10 raadsvoorstel wijziging GR Sozawe vlieland.docx
Tekst van het document
Raadsvergadering
: 11 oktober 2021
Agendapunt
: 10
Onderwerp
: Gewijzigde GR Dienst SoZaWe Noard West Fryslân
Beslispunten 1. Uw college toestemming te verlenen de gewijzigde gemeenschappelijke Regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noard West Fryslân vast te stellen.
Samenvatting
Vorig jaar is besloten tot omvorming van de gemeenschappelijke regeling (GR) Sociale Dienst NWF in een GR Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). Voor de vier deelnemende gemeenten de regeling is per 01-01-2021 van kracht en alle betrokken partijen geven sindsdien vorm en inhoud aan deze nieuwe samenwerkingsrelatie. Voor haar werkzaamheden heeft de BVO een koppeling nodig met de Basis Registratie Personen (BRP) ter verificatie van gegevens. De Rijksdienst voor identiteitsgegevens (RvIG) heeft geconstateerd dat de BVO formeel niet meer gebruik mag maken van deze koppeling. De RvIG heeft de BVO dispensatie verleend om te komen tot een rechtsgeldige oplossing. De uitvoering dient in plaats van gemandateerd, te worden gedelegeerd aan de BVO. Door de juridische oplossing wordt de uitvoeringsverantwoordelijkheid verplaatst van de gemeenten naar de BVO. Er is nu een nieuwe regeling opgesteld die enerzijds de BVO weer in staat stelt rechtsgeldig gebruik te maken van de BRP-koppeling, en anderzijds rekening houdt met de door de deelnemende gemeenten eerder meegegeven uitgangspunten ten aanzien van de wens en noodzakelijkheid meer grip te hebben op het sociaal domein. Er zijn ook aanpassingen doorgevoerd die aansluiten bij de (gewijzigde) wetgeving, waaronder de Wet gemeenschappelijke regeling en de Gemeentewet, maar ook toekomstige wetgeving.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan de raad, 1. Aanleiding Per 1 januari is de gemeenschappelijke regeling van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (verder: de Dienst) gewijzigd. Reden van deze wijziging was om de Dienst om te vormen naar een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO). Het doel was om de beleidsvorming -en bepaling op het gebied
van het Sociaal Domein nadrukkelijker terug te leggen bij de deelnemende gemeenten. Die nieuwe regeling is per 01-01-2021 van kracht en alle betrokken partijen geven sindsdien vorm en inhoud aan deze nieuwe samenwerkingsrelatie. De regeling zoals hij nu geldt beoogd dus het beleid en de toegang (WMO/Jeugdwet) bij de gemeente neer te leggen, en met name de uitvoeringstaken/administratie, via een mandaatconstructie bij de BVO. Duidelijk is geworden dat dat mandaat zorgt voor uitvoeringsproblemen. Het blijkt dat op grond van de huidig geldende regeling dat de Dienst niet meer zelfstandig de BRP-koppeling (basisregistratie persoonsgegevens) kan bevragen/gebruiken voor die gemandateerde taken en bevoegdheden. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) heeft voor dit lopende jaar de Dienst nog dispensatie verleend. Het wegvallen van de BRP-koppeling lijkt een detail, echter het heeft verstrekkende gevolgen voor alle processen en dienstverlening richting de burger. Voorbeelden van mogelijke problemen die kunnen ontstaan zijn: de beschikkingen worden naar het verkeerde adres gestuurd (datalek), de verkeerde gemeente betaalt voor de voorziening, de voorziening wordt niet beëindigd terwijl daar wel aanleiding voor is, de verkeerde klantgegevens gaan naar de aanbieders. Deze uitvoeringsproblemen zijn uiteraard ongewenst.
Ze leiden tot het overhevelen van taken van de Dienst naar de gemeenten, omleidingen, meerwerk, enzovoort. Dat komt de kwaliteit en integraliteit van de uitvoering niet ten goede. Dat was niet de bedoeling van het omvormingsproces. De huidige regeling moet dus worden aangepast, zodanig dat de Dienst haar autorisaties conform BRP wet -en regelgeving kan gebruiken én dat de uitgangspunten zoals ze beoogd waren met de wijziging van 1 januari in stand blijven. 2. Beoogd resultaat Voorliggend voorstel voorkomt uitvoeringsproblemen in de klantprocessen. Dit doordat de Dienst blijvend gebruikt kan maken en een BRP-koppeling.
