11 Raadsvoostel en - besluit Budgetten instrumentarium Omgevingswet.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering
: 20 maart 2023
Agendapunt
: 11
Onderwerp
: Overhevelen budgetten Omgevingswet
Zaaknummer
: 284740
Beslispunten 1. Ten laste van de algemene reserve de restant budgetten 2022 van de meerjarige lopende projecten; • Stelpost omgevingswet implementatie • Ruimtelijk kwaliteitsdocument • Omgevingsplan • Cultuurhistorische waarden- en archeologische beleidsadvieskaarten in 2023 opnieuw te ramen (op dit moment gaat het om restantbudgetten met een totaal bedrag van € 147.260). 2. Ten laste van de algemene reserve het restant budget 2022 van Plan Mer voor € 10.000 opnieuw te ramen in 2023. 3. Ten laste van de algemene reserve het budget ruimtelijk kwaliteitsdocument te verhogen met € 15.000. 4. Ten laste van de algemene reserve het budget omgevingsplan te verhogen met € 25.000. 5. De budgetten in te zetten als te verwachten meerwerk binnen de lopende opdrachten en af te zien om hiervoor meerdere offertes op te vragen. Samenvatting In oktober 2022 heeft de gemeenteraad besloten € 50.000 vrij te maken voor het maken van een milieueffectrapportage. Dat geld was beschikbaar vanuit de stelpost implementatie Omgevingswet. Inmiddels is gebleken dat een volledige milieueffectrapportage niet nodig is. Het geld is daarvoor ook niet nodig. Het college stelt de gemeenteraad nu voor om de gelden te gebruiken als extra middelen voor het opstellen van het omgevingsplan en het ruimtelijk kwaliteitsdocument.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan de raad, 1. Aanleiding In oktober 2022 heeft uw gemeenteraad besloten € 50.000 vrij te maken voor het maken van een milieueffectrapportage. Dat geld was beschikbaar vanuit de stelpost implementatie Omgevingswet. In oktober 2022 heeft uw gemeenteraad tevens een Rijksbijdrage uit het Gemeentefonds voor de implementatie van de Omgevingswet aan de stelpost toegevoegd. Inmiddels is gebleken dat een volledige milieueffectrapportage niet nodig is. Het geld is daarvoor ook niet nodig. Er is een start gemaakt met het opstellen van het omgevingsplan, het ruimtelijk kwaliteitsdocument en de mer-beoordeling. In de benodigde werkzaamheden zijn andere keuzes gemaakt en extra stappen gezet die naar alle waarschijnlijkheid meer geld gaan vragen dan nu is vastgelegd op basis van de verstrekte opdrachten. De vraag die in dit voorstel voorligt is in hoeverre de vrijgemaakte gelden kunnen worden ingezet als extra opvang voor het meerwerk aan beide hiervoor genoemde instrumenten. 2. Beoogd resultaat Het beoogd resultaat is het doorwerken en uiteindelijk afronden van het benodigde instrumentarium.
3. Argumenten 1 – 5 Het eerder vrijgemaakte geld kan worden benut voor het verder werken en afronden van de benodigde instrumenten onder Omgevingswet. De budgetten dienen voor het opvangen van te verwachten meerwerk binnen de lopende opdrachten. Uw raad heeft enkele jaren geleden bij het begin van de activiteiten met betrekking tot de naderende Omgevingswet een stelpost voor de implementatie vastgesteld op 150 duizend euro. Dat was een eerste inschatting waarmee we met de implementatie een tijd vooruit konden. In oktober 2022 heeft uw raad daar de Rijksbijdrage voor de implementatie van de Omgevingswet aan toegevoegd. We lopen met de implementatie behoorlijk in de pas en hebben daarvoor nog weinig kosten (in vergelijking met andere gemeenten) gemaakt. Dit komt vooral doordat de interne projectgroep Omgevingswet veel werkzaamheden zelf doet en efficiënt samenwerkt met andere gemeenten en ketenpartners. Er resteert nog altijd een bedrag van ca 116 duizend euro in de stelpost (dat is inclusief de toegevoegde Rijksbijdrage). Het restantbudget van deze stelpost en de restantbudgetten van de Omgevingswet projecten worden jaarlijks overgeheveld naar het volgende boekjaar. Een meerjarenraming voor de Omgevingswet ontbreekt. Vrijgemaakte gelden voor de milieueffectrapportage.
