorstel bepaling uittreding 1. Bij uittreding stelt het algemeen bestuur de verplichtingen van de uittredende deelnemer vast. Daarbij geldt als richtsnoer dat de uittredende deelnemer aan het openbaar lichaam gedurende drie jaar te rekenen van de datum van uittreding (de realisering daarvan) af een bijdrage is verschuldigd, welke voor eerste jaar 100%, voor het tweede jaar 70%, voor het derde jaar 40% van de laatstelijk door de deelnemer verschuldigde jaarbijdrage kan belopen. Het algemeen bestuur regelt voorts zo nodig de overige gevolgen van een uittreding. 2. Indien een besluit tot opheffing of uittreding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, geven de colleges van de gemeenten gezamenlijk een onafhankelijke registeraccountant opdracht om een opheffingsplan op te stellen. Overigens moet worden opgemerkt dat deze uittredingsbepaling op dit moment een puur hypothetische kwestie betreft. De Minister heeft aangeven in het kader van de hervormingen in de Jeugdzorg wettelijk verplichte samenwerking te willen opleggen. In deze wettelijke plicht wordt naar verwachting bepaald welke regio’s moeten samenwerken en hoogstwaarschijnlijk ook welke centrumgemeente hiervoor zal
worden aangewezen. Dat maakt uittreding onmogelijk, aangezien we wettelijk gedwongen blijven te samenwerken in de huidige constellatie. Dus deze aanpassing is meer bedoeld om de regeling in lijn met de WGR te brengen. Ad c. burgerparticipatie uit artikel 10 van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen Naast de extra invloed die de lokale politiek krijgt op de gemeenschappelijke regelingen, vergroot de wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen ook de mogelijkheden voor inspraak van de burger. De wijziging van de wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in de introductie van de verplichting dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen zijn opgenomen over de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling betrokken worden. De wet gemeenschappelijke regelingen laat overigens de vrijheid om te regelen dat een dergelijke inspraakmogelijkheid niet geboden wordt. Net als bij de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen door de lokale politiek over voorgenomen besluiten van het samenwerkingsverband, kan er dus voor worden gekozen om vast te leggen dat er geen inspraakmogelijkheid is. Het advies is om hierover aandacht te besteden in het huishoudelijk reglement van SDF.
De Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022 ziet namelijk enkel op uitvoeringsaspecten, hierdoor is het niet noodzakelijk om deze bepaling op te nemen in de Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. 1.3 Naast de voorgestelde wettelijke wijzigingen is er aanpassing van het artikel omtrent het Directeurenen Managersoverleg. Met de herziene regeling van 2022 heeft een nieuw gremium zijn intrede gedaan, te weten het Directeuren- en Managersoverleg. Dit overleg is een goed jaar onderweg en heeft zijn draai gevonden. Echter is de praktische werkwijze iets anders dan de in de regeling voorgestelde werkwijze. Dit betreft met name lid twee die nu als volgt luidt: “Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit directeur MO van de centrumgemeente en vier tot zes managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten die worden aangewezen door zowel het portefeuillehouderoverleg WMO en Jeugd via een gezamenlijke voordracht.” Omdat vrijwel elke gemeente de mogelijkheid wil hebben aan te kunnen sluiten bij dit overleg, en indien dat niet het geval is zelf wil kunnen kiezen hoe zij zich aldaar laten vertegenwoordigen, stellen we voor om het artikel aan te passen naar: “Het managementoverleg sociaal domein bestaat uit de directeur van de centrumgemeente en directeuren en/of managers van afdelingen/sectoren sociaal domein van de gastgemeenten.
Een gastgemeente kan zich door een directeur en/of manager van een andere gastgemeente laten vertegenwoordigen”. Kanttekeningen Er zijn volgens ons geen kanttekeningen. De raad krijgt twee besluitvormingsmomenten: eerst de zienswijzenprocedure, daarna de toestemmingsprocedure, geheel volgens de gewijzigde Wgr. De voorgestelde wijzigingen zijn een gevolg van gewijzigde wetgeving en ervaringen met betrekking tot het Directeuren en Managersoverleg in het afgelopen jaar. Financiën Met dit besluit tot wijziging van de regeling zijn geen extra middelen gemoeid. Participatie, Communicatie & Publicatie Er is geen sprake van inwonersparticipatie; het betreft hier een hoofzakelijk technische aanpassing om de GR te laten voldoen aan de Wet versterking democratische legitimatie gemeenschappelijke regelingen en de Wet gemeenschappelijke regelingen. Procedure De voorgestelde aanpassingen dienen uiterlijk 1 juli 2024 geïmplementeerd te zijn. Om deze datum te kunnen halen dient de procedure met spoed te worden doorlopen. Dit betreft de volgende stappen. -
Na besluitvorming het raadsbesluit (wel of geen zienswijze) toezenden aan de Centrumgemeente Leeuwarden. Ingeval de raad of één of meer van de andere raden of provinciale staten een zienswijze indient, dan geeft gemeente Leeuwarden vervolgens aan hoe het met eventuele zienswijzen zal omgaan en of de ontwerpregeling hierop wordt aangepast. Daarna volgt een collegebesluit om de ontwerpregeling c.q. de wijzigingen van de GR vast te stellen.
-
De raad wordt van de reactie van het op eventuele zienswijzen en van een eventueel aangepaste ontwerpregeling op de hoogte gesteld en wordt om toestemming gevraagd om de GR te wijzigen. Bekendmaking van de gewijzigde regeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Wijziging van het huishoudelijk reglement van SDF ten aanzien van addendum drie. Aanpassingen zijn uiterlijk 1 juli 2024 geïmplementeerd.
12. Bijlagen Bijlage 1: Wijzigingsbesluit Centrumregeling samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022. Bijlage 2: was-wordt lijst
Vlieland, 12 december 2023 Burgemeester en wethouders van Vlieland, M. Schrier, burgemeester A. Idema, gemeentesecretaris
De raad van de gemeente Vlieland, gelezen:
het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2023;
B E S L U I T:
1. 2.
Kennis te nemen van het voorgenomen wijzigingsbesluit van de Centrumgemeente samenwerking Sociaal Domein Fryslân 2022; Geen gebruik te maken van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen.
Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 29 januari 2024 de griffier,
de voorzitter,
M.G. Brinksma-Brandenburg
M. Schrier