12 Bijlage 1 Aanpassing welstandsnota zonnepanelen.pdf
Tekst van het document
Uit de Herziene Welstandsnota Gemeente Vlieland. Gebied 1: Beschermd Dorpsgezicht Zonnepanelen en zonnecollectoren Traditionele zonnepanelen en –collectoren zijn in het beschermde stads- en dorpsgezicht toegestaan, mits ze niet vanaf de openbare ruimte zichtbaar zijn. Op gebouwen die geen rijksmonument zijn, zijn zonnepanelen en –zonnecellen toegestaan in de vorm van dakpannen of daarmee vergelijkbare systemen, in de kleur van het dakvlak.
Voorstel nieuwe tekst: Zonnepanelen en zonnecollectoren Niet zichtbaar vanuit openbaar gebied Zonne-energiesystemen in de historische omgeving zijn onder voorwaarden mogelijk. Ze zijn mogelijk als het erf of dak cultuurhistorisch minder waardevol of representatief is en als de installatie daarop niet is te zien vanuit openbaar gebied. Dit laatste geldt zowel voor dichtbij als veraf. Onder openbaar gebied vallen de wegen maar ook de openbare paden tussen woningen [glop] en de Waddenzeedijk. Naast zichtbaarheid voor het publiek doet het er ook toe waar de zonne-energie-installatie wordt geplaatst. De invloed ervan op het karakter van het gebouw en de omgeving wordt meestal kleiner als de installatie wordt geplaats op: • het erf, op enige afstand van het gebouw; • platte daken; • cultuurhistorisch minder waardevolle bijgebouwen, zoals tuinbergingen en garages; • cultuurhistorisch minder belangrijke vlakken van schuine daken, zoals vaak aan de achterkant; • nieuwbouw, zoals moderne aanbouwen en serres. De volgorde in de opsomming hiervoor geeft aan waar de beste kansen liggen voor zonne-energie. Vaak is het erf beter dan het gebouw, zijn platte daken beter dan schuine daken en onbelangrijke bijgebouwen beter dan het hoofdgebouw.
Hoe cultuurhistorisch waardevoller of bijzonderder het gebouw of het dak, hoe belangrijker het is om de installatie verderop te plaatsen op het erf of op een minder waardevolle aanbouw of bijgebouw. Plannen voor nieuwbouw bieden vaak uitstekende kansen om zonne-energie toe te passen. Wel zichtbaar vanuit openbaar gebied Is plaatsing uit het zicht niet mogelijk dan is plaatsing op het erf of dakvlak mogelijk onder bepaalde voorwaarden. Om het karakter en de cultuurhistorische waarde zo min mogelijk aan te tasten zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Juiste plaatsingswijze van panelen en collectoren: De installatie blijft zo veel mogelijk uit het zicht en staat op een van de minst waardevolle of kwetsbare delen van het perceel of pand. Plaats collectoren en panelen op het erf in een regelmatige rangschikking en maak de installatie niet te hoog. Plaats de installatie ook laag bij de grond en scherm deze zoveel mogelijk af voor het zicht, bijvoorbeeld met een haag of met ander groen. Op schuine daken steken de collectoren of panelen niet uit voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden. Op schuine daken staan de collectoren of panelen direct op of in het dakvlak, dus zonder een opbouw op het dak. Op schuine daken is de hellingshoek van de collectoren of panelen gelijk aan die van het dak.
Op platte daken is er een relatie tussen het hoogste punt van de collectoren en de positie ten opzichte van de dakrand. De hoogte maat is tevens de minimale maat voor de afstand van plaatsing van de collectoren gemeten vanaf de dakrand. Vervanging of verwijdering is in de toekomst mogelijk zonder blijvende schade aan historische materialen en constructies.
Visuele aspecten van panelen en collectoren:
De reflectie van de collectoren en panelen is zo gering mogelijk en de voorkant heeft een onopvallende kleur of een kleur die is aangepast aan het omringende dak. Hun randen zijn in dezelfde terughoudende kleur (zowel bij collectoren als panelen) en aan de voorkant loopt geen wit blokkenpatroon tussen de zonnecellen (alleen bij panelen). Andere zichtbare onderdelen, zoals kabels, leidingen of bevestigingsmiddelen, steken niet af in glans en kleur.