CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bijlage 2 Emaildiscussie over procedure - geanonimiceerd.pdf

Raadsvergadering 20 december 2021, gemeente VlielandBij agendapunt: Verklaring van geen bedenking legalisatie kiosk midgetgolfbaan4.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gearchiveerd: woensdag 1 december 2021 09:38:18 Van: Verzonden: dinsdag 22 juni 2021 17:52:50 Aan: Precisie: Normaal

LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Geachte heer , Onderstaande mail is per abuis naar een verkeerd emailadres verzonden en heeft daarmee de laatste brief van de gemeente van d.d. 31 mei doorkruist. Kan ik u morgen hierover bellen? Met vriendelijke groeten,

Van: Verzonden: woensdag 12 mei 2021 07:32 Aan: CC: ' Onderwerp: FW: Midgetgolfbaan Aanvraagnummer: 5697553 Geachte heer Kleefstra, Hierbij voorzie ik uw onderstaande mail van een reactie. Deze heb ik rood gemarkeerd. Kan de kiosk ook zonder omgevingsvergunning worden gebouwd? Veel bouwwerken zijn omgevingvergunningsvrij als ze gebouwd worden in het achtererfgebied! Het is belangrijk te weten waar het achtererf begint en ophoudt. In veel situaties is het vrij duidelijk, echter in het dit geval is dit moeilijker vast te stellen. De definitie van het begrip achtererf is bepaald in de BOR en luidt: ​e rf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen​. Op grond van deze definitie kan het blauw gearceerde deel tot het achtererfgebied wordt

gerekend, waarbinnen de kiosk (zwarte ster) valt. Het groene deel van de midgetgolfbaan grenst aan het openbaar toegankelijk gebied, waar niet gebouwd mag worden. Dus mocht de kiosk op grond van artikel 2 lid 3 van Bijlage II van het BOR omgevingsvergunningvrij worden gebouwd. Dit is conform het advies van wijlen . De heer heeft vlak voor de bouw van de kiosk advies bij haar ingewonnen. Zij kwam toen ook tot de conclusie dat de kiosk zonder omgevingsvergunning kon worden gebouwd. Dit is ook de reden dat in het archief geen documentatie over de bouw van de kiosk te vinden is. Hier kunnen wij ons niet in vinden. Een bijbehorend bouwwerk moet gebouwd worden in een achtererfgebied. Er moet dus sprake zijn van een erf behorende bij een hoofdgebouw. Daarvan is hier geen sprake. De midgetgolfbaan is geen grond die feitelijk ten dienste staat en ingericht is ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw. Dat zijn hooguit de gronden die binnen de aanduiding voor de bouw van gebouwen zijn gelegen en direct grenzen aan het gebouw. Bovendien is in de definitie van erf gezegd dat het bestemmingsplan zich niet tegen de inrichting van gronden als erf mag verzetten. Daarvan is hier wel sprake, omdat de bestemming het gebruik van de gronden als erf niet toelaat. Dat hier in het verleden andere uitspraken over zijn gedaan, doet hier niet aan af.

Toen was het vergunningsvrij bouwen nog vrij nieuw en nog niet zo lang in het leven geroepen. We zijn nu vele jaren en vele jurisprudentie later en weten nu beter hoe een en ander geonterpreteerd moet worden, ondanks dat het nog altijd interpretaties blijven die casuostisch bekeken moeten worden en waarvan de uitkomst niet in alle gevallen 100% zeker is. Het is spijtig dat dat toen niet meteen goed is gegaan, maar dat laat onverlet de situatie die nu voorligt en de interpretatie die wij er nu aan geven. Wij blijven derhalve op het standpunt staan dat er sprake is van een vergunningplicht en dat het goed is om dit nu op een formeel juiste manier te regelen. Ik deel uw opvatting niet. Het hoofdgebouw staat ten dienste en is ingericht ten behoeve van het gebruik van de midgetgolfbaan. U bewering dat het erf hooguit de gronden zijn binnen de aanduiding voor de bouw van gebouwen zijn gelegen en direct grenzend aan het gebouw, volg ik niet. Dit afgebakend gebied is juist NIET bedoeld voor ​e rf​ maar voor het hoofdgebouw. Dit is analoog aan de systematiek die gemeente bij woonbestemmingen ook hanteert, namelijk het hoofdgebouw binnen het bouwvlak. Waar kan ik vinden dat het bestemmingsplan het gebruik van de gronden van de midgetgolfbaan niet als erf toelaat? Ik kan dit namelijk niet vinden. De gemeente hanteert het begrip ​e rf​ niet eens als aanduiding in haar bestemmingsplannen.

