CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 10 Legesverordening - VNG toelichting

Raadscommissievergadering 4 december 2023, gemeente VlielandBij agendapunt: Belastingen en legesverordeningen 202447.781 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

Daardoor kunnen de belangrijke vragen die ten tijde van oorspronkelijke beoordeling beantwoord zijn nogmaals bekeken worden in het licht van de nieuwe situatie. Om onnodige administratieve lasten te voorkomen is het niet nodig om bij de aanvraag om verlenging van een vergunning nogmaals actuele gegevens en bescheiden te overleggen waarover de burgemeester al beschikt. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan de gegevens die op de vergunning vermeld staan. Deze zouden te allen tijde actueel moeten zijn. Ook is het bijvoorbeeld overbodig om plattegronden, situatietekeningen en het bedrijfsplan nogmaals aan te leveren, voor zover deze ongewijzigd zijn. Tweede lid De leges zijn hoger als er één of meerdere beheerders worden bijgeschreven op de vergunning. Dan moet immers ook telkens de persoon van de beheerder getoetst worden (onderdeel a). Een vergunning kan mede worden verleend voor ten hoogste één seksinrichting. Indien de aanvraag om een vergunning mede op een seksinrichting ziet, dan vraagt dit om een nadere toets. Vandaar dat in een dergelijk geval de leges hoger zijn (onderdeel b). Deze aanvullende legeskosten zijn opgenomen in het tweede lid. Derde lid Een vermindering van de leges wordt verleend als meerdere aanvragen gelijktijdig worden ingediend en de aanvragen hetzelfde seksbedrijf en dezelfde exploitant betreffen.

Ook de behandeling van die aanvragen kan dan immers efficiënter en effectiever plaatsvinden. De persoon van de exploitant hoeft bijvoorbeeld meer één keer getoetst te worden. Vierde lid Om toegang tot het legale circuit niet te belemmeren voor zelfstandig opererende prostituees, die een aanzienlijk lager verdienvermogen hebben dan prostitutiebedrijven met een grotere omvang, kan besloten worden om voor deze groep de mogelijkheid te openen tot teruggaaf van een deel van de leges. Voorwaarde zou dan wel moeten zijn dat aan de verleende vergunning de voorwaarde verbonden is dat er ook maar ten hoogste één prostituee bij of voor het bedrijf mag werken. Dit is geregeld in het facultatieve vierde lid. Pagina 89 van 93

Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf De vergunninghouder is verplicht gewijzigde omstandigheden te melden. Als er met inachtneming van de geldende regels geen bezwaar bestaat tegen een voortgezet bedrijf, wordt een gewijzigde vergunning verleend. Daarbij behoeft niet de gehele procedure te worden doorlopen als ware het een aanvraag om een nieuwe vergunning. Afhankelijk van de aard van de wijzigingen kan ook de geldigheidsduur van de vergunning worden aangepast. In artikel 3.4 hebben wij voor de verschillende wijzigingen die kunnen voorkomen, afzonderlijke tarieven gesteld. De wijziging van exploitant, beheerder of adres zal een uitgebreidere beoordeling vergen dan bijvoorbeeld de wijziging van het telefoonnummer. De tarieven zijn cumulatief verschuldigd. Onderdeel g hebben wij als facultatieve bepaling opgenomen. Deze bepaling moet worden opgenomen als de gemeente ervoor kiest de teruggaafbepaling van artikel 3.3, vierde lid, op te nemen. De tariefstelling in onderdeel g kan op die teruggaaf worden afgestemd.

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het Europese Hof van Justitie heeft beslist dat detailhandel in goederen een ‘dienst’ is in de zin van de Dienstenrichtlijn (HvJEU 30 januari 2018, C‑31/16 (Appingedam), ECLI:EU:C:2018:44). In verband hiermee heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist dat het stelsel van de Winkeltijdenwet en de gemeentelijke winkeltijdenverordening, op grond waarvan een ontheffing moet worden aangevraagd om na 22:00 uur een winkel voor het publiek geopend te mogen hebben, moet worden gezien als een vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn (College van Beroep voor het bedrijfsleven 26-01-2021, ECLI:NL:CBB:2021:59). Onderdeel a Op 1 juli 2013 is een wijziging van de Winkeltijdenwet in werking getreden (Stb. 2013, 217 en 218; zie ook ledenbrief 13/060 – Modelverordening winkeltijden 2013 – 19 juni 2013)). Op grond van de gewijzigde Winkeltijdenwet blijven de wettelijke verboden om winkels op zon-, feestdagen en op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur open te stellen, op zichzelf bestaan. Gemeenten kunnen door de wetswijziging echter zelf bepalen of – en in hoeverre – zij vrijstelling of ontheffing verlenen van deze verboden. De uitzonderingsbepalingen, zoals de toerismebepaling en de avondwinkelbepaling, zijn vervallen.

Voor zover gemeenten niet besluiten tot een algemene of categoriale vrijstelling van in artikel 2 van de Winkeltijdenwet vervatte verboden, kunnen zij besluiten de mogelijkheid voor burgemeester en wethouders te creëren om voor (een deel van) de ‘resterende’ verboden individuele ontheffingen te verlenen (zie artikel 3 van de Modelverordening winkeltijden 2013). Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing is in onderdeel a een tariefbepaling opgenomen. Onderdeel b Een ontheffing kan op verzoek van de houder worden ingetrokken of gewijzigd (artikel 5 van de Modelverordening winkeltijden 2013). In onderdeel b hebben wij voor een verzoek tot wijziging een tariefbepaling opgenomen. Wij denken dat het niet raadzaam is om kosten in rekening te brengen voor het op verzoek intrekken van een ontheffing, omdat dit ertoe kan leiden dat – doordat geen verzoeken tot intrekking worden gedaan – gemeenten geen actueel ontheffingenbestand meer hebben.

Pagina 90 van 93

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Artikel 3.6 is afgestemd op de verschillende evenementen die in de model-APV worden genoemd. Hierin komt de omvang van het evenement tot uitdrukking, wat een tariefdifferentiatie mogelijk maakt. Wellicht dat de gemeente jaarlijks een evenementenlijst vaststelt, waarnaar kan worden verwezen. Dit komt de duidelijkheid in de regelgeving ten goede. Wij merken nog op dat in artikel 2:25 van de modelAPV een facultatieve bepaling is opgenomen in verband met het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Stb. 2017, 373), dat 1 januari 2018 in werking is getreden. Als de gegevens die volgens het besluit bij een gebruiksmelding moeten worden aangeleverd ook bij een evenementenvergunning worden gevraagd, hoeft geen gebruiksmelding te worden gedaan en kan worden volstaan met een aanvraag voor een evenementenvergunning. De met de brandveiligheidstoets gepaard gaande kosten kunnen dan in het legestarief voor de evenementenvergunning worden verdisconteerd. Zie Lbr. 17/077 - Inwerkingtreding Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (13 december 2017). Eventueel kan een verdere tariefdifferentiatie worden aangebracht, bijvoorbeeld een lager tarief voor instellingen van maatschappelijke, sociale of culturele aard die een evenement organiseren.

Hierbij moet wel worden bedacht dat kruissubsidiëring alleen binnen dit hoofdstuk mogelijk is. De gemeente kan ervoor kiezen de diensten in dit hoofdstuk beneden kostprijs aan te bieden en tarieven in de hoofdstukken 1 en 2 ter compensatie meer dan kostendekkend vast te stellen. Voor de toets aan de opbrengstlimiet van artikel 229b Gemeentewet gaat het namelijk om de gehele legesverordening. Zie ook HR 13 februari 2015, nr. 14/00655, ECLI:NL:HR:2015:282. In dit verband verwijzen wij naar de toelichting op artikel 4 van de verordening, waarin wij ingaan op de mogelijkheid tot het opnemen van een vrijstelling voor instellingen van maatschappelijke, sociale of culturele aard. De ultieme (rechterlijke) toets is of de verordening niet leidt tot een onredelijke en willekeurige heffing die de wetgever bij het geven van de bevoegdheid tot heffen niet bedoeld kan hebben. Artikel 3.7 Organiseren markt Dit artikel bevat een snuffelmarktvergunning (model-APV) en een vergunning voor het organiseren van een markt (model-Marktverordening (vergunning organisatie)). Het expliciet noemen van deze vergunningen houdt verband met de Europese Dienstenrichtlijn, waaronder deze vergunningstelsels vallen. Wij beschouwen de vergunningen in dit hoofdstuk als samenhangende vergunningstelsels.

Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt Eerste lid In artikel 3.8 zijn tarieven opgenomen voor in de Model Marktverordening (januari 2022) opgenomen vergunningen. Van de genoemde aanvragen dienen alleen die te worden overgenomen welke zijn opgenomen in de eigen gemeentelijke marktverordening. Is bijvoorbeeld geen bedienvergunning vereist, dan vervalt het eerste lid, onderdeel d. In de onderdelen b en c is ervoor gekozen alleen leges te heffen als de aanvraag tot het verlenen van een dagplaatsvergunning, respectievelijk een standwerkvergunning wordt gehonoreerd. Dit leidt tot minder administratieve en bestuurlijke lasten dan in alle gevallen heffen en een deel teruggeven (wat Pagina 91 van 93

redelijk is als het lotingstelsel of het systeem van ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ wordt gehanteerd). Tweede en derde lid In het tweede en derde lid zijn teruggaafbepalingen opgenomen; het gaat hier om aanvragen om vastestandplaatsvergunningen. Teruggaaf is hier redelijk omdat zowel bij selectie als bij loting aanvragers zich in de situatie bevinden dat bij het doen van de aanvraag van tevoren niet goed te overzien is of zij ook daadwerkelijk een vergunning zullen krijgen. Omdat selectie een veel arbeidsintensiever proces is, kunnen wij ons voorstellen dat verschillende teruggaafpercentages gelden. Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt In artikel 3.9 zijn tariefbepalingen opgenomen voor overige (administratieve) dienstverlening die verband houdt met de markt, ontleend aan de Model-Marktverordening (januari 2022). Ook hier is vanzelfsprekend afstemming met de eigen gemeentelijke marktverordening gewenst. [Artikel 3.10 Losse standplaatsen Dit is een facultatieve bepaling, afhankelijk van hoe het in de gemeente geregeld is. Als in de gemeentelijke verordening (APV) niet is aangehaakt bij de omgevingsvergunning, dan hoort de bepaling in dit hoofdstuk. Zie de toelichting op artikel 2.33 van hoofdstuk 2.]

Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 Artikelen 3.11 tot en met 3.17 Wij hebben in deze paragraaf tariefbepalingen opgenomen voor het in behandeling nemen van aanvragen voor de volgende in de Huisvestingswet 2014 geregelde vergunningen: - artikel 3.11: de onttrekkingsvergunning (artikel 21, aanhef en onder a, Huisvestingswet 2014); - artikel 3.12: de samenvoegvergunning (artikel 21, aanhef en onder b, Huisvestingswet 2014); - artikel 3.13: de omzettingsvergunning (artikel 21, aanhef en onder c, Huisvestingswet 2014); - artikel 3:14: de woningvormingsvergunning (artikel 21, aanhef en onder d, Huisvestingswet 2014); - artikel 3.15: de splitsingsvergunning (artikel 22 Huisvestingswet 2014); - artikel 3.16: de vergunning voor toeristische verhuur van woonruimte (artikel 23c, eerste lid, Huisvestingswet 2014); - artikel 3.17: de verhuurvergunning opkoopbescherming (artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014). De vijf eerstgenoemde vergunningen hebben blijkens de Model Huisvestingsverordening betrekking op dienstverrichters (woningcorporaties en/of particuliere verhuurders) en vallen dus onder de Europese Dienstenrichtlijn. Wij merken nog op dat de vergunningplicht voor onttrekken of samenvoegen niet van toepassing is op het gebruik van de woonruimte als kantoor- of praktijkruimte door de eigenaar.

In artikel 1.29 van hoofdstuk 1 hebben wij tariefbepalingen opgenomen voor een aanvraag voor een huisvestingsvergunning en voor indeling in een bepaalde urgentiecategorie, omdat deze procedures zich richten tot woningzoekenden en dus niet onder de Europese Dienstenrichtlijn vallen. Naast (namelijk voor bepaalde gebieden) of in plaats van de vergunningplicht kan in de gemeentelijke huisvestingsverordening ook een ontheffing van het verbod tot onttrekken of onttrokken te houden, samenvoegen of samengevoegd te houden, omzetten of omgezet te houden, verbouwen of in die staat verbouwd te houden, het splitsen of toeristische verhuur worden geregeld (artikelen 21, tweede lid, 22, tweede lid, en 23c, tweede lid, Huisvestingswet 2014). Pagina 92 van 93

De mogelijkheid om het in gebruik geven van woonruimte voor de toeristische verhuur zonder vergunning of ontheffing te verbieden, bestaat sinds 1 januari 2021 (artikel 23c Huisvestingswet 2014, ingevoegd bij de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460)). Ook de toeristische verhuur van woonruimte is een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Op grond van artikel 51, tweede lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 vervallen vóór 1 januari 2021 bestaande regels over de toeristische verhuur van woonruimte op 1 januari 2022. Gemeenten konden vóór 1 januari 2022/kunnen in hun huisvestingsverordening de toeristische verhuur van woonruimte (opnieuw) reguleren. De VNG heeft de Model Huisvestingsverordening aan de nieuwe wetgeving aangepast. De mogelijkheid om het in gebruik geven van woonruimte in een opkoopbeschermingsgebied zonder vergunning te verbieden, bestaat sinds 1 januari 2022. Toen is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de Huisvestingswet 2014 in werking getreden. Gemeenten kunnen een regeling opkoopbescherming opnemen in de Huisvestingsverordening.

De opkoopbescherming maakt het mogelijk dat de gemeente in aangewezen gebieden een verbod kan instellen op het in gebruik geven (het verhuren) van nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders, gedurende een periode van vier jaar na de leveringsdatum (verhuurvergunning opkoopbescherming). Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. Aan de VNG Model Huisvestingsverordening is een facultatief hoofdstuk 3B toegevoegd waarmee gemeenten de opkoopbescherming kunnen invoeren. Zie Lbr. 22/003 – Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening; toevoeging regels opkoopbescherming (12 januari 2022) en de Handreiking opkoopbescherming. Omdat in de Model Huisvestingsverordening de ontheffingen bedoeld in artikel 21, tweede lid, de vergunning en ontheffing bedoeld in artikel 23c en de vergunning bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet als facultatieve bepalingen zijn opgenomen, hebben wij deze in de tarieventabel ook als facultatief opgenomen.

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.18 Niet benoemd besluit op aanvraag In hoofdstuk 7 zijn tarieven opgenomen voor diensten die niet in één van de eerdere paragrafen van dit hoofdstuk afzonderlijk zijn benoemd.

Pagina 93 van 93

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=571916d2-3870-4a23-8fcd-ec3153be44f4