In oktober 2022 heeft uw raad eveneens besloten om voor het opstellen van een milieueffectrapportage € 50.000 uit de stelpost beschikbaar te stellen. Daarbij heeft uw raad wel aangegeven dat minimaal twee bureaus een offerte gevraagd moeten worden. Bij de voorbereidingen die al waren getroffen en het verder uitwerken van de opdracht voor de offerteverzoeken, bleek dat op basis van het geformuleerde beleid in de Omgevingsvisie en de verwachte ontwikkelingen die in het omgevingsplan een plek moeten krijgen, afgezien zou kunnen worden van een volwaardige milieueffectrapportage. Gebleken is dat kan worden volstaan met een mer-beoordeling. Die beoordeling hoeft niet langs de Commissie voor de Mer. De merbeoordeling kan voor ca € 7.300 worden opgesteld. Daarmee resteert een bedrag van ruim € 40.000 van het vrijgemaakte bedrag dat niet aan het daarvoor beoogde doel zal worden besteed. Het benodigde instrumentarium Los van alle systeemgerichte benodigdheden en de instrumenten die lopende de werkingsduur van de Omgevingswet kunnen worden ingezet en benut, is het onder de nieuwe Omgevingswet in ieder geval verplicht om een Omgevingsvisie, een Omgevingsplan (inclusief de mer-beoordeling en de archeologische en cultuurhistorische waardenkaarten) en een nieuw kwaliteitskader (het huidige welstandsbeleid) voor de fysieke leefomgeving op te stellen.
De Omgevingsvisie hebben we al enige tijd geleden grotendeels zelf gemaakt. Met de andere instrumenten hebben we een begin gemaakt. Met uw raad hebben we daar al meerdere inhoudelijke sessies over gehad. Daarvoor zijn opdrachten verstrekt voor het omgevingsplan (24.000, betreft alleen eiland en is exclusief het zee gedeelte, omdat daar gepoogd wordt om dat weer in samenwerking met alle zee gemeenten op te stellen), het ruimtelijk kwaliteitsdocument (24.900) en de mer-beoordeling (7.300). Het kwaliteitsdocument en de mer-beoordeling zijn zeer specialistische stukken waaraan we zelf geen bijdrage kunnen leveren, niet anders dan meedenken, kaders stellen, en dergelijke. Voor beide documenten resteert nog een behoorlijk budget, maar we hebben bijvoorbeeld wel voor het kwaliteitsdocument extra stappen gezet door twee bijeenkomsten, één met de raad en één met de bewoners, voor te bereiden en te organiseren om een beter vertrekpunt te kunnen formuleren. In de opdracht aan Rho adviseurs voor het omgevingsplan is een afspraak vastgelegd dat de gemeentelijke beleidsadviseur fysieke leefomgeving een groot deel van het maken van het plan voor zijn rekening zou gaan nemen. De beleidsadviseur had zelf veel aan plannen gewerkt en was van mening dat er voldoende tijd zou zijn om zelf een groot deel van de werkzaamheden op te pakken.
Daarom kon het bedrag laag worden gehouden en kon specifiek die opdracht ook met Rho adviseurs worden aangegaan. Bovendien konden we dan evenals bij de Omgevingsvisie de inhoud dicht bij ons zelf houden. Inmiddels is gebleken dat de beleidsadviseur die tijd niet heeft in de 20 uren die hij wekelijks voor de gemeente werkzaam is. De overige werkzaamheden vergen meer tijd dan verwacht en met name ook de deelname in allerlei grote programma’s die door het Rijk, de provincie en de gezamenlijke Waddeneilanden
in gang zijn gezet vragen veel tijd. Dat betekent dat een groter deel van de werkzaamheden aan het omgevingsplan aan Rho adviseurs uitbesteed zal moeten worden. Zij hebben binnen de bestaande opdracht al een begin gemaakt met het plan en zijn bezig met het schrijven van regels en het maken van de bijbehorende digitale verbeelding. Er vindt regulier overleg plaats met de gemeente over de voortgang en de te maken inhoudelijke keuzes. Er resteert nog budget binnen de gegeven opdracht waarbinnen zij momenteel voor ons aan het werk zijn, maar het afgesproken bedrag nadert snel. Alles overziende is de verwachting dat het uiteindelijke afronden van de instrumenten voor een deel niet zal lukken binnen de afgesproken bedragen. Wij stellen voor om de opdrachten als meerwerk voort te zetten bij dezelfde partijen en niet in de loop van de werkzaamheden en de processen andere bureaus in te schakelen. Niet alleen frustreert dat de voortgang, ook inhoudelijk leidt dat tot kennisachterstand en inefficiëntie om te komen tot een goed instrumentarium. Bovendien wordt met een bureau een vertrouwensrelatie opgebouwd die ten gunste uitpakt bij de voorrang die je als vaste relatie wordt toegekend, de voortgang van de werkzaamheden die gedaan moeten worden en de afspraken die kunnen worden gemaakt. Bij een nieuw bureau komt de gemeente als nieuwe relatie achteraan in de rij.
Op Terschelling wordt met Rho adviseurs tegelijkertijd gewerkt aan een eerste deel van het omgevingsplan Midsland, wat van begin af aan de mogelijkheid heeft geboden voor kennisuitwisseling en het vergroten van efficiëntie die tot kostenbesparing en het uitwisselen van ervaringen leidt. Ook Ameland en Texel werken samen met Rho adviseurs. Rho adviseurs is op dit moment ook koploper in Nederland voor wat betreft kennis en ervaring op het gebied van omgevingsplannen. Die kennis en ervaring kunnen wij als kleine organisatie goed gebruiken en kan ons veel tijd uit handen nemen. Wij stellen uw raad voor om het restantbudget van de milieueffectrapportage, € 40.000, deels als meerwerk beschikbaar te stellen voor de voortgang van de hiervoor genoemde instrumenten. De overige € 10.000 kunnen dan worden benut voor de mer-beoordeling. 4. Kanttekeningen/risico’s Kanttekening is dat het uiteindelijke geld nog niet voldoende zal zijn voor het op te stellen instrumentarium. In meerdere overleggroepen met de VNG, in de regio en in de provincie is duidelijk dat veel gemeenten worstelen met het nieuwe instrumentarium. Er wordt blijkbaar veel gevraagd, dat nog lastig te overzien is. Bovendien zullen het Rijk en de provincie uiteindelijk nadrukkelijk mee gaan kijken en de wijze waarop zij naar omgevingsplannen kijken is ook nog onduidelijk. De provincie zullen we in een vroeg stadium betrekken.
We hebben op Vlieland samen met uw raad heldere uitgangspunten omtrent de inhoud van het omgevingsplan geformuleerd, maar wellicht zien we zaken over het hoofd. De instrumenten zijn nieuw en vergen misschien toch meer dan eerst gedacht. Dat zullen we pas lopende het proces ervaren, ook voor wat de inhoud betreft. In vergelijking met de andere Waddeneilanden lopen we voorop. Daar staat tegenover dat het ook lastig vergelijken is met andere gemeenten, omdat die veelal veel groter zijn. We hebben dus geen zekerheid dat het ook zal slagen zoals we dat op dit moment voor ogen hebben. We hebben de problematiek van uitstel en de ingewikkeldheid van het nieuwe instrumentarium meermaals met de raad besproken. Ook het feit dat we met het instrumentarium op de rest van de eilanden voorop lopen, betekent dat we binnen dit leerproces verkeerde inschattingen kunnen maken. Dat hoort bij dit nieuwe speelveld waarin we zijn beland en daarover zijn we naar de gemeenteraad voortdurend transparant geweest. Er is evenwel nog voldoende ruimte binnen de stelpost om eventuele extra financiële middelen vrij te maken, mocht daartoe aanleiding bestaan. 5. Uitvoering De uitvoering is gericht op het opstellen en afronden van het benodigde instrumentarium onder de Omgevingswet.
6. Communicatie N.v.t.
7. Financiën In de begroting 2022 zijn een aantal budgetten opgenomen voor de Omgevingswet die nog niet volledig zijn besteed, het gaat om lopende meerjarige projecten die hun doorgang zullen vinden in 2023. Deze restant budgetten maken straks deel uit van het jaarrekeningsaldo dat naar verwachting door een raadsbesluit aan de algemene reserve zal worden toegevoegd (of onttrokken). Deze budgetten kunnen daarom in 2023 opnieuw geraamd worden t.l.v. de algemene reserve. Het gaat op dit moment om restantbudgetten van € 147.260, wellicht wordt dat bedrag door nagekomen facturen nog wat bijgesteld, het werkelijke restantbudget zal dan opnieuw worden geraamd. Daarnaast is er een restantbudget voor Plan Mer wat slechts gedeeltelijk opnieuw geraamd hoeft te worden en moeten de budgetten voor ruimtelijk kwaliteitsdocument en omgevingsplan worden opgehoogd. Omdat het restantbudget voor Plan Mer van € 50.000 ook deel zal gaan uitmaken van het jaarrekeningsaldo kunnen ook deze bedragen t.l.v. de algemene reserve geraamd worden. Het restantbudget van de stelpost Omgevingswet en de restantbudgetten van de Omgevingswet projecten worden jaarlijks overgeheveld naar het volgende boekjaar. Een meerjarenraming voor de Omgevingswet ontbreekt. 8. Juridische Zaken N.v.t.
9. Bijlagen geen
Vlieland, 21 februari 2023 Burgemeester en wethouders van Vlieland, M. Schrier, burgemeester A. Idema, gemeentesecretaris
De raad van de gemeente Vlieland, gelezen: het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 februari 2023 overwegende dat: • na het vaststellen van de omgevingsvisie de gemeente is begonnen met het opstellen en uitwerken van het omgevingsplan, een ruimtelijk kwaliteitsdocument en een mer-beoordeling; • dat veranderingen zijn ontstaan in de eerdere opdrachtverlening, extra stappen in het proces zijn gezet en een andere keuze is gemaakt binnen de opdrachten voor wat betreft het hiervoor genoemde instrumentarium; • dat een eerder vrijgemaakt budget uit de stelpost implementatie Omgevingswet niet nodig is voor hetgeen waarvoor het is vrijgemaakt en derhalve over het overige instrumentarium verdeeld kan worden; gelet op: de Omgevingswet B E S L U I T:
1. Ten laste van de algemene reserve de restant budgetten 2022 van de meerjarige lopende projecten; • Stelpost omgevingswet implementatie • Ruimtelijk kwaliteitsdocument • Omgevingsplan • Cultuur historische waarden en archeologische beleidsadvieskaarten In 2023 opnieuw te ramen (op dit moment gaat het om restantbudgetten met een totaal bedrag van € 147.260). 2. Ten laste van de algemene reserve het restant budget 2022 van Plan Mer slechts voor € 10.000 opnieuw te ramen in 2023. 3. Ten laste van de algemene reserve het budget ruimtelijk kwaliteitsdocument te verhogen met € 15.000. 4. Ten laste van de algemene reserve het budget omgevingsplan te verhogen met € 25.000. 5. De budgetten in te zetten als te verwachten meerwerk binnen de lopende opdrachten en af te zien om hiervoor meerdere offertes op te vragen.
Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 20 maart 2023 de griffier,
de voorzitter,
M.G. Brinksma-Brandenburg
M. Schrier