Programmabegroting 2025 def
Tekst van het document
Wat gaan we doen in 2025? • •
We nemen deel aan de werkgroep “Goed Wonen & Leven” ten behoeve van de uitvoering van Programma Waddeneilanden We leveren een bijdrage aan projecten die voortkomen uit bovenstaand programma
54 Programmabegroting 2025
Verbonden partijen bij dit programma Welstandszorg Hûs en Hiem FUMO Samenwerkingsverband Waddeneilanden (programma Waddeneilanden) Veiligheidsregio Friesland
Kaderstellende nota’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Programma Wonen 2024 Beleidsregels kleinschalig wonen 2024 Programma Waddeneilanden 2022 Het tijdelijke omgevingsplan Herziene welstandsnota 2018 Huisvestingsverordening 2024 Legesverordening
Ramingen
Lasten Baten Saldo voor bestemming nadelig Saldo voor bestemming voordelig Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na resultaatbestemming
Rekening 2023 433.854 296.030
Begroting 2024 2025 977.019 482.176 317.900 180.400
Meerjarenbegroting 2026 2027 2028 458.519 468.180 397.923 130.400 130.400 130.400
-137.825
-659.119
-301.776
-328.119
-337.780
-267.523
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-137.825
-659.119
-301.776
-328.119
-337.780
-267.523
Samenstelling ramingen huidig jaar 800 810 820
Ruimtelijke ordening Bouw- en woningtoezicht gemeentelijke gebouwen niet voor publieke dienst 830 Volkshuisvesting Totaal
55 Programmabegroting 2025
Lasten 375.019 82.127
Baten 0 180.000
Saldo -375.019 97.873
25.030 0 482.176
0 400 180.400
-25.030 400 -301.776
Programma 9: Financiering en Algemene Dekkingsmiddelen
Algemeen Het programma Algemene dekkingsmiddelen en financiering gaat over de treasuryfunctie, aandelen, de algemene uitkering uit het gemeentefonds, algemene baten en lasten zoals stelposten voor onvoorzien, de waardering van onroerende zaken (WOZ), de opbrengsten van algemene gemeentelijke belastingen: ozb, baatbelasting, woonforensenbelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting, de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de hiervoor genoemde belastingen. De onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves worden zo veel als mogelijk is verantwoord bij het programma waar de reserve betrekking op heeft. Het gaat om de taakvelden: • 0.5 treasury • 0.61 OZB woningen • 0.62 OZB niet-woningen • 0.64 belastingen overig • 0.7 algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds • 0.8 overige baten en lasten
Wat willen we bereiken? Speerpunten 1. Actuele beleidstukken financiën 2. Een efficiënte oplegging en inning van toeristenbelasting 3. Volg het proces rondom de herijkingen van het Gemeentefonds. Speerpunt 1 : Actuele beleidstukken financiën Door middel van verschillende nota’s en verordeningen heeft de raad invloed op het financiële proces bij de gemeente. Deze beleidsstukken moeten worden geactualiseerd.
Wat gaan we doen in 2025? •
We gaan enkele beleidstukken financiën actualiseren
56 Programmabegroting 2025
Speerpunt 2 : Een efficiënte oplegging en inning van toeristenbelasting De gemeenten Terschelling en Vlieland wilden samen het heffen en innen van toeristenbelasting efficiënter maken. De belangrijkste reden voor deze omslag was het ontzorgen van de logiesverstrekkers, maar zeker ook de wens om een beter en vroeger inzicht in het aantal overnachtingen te krijgen. In 2023 werd een marktconsultatie uitgevoerd voor een systematiek waarbij heffing kan plaatsvinden bij de toerist/bezoeker zelf en waarbij deze verantwoordelijk is voor het betalen van de belasting. Uit de uitslag van deze marktconsultatie bleek dat deze systematiek op dit moment geen haalbare oplossing biedt voor de gemeente Vlieland
Wat gaan we doen in 2025? •
We blijven de ontwikkelingen op het gebied van het digitale nachtregister volgen en onderzoeken of dit wellicht wel een haalbare oplossing biedt voor een efficiënte oplegging en inning van de toeristenbelasting in de toekomst.
Speerpunt 3 : Volg het proces rondom de herijkingen van het Gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 wordt een compleet herzien verdeelmodel voor de algemene uitkering uit het Gemeentefonds gebruikt. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. In 2024 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd. Verder onderzoek en continu onderhoud van dit nieuwe model blijft nodig.
Wat gaan we doen in 2025? • •
We blijven het proces rondom de verdeling van het Gemeentefonds volgen. We zetten het reeds gestarte proces van onderzoek naar ombuigingsmogelijkheden voort zodat keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld kunnen worden ten behoeve van het behoud van een gezonde financiële situatie in combinatie met instandhouding van de noodzakelijk geachte voorzieningen.
Verbonden partijen bij dit programma N.V. Bank Nederlandse Gemeenten
Kaderstellende nota’s Financiële verordening 2024 treasurystatuut 2024 Controleverordening 2024 Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid 2003 Belastingverordeningen; Precario Honden Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Besluit budget beheer 2023
57 Programmabegroting 2025
Ramingen
Lasten Baten Saldo voor bestemming nadelig Saldo voor bestemming voordelig Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na resultaatbestemming
Rekening 2023 1.699.727 7.599.241
Begroting 2024 2025 678.581 470.431 7.925.605 8.297.237
Meerjarenbegroting 2026 2027 2028 672.108 876.987 1.078.496 8.320.594 8.631.061 8.936.264
0
0
0
0
0
0
5.899.514
7.247.025
7.826.806
7.648.486
7.754.074
7.857.768
900.000
520.000
0
0
0
181.436
985.169
866.912
69.194
72.446
75.924
181.436
5.984.683
7.593.937
7.896.000
7.720.932
7.829.998
7.857.768
Samenstelling ramingen huidig jaar 900 920 930 940
Beleggingen en financieringsresultaat Uitkeringen gemeentefonds c.a. onvoorziene uitgaven en budgetruimte Gedetacheerd personeel en werken voor derden 950 Wet WOZ en heffen en invorderen belastingen 970 Gemeentelijke belastingen algemene middelen 990 Mutaties van reserves Totaal
58 Programmabegroting 2025
Lasten 28.912 0 259.000
Baten 32.815 5.278.000 0
Saldo 3.903 5.278.000 -259.000
59.021
59.021
0
123.498
6.000
-117.498
0 0 470.431
2.921.401 69.194 8.366.431
2.921.401 69.194 7.896.000
Paragrafen
59 Programmabegroting 2025
Paragraaf 1: Lokale heffingen
Inleiding In deze paragraaf staat het beleid van de gemeente Vlieland voor de lokale heffingen 2025. De kaders waarbinnen dit beleid zich moet bevinden zijn de Gemeentewet en Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV), artikel 10, bevat de paragraaf lokale heffingen ten minste: • de geraamde inkomsten • het beleid voor de lokale heffingen • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt: o de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, waarbij de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden o de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen o de uitgangspunten die bij de tariefstelling worden gehanteerd • een aanduiding van de lokale lastendruk • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid Conform BBV nemen gemeenten in de paragraaf Lokale heffingen een overzicht van baten en lasten van kostendekkende onderdelen op. In het begrotingsjaar is 36% van onze inkomsten afkomstig uit gemeentelijke heffingen. Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Hiermee ontstaat inzicht in de lokale lastendruk, wat van belang is voor de integrale afweging tussen enerzijds beleid en anderzijds inkomsten.
Ook wordt weergegeven welk beleid de gemeente in het begrotingsjaar zal voeren ten aanzien van de lokale heffingen en de kwijtschelding hiervan. Er is uitgegaan van een stijging van 5,3% inflatiecorrectie conform het besluit in de kadernota 2025. De inflatiecijfers op dit moment zijn aanleiding om ook meerjarig meer te indexeren dan wat we de afgelopen jaren hebben gedaan. We gebruiken hiervoor de gecombineerde BBP index uit de Meicirculaire 2024 omdat deze index ook gebruikt is voor onze uitgaven. Uit de Meicirculaire 2024 van het gemeentefonds blijkt ook dat de gemiddelde gemeentelijke woonlasten met 5,3% zijn gestegen van 2023 op 2024, hier sluiten wij ons dus bij aan. Bij de begroting 2026 zullen we dat weer doen en dan zal blijken of de gemiddelde gemeentelijke woonlasten zijn gestegen met de BBP index of dat op dat moment bijstelling van de budgetten nodig is. Naast de verschillende belastingen zullen ook de tarieven voor afvalstoffenheffing, reinigingsrechten bedrijven, leges omgevingswet, leges burgerzaken en begrafenisrechten en de rioolrechten met een percentage rond de 5,3% worden verhoogd. Definitieve besluitvorming hierover vindt plaats bij de belastingverordeningen in december.
Vergelijkingen met de belastingtarieven in andere gemeenten, de lokale lastendruk en de woonlasten zijn te vinden op de website van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen (www.coelo.nl) en van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (www.waarstaatjegemeente.nl). Begripsbepaling De gemeentelijke belastingen bestaan uit algemene belastingen, bestemmingsheffingen en retributies.
60 Programmabegroting 2025
•
•
•
De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. De gemeenteraad bepaalt waarvoor deze opbrengsten worden ingezet. Onder de algemene belastingen vallen onder andere de onroerende zaakbelastingen, de toeristenbelasting, de forensenbelasting, de hondenbelasting en de precariobelasting. De afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn zogenaamde bestemmingsheffingen. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de begrote kosten die gedekt worden met de heffing. De belangrijkste retributies zijn de leges, vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst. Zo betalen inwoners een bijdrage voor het aanvragen van een paspoort of een (omgevings)vergunning. Ook voor de leges geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn.
Gemeentelijke belastingen De geraamde OZB opbrengsten van 2025 zijn verhoogd met de prijsindexatie (inflatie) van 5,3%. Voor de daarop volgende jaren is de gecombineerde BBP index uit de Meicirculaire 2024: 4,61%, 4,45%, 4,22% gebruikt. Dit geldt eveneens voor de overige belastingen (hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting).
Belasting, heffing en leges
Belasting/heffing/leges Ozb niet-woningen Gebruiker vanaf 2023 Ozb niet-woningen Eigenaar vanaf 2023 Ozb woningen Baatbelasting riolering recreatiewoningenterrein Woonforensenbelasting Toeristenbelasting Hondenbelasting Precariobelasting Afvalstoffenheffing Reinigingsheffing bedrijven Rioolheffing Leges Algemeen Registratie woningzoekenden Leges fysieke leefomgeving/omgevingsvergun ningen Lijk bezorgings- en grafrechten
2023 Werkelijk
2024 Begroot
2025 Begroot
2026 Begroot
2027 Begroot
2028 Begroot
158.646
178.000
187.434
196.075
204.800
213.443
195.067 368.733
207.000 364.000
217.971 383.292
228.019 400.962
238.166 418.805
248.217 436.478
409 294.560 1.597.103 14.190 41.187 335.715 185.748 190.848 143.193 1.055
400 233.228 1.869.320 17.291 46.625 359.500 211.500 231.525 112.000 400
0 315.000 1.750.000 18.208 49.096 359.500 211.500 245.417 120.000 400
0 329.522 1.830.675 19.047 51.359 359.500 211.500 260.141 120.000 400
0 344.185 1.912.140 19.895 53.645 359.500 211.500 275.750 120.000 400
0 358.710 1.992.832 20.735 55.909 359.500 211.500 292.295 120.000 400
289.375 13.540
90.000 21.000
180.000 21.000
130.000 21.000
130.000 21.000
130.000 21.000
3.829.370
3.941.789
4.058.818
4.158.200
4.309.786
4.461.018
Onroerendezaakbelasting De onroerendezaakbelasting (OZB) genereert de op één na hoogste belastingopbrengst voor de gemeente Vlieland. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting (voor woningen en voor niet-woningen) en een gebruikersbelasting (voor niet-woningen). De gemeente bepaalt het bedrag dat de belastingplichtigen moeten betalen op basis van de waarde van de onroerende zaak. De waarderingsgrondslagen worden periodiek vastgesteld, volgens de regels in de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ). In deze programmabegroting 2025 wordt uitgegaan van een inflatoire opbrengststijging van 5,3%. De feitelijke tariefontwikkeling is afhankelijk van de waardeontwikkeling van de onroerende zaken in de
61 Programmabegroting 2025
gemeente. Definitieve tariefvoorstellen voor 2025 worden voorgelegd bij behandeling van de verordening OZB in de raadsvergadering van december 2024. Precariobelasting De opbrengsten worden verhoogd met 5,3% inflatiecorrectie. Het algemene tarief voor terrassen en winkeluitstallingen bedraagt voor 2025 € 61,38 per m2. Toeristen- en Forensenbelasting In de kadernota werd al aangegeven dat het budget toeristen- en forensenbelasting opnieuw bekeken moest worden. In 2019 zijn we gestart met een nieuwe wijze van opleggen. Vanaf dat moment was een logiesverstrekker voor een verhuurobject forensenbelasting óf toeristenbelasting verschuldigd, maar niet meer beide gelijktijdig. Hierdoor zagen we een verschuiving van de opbrengst toeristenbelasting naar de opbrengst forensenbelasting. Een aantal coronajaren volgde hierop, waardoor het lastig werd een lijn in de ontwikkelingen te zien. Na een aantal jaren zien we nu een licht dalende lijn in het aantal overnachtingen dat opgegeven wordt bij de toeristenbelasting. Dit budget is dan ook naar beneden bijgesteld. Het aantal aanslagen forensenbelasting is wel toegenomen. De tarieven zullen verhoogd worden met 5,3% inflatiecorrectie. Dit zal leiden tot een tarief van € 2,32 in 2025 voor de toeristenbelasting. Bij de meerjarenramingen wordt er vanuit gegaan dat er geen wijziging zal zijn in het aantal overnachtingen.
De forensenbelasting volgt de toeristenbelasting en wordt met het zelfde percentage verhoogd. Het tarief hiervoor wordt € 1.666,71. Begroting
hotels/pensions
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
139.000
139.000
139.000
139.000
groepsverblijven
2.000
2.000
2.000
2.000
kampeerterreinen
214.000
214.000
214.000
214.000
recreatiewoningen/appartementen
110.000
110.000
110.000
110.000
jachthaven
83.000
83.000
83.000
83.000
totaal
548.000
548.000
548.000
548.000
overzettingen Doeksen
207.000
207.000
207.000
207.000
totaal grondslag toeristenbelasting
755.000
755.000
755.000
755.000
€ 1.750.000 € 1.830.675 € 1.912.140 € 1.992.832
geraamde opbrengst
Hondenbelasting De opbrengsten worden verhoogd met 5,3% inflatiecorrectie.
Hondenbelasting
Vieland 2024 Vlieland 2025 Stijging t.o.v. 2022 Nederland 2024
eerste hond
€ 86,71
€ 91,31
5,30%
iedere volgende hond
€ 134,58
€ 141,71
5,30%
€ 26,65
Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in onze gemeente in aanmerking voor kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaats heeft. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente volgt overigens de advisering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In de begroting 2025 is, evenals voorgaande jaren, rekening gehouden met een totaalbedrag van € 6.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen.
62 Programmabegroting 2025
Bestemmingsheffingen en leges Beleidsuitgangspunt is 100% kostendekkendheid van de verschillende heffingen en leges. Vanwege de (landelijk) wettelijk verplicht vastgestelde tarieven voor identiteitsbewijzen en rijbewijzen kan bij deze heffingen dat uitgangspunt niet worden gehanteerd. De toenemende vraag naar politieke en publieke verantwoording van tarieven is een belangrijke reden om over te gaan tot een beter systeem van kostprijsberekening. Dit betekent dat het tarief dat voor een product wordt gerekend op een inzichtelijke manier samengesteld moet worden uit de kosten en baten zoals opgenomen in de primitieve begroting en daarnaast uit de beleidsinhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Kortom: het maakt de afwegingen over de hoogte van tarieven inzichtelijk en het maakt daarmee het besluitvormingsproces helder. Niet alleen voor de gemeente zelf maar ook voor de burger. Pas wanneer gemeenten duidelijk maken hoe tarieven tot stand gekomen zijn, is een tariefvergelijking met diverse gemeenten mogelijk. Als niet duidelijk is hoe een tarief tot stand gekomen is en hoeveel van de toe te rekenen kosten betaald worden uit de algemene middelen, levert de onderlinge vergelijking van tarieven niet het gewenste inzicht op. Leges Zolang de maximale kostendekkendheid van 100% niet bereikt is, is er ruimte voor verhoging van tarieven.
Daarbij mogen de in de tarieventabel voorkomende wettelijk voorgeschreven maximale tarieven niet verhoogd worden. Bij een keuze voor het verhogen van de tarieven is het niet noodzakelijk om alle tarieven te verhogen. Ook is het niet noodzakelijk om tarieven met hetzelfde percentage te verhogen. Zolang de maximale kostendekkendheid van het geheel (per titel) niet overschreden wordt, kan per tarief besloten worden of, en met hoeveel procent, het tarief verhoogd wordt. Het vaststellen van de tarieven in de Legesverordening is een bevoegdheid van de Raad. Omdat de toe te rekenen kosten grotendeels gebaseerd zijn op jurisprudentie is een exact 100% kostendekkende legesverordening risicovol. Wanneer nieuwe jurisprudentie tot een wijziging in de toe te rekenen kosten leidt, kan de kostendekkendheid overschreden worden. Door iets onder het toegestane maximum te blijven wordt dit risico opgevangen. De tarieventabel bij de legesverordening kent drie titels, te weten: Titel 1. Algemene dienstverlening Titel 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titel 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn. De afzonderlijke kostendekkendheid van deze onderdelen, als ook de integrale kostendekkendheid van deze onderdelen, zijn als volgt:
Kostendekkendheid leges Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 Kostendekking Titel 1 Kostendekking Titel 2 Kostendekking Titel 3 Kostendekking totale tarieventabel
Kosten Opbrengsten Kostendekking € 126.181 € 120.000 95,10% € 214.040 € 180.000 84,10% €0 €0 0,00% € 340.221 € 300.000 88,18%
Bij titel 1 wordt het verhogen van de tarieven beperkt voor wat betreft de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Voor bijvoorbeeld de ontheffingen en huwelijksleges lijkt nog wel ruimte voor verhoging van de tarieven. Bij titel 2 lijkt een verhoging van de tarieven eveneens mogelijk. Vanwege de komst van de Omgevingswet is dit onderdeel zó in beweging dat de tarieven meerdere jaren niet zijn verhoogd. De komende jaren wordt er onderzoek gedaan om te komen tot een snellere dienstverlening met als gevolg een lagere kostenpost, wat een drukkend effect zal hebben op de kostendekkendheid.
63 Programmabegroting 2025
Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeentes niet kostendekkend. In onze begroting worden deze opbrengsten niet apart begroot maar vallen onder de algemene leges. Wat de tarieven werkelijk zullen worden is nog niet geheel duidelijk. Dit zal bepaald worden in overleg met de vakafdelingen bij het opstellen van de diverse verordeningen, die in december zullen worden vastgesteld. Begraafplaatsleges De tarieven worden met 5,3% verhoogd (leges voor werkzaamheden). Er is meer dan voldoende ruimte om de tarieven te verhogen. Begraafplaats leges Kosten 7.5
Bedrag Begraafplaatsen
€ 73.980
Overhead
€ 20.276 €0
BTW
€ 94.256
Totaal Kosten Opbrengsten
Bedrag € 21.000
1 Begraafplaatsen
€ 21.000
Totaal Opbrengsten Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 94.256
Totaal opbrengsten
€ 21.000
Kostendekkendheidspercentage
22,28%
64 Programmabegroting 2025
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt op grond van de Kadernota 2025 is dat de tarieven voor het ophalen en verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen kostendekkend zullen worden vastgesteld. Uit de kostendekkendheidberekening blijkt dat er ruimte is om de tarieven voor 2025 te verhogen. Met hoeveel procent het tarief hierdoor moet stijgen, moet bij het opstellen van de verordeningen precies berekend worden met exacte informatie over aantallen meer- en éénpersoonshuishoudens. In onderstaande tabel is voorlopig uitgegaan van een tariefverhoging van 5,3%, het percentage wat volgens de Meicirculaire 2024 het gemiddelde stijgingspercentage voor gemeentelijke woonlasten is van 2023 op 2024. Tarieven Afvalstoffenheffing Vieland 2024
Vlieland 2025
Stijging t.o.v. 2024
Nederland 2024
éénpersoonshuishouden
€ 266,00
€ 280
5,30%
€ 275,00
meerpersoonshuishouden
€ 355,00
€ 374
5,30%
€ 351,00
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten 7.3
Bedrag Afval
€ 286.642
Overhead
€ 69.849
BTW
€ 44.003 € 400.494
Totaal Kosten
Opbrengsten 1.1
Bedrag € 359.500
Afvalstoffenheffing
€ 359.500
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 400.494
Totaal opbrengsten
€ 359.500
Kostendekkendheidspercentage
89,76%
65 Programmabegroting 2025
Reinigingsrecht bedrijfsafval Bij de berekeningen voor de kostendekkendheid bleek dat er voor de reinigingsrechten nog steeds een behoorlijke ruimte is om de tarieven te verhogen. Dit wordt deels veroorzaakt doordat kosten voor een percentage van 35% van straatvuil ook meegenomen mogen worden in de berekening. Maar de stijgende tarieven van de kosten voor afvalinzameling werken ook voor bedrijfsafval behoorlijk kostenverhogend. Er is echter evenals voor de afvalstoffenheffing gekozen voor een tariefverhoging van rond de 5,3%. Zowel bij afvalstoffenheffing en reinigingsrecht bedrijven zijn de opbrengstbudgetten voorlopig niet verhoogd omdat de opbrengsten de laatste jaren door aantallen achter bleven.
Kostendekkendheid bedrijfsafval Kosten
Bedrag
2.1
Verkeer en vervoer
€ 18.709
7.3
Afval
€ 182.849
Overhead
€ 80.445 €0
BTW Totaal Kosten
€ 282.003
Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 211.500
reinigingsrecht
€ 211.500
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 282.003
Totaal opbrengsten
€ 211.500
Kostendekkendheidspercentage
75,00%
66 Programmabegroting 2025
Rioolrechten De aanslagen zijn afhankelijk van het waterverbruik. Er zijn in totaal ongeveer 900 aansluitingen. Op sommige aansluitingen zijn meerdere huishoudens aangesloten. Het nieuwe GPWR is op 18 juni 2024 door B&W vastgesteld. Op dit moment wordt bij de rioolrechten uitgegaan van een stijging van het tarief van 6%, in overeenstemming met het MJOP. Tarieven Rioolstoffenheffing Vieland 2024
Vlieland 2025 Stijging t.o.v. 2022 Nederland 2024
per 50m3, tot 300m3 waterverbruik
€ 57,88
€ 61,35
6%
€ 211,00
per 100m3, tussen 301 - 1000m3 waterverbruik
€ 115,76
€ 122,71
6%
€ 223,00
€ 1.152,42
€ 1.221,57
6%
per 1000m3, boven 1000m3 waterverbruik
Kostendekkendheid rioolheffing Kosten 7.2
Bedrag Riolering
€ 221.025
Voorziening
-€ 70.606
Overhead
€ 62.031
BTW
€ 32.968 € 245.418
Totaal Kosten
Opbrengsten 1.1
Bedrag Rioolheffing
€ 245.417 € 245.417
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 245.418
Totaal opbrengsten
€ 245.417
Kostendekkendheidspercentage
100,00%
De tarieven voor afvalstoffenheffing, reinigingsrecht en rioolrecht zijn voorlopig. De definitieve tarieven worden voorgelegd bij het vaststellen van de belastingverordeningen in december.
67 Programmabegroting 2025
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten wordt het weerstandsvermogen omschreven als de relatie tussen de weerstandscapaciteit van de gemeente en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. In feite zou het weerstandsvermogen ook kunnen worden omschreven als de mate waarin de gemeente in staat is omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. De weerstandscapaciteit dient dus om de continuïteit van de organisatie te waarborgen.
Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. In beginsel betreft dit de optelsom van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserves en de stille reserves. Met het vaststellen van de Kadernota 2025 is besloten met ingang van het begrotingsjaar 2025 de minimale ondergrens van de algemene reserve vast te stellen op 1,5 miljoen. Op 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve naar verwachting € 3.490.340, exclusief het resultaat van 2025. De voeding en de beschikking over de reserve wordt jaarlijks door de gemeenteraad bepaald. Stille reserves zijn er nauwelijks.
Structurele weerstandscapaciteit Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. In de begroting 2025 is een stelpost voor prijsstijgingen opgenomen van € 189.000 die oploopt tot € 798.000 in 2028. Daarnaast is de structurele begrotingsruimte een maat voor de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen.
Inventarisatie van de risico’s Onderstaand volgt een korte inventarisatie van mogelijke risico’s. Wij hebben getracht deze lijst zo compleet mogelijk te maken. Toch is niet met zekerheid te zeggen of de lijst uitputtend is.
Sociaal Domein Met name de kosten van individuele trajecten in de jeugdzorg vormen voor kleine gemeenten een risico omdat deze kosten van jaar tot jaar zeer kunnen verschillen. Als een jongere intensieve zorg nodig heeft kunnen de kosten oplopen tot € 100.000 per client. Regelmatig is het ook zo dat deze intensieve zorg langer nodig is dan een jaar. Ook maatwerkvoorzieningen kunnen van jaar tot jaar zeer verschillen. Bijvoorbeeld woningaanpassingen vormen een risico voor de gemeente Vlieland. De afgelopen jaren laten zien dat de kosten voor maatwerkvoorzieningen zomaar € 160.000 per jaar hoger kunnen zijn dan het vorige jaar. Voor zowel jeugdzorg als voor de maatwerkvoorzieningen zien we de laatste jaren de kosten toenemen en komen er piekjaren voor. Een reserve Sociaal Domein heeft de gemeente Vlieland niet. Vanwege een prognose van het stijgende aantal jeugdigen dat in 2024 hulp heeft gezocht en vanwege
68 Programmabegroting 2025
de verwachting dat de tarieven van zorgaanbieders zullen stijgen is met ingang van 2025 hiervoor wel een structurele stelpost (€ 68.000) opgenomen
Foute inschattingen in Meer Jaren Onderhouds Plannen. De kosten voor vervanging en groot onderhoud in de MJOP’s zijn gebaseerd op inspecties en reële schattingen. In totaal bedraagt de omvang van de voorgenomen investeringen vanuit de MJOP’s en het vervanginginvesteringenoverzicht voor tractiemiddelen in de planperiode 2025- 2028 afgerond 3,9 miljoen. Er is een kans op een foute inschatting, zowel voor de ingeschatte levensduur en kwaliteit van de kapitaalgoederen als op de ingeschatte prijs. Door de economische situatie wordt door partijen hoger ingeschreven dan in de afgelopen jaren. Daardoor is er amper meer sprake van aanbestedingsvoordelen. Ten tijde van de Covid-pandemie en de oorlog in Oekraine zijn de prijzen van grondstoffen veel verder gestegen dan voorzien. Dit kan leiden tot hogere kapitaallasten, daarom zijn in deze begroting ook de kapitaallasten meegenomen voor de berekening van de hoogte van de stelpost prijsstijgingen. Onvoorziene investering of investeringen die veel eerder moeten worden gedaan dan ingeschat worden hiermee echter niet ondervangen. Voor het risico van stijging van kapitaallasten wordt gerekend met een percentage van 10% van 3,9 miljoen.
Herijking gemeentefonds Het Rijk werkt met gemeenten en provincies door aan een nieuwe financieringssystematiek. De uitkomsten van deze nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten zijn nog onduidelijk. Op dit moment lopen er nog drie onderzoeken: stapeling problematiek sociaal domein, grootstedelijkheid en Overige Eigen Middelen (vermogen, grondexploitaties en belastingen). Daarna zal nog een onderzoek plaatsvinden hoe de drie verschillende onderzoeken op elkaar inwerken. De financiële gevolgen worden te zijner tijd via de Meicirculaire voorafgaande aan het jaar van ingang via een ingroeipad aangekondigd. Wanneer bijvoorbeeld de toeristenbelasting meegenomen gaat worden in de Overige Eigen Middelen zijn de gevolgen voor Vlieland groot. Een inschatting van dit risico is op dit moment niet te maken.
Toeristenbelasting De belangrijkste belastingopbrengst van de gemeente Vlieland is de toeristenbelasting (€ 1.750.000 op een totale opbrengst belastingen van € 4.058.818, dat is 42%, in 2024 48%). De grondslag van deze opbrengst is gevoelig voor de conjunctuur en afhankelijk van het weer (vooral in de jachthaven en op de kampeerterreinen). Daarnaast bestaat ten aanzien van deze opbrengst het risico dat de grondslag wordt aangetast door structurele ontwikkelingen in de toeristische sector zoals wijzigingen in de vakantiebestemmingen van de gasten. Een fluctuatie van 20% (€ 360.000) in de baten kan zich door dergelijke ontwikkelingen voordoen.
Zorgwijk de Boswijk Er is een 40-jarige lineaire lening aangegaan met een vast rentepercentage voor de gehele looptijd. Deze lening bedraagt € 15.084.000. Daarnaast gaat de gemeente er van uit dat het risico van leegstand en dus van huurderving minimaal is en slechts zal bestaan uit mutatieleegstand. Voor de woningen lijkt dat gezien de woningmarkt op Vlieland ook op langere termijn realistisch. De zorgvilla met zeven studio’s is ontworpen uitgaande van de visie in het Visiedocument De Bakens Verzet van “zo gewoon mogelijk wonen”, ook in een intramurale zetting van 7x24-uur zorg. Door een zorgvilla te maken met studio’s zonder de uitstraling van een instellingsgebouw, is de verwachting dat ook bij eventuele wijzigingen van de financiering van de ouderenzorg door de rijksoverheid, het vastgoed goed verhuurbaar blijft. Oftewel dat ook bij een nog verdere extramuralisering door het rijk, de zorgvilla z’n waarde en verhuurmogelijkheden behoudt. Tenslotte gaan we er van uit dat er ook voor het welzijnsgebouw steeds voldoende huurders zullen zijn die de benodigde opbrengsten genereren. Naast commerciële functies zoals bijvoorbeeld een fysiotherapiepraktijk en een kapper, zal het gebruik overigens voor een belangrijk deel bestaan uit het ouderenwelzijnswerk van de gemeente Vlieland.
Dat betekent dat er vanuit het welzijnsbeleid voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om dit gebruik mogelijk te maken. De geprognotiseerde exploitatielasten liggen jaarlijks rond de € 650.000
69 Programmabegroting 2025
Al met al een groot project voor de gemeente Vlieland, waar wel wat onzekerheden aan kleven, die zouden kunnen leiden tot negatieve resultaten.
Subsidies Stichtingen De gemeente verstrekt subsidies aan verschillende stichtingen. Met behulp van deze subsidies kunnen deze stichtingen voorzieningen, op het door de raad voor zowel inwoners als gasten van Vlieland gewenste niveau, in stand houden. Steeds meer dringt zich echter de vraag op, of voorzieningen op het huidige niveau in stand gehouden kunnen worden, met de subsidies zoals ze nu verstrekt worden. Bij één van de stichtingen is een gedetacheerde werknemer van de gemeente werkzaam. Wanneer de stichting niet meer kan blijven voortbestaan wordt de gemeente geconfronteerd met salariskosten van € 60.000.
Pensioen- en wachtgeldvoorziening wethouders Op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) heeft een Arbeidsongeschikte burgemeester of wethouder recht op doorbetaling van zijn wedde tot zijn aftreden. Vervolgens is er recht op wachtgeld. Een arbeidsongeschikte wachtgeldgerechtigde kan recht houden op een verlengde uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Duurt daarna de arbeidsongeschiktheid van de burgemeester/wethouder/wachtgeldgerechtigde voort? Dan is er recht op een verlenging van de wedde of de wachtgelduitkering naar verhouding van de mate van arbeidsongeschiktheid tot uiterlijk de pensioengerechtigde leeftijd. Door verzekeringsvoorwaarden kan de gemeente in sommige gevallen ondanks een afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering geconfronteerd worden met extra kosten. Daarnaast heeft de gemeente een voorziening voor het pensioen van wethouders. Grondslagen voor de waardering van deze voorziening zijn een rekenrente die in lijn is met de rente die geldt voor individuele waardeoverdrachten en de sterftetafel GBM/GBV met een leeftijdsterugstelling m/v 5/1 of v/m 3/3. Wijzigingen in rekenrente en sterftetabel maken soms grote extra toevoegingen aan de voorziening nodig. Voor deze verhogingen van de voorziening is het jaarlijks budget met ingang van deze begroting verhoogd naar € 100.000.
Leningen Restschuld in euro’s 31-12-2024 31-12-2025 504.643 448.571 162.500 146.250 18.333 13.750 165.000 146.667 4.655.172 4.482.759 200.000 150.000 130.000 120.000 5.835.648 5.507.997
Geldnemer Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Stichting Flidunen Tennisvereniging TCV ’91 Energie coöperatie Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Duinwijck Totaal
Op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat de stichtingen/verenigingen niet aan hun betalingsverplichtingen zouden kunnen voldoen. Het risico is daarom laag.
Gewaarborgde geldleningen Voor liquiditeitstekorten van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de G8 staat de gemeente Vlieland garant tot een bedrag van € 908.000. Bij het instemmen met de koopovereenkomst met WoonFriesland op 11 juli 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de gemeentelijke achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Leningen van WoonFriesland ter financiering van investeringen in de gemeente Vlieland worden hiermee geborgd tot een bedrag van 10 miljoen. Mocht WoonFriesland zijn leningen niet meer kunnen afbetalen, dan neemt het WSW de betaalverplichtingen over. Als het WSW deze betaalverplichting niet uit eigen vermogen en bij de
70 Programmabegroting 2025
corporatie te innen obligo kan voldoen, moeten Rijk en gemeente ieder voor 50% bijspringen. Op grond van hun rol als achtervanger moeten zij in dat geval renteloze leningen aan het WSW verstrekken. Het is op dit moment onwaarschijnlijk dat dit zich voordoet maar mocht het zich voordoen dan zal de gemeente geconfronteerd worden met de rentelasten van ten hoogste 5 miljoen.
Financieel gevolg
Risico
Benodigde weerstandsKansklasse capaciteit
Sociaal domein Jeugdzorg
100.000
70%
70.000
Sociaal domein maatwerkvoorzieningen
160.000
70%
112.000
Foute inschattingen MJOP's
390.000
50%
195.000
Toeristenbelasting
360.000
50%
180.000
Boswijk
650.000
10%
65.000
Subsidies stichtingen
60.000
30%
18.000
Pensioen en wachtgeldvoorziening wethouders
50.000
60%
30.000
Verstrekte leningen
5.507.997
10%
550.800
Garantstellingen
908.000
10%
90.800
Totaal van de riscio's
8.185.997
1.311.600
Voor het kwantificeren van de risico’s is gebruik gemaakt van onderstaande tabel; Kansklasse Toelichting kansklasse
Kwantiteit
Referentiebeelden
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
30%
1 keer per 5-10 jaar
2
50%
1 keer per 2-5 jaar
3
70%
1 keer per 1-2 jaar
4
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waaran het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarscdhijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het waarschijlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waarvan het zeer waarschijlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapciteit
Beschikbare weerstandsvermogen Algemene reserve 31 december 2025
€ 3.490.340
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande risico inventarisatie bedraagt het maximaal benodigde bedrag € 1.311.600. Het is echter niet waarschijnlijk dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden. Daarom gaan we uit van 90% zekerheid waardoor het bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit € 1.180.440 bedraagt. De Ratio weerstandvermogen bedraagt 2,96, dit is conform onderstaande tabel (ruim) voldoende. Meerjarig stijgt de ratio weerstandvermogen door de stijging van de Algemene Reserve en door de aflossingen van de uitstaande leningen.
71 Programmabegroting 2025
Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De volgende kengetallen dienen ter ondersteuning bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente: 1. Netto schuldquote 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingdruk Bij de beoordeling van de financiële positie is het van belang de kengetallen van een adequate toelichting te voorzien. Netto schuldquote De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Nu kan er in een gemeente sprake zijn van het doorlenen, door weer aan andere partijen een lening te verstrekken: sportclubs, culturele organisaties, et cetera. Om vervolgens inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, moet de schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden worden weergegeven. Op deze manier ontstaan twee indicatoren: 1. De netto schuldquote. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren.
Dit inzicht is uiteraard voor Vlieland zelf van belang, maar het is ook verplicht deze kengetallen in begroting en rekening op te nemen. Samen met de andere vier financiële kengetallen geven ze een beeld van de financiële situatie van de gemeente 2024
2025
2026
2027
2028
werkelijk prognose
2023
raming
raming
raming
raming
netto schuldquote
200%
214%
205%
210%
206%
202%
netto schuldquote gecorrigeerd
140%
162%
156%
165%
163%
163%
De netto schuldquote geeft aan of de gemeente investeringsruimte heeft. De te hanteren indicaties zijn: ·
Schuldquote onder de 100%:
voldoende
·
Schuldquote boven de 100%:
matig
·
Schuldquote boven de 130%:
onvoldoende
72 Programmabegroting 2025
De gemeente Vlieland heeft volgens deze cijfers meerjarig onvoldoende investeringsruimte. Verhoudingsgewijs heeft de ontwikkeling van de nieuwe zorgwijk ervoor gezorgd, dat voor een kleine gemeente als Vlieland een grote investering werd gedaan. Hiervoor moest een hoge lening worden aangetrokken. Bij kleinere gemeenten hebben dergelijke projecten dan ook gauw een negatieve uitwerking op het kengetal netto schuldquote en automatisch ook op het volgende kengetal solvabiliteitsratio. Een kengetal staat echter nooit op zichzelf maar moet in samenhang met de overige kengetallen beoordeeld worden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan welk deel (percentage) van het totaal van wat de gemeente aan geldwaarde heeft (balanstotaal) wordt gevormd door het eigen vermogen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. De solvabiliteitsratio is een veel gebruikt financieel vergelijkingsgetal. Het geeft relatief snel inzicht in de financiële positie van een organisatie en specifiek in de financiering. De stelregel is hierbij: hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren. 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Werkelijk
raming
raming
raming
raming
raming
15%
15%
17%
17%
17%
18%
solvabiliteitsratio: solvabiliteitsratio
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De te hanteren indicaties zijn: ·
Solvabiliteitsratio 50% en hoger:
voldoende
·
Solvabiliteitsratio lager dan 50%:
matig
·
Solvabiliteitsratio kleiner dan 30%:
onvoldoende
Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel (echt) in evenwicht is. Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Voorbeelden van structurele inkomsten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele inkomsten en de structurele uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. De structurele exploitatieruimte laat zien in hoeverre we structureel middelen beschikbaar hebben voor (noodzakelijk) beleidsinitiatieven. De begroting moet structureel in evenwicht zijn en de provincie toetst daarop. Het is ook verplicht dit kengetal in begroting en rekening op te nemen. Samen met de andere vier financiële kengetallen geven ze een beeld van de financiële situatie van de gemeente.
73 Programmabegroting 2025
Kengetal structurele 2023 2024 exploitatieruimte Bedragen zijn in 1000 tallen Werkelijk Prognose saldo baten en lasten 1.095 -250 reservemutaties 102 439 Begrotingssaldo na bestemming 1.196 190 incidentele B&L -123 -305 structureel begrotingssaldo 1.073 -115 In percentages 9,72% -1,05%
2025
2026
2027
2028
340 490 830 -222 608 5,45%
-111 515 404 -278 126 1,12%
-224 530 306 -289 17 0,15%
232 56 288 -73 215 1,89%
Geconcludeerd kan worden dat in 2025 tot en met 2028 geen structurele lasten worden gedekt door incidentele baten en dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is tot en met 2028. Een overzicht van incidentele baten en lasten is in de financiële begroting opgenomen. Grondexploitatie De gemeente Vlieland kent geen grondexploitatie. Belastingcapaciteit en structurele begrotingsruimte De onbenutte belastingcapaciteit is een mogelijkheid de belastingen te verhogen om tegenvallers op te vangen of om nieuw beleid te realiseren. Het geeft aan welke rek er nog zit in de gemeentelijke uitgaven via het verhogen van de belastingen. Een maat daarvoor kan zijn de woonlasten per huishouden. Als die hoog zijn, zeker gezien de woonlasten gemiddeld in Nederland, zijn er weinig mogelijkheden de inkomsten te verhogen. Overigens zijn hier geen objectieve criteria voor te geven maar gaat het om politieke oordelen rond de vraag in hoeverre de hoogte van de woonlasten nog mogelijkheden biedt de onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Aangezien de kosten van riolering al voor 100% worden gedekt door de betreffende tarieven, bestaat de mogelijkheid te voorzien in extra begrotingsruimte met name bij de algemene belastingsoorten: onroerendezaakbelasting, toeristenbelasting, forensenbelasting, afvalstoffenheffing, reinigingsheffing hondenbelasting en precariobelasting.
Gemeentelijke belastingcapaciteit
Werkelijk
Werkelijk
Werkelijk
Werkelijk
Begroting Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
2025
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
227
219
297
325
354
373
Rioolheffing voor gezin
150
150
158
165
173
184
Afvalstoffenheffing voor gezin
324
324
329
340
355
374
0
0
0
0
0
0
701
693
784
830
882
931
Eventuele hefffingskorting voor gezin Totale woonlasten Vlieland voor een gezin Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin
776
811
904
944
994
994
Belastingcapaciteit
89%
94%
86%
88%
92%
94%
74 Programmabegroting 2025
Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen komt in de verschillende begrotingsprogramma’s terug. In deze paragraaf wordt het gevoerde beleid met betrekking tot het beheer en onderhoud als een “dwarsdoorsnede” vanuit de programma’s aangegeven. Daarmee is het tegelijkertijd het beleidskader voor dit onderwerp. Kapitaalgoederen worden in deze paragraaf onderverdeeld in de categorieën: wegen (inclusief openbare verlichting en civiele kunstwerken), riolering, waterstaatswerken (inclusief oeverconstructies), groen (inclusief sportparken, speelterreinen en begraafplaatsen) en gemeentelijke gebouwen. Alle kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden en dit onderhoud is onder meer bepalend voor de kwaliteit van het voorzieningenniveau in onze gemeente. Wegen Op 27 mei 2024 heeft de Raad het meerjarenonderhoudsplan wegen 2025-2028 vastgesteld. De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening wegen geboekt. Buiten het onderhoud wat in Programma 2 onder wegen verder is toegelicht, is voor 2024 alleen de voorbereiding van de Kampweg volgens het investeringsplan geraamd. De reconstructie zelf zal naar verwachting in 2025 plaatsvinden.
75 Programmabegroting 2025
Met de reconstructie Kampweg zal in 2024 een start worden gemaakt waarbij de verwachting is dat in 2025 de oplevering zal plaatsvinden. Voor wat betreft eventuele materiaalkeuzes (type verharding) zal separaat een voorstel aan uw raad worden voorgelegd, waarin ook de te verwachten (investerings)kosten staan opgenomen voor de lange termijn. In 2025 wordt een nieuwe mogelijkheid geboden voor een subsidie, echter tot op heden is nog niet bekend of voor een eventuele reconstructie van deze orde de subsidie kan worden verkregen. Met de (voorzichtig) geraamde kosten voor de Kampweg wordt de voorziening niet belast. De kapitaallasten komen ten laste van de exploitatie. Voor de reconstructie zal een separaat raadsvoorstel worden voorgelegd voor de uiteindelijke investering, waarin tevens een keuze wordt gemaakt over op welke wijze deze reconstructie wordt uitgevoerd. Voor 2025 staat eveneens het onderhoud van de Middenweg en Dreef opgenomen. Wetende dat nog bouwprojecten daar plaatsvinden, is de bedoeling dat aansluitend beide wegen zullen worden herstraat. Na 2026 wordt een aantal grotere werken voorzien, zoals het westelijk deel van de Dorpsstraat, in combinatie met het vervangen van de riolering in het zuidelijk deel van de Badweg, de Oude Postweg en een volgende onderhoudsbeurt van het fietspad langs de zeereep.
Het lange-termijnvooruitzicht van het verloop van de wegenvoorziening wordt na een aantal jaren negatief. Na een nadere analyse voor de lange termijn van de benodigde verwachte onderhoudsinspanningen, zal er de komende jaren moeten worden nagedacht over hoe de wegenvoorziening voldoende op peil blijft. Voor de middellange termijn zullen de noodzakelijke onderhoudswerken aan de wegen steeds minder kunnen worden gecombineerd met rioleringswerkzaamheden. Openbare Verlichting De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de verlichting langs de openbare wegen. De lichtmasten zijn eigendom van de gemeente, het beheer en onderhoud van de lantaarnpalen is gezamenlijk met Friese gemeenten en de provincie uitbesteed aan een uitvoeringsorganisatie. De organisatie van het beheer is in handen van een gezamenlijk opgerichte stichting, die in 2018 is omgevormd naar de coöperatie Openbare Verlichting en Energie Fryslân U.A., afgekort OVEF. De gemeente heeft momenteel 321 lantaarnpalen/Openbare Verlichting-punten in beheer: - in de bebouwde kom (inclusief veerdam): 241 stuks - buiten de bebouwde kom (inclusief bedrijventerrein): 65 stuks - signaalverlichting in de vorm van bolders bij de veerdam en bij de Jutter: 15 stuks In december 2020 is een beleidsplan openbare verlichting door de raad vastgesteld.
Mede op basis van dit plan is in 2022 een meerjarenraming voor onderhoud en vervanging van de openbare verlichting op Vlieland vastgesteld en aan de raad aangeboden, om de te verwachten kosten voor onderhoud en vervangingsinvesteringen de komende jaren te kunnen inschatten. In 2024 is het MJOP openbare verlichting geactualiseerd en opnieuw vastgesteld. De vervangingsinvesteringen voor openbare verlichting zijn toegevoegd aan de het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) verlichting 2025-2028. Vervangingen zijn gebaseerd op leeftijd en theoretische levensduur van lichtmasten en armaturen. Elk jaar wordt bekeken of de geplande vervangingen van lichtmasten noodzakelijk zijn of eventueel uitgesteld kunnen worden.
76 Programmabegroting 2025
Onderhoud wegen 2025-2028 2025 stand voorziening per 1/1 Groot onderhoud t.l.v. de voorzieningen Diverse gloppen Kerkplein Middenweg Esdoornlaan (combi met riool) Nieuwestraat Lutinelaan Badweg Camping weg Dreef Molenglop (combi met riool) Sparrenlaan (combi met riool) Oude Postweg
2026
2027
2028
669.979 518.111 360.524 250.778
28.000
22.500
31.000
27.000 100.000
94.000 6.250 110.667 86.000 24.300 66.000 33.000 20.000 15.000 46.000
Totaal t.l.v. de voorziening
185.550 189.500 141.667 193.000
Toevoeging aan de voorziening
33.682
31.921
31.541
Stand voorziening per 31/12
518.111 360.524 250.778
89.319
Niet ten laste van de voorziening komen; Regulier onderhoud Kapitaallasten
83.853 85.603 87.353 89.103 107.496 107.520 105.767 104.401
31.913
Rioleringen In mei 2017 heeft de gemeenteraad een nieuw basisrioleringsplan (BRP) en een nieuw Gemeentelijk rioleringsplan Vlieland 2016 – 2023 (GRP) vastgesteld. Het plan werd opgesteld door een extern deskundig ingenieursbureau. In 2022 hebben college en raad een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. In deze geactualiseerde planning zijn ook opgenomen de kosten van BTW en totale overhead gerelateerd aan het onderhoud van het rioolstelsel. In mei 2023 is gestart met het opstellen van de opvolger van het GRP, het Gemeentelijk Programma Water en Rioleringen (GPWR). In dit programma zal nadrukkelijk ook meer aandacht geschonken worden aan de gemeentelijke zorgplicht voor het grond- en hemelwater in het bebouwde gebied, ook met het oog op klimaatverandering. Het nieuwe GPWR, welke medio 2024 is vastgesteld, bevat een geactualiseerde planning voor onderhouds- en vervangingsinvesteringen, alsmede een geactualiseerd financieel meerjarenperspectief, waarmee in de volgende begroting rekening kan worden gehouden.
77 Programmabegroting 2025
2025
2026
2027
2028
Personeelskosten
46.981
46.981
46.981
46.981
Toegerekende BTW en overhead
94.994
98.481
93.989
94.054
Planvorming en onderzoek Herziening GPWR en BRP Onderzoek rioolvreemd water Hemelwaterverordening besparen watergebruik en ontstenen samenwerking waterketen
0 5.000 5.000 20.000 5.000
25.000 0 0 20.000 5.000
30.000 0 0 20.000 5.000
0 0 0 20.000 5.000
Exploitatie kosten belastingen gas en elektra telefoon en dataverkeer onderhoud hard- en software
500 12.000 700 3.000
500 12.000 700 3.000
500 12.000 700 3.000
500 12.000 700 3.000
Kapitaallasten
85.649
90.065
90.459
90.833
Regulier onderhoud vrijverval - en drukriolen rioolgemalen en -pompen jaarlijks onderhoud rioleringen grondwatersystemen Reinigen riolen Camera inspectie
10.000 5.000 22.000 2.000 0 0
10.000 5.000 22.000 2.000 10.000 20.000
10.000 5.000 22.000 2.000 0 0
10.000 5.000 22.000 2.000 0 0
Totale kosten
317.824
370.726
341.629
312.068
Riolen en rioolgemalen Rioolrechten
1.800 245.417
1.800 260.141
1.800 275.750
1.800 292.295
Totale opbrengsten
247.217
261.941
277.550
294.095
Onttrekking voorziening riolering
70.607
108.785
64.079
17.973
Stand voorziening 31/12
378.009
269.224
205.145
187.172
78 Programmabegroting 2025
Gemeentelijke gebouwen Jaarlijks worden de gebouwen van de gemeente geïnspecteerd en vindt er overleg plaats met de beheerders en/of gebruikers. Doel is een goede onderhoudstoestand van de gemeentelijke gebouwen en het voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. Op basis van deze inspecties wordt een inschatting gemaakt van het te verwachten regulier en groot onderhoud en de daarmee gemoeide onderhoudskosten in de meerjarenonderhoudsplanning Dit MJOP is alleen bedoeld is om ons huidige areaal in stand te houden. Het actuele plan is voor de periode 2025-2028 en wordt jaarlijks bijgesteld: Alle objecten die worden genoemd heeft de gemeente momenteel in eigendom en soms in beheer en/of onderhoud. Van sommige objecten is weinig onderhoud te verwachten is, zoals het Dooienhûsje en de Huisartsenpraktijk, of omdat de toekomstige bestemming van die panden nog onbekend is (voormalige Bibliotheek en De Noordwester). 1. Sportcentrum Flidûnen (De Uitlegger 2) Binnen een redelijk afzienbare termijn (maximaal vijf jaar) zal fors onderhoud moeten worden uitgevoerd. Het pand is in 1992 gebouwd en begint hier en daar gebreken te vertonen die noodzakelijk onderhoud vereisen. Met name bij het plenum (de kelderbak rondom het zwembad zelf) zijn er problemen met de daar aanwezige kabels en leidingen. Dit is ten gevolge van niet waterdichte buitenwanden waardoor het grondwater naar binnen loopt.
Omdat de luchtkwaliteit er zo extreem is wat vocht (99%), temperatuur (28°C+) en dampen van chloor en zouten betreft, is het leidingwerk zodanig aangetast dat het vervangen moet worden. In de huidige MJOP is daarom een bedrag opgenomen om niet alleen het leidingwerk in goede staat te houden, maar ook de constructieve oplossing. Voor die maatregelen moet worden gedacht aan het vrijgraven van de zijwanden tot aan de fundering en de wanden waterdicht te maken, zodat het grondwater niet meer naar binnen kan lopen via de buitenmuren. Grote uitgaven zijn ook te verwachten bij het nog verder verduurzamen van het zwembad. Uit een enquête van het Ministerie is naar voren gekomen dat door het isoleren van de bak van het zwembad, forse besparingen kunnen worden behaald. Daarvoor zullen eerst nog berekeningen moeten worden gemaakt, maar er is wel al een bedrag voor opgenomen. Ook is er anaerobe roest geconstateerd in het buizenstelsel en het zandfilter. Dit kan grote consequenties hebben voor de kwaliteit van het zwemwater. Alhoewel dat nu nog niet in het geding is, hebben we ons al enigszins georiënteerd op oplossingen. Om dit filter (uit 1992) te vervangen moet vooralsnog worden gedacht aan een bedrag tussen de € 100.000,- en € 150.000,Daarnaast is gebleken dat de stroefheid van de sporthalvloer aan het verminderen is.
