Antwoorden vragen raadscommissie 4-12-2023
Tekst van het document
Geachte leden van de raad, Tijdens de commissievergadering op 4 december jl. is door de meepraters een aantal vragen gesteld. Verschillende vragen zijn tijdens de commissievergadering door de portefeuillehouder beantwoord. Veel van de gestelde vragen vallen echter buiten het werkingsgebied van het Gemeentelijk Programma Water en Riolering, dat alleen ziet op de bebouwde gebieden en het rioolsysteem dat in beheer is bij de gemeente. Het buitengebied en grondwateronttrekkingen vallen onder de bevoegdheid van andere overheden. De resterende relevante vragen ziet u hieronder behandeld: Is het mogelijk om de rioolheffing kwijt te schelden als mensen die niet kunnen betalen. Ja, daarvoor kan kwijtschelding worden aangevraagd, volgens de verordening rioolhefing. Regenwater als toiletspoeling: zwart waterspoor in de toiletten: het water moet ontijzerd worden en is daardoor ongewenst. Indien toch gebruikt stijgt het gebruik van huishoud chemicaliën. Regenwater bevat geen ijzer, of hooguit zeer geringe hoeveelheden die vele malen kleiner zijn dan in leidingwater. Extra chemicaliën zijn daardoor niet nodig. Tijdens rioolreconstructie wordt er nu weer gesproken over het afkoppelen van regenwater op het riool en te infiltreren in de bodem. Dit betreft het gemeentelijke deel.
Zou het niet eenvoudig zijn om hier ook aansluitingen voor bewoners te kunnen maken? Bij het vervangen van riolen wordt altijd overwogen om hemelwater af te koppelen. Daarbij wordt gekeken of het op de betreffende locatie realiseerbaar is, of de grondwaterstand niet nadelig wordt beïnvloed en of het kosteneffectief is. Wanneer een hemelwaterinfiltratieleiding wordt aangelegd kunnen particulieren daar in principe op aansluiten. Er is ook naar de doorrekening van de kosten gekeken. Wat als eerste opvalt is dat het lijkt dat er een andere manier van kostenopstelling gebruikt wordt als normaal gesproken uit de begroting te halen is. Als eerste waarom zien we nu de kosten van personeel, overhead en facilitair inzichtelijk, wat tussen de 20 en 25% van de kosten is. Is dit een wijziging van oude uitgangspunten? Belangrijk om te vermelden is dat er een verschil zit tussen de geraamde uitgaven en de te dekken lasten. In de geraamde uitgaven is een uitsplitsing gemaakt naar de verschillende onderdelen waaraan in de komende planperiode geld wordt uitgegeven. Personeel, overhead en facilitair zijn daar een onderdeel van. Dit is geen wijziging van uitgangspunten, want dit maakt altijd onderdeel uit van de uitgaven binnen een gemeentelijk rioleringsplan en het taakveld water en riolering. Daarnaast is het percentage ook geen wijziging ten opzichte van het verleden.
Wel kan het zijn dat deze uitsplitsing in uitgaven per onderdeel tot nu toe nooit op deze manier uitgesplitst gepresenteerd is. Daarnaast zien de opties er uit als een kostenexplosie van de jaarlijkse kosten in 2022 211 duizend euro naar begrotingslasten over de komende vier jaar variërend van 455 duizend tot 575 duizend per jaar. Zelfs voor huidig beleid is dit al meer als verdubbeling, waar ligt hiervoor de oorzaak? De te dekken jaarlasten zijn vermeld in paragraaf 6.2. De directe uitgaven in een jaar zijn niet hetzelfde als de te dekken lasten in dat jaar. Voor de investeringsuitgaven geldt namelijk dat deze worden afgeschreven over een langere periode waardoor de kosten over een langere periode als kapitaallasten (rente + aflossing) worden uitgesmeerd. Daar is in de te dekken lasten rekening mee gehouden.
De verwachte totale lasten voor 2023 bedragen €338.280,-. Met de scenario’s gaan we in de planjaren naar een gemiddeld lastenbereik tussen de €350.400,- (scenario A) en €370.000,- (scenario C). Dat gaat dus niet om €455 duizend tot €575 duizend per jaar. Ten opzichte van de verwachte lasten in 2023 betreft het een stijging in de te dekken lasten met 3,5% à 9,4% ten opzichte van 2023.
Namens wethouder R. de Jong