3. Argumenten 1.1 De colleges hebben toestemming van uw raad nodig om de regeling te wijzigen. De colleges zijn bevoegd om de regeling vast te stellen, zij kunnen dit echter niet doen zonder toestemming van uw raad. 4. Analyse Aan een ter zake kundige externe partij (PROOF Adviseurs) is de vraag voorgelegd welke juridische- en/of technische wijzigingen een mogelijke oplossing bieden. PROOF Adviseurs heeft daarvoor een memo (bijlage 2.) opgesteld, waarin één juridische oplossing en twee technische oplossingen worden aangedragen. Oplossingsrichtingen 1. Als juridische oplossing is aangedragen het huidige mandaat om te vormen naar delegatie. 2. Als eerste technische oplossing is aangedragen de Dienst middels een besluit van de minister als ‘derde’ via de gemeenten of zelfstandig toegang te laten krijgen tot de BRP-koppeling. 3. Als tweede technische oplossing is aangedragen de Dienst middels Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI) via Suwinet toegang tot de benodigde gegevens te laten krijgen. Ad 2. De kans om als derde via de gemeenten of zelfstandig toegang te krijgen tot de BRP-koppeling blijkt in
de praktijk nihil. Daarnaast zou elke aan het samenwerkingsverband deelnemende gemeente een eigen, aparte BRP-aansluiting moeten krijgen. Privacywetgeving verplicht bovendien om het aantal informatieaanvragen per gemeente inzichtelijk te kunnen maken. De technische realisatie van een dergelijk systeem is kostbaar. Ook vraagt het veel meer onderhoud. Technisch werkt deze oplossing ook niet met de huidige backoffice applicatie. Ad 3. Suwinet zou gebruikt kunnen worden voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet om de gegevens vanuit de gemeentelijke basisadministratie bij de gemeente te kunnen opvragen. Uit nader onderzoek en navraag bij BKWI blijkt echter dat het raadplegen van Suwinet wettelijk niet is toegestaan in het kader van de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Daarmee valt deze oplossingsrichting dus ook af. Ad 1. Daardoor blijft de juridische oplossing over. Het aanpassen van de GR dus. De uitvoering dient in plaats van gemandateerd, te worden gedelegeerd aan de BVO. Door de juridische oplossing wordt de uitvoeringsverantwoordelijkheid verplaatst van de gemeenten naar de Dienst. De Dienst kan als verantwoordelijke de BRP-koppeling blijven gebruiken. Daarmee worden het concrete uitvoeringsprobleem ten aanzien van de BRP-koppeling en ook de overige uitvoeringsproblemen opgelost.
Ook wordt een einde gemaakt aan het gedifferentieerde model (delegatie én mandaat) van de huidige gemeenschappelijke regeling (zie bijlage 2, memo PROOF-adviseurs). Dat komt de kwaliteit en integraliteit van de uitvoering ten goede. In het licht van de bovenstaande juridische oplossing is de gemeenschappelijke regeling aangepast. Die is te vinden in bijlage 3. Belangrijk is dat de uitgangpunten die aan de basis stonden van de wijziging van de GR per 1 januari 2021 blijven behouden. De belangrijkste wijziging betreft artikel 4. Toch zijn ook nog een aantal andere artikelen aangepast. De GR is in zijn geheel doorgelicht en toekomstbestendig gemaakt. Zo zijn bijvoorbeeld de artikelen 16 en 17 aangepast vooruitlopend op de nieuwe wet Gemeenschappelijke Regelingen. Doublures zijn uit teksten gehaald, bijvoorbeeld bij artikel 13. Artikel 26 is gewijzigd omdat de wet Elektronische publicaties in juli dit jaar in werking is getreden. Een helder overzicht is opgenomen in bijlage 4. De oude regeling en de nieuwe regeling zijn hier naast elkaar gezet en de wijzigingen zijn toegelicht in de rechterkolom. De wijzigingen die nodig zijn om het hierboven beschreven probleem op te lossen zijn in geel weergegeven, de overige wijzigingen zijn in blauw weergegeven. Daar waar geen wijzigingen hebben plaatsgevonden staat dat ook (in groen) vermeld.
Formele begroting Dienst De begrotingsbedragen voor voorzieningen in de Wmo en Jeugdwet worden samengesteld op basis van door de gemeenten vastgesteld beleid en gemeentelijke wensen. Tegelijk is het zo dat de voorliggende wijziging van de GR betekent dat de Dienst weer formeel begrotingen opstelt waarin de door de gemeente vastgestelde bedragen voor de voorzieningen Wmo en Jeugdwet zijn verwerkt. De gemeenteraden en colleges gaan over het brede budget van het sociale domein; dus over een veel ruimer gebied dan alleen de door de Dienst verwerkte voorzieningen. De bedragen in de Dienstbegroting en -jaarrekening maken onderdeel uit van dat brede budget. In de nieuwe regeling is ook opgenomen dat de begroting en jaarrekening door het bestuur van de Dienst unaniem worden vastgesteld. Daarmee blijft gemeentelijke consensus dus voorwaarde voor het vaststellen van die financiële stukken. Wat (terug-)verschuift is het feit dat de Dienst weer verantwoordelijk is voor de rechtmatigheid van de uitgaven. Dus de verantwoordelijkheid voor het beschikken, bestellen en betalen, ligt ook voor de accountantscontrole, volledig bij de Dienst als back-office.
5. Uitvoering Na toestemming van uw raad, kan de regeling door uw college worden vastgesteld.
6. Communicatie Na instemming van de raad wordt de gemeenschappelijke regeling gepubliceerd.
7. Financiën Het voorstel heeft los van procedurele gevolgen, geen directe financiële gevolgen.
8. Juridische Zaken Wet gemeenschappelijke Regelingen Gemeentewet 9. Bijlagen Bijlage 1: brief RvIG Bijlage 2: memo PROOF-adviseurs Bijlage 3: Gemeenschappelijke regeling BVO per 01-01-2022 Bijlage 4: Was-Wordt overzicht GR met toelichting per artikel Vlieland, 28 september 2021 Burgemeester en wethouders van Vlieland, M. Schrier, burgemeester A. Idema, gemeentesecretaris
De raad van de gemeente Vlieland, gelezen: het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 september 2021 overwegende dat: gelet op: B E S L U I T: 1. Het college toestemming te verlenen de gewijzigde gemeenschappelijke Regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noard West Fryslan vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de raad van de gemeente Vlieland in zijn openbare vergadering van 11 oