Raadsvoorstel en -besluit Ontwerp Centrumregeling Urgentieverordening
Tekst van het document
Raadsvergadering datum
: 31 maart 2025
Onderwerp
: Ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening)
Portefeuillehouder
: Wethouder R. de Jong
Zaaknummer
: 357404
Beslispunten 1. Geen zienswijze af te geven op de ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening).
Samenvatting Vanuit nieuwe landelijke wetgeving worden alle gemeenten in Nederland verplicht om bestaande categorieën mensen, de zogenaamde urgent woningzoekenden, voorrang te geven bij het toewijzen van woningen. In Fryslân is dit in gezamenlijkheid opgepakt. Er is een Fryske urgentieverordening gemaakt. Voor de Waddeneilanden is een uitzondering gemaakt. Dit is in een specifieke verordening vastgelegd, simpelweg omdat het niet mogelijk is om op de eilanden alle categorieën op te kunnen vangen en omdat de beschikbaarheid van woningen en zorg op de eilanden anders is dan op de vaste wal. De procedure om te komen tot een vastgestelde verordening wordt nu tegelijkertijd in alle gemeenten in Fryslân opgepakt. Deze proceduretijd loopt tot eind 2025 en biedt een ieder de gelegenheid hier een reactie op te geven. Om de uitvoering rondom deze specifieke woningtoewijzing goed te regelen, is afgesproken om dit provinciaal bij een uitvoeringsorganisatie neer te leggen. Hiervoor moet een Centrumregeling worden vastgesteld. De gemeenteraden kunnen tegen het ontwerp een zienswijze indienen. Het college stelt de raad voor geen zienswijze in te dienen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan de raad, 1. Aanleiding Iedere gemeente in Nederland krijgt vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting (WVRV) de verplichting om bepaalde categorieën woningzoekenden voorrang te geven bij woningtoewijzing. Dit zijn niet nieuwe groepen mensen, maar het zijn bestaande woningzoekenden die vanuit een zeker urgentiebeginsel voorrang krijgen bij het toewijzen van een woning. Voor de Waddeneilanden gelden hierbij specifieke restricties, omdat er maar een beperkt aantal woningen beschikbaar is, de toewijzing van woningen deel uitmaakt van het in balans houden van de leefbaarheid en een goed woon- en werkklimaat, en niet alle zorg op de eilanden geboden kan worden. Als gezamenlijke Waddeneilanden hebben we bij het Ministerie getracht een uitzonderingspositie in de Wet te krijgen. Doel hiervan was het verkrijgen van een (gedeeltelijke) uitzondering op de wettelijke plicht
tot het vaststellen van een urgentieregeling voor de verplichte aandachtsgroepen. Helaas hebben alle inspanningen niet geleid tot een uitzonderingspositie voor de Waddeneilanden. “Indien de Waddeneilanden niet zelf kunnen voorzien in de benodigde woonruimte of ondersteuning, dienen zij regionaal hierover afspraken te maken”, aldus het Memorie van Toelichting (MvT) dat met het wetsvoorstel Wvrv op 7 maart 2024 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Alle Friese gemeenten hebben de handen ineen geslagen en afgesproken om tot een Friese urgentieverordening te komen. Daarbij is aandacht gegeven aan de specifieke situatie van de eilanden. Er is een aparte verordening voor de eilanden opgesteld, waarbij de bindingseis en een aangepast percentage voor beschikbare woningen is opgenomen. In dit voorstel ligt het proces om te komen tot de verordening voor. De uitvoering van de verordeningen ligt in eerste instantie voor bij een uitvoeringsorganisatie van de gemeente Leeuwarden. Daartoe moet ook een Centrumgemeenteregeling samenwerking worden vastgesteld. Die Centrumregeling maakt tevens deel uit van dit voorstel. 2. Beoogd resultaat De verordening en de centrumgemeenteregeling dragen bij aan het tijdig toewijzen van een betaalbare huurwoning voor woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie en een betere doorstroom in instellingen die deze doelgroepen opvangen. 3.
