15 Jaarverslag en rekening 2021.pdf
Tekst van het document
Samenwerkingsverband De Waddeneilanden
Jaarverslag en rekening 2021
1
Inhoudsopgave
1. Inleiding
- 3
2. Managementsamenvatting
- 5
3. Inhoudelijk activiteiten verslag 3.1 Thema 1: Leefbaarheid 3.2 Thema 2: Openbare Orde en Veiligheid 3.3 Thema 3: Kustveiligheid en Water 3.4 Thema 4: Duurzaamheid 3.5 ICT / Informatiemanagement 3.6 Waddenzeezaken 3.7 Belangenbehartiging en Lobby 3.8 Algemene ondersteuning en secretariaatswerkzaamheden
- 6 - 6 - 8 - 10 - 11 - 12 - 13 - 15 - 16
4. Bijdragen per eiland en voorstel resultaatbestemming 4.1 Bijdragen per eiland 4.2 Voorstel resultaatbestemming
- 17 - 17 - 17
5. Jaarrekening 5.1 Balans per 31 december 2021 voor voorgestelde resultaatbestemming 5.2 Realisatie van de lasten per programma 5.3 Toelichting op de balans 5.4 Toelichting op de belangrijkste afwijkingen tussen de werkelijke en begrote lasten over 2021
- 18
6. Controleverklaring
- 27
7. Paragrafen
- 31
8. Bijlagen Bijlage 1, kostenverdeelstaat 2021 Bijlage 2, Wet normering topinkomens 2021
- 32 - 32 - 33
2
- 18 - 19 - 22 - 25
1. Inleiding Bijgaand treft u het jaarverslag en de rekening 2021 aan van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden (GR). Het Besluit Begroting en Verantwoording is leidend voor de jaarrekening 2021. Op grond van het BBV bestaat de financiële verantwoording ten minste uit: • • • • •
de balans; de toelichting op de balans; een overzicht van de baten en lasten per beleidsprogramma; de overige gegevens, waaronder het voorstel voor de resultaatverdeling en controleverklaring; de verantwoording over de verplichte paragrafen;
In de verplichte paragrafen die het BBV voorschrijft, zal alleen worden ingegaan op de zaken die relevant zijn voor de GR. Deze betreffen: • •
de treasuryparagraaf; de risicoparagraaf;
In deze jaarrekening zijn als vergelijkende cijfers opgenomen de cijfers zoals die voortvloeien uit de begroting 2021, na de door het AB vastgestelde begrotingswijziging.
De jaarrekening voldoet niet geheel aan de voorschriften vanuit het BBV. Dit vloeit voort uit de aard en omvang van de taken en activiteiten die door de GR worden uitgevoerd en keuze voor de wijze van financieren van die taken. Door de keuze die is gemaakt wordt zowel in de begroting als ook in de jaarrekening de koppeling vastgehouden tussen de activiteiten die door de GR worden uitgevoerd en de mate waarin de deelnemende eilandgemeenten hierin bijdragen. Gezien de aard en omvang van de GR is het werken met verschillende taakvelden niet opportuun en wordt gewerkt met slechts twee programma’s: het programma vijf eilanden taken en het programma vier eilanden taken. De directe kosten worden zoveel mogelijk toegerekend aan de beide programma’s; overhead wordt toegerekend aan het programma vijf eilanden taken.
De GR is niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.
3
Tot en met het jaar 2020 werd de aan de GR in rekening gebrachte BTW via de zogenaamde “doorschuif-BTW” verrekend door de deelnemende eilandgemeenten. Vanaf het jaar 2021 wordt binnen de GR gebruik gemaakt van de zogenaamde koepelvrijstelling voor samenwerkingsverbanden van gemeenten. Hierover is in 2021 contact gezocht met de Belastingdienst die heeft aangegeven begin 2022 aan de GR over de jaren 2016 tot en met 2020 naheffingsaanslagen op te leggen. Voor de GR vloeien hier geen financiële gevolgen uit voort omdat de door de Belastingdienst opgelegde aanslagen door de deelnemende gemeenten weer met de Belastingdienst kunnen worden verrekend. Per saldo hebben GR en deelnemende gemeenten dus geen financiële nadelen, met uitzondering van mogelijk door de Belastingdienst op te leggen heffingsrente. Dit financiële risico wordt echter als nietmaterieel ingeschat.
Ook de jaarrekening 2021 is beïnvloed door de Coronacrisis. Hier zal verder in deze jaarrekening op in worden gegaan.
4
2. Managementsamenvatting
De jaarrekening 2021 geeft weer hoe we het jaar 2021 in financiële termen ten opzichte van vastgestelde begroting hebben afgesloten. Uit de cijfers (paragraaf 5.2) blijkt dat de vastgestelde begroting is overschreden met een totaal bedrag van € 131.140. Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Met betrekking tot het positieve rekeningresultaat over het jaar 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten om gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat ad € 167.254 toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden. Dit betekent dan ook dat het negatieve resultaat over het jaar 2021 kan worden onttrokken aan de algemene reserve. De afwijkingen tussen de werkelijke en begrote cijfers worden in paragraaf 5.4 verder uitgewerkt.
5
3. Inhoudelijk activiteitenverslag
Algemeen Ook in 2021 stond ons leven opnieuw in het teken van Covid 19. Qua werkzaamheden wisten wij gaandeweg steeds beter op de situatie in te spelen. Thuiswerken en digitaal vergaderen werd ontwikkeld en behoort tot de dagelijkse orde van de dag. Ondanks de bijzondere omstandigheden kan 2021 met recht een bijzonder productief jaar van de GR genoemd worden. Ons Jaarverslag geeft een goed en helder overzicht van de inzet en de resultaten van de GR Waddeneilanden. Met name de bestuurlijke en ambtelijke inzet voor het Programma Waddeneilanden is bijzonder groot en intensief geweest met als voorlopig resultaat een Rijksbijdrage van 4,5 miljoen euro voor een woningbouwimpuls op de eilanden. Wij liggen op koers voor een Regiodeal met het Rijk en de provincies voor ons volledige integrale meerjarenprogramma. Ons eigen Waddenprogramma is volledig opgenomen in het uitvoeringsprogramma van de Agenda voor het Waddengebied 2050 en maakt daarmee onderdeel uit van de afspraken met Rijk en provincies. In het kader van onze lobby en belangenbehartiging hebben zijn wij onder anderen actief geweest rond de aanlanding van stroomkabels vanuit windmolenparken op de Noordzee en de aanwijzing van windenergiegebieden in het Programma Noordzee.
Naast de bestuurlijke en beleidsmatige resultaten die wij in 2021 hebben mogen bereiken zijn er ook op het gebied van de financiële sturing en de bedrijfsvoering stappen gezet. Er is een proeve van een GR begroting nieuwe stijl gemaakt waarin helder inzicht wordt geboden in de te behalen resultaten van de samenwerking, de actie die nodig is en de middelen die daarvoor benodigd zijn. De Proeve mocht op een positieve reactie van de raden rekenen. Onze bedrijfsvoering afspraken zijn geïnventariseerd en geanalyseerd. Er wordt voortvarend gewerkt aan de actualisatie en versterking die afspraken. Tenslotte hebben wij onze gezamenlijke organisatie in Harlingen weer op sterkte kunnen brengen door het aantrekken van een nieuwe beleidscoördinator en een adviseur bedrijfsvoering. Tezamen met de nieuw benoemde secretaris- directeur ligt een goede organisatorische basis voor de toekomst. Klaas Zwart wnd secretaris- directeur
3.1
Thema 1: Leefbaarheid
Programma Waddeneilanden In januari leverde een ambtelijke werkgroep het Programma Waddeneilanden op. Na een ronde langs colleges en raden is het programma op 21 juni 2021 vastgesteld door het AB. Het vormt het kader waarin aan het Programma wordt gewerkt. In de maanden juliseptember vond de concretiseringsslag plaats. In vijf verschillende werkgroepen (voor elke programmalijn één) werkten beleidsambtenaren van alle eilanden samen om in korte tijd een 6
Uitvoeringsprogramma op te stellen. Dit Uitvoeringsprogramma is in oktober besproken in alle colleges en is in november op route gegaan naar de raden om er kennis van te nemen en desgewenst een zienswijze in te dienen (januari/februari 2022). Een snelle inventarisatie naar kansrijke projecten op de eilanden leverde een totaal van 10 potentiële projecten op. Op 5 november kwam het mooie bericht dat de minister €4,5 miljoen beschikbaar stelt om de bouw van 200 woningen op de Wadden mogelijk te maken. We hopen binnenkort meer te horen over hoe het vervolgproces hiervoor eruit ziet. Het betekent in elk geval een mooie start voor de eerste projecten uit het Programma! In 2022 gaan we met een compact programmateam aan de slag om het Uitvoeringsprogramma verder te brengen. Lobby/Partners: Op verschillende momenten in 2021 is er op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau overleg geweest met het ministerie van BZK over ondersteuning van de eilanden bij het realiseren van de ambities en opgaven uit het Programma. In januari 2021 is een Bestuursnotitie aangeboden aan Minister Ollongren waarna de minister in mei een bezoek heeft gebracht aan Ameland. Daarna werd duidelijk dat BZK op kortere termijn mogelijkheden zag om de eilanden op het gebied van Wonen (de programmalijn Goed Wonen & Leven) te ondersteunen. Hiervoor werd in november 4,5 miljoen euro toegekend.
In november brachten Kamerleden van de Vaste Kamercommissie I&W een werkbezoek aan Schiermonnikoog. Het Programma vormde een belangrijk gespreksonderwerp. In december is het programma vervolgens per brief onder de aandacht gebracht van de woordvoerders in het debat Wadden dat op 7 december zou plaatsvinden. Deze is uitgesteld naar januari 2022. In juni en november hebben er bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden met de gedeputeerden van de provincies Fryslân en Noord-Holland. Op ambtelijk niveau is er betrokkenheid van verschillende beleidsambtenaren via o.a. Streekwerk en via deelname aan de vijf werkgroepen per programmalijn. Vanuit het Convenant team is het Programma in december, samen met een uitnodiging voor een bezoek, aangeboden aan de nieuwe bewindspersoon op BZK. Deze brief wordt ondersteund door de beide provincies. Op ambtelijk en bestuurlijk niveau vonden er in 2021 verschillende gesprekken plaats met Waddenfonds en IKW. Tot slot is het programma integraal opgenomen in het Uitvoeringsprogramma 2021-2026 behorend bij de Agenda voor het Waddengebied 2050.
7
3.2
Thema 2: Openbare Orde en Veiligheid
Het portefeuillehouder overleg (PHO) Openbare Orde, (Kust-)Veiligheid en Water heeft in maart 2021 vergaderd over de onderwerpen: het permanent rook- en stookverbod, ondermijning, corona, boa’s, viering sinterklaas op de eilanden en het rondetafelgesprek MSc Zoë. Het reguliere Bestuurlijk Waddenzeeoverleg (BWO) /Coördinatie Regeling Waddenzee (CRW , een netwerk van hulpverleningsorganisaties dat gezamenlijk verantwoordelijk zijn is voor de incident- en rampenbestrijding op de Waddenzee, is in 2021 éénmaal bijeengekomen. Er werd onder meer gesproken over het Jaarprogramma, de afstemming met de nieuwe Governance Waddengebied, oefenen, bekwaamheid, bijzondere activiteiten etc. Het CRW is tweemaal bijeengekomen. De handreiking vrijwilligers is besproken, het jaarprogramma, een evaluatie over MSc Zoë en een evaluatie van de samenwerkingspartners. Voor de Waddeneilanden wordt door het Regionaal Informatie en Experticecentrum (RIEC) Noord Nederland een integraal ondermijningsbeeld (IOB) Wadden opgeleverd. De IOB’s van alle eilanden zijn input voor het IOB Waddeneilanden. De IOB’s van Ameland, Terschelling en Vlieland zijn aangeleverd. Texel is, in samenwerking RIEC Noord-Holland, bezig met het opstellen van de IOB. Hierna zal RIEC Noord Nederland kijken naar alle IOB’s en de verschillen en overeenkomsten inventariseren.
Deze uitkomsten en de uitkomsten uit de sessies met andere partijen (o.a. Kustwacht, Rederijen, Nautisch verkeerleider ed) worden gebundeld tot één IOB Wadden. Actualisatie SBK-regeling De minister heeft tijdens AO Maritiem op 3 december 2020 toegezegd om uitvoering te geven aan de motie Kröger en de Samenwerkingsovereenkomst bestrijding Kustverontreiniging RWS-diensten (SBK) in samenspraak met de gemeenten te wijzigen. Tijdens het overleg tussen Rijkswaterstaat en de eilandburgemeesters op 8 april is aangegeven dat alle kustgemeenten hierbij worden betrokken. De eilandgemeenten zijn hierbij betrokken. De opzet van de nieuwe regeling is in het DB van 2 december besproken en de verwachting is dat het concept begin volgend jaar gereed is. Testen voor Toegang Minister De Jonge (VWS) beantwoordde schriftelijke vragen van Aukje de Vries (VVD) over de beschikbaarheid van locaties testen voor toegang op de Waddeneilanden en dunbevolkte gebieden. De Jonge heeft de Stichting Open Nederland de opdracht gegeven testcapaciteit voor de Waddeneilanden in te kopen. De Stichting heeft een concessie uitgeschreven op basis waarvan de testcapaciteit wordt geborgd. In de tussentijd heeft de Stichting er samen met de huidige testaanbieders en gemeenten voor gezorgd dat op de Wadden testcapaciteit
8
beschikbaar blijft voor burgers. Daarna kon 99,9% van Nederland zich binnen 30 minuten bij Testen voor Toegang laten testen, waaronder ook alle mensen op de Waddeneilanden. Vaccineren Terschelling, Vlieland, Ameland en Schiermonnikoog waren de eerste vier gemeenten van Nederland waar alle bewoners - jong en oud - eind mei hun eerste prik tegen corona konden krijgen. Deze uniek georganiseerde manier van vaccineren op locatie werd verzorgd door een prikteam van GGD Fryslân, de huisartsen op de eilanden, SIGMA en EHBO. Ook op Texel werkte de GGD Hollands Noorden, samen met de gemeente en haar vele vrijwilligers om het vaccineren op het eiland mogelijk te maken. De tweede prik ging ook voorspoedig op de Waddeneilanden. De boostercampagne is op 29 november van start gegaan op Ameland. Al snel volgden ook de andere Waddeneilanden. Politiecapaciteit In 2021 heeft de politie de capaciteit onder de loep genomen en ons meegenomen in hun gedachtegoed. De Friese Waddeneilanden vallen onder het gebiedsgebonden werken van de eigen basisteams (Noordoost en Noordwest). De groep collega’s die met regelmaat op de Wadden werkt, wordt uitgebreid. In de zomerperiode wordt gebruik gemaakt van een eenheidsbrede Waddenpool niet meer van een pool met mensen uit meerdere basiseenheden.
De briefing / debriefing wordt altijd meegedaan met het eigen basisteam, waarbij ook de specifieke Waddeneilanden items besproken worden. Opschaling vindt in eerste instantie plaats vanuit eigen werkgebied. Er is nu een kernbezetting gedefinieerd. Er zijn buiten de 9-weekse zomerperiode (zomerperiode van 9 weken) om, dagelijks minimaal twee collega’s aanwezig. Dit behoort tot de politie-inzet die de eilanden altijd garanderen. Aanvullend is er een horecadienst waar nodig. Rondom deze diensten is er altijd piket. In de 9-weekse zomerperiode wordt de huidige zomerinzet voortgezet op alle eilanden. De tijd die buiten de 9-weekse zomerperiode tijdens de diensten niet wordt besteedt aan het afhandelen van meldingen en wijkgericht werken, wordt ingevuld met taken voor het gebiedsgebonden werken in het basisteam. Buiten de zomer neemt het aantal diensten af. Ook neemt het aantal beschikbare fte’s af. De burgemeesters van de Wadden hebben aangegeven dat ze niet in kunnen stemmen met de voorstellen. De op de eilanden minimaal benodigde bezetting komt in het gedrang. en de beschikbaarheid van mensen voor de Waddenpool wordt kwetsbaarder. Het dagelijks bestuur heeft dit in een gezamenlijke brief aan de politie kenbaar gemaakt. Toezicht en Handhaving Afgelopen zomer is er naast het reguliere toezicht in de zomermaanden gebruikt gemaakt van de geleverde extra krachten van MB-ALL.
Dit is op Terschelling goed bevallen en. Ameland maakt ook gebruik van deze partij. MB-ALL heeft toezichthouders geleverd en kan in de toekomst ook boa inzet leveren. Wellicht is het een goed idee om
9
hierin een samenwerking te zoeken met de Waddeneilanden en hiervoor een Waddenpool te realiseren. Dit zal in 2022 onderzocht gaan worden.
3.3. Thema 3: Kustveiligheid en Water
Deltaprogramma De recente overstromingen in en rond de Eifel en in China, de ongekende natuurbranden deze zomer rond de Middellandse zee en in Canada, dit zijn een aantal voorbeelden van gevolgen van klimaatverandering nemen in aantal, omvang en ernst toe. Het nieuwe, in juli verschenen, rapport van het The Intergovernmental Panel on Climate Change IPCC en het recent gepubliceerde KNMI klimaatsignaal 2, bevestigen de eerdere voorspellingen van klimaatverandering. Ook de Waddeneilanden hebben te maken met een veranderend klimaat. Het wordt droger, er zijn vaker extreem harde regenbuien en de verhoogde zeespiegel zal van invloed zijn op onze de buitendijkse bebouwing (inclusief veerdammen) en de waterkwaliteit in de polders (verzilting). In januari 2021 stemde het DB in met het projectvoorstel notitie Wisselwerking Deltaprogramma en de Waddeneilanden. Met de gemeente Vlieland is een Dienst Verleningsovereenkomst (DVO) afgesloten voor het opstellen van het Plan van Aanpak. Met vakspecialisten van de andere eilanden en het Waddenkantoor is een werkgroep opgericht die zich met dit onderwerp bezighoudt. In september is een tussentijdse rapportage aan het DB aangeboden. Belangrijke bevindingen zijn o.a. dat Texel al een eind op weg is met de ‘Strategie klimaatadaptatie Noordkop’ en dat voor de Friese eilanden aansluiting kan worden gezocht bij het project Hoogwater en Evacuatie.
In dit project wordt gestalte gegeven aan de derde laag van de meerlaagsveiligheid; de crisisbeheersing bij hoogwatersituaties. Daarna volgt de opgave in de tweede laag, de (duurzame) ruimtelijke inrichting. De beleidsmedewerker op het Waddenkantoor heeft zich gericht op het onderhouden van de relatie met partners, zoals Rijkswaterstaat, Provincie, Wetterskip en de Veiligheidsregio, om op tijd te kunnen anticiperen op klimaat adaptieve maatregelen. Werkbezoek Deltacommissaris Op 5 november bracht de deltacommissaris een bezoek aan Vlieland en Terschelling. Op Vlieland werd de focus gelegd op het buitendijks gebied, op Terschelling met name de problematiek rond de overstromingsgevoeligheid van het havenfront. Van Rijkswaterstaat, Wetterskip Fryslân, provincie Fryslân en de eilandgemeenten waren bestuurders aanwezig. Tijdens het bezoek aan Terschelling werd in een bestuurlijke discussie aandacht gevraagd voor de unieke situatie op de eilanden en de vraag wat het Deltaprogramma zou kunnen betekenen om in gezamenlijkheid te komen tot oplossingen die anticiperen op de versnellende zeespiegelstijging, met name voor de buitendijkse gebieden. Dit onder het motto: “Iedere schop in de grond Klimaatbestendig”.
10
Deltacongres Het twaalfde Nationaal Deltacongres vond plaats op donderdag 11 november 2021 in het MECC, Maastricht. Het was een hybride congres: deels online en deels op locatie in Maastricht. De voornaamste boodschappen waren: alleen samen kunnen we Nederland waterveilig en klimaatbestendig inrichten. Iedereen moet nú aan de bak, van Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen tot bedrijven, organisaties en burgers. Suppletieprogramma Kustlijnzorg 2021 – 2023 De eilanden hebben ingestemd met het suppletieprogramma voor 2021 en de daarin opgenomen suppleties.
3.4
Thema 4: Duurzaamheid (zelfvoorzienend in energie en water)
De vijf portefeuillehouders duurzaamheid van de eilandgemeenten hebben in 2019 afgesproken te kijken naar de mogelijkheid om tot een nieuwe gezamenlijke ambitie te komen. Voor een vervolg is aansluiting gezocht bij het Programma Waddeneilanden. Duurzame energie en Circulaire economie zijn twee van de totaal vijf programmalijnen in het Programma Waddeneilanden die de duurzame ambities verder vorm en inhoud geven. De beleidsmedewerker van het Waddenkantoor heeft zich voornamelijk gericht op de ontwikkeling van het Programma Waddeneilanden en het Opgaveteam Eilanden op Eigen Kracht (EOEK). Daarnaast is deelgenomen aan de projectgroep Duurzame Waddeneilanden en is er medewerking verleend aan een gezamenlijke subsidieaanvraag bij provincie Fryslân, met als resultaat een subsidie van €220.000,-. voor de Friese Waddeneilanden. Hiervan is inmiddels 80% (€176.000,-) overgemaakt door de provincie. Na vaststelling zal het resterende bedrag betaald worden. In 2022 wordt op elk eiland een subsidieregeling uitgevoerd. Huishoudens op de (Friese) eilanden kunnen op basis van die regeling bij de eigen gemeente subsidie aanvragen voor kleine energiebesparende maatregelen. Het Opgaveteam Eilanden op Eigen Kracht (EOEK) is in 2021 8x bij elkaar geweest, waarin diverse eilandprojecten zijn besproken. Ook is er specifiek overleg gevoerd over de
11
samenwerking tussen Programma Waddeneilanden en het Investeringskader Waddengebied (IKW)* / EOEK met betrekking tot de programmalijn Circulaire Economie. Begin 2022 zal dit ook gedaan worden voor de programmalijn Duurzame energie.
* Het Investeringskader Waddengebied (IKW) is het meerjarig investeringsprogramma van de provincies Noord-Holland, Friesland en Groningen om onderscheidende en bijzondere projecten in het Waddengebied mogelijk te maken. Samen met het Waddenfonds en in afstemming met (natuur)organisaties, overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen, draagt het IKW bij aan de duurzame economische en ecologische versterking van het Waddengebied.
3.5
ICT/Informatiemanagement
In 2021 zijn voor de vier Friese Waddeneilanden een aantal grote en kleinere ICT projecten gerealiseerd. Zo is binnen de regio als gevolg van Corona versneld MS Teams uitgerold. De inzet van Teams maakt onderdeel van het project Digitale Werkplek Omgeving (DWO). Onderdeel hiervan is ook een nieuw intranet. Het intranet is in 2021 aanbesteed en Embrace is de nieuwe leverancier geworden. Naar verwachting zal eind 2021/begin 2022 het nieuwe intranet beschikbaar zijn voor alle medewerkers. In 2022 wordt dit project voortgezet met de migratie van de netwerkschijven naar de Teams-omgeving. Een omvangrijk project. De eisen en wensen voor de nieuwe website van alle eilanden en het samenwerkingsverband De Waddeneilanden zijn in 2021 in kaart gebracht en eind november heeft hiervoor een aanbesteding plaatsgevonden. De verwachte implementatie is in Q1 2022 en oplevering in Q2 2022. In 2021 is ook een aanbesteding voor het nieuwe personeelsinformatiesysteem uitgezet met AFAS als winnaar. Als gevolg hiervan zullen veel processen op gebied van verlof, melden ziekte e.d. wijzigen. De verwachting is dat dit pakket begin 2022 in gebruik kan worden genomen. In 2021 zijn tevens onderstaande kleinere ICT-projecten gerealiseerd: • • • •
Aansluiting op Regiowifi; Aanschaf Beheerspakket bomen en riolering; Vervanging EVPN-verbindingen; Vervanging Sjablonenpakket
12
3.6 Waddenzeezaken (natte wad zaken/oude Overleg Orgaan Waddenzee (OOW) taken)
Governance Waddengebied De Governance bestaat uit de volgende 3 pijlers: 1. Het Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BOW) richt zich op strategische besluitvorming over het beleid voor het Waddengebied en neemt majeure beslissingen aangaande beleid en bestuur. 2. Het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW) is het platform waar alle nietoverheidspartijen (gebruikers, maatschappelijke organisaties en de Waddenacademie) aan deelnemen en elkaar ontmoeten. Ook overheden, hoewel geen lid van het Omgevingsberaad zijn wel deelnemer en wonen de bijeenkomsten bij. De leden van het Omgevingsberaad geven advies aan BOW. 3. De Beheerautoriteit Waddenzee (BAW) is verantwoordelijk voor het opstellen van een integraal beheerplan voor de Waddenzee en de vertaling daarvan in operationeel beheer, passend bij de status van het Werelderfgoed Waddenzee. De Waddeneilanden maken geen deel uit van het Opdrachtgeversoverleg BAW. Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BOW) Het BOW is 2x bij elkaar geweest, met als hoofdonderwerp de Agenda voor het Waddengebied 2050 en het Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026. Parallel aan het opstellen van het Uitvoeringsprogramma is gewerkt aan het opstellen van een brede impactanalyse. Dit naar aanleiding van een Kamermotie. Het doel van deze impactanalyse is om de effecten op economie en ecologie inzichtelijk te maken.
Verder is gesproken over het Nationaal Waterprogramma, het aanlanden van de kabel van het windpark ten Noorden van Schiermonnikoog, Klimaatverandering en de Waddenkust en over de Duurzame Kennishuishouding, waaronder de nieuwe rol van de Waddenacademie als kennisregisseur. Omgevingsberaad Waddengebied (OBW) Het afgelopen jaar is het Omgevingsberaad Waddengebied geëvalueerd. De aanbevelingen en gemaakte afspraken gaan over over het meer profileren van het Omgevingsberaad Waddengebied, efficiëntere communicatie tussen de achterbannen van de leden van het Omgevingsberaad Waddengebied en de uitbreiding van het secretariaat. De organisatie van de Toogdag Waddengebied is vast onderdeel geworden van de werkzaamheden van het secretariaat van het Omgevingsberaad Waddengebied. Versterking van het secretariaat van het Omgevingsberaad heeft structureel geleid tot een hogere bijdragen van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden. In het afgelopen jaar grotendeels online vergaderd. In totaal zijn (er) acht vergaderingen geweest. Voor de zomer is er ook nog twee keer extra informeel vergaderd over de stroomkabel.
13
De meest in het oog springende OBW adviezen betreffen: - Ontwerp Programma Noordzee - Stroomkabels door het Waddengebied - Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021 – 2026 Agenda voor het Waddengebied 2050 Tijdens de Toogdag Wadden op 3 februari 2021 hebben ruim 50 partijen de instemmingsverklaring behorende bij de Agenda ondertekend. Met de ondertekening geven de partijen aan de doelen en ambities van de Agenda te onderschrijven en mee te willen werken aan een verdere uitwerking en doorwerking in (van) de eigen visies en plannen. De partijen dragen vanuit eigen kracht en mogelijkheden bij aan de uitvoering van de Agenda en de doorwerking daarvan binnen het eigen beleid. Hiermee wordt uiting gegeven aan het ‘zelfbindend karakter’ van de Agenda. Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 Het Uitvoeringsprogramma bevat een bundeling van initiatieven die (mede) bijdragen aan het behalen van de doelstellingen voor de Waddenzee en het Waddengebied en waar partijen in de periode 2021-2026 mee aan de slag willen. De in de Agenda voor het Waddengebied 2050 (Agenda) beschreven uitvoeringstrategieën vormen de basis voor het Uitvoeringsprogramma. De doelen, principes en vertrekpunten uit de Agenda zijn hierbij leidend. Het Uitvoeringsprogramma is opgezet aan de hand van 11 deelprogramma’s.
Per deelprogramma wordt inzichtelijk gemaakt hoe vanuit het desbetreffende deelprogramma wordt bijgedragen aan het realiseren van de hoofddoelstellingen voor de Waddenzee en het Waddengebied. Hoofddoelstelling voor de Waddenzee: “Een duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap”. Doelstelling voor het Waddengebied: “Veilig, vitaal en veerkrachtig in 2050”. De gemeenteraden zijn geïnformeerd over het Uitvoeringsprogramma tijdens een digitale raadsbijeenkomst op 14 december jl. en worden in januari/februari 2022 om een reactie gevraagd (wensen en bedenkingen). Het streven is om in het BO Waddengebied van juni/juli 2022 het definitieve Uitvoeringsprogramma vast te stellen. Zowel in het Uitvoeringsprogramma als in het Doelendocument is ons eigen Programma Waddeneilanden integraal opgenomen. Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) Begin dit jaar heeft het Opdrachtgeversoverleg PRW aangegeven een besluit te nemen, op hoofdlijnen, over hoe er na 2022 wordt gewerkt aan een Rijke Waddenzee. Alle opdrachtgevers zijn van mening dat het perspectief van een Rijke Waddenzee dan nog niet is bereikt en dat een bepaalde vorm van inzet daartoe ook na 2022 nodig blijft. De burgemeester van Schiermonnikoog vervult de rol van onafhankelijk voorzitter.
Werelderfgoed De Waddenzee heeft sinds 2009 de status van UNESCO Werelderfgoed. Rijk, provincies en
14
gemeenten dragen gezamenlijk zorg voor de verantwoordelijkheden die hierbij komen kijken. Zij hebben de bijbehorende coördinatietaken voor het komend jaar neergelegd bij de Beheerautoriteit Waddenzee, als onderdeel van het integrale beheer. De Beheerautoriteit gaat uitwerken hoe het beheeraspect Werelderfgoed optimaal kan worden ingevuld binnen de Governance van het Waddengebied. Daartoe wordt de huidige coördinator Waddenzee Werelderfgoed gedetacheerd bij de Beheerautoriteit. De vertegenwoordiging van de Waddenregio in de WaddenSeaBoard (WSB) wordt voor 2021 en 2022 volgens het afgesproken roulatieschema waargenomen door de Vereniging van Waddenzeegemeenten. De Waddeneilanden zijn in 2023 en 2024 weer aan de beurt. De Wadden Sea Board is het bestuursorgaan van de Trilaterale Samenwerking (TWSC). Hij beheert en controleert het werk van de Trilaterale Waddensamenwerking en houdt zich bezig met het voorbereiden en uitvoeren van het Waddenzee Plan, evenals beleid en strategieën. Het WaddenSeaForum (WSF) is in 2021 éénmaal digitaal en éénmaal fysiek bijeengekomen, tijdens deze bijeenkomsten is gesproken over het lidmaatschap en de groene kustovereenkomst. De kerntaak van het Forum voor het Trilaterale Waddengebied is het ontwikkelen en implementeren van duurzame oplossingen voor het Waddengebied.
Sinds het begin van het WSF bijna 20 jaar geleden is en zal een breed en sterk netwerk van belanghebbenden in het trilaterale waddengebied, bestaande uit verschillende takken en sectoren, continu en aanhoudend werken aan dit centrale doel. Het Algemeen Bestuur van het KIMO is in 2021 tweemaal bij elkaar gekomen en is er onder meer gesproken over bestuurszaken en de activiteiten van het afgelopen jaar, waaronder het gemeentelijke Netwerk en het KIMO-secretariaat. Daarnaast is er gesproken over projecten als Green Deals, Fishing for Litter, KIMO Internationaal, CirculaMare (aanpak van plastic afval in gemeenten) en het opzetten Monitoringsysteem KRM. KIMO Nederland en België is een vereniging van gemeenten met gemeenschappelijke belangen op en aan de Noordzee. Het aandachtsgebied van onze organisatie omvat de Noordzee, de Waddenzee, de kustwateren en het overgangsgebied van land naar zee. Wethouder de Ruijter van Vlietland vertegenwoordigd de Waddeneilanden in het DB van het KIMO.
3.7
Belangenbehartiging en Lobby
Voor de lobby rond het Programma Waddeneilanden, zie 3.1 Via de Governance van het Waddengebied is aandacht gevraagd voor het aanlanden van stroomkabels vanuit de windparken op de Noordzee door de Waddenzee en in het bijzonder onder Schiermonnikoog. Daarnaast hebben we als eilanden gezamenlijk gereageerd op het Programma Noordzee. Het Programma Noordzee is voor de Waddeneilanden een belangrijk programma. De
15
Waddeneilanden grenzen aan de Noordzee, hierdoor zijn ambities en acties in de Noordzee direct dan wel indirect van invloed zijn op het leven op de eilanden. Ook op het aanvullende Programma Noordzee, waarin een deel van de zoekgebieden worden aangewezen als windenergiegebieden op zee, hebben we een gezamenlijke reactie ingediend. Verder hebben de gezamenlijke Waddeneilanden samen met de Oost Friese eilanden Borkum, Juist en Norderney een brief geschreven aan de Minister van EZ&K om geen vergunning te verlenen aan de plannen van ONE Dyas bv in veld NO5-A.
3.8
Algemene ondersteuning en secretariaatswerkzaamheden
Het secretariaat van de GR heeft gezorgd voor de planning, verslaglegging en coördinatie op actie/besluiten van de AB, DB en DR vergaderingen. Ook het verspreiden van de nieuwsbrief, het publiceren van berichten op de website en overige communicatie wordt opgepakt vanuit het secretariaat. Naast de reguliere werkzaamheden als het opstellen van een jaarplanning, het voorbereiden van bijeenkomsten en vergaderingen, het verwerken van de facturen, het organiseren van de logistieke planning en het beheer van afspraken en agenda’s, heeft het secretariaat dit jaar ook een belangrijke rol gespeeld in het project Digitale Werkplek Omgeving (DWO) en de gezamenlijke nieuwe website voor de Waddeneilanden. Verder is in 2021 gestart met het archiveren van bestanden met behulp van DOK Support, de coördinatie werd gedaan door het secretariaat op het Waddenkantoor. Ook heeft het secretariaat ondersteuning verleend bij de werving van de secretaris directeur en adviseur bedrijfsvoering, in overleg met HR Terschelling. Zoals het verspreiden van de vacatures online, uitnodigen van de sollicitanten, verzorgen van ontvangstbevestigingen en terugkoppelingen, maken van schema’s voor de sollicitatiegesprekken.
16
4. Bijdragen per eiland en voorstel resultaatbestemming
4.1 Bijdragen van de eilandgemeenten Binnen de GR is de volgende afspraak gemaakt met betrekking tot de door de eilanden te vergoeden bijdragen: •
De bijdragen van de eilanden worden voor wat betreft het programma “Vijf eilanden taken” verdeeld op basis van de volgende verdeelsleutel:
o o o o o
Texel, 30% Vlieland, 10% Terschelling, 25% Ameland, 25% Schiermonnikoog 10%
•
De bijdragen van de Friese eilanden worden voor wat betreft de “Vier eilanden taken” verdeeld in de verhouding:
o o o o
Vlieland, 1/6 deel Terschelling, 1/3 deel Ameland, 1/3 deel Schiermonnikoog 1/6 deel
4.2 Voorstel resultaatbestemming 2021
Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Met betrekking tot het positieve rekeningresultaat over het jaar 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten om gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat ad € 167.254,- toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden. Dit betekent dan ook dat het negatieve resultaat over het jaar 2021 kan worden onttrokken aan de algemene reserve.
17
5. Jaarrekening 2021
5.1. Balans per 31 december 2021 voor voorgestelde resultaatbestemming
18
5.2. Realisatie van de lasten per programma
Totaal van de programma’s:
19
Programma “ Vijf Eilanden”
Programma Vijf eilanden taken begroting na wijz. 2021 Personeelskosten: Vijf eilanden taken Reis- en verblijfkosten personeel
381.250 12.000
werkelijk 2021 339.206 6.213
393.250 Huisvestingskosten: Bureaukosten Huur en energie Overige huisvestingskosten
21.000 18.000 2.500
345.418
25.673 17.600 2.202 41.500
Kosten financiële administratie: Accountantskosten Financiële ondersteuning partners P&O ondersteuning partners Diverse administratiekosten
5.500 8.500 6.500 1.000
45.475
14.435 10.283 8.569 8.099 21.500
Vergader- en verblijfkosten: Representatiekosten Kosten video-conferencing Vergaderingen Algemeen Bestuur Bijeenkomsten raden 5 eilanden Bijeenkomst medewerkers 5 eilanden Vergaderingen Dagelijks Bestuur Vergaderingen werkgroepen
2.000 8.000 1.000 22.000 12.500 1.000 1.000
41.386
855 0 0 0 0 3.042 1.923 47.500
RCW en Werelderfgoed Bijdrage RCW Versterken en vermarkten Werelderfgoed
23.000 16.000
5.819
21.084 16.617 39.000
Projecten: Leefbaarheid Projecten vijf eilanden
184.254 12.000
Onvoorzien: TOTALE LASTEN
20
37.701
198.686 13.317 196.254
212.003
2.000
0
741.004
687.802
Programma “Vier Eilanden”
21
5.3. Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders wordt vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De balans is weergegeven voor voorgestelde resultaatbestemming. Materiële vaste activa De materiële vaste activa omvatten de investeringen in kantoormeubilair en dergelijke die bij de ingebruikname van het kantoor in Harlingen zijn aangeschaft. Deze activa worden in een periode van 15 jaar afgeschreven. Het verloop in 2021 is als volgt: € Boekwaarde 1 januari 2021
13.123
Investeringen 2021
0
Af: afschrijvingen 2021
2.202
Stand per 31 december 2021
10.921
Vorderingen Dit betreft met name vorderingen op deelnemende gemeenten en te vorderen omzetbelasting. De vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar. De specificatie is als volgt: € Debiteuren overheid
25.505
Te vorderen omzetbelasting
84.054 109.559
22
Liquide middelen Dit betreft het direct opneembare tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten en de ABNAMRO Bank.
Eigen vermogen Algemene reserve De mutaties in de Algemene Reserve zijn in 2021 als volgt: € Stand per 1 januari 2021
40.834
Bij: jaarresultaat 2020
167.254
Stand per 31 december 2021
208.088
Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Met betrekking tot het positieve rekeningresultaat over het jaar 2020 heeft het Algemeen Bestuur besloten om gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat ad € 167.254,- toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden. Dit betekent dan ook dat het negatieve resultaat over het jaar 2021 kan worden onttrokken aan de algemene reserve.
Bestemmingsreserve Duurzaamheid € Stand per 1 januari 2021
19.546
Af: onttrekkingen 2021
-3.630
Bij: stortingen 2021
176.000
Stand per 31 december 2021
191.232
23
Netto vlottende schulden
Crediteuren De specificatie is als volgt:
€ Crediteuren overige overheid
298.954
Overige crediteuren
41.536
Totaal
340.490
Transitoria De opbouw van de post is als volgt:
€ Te betalen accountantskosten 2021
6.500
Nog te ontvangen facturen
42.000
Vooruit ontvangen bedragen 2021
24.811
Totaal
73.311
24
5.4. Toelichting op de belangrijkste afwijkingen tussen de werkelijke en begrote lasten over 2021 Algemeen De jaarrekening sluit met een negatief resultaat van € 131.140,-. Dit resultaat wordt met name veroorzaakt door bewuste overbesteding van de beschikbare budgetten in verband met het verder concretiseren en doorontwikkelen van het Programma Waddeneilanden. Personeelskosten (€ 21.000 voordelig) Op de personeelskosten is een voordeel ontstaan van circa € 21.000,-. Dit voordeel ontstaat door lagere invulling op bepaalde functies terwijl enkele andere functies in 2021 dubbel bezet zijn geweest in verband met langdurige ziekte. De reis- en verblijfkosten zijn circa € 7.000 lager door de Coronacrisis en thuiswerken. Huisvestingskosten (€ 4.000 nadelig) De huisvestings- en bureaukosten zijn circa € 4.000,- hoger dan begroot. Belangrijkste oorzaak hiervan zijn de iets hogere bureaukosten. Kosten financiële administratie ca (€ 20.000 nadelig) De accountants- en advieskosten zijn circa € 9.000,- hoger dan begroot omdat de GR met ingang van het jaar 2021 belastingplichtig is voor de omzetbelasting en voor de advisering en begeleiding hiervan externe ondersteuning is ingezet om een en ander op een juiste wijze in te richten. Daarnaast is extern advies gevraagd met betrekking tot de belastingplicht over voorgaande jaren.
Een afwijking van circa € 2.000,- wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van de HRM-afdeling van Terschelling doordat meer inzet is geweest op ziekte- en reïntegratietrajecten. Tenslotte zijn de diverse administratiekosten hoger dan verwacht omdat enkele oude posten moesten worden afgeboekt. Vergader- en verblijfkosten (€ 41.500 voordelig) Bij deze post is een onderbesteding ontstaan van circa € 41.500,-. Nagenoeg alle bijeenkomsten van AB, raden en medewerkers zijn in 2021 niet doorgegaan als gevolg van de beperkingen door de Coronacrisis. RCW en Werelderfgoed Er zijn geen substantiële afwijkingen.
25
Projecten
De specificatie is als volgt:
Project Leefbaarheid Begeleiding en inzet Waddenprogramma
198.686 198.686
Projecten vijf eilanden Infovoorziening Den Haag Centraal Overig
12.584 733 13.317
Projecten vier eilanden Beeldbank de Wadden
2.324 2.324
26
6. Controleverklaring
IPA-ACON ASSURANCE B.V. is een onderdeel van de IPA-ACON GROEP KvK nr. 34081093, ING Bank IBAN NL69INGB0670760374
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden A Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden te Harlingen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden op 31 december 2021 in hoofdlijnen in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. De jaarrekening bestaat uit: • de balans per 31 december 2021; • de toelichting op de balans; • het overzicht van baten en lasten per programma over 2021; • de toelichting op de programmarekening; • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (Wnt) 2021. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.
27
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol Wnt 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6.a Wnt en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling Wnt, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere Wnt-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 8.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Voor zijn voor de Wnt verantwoording in de jaarrekening de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol Wnt 2021. Daarbij houden wij mede rekening met afwijkingen en mogelijke afwijkingen die naar ons oordeel voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve reden materieel zijn, zoals bedoeld in artikel 3 Bado.
Verder rapporteren we tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 8.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of Wnt-redenen relevant zijn. B Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording, de overhead, paragrafen en diverse bijlagen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met deze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.
C Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
28
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het dagelijks bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het dagelijks bestuur het voornemen heeft om de organisatie te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de organisatie. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, Bado, het Controleprotocol Wnt 2021, de ethische voorschriften en onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s - dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, - dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, Het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.
Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening.
Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. • toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie
29
haar continuïteit niet langer kan handhaven; • het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en • het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen . Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de controle. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de onderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met het algemeen bestuur hebben gecommuniceerd.
Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is. Haarlem, 10 maart 2022 Reg.nr.: 102951/215/473/425 Ipa-Acon Assurance B.V. Was-getekend: mr. drs. J.C. Olij RA
30
7. Paragrafen
7.1.
Paragraaf Treasury
Op 1 januari 2001 is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) in werking getreden. In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Deze functie wordt als volgt gedefinieerd: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s.” In het jaar 2021 zijn geen financiële transacties met derden afgesloten. De liquiditeiten van de gemeenschappelijke regeling zijn aangehouden op een betaalrekening bij de Bank Nederlandse Gemeenten en een klein bedrag op een betaalrekening bij de ABN-AMRO Bank voor contante betalingen.
7.2.
Risicoparagraaf
Op dit moment zijn voor de GR geen specifieke risico’s te onderkennen. De lasten van de gemeenschappelijke regeling worden in de komende jaren geheel gedekt door bijdragen van de deelnemende gemeenten. Wel kan het zo zijn dat bij een verder teruglopende financiering van de deelnemende gemeenten door de Rijksoverheid, de bijdragen van deze gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling onder druk kunnen komen te staan, waardoor de activiteiten van de gemeenschappelijke regeling wellicht moeten worden ingeperkt. De GR is klein van omvang en daarom kwetsbaar bij ziekte en uitval van medewerkers. Dat is ook het afgelopen jaar gebleken. Hiervoor wordt in de begroting geen specifiek vervangingsbudget vrijgemaakt. Indien dergelijke uitval zich voordoet, zal via een begrotingswijziging aan het AB een aanpassing van de begroting worden voorgelegd, waarvan de lasten worden verdeeld over de deelnemende eilandgemeenten.
31
8. Bijlagen Bijlage 1, kostenverdeelstaat 2021
32
Bijlage 2, Wet normering topinkomens 2021
Bezoldiging topfunctionarissen 2021
Secretaris-directeur en secretaris-adviseur; invulling gedurende 2021: Naam
K. Zwart
Functie
Secretaris-directeur a.i.
Duur dienstverband
1 januari tot en met 31 december 2021
Omvang dienstverband in uren
816 uur
Totale bezoldging *)
€ 70.176
Individueel maximum
€ 145.000
De heer Zwart vervulde vanaf 1 maart 2021 zijn functie voor meer dan twaalf maanden. Conform de WNT geven we daarom wat aanvullende informatie. De omvang van de functie is 0,4 fte. Van de uren werden er 128 uur voor 1 maart gemaakt, en 688 na 1 maart. De bezoldiging tot 1 maart bedroeg € 11.008,-, na 1 maart € 59.168,-. Het gehele jaar bleef zowel de totale bezoldiging als het in rekening gebrachte uurtarief onder de geldende WNT-norm. Over 2020 was de situatie als volgt: Naam
M. Wijnhoff
K. Zwart
Functie
Secretaris-adviseur a.i.
Duur dienstverband
1 januari 2020 tot 28
Secretaris-directeur a.i. 1 maart 2020 tot 31
februari 2020
december 2020
Omvang dienstverband in uren
128 uur
704 uur
Totale bezoldging
€0
€ 71.593
Individueel maximum
€ 26.800
€ 121.000
Dagelijks Bestuur, samenstelling per 31 december 2021: Naam
L.P. Stoel
M. Schrier
C. van de Pol
I. van Gent
M.C. Uitdehaag
Functie
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
33
Per 31 december 2020 was het overzicht als volgt: Naam
L.P. Stoel
C. Schokker
C. van de Pol
I. van Gent
M.C. Uitdehaag
Functie
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Lid Dagelijks Bestuur
Algemeen Bestuur 2021, samenstelling per 31 december 2021: Naam
L.P. Stoel
M. Schrier
C. van de Pol
I. van Gent
M.C. Uitdehaag
Naam
P. IJnsen
D. Visser
S. Haringa
J. Hagen
H. Huisman
Naam
T. Faber
E. de Ruijter
J. Hoekstra
E. Gerbrands
E. Kooiman
Naam
R. van de Belt
Per 31 december 2020 was het overzicht als volgt: Naam
L.P. Stoel
C. Schokker
C. van de Pol
I. van Gent
M.C. Uitdehaag
Naam
P. IJnsen
D. Visser
S. Haringa
J. Hagen
H. Huisman
Naam
T. Faber
E. de Ruijter
J. Hoekstra
E. Gerbrands
E. Kooiman
Naam
R. van de Belt
AB-leden en DB-leden ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.
34