Fi guur 1.

Kan in de huidige situatie de Kruimelregeling worden toegepast? Omdat er sprake is van een bestaand hoofdgebouw is de kruimelregeling van toepassing. Artikel 4 lid 1 van bijlage II van het BOR bepaalt immers dat een bijbehorende bouwwerk (Kiosk)- dus een bouwwerk bij een hoofdgebouw onder de Kruimelregeling valt wanneer deze niet hoger is dan 5 meter en de oppervlakte niet meer is dan 150 m2. In eerste aanleg heb ik hier de insteek gekozen om dit op een eenvoudige manier voor iedereen snel op te lossen en heb ik een interpretatie vanuit de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan beredeneerd in de richting van de kruimelregeling. Daar moet ik nu, met mijn oprechte excuses, op terug komen. Niet alleen is de interpretatie bij nader inzien niet juist geweest, ook het feit dat mij nu bekend is geworden dat een groep omwonenden dit met argusogen volgt, noopt ons om de goede procedure te volgen. Daarom heb ik hier met de jurist zorgvuldiger naar gekeken en zijn wij tot een andere conclusie gekomen. Het heeft geen zin om straks bij een rechter te horen dat we de procedure over moeten doen omdat de procedure niet goed is geweest. Bovendien levert een uitgebreide procedure geen onoverkomelijke bezwaren voor jullie op,

omdat wij daarvoor niet meer leges berekenen en de kiosk er al staat, zodat de feitelijke activiteiten er ook niet door worden belemmerd. Het enige verschil is dat de raad zich nu ook over het plan moet buigen. Wij zijn van mening dat, lezende de definitie van hoofdgebouw in bijlage 2 BOR, de kiosk met het sanitair in feitelijke zin als het belangrijkste bouwwerk op het perceel moet worden aangemerkt. Binnen die definitie is het niet juist om het gebouwtje bij de oude ingang waarin de grasmaaier en de bladblazer staan en waar de nutsvoorzieningen aanwezig zijn, als belangrijkste bouwwerk aan te merken, enkel omdat daar nog een planologisch recht ligt. Wij zijn dan ook van mening dat het hier de bouw van een hoofdgebouw betreft en dat daarvoor de kruimelregeling niet kan worden toegepast. Ik deel uw mening dat de kiosk nu als belangrijkste bouwwerk moet worden aangemerkt. Echter dit is de feitelijke situatie. Theoretisch kan mijn cliknt een gebouw op gronden met de bouwaanduiding ​specifieke bouwaanduiding ​ gebouw​ laten realiseren van ongeveer 150 m2 waarvan alleen de goothoogte is begrensd op 3.00 meter. Dan ontstaat er een geheel andere situatie en is dit nieuwe gebouw wel het belangrijkste bouwwerk. Deze optie zouden we graag met u willen bespreken.

