11 Bijlage 1 Vlieland - Partiële herziening Buitengebied Vlieland.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Vlieland - Partiële herziening Buitengebied Vlieland Vlieland
DATUM IMRO IDN
06-12-2021 NL.IMRO.0096.20180875-VO01
PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20180875
AUTEUR STATUS
voorontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Planologische regeling
9
1.4
Leeswijzer
13
Planbeschrijving
14
2.1
Achtergrond
14
2.2
Huidige situatie
14
2.3
Voorgenomen situatie
15
Hoofdstuk 3
Beleidskader
17
3.1
Rijksbeleid
17
3.2
Provinciaal beleid
18
3.3
Gemeentelijk beleid
20
Milieu- en omgevingsaspecten
22
4.1
Geluid
22
4.2
Bedrijven en milieuzonering
22
4.3
Bodem
23
4.4
Luchtkwaliteit
23
4.5
Ecologie
23
4.6
Archeologie
25
4.7
Cultuurhistorie
25
4.8
Water
25
4.9
Externe veiligheid
26
4.10
Kabels en leidingen
26
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
28
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
29
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29
6.2
Economische uitvoerbaarheid
29
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Bijlagen toelichting
3/110
31
Bijlage 1
Strandnotitie
33
Bijlage 2
Voortoets ecologie
51
Bijlage 3
Watertoets
91
Bijlage 4
Aangepaste bestemming Natuur
95
Regels Hoofdstuk 1
100 Inleidende regels
101
Begrippen
101
Bestemmingsregels
102
Artikel 2
Natuur (Artikel 8)
102
Hoofdstuk 3
Algemene regels
104
Artikel 3
Algemene gebruiksregels (Artikel 20)
104
Artikel 4
Algemene aanduidingsregels (Artikel 21)
105
Overgangs- en slotregels
106
Artikel 5
Overgangsrecht
106
Artikel 6
Slotregel
107
Artikel 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Verbeelding
4/110
109
Toelichting
5/110
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Vlieland heeft een nieuw beleidskader ontwikkeld voor het strandgebruik in de vorm van een strandnotitie. Het in deze notitie opgestelde beleid is vervolgens vergeleken met de regeling van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Vlieland. Hieruit blijkt dat de strandnotitie op enkele onderdelen strijdig is met het huidige bestemmingsplan. Daarnaast is het voornemen om een regeling op te nemen ten aanzien van evenementen op het eiland. Hier is ook een beleidsstuk voor geschreven, wat in dit plan is vertaald. Om het gemeentelijke beleid in overeenstemming te brengen met de juridisch-planologische regeling en om een evenementenregeling op te nemen is het noodzakelijk een herziening van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Vlieland op te stellen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier in.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied betreft het oostelijke deel van het buitengebied van Vlieland. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het gaat hierbij uitsluitend om gronden die zijn gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied. De herziening ziet daarmee niet toe op de camping, het recreatiewoningengebied, het strandpaviljoen, het hotel en andere voorzieningen die buiten die bestemmingsplan vallen. Binnen het plangebied zullen ook enkele aanduidingen worden toegevoegd. Hierover is meer te lezen in paragraaf 2.3. Figuur 1.2 en 1.3 tonen de aanduidingen die aan de verbeelding worden toegevoegd.
6/110
figuur 1.1 Ligging van het plangebied
7/110
Figuur 1.2 Ligging van het oostelijk gelegen te wijzigen bestemmingsplanonderdeel
8/110
Figuur 1.3
1.3
Ligging van de westelijk gelegen te wijzigen bestemmingsplanonderdelen
Planologische regeling
Het plangebied is planologisch geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland, vastgesteld op 27 mei 2013 door de gemeente Vlieland. Het gehele plangebied is in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemmingen 'Bos' en 'Natuur'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' en de gebiedsaanduidingen 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' en 'vrijwaringszone - duin'. In figuur 1.6, 1.7 en 1.8 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven.
9/110
Figuur 1.6 Uitsnede totaal te herzien gebied met geldende bestemmingsplan Buitengebied Vlieland
10/110
Figuur 1.7 Uitsnede Westelijk deel geldende bestemmingsplan Buitengebied Vlieland
11/110
Figuur 1.8 Uitsnede Oostelijk deel geldende bestemmingsplan Buitengebied Vlieland Binnen de bestemming 'Bos' zijn de gronden bestemd voor bos en een ijsbaan ter plaatse van de aanduiding ijsbaan. Ter plaatse dient het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur-, cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden nagestreefd en in beperkte mate voor bosbouw/houtteelt, het dagrecreatief en educatief medegebruik, infrastructurele voorzieningen met inbegrip van voet-, fiets- en ruiterpaden en waterhuishoudkundige doeleinden. Binnen de bestemming 'Natuur' zijn de gronden bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden. In beperkte mate zijn de gronden daarnaast bestemd voor agrarisch medegebruik, dagrecreatief en educatief medegebruik, infrastructurele voorzieningen met inbegrip van voet-, fiets- en ruiterpaden, waterhuishoudkundige doeleinden en zeedefensie. Tevens zijn de daarbijbehorende nutsvoorziening en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan. Binnen de bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd, behalve ter plaatse van een aantal aanduidingen. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterkering met de daarbij behorende bouwwerken en andere werken.
12/110
Op de gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 5 meter. Voor de gronden die zijn aangeduid met de gebiedsaanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' geldt dat de gronden mede bestemd zijn voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater in verband met de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwerden, geen gebouwen zijnde met een hoogte van maximaal 5 meter. Voor de gronden die zijn aangeduid met de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - duin' geldt dat de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede zijn bestemd voor de bescherming van de primaire waterkering. Op of in de gronden binnen deze gebiedsaanduiding zullen geen gebouwen, bijbehorende bouwwerken, overkappingen en andere bouwwerken worden gebouwd, behoudens die zijn toegestaan binnen bestaande bestemmingsvlakken en/of ter plaatse van gegeven aanduidingen. De beoogde ontwikkelingen (zie hoofdstuk 2) binnen de strandnotitie en de evenementen zijn in strijd met de gegeven bestemmingen. Binnen alle gegeven bestemmingen zijn evenementen niet toegelaten.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
13/110
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
De beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. In dit geval is het voornemen om de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met het beleidskader, dat is geschetst in de strandnotitie en om een goede juridisch-planologisch regeling voor evenementen op te nemen.
2.1
Achtergrond
Conform Europese en landelijke regelgeving is in het bestemmingsplan vastgelegd dat menselijke activiteiten op het strand ondergeschikt zijn aan de hoofdfuncties waterkering en natuur. Menselijke activiteiten nemen evenwel toe en ontwikkelen zich. Het strand wordt niet meer alleen gebruikt voor zonnen, zwemmen, wandelen en vissen, maar ook nieuwe vormen van gebruik zoals (kite)surfen en blo-karten zijn in trek. In de afgelopen jaren is aan diverse partijen een vorm van gebruik van het Vlielandse strand toegestaan. Daarbij is het geldende 'standplaatsbeleid' en 'ventbeleid' meestal als (hulp)richtlijn voor de regelgeving genomen. Dit beleid is echter niet specifiek voor het strandgebruik geschreven en levert hier en daar knelpunten op. Bovendien is de tendens dat ondernemers additionele wensen formuleren waardoor regels in bepaalde situaties tekort schieten. Daarom is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen met een duidelijke, passende regeling voor het strandgebruik. Daarnaast vinden op Vlieland jaarlijks verschillende evenementen plaats. Het gaat hierbij onder meer om meerdaagse muziekfestivals, maar ook ééndaagse kleinere festivals. Deze vinden verspreid over het oostelijke deel van het eiland plaats. De locaties van deze festivals veranderen jaarlijks. Op dit moment is er nog geen passende juridisch-planologische regeling die voorziet in deze evenementen.
Daarom is het voornemen om in een nieuw bestemmingsplan een passende regeling voor evenementen op te stellen.
2.2
Huidige situatie
Ten aanzien van de huidige inrichting op het strand zijn het bestemmingsplan en het standplaatsenbeleid de basis geweest. In de huidige situatie zijn meerdere standplaatsvergunningen, ventvergunningen, ontheffingen voor motorvoertuigen op het strand en andere vergunningen en ontheffingen verleend. Standplaatsen en bouwvergunningen Nabij het strandpaviljoen zijn een drietal standplaatsvergunningen verleend voor het innemen van een standplaats op het strand. Het gaat hierbij om: tweemaal opslag ten behoeve van outdoor bedrijven; eenmaal opslag van ligbedden voor ligbeddenverhuur. Op basis van de standplaatsvergunning is het toegestaan om van 1 april tot 1 oktober een opstal in de vorm van een zeecontainer te plaatsen. De ingenomen en toegestane oppervlakten verschillen onderling. Op grond van het huidige standplaatsenbeleid mogen er maximaal drie standplaatsen worden ingenomen omdat de overige standplaatsen in en rondom het dorp zijn benut. Er is echter geen maximum aantal standplaatsen voor het strand
14/110
benoemd. In het standplaatsenbeleid, maar ook in het bestemmingsplan, is geen locatie aangewezen voor de in te nemen standplaatsen. De standplaatshouder mag daarom zelf bepalen waar hij zijn standplaats in gaat nemen. Voor één bedrijf is een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een zeecontainer. Deze omgevingsvergunning is seizoensgebonden en geldt van 1 mei tot en met 15 september. Daarnaast is het iemand vergund om een hekwerk te plaatsen en heeft iemand een vergunning verleend gekregen om een botenrekwagen te plaatsen bij zijn bouwwerk. Er is verder sprake van twee permanente strandbewakingscabines. Deze cabines zijn op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Ventvergunningen Er zijn drie ventvergunningen uitgegeven. Dit is het maximaal toegestane aantal. Bij het venten is het gebruik van een elektrische auto toegestaan. Hiervoor geldt dat maximaal één elektrische auto per vergunning is toegestaan. Er zijn geen maten voor de toegestane auto beschreven, maar er is wel benoemd welke type producten mogen worden aangeboden. Evenementen In de huidige situatie vinden meerdere evenementen per jaar (deels) plaats op het strand van Vlieland en in het buitengebied in het algemeen. Het gaat hierbij om zowel relatief kleine evenementen en eveneens om een grootschalige meerdaags evenement. Dit is niet toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan.
Voor de evenementen zijn dan ook geen locaties aangewezen voor evenementen, evenals dat er geen andere regels zijn omtrent evenementen. Wel worden jaarlijks vergunningen aangevraagd en verleend voor het houden van deze evenementen.
2.3
Voorgenomen situatie
Strandgebruik Na inventarisatie van alle activiteiten en bouwwerken in het kader van de strandnotitie, die is opgenomen als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan, is gebleken dat een aantal bouwwerken en activiteiten, zoals omschreven in paragraaf 2.2, niet passen binnen de huidige juridisch-planologische regeling, zoals vastgelegd in bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Vlieland. Het gaat hierbij om de volgende bouwwerken: twee permanente strandbewakingscabines; een opslag voor tafels, stoelen en een windscherm in de periode van 1 mei tot 1 september; twee opslagen voor sportattributen. Evenementen Het voornemen is om in de voorgenomen situatie te voorzien in een goede juridisch-planologische regeling met betrekking tot het houden van evenementen. Daarop heeft ten eerste een inventarisatie van de evenementen op Vlieland plaatsgevonden. Het gaat zowel om evenementen die plaatsvinden op het strand, en dus in de strandnotitie zijn opgenomen, als om evenementen die (eveneens) op overige gronden in het buitengebied plaatsvinden.
15/110
Daaruit is het volgende overzicht naar voren gekomen: Maximum aantal evenementen per kalenderjaar 3 10, waarvan maximaal 3 in de periode 1 april - 1 november 3, waarvan maximaal 1 in de periode 1 april - 1 november 2 1 1
categorie / type evenement
Aantal dagen / op- en afbouw
categorie A: maximaal 1.200 deelnemers/bezoekers klein strandevenement
Maximaal 1 dag
groot strandevenement categorie A: maximaal 2.000 deelnemers/bezoekers categorie B: maximaal 1.500 bezoekers categorie A: maximaal 7.500 bezoekers
Maximaal 30 dagen per jaar exclusief open afbouwdagen maximaal 21 dagen per jaar exclusief open afbouwdagen maximaal 4 dagen per evenement inclusief op- en afbouwdagen 6 dagen inclusief op- en afbouwdagen 15 dagen inclusief op- en afbouwdagen
Bovenstaande aantallen en groottes van evenementen worden in deze herziening in de regeling opgenomen.