Relatie met omgevingsvisie Er is geen directe relatie met de omgevingsvisie. Deze verordeningen vloeien voort uit nieuwe landelijke wetgeving en we zijn verplicht om dit op een goede wijze te regelen. De bijzondere positie van de Waddeneilanden, die in de eigen verordening is vastgelegd, is verkregen vanwege de bijzondere situatie van de eilanden en heeft direct raakvlak met de leefbaarheid van de eilanden, het kunnen bieden van juiste zorg aan mensen, dat iedereen mee kan komen in de samenleving en een goed beheer van de bestaande woningvoorraad.
4. Argumenten Inleiding Het Rijksprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ (mei 2022) beoogt dat er voldoende betaalbare woningen zijn voor bepaalde bestaande aandachtsgroepen en dat een eerlijke verdeling (fair share) van deze aandachtsgroepen over gemeenten wordt gerealiseerd. Via de regionale woondeals zijn afspraken gemaakt over het aantal toe te voegen woningen, waaronder sociale huurwoningen. In dit Rijksprogramma is ook het voornemen opgenomen om gemeenten te verplichten om urgentie van een aantal aandachtsgroepen via een verordening te regelen. Onder de Huisvestingswet 2014 hebben gemeenten ook nu al de mogelijkheid om onder voorwaarden regels te stellen voor een rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. Dit moet via een huisvestingsverordening. In een huisvestingsverordening kan ook een urgentieregeling worden opgenomen. Per 1 januari 2026 worden gemeenten verplicht om een urgentieregeling, als onderdeel van deze huisvestingsverordening, in te voeren. De Wet versterking regie volkshuisvesting (hierna: Wvrv) die dit regelt, ligt nu ter vaststelling voor bij de Tweede Kamer. De wetgever beoogt hiermee in de eerste plaats dat woningzoekenden in een kwetsbare en afhankelijke positie tijdig een woning kunnen vinden. In de tweede plaats moet dit uitstroom uit instellingen mogelijk maken, zodat zorgplekken beschikbaar zijn voor mensen die die plekken nodig hebben.
Ten derde krijgen mensen hiermee de kans om mee te doen in de samenleving, vanuit het principe ‘wonen eerst’. Zo wordt invulling gegeven aan het hiervoor genoemde programma ‘Een thuis voor iedereen’. De urgentieregeling zorgt ervoor dat deze urgent woningzoekenden voorrang krijgen bij het toewijzen van een deel van de sociale huurwoningen.
Frysk traject In Fryslân hebben gemeenten gekozen voor samenwerking aan een regionale urgentieregeling, met als doel transparantie en rechtszekerheid voor woningzoekenden te waarborgen. Daarmee anticiperen de Friese gemeenten op de aankomende verplichting vanuit de Wvrv. Omdat bij aanvang nog niet duidelijk was of de Waddeneilanden een wettelijke uitzondering zouden krijgen, maar de noodzaak voor een uitzondering wel bestuurlijk binnen Friesland werd begrepen en gedeeld, is besloten direct vanaf het begin in de Friese samenwerking te participeren. Het college is, net als alle andere Friese colleges, eerder betrokken geweest bij de voorbereidingen (eerste fase). Hiervoor heeft een ambtelijke afvaardiging van gemeenten in Fryslân samen met de woningcorporaties en huurdersverenigingen uitgangspunten voorbereid. Dit heeft geleid tot de Uitgangspuntennotitie Fryske urgentieverordening zoals vastgesteld door ons college in januari 2024. Om maatwerk voor de Friese Waddeneilanden mogelijk te maken is in de Uitgangspuntennotitie opgenomen dat in de verordening voor de Waddeneilanden specifieke regels gelden, gelet op de bijzondere woningmarktpositie en het beperkte bereikbare ondersteuningsaanbod. Uw raad bent hiervan door middel van onze brief van 6 februari 2024 over geïnformeerd (de brief is nogmaals als bijlage bijgevoegd).
Hierna is de tweede fase gestart, rekening houdend met de vastgestelde uitgangspunten uit de eerste fase. In de tweede fase zijn de gemeenten, woningcorporaties en huurdersverenigingen begonnen met het uitwerken van de urgentieregeling, inclusief de organisatorische en financiële aspecten. Bij het in kaart brengen van de te doorlopen processen van verschillende urgente doelgroepen, zijn ook medewerkers van onder andere de PI, Vluchtelingenwerk, Maatschappelijke Opvang en GGZ betrokken. De provincie is ambtelijk vertegenwoordigd in de projectgroep. Tussentijds zijn de gemeenteraden in verschillende fases geïnformeerd over de urgentieregeling (verordening). Nut en noodzaak aan deelname Friese samenwerking • Wettelijke bepalingen in de Wvrv zijn minder gunstig voor onze gemeente, dan de afspraken in de Fryske verordening Indien wij als gemeente niet tot regionale afspraken komen gaat een wettelijk bepaald (minimum) percentage van 15% gelden dat aan de urgent woningzoekenden moet worden toegewezen. • In de Fryske verordening is dit percentage tevens als norm (maximum) vastgesteld. • Tevens is afgesproken dat voor urgent woningzoekenden waarvoor huisvesting op het eigen Waddeneiland niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de zorgbehoefte, de vasteland gemeenten voorzien in de huisvesting.
• De economische en maatschappelijke bindingseisen zoals opgenomen in de regeling Wvrv wijken af van de bindingseisen in onze huidige huisvestingsverordening. Binnen de Friese samenwerking kunnen we hierover mogelijk nog aanvullende afspraken maken. • Voorkomen dat de gemeente zelf verantwoordelijk wordt voor de uitvoeringhuisvesting van urgenten In de samenwerking wordt een uitvoeringsorganisatie ingericht voor de beoordeling van urgentieverzoeken, de afgifte van urgentieverklaringen en de behandeling van bezwaar- en beroepszaken. Evenals de monitoring en evaluatie van aanvragen en plaatsingen. De gemeente hoeft hiervoor niet zelf de capaciteit en deskundigheid te organiseren. • Eén loket voor urgent zoekenden Dit zorgt voor een duidelijke en eenduidige aanvraagprocedure voor deze verplichte aandachtsgroepen en voorkomt tevens dat woningzoekenden gaan ‘shoppen’ tussen gemeenten. • Efficiency en effectiviteit in de uitvoering voor coöperaties Coöperaties hoeven niet met alle gemeenten separate uitvoeringsafspraken te maken en er kan sneller geschakeld worden als huisvesting in de aangewezen gemeente niet mogelijk blijkt te zijn. • Solidariteitsbeginsel Net als bij de taakstelling voor vergunninghouders, laten de Friese bestuurders wederom zien solidair te zijn met de huisvestingsproblematiek op de eilanden en de lokale bindingseis te respecteren. Het
draagvlak hiervoor neemt echter wel af, nu vastelandsgemeenten ook steeds meer vastlopen op het woningtekort versus alle opgaven die er landelijk en provinciaal op hen afkomen. We moeten ons bewust zijn van de afhankelijk van de Friese samenwerking en deze samenwerking koesteren. Ontwerp ‘Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening) Het resultaat van de tweede fase is bijgevoegde ontwerp ‘Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening)´. Een uniforme Fryske verordening biedt transparantie en zorgt voor duidelijke afspraken tussen de betrokken gemeenten. Het is daarmee ook een logisch vertrekpunt voor de nadere samenwerking met woningcorporaties en zorginstellingen, maar ook organisaties zoals de PI, Vluchtelingenwerk, Maatschappelijke Opvang en natuurlijk de sociale (wijk)teams. Er is gekozen om in de verordening alleen het noodzakelijke op te nemen. Er is dus voor een meer flexibele uitvoering gekozen. Hierdoor ontstaat ruimte in de praktische uitwerking, die op basis van daadwerkelijke ervaringen kan worden aangepast zonder dat dit de algemene uitgangspunten en rechten van urgent woningzoekenden schaadt. De gekozen uitwerking biedt flexibiliteit aan de uitvoeringspraktijk om adequaat in te spelen op leerervaringen en om te komen tot een adequate huisvesting van urgent woningzoekenden.
De Friese gemeenten hebben zich eerder uitgesproken in de Uitgangspuntennotitie dat een gelijkluidende verordening belangrijk is. Niet alleen vanwege transparantie en gemak richting woningzoekenden, maar ook om als basis onder een gemeenschappelijke uitvoeringsorganisatie te kunnen dienen. Voor de Waddeneilanden is de verordening iets anders vanuit hun specifieke karakter. Het kleinschalige en afgezonderde karakter van de woningmarkt en zorginfrastructuur betekent dat een deel van de urgent woningzoekenden niet of suboptimaal te huisvesten is op de Waddeneilanden. De Waddeneilanden hebben vanwege het specifieke karakter al een woningtoewijzingssysteem voor huur- en koopwoningen op basis van de Huisvestingswet. De beperkte toegang tot de sociale huur is ook de reden dat al geruime tijd geleden tussen de gemeente Leeuwarden en de Waddeneilanden de afspraak is gemaakt dat Leeuwarden de taakstelling voor het huisvesten van vergunninghouders van de Waddeneilanden overneemt. Dit verandert niet met de nieuwe urgentieverordening. Om recht te doen aan de bijzondere positie van de Wadden is besloten dat zij terugvallen op het minimale wettelijke percentage van 15% toewijzen aan urgenten.
Omdat de taakstelling van statushouders al bij de gemeente Leeuwarden ligt, kunnen de Waddeneilanden naar volkshuisvestelijk vermogen en op basis van haalbare ondersteuning voor mensen, bijdragen aan de huisvestingsopgave van wettelijk urgenten, voor zover zij een binding hebben met de eilanden. Voor die urgent woningzoekenden die wel van de Wadden komen, maar waarvoor huisvesting op het eigen Waddeneiland niet mogelijk is, voorzien de vasteland gemeenten in de huisvesting. Uw gemeenteraad treft de ontwerp Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening) als bijlage aan. Deze verordening wordt door het college ter visie gelegd. De eventuele reacties hierop worden opgenomen in een reactie- en antwoordnota. Deze nota zal naar verwachting in september of oktober 2025 aan uw gemeenteraad worden voorgelegd, samen met de door u vast te stellen verordening. Centrumgemeenteregeling Naast voornoemde verordening is er ook een centrumgemeenteregeling nodig om uitvoering te kunnen geven aan de werkzaamheden die voortvloeien uit de Urgentieverordening. Eerder is in het kader van de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie door de Friese colleges kenbaar gemaakt dat de uitvoering is voorzien bij de gemeente Leeuwarden.
Uit nadere studie blijkt dat het onderbrengen van de urgentieverordening onder de centrumgemeenteregeling van Sociaal Domein Fryslân (hierna: SDF) niet logisch is. Het is beter een nieuwe regeling vast te stellen om de afspraken over de centrale organisatie en uitvoering vast te leggen. De belangrijkste overwegingen hiervoor zijn: · De centrumgemeenteregeling SDF voorziet niet in het uitvoeren van taken die op grond van de urgentieverordening door de urgentieorganisatie moeten worden uitgevoerd. · Een nieuwe centrumgemeenteregeling voor de urgentieorganisatie stelt de Friese gemeenten in staat om de taken en bevoegdheden van de urgentieorganisatie goed te omschrijven. · Onderbrengen in de bestaande centrumgemeenteregeling zoals die nu geldt voor SDF is niet wenselijk aangezien deze binnenkort geëvalueerd zal worden. Vooruitlopend hierop een nieuw onderdeel inbrengen is om die reden niet handig. In de nieuwe centrumgemeenteregeling wordt geregeld dat het college van Leeuwarden namens de andere colleges de werkzaamheden die voortvloeien uit de verordening uitvoert. Als bijlage treft uw raad de ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) aan. Op grond van artikel 10 lid 5 Wet gemeenschappelijke regelingen wordt de ontwerp centrumgemeenteregeling aan uw gemeenteraad voorgelegd.
Qua werkwijze wordt aangesloten bij andere ontwerp centrumgemeenteregelingen waarbij voorgesteld wordt geen zienswijzen in te dienen. Tijdelijke projectstructuur per 1 januari 2026 Er zal per ingangsdatum (voorzien op 1 januari 2026) gewerkt worden met een tijdelijke projectstructuur via de nieuw vast te stellen centrumgemeenteregeling. Halverwege 2027 (na ca. anderhalf jaar uitvoering) zal de evaluatie van de werking van de tijdelijke projectstructuur van de urgentieorganisatie worden gestart. De evaluatie ziet ook toe op het beantwoorden van de vraag waar de urgentieorganisatie definitief zal worden ondergebracht. Dit betekent dat SDF en de urgentieorganisatie twee separate organisaties zijn. Uiteraard zal er wel intensief tussen beide onderdelen worden samengewerkt om zo de nieuwe taken zo goed mogelijk vorm te geven. Ditzelfde geldt ook voor de uitvoering waar dit relevant is. Het is daarnaast nodig dat de implementatie van de urgentieorganisatie tijdig wordt opgepakt. Hiervoor wordt een kwartiermaker aangesteld. De kwartiermaker vervult een cruciale rol in het proces de urgentieorganisatie verder vorm te geven en vervolgens te implementeren binnen de gemeente Leeuwarden. Naar verwachting zal deze rol in het eerste kwartaal 2025 ingevuld gaan worden. 5.
Kanttekeningen/risico’s • Behandeling van de Wvrv in de Tweede Kamer kan nog leiden tot aanpassing in het wetsvoorstel De wettelijke grondslag onder elke urgentieverordening is de Huisvestingswet. De urgentieverordening is echter onder de huidige wet nog niet verplicht (wel mogelijk). Dat verandert wanneer de Wvrv wordt aangenomen. Daarmee wordt de Huisvestingswet aangepast en komt er een verplichte urgentieverordening. In het wetgevingstraject zit het risico. Deze wet ligt nu nog bij de Tweede Kamer. De minister is voornemens om de wet, op dit punt min of meer ongewijzigd, door te laten gaan. De wet lijkt hierbij op brede steun in de Tweede en Eerste Kamer te kunnen rekenen. Ook voor wat betreft het verplichten van een (regionale) urgentieverordening. Er zijn twee risico's. Het is mogelijk dat de wet niet wordt aangenomen of zo gewijzigd wordt dat een urgentieverordening niet verplicht wordt. Dan bestaat de mogelijkheid dat een aantal gemeenten in Fryslân “afhaakt”. Ook vervalt dan de rijksvergoeding om dit uit te voeren. Mocht deze situatie zich onverhoopt toch voordoen, dan ontstaat een geheel nieuwe situatie en zal hierover eerst het gesprek moeten worden gevoerd voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening plaatsvindt. Het tweede risico is dat de behandeling van de wet vertraagd wordt.
In dat geval moet de verordening worden aangepast, omdat daarmee zowel de Wvrv als de Regeling versterking regie volkshuisvesting (hierna Rvrv) niet van kracht zijn. De huidige verordening gaat uit van het verplichte karakter van de verordening. Als dat niet verplicht is, zullen de gemeenten schaarste moeten aantonen. Bovendien zijn
dan de genoemde categorieën woningzoekenden niet bij wet verplicht. Dat betekent dat ook de verwijzing naar de Rvrv vervalt. Dan moeten we de verordening op dat punt herformuleren. Indien het erop lijkt dat er een grote vertraging optreedt in de behandeling van de wet, zullen gemeenten eerst het nadere gesprek moeten voeren voordat uiteindelijke besluitvorming over de verordening kan plaatsvinden. Indien sprake is van een beperkte vertraging van de wetsbehandeling, dan betekent dit hooguit dat de verordening (mogelijk) iets vertraagd van kracht wordt. • Lokaal wijzigingen aanbrengen in de verordening tast uniformiteit aan Aangezien elke gemeente zelf de verordening moet vaststellen betekent dit in principe ook dat gemeenten zelf wijzigingen kunnen aanbrengen in de eigen verordening. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van aanvullende urgente doelgroepen. Dit druist echter in tegen het uniformiteitsprincipe, zoals vastgelegd in de Uitgangspuntennotitie (zoals vastgesteld door alle Friese colleges). De consequentie zal dan ook zijn dat als een gemeente een afwijkende verordening vaststelt, de uitvoering niet of slechts gedeeltelijk aan een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie kan worden overdragen. Gemeenten staan dan zelf aan de lat voor de uitvoering van de urgentieregeling.
• Afstemming gemeentelijke Huisvestingsverordening In de Urgentieverordening worden enkele begrippen iets anders geformuleerd dan in de gemeentelijke Huisvestingsverordening. Dat betekent dat de gemeentelijke Huisvestingsverordening aangepast moet worden aan de Urgentieverordening. Dit is nu niet meegenomen in de stukken. Op Vlieland gaan we in 2025 een nieuwe Huisvestingsverordening vaststellen. Die zal eerder vastgesteld zijn dan de Urgentieverordening. De afstemming met de Urgentieverordening wordt derhalve meegenomen in het traject van vaststelling van de nieuwe Huisvestingsverordening, zodat er ten tijde van de vaststelling van de Urgentieverordening geen verschillen tussen beide verordeningen bestaan. 6. Uitvoering Bijeenkomsten Er worden in de periode vanaf november 2024 (en doorlopend tot en met circa februari 2025) diverse bijeenkomsten in Fries verband georganiseerd. Onder andere voor gemeenteambtenaren, corporaties, huurderorganisaties, adviesraden sociaal domein, wethouders en gemeenteraden. Planning Hierna treft uw raad de planning op hoofdlijnen aan. Tot en met ca. februari 2025 Februari 2025
Maart / april 2025 Mei 2025 Vlak voor of na zomerreces 2025 September / oktober 2025 Medio november 2025 1 januari 2026
Diverse bijeenkomsten (zoals hiervoor benoemd) Behandeling in alle Friese colleges (vrijgave voor ter visie legging verordening) en in alle Friese raden van de ontwerp Centrumgemeenteregeling Ter inzage ontwerp verordening Opstellen reactie- en antwoordnota Behandeling in alle Friese colleges Behandeling in alle Friese gemeenteraden (vaststelling verordening) Vaststelling Centrumgemeenteregeling door alle Friese colleges (na vaststelling verordening door gemeenteraden) Voorziene ingangsdatum verordening / urgentieorganisatie
Uitvoeringsorganisatie De uitvoering gebeurt centraal vanuit de gemeente Leeuwarden bij alle gemeenten in Fryslân tegelijkertijd. De uitvoering behelst het begeleiden van de stukken en de procedure om tot vaststelling van de verordening en de centrumregeling te komen. De eerste contouren van de urgentieorganisatie kunnen als volgt worden geschetst.
De nieuwe urgentieorganisatie zal verantwoordelijk zijn voor onder andere de volgende taken: • administratief/juridische afhandeling urgentieverklaringen; • beoordelen van de aanvragen voor urgentie; • afgifte van huisvestingsvergunningen. Voornoemde werkzaamheden, afgezet tegen het aantal verwachte aanvragen, leveren naar voorlopige inschatting het volgende “organisatieplaatje” op: • 1 coördinator/(beleids)adviseur (gelet op het kleinschalige team gaat er gewerkt worden met een coördinator/(beleids)adviseur in plaats van een teamleider); • 2 administratieve krachten; • 2 beoordelaars (juridisch). Ook de volgende werkzaamheden gaan tot het takenpakket behoren: bezwaar en beroep, beheer van financiële middelen en budgettering, communicatie, het volgen en implementeren van ontwikkelingen rondom de urgentieverordening, zorgdragen voor de rapportages op het gebied van monitoring en evaluatie, (proces)werkzaamheden voor het vierjaarlijks opnieuw vaststellen van de urgentieverordening in alle Friese gemeenten. Ook het voorbereiden van het periodieke bestuurlijke overleg in het kader van de centrumgemeenteregeling wordt hiertoe gerekend. De komende periode wordt dit nader uitgewerkt. Adviesraad Sociaal Domein Noardwest Fryslân (ASD) Het is niet noodzakelijk om de ontwerp urgentieverordening aan de ASD voor te leggen voor een schriftelijk advies.
Redenen hiervoor zijn: • Dit betreft een regionale (provinciale) verordening waarbij de bestuurders gekozen hebben om voor elke gemeente dezelfde werkwijze toe te passen. • De ASD is, net als de adviesraden van alle andere gemeenten, betrokken geweest in het proces door de gemeente Leeuwarden en de ASD heeft de gelegenheid gehad om vooraf input te leveren. • De ontwerp urgentieverordening zal na vaststelling vrijgegeven worden voor inspraak, waardoor de ASD alsnog een zienswijze kan indienen. • Daarnaast valt de urgentieverordening niet strikt onder het werkveld van de ASD. In principe is hun werkterrein beperkt tot de Wmo, Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet inburgering. 7. Communicatie De terinzagelegging zal op de gebruikelijke wijze via Overheid.nl en de gemeentelijke bekendmaking worden gepubliceerd. 8. Financiën De introductie en uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening) en de hieruit voortvloeiende uitvoeringsorganisatie brengt kosten met zich mee. Hierbij maken we onderscheid in: • implementatiekosten (in aanloop naar de officiële inwerkingtreding); • structurele kosten (vanaf 1 januari 2026, de voorziene inwerkingstredingsdatum).
Implementatiekosten (jaar 2024-2025) Er is gekozen om, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving, een aanvang te maken met het vormen van de uitvoeringsorganisatie. Er is een start gemaakt op basis van een subsidie (€ 200.000) van de provincie. Hiervoor is onder andere een extern bureau aangetrokken (Companen) om de Friese gemeenten te begeleiden. De ontvangen subsidie is echter niet voldoende om het hele implementatietraject te bekostigen, zodat aanvullende middelen nodig zijn van de deelnemende gemeenten. Bij de vaststelling van de Uitgangspuntennotitie zijn hiervoor afspraken gemaakt, voor het geval de subsidie niet toereikend zou zijn. Alle gemeenten dragen hieraan bij (€ 10.000 per gemeente, € 2.500 voor de Waddeneilanden, totaal derhalve € 150.000).
Met deze € 150.000 kan ook een deel van de nog te maken kosten in 2025 worden gedekt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de urgentieorganisatie (kwartiermaker). Daarnaast zullen eind 3e, begin 4e kwartaal 2025 ook de medewerkers van de urgentieorganisatie al werkzaam moeten zijn om de urgentieorganisatie goed gestalte te kunnen geven voor de aanvragen die per januari 2026 binnen gaan komen. En voor de procesbegeleiding maken we nog gebruik van een externe partij, die we voor 2025 ramen op maximaal € 150.000. Hiervoor gaan we op zoek naar externe financiering. In het geval dat deze financiering slaagt wordt dit in mindering gebracht op de nu gecalculeerde bijdrage van € 385.000. Dit betekent dat er in 2025 nogmaals een beroep op de deelnemende gemeenten zal worden gedaan voor een bijdrage. De hiervoor benodigde kosten zijn berekend op € 475.000. Dit bestaat uit de volgende onderdelen: • Kwartiermaker € 135.000 • Inrichten urgentieorganisatie € 190.000 • Externe begeleiding € 150.000 Tussentelling € 475.000 Inzet middelen budgetten 2024 € - 90.000 Kosten voor gemeenten in 2025 € 385.000 Deze kosten voor gemeenten in 2025 worden aanvullend in rekening gebracht. De verdeelsleutel die hiervoor gehanteerd wordt is gebaseerd op het inwoneraantal van gemeenten in het totaal van de provincie. Voor Vlieland betekent dit een bijdrage van € 729,98.
