12 Reactienota zienswijze Ontwerp participatiebeleid.pdf
Tekst van het document
Reactienota zienswijze Ontwerp Participatiebeleid Omgevingswet
1. Inleiding Het ontwerp participatiebeleid heeft voor een ieder vanaf maandag 19 april tot en met maandag 31 mei 2021 ter visie gelegen. Tijdens deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijzen tegen dit document kenbaar maken, door een gemotiveerde mondelinge of schriftelijke zienswijze in te dienen. Er is één zienswijze ontvangen en één reactie die niet als zienswijze is bedoeld, maar waarin enkele voorbeelden worden aangereikt die een duidelijker beeld van participatie geven, daarbij wijzend op de “Nota Participatiebeleid, samenwerken in De Bilt ”, uitgegeven door de Gemeente De Bilt en ondersteund door Bureau Beerenschot en de participatiewijzer ppwijzer (participatiewijzer.nl). Indiener van de zienswijze heeft in aanvullend gewezen op een tool en een rapportage van Citizen lab, hier te vinden: https://www.citizenlab.co/nl/over. In het navolgende is eerst in zijn algemeenheid gereageerd om dit specifieke beleid nader in te kaderen. Vervolgens is nog specifiek op de ingebrachte zienswijzen ingegaan. Onderdelen van de zienswijze zijn samengevat. De gehele zienswijze is in te zien op het gemeentekantoor. De reactienota is met het aangepaste beleidsstuk voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op 6 september 2021 het beleid vastgesteld.
2. Algemeen Enkele jaren geleden is met de gemeenteraad een begin gemaakt met voorbereidingen op de komst van de Omgevingswet. In die voorbereidingen is met de raad in de geest van de Omgevingswet onder andere gekeken op welke wijze participatie en een andere wijze van samenwerking met de burgers vorm moet krijgen. Er is op grond daarvan de afgelopen jaren op velerlei wijze invulling gegeven aan participatie in relatie tot de Omgevingswet, met name in verband met de omgevingsvisie en concrete initiatieven, en het betrekken van burgers bij de gemeentelijke besluitvorming. Daarbij zijn van begin af aan twee belangrijke uitgangspunten gekozen. In de eerste plaats ziet het beleid alleen op de wijze van participatie onder de Omgevingswet in relatie tot het instrumentarium van de Omgevingswet. In de tekst van het beleidsstuk is dat duidelijk aangegeven, maar de titel van het beleidsstuk is hier voor de duidelijkheid op aangepast. Vanwege de op handen zijnde inwerkingtreding van die Wet en de vereiste participatie die de Wet nodig acht om die Wet ook tot een succes te maken, is het beleid opgesteld om te zorgen dat er in ieder geval op het moment van inwerkingtreding van de Wet een stuk ligt dat als basis voor participatie onder de Omgevingswet kan dienen.
Daarbij is de ervaring die in de afgelopen jaren is opgedaan gecombineerd met ideeën en werkwijzen die zich de komende jaren moeten uitkristalliseren en vorm moeten krijgen. De in de reacties aangehaalde voorbeelden en tools zien op burgerparticipatie in de meest brede zin van het woord. Participatie in relatie tot de Omgevingswet is daar maar een onderdeel van. De voorbeelden en de tools kunnen inspiratie zijn voor het verder uitwerken van ideeën en werkwijzen op Vlieland, zoals een digitaal platform en/of een panel, waarbij ook op Vlieland participatie nog verder uitgewerkt moet worden om ook hier in de breedste zin van het woord te kunnen worden toegepast. Belangrijk is wel om vast te stellen dat de aangehaalde voorbeelden zien op gemeenten die qua omvang sterk afwijken van Vlieland en op tools die gericht zijn op participatie in steden. Een en ander vraagt voortdurend een vertaling naar de aard en schaal van Vlieland en de wijze waarop de gemeente hier in de samenleving staat. In de tweede plaats is van begin af aan gekozen voor een wijze van participatie waarbij de betrokkenheid en de wijze van participatie aan moet sluiten bij de aard en schaal van Vlieland en bij de wijze waarop de gemeente in de samenleving staat. Er zijn in den lande vele voorbeelden van participatie, beschikbare tools en werkwijzen (zoals ook in de reacties aangehaald).
Van begin af aan heeft de raad er bewust voor gekozen om zich daar in eerste instantie niet door te laten leiden, maar te kiezen voor een manier van participeren die past bij Vlieland. Participatie is in alle gevallen maatwerk. Vlieland is één van de weinige zeer kleine gemeenten in Nederland. Een kenmerk van een kleine gemeente is dat de medewerkers en de bestuurders intensief met de samenleving optrekken, dicht op de burgers staan, weten wat er speelt en ook direct toegankelijk zijn voor burgers. Het is van belang de participatie daar op in te richten.
In de afgelopen jaren is er een begin gemaakt met het vormgeven van de participatie om te kijken wat er wel en wat er niet werkt binnen de kleine gemeenschap van Vlieland. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn goede voorbeelden benut die de betrokkenheid sterk hebben vergroot en die ook op meerdere terreinen inspiratie zijn geweest om participatie op te pakken, zoals meer regulier overleg met betrokken organisaties, het vroegtijdig betrekken van raad en burgers bij initiatieven en bestemmingsplannen, het inrichten van denktanks om met elkaar na te denken over ontwikkelingen die op Vlieland af komen, en dergelijke. Het beleid is dus nogmaals alleen bedoeld om te functioneren binnen het instrumentarium van de Omgevingswet. Het beleid zal wel als vertrekpunt dienen om ook in andere sectoren de goede ervaringen mee te nemen. Daarnaast is duidelijk aangegeven dat er nog zaken verder uitgewerkt gaan worden en dat het een dynamisch proces is. Van elke vorm van participatie wordt geleerd of en in hoeverre die op Vlieland werkt of niet werkt. Al lerende wordt het beleid verder in de toepassing er van benut. Het is de raad die daar voortdurend bij betrokken is.
3. Zienswijze Zienswijze In de zienswijze wordt in eerste aanleg ingegaan op participatie en draagvlak en hetgeen daarover in het ontwerpbeleid is opgenomen. Indiener stelt voor daarover meer duidelijkheid te geven. Het is van belang voor burgers om te weten wat de gemeente met de inbreng doet en of het zin heeft om aan participatie deel te nemen op het moment dat de raad haar eigen beslissingsbevoegdheid voorop stelt. Reactie Het onderscheid tussen participatie en draagvlak is duidelijk in het beleid verwoord. Dit is vooral bedoeld om aan te geven dat het om twee verschillende begrippen gaat. In het dagelijks spraakgebruik worden die begrippen vaak dooreen gehaald. Dat de raad zich nadrukkelijk beroept op haar bevoegdheid om in alle gevallen nog zelf een besluit te nemen, wil niet zeggen dat de raad participatie niet serieus neemt. Dat is wel degelijk zo. De gemeenteraad hecht zeer veel belang aan de betrokkenheid van de burgers en aan goede participatie en zal daar ook in alle gevallen rekening mee houden en de uitkomsten nadrukkelijk betrekken bij haar besluitvorming. Het is echter zo dat een gemeenteraad juist door een samenleving in het leven is geroepen om voor haar de beslissingen te nemen.
Participatie is mede ook bedoeld om de afstand tussen de samenleving en de gemeenteraad te verkleinen, zodat de gemeenteraad besluiten kan nemen met kennis van wat er onder burgers leeft en wat er in de samenleving speelt. Vandaar dat participatie belangrijk is en daarom is het ook belangrijk dat burgers meedoen. Maar als er geen duidelijke uitkomsten zijn die in een bepaalde richting wijzen of als de meningen en gevoelens sterk verdeeld zijn, dan is er de raad die de beslissing neemt. Conclusie De tekst in het beleidsstuk is hierop aangepast. Zienswijze In het beleid wordt gezegd: “Pas als er wezenlijke, inhoudelijke veranderingen in de visie worden aangebracht, is het wenselijk de mening van de samenleving daarover te horen.” Indiener stelt voor met de burgers in discussie te gaan om te peilen hoe de inwoners denken over waar ze graag in zouden willen participeren, en wanneer (of op welk niveau) het niet hoeft. Zo krijgt de gemeente een idee van wat termen als wezenlijk en inhoudelijk werkelijk behelzen en hoe dat leeft onder de mensen. Reactie Met deze zinsnede is bedoeld dat er ongetwijfeld aanpassingen in de visie zullen worden gedaan die puur tekstueel zijn of actualisatie die niets wijzigen aan de inhoud van de visie.
Om te voorkomen dat we voor iedere redactionele aanpassing van de visie de burgers moeten raadplegen, is aangegeven dat die aanpassingen zonder meer worden gedaan. Pas als er getornd wordt aan de inhoud van de visie, zullen burgers gevraagd worden wat ze daarvan vinden. Het is niet wenselijk om op voorhand al in te kaderen waar burgers wel of niet over willen participeren. Los van het feit dat dat op dit moment lastig zo niet ondoenlijk is om dat aan te geven, is het
wenselijk om dat per aanpassing te bekijken en met de gemeenteraad te overleggen om zodoende een goede en passende wijze van betrokkenheid te bewerkstelligen. Conclusie Het beleidsstuk is niet aangepast. Zienswijze Vervolgens wordt er het nodige aangehaald met betrekking tot de communicatie naar burgers toe. Het gaat dan vooral om de wijze waarop besluiten worden gepubliceerd, de uniformiteit van besluiten, de wijze waarop burgers de gemeente kunnen benaderen, en dergelijke. Reactie Deze zienswijzen zien niet direct op het beleidsstuk, maar gaan over andere wijzen van communiceren met burgers. Naast het feit dat in een kleine samenleving als Vlieland de weg naar de gemeente en andersom de weg naar burgers vrij eenvoudig wordt gevonden, zijn in de zienswijzen enkele goede voorstellen gedaan. Deze worden opgepakt. De gemeentelijke organisatie, maar ook de raad zelf is naar aanleiding van de komst van de Omgevingswet bezig om te kijken waar werkwijzen kunnen en moeten worden aangepast. In die zin is de gemeente hier mee bezig en neemt de gemeente de voorstellen van indiener mee in haar overwegingen. Conclusie Het beleidsstuk is niet aangepast. Zienswijze In de zienswijzen wordt ingegaan op de inhoud van de omgevingsvisie en voorgesteld wordt daarbij te kijken naar de wijze waarop de gemeente Leiden daarmee om is gegaan.
Reactie De gemeente is al een eind op weg met de omgevingsvisie. Ook daarbij is een eigen Vlielandse aanpak gevolgd, die past bij de aard en schaal van Vlieland. In het najaar zal de ontwerpvisie ter visie worden gelegd. Voor de totstandkoming van de visie is breed geparticipeerd. De inbreng van burgers is groot geweest en de raad heeft bij het bepalen van denkrichtingen en standpunten nadrukkelijk rekening gehouden met hetgeen is ingebracht. Voor het participatiebeleid leidt deze zienswijze niet tot aanpassingen. Conclusie Het beleidsstuk is niet aangepast. Zienswijze Indiener vraagt wie er in de panels komen en wie gaan meedoen in enquêtes? Bepalen loterijen dat, gaat de Raad stemmen welke burgers waar geplaatst worden, of veranderen bijvoorbeeld de panels voortdurend zodat iedereen aan bod komt? Indiener doet een aantal voorstellen. Reactie Panels en enquêtes zijn voorstellen die in het beleidsstuk zijn gedaan om de inmiddels in gang gezette participatie en het betrekken van de samenleving bij ontwikkelingen en vraagstukken verder te continueren en structureel vorm te geven. Op het moment dat de raad het beleid vaststelt, zal dit verder uitgewerkt worden. Het online platform dat indiener heeft aangereikt, is een voorbeeld dat daarbij als inspiratie kan dienen. De wijze waarop een en ander wordt ingericht, is op dit moment nog niet uitgewerkt.
Conclusie Het beleidsstuk is niet aangepast. Zienswijze Indiener vraagt op welke wijze de raad haar controlerende rol met betrekking tot de visie in gaat richten. Reactie In de omgevingsvisie is duidelijk de ambitie uitgesproken om er een zeer dynamisch document van te maken en de dynamiek ook als uitgangspunt te houden. Dat vergt een bepaalde werkwijze van de raad, een voortdurende
evaluatie en monitoring, maar ook de mogelijkheid om snel actuele ontwikkelingen een plek in de visie te geven. De raad is zich bewust van haar rol en van de kansen die de dynamiek van de visie biedt. Conclusie Het beleidsstuk is niet aangepast. ===