16/110
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen is geen rijksbeleid uit de Nationale Omgevingsvisie van toepassing. Daarmee is het voornemen niet in strijd met het rijksbeleid. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent nationale belangen, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen.
17/110
Het plangebied heeft betrekking op vier nationale belangen uit het Barro: Waddenzee en waddengebied; Kustfundament; Natuurnetwerk Nederland; Defensie. Waddenzee en waddengebied Met dit plan wordt een regeling getroffen voor het Noordzeestrand en voor het oostelijk deel van het eiland voor wat betreft evenementen. Er is geen raakvlak met het gebied van de Waddenzee en het waddengebied. Daarom is geen sprake van strijdigheid met de regeling uit het Barro met betrekking tot de Waddenzee en het Waddengebied. Kustfundament In dit bestemmingsplan wordt rekening gehouden met het kustfundament. Op deze gronden wordt geen nieuwe bebouwing en geen nieuwe voorzieningen mogelijk gemaakt. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de waterkering en is het plan niet in strijd met de regels met betrekking tot het Kustfundament uit het Barro. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. In paragraaf 4.5 is omschreven hoe is omgegaan met de waarden uit het Natuurnetwerk Nederland. Defensie Het plangebied ligt op afstand van een militair oefenterrein op het westelijke gedeelte van Vlieland. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de regels die in het Barro worden gesteld aan dit belang. Duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd.
De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk is, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan wordt ontwikkeld om bestaande voorzieningen en evenementen op een goede wijze juridisch-planologisch te regelen. Daarmee wordt geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan en is dus geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Provincie Fryslân 'De romte diele'
18/110
De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes 1. zuinig ruimtegebruik; 2. omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; 3. koppelen van ambities; 4. gezondheid en veilig; Samenwerkingsprincipes 1. rolbewust; 2. decentraal wat kan; 3. ja, mits; 4. aansluiting zoeken; 5. sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân houdt de leefomgeving vitaal, leefbaar en bereikbaar; 2. Fryslân zet de energietransitie met kracht voort; 3. Fryslân wordt klimaat-adaptief ingericht; 4. Fryslân versterkt de biodiversiteit. De provincie zet in op slimme groei van de gastvrijheidseconomie. Slimme groei betekent inzetten op (cultuur)toeristen die geïnteresseerd zijn in de kwaliteit en identiteit van de provincie, meer jaarrond bezoek in plaats van pieken, en meer bezoek in heel Fryslân. Het vergroenen en circulair maken van de economie is hierbij een belangrijk uitgangspunt. De verwachting is dat het binnenlands toerisme toeneemt en dat het aantal buitenlandse toeristen dat jaarlijks naar Nederland komt in 2030 minimaal is verdubbeld.
Door evenementen een juridisch-planologische basis te geven en door een aantal bestaande bouwwerken op het strand van Vlieland mogelijk te maken, ontstaat meer aantrekkingskracht op het gebied van toerisme en recreatie op Vlieland. Dit verhoogt de kwaliteit op dit gebied en versterkt de gastvrijheidseconomie van het eiland. Daarmee is de herziening in overeenstemming met het provinciale beleid. Het gaat hierbij overigens uitsluitend om het verankeren van bestaande situaties. Feitelijk gezien verandert er dus niets. Daarmee treden ook geen strijdigheden op met het provinciaal beleid. Verordening Romte Fryslân 2014 De Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt regels aan ruimtelijke plannen en projecten. Volgens de begrenzing tussen het buitengebied en het bestaand bebouwd gebied ligt het plangebied buiten het bestaand bebouwd gebied. Hier zijn voornamelijk de natuurwaarden van belang, en wordt ruimte geboden voor recreatie. Met betrekking tot het kustfundament Waddeneilanden is in artikel 8.3 opgenomen:
19/110
1. Ter zake van de herbouw en verbouw van een bestaand bouwwerk in het kustfundament, al dan niet gepaard gaande met een uitbreiding van het grondoppervlak, geldt dat bouw- en gebruiksmogelijkheden die bij recht of ontheffingsbevoegdheid zijn opgenomen in een ruimtelijk plan dat voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening in werking is getreden en onherroepelijk is, mogen worden benut met dien verstande dat een uitbreiding van het bestaande grondoppervlak met ten hoogste 10% in ieder geval is toegestaan. 2. In afwijking van het eerste lid mogen in een ruimtelijk plan voor gronden die in het kustfundament liggen nieuwe en uitbreiding van bestaande bebouwing met meer dan 10% worden toegestaan, mits in de plantoelichting is gemotiveerd dat hierdoor geen belemmering kan ontstaan voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament, hierover advies is gevraagd aan de waterkeringbeheerder en de overige bepalingen van deze verordening voor het oprichten van bebouwing in acht worden genomen. In dit geval worden slechts drie bestaande bouwwerken ten behoeve van opslag en twee bestaande permanente strandbewakingscabines juridisch-planologisch goed geregeld. Omtrent de plaatsing van deze bouwwerken en de mogelijke duur daarvan is voortdurend overleg met Rijkswaterstaat.
Gezien de beperkte omvang van de bouwwerken kan worden gesteld dat dit geen belemmering vormt voor de instandhouding of versterking van het zandige deel van het kustfundament. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de regeling uit artikel 8.3 van de Verordening Romte 2014.