Te zijner tijd zal daarvoor een nieuwe vloer of toplaag moeten worden aangebracht, waarvoor al een bedrag is opgenomen in de MJOP. Aanvankelijk was het de bedoeling om dit in 2024 uit te voeren, maar ook hier speelde de te hoge grondwaterstanden parten. Geprobeerd wordt om dit nog in 2024 uit te voeren, anders zal het verschuiven naar 2025. Na de jaarlijkse inspectie van de glijbaan van het zwembad is gebleken dat, om letsel te voorkomen, deze niet meer gebruikt kan worden. Ondanks dat de glijbaan dertig jaar oud is komt deze tegenvaller onverwachts. Samen met Stichting Flidunen gaat de gemeente kijken wat er nu het beste kan gebeuren. Vervanging van de glijbaan is een dure aangelegenheid. Het geeft des te meer aan dat planvorming over de toekomst van het zwembad nodig is. Ook zal in de loop van 2024 een apart B&W voorstel voor het vervangen van de poolcovers worden voorgelegd aan het college. In 2024 is er een nulmeting uitgevoerd naar de bouwkundige staat van gebouw en zwembad. Hieruit kwamen enkele scenario’s voort over hoe de toekomst van Flidunen er uit kan zien. Eind 2024 zal hierover een startnotitie aan de raad worden aangeboden. In 2025 zullen verschillende uitgewerkte scenario’s aangeboden worden aan de raad, om tot een keuze toe komen voor de uitwerking van een duidelijke toekomstvisie voor sportcentrum Flidunen.
79 Programmabegroting 2025
2. Gemeentehuis (Dorpsstraat 127) In april 2024 heeft de gemeenteraad besloten: - om geen nieuwbouw gemeentehuis te laten plaatsvinden op de locatie van de oude bibliotheek; - om op de locatie van de oude bibliotheek, in samenwerking met WoonFriesland, de plannen om te komen tot het realiseren van appartementen verder uit te werken en ter definitieve besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. Eind 2024 zal er een voorstel komen over de verduurzaming van het gemeentehuis om dit minimaal te kunnen laten voorzien van energielabel C. 3. Werkplaatsen / Gemeentewerf (Fortweg 1A en 2A) Het gebouw ‘FRAM-loods’ op de Gemeentelijke Werkplaats, behoeft onderhoud. De (gevels van de) werkplaatsen zelf zijn een paar jaar eerder al opnieuw bekleed, iets soortgelijks zou ook met die loods moeten worden gedaan. Dit geldt ook voor de overheaddeuren, die zijn aan vervanging of reparatie toe. Omdat de wegenzoutopslag niet meer in de loods is kan de vloer worden gerepareerd en kan de indeling wat worden aangepast. Wat betreft de “zoutloods” die gekoppeld is aan de stalling van Arriva is Arriva eigenaar van het noordelijk deel, de gemeente heeft destijds van de FRAM het zuidelijke gedeelte overgenomen. De gemeente doet het onderhoud, en berekent de kosten rechtstreeks door aan Arriva, volgens een overeenkomst. NB. Vanaf 15 december 2024 verzorgt Qbuzz de komende tien jaar het busvervoer.
Deze concessie bestaat uit de hele provincie Fryslân en de Waddeneilanden Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Qbuzz krijgt met deze gunning de voorkeur boven de andere inschrijvers, Arriva en EBS. Het is nog niet duidelijk of Qbuzz speciale wensen heeft wanneer wij toch tot onderhoud overgaan. 4. De Noordwester (Dorpsstraat 150) Voor de Noordwester zijn geen bedragen opgenomen, behalve wat dagelijks onderhoud nodig heeft om het gebouw in stand te houden. Dit is mede afhankelijk van de keuzes die nog door de Raad gemaakt moeten worden over de bestemming, nu het bestuur heeft besloten tot een beëindiging van de Stichting De Noordwester en heeft aangegeven te stoppen met de exploitatie. Vandaar dat een bedrag is opgenomen om het gebouw toch toonbaar te houden bijvoorbeeld door een simpele schilderbeurt. 5. De Jutter (Lutinelaan 3) Jaarlijks worden de linoleumvloeren van De Jutter onderhouden en voorzien van een Topshield laag. Echter lijkt dit niet afdoende omdat de toplaag van het product kale plekken laat zien. Inmiddels is contact met de fabrikant opgenomen om een goede oplossing te zoeken. In afwachting van de uitslag is hiervoor nog geen bedrag opgenomen in het MJOP. Het probleem van lekkage in het oostelijke gedeelte van het dak is opgelost. De gedane reparaties lijken de waterdichtheid van het dak te hebben hersteld.
De gemeente wil in overleg gaan met de hoofdaannemer, over hoe het gehele dak gecontroleerd kan worden om toekomstige schade te voorkomen. Ook over de afwatering van het dak en hoe deze voor de toekomst geoptimaliseerd kan worden. De zonnepanelen zijn nog niet teruggeplaatst. Er moet eerst onderzocht worden op welke wijze de zonnepanelen teruggeplaatst kunnen worden, zonder dat deze in de toekomst het dak kunnen schaden. Wart betreft de schade aan de binnenkant van het pand heeft de verzekeraar aangegeven dit te vergoeden. 6. Alef P. Hoedemakerslop 2 Het college heeft in juni 2024 een appartement aangekocht voor huisvesting van één van de twee wethouders. Het appartement boven de Poiesz supermarkt is nieuw gebouwd en opgeleverd in 2023. In 2025 worden er geen kosten aan onderhoud verwacht.
80 Programmabegroting 2025
De toekomst en energiebesparingen De rijksoverheid verplicht dat in 2023 elk kantoorgebouw van >100m² en overige utiliteitsgebouwen moeten zijn voorzien van een Energielabel klasse C (of beter). Sommige van onze gebouwen hebben al een label, sommige moeten worden vernieuwd. Op basis van deze verplichting is een energiescan uitgevoerd voor onder andere Flidunen, de Noordwester, het gemeentehuis, de werkplaatsen en de huisartsenpraktijk. Naar aanleiding van de resultaten zullen een paar gebouwen worden uitgelicht. Afhankelijk van de uitkomst zal het MJOP moeten worden aangepast en/of zal een keuze gemaakt moeten worden voor een investering of voor het ten laste brengen van de kosten van het onderhoud. De overige panden: De Noordwester, Dooienhûsje, oude bibliotheek hebben geen energielabel verplichting in verband met de kleinschaligheid of monumentale waarden/status. Kosten voor verduurzaming van de objecten zijn niet meegenomen in deze MJOP, omdat dit geen expliciet onderhoud betreft, maar investeringen. Los hiervan is met medewerking van de Provincie een een energiescan gemaakt van onze gemeentelijke gebouwen. Aan de uitkomsten worden bedragen gekoppeld zodat we een eerste indruk krijgen van de kosten voor het voldoen aan de wettelijke eisen. Er is een overzicht gemaakt van de stand van zaken van de verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed.