13 kasgeld en toekomstige geldleningen SRV.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering
: 19 april 2021
Agendapunt
: 13
Onderwerp
: Verzoek om leningen Stichting Recreatiebelangen Vlieland
Beslispunten 1. In te stemmen met het verstrekken van een kasgeldlening aan de SRV van € 210.000 tegen een rentepercentage van 1,85. 2. In te stemmen met het inschakelen van een extern bureau wat de investeringsplannen van de SRV zal beoordelen.
Samenvatting In verband met diverse investeringen heeft de SRV te weinig liquiditeiten, daarom hebben zij de gemeente Vlieland verzocht hen te ondersteunen met verschillende leningen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan de raad, 1. Aanleiding Voor de realisatie van de volgende fase van de boshuisjes, nl. de bouw van 4 geschakelde voorzieningen in het oostelijke bosgebied bij de camping, heeft de SRV een kasgeldlening nodig. Daarnaast heeft de SRV aangegeven langgeld van de gemeente Vlieland te willen lenen; 2022: 3,5 miljoen 2023: 3,2 miljoen 2025: 1 miljoen Daarnaast zal de SRV de komende jaren steeds een aantal maanden extra kasgeld nodig hebben om aan zijn verplichtingen te voldoen en verzoekt zij bovendien voor de komende jaren om een betalingsregeling voor de aanslag toeristenbelasting. Her college heeft op 23 februari besloten in te stemmen met de verstrekking van een kasgeldlening aan de SRV en zij heeft een betalingsregeling voor de aanslag toeristenbelasting toegestaan. Ook voor de komende jaren vraagt de SRV om een dergelijke betalingsregeling maar wanneer er dan geen corona maatregelen meer gelden zal er voor andere belastingplichtigen geen betalingsregeling meer zijn voor de toeristenbelasting (nog afgezien van het feit dat we nog niet weten of de toeristenbelasting in de toekomst nog door de SRV geïnd zal worden).
Het is dan niet juist om voor de SRV dan wel een betalingsregeling toe te staan, juister is het om hen eventueel van hoger kasgeld te voorzien.
Om de risico’s van het verstrekken van nog meer (langlopende)leningen goed in te kunnen schatten raad ik aan een extern bureau de investeringsplannen van de SRV te laten beoordelen. Vanwege het verzoek van de SRV voor financiële ondersteuning zijn er een aantal overleggen met medewerkers van de gemeente Leeuwarden geweest die meer ervaring hebben met het verstrekken van dit soort leningen. Bij hen is het gebruikelijk bij dit soort bedragen en dit soort bedrijven externe deskundigheid in te huren om te bepalen hoe realistisch investerings- en exploitatiebegrotingen zijn. Met de uitkomsten van een dergelijk onderzoek kan de SRV wellicht ook zijn voordeel doen.
2. Beoogd resultaat Geen tijdelijke liquiditeitsproblemen van de SRV in een aantal maanden van dit jaar. Een gedegen beoordeling van de investeringsplannen van de SRV.
3. Argumenten Het komt slechts incidenteel voor dat de gemeente Vlieland een lening verstrekt. Door de verscheidenheid aan te financieren investeringen (zowel in het verleden als mogelijk in de toekomst) is hiervoor geen algemeen beleid ontwikkeld. Maar voor het verstrekken van leningen zijn wel een aantal zaken van belang, die hieronder benoemd worden. Aan de SRV is de afgelopen jaren 2 maal een lening verstrekt; In 2018: € 1.000.000 einde looptijd 2028 rente percentage 5,2% lineair In 2019: € 785.000 einde looptijd 2033 rentepercentage 3,2% lineair Bevoegdheid college en de toepassing daarvan Het verstrekken van een lening is een privaatrechtelijke rechtshandeling. Volgens artikel 160, lid 1, aanhef en onder e van de Gemeentewet is dit een bevoegdheid van het college. Artikel 169, lid 4 Gemeentewet geeft aan dat als de raad daarom verzoekt of als de uitoefening van deze bevoegdheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente het college geen besluit neemt dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college heeft kunnen brengen. Daar kan aan worden toegevoegd dat er politieke of bestuurlijke overwegingen kunnen zijn de raad in de gelegenheid te stellen zich uit te spreken over het verstrekken van een lening.
Tijdens de behandeling van de begroting 2021 heeft de gemeente raad aangegeven dat zij op de hoogte willen worden gesteld van nieuw aan te gane en nieuw te verstrekken leningen. Ondanks dat er geen algemeen beleid is ontwikkeld voor het verstrekken van leningen is er een consistente lijn op te maken uit de in het verleden genomen besluiten tot het verstrekken van leningen: a. Leningen worden verstrekt aan rechtspersonen binnen de gemeente Vlieland; b. Het gaat om de publieke taak van de gemeente (die overigens door de gemeente zelf mag worden gedefinieerd) en om het realiseren van gemeentelijke beleidsdoelstellingen; c. Omvang en looptijd van de lening zijn per geval afgestemd op de investering die wordt gefinancierd;
d. Er wordt lineair afgelost;
e. Uitgangspunt is dat het rentepercentage wordt bepaald op het percentage waarvoor de gemeente zelf zou moeten afsluiten bij het aantrekken van een vergelijkbare lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten op het moment van besluitvorming van het verstrekken van de lening (marktrente). f. Er wordt een beoordeling gemaakt van de financiële risico’s die de gemeente loopt door het verstrekken van de lening. De SRV is een nauw aan de gemeente Vlieland gelieerde stichting die is opgericht op grond van een besluit daartoe van de gemeenteraad. De stichting is van belang voor de economie van het eiland omdat bijna de helft van het aantal bedden zich op de camping bevindt. Het bepalen van het in rekening te brengen rentepercentage kan niet alleen worden bepaald op het percentage waarvoor de gemeente zelf zou moeten afsluiten. Dit licht ik verder toe onder het kopje staatsteun. Het financiële risico voor het verstrekken van een kasgeldlening voor een aantal maanden is niet zo groot. Het financiële risico voor de in de toekomst te verstrekken langlopende geldleningen is dat wel. Deze risico’s moeten goed worden afgewogen. Toetsing staatssteun Het verstrekken van een lening aan ondernemingen kan Europeesrechtelijk gezien staatssteun zijn. Er is sprake van een onderneming als er goederen of diensten op de markt worden aangeboden.
Voor het begrip onderneming is de soort rechtspersoon irrelevant. Staatssteun aan ondernemingen is volgens de Europese regelgeving op een aantal uitzonderingen na niet toegestaan zonder toestemming vooraf van de Europese Commissie (EC). Het begrip staatssteun moet breed worden opgevat. Van staatssteun is niet alleen sprake bij het verstrekken van directie overheidssubsidies aan ondernemingen. Een steunmaatregel kan direct maar ook indirect zijn. Zo kunnen verstrekte garanties of geldleningen tegen niet-marktconforme voorwaarden als staatssteun worden aangemerkt. De vorm, de reden en het doel van de toegekende steun zijn niet van belang, alleen de uitwerking op de concurrentie. Overeenkomstig het EG-Verdrag is sprake van staatssteun als er aan de volgende criteria is voldaan:
- De steun wordt door de overheid verleend of met de overheidsmiddelen bekostigd; - De steun verschaft een economisch voordeel aan onderneming (en) die zij niet langs de normale commerciële weg zouden hebben verkregen - Dit voordeel is selectief, wat inhoudt dat het ten goede komt van bepaalde ondernemingen(en); - Het voordeel moet de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en een potentiele) invloed op de tussen staatse handel hebben. Het bedrag wat met de rente van deze kasgeldlening gemoeid is, is niet dusdanig hoog dat dit een probleem zou kunnen opleveren voor de staatssteun. Toch ligt het voor de hand om ook hier gebruik te maken van de volgende gangbare rekenmethode; Uitgangspunt is het percentage dat op dit moment voor de gemeente Vlieland zelf zou gelden wanneer wij hiervoor extra kasgeld zouden moeten aantrekken: -\- 0,15% plus een percentage uit de onderstaande tabel wat passend wordt geacht. Betalingscapaciteit gevoelig voor ongunstige omstandigheden lijkt mij van toepassing voor de situatie van de kasgeldlening. Het percentage moet daarom met 2% verhoogd worden waardoor het op 1,85% uitkomt (op jaarbasis)
Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Nu kan er in een gemeente sprake zijn van doorlenen, zoals b.v. door aan de SRV een lening te verstrekken. Om vervolgens inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen moet de schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden worden weergegeven. Op deze manier ontstaan twee indicatoren: 1. De netto schuldquote. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten
(inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. In de begroting 2021 was het volgende beeld te zien;
schuldquote: netto baten netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd
2019 werkelijk
2020 prognose
2021 raming
2022 raming
2023 raming
2024 raming
8.825.100 29% 9%
8.158.342 114% 94%
7.990.107 284% 265%
8.475.719 263% 247%
8.550.329 251% 236%
8.645.239 239% 226%
De netto schuldquote geeft aan of de gemeente investeringsruimte heeft. De te hanteren indicaties zijn: · Schuldquote onder de 100%: voldoende · Schuldquote boven de 100%: matig · Schuldquote boven de 130%: onvoldoende
De netto schuldquote is vanaf 2020 flink gestegen, doordat in dat jaar een extra lening is aangetrokken voor het kopen van gronden van Staatsbosbeheer en voor de financiering van de Boswijk. Hoe werkt het? De netto schuldquote wordt volgens een vaste formule berekend: De netto schuldquote = (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% A Vaste schulden (cf. art. 46 BBV) B Netto vlottende schuld (cf. art. 48 BBV) C Overlopende passiva (cf. art. 49 BBV) D Financiële activa (cf. art. 36 lid d, e en f) E Uitzettingen < 1 jaar (cf. art. 39 BBV) F Liquide middelen (cf art. 40 BBV) G Overlopende activa (cf. art. 40a BBV) H Totale baten (cf. art. 17 lid c BBV (dus excl. mutaties reserves)) De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Wanneer wij dus een lening verstrekken aan de SRV en wij moeten hiervoor zelf ook geld lenen dan stijgen onze vaste schulden en onze financiële activa en onze totale baten (we ontvangen immers rente voor deze lening).
Wanneer we er van uitgaan dat verder alle cijfers hetzelfde blijven als bij de begroting 2021 en we gaan er vanuit dat we 3,5 miljoen extra geld moeten aantrekken in 2022 en 3,2 miljoen in 2023 en we gaan uit van een bij de SRV in rekening te brengen rente van 3% dan zouden de cijfers er als volgt uit zien; Netto schuldquote 2022; 287% Netto schuldquote gecorrigeerd 2022: 230% Netto schuldquote 2023; 307% Netto schuldquote gecorrigeerd 2023: 217% Ook op het kengetal solvabiliteit heeft het aantrekken van extra geld en het verstrekken van extra leningen een lichte invloed. Immers het balanstotaal stijgt maar het eigen vermogen niet. Op het kengetal structurele exploitatieruimte heeft dit ook weinig invloed, immers we zullen meer rente moeten betalen maar ontvangen hiervoor ook weer rente, vanwege staatssteunregels zullen we iets meer
rente ontvangen als betalen.
4. Kanttekeningen/risico’s
5. Uitvoering
6. Communicatie
7. Financiën
8. Juridische Zaken
9. Bijlagen
Vlieland, 16 maart 2021 Burgemeester en wethouders van Vlieland, C. Schokker-Strampel, burgemeester A. Idema, gemeentesecretaris
De raad van de gemeente Vlieland, gelezen:
het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 maart 2021
B E S L U I T: 1. In te stemmen met het verstrekken van een kasgeldlening aan de SRV van € 210.000 tegen een rentepercentage van 1,85. 2. In te stemmen met het inschakelen van een extern bureau wat de investeringsplannen van de SRV zal beoordelen. Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 19 april 2021 de griffier,
de voorzitter,
M.G. Brinksma-Brandenburg
C. Schokker-Strampel