3.3
Gemeentelijk beleid
Strandnotitie gemeente Vlieland De gemeente Vlieland heeft een nieuw beleidskader voor strandgebruik opgesteld in de vorm van de strandnotitie. In de afgelopen jaren is aan diverse partijen een vorm van gebruik van het strand van Vlieland toegestaan middels verleende vergunningen. Dit bestemmingsplan komt voort uit deze strandnotitie, om ervoor te zorgen dat de juridisch-planologische regeling aansluit bij het nieuwe beleidskader. Daarmee is het bestemmingsplan per definitie in overeenstemming met het geldende gemeentelijke beleid zoals verwoord in de strandnotitie. Beleidsregel evenementen in de open lucht Vlieland Op 20 april 2021 is de beleidsregel voor evenementen in de open lucht vastgesteld door de gemeente Vlieland. Hierin worden regels gesteld ten aanzien van evenementen in de open lucht op het eiland. Daarin is onder meer het toegestane aantal en de grootte van de evenementen vastgelegd. Toegestaan wordt: vier evenementen uit categorie A mits deze niet langer duren dan één dag en niet meer dan 1500 deelnemers en/of bezoekers trekken. één evenementen uit categorie A indien het evenement twee dagen duurt en niet meer dan 1500 deelnemers en/of bezoekers trekken. één evenementen uit categorie B indien het evenement inclusief het opbouwen en afbreken drie dagen of langer duurt en niet meer dan 1500 bezoekers trekt.
één evenementen uit categorie B indien het evenement inclusief het opbouwen en afbreken drie dagen of langer duurt (maar nooit langer dan negentien dagen) en meer dan 1500 maar maximaal 7000 bezoekers trekt. geen evenement uit categorie C
20/110
Het totale aantal evenementen uit de A. en B. categorie per jaar bedraagt: maximaal drie in de periode van 1 juli tot 1 oktober. maximaal zeven per kalenderjaar De regels van dit bestemmingsplan zijn in overeenstemming gebracht met deze beleidsregel.
21/110
Hoofdstuk 4
Milieu- en omgevingsaspecten
Voor het plan is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de milieuaspecten en op andere sectorale regelgeving.
4.1
Geluid
Toetsingskader Het aspect 'geluid' gaat over geluidhinder op geluidsgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidzones van toepassing. Als geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Toetsing Met dit bestemmingsplan worden geen geluidgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Ook worden geen wegen aangelegd die geluidzoneringsplichtig zijn. Daarom hoeft geen toetsing aan de Wet geluidhinder plaats te vinden.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. Toetsing Met dit plan worden bestaande voorzieningen en activiteiten juridisch-planologisch gelegaliseerd. Het gaat hierbij om standplaatsen op het strand voor opslag en strandbewakingscabines. Daarnaast wordt de regeling voor evenementen in het plangebied aangepast. Voor wat betreft de standbewakingscabines en standplaatsen voor opslag gelden geen richtafstanden ten opzichte van bedrijfshindergevoelige objecten. Voor evenementen gelden eveneens geen vaste richtafstanden, maar moet een afweging worden gemaakt voor wat betreft de toelaatbaarheid. Daarbij zijn met name de aspecten bereikbaarheid, parkeergelegenheid en geluid van belang.
Deze aspecten worden getoetst bij de vergunningsaanvraag van de betreffende evenementen. Tevens moet in de vergunningsaanvraag een toetsing plaatsvinden aan de verschillende milieuen omgevingsaspecten en de toelaatbaarheid van de locaties en de aard en omvang van het onderdeel van het evenement op die specifieke locaties. Er wordt in elke aanvraag een afweging gemaakt op het gebied van milieuzonering en getoetst aan de richtafstanden Voor dit bestemmingsplan hoeft daarom geen nader
22/110
onderzoek in het kader van milieuzonering uitgevoerd te worden, aangezien dit plaatsvindt in het kader van de vergunningsaanvraag.
4.3
Bodem
Toetsingskader Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd. Toetsing In het plangebied worden geen bodemgevoelige functies gerealiseerd, maar worden slechts bestaande voorzieningen en activiteiten juridisch-planologisch gelegaliseerd. Het bestaande gebruik wordt hiermee voortgezet. Daarom is voor dit bestemmingsplan geen verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.
4.4
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd. In Fryslân zijn geen knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat op Vlieland en in de omgeving sprake is van een zeer goede luchtkwaliteit. Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit plan worden een aantal bestaande standplaatsen op het strand, strandbewakingscabines, ventactiviteiten en evenementen juridisch-planologisch geregeld. Alle voorzieningen en evenementen zijn ook in de huidige situatie al aanwezig. Gezien de aard en omvang van dit bestemmingsplan kan gesteld worden dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
4.5
Ecologie
Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur). De bescherming van gebieden en soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming.
23/110
Gebiedsbescherming In het kader van de gebiedsbescherming is een voortoets uitgevoerd om te onderzoeken wat de gevolgen van de ontwikkelingen zijn voor beschermde natuurgebieden. Deze voortoets is opgenomen als bijlage 2. Daaruit zijn de volgende resultaten naar voren gekomen: Strandactiviteiten en evenementen Significant negatieve effecten op Natura 2000 zullen geheel achterwege blijven indien de beoogde activiteiten alleen worden toegestaan op het strand ten oosten van kmp 48. Dit betekent dat de beoogde kampvuurlocatie nabij het reddingshuisje op de Vliehors niet kan worden toegestaan zonder aanvullend onderzoek, mogelijk een vergunningplicht in het kader van de Wnb alsmede een aanzienlijke handhavingsinspanning; permanente strandbewakingscabines en strandbouwwerken, vliegerlocaties, strandventen en kleine evenementen kunnen worden toegestaan conform de voorstellen in de strandnotitie zonder negatieve effecten op Natura 2000; Grote evenementen hebben mogelijk een verstorend effect op ligplaatsen van zeehonden. Dit effect zal met zekerheid niet significant zijn. Aanbevolen wordt om deze verstoringseffecten tijdens de eerstvolgende grote evenementen in verschillende seizoenen te monitoren; de stikstofdepositie op Natura 2000 blijft onder de grenswaarde zolang het totale aantal verkeersbewegingen (middelzwaar en zwaar) jaarlijks onder de 730 blijft.
