Antwoorden op openstaande vragen Raadscommissie 15-01-2024
Tekst van het document
Openstaande vragen Raadscommissie d.d. 15 januari 2024 Nr. 1.
Gevraagd door: H.C. Veerdig
Agendapunt (nr. + titel) 3. Informatie van het college – 2023098 Beantwoording schriftelijke vragen Lijst Fier – verkeersborden.
Vraag
Antwoord
Wethouder De Jong zegt toe dat hij zal nagaan hoeveel de kosten zullen zijn als alle borden geïnventariseerd zullen worden.
Aan de raad van Vlieland Kosten inventarisatie (verkeers)borden bestand In de commissie vergadering van 15 januari 2024 is namens Lijst Fier aangegeven dat het antwoord van het college op de schriftelijke vraag over het aantal borden op het eiland niet geheel aan de verwachtingen voldeed. In het antwoord werd hoofdzakelijk ingezoomd op de verkeersborden terwijl de vraag over alle borden in de openbare ruimte ging. In de discussie is vervolgens aangegeven dat het eventueel mogelijk zou zijn om een algehele inventarisatie te maken van alle borden maar dat eerst duidelijk zou moeten zijn wat de kosten zouden zijn van een dergelijke inventarisatie. Vervolgens heeft de portefeuillehouder toegezegd op korte termijn met een (globale) inschatting van de kosten te zullen komen. Volgens het college kan onderscheid worden gemaakt tussen verkeersborden en alle andere borden, verwijzingen en aanduidingen. Verkeersborden Voor eventuele vervolgacties na een inventarisatie is gewenst dat inzichtelijk wordt: 1. Welke borden staan er nu? 2. Ligt er, indien nodig, een verkeersbesluit aan ten grondslag? 3. Zijn de borden functioneel of kunnen ze weg? 4. Is gemeente verantwoordelijk voor bord of een andere instantie (SBB, RWS)?
5. Desgewenst, wat is de staat (van onderhoud) van het bord? De eerste vraag (bij 1.) is feitelijk het belangrijkste en nodig voor beantwoording van overige vragen. Voor goede inventarisatie is “veldonderzoek” nodig over gehele eiland en alle wegen en paden. Overige borden Gaat hierbij om alle andere borden en verwijzingen niet zijnde verkeersborden. Vragen die hierbij onder andere kunnen spelen: a. Welke borden staan er nu? b. Staan ze legaal en met medeweten van gemeente? c. Was er een formeel besluit (toestemming) nodig door gemeente? d. Zijn ze van toegevoegde waarde? e. Heeft de gemeente iets te zeggen over het geplaatste bord (staan ze bijvoorbeeld legaal op ondergrond van derden)? f. Commercieel of niet? g. Zijn de borden functioneel of kunnen ze weg (zonder dat ze gemist worden)? h. Zijn er borden die een functie hebben en mogen blijven staan maar zonder noodzakelijk besluit geplaatst zijn en dus een procedure voor legalisatie nodig is? Tenslotte kan het voor alle borden zo zijn (verkeersborden en overige) dat ze mogelijk legaal staan op grond van derden (bijna altijd SBB of RWS) maar gemeente ze liever kwijt dan rijk is.
Dan is de vraag of hier gesprekken over nodig zijn met instanties? Om een schatting van de kosten te kunnen geven zijn een tweetal zaken van belang: - Hoeveel uren zijn nodig voor bovengenoemde inventarisatie? - Wie gaat dat uitvoeren (eigen medewerkers of externe partij)? Het college denkt dat het niet vanzelfsprekend is, gelet op de beschikbare capaciteit bij de ambtenaren, dat het opgepakt kan
2.
J. Rijlaarsdam
6. Strategisch aankoopbeleid
Wethouder De Jong zal de vraag van mevrouw Rijlaarsdam over de recreatieve woningen die terug zouden moeten naar de woningvoorraad schriftelijk beantwoorden.
worden door de eigen medewerkers , maar mogelijk op onderdelen uitbesteed moet worden. Een inschatting van het aantal benodigde uren is op dit moment een beetje koffiedik kijken. De verwachting is dat een ronde over het eiland voor een volledige inventarisatie van alle borden met 2 man/vrouw in een dag is te doen (per auto, fiets, benenwagen). Voor het gemak stellen we dit echter op 20 uur. Voor alle andere delen is archief onderzoek nodig (verkeersbesluiten) en afstemming met collega’s over noodzaak, toegevoegde waarde en legale plaatsing van de borden. Een ruwe schatting is dat het vervolgonderzoek minstens 70 uur in beslag zal nemen. Het vele zoekwerk in archieven en afstemming met andere afdelingen (collega’s) zal tijdrovend zijn. Veldonderzoek en het vervolgonderzoek zal mogelijk rond de 90 uur gaan kosten. Kosten? Als het volledig intern uitgevoerd wordt zullen kosten per uur lager liggen dan als een bureau/externe partij wordt ingeschakeld. Volgens onze afdeling financiën is het te hanteren uurtarief bij de inzet van eigen medewerkers afhankelijk van wie zich er mee bezig moeten houden maar zal tussen de € 60 en € 68 per uur liggen. Als we uitgaan van 90 uur zouden we uitkomen op een bedrag van om en nabij de € 6.000.
Bij het inschakelen van een externe partij (bijvoorbeeld een adviesbureau) zal het tarief wat per uur in rekening wordt gebracht hoger liggen en daarmee het kostenplaatje ook hoger uit komen. De verwachting is dat dit al snel richting de € 9.000 zal gaan (exclusief eventuele reis en verblijfkosten). In het verleden zijn woonhuizen die als tweede woning in gebruik waren, voorzien van een recreatieve bestemming. Deze recreatieve bestemming omvat een zogenaamde uitsterfconstructie. Het recht om de woonhuizen recreatief te gebruiken vervalt op het moment dat het recreatief gebruik wordt beëindigd en er permanent wordt gewoond. Permanente bewoning is binnen de bestemming eveneens toegelaten. Op het moment dat een woonhuis voor permanente bewoning in gebruik wordt genomen, vervalt de toestemming op het
recreatief gebruik en wordt de bestemming automatisch omgezet in een woonbestemming. De bestemming vervalt dus niet bij eigendomsoverdracht of voortzetting van gebruik door familieleden. Zolang er sprake is van recreatief gebruik, ook door opvolgende eigenaren, blijft het recreatief gebruik toegelaten. Pas op het moment dat het recreatief gebruik feitelijk omgezet wordt in permanente bewoning, vervalt de toestemming om het woonhuis recreatief te gebruiken. Na de permanente bewoning kan een dergelijk woonhuis dus ook niet opnieuw recreatief in gebruik worden genomen.