Bijlage 1 - Concept GEDRAGSCODE Burgemeester en wethouders 2026
Tekst van het document
De gemeenteraad van Vlieland; gelet op: artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet; gelezen: de voordracht van het Presidium, d.d. 24 november 2025; BESLUIT: voor burgemeester en wethouders de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen:
Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026 Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.
Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Naast de gedragscode voor volksvertegenwoordigers is er een eigen afzonderlijke gedragscode voor de burgemeester en wethouders (voorzitter en dagelijks bestuurders). Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels.
De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Een gedragscode heeft niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in een gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in deze gedragscode worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van het politieke debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
1 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken.
En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.1
1 Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van ‘Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal
corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018. 2 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
1 Algemene bepalingen Artikel 1 Deze gedragscode is bestemd voor de burgemeester en wethouders. Artikel 1.1 Deze gedragscode richt zich ook tot de bestuursorganen ‘college van B&W’ en ‘burgemeester’. Artikel 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
Wettelijke grondslag De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet).
3 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
2 Voorkomen van belangenverstrengeling Artikel 2 Burgemeester en wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een direct of indirect persoonlijk belang veilig te stellen. Artikel 2.1 Burgemeester en wethouders gaan actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen. Artikel 2.2 Burgemeester en wethouders onthouden zich alleen van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een besluit waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Artikel 2.3 Burgemeester en wethouders overleggen met de gemeentesecretaris en/of de burgemeester als er sprake is van eventuele belangenverstrengeling. Artikel 2.4 Burgemeester en wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen. Artikel 2.5 Burgemeester en wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan. Artikel 2.6 Burgemeester en wethouders vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het burgemeester- of wethouderschap. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt de burgemeester of wethouder kenbaar aan de raad. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt de burgemeester of wethouder deze openbaar. De burgemeester maakt tevens de inkomsten uit zijn nevenfuncties openbaar.
Als de wethouder niet in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties ook openbaar gemaakt. Artikel 2.7 De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde openbare lijst met nevenfuncties van de burgemeester en de wethouders. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging indien nodig op grond van artikel 2.6. Het register is openbaar en via de website beschikbaar. Artikel 2.8 Burgemeester en wethouders doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden. Artikel 2.9 De gemeentesecretaris draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met gemelde financiële belangen. Deze lijst is openbaar en wordt op de website gepubliceerd.
Toelichting Dit deel is ter voorkoming van belangenverstrengeling. Het onafhankelijk handelen van politieke ambtsdragers is een belangrijke voorwaarde voor een betrouwbare en integere lokale democratie. Daarmee is belangenverstrengeling een belangrijk aandachtspunt om alert op te zijn voor alle politieke ambtsdragers. De wetgever heeft het college op vier manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1. De wetgever geeft ten eerste aan dat het college van burgemeester en wethouders als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. 4 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
2. De wetgever verbiedt burgemeester en wethouders vervolgens expliciet te stemmen als er sprake is van een kwestie waarbij hij een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een collegelid meestemt als sprake is van belangenverstrengeling. Belangrijk is dat het collegelid zelf de afweging moet maken of het nodig is zich van beraadslaging en stemming te onthouden en dat de wet anders wordt uitgelegd voor volksvertegenwoordigers en bestuurders. 3. Daarnaast verbiedt de wetgever burgemeester en wethouders expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. In de artikelen 2.4 en 2.5 van deze gedragscode wordt naar die verboden verwezen. In het wettelijk kader treft u een opsomming aan regelgeving die samenhangt met de integriteit van burgemeester en wethouders, waaronder de verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. 4. De wetgever eist van burgemeester en wethouders dat zij alle functies openbaar maken die zij vervullen naast het burgemeestersambt of wethouderschap. Op die manier wordt het voor de andere bestuurders en de gemeentesecretaris mogelijk een collegelid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen.
Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De burgemeester en wethouders zijn zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
Voorbeelden Casus 1 In het college moet een besluit worden genomen over de toewijzing van een grote opdracht in het kader van een aanbesteding. U verneemt uit de stukken dat wordt voorgesteld om het bedrijf van uw broer de opdracht te gunnen. Wat doet u als het agendapunt aan de orde komt? Overwegingen U kunt het beste bij aanvang van de behandeling van het agendapunt aangeven dat het bedrijf van uw broer in de prijzen valt en dat u als gevolg hiervan niet deelneemt aan het agendapunt en de besluitvorming hierover. Vergeet niet achteraf te controleren of dit ook is opgenomen in het verslag. Casus 2 Uw ambtelijke organisatie bereidt een onderhandse aanbesteding voor, voor de aankoop van kantoorstoelen. Het bedrijf waar uw vrouw al jaren bij de receptie werkt staat niet op de shortlist. De betrokken ambtenaar vraagt aan u of u nog suggesties heeft voor de uit te nodigen partijen. Geeft u de ambtenaar de suggestie om dit bedrijf op de shortlist te zeten? Overwegingen U kunt dit wel doen, uw vrouw heef immers geen beleidsbepalende functie binnen het bedrijf. Dit zou anders zijn als uw vrouw deel zou uitmaken van het bestuur of een financieel belang heeft in het bedrijf. Casus 3 De wethouder bereidt samen met de ambtenaar een bestemmingsplanwijziging voor over een gebied waar ook de woning van de burgemeester ligt.
Mag de burgemeester deelnemen aan de besluitvorming in het college? Overwegingen De voorgestelde bestemmingsplanwijziging gaat over het gehele gebied en niet alleen over de woning van de burgemeester. Er treedt dus geen belangenverstrengeling op.
5 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 41a en 65 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de wethouders, in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: De burgemeester legt ten overstaan van de raad in handen van de commissaris van de Koning de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot wethouder/burgemeester benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder / burgemeester naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijk belang (artikel 58 / 28 Gemeentewet) 1) Een lid van het college van burgemeester en wethouders neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: a) een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b) de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort.
2) Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Incompatibiliteiten en nevenfuncties (artikel 41c, eerste lid, artikel 69, eerste lid / artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet): 1) De burgemeester of wethouder mag niet: a) Als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b) Als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c) Als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: i) Overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; ii) Overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d) Rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: i) Het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; ii) Het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; iii) Het leveren van roerende zaken anders om niet aan de gemeente; iv) Het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; v) Het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; vi) Het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; vii) Het onderhands
huren of pachten van de gemeente. 2) Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen de Commissaris van de Koning / gedeputeerde staten ontheffing verlenen. Onverenigbaarheid van functies (artikel 36b en artikel 68 Gemeentewet): Een wethouder of burgemeester is niet tevens: a. Minister; b. Staatssecretaris; c. Lid van de Raad van State; d. Lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman;
6 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
f. Substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. Commissaris van de Koning; h. Gedeputeerde; i. Secretaris van de Provincie; j. Griffier van de Provincie; k. Lid van de rekenkamer van de provincie; l. Lid van de raad van een gemeente; m. Burgemeester / wethouder; n. Lid van de rekenkamer; o. Ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; p. Ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt; q. Ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens raak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. Functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient; Nevenfuncties (artikel 41b en 67 Gemeentewet) 1. Een wethouder/de burgemeester vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede invulling van zijn wethouderschap/burgemeestersambt of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. (laatste zin alleen bij burgemeestersambt) 2. Een wethouder/de burgemeester meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. 3. Een wethouder/de burgemeester maakt zijn nevenfuncties openbaar.
De openbaarmaking vindt plaats terstond na benoeming tot wethouder/burgemeester of aanvaarding van een nevenfunctie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis. 4. Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult/ de burgemeester maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten. 5. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.
7 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
3. Regels rond informatie Artikel 3 Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 3.1 Burgemeester en wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Burgemeester en wethouders handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid. Artikel 3.2 Burgemeester en wethouders die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Artikel 3.3 Burgemeester en wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel 3.4 Burgemeester en wethouders gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.
Toelichting De omgang met informatie is essentieel voor een goed en integer bestuur. Bestuursorganen produceren zelf informatie en ontvangen die ook van derden of van andere bestuursorganen. Ook in het kader van verantwoording wordt veel informatie gedeeld tussen het college, de burgemeester en de gemeenteraad. Voor het college bestaat de verplichting de raad alle inlichtingen te verschaffen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Dezelfde verplichting geldt voor de burgemeester ten aanzien van zijn taken als eenhoofdig bestuursorgaan. Dit is de actieve informatieplicht. Daarnaast dient het college, respectievelijk de burgemeester, de door een of meer leden van de raad gevraagde inlichtingen te verstrekken tenzij het verstrekken hiervan in strijd is met het openbaar belang. De actieve en de passieve informatieplicht zijn van wezenlijk belang voor de controlerende taak van de raad. Onder de Wet open overheid (Woo) is voor stukken en informatie die bij een bestuursorgaan berusten openbaarheid het uitgangspunt. Niettemin kunnen er omstandigheden zijn die aanleiding geven om van die hoofdregel af te wijken waardoor informatie (nog) niet openbaar gemaakt hoeft te worden. In deze situatie kunnen bestuursorganen van de gemeente ook geheimhouding opleggen. Daarmee is voor alle betrokkenen duidelijk wat de status van deze stukken is.
Dit is ook relevant voor de hiervoor genoemde informatiestroom van college en burgemeester richting raad. Voor gevallen waarin gemeentelijke organen wel informatie willen uitwisselen, maar op grond van de Woo van openbaarheid mag worden afgezien, bestaat de mogelijkheid tot het verstrekken van informatie onder de verplichting tot geheimhouding. De omgang met vertrouwelijke of geheime informatie verschilt niet van elkaar. Beide termen hebben als strekking dat de informatie die wordt behandeld niet openbaar gemaakt mag worden. Per 1 april 2023 ligt er automatisch geheimhouding op de informatie die is besproken tijdens een besloten vergadering, totdat de volksvertegenwoordiging de verplichting tot geheimhouding opheft.
8 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
Voorbeelden Casus 1 De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier onder geheimhouding naar de raad te sturen. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. U bent wethouder en bent van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag u ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Overwegingen Het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 3.2 van de gedragscode. Alleen de raad kan in dit geval de geheimhouding opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.
Casus 2 U bent wethouder en stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag u dit doen? Overwegingen Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht als dit is dus een overtreding van artikel 3.2 van de gedragscode. Casus 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. U bent wethouder en schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. Uw zus wil graag wonen in dat gebied. Mag u haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven? Overwegingen Het waarschuwen van uw zus is een overtreding van artikel 3.3 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. U beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 3.3 van de gedragscode.
Wettelijk kader Informatieplicht (artikel 169 Gemeentewet) (Artikel 180 gemeentewet geldt voor bestuursorgaan burgemeester) Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder d, e, f en g, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
9 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit. Geheimhouding Artikel 2.5 Algemene wet bestuursrecht: Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. Artikel 23 lid 4 Gemeentewet: 4. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft.
Artikel 87 Gemeentewet: De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust. (zie ook artikel 88 en 89 Gemeentewet) Artikel 272 Wetboek van Strafrecht: 1. Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
10 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
4 Regels rond (schijn van) corruptie Artikel 4 Burgemeester en wethouders laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.1 Burgemeester en wethouders dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan.
Aannemen van geschenken Artikel 4.2 Burgemeester en wethouders nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: a. het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; b. het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; c. het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 50 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.3 Als geschenken om een van de in artikel 4.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van de burgemeester of wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris, tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 4.2 onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Accepteren van faciliteiten en diensten Artikel 4.4 Burgemeester en wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij: a. het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en; b. tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.5 Burgemeester en wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Artikel 4.6 Burgemeester en wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: a. dat behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en; b. de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en; c. tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is.
Accepteren van reizen en verblijven Artikel 4.7 Burgemeester en wethouders accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het college. De 11 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan het college.
Toelichting per artikel Artikel 4 (schijn van) Corruptie Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor burgemeester en wethouders. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van de burgemeester of wethouder. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om burgemeester en wethouders te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Artikel 4.2 en 4.3 Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Onderstaande regels zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: burgemeester en wethouders nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden – zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.
Artikel 4.4 en 4.5 Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan de burgemeester of wethouder gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken. Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om burgemeester en wethouders in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.6 van de gedragscode van toepassing zijn. Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter in deze gevallen alle schijn te vermijden.
Voorbeelden Casus 1 De gemeente subsidieert een jaarlijks sportevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk inwoners in beweging te krijgen. Het college vraagt de organisatie om een aantal vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Overwegingen Dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Burgemeester of een wethouder zou wel een rol kunnen vervullen bij de opening van het evenement. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden, los van de subsidieverstrekking, een aantal kaarten aanschaft. Variant 1 De organisatie van het sportevenement biedt het college een aantal kaarten aan voor het college plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Er zal een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de
12 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de collegeleden ieder een kaartje aannemen? Overweging Dat mag, de uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij een eigen kaartje kopen. Casus 2 U bent burgemeester en heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag u dit als burgemeester aannemen? Overwegingen Een bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in Casus 2 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, t-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.
Casus 3 Het college krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit de gemeente. Mag het college de uitnodiging accepteren? Overwegingen Collegeleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk dat het college goed geïnformeerd wordt. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen.
Wettelijk kader De eed of belofte die de burgemeester en wethouders op grond van artikel 65 / 41a van de Gemeentewet moeten afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2.
13 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
5 Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Artikel 5 Burgemeester en wethouders houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 5.1 Burgemeester en wethouders houden zich aan de regels met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals werkkamer, vergaderruimtes, ICT en kopieermachines. Artikel 5.2 Burgemeester en wethouders houden zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot onkostenvergoedingen, declaraties en de aanschaf van ICT.
Toelichting Burgemeester en wethouders kunnen bij hun bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Burgemeester en wethouders op Vlieland krijgen een werkkamer, laptop, tablet, telefoon en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Laptop, tablet en telefoon worden in bruikleen verstrekt en mogen ook voor privédoeleinden worden gebruikt.
Voorbeeld Casus 1 Het is campagnetijd. U bent wethouder en staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt u duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit? Overwegingen Nee. Dit is een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers.
Wettelijk kader Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers hoofdstuk 3. Rechtspositie regeling Burgemeester en Wethouders gemeente Vlieland (2019)
14 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
6. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens vergaderingen Artikel 6 Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om, zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten. Artikel 6.1 Tijdens vergaderingen gedragen we ons met waardigheid en respect, passend bij het ambt. We luisteren naar elkaar, houden ons aan het reglement van orde, luisteren naar aanwijzingen van de voorzitter, onthouden ons van onwelvoeglijke taal (bv. schelden), stemverheffing en beledigende of kwetsende uitlatingen naar personen. We beheersen ons ook non-verbaal, zo onthouden we ons van hoorbare verzuchtingen en hinderlijk gebruik van elektronica. Tijdens raad- en commissievergaderingen zijn we te allen tijde wakker, geconcentreerd en alert. Artikel 6.2 We vallen elkaar niet persoonlijk aan. Wij beschermen elkaar tegen de aanval van een ander. We komen in het openbaar op voor elkaar en het ambt. We accepteren niet dat een raadslid, ambtenaar, wethouder of burgemeester onheus wordt bejegend en we treden daar actief tegen op. Wanneer een collega persoonlijk wordt aangevallen (in woorden) beschermen we die actief. Artikel 6.3 We twijfelen niet -in het openbaar noch elders- aan elkaars integriteit.
AIs er een vermoeden gerezen is, dan leggen we dat voor aan de Burgemeester, maar we gaan er niet mee naar de krant, vertellen er vooralsnog niet over in een vergadering en we doen niet zelf onderzoek. Wat we doen is apart afgesproken in het document ‘Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur’. Bij het omgaan met integriteitskwesties houden we ons aan de drie principes die in de procesafspraken zijn opgenomen: onpartijdige handhaving, terughoudendheid met publiciteit en zorgvuldigheid naar de vermoedelijke schender. We accepteren de uitkomst van een professioneel uitgevoerd feitenonderzoek. We misbruiken vermoedens van integriteitschendingen niet voor politieke of persoonlijke doeleinden (politiek uitnutten). Artikel 6.4 We twijfelen er niet aan dat iedere politieke ambtsdrager vanuit eigen opvatting het algemene belang oprecht wil dienen. Hoewel onze verschillen van inzicht expliciet en onomwonden aan de orde komen in de college- en raadsvergadering, trekken we elkaars motieven niet in twijfel in de raadszaal, noch in het openbaar of op sociale media. Artikel 6.5 We proberen onderlinge conflicten te voorkomen en zo snel mogelijk op te lossen. We proberen de invloed van een eventueel conflict op het bestuurswerk te beperken. Voelt men zich gekwetst dan gaat men in gesprek met degene die kwetste.
Indien gewenst kan dat onder externe begeleiding. Artikel 6.6 Aanspreken van collega’s doen we niet in het openbaar of collectief. We doen ons best ons daarbij te houden aan regels van gezonde feedback en geweldloze communicatie. We spreken mensen rechtstreeks aan, spreken niet over maar met elkaar. Over het omgaan met informatie en de waarheid
15 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
Artikel 6.7 We verdraaien de feiten niet. We werken er samen aan dat de feiten die van belang zijn voor goede en zuivere besluitvorming op tafel komen, zodat de belangen en rechten van alle betrokkenen kunnen worden gewogen. Artikel 6.8 We zijn eerlijk over onze overwegingen. Wanneer het nodig is komen we terug op een eerder ingenomen standpunt. Wanneer anderen van standpunt veranderen onder druk van nieuwe inzichten of luisteren naar argumentatie van anderen dan respecteren we dat en voegen er geen negatieve kwalificaties aan toe. Artikel 6.9 We luisteren naar elkaars argumenten en beschouwen ze als bijdragen aan zorgvuldige besluitvorming. We tonen oprechte interesse in standpunten van anderen. We voorkomen dat we tijdens de college- of raadsvergadering bezig zijn met andere zaken. Artikel 6.10 Wat geheim is blijft geheim, wat vertrouwelijk is, blijft vertrouwelijk. In de gemeentewet staan de regels voor geheimhouding duidelijk omschreven. Maar ook willen we dat vertrouwelijke gesprekken en commissies vertrouwelijk blijven: leden delen de informatie niet, ook niet in hun fractie tenzij dit expliciet aangegeven is. Collega’s proberen hen geen informatie te ontlokken. We onderdrukken de neiging om wanneer iemand de vertrouwelijkheid schendt daarop te reageren met eveneens vertrouwelijke informatie.
Informatie wordt alleen vertrouwelijk verklaard als daarvoor een belangrijke reden is- de vertrouwelijkheid is zo beperkt mogelijk in omvang en duur. Wie door eerder afgesproken vertrouwelijkheid in de problemen komt, bij de uitoefening van zijn functie, of overweegt deze alsnog te delen, legt de kwestie voor aan de gemeentesecretaris om samen aan een oplossing te werken. Artikel 6.11 We bespreken kwesties op een passende locatie en setting. Politieke debatten tussen raadsleden en college vinden plaats in het huis van de gemeenteraad, volgens de daarbij passende structuur en agenda. Niet op sociale media tussen een of enkele personen. Een informeel overleg onder het genot van een kop koffie kan uiteraard wel.
Toelichting Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.
16 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026
7
Uitvoering gedragscode
Artikel 7 De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad, het college en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel 7.1 De raad ziet erop toe dat de gedragscodes van raad, college en burgemeester worden nageleefd. Artikel 7.2 Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele collegeleden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel 7.3 Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscode op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren wordt nageleefd. Artikel 7.4 Indien de burgemeester of wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt de burgemeester of wethouder de processtappen zoals vastgelegd in de procesafspraken.
Toelichting Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscodes van Vlieland - voor raad, college en burgemeester – tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het toezien op de naleving van de beide gedragscodes is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Artikel 7.4 Procesafspraken Integriteit Op Vlieland zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen in geval van een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze zijn vastgelegd in procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur.
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 2 februari 2026 M. Schrier, voorzitter
G. van Essen, griffier
17 Gedragscode Integriteit burgemeester en wethouders gemeente Vlieland 2026