Kan de eigenaar instemmen met het voorstel van de gemeente om het bouwvlak te verplaatsen? De gemeente stelt voor om het bouwvlak waar het huidige hoofdgebouw is gevestigd te verplaatsen naar de locatie waar de kiosk is gesitueerd. Hiermee kan mijn cliknt niet instemmen. De reden is gelegen in het feit dat het huidige hoofdgebouw wordt gebruikt voor opslag van materieel en materiaal dan nodig is voor het onderhoud en beheer van de midgetgolfbaan. Tevens zijn in dit hoofdgebouw nutsvoorzieningen aanwezig. De kosten om het hoofdgebouw te verplaatsen wegen niet op tegen het rendement dat daaruit voortvloeit. Het hoofdgebouw zal in het najaar 2021 worden vernieuwd. Dit is wel afhankelijk van de verlenging van de huurovereenkomst met Staatsbosbeheer. Wij hebben geen problemen om het bouwvlak ongewijzigd te laten. Wel willen wij vastleggen, nu een daar toegelaten gebouw op een andere plek op het perceel is gebouwd, dat de benutte oppervlakte voor de kiosk en het sanitair wordt verminderd op de oppervlakte die planologisch binnen het bouwvlak mogelijk is. In principe had de kiosk en het sanitair daar gebouwd moeten worden. Daarmee kan de oude kiosk worden vervangen door een nieuw gebouwtje. Wij adviseren jullie dit nieuwe gebouwtje mee te nemen in de aanvraag, zodat het hele verhaal van het eindplaatje voor iedereen kenbaar meteen in iin aanvraag kan worden verteld. De heer te laten.

reageerde positief op het standpunt dat de gemeente inneemt om het bestaande bouwvlak ongewijzigd

Moet de verkoop van snacks planologisch worden vastgelegd? Om deze vraag te kunnen beantwoorden hebben wij contact opgenomen met eigenaar van De heer ondersteunt vele gemeenten en ondernemers op het gebied van APV en Bijzondere wetten. Tevens is hij voor een groot aantal gemeente projectleider/kwartiermaker van de Drank- en Horecawet. Daarnaast is hij voor een aantal gemeente werkzaam als praktijkcoach toezicht Drank- en Horecawet. Zij conclusie luidt als volgt. In het onderhavige geval is er sprake van ondersteunende horeca waar snacks mogen worden verkocht. De term 'ondersteunende horeca' is zowel in de Drank- en Horecawet als in de Apv niet als definitie opgenomen. In het omgevingsrecht c.q. bestemmingsplan kent men de definitie wel, maar het juridisch motief van een bestemmingsplan is anders dan dat van een exploitatievergunning op basis van de Apv. Het motief van de Apv gaat over het stellen van eisen voor het reguleren van de openbare orde. Sinds 2010 kent de VNG een exploitatievergunning voor de "droge" en de "natte" horeca. Het motief voor de exploitatievergunning is het reguleren van de overlast. Met de natte horeca wordt bedoeld de inrichtingen die drank schenken en dus over een Drank- en Horecavergunning moeten beschikken. Deze bedrijven hoeven vooralsnog niet over een exploitatievergunning te beschikken omdat ze op grond van de DHW, Bibob-waardig zijn.

Voor de droge horeca geldt de Bibob dus niet als de gemeente niet als voorwaarde een explotatievergunning in de Apv heeft opgenomen. Deze voorwaarde heeft de gemeente Vlieland niet in haar Apv opgenomen. Er is sprake van ondersteunende omdat de horeca van de midgetgolfbaan ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, de openingstijden gelijk zijn aan de openingstijden van de hoofdfunctie, de horeca-activiteiten niet zelfstandig wordt uitgeoefend, er geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt en de verkoopvloeroppervlak, inclusief ruimte waar snacks worden gebakken, minimaal is. Het verkopen van snacks behoren onder deze omstandigheden tot ondersteunende horeca. Volgens de heer is er geen verplichting om ondersteunende horeca planologisch vast te leggen. Dit beleid hanteert ook de gemeente Vlieland. Als voorbeeld kan worden aangehaald de