Dit komt neer op circa 56 vrachtwagenbewegingen per evenement, dus 28 eenmalige bewegingen. Deze waarde zal naar verwachting nooit overschreden worden. Overige evenementen Evenementen langer dan 3 dagen zijn alleen toegestaan met een geldige, onherroepelijke Wnb-vergunning. Soortenbescherming In het plangebied is geen sprake van de sloop van gebouwen of het kappen van bomen. Bovendien zijn de locaties waar voorzieningen en activiteiten worden gelegaliseerd reeds in gebruik ten behoeve van deze voorzieningen en activiteiten. Op dit deel van het strand broeden geen beschermde vogels. Met dit plan wordt daarom geen afbreuk gedaan aan de leefomgeving van beschermde soorten ten aanzien van de bebouwing die met dit plan wordt toegestaan. In het kader van evenementen wordt in de vergunningsaanvraag te allen tijde een ecologisch onderzoek als eis gesteld. Indien uit dit onderzoek naar voren komt dat nader onderzoek noodzakelijk is of dat maatregelen genomen dienen te worden, zal dit moeten worden nageleefd en wordt dit als voorwaarde aan de vergunningverlening gekoppeld. Nader onderzoek in het kader van dit bestemmingsplan is daarom niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan laat de evenementen enkel toe. De daadwerkelijke benutting daarvan, op welke locatie, in welk jaargetijde en met welke gevolgen, wordt op vergunningenniveau per evenement beoordeeld.
Op voorhand is niet aangetoond dat evenementen in het oostelijk deel van Vlieland niet plaats kunnen vinden.
24/110
4.6
Archeologie
Toetsingskader Met betrekking tot dit aspect is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet van toepassing. De Omgevingswet (nog niet van kracht) vervangt de Monumentenwet voor het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Tot het van kracht worden van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hier blijven ze ongewijzigd van toepassing, zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Toetsing Om uit te wijzen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is, is het FAMKE geraadpleegd. Het FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, voor de steentijd-bronstijd en de ijzertijd-middeleeuwen. Op basis van beide kaarten geldt dat er geen onderzoek noodzakelijk is. Bovendien worden geen ingrepen mogelijk gemaakt waarbij de bodem wordt geroerd. Daarom is in dit geval geen onderzoek naar archeologische waarden noodzakelijk.
4.7
Cultuurhistorie
Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Volgens de gemeentelijke erfgoedvisie en -nota wordt uitgegaan van de Cultuur Historische kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uit maakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden. Daarnaast is gebruik gemaakt van de thematische structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' waarin de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap in Fryslân beschreven zijn. Toetsing Conform de CHK loopt door het plangebied een dijk. Hier wordt geen afbreuk aan gedaan met dit bestemmingsplan. Verder is geen sprake van cultuurhistorische waarden in het plangebied. Nader onderzoek naar cultuurhistorie is niet van toepassing.
4.8
Water
Toetsingskader Deze 'waterparagraaf' bevat de wettelijk verankerde watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. Het plangebied ligt in
25/110
het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. In de Leidraad Watertoets van het Wetterskip staan de uitgangspunten waarmee bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon. Toetsing Het voornemen is via de digitale watertoets voorgelegd aan het Wetterskip Fryslân. Hieruit is naar voren gekomen dat de korte procedure gevolgd moet worden. Met deze herziening worden enkel bestaande bouwwerken ten behoeve van opslag en strandbewaking gelegaliseerd. De regeling voor evenementen staat slechts tijdelijke evenementen toe. Daarom is compensatie niet noodzakelijk. Ten behoeve van evenementen gaat het om tijdelijke verhardingen en bouwwerken die worden gerealiseerd. Gezien de tijdelijkheid heeft dit geen invloed op de waterhuishouding ter plaatse. Voor het overige wordt verwezen naar het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland.
4.9
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes aanwezig zijn die van invloed zijn op dit bestemmingsplan.
4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze
26/110
belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing In en direct rondom het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen die een planologische bescherming genieten en waar rekening mee gehouden moet worden in dit bestemmingsplan. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
27/110
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
In deze herziening zijn enkel de aanpassingen van het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland beschreven. Vanwege de beperkte omvang van de aanpassingen, blijft het moederplan geheel in stand en voegen de in deze herziening opgenomen aanpassingen zich in het moederplan. De herziening blijft een juridisch zelfstandig bestemmingsplan, maar moet gelezen worden in samenhang met het moederplan. In de regels is aangegeven op welke wijze de aanpassingen in de oorspronkelijke bestemming Natuur (artikel 8) gaan gelden. Voor de leesbaarheid is tussen haakjes aangegeven om welk lid- of sublidnummer het gaat. Voor de leesbaarheid is de integrale tekst van de bestemming Natuur in bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. De aanpassingen zijn daarin gearceerd. De aanpassingen in deze herziening moeten als zodanig ingelezen worden in de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland. De plangrens is afgestemd op het terrein waar de evenementen plaats mogen vinden (aanduiding 'evenemententerrein'). Deze evenementen zijn begrensd in aantal, grootte en tijdsduur. In de regeling wordt onderscheid gemaakt tussen 'grote' en 'kleine' evenementen. Binnen dat plangebied zijn ook alle andere onderdelen toegestaan die met deze herziening mogelijk worden gemaakt.
Dit betreffen de aanduidingen 'specifieke vorm van natuur - onderhoud en beheer' en 'specifieke vorm van natuur – strandbewaking' waar respectievelijk de opslaggebouwen en de strandbewakingsgebouwen gebouwd mogen worden. Voor deze bouwwerken zijn in dit bestemmingsplan aanduidingsvlakken opgenomen. De aanduidingsvlakken zijn ruim opgezet, waarbij de oppervlakte van de bouwwerken wordt begrensd in de regels. Binnen het gebied wordt tevens ruimte gebonden voor 3 ventplaatsen. Ter plaatse is detailhandel ten behoeve van strandrecreatie toegestaan. De hiervoor genoemde aanduidingen worden als het ware toegevoegd aan de oorspronkelijk verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland waar de bestemming Natuur van toepassing is. Ook de verbeelding moet dus samen met de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Vlieland worden beschouwd als de juridische planologische situatie van het buitengebied.
28/110
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode is het eenieder mogelijk een inspraakreactie kenbaar te maken. Ook wordt het plan naar de betrokken overlegpartners gestuurd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële uitvoerbaarheid Het initiatief betreft de herziening van het buitengebied om de feitelijke situatie in het plangebied te voorzien van een passende juridisch-planologische regeling. Hierbij vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats. De gemeente is initiatiefnemer en heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. In dit bestemmingsplan wordt alleen de feitelijke situatie juridisch-planologisch geregeld. Daarmee wordt geen
29/110
nieuw bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente is bovendien initiatiefnemer. De grondexploitatieregeling is daarom niet van toepassing.