Structurele kosten (vanaf 2026) In de Memorie van toelichting (hierna: MvT) bij de Wvrv wordt aangegeven dat er vanuit het Rijk een bijdrage zal worden verstrekt om een deel van de uitvoering van de wet door de gemeente te bekostigen. Omdat de wet nog niet is vastgesteld / aangenomen, is deze bijdrage nog niet vastgelegd. In de MvT bij de Wvrv wordt voor de uitvoering van de gewijzigde Huisvestingswet door de gemeenten een bedrag genoemd van € 26.870.000. Als we uitgaan van een verdeling van dit bedrag op basis van het inwonertal van gemeenten, dan betekent dit voor Fryslân een bedrag van 3,5% x € 26.870.000 = € 950.000. Uitgangspunt bij de inzet van deze rijksmiddelen is iedere keer geweest dat dit 2/3e van de benodigde middelen betreft. Gemeenten vullen aan met het resterende deel (1/3e). De inschatting van de rijksmiddelen bedraagt (op basis van aannames) € 950.000. Aangevuld met het deel van de gemeenten bedraagt dit dan € 1.425.000. Er wordt op dit moment onderzocht wat de structurele kosten zullen zijn op jaarbasis. Dit vraag om een nauwkeurige analyse van de voorziene werkprocessen en kosten van (technische) infrastructuur in de uitvoeringsorganisatie en mogelijk bij individuele gemeenten en de tijdsbesteding die hiermee gemoeid is. Hierbij wordt nadrukkelijk ook gekeken naar gelijkwaardige referentieregio’s.
Het is hierbij mogelijk dat de rijksbijdrage voldoende dekking geeft voor de kosten, maar dit kunnen we naar verwachting in het tweede kwartaal van 2025 met meer zekerheid stellen. 9. Juridische Zaken N.v.t.
10. Bijlagen Bijlage 1 Ontwerp Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Friese Wadden (urgentieverordening) Bijlage 2 Ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) Bijlage 3: Informatiebrief uitgangspuntennotitie (februari 2024)
Vlieland, 11 februari 2025 Burgemeester en wethouders van Vlieland, M. Schrier, burgemeester A. Idema, gemeentesecretaris
De raad van de gemeente Vlieland, gelezen:
het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 februari 2025
overwegende dat: •
Vanuit de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) alle gemeenten verplicht zijn een huisvestingsverordening urgent woningzoekenden vast te stellen en er landelijk in de Huisvestingswet groepen urgent woningzoekenden worden aangewezen; alle gemeenten in de regio moeten bijdragen aan de huisvesting van deze groepen in de woningmarktregio Fryslân en daar onderling afspraken over maken. Zo maken urgent woningzoekenden meer kans op een passende woning en behouden ook reguliere woningzoekenden een goede kans op een woning; de gemeenten in Fryslân willen samenwerken in de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden (urgentieverordening); gelet op het beleggen van de uitvoering van de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening) breed bij gemeente Leeuwarden een centrumgemeenteregeling op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen nodig is.
•
•
•
Gelet op: • • • • • •
Hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; De Gemeentewet; Afdeling 10.1.1 en 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht; De Wet versterking regie volkshuisvesting; Artikel 12 Huisvestingswet; De Regeling versterking regie volkshuisvesting.
B E S L U I T: Geen zienswijze af te geven op de ontwerp Centrumgemeenteregeling samenwerking inzake de Huisvestingsverordening urgent woningzoekenden Fryslân (urgentieverordening). Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 31 maart 2025 de griffier,
de voorzitter,
M.G. Brinksma-Brandenburg
M. Schrier