ondersteunende horeca bij het . Ook hier vigeert de bestemming ​Sport​ en ook hier is in de bestemmingsomschrijving de aanwezige ondersteunende horeca niet planologisch geregeld en ook hier worden snacks verkocht. Met deze uitleg kunnen wij niet instemmen. Het is in planologische zin niet relevant wat de Drank- en horecawet of de APV hebben geregeld. Die regelgeving bestaat naast hetgeen planologisch is geregeld en nodig is. Het gaat er om wat het bestemmingsplan hier toelaat. Binnen het principe van de toelatingsplanologie is het simpelweg zo dat wanneer een bestemmingsplan iets niet toelaat, het ook niet is toegestaan. En het bestemmingsplan laat hier geen horeca toe. De gemeente zal bij de aanvraag af moeten wijken van de gebruiksregels van het bestemmingsplan en kan daarbij restricties op het gebruik opleggen en een specifieke horecaregeling van toepassing verklaren. Zoals gezegd wil de gemeente niet verder gaan dan de horeca die nu plaatsvindt. De gemeente wil niet meewerken aan de vestiging van een keuken of iets dergelijks. Daarmee ontstaat de mogelijkheid van een horecavestiging die ook los van de midgetgolfbaan zou kunnen functioneren. Dat is in strijd met ons beleid waarin is geregeld dat horecabedrijven alleen op de bestaande locaties binnen de zijn toegelaten en bovendien achten wij een dergelijke horecavestiging in een overwegende woonwijk niet wenselijk.

Het is aan jullie wat jullie willen aanvragen, maar je zult uit vorenstaande begrijpen dat de kans op vergunningverlening niet groot is als er meer dan het huidige wordt aangevraagd. OP grond van de huidige aanvraag, waarin niet duidelijk is wat er exact aan ondersteunende horeca wordt begrepen, zal de gemeente in de verdere procedure en bij de vergunningverlening daar zelf invulling aan geven op de wijze zoals hiervoor gezegd. Willen jullie het meerdere aanvragen, dan zal dat in de aanvraag nadrukkelijk gevraagd moeten worden. Het is juist dat het niet planologisch relevant is dat de drank- en horecawet of de APV hebben geregeld. Op basis van de toelatingsplanologie redeneert u dat hier geen horeca is toegestaan. Dit bevreemdt mij, want er wordt nu ook al ondersteunende horeca (verkoop van o.a. frisdranken uit Kiosk) toegestaan. Dit is logisch te verklaren omdat in het onderhavige geval geen sprake is van Horeca maar van ondersteunende horeca. Ondersteunende horeca hoeft niet expliciet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Dit doet de gemeente Vlieland ook niet. Als voorbeeld heb ik de ondersteunende horeca bij aangehaald. Ook daar worden geen alcoholische dranken geschonken en ook daar beperkt de ondersteunende horeca tot de openingstijden van het sportcentrum. Onder precies dezelfde voorwaarden wil de heer ook in zijn kiosk snacks verkopen.

Ook merk ik op dat het bestemmingsplan ​horeca​ niet expliciet uitsluit in artikel 16.3 (specifieke gebruiksregels). Ik heb ook onderzoek gedaan naar gelijksoortige voorbeelden in de provincie. Bijvoorbeeld de midgetgolfbaan op Terschelling ( ). Ook deze midgetgolfbaan heeft de bestemming Sport. In de specifieke gebruiksregels is bepaald dat de gronden en bouwwerken voor horecadoeleinden anders dan een snackvoorziening, waarbij de oppervlakte van de snackvoorziening niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het bouwvlak. Er is mij geen enkele sportvoorziening bekend waar geen alcoholische dranken worden verkocht en dus louter frisdranken en snacks waarvan dit gebruik is geregeld in het bestemmingsplan onder de noemer ​Horeca​. Tenslotte wil ik u erop attenderen dat met de komst van de Omgevingswet er een omslag komt van toelatingsplanologie (projecten zijn alleen mogelijk als ze expliciet zijn toegestaan) naar uitnodigingsplanologie (alle projecten die bijdragen aan de omgevingskwaliteit zijn welkom, tenzij ze expliciet verboden zijn). Met vriendelijke groeten,

Van: > Verzonden: donderdag 22 april 2021 12:53 Aan: ' > CC: ' > Onderwerp: RE: Midgetgolfbaan Aanvraagnummer: 5697553 Hallo meneer , beste , Onderstaand hebben wij in cursief onze reacties gegeven. Deze reacties zijn kortgesloten met de jurist van de gemeente. Ik denk dat het goed is om hierover nog een keer overleg te hebben, maar in ieder geval moet nu een keus worden gemaakt over het vervolg en de aanvraag zoals die er nu ligt. Ik hoor graag van je. Vriendelijke groeten,

Van: Verzonden: maandag 19 april 2021 13:39 Aan: CC: ' Onderwerp: Midgetgolfbaan Aanvraagnummer: 5697553 LET OP: Dit bericht is afkomstig van buiten de organisatie. Klik niet op links of bijlagen tenzij u de afzender en de inhoud van het bericht vertrouwt.

Geachte heer , Naar aanleiding van ons gesprek op maandag 12 april jongstleden zou ik nog een aantal openstaande vragen beantwoorden. Hieronder kunt u mijn bevindingen lezen. Op basis daarvan constateer ik dat de bewuste kiosk omgevingsvergunningvrij mag blijven staan en dat de familie daar ook snacks mag gaan verkopen. De heer trekt de aanvraag omgevingsvergunning voor het realiseren van een kiosk bij de midgetgolfbaan De Oude Vuurtoren (aanvraagnummer: 5697553) in, als u mijn conclusies deelt. Kan de kiosk ook zonder omgevingsvergunning worden gebouwd? Veel bouwwerken zijn omgevingvergunningsvrij als ze gebouwd worden in het achtererfgebied! Het is belangrijk te weten waar het achtererf begint en ophoudt. In veel situaties is het vrij duidelijk, echter in het dit geval is dit moeilijker vast te stellen. De definitie van het begrip achtererf is bepaald in de BOR en luidt: ​e rf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen​. Op grond van deze definitie kan het blauw gearceerde deel tot het achtererfgebied wordt

gerekend, waarbinnen de kiosk (zwarte ster) valt. Het groene deel van de midgetgolfbaan grenst aan het openbaar toegankelijk gebied, waar niet gebouwd mag worden. Dus mocht de kiosk op grond van artikel 2 lid 3 van Bijlage II van het BOR omgevingsvergunningvrij worden gebouwd. Dit is conform het advies van wijlen De heer heeft vlak voor de bouw van de kiosk advies bij haar ingewonnen. Zij kwam toen ook tot de conclusie dat de kiosk zonder omgevingsvergunning kon worden gebouwd. Dit is ook de reden dat in het archief geen documentatie over de bouw van de kiosk te vinden is. Hier kunnen wij ons niet in vinden. Een bijbehorend bouwwerk moet gebouwd worden in een achtererfgebied. Er moet dus sprake zijn van een erf behorende bij een hoofdgebouw. Daarvan is hier geen sprake. De midgetgolfbaan is geen grond die feitelijk ten dienste staat en ingericht is ten behoeve van het gebruik van het hoofdgebouw. Dat zijn hooguit de gronden die binnen de aanduiding voor de bouw van gebouwen zijn gelegen en direct grenzen aan het gebouw. Bovendien is in de definitie van erf gezegd dat het bestemmingsplan zich niet tegen de inrichting van gronden als erf mag verzetten. Daarvan is hier wel sprake, omdat de bestemming het gebruik van de gronden als erf niet toelaat. Dat hier in het verleden andere uitspraken over zijn gedaan, doet hier niet aan af.

Toen was het vergunningsvrij bouwen nog vrij nieuw en nog niet zo lang in het leven geroepen. We zijn nu vele jaren en vele jurisprudentie later en weten nu beter hoe een en ander geonterpreteerd moet worden, ondanks dat het nog altijd interpretaties blijven die casuostisch bekeken moeten worden en waarvan de uitkomst niet in alle gevallen 100% zeker is. Het is spijtig dat dat toen niet meteen goed is gegaan, maar dat laat onverlet de situatie die nu voorligt en de interpretatie die wij er nu aan geven. Wij blijven derhalve op het standpunt staan dat er sprake is van een vergunningplicht en dat het goed is om dit nu op een formeel juiste manier te regelen.

Fi guur 1.

Kan in de huidige situatie de Kruimelregeling worden toegepast? Omdat er sprake is van een bestaand hoofdgebouw is de kruimelregeling van toepassing. Artikel 4 lid 1 van bijlage II van het BOR bepaalt immers dat een bijbehorende bouwwerk (Kiosk)- dus een bouwwerk bij een hoofdgebouw onder de Kruimelregeling valt wanneer deze niet hoger is dan 5 meter en de oppervlakte niet meer is dan 150 m2. In eerste aanleg heb ik hier de insteek gekozen om dit op een eenvoudige manier voor iedereen snel op te lossen en heb ik een interpretatie vanuit de planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan beredeneerd in de richting van de kruimelregeling. Daar moet ik nu, met mijn oprechte excuses, op terug komen. Niet alleen is de interpretatie bij nader inzien niet juist geweest, ook het feit dat mij nu bekend is geworden dat een groep omwonenden dit met argusogen volgt, noopt ons om de goede procedure te volgen. Daarom heb ik hier met de jurist zorgvuldiger naar gekeken en zijn wij tot een andere conclusie gekomen. Het heeft geen zin om straks bij een rechter te horen dat we de procedure over moeten doen omdat de procedure niet goed is geweest. Bovendien levert een uitgebreide procedure geen onoverkomelijke bezwaren voor jullie op, omdat wij daarvoor niet meer leges berekenen en de kiosk er al staat, zodat de feitelijke activiteiten er ook niet door worden belemmerd.

Het enige verschil is dat de raad zich nu ook over het plan moet buigen. Wij zijn van mening dat, lezende de definitie van hoofdgebouw in bijlage 2 BOR, de kiosk met het sanitair in feitelijke zin als het belangrijkste bouwwerk op het perceel moet worden aangemerkt. Binnen die definitie is het niet juist om het gebouwtje bij de oude ingang waarin de grasmaaier en de bladblazer staan en waar de nutsvoorzieningen aanwezig zijn, als belangrijkste bouwwerk aan te merken, enkel omdat daar nog een planologisch recht ligt. Wij zijn dan ook van mening dat het hier de bouw van een hoofdgebouw betreft en dat daarvoor de kruimelregeling niet kan worden toegepast.

Kan de eigenaar instemmen met het voorstel van de gemeente om het bouwvlak te verplaatsen? De gemeente stelt voor om het bouwvlak waar het huidige hoofdgebouw is gevestigd te verplaatsen naar de locatie waar de kiosk is gesitueerd. Hiermee kan mijn cliknt niet instemmen. De reden is gelegen in het feit dat het huidige hoofdgebouw wordt gebruikt voor opslag van materieel en materiaal dan nodig is voor het onderhoud en beheer van de midgetgolfbaan. Tevens zijn in dit hoofdgebouw nutsvoorzieningen aanwezig. De kosten om het hoofdgebouw te verplaatsen wegen niet op tegen het rendement dat daaruit voortvloeit. Het hoofdgebouw zal in het najaar 2021 worden vernieuwd. Dit is wel afhankelijk van de verlenging van de huurovereenkomst met Staatsbosbeheer. Wij hebben geen problemen om het bouwvlak ongewijzigd te laten. Wel willen wij vastleggen, nu een daar toegelaten gebouw op een andere plek op het perceel is gebouwd, dat de benutte oppervlakte voor de kiosk en het sanitair wordt verminderd op de oppervlakte die planologisch binnen het bouwvlak mogelijk is. In principe had de kiosk en het sanitair daar gebouwd moeten worden. Daarmee kan de oude kiosk worden vervangen door een nieuw gebouwtje. Wij adviseren jullie dit nieuwe gebouwtje mee te nemen in de aanvraag, zodat het hele verhaal van het eindplaatje voor iedereen kenbaar meteen in iin aanvraag kan worden verteld.

Moet de verkoop van snacks planologisch worden vastgelegd? Om deze vraag te kunnen beantwoorden hebben wij contact opgenomen met eigenaar van . De heer ondersteunt vele gemeenten en ondernemers op het gebied van APV en Bijzondere wetten. Tevens is hij voor een groot aantal gemeente projectleider/kwartiermaker van de Drank- en Horecawet. Daarnaast is hij voor een aantal gemeente werkzaam als praktijkcoach toezicht Drank- en Horecawet. Zij conclusie luidt als volgt. In het onderhavige geval is er sprake van ondersteunende horeca waar snacks mogen worden verkocht. De term 'ondersteunende horeca' is zowel in de Drank- en Horecawet als in de Apv niet als definitie opgenomen. In het omgevingsrecht c.q. bestemmingsplan kent men de definitie wel, maar het juridisch motief van een bestemmingsplan is anders dan dat van een exploitatievergunning op basis van de Apv. Het motief van de Apv gaat over het stellen van eisen voor het reguleren van de openbare orde. Sinds 2010 kent de VNG een exploitatievergunning voor de "droge" en de "natte" horeca. Het motief voor de exploitatievergunning is het reguleren van de overlast. Met de natte horeca wordt bedoeld de inrichtingen die drank schenken en dus over een Drank- en Horecavergunning moeten beschikken. Deze bedrijven hoeven vooralsnog niet over een exploitatievergunning te beschikken omdat ze op grond van de DHW, Bibob-waardig zijn.

Voor de droge horeca geldt de Bibob dus niet als de gemeente niet als voorwaarde een explotatievergunning in de Apv heeft opgenomen. Deze voorwaarde heeft de gemeente Vlieland niet in haar Apv opgenomen. Er is sprake van ondersteunende omdat de horeca van de midgetgolfbaan ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, de openingstijden gelijk zijn aan de openingstijden van de hoofdfunctie, de horeca-activiteiten niet zelfstandig wordt uitgeoefend, er geen alcoholhoudende dranken worden verstrekt en de verkoopvloeroppervlak, inclusief ruimte waar snacks worden gebakken, minimaal is. Het verkopen van snacks behoren onder deze omstandigheden tot ondersteunende horeca. Volgens de heer is er geen verplichting om ondersteunende horeca planologisch vast te leggen. Dit beleid hanteert ook de gemeente Vlieland. Als voorbeeld kan worden aangehaald de ondersteunende horeca bij het . Ook hier vigeert de bestemming ​Sport​ en ook hier is in de bestemmingsomschrijving de aanwezige ondersteunende horeca niet planologisch geregeld en ook hier worden snacks verkocht. Met deze uitleg kunnen wij niet instemmen. Het is in planologische zin niet relevant wat de Drank- en horecawet of de APV hebben geregeld. Die regelgeving bestaat naast hetgeen planologisch is geregeld en nodig is. Het gaat er om wat het bestemmingsplan hier toelaat.

Binnen het principe van de toelatingsplanologie is het simpelweg zo dat wanneer een bestemmingsplan iets niet toelaat, het ook niet is toegestaan. En het bestemmingsplan laat hier geen horeca toe. De gemeente zal bij de aanvraag af moeten wijken van de gebruiksregels van het bestemmingsplan en kan daarbij restricties op het gebruik opleggen en een specifieke horecaregeling van toepassing verklaren. Zoals gezegd wil de gemeente niet verder gaan dan de horeca die nu plaatsvindt. De gemeente wil niet meewerken aan de vestiging van een keuken of iets dergelijks. Daarmee ontstaat de mogelijkheid van een horecavestiging die ook los van de midgetgolfbaan zou kunnen functioneren. Dat is in strijd met ons beleid waarin is geregeld dat horecabedrijven alleen op de bestaande locaties binnen de zijn toegelaten en bovendien achten wij een dergelijke horecavestiging in een overwegende woonwijk niet wenselijk. Het is aan jullie wat jullie willen aanvragen, maar je zult uit vorenstaande begrijpen dat de kans op vergunningverlening niet groot is als er meer dan het huidige wordt aangevraagd. OP grond van de huidige aanvraag, waarin niet duidelijk is wat er exact aan ondersteunende horeca wordt begrepen, zal de gemeente in de verdere procedure en bij de vergunningverlening daar

zelf invulling aan geven op de wijze zoals hiervoor gezegd. Willen jullie het meerdere aanvragen, dan zal dat in de aanvraag nadrukkelijk gevraagd moeten worden. Met vriendelijke groeten,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=282c7f9a-f98b-48bd-9e0f-f35df840cdee