30/110
Bijlagen toelichting
31/110
32/110
Bijlage 1
33/110
Strandnotitie
Foto: Hans Staphorst Gemeente Vlieland
Versie: 2.0,
Januari 2018
1
Inhoud Doel van de notitie Achtergronden Werkwijze 0. 1. 2. 3. 4.
Inleidende overwegingen Huidige situatie Knelpunten in de huidige situatie Nieuwe situatie: Voorstel tot nieuw beleid Implementatie
Bijlage 1 Bijlage 2 (separaat) Kaart Natura 2000
Versiebeheer Versie 0.9: Versie 0.91:` Versie 1.0: versie 2.0:
Versie: 2.0,
2 2 3 4 5 8 9 15 16
ter beoordeling college ter informatie en beoordeling aan raad versie Raad december 2017 versie Raad januari 2018
Januari 2018
2
Doel van de notitie Deze notitie is bedoeld als voorstel tot een beleidskader voor het strandgebruik. Hoewel het college bevoegd is op basis van de APV regels te stellen wil zij in overleg met de raad een besluit over dit voorstel nemen. Achtergronden De hoofdfuncties van het strand zijn: waterkering en natuur. Menselijke activiteiten zijn - volgens Europese en landelijk vastgestelde regelgeving - onderschikt aan de natuurbelangen en evolueren in de tijd: het strand wordt al lang niet meer alleen gebruik voor zonnen, zwemmen, wandelen en vissen. Steeds nieuwe vormen van gebruik zijn aan de orde, zoals (kite)surfen, blo-karten en meer. In het verleden is aan diverse partijen een vorm van gebruik (menselijke activiteiten) van het Vlielandse strand toegestaan. Daarbij is het geldende “standplaatsbeleid” en “ventbeleid” meestal als (hulp)richtlijn voor de regelgeving genomen. Dit beleid is echter niet specifiek voor het strandgebruik geschreven en levert soms knelpunten op. Bovendien is de tendens dat ondernemers steeds additionele wensen formuleren waardoor regels nog wel eens te kort schieten. De wens van de gemeente Vlieland is om te dereguleren. Dit lijkt in tegenspraak met het formuleren van regels rond het strandgebruik, zeker als regels dreigen te kort te schieten.
In deze notitie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wens om zo min mogelijk regels te gebruiken, maar wordt ook rekening gehouden met de “roep om handhaving”. Publiekrecht en privaatrecht De positie van de gemeente mag niet worden overschat omdat zij niet de enige partij is die regels voor het strandgebruik op stelt. Het strand kent twee eigenaren: Staatsbosbeheer en Rijkswaterstaat. De gemeente is geen eigenaar en gaat enkel over situaties die het publiekrecht (de verhouding tussen burgers en overheid) raken. Staatsbosbeheer (SBB) heeft als grondeigenaar en beheerder vanuit de privaatrechtelijke sfeer (de verhouding tussen personen) ook invloed op alle strandactiviteiten. Zij verhuren de strandgebieden en stellen hiervoor ook regels op. Rijkswaterstaat (RWS) heeft als beheerder ook regels opgesteld (gebaseerd op wetten). Deze regels kunnen die van de gemeente overrulen: zo mogen sommige typen bouwwerken vanwege de gemeenteregels wél blijven staan in de winter, maar omwille van RWS regels moeten de gebouwen ’s winters verwijderd worden van het strand. Dit betekent dat voor het opstellen van beleid voor het strand met verschillende partijen rekening moet worden gehouden. In deze beleidsnotitie wordt getracht om beleidsregels op te stellen die in overeenstemming zijn met de regelgeving van SBB en RWS.
Versie: 2.0,
Januari 2018
3
Werkwijze Voor de totstandkoming van deze beleidsnotitie zijn er inventariserende gesprekken gevoerd met diverse gebruikers en beheerders van het strand. Hierdoor is een goed beeld ontstaan van de huidige situatie, knelpunten en de behoeftes van de gebruikers en beheerders. Onderwerp waren: de huidige situatie, de knelpunten en de wensen over de toekomst. De volgende personen zijn geïnterviewd: Familie List over strandbewaking Harry Jurjens over venten en verhuur strandbedden Orfeus van der Veer over Vlieland Outdoor Centrum Rintsje Bosch over RB Kitesurfing Leon Westers over Strandpaviljoen en beddenverhuur Jan Roelof Witting over eisen van Rijkswaterstaat Jaap Zwartepoorte over ervaringen van de politie Vlieland Jan Smit over APV-vergunningen voor het strand Bianca Verheij over bouwvergunningen omgevingsvergunningen voor het buitengebied; over Natura 2000 Elzo Brink over strandschoonmaak door gemeente Sonja Vrijenhoek, Staatsbosbeheer (grondeigenaar) Familie Nijman, Vliehors Expres Krista Nobel, Stal Edda Marijke Huizinga en Arno Rollingswier, manege De Seeruyter VEBON en SIE organisatie, telefonische informatie Er is deskresearch gedaan op basis van 2 notities: -
Definitieve strandnotitie, P de Bos , 23 augustus 2005 (Terschelling) Beleidsnota Zonering en ontwikkelingskader Strand 2012 (Schouwen-Duiveland)
De notitie is van commentaar voorzien door: -
Versie: 2.0,
Lobke Buren (jurist) Peter Jan Tijdeman (beleidsambtenaar) Jan Kleefstra (interim ambtenaar ruimtelijke ordening)
Januari 2018
4
0. Inleidende overwegingen Het strand van Vlieland is groot, zowel in kilometers lengte als in breedte tussen duin en vloedlijn. Omwille van de afmeting hoeft de gemeente niet rigide te proberen greep te krijgen op de gebruikers en het vierkante meter gebruik. Er is veel “plek” dus het gaat er vooral om “waar” welk gebruik wordt toegestaan. Het strand van Vlieland is mooi en relatief schoon. Het heeft een hoge natuurwaarde. Natura 2000 heeft het bestaande gebruik beschreven en onder meer vastgelegd op een overzichtskaart. Dit is gedaan om de natuurwaarde te kunnen behouden en te kunnen bewaken. De inpasbaarheid van opstallen in de landschappelijke omgeving, de aard van activiteiten die mensen uitvoeren op het strand, de mate van vervuiling; al deze onderwerpen hebben te maken met de natuurwaarde en het behoud hiervan. Duitse als Belgische potentiële kustbezoekers vinden een mooie 1 natuur en schone en veilige stranden het belangrijkst aldus een onderzoek uit 2015 . Door het online gastenonderzoek weten we inmiddels dat een hoog percentage Nederlandse bezoekers van ons eiland “zee en strand, natuur en landschap” noemt als reden om naar Vlieland te gaan.
Figuur: overgenomen uit Eindrapport bezoekersonderzoek Vlieland (2016) Het strand van Vlieland is een publiekstrekker en heeft daarmee ook een belangrijke economische waarde. Dit geldt voor mooi weer-, maar ook voor slecht weersituaties. Omdat toerisme economisch belangrijk is voor Vlieland, moet de toerist ook wat geboden worden. Ook op het strand. Definitie “strand” Onder strand wordt in deze notitie verstaan: de zandvlakte tussen waterlijn en duinvoet en/of voet van de strandovergang aan de Noordzee zijde van het eiland. Dit is iets beperkter dan de definitie die gebruikt wordt in de APV (Algemene Plaatselijke Verordening).
1
Rapportage kustmonitor 2015, p. 26 Onderzoek naar de concurrentiepositie van de Nederlandse kust, kustregio’s, badplaatsen en Waddeneilanden Versie: 2.0,
Januari 2018
5
1. Huidige situatie Ten aanzien van de huidige inrichting op het strand zijn de bestemmingsplannen en het standplaatsenbeleid de basis geweest. Op het strand bij de overgang einde Badweg is het strandpaviljoen ‘Het Badhuys’ gesitueerd. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan waarop later in deze notitie uitgebreider zal worden ingegaan. Strandplaatsen en bouwwerken Nabij het strandpaviljoen zijn een drietal standplaatsvergunningen verleend voor het innemen van een standplaats op het strand. Deze standplaatsen betreffen twee outdoor bedrijven en een ligbeddenverhuur die vanaf hun standplaats hun diensten aanbieden. Op basis van de standplaatsvergunning is het toegestaan om van van 1 april tot 1 oktober een opstal in de vorm van een zeecontainer te plaatsen. De ingenomen/toegestane oppervlakken verschillen. De standplaatsvergunningen worden afgegeven voor de duur van twee jaar. Op grond van het huidige standplaatsenbeleid mogen er maximaal drie standplaatsen worden ingenomen omdat alle de overige standplaatsen in en om het dorp zijn benut. Er is echter geen maximum voor het strand benoemd. In het standplaatsenbeleid is geen locatie aangewezen voor de in te nemen standplaatsen. Dat betekent dat een standplaatshouder dus zelf mag bepalen waar hij een standplaats gaat innemen. Voor één bedrijf is een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een zeecontainer.
Deze omgevingsvergunning is seizoensgebonden en mag geplaatst worden van 1 mei tot en met 15 september. Daarnaast is het iemand vergund om een hekwerk te plaatsen en een ander om een botenrek wagen te plaatsen bij zijn bouwwerk. In de praktijk blijven de standplaatsen en/of bouwwerken in de winter wel eens staan, omdat niet wordt gehandhaafd. Ventvergunningen Er zijn 3 ventvergunningen uitgegeven. Dit is het maximaal toegestane aantal. Bij het venten is het gebruik van een elektrische auto toegestaan en wel 1 per vergunning. Er zijn geen maten voor de toegestane auto beschreven. Er is wel benoemd welk type producten mogen worden aangeboden. Natura 2000 Naast in de gemeentelijke regelgeving is het huidige toegestane strandgebruik vastgelegd in de Natura 2000 wetgeving en de kaart van de Dienst Landelijk Gebied kaartnummer DLGNN2009LJ-0986 d.d. 10 mei 2010. Op deze handige overzichtskaart staat precies aangegeven welke activiteiten waar worden uitgevoerd op het strand en langs het strand op het water. Deze kaart behoort als bijlage bij deze notitie. Klachten Er zijn momenteel geen klachten van toeristen bekend over het strandgebruik, maar het is onbekend of dit komt omdat er geen klachten zijn of omdat deze niet worden gemeld. Er wordt momenteel niet actief navraag gedaan bij de toerist en andere strandgebruikers.
Wensen van ondernemers Er zijn wel wensen van ondernemers om hun huidige bedrijfsvoering verder uit te breiden. Daarnaast spelen er ook perikelen tussen ondernemers. Er zijn in het verleden verschillende typen vergunningen voor activiteiten verleend, terwijl de activiteiten min of meer overeenkomen. Ook is er een geringe
Versie: 2.0,
Januari 2018
6
mate van “rechtsongelijkheid” omdat er ruimte is vergund of is ingenomen. Het betreffen hier minor issues, die echter wel voor onduidelijkheid zorgen. Motorvoertuigen op het strand Het is onduidelijk of het strand een “openbare weg” is in de zin van de Wegenverkeerswet (WvW), althans is er geen jurisprudentie over. Hierdoor is het onduidelijk of een voertuig een kenteken moet hebben en of de chauffeur een rijbewijs moet hebben.
De voormalig procureur generaal van de Hoge Raad J. Remmelink zegt in zijn boek “Hoofdwegen door het verkeersrecht” (Deventer 2000) dat hij zou willen spreken van een “weg” en dat dus de WVW (Wegen Verkeers Wet) van toepassing is. Op basis van artikel 36 WVW is een kenteken verplicht en moet de bestuurder in het bezit zijn van een rijbewijs. Het strand is tevens een “terrein” in de zin van artikel 1 van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WAM) en motorvoertuigen moeten dus voldoen aan de verplichtingen van de WAM (het voertuig moet verzekerd zijn). Motorvoertuigen op het strand: Algemeen Op basis van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening, voorheen: Algemene Politieverordening Vlieland) artikel 5.39 geldt het volgende: Het is verboden om zich gedurende het badseizoen met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, dan wel met een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onder i, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 te bevinden op het strandgedeelte gelegen tussen “Pad van 20” en het noorderlijk havenhoofd bij de jachthaven tussen 08.00 uur en 20.00 uur.
Motorvoertuigen op het strand: Vliehors Expres Het rijden van de Vliehors Expres is gebaseerd op een ontheffing van 23 juni 1988 (op het bepaalde in artikel C38 van de APV) die is herleefd nadat een gemeentelijk intrekkingsbesluit van 2 juli 1991 is vernietigd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (brief 29 oktober 1991). In de ontheffing van 23 juni 1988 staat aangegeven dat ontheffing wordt verleend op het verbod om zich van 1 juni tot 1 september met een motorvoertuig op het strandgedeelte tussen strand overgang Strandhotel en strand overgang Pad van 20 te bevinden. Er staat niet expliciet dat dit maar 1 motorvoertuig mag zijn en het voertuig staat ook niet nader gespecificeerd met een kenteken of ander onderscheidend kenmerk. Er is hierin geen ontheffing verleend voor het gedeelte: tussen duinovergang Strandhotel en Duinovergang Rijkswerkhaven tussen 8.00 en 20.00 uur, waardoor de stalling op het industrieterrein alleen kan worden bereikt buiten dit tijdsinterval. Er is ook geen ontheffing voor het rijden op de openbare weg zonder kenteken voor het gedeelte strand overgang Fortweg naar de stalling en het Pad van Zes (Posthuys naar Strandovergang) Belangrijke beperkende bepalingen in deze ontheffing zijn tevens: -
Versie: 2.0,
Vervoer … mag niet plaatsvinden op (vooraf) geregelde vaste tijden of dagen, er mag geen sprake zijn van een “dienstregeling” Er mogen geen vaste tijden of dagen van vervoer aangekondigd worden door middel van affiches of op welke andere wijze dan ook
Januari 2018
7
De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State heeft in de brief 29 oktober 1991 tevens aangegeven dat van een dienstregeling geen sprake is, als noodzakelijke vertrektijden worden aangekondigd bij gasten van hotels et cetera. De (twee) terreinwagens van de Vliehors Expres hebben geen kenteken en voldoen wellicht niet aan de eisen uit de Wet Personen Vervoer, althans kennen geen personenvervoer registratie. Dat geldt trouwens ook voor soortgelijk vervoer op andere eilanden. Alleen Terschelling heeft een vrachtwagen met kenteken, maar geen personenvervoer registratie. Het is echter de vraag of de Wet Personen Vervoer (WPV) van toepassing is, want deze geldt voor “voor het openbaar vervoer openstaande wegen”; onduidelijk is of het stand hieronder valt. In de WPV staan wel verhelderende definities: bus = motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; Uit het kenteken moet blijken of het voertuig als bus wordt aangemerkt en een rijbewijs D noodzakelijk is (mail politie Fryslân 17-3-2010) Er is echter geen kenteken. Ontheffingen voor korte stukjes rijden op de openbare weg zijn er niet. Het is ook onhelder of er één of twee auto’s mogen rijden. Kampvuren op het strand Op verschillende plaatsen worden regelmatig kampvuren gestookt op het strand.
Camping Stortemelk heeft hiervoor een ontheffing die ze “doorgeven” aan gasten. Maar iedereen weet dat er ook op andere plekken wordt gestookt, zoals aan de havenkop (bruine vloot) of op de Vliehors (Vliehors Expres). Naaktrecreatie op het strand De regels zijn niet bij iedereen bekend maar staan in de APV.
Overleg situatie Er is geen overleg tussen de strandexploitanten, waarin onderlinge knelpunten kunnen worden besproken. Zo kunne blo-karts nog wel eens hinderlijk en gevaarlijk zijn voor paardrijders. Als je hier onderling afspraken over maakt is dat punt snel opgelost.
Versie: 2.0,
Januari 2018
8
2. Knelpunten in de huidige situatie Uit de gevoerde gesprekken zijn de onderstaande knelpunten naar voren gekomen. 1.
Er ontstaan steeds meer wensen bij de ondernemers, zoals uitbreiding van opstallen, uitbreiding van activiteiten, uitbreiding van assortiment of plaatsen van reclameborden. Hieraan gerelateerd ontstaat de neiging meer regels te formuleren, om dit soort ontwikkelingen te kunnen blijven stroomlijnen.
2.
Er is onduidelijkheid over de richtlijnen bij de ondernemers: wat is wel/niet toegestaan, wie gaat over wat en welke regel zorgt ervoor dat andere regels worden overruled? Mag je met 1 ventvergunning 2 ventkarren gebruiken? Zijn er meer ventvergunningen mogelijk?
3.
Er is enige rechtsongelijkheid tussen de ondernemers, althans zo wordt het beleefd. Het betreft met name de ingenomen vierkante meters, maar ook andere vergunde rechten.
4.
Er is onduidelijkheid over kampvuren: mogen ze nu wel of mogen ze niet? In de praktijk vinden ze wel plaats en klagen geïnterviewde personen over achtergebleven rommel en gevaarlijk glaswerk. Het beleid van de gemeente was altijd: geen kampvuren. Alleen camping Stortemelk heeft een ontheffing, die ze “doorgeven” aan hun gasten.
5.
Men klaagt enerzijds over gebrek aan handhaving, anderzijds omzeilt men zelf ook wel eens een regel.
6.
Er doen zich soms nieuwe zaken (wensen, activiteiten) voor die niet eerder aan de orde waren. Deze zijn nauwelijks of niet te voorspellen (drones, wie had 10 jaar gelden bedacht dat deze zouden bestaan?). Hoe ga je hier mee om?
7.
Er is onduidelijkheid rond de status van het strand als openbare weg en derhalve rond de Vliehors Expres en de eisen die hier juridisch aan te stellen zijn.
8.
Naaktrecreatie regels niet bekend
9.
De locatie van een vergunninghouder met strandstoelenverhuur wordt momenteel aangevochten door de eigenaar van het Badhuys. Een procedure loopt bij de rechtbank Noord Nederland en de uitslag is niet bekend op het moment van vaststelling van deze notitie. Afhankelijk van de uitkomst, kan er dus een wijziging op de notitie nodig zijn in de toekomst. Nu wordt er uitgegaan van continuering van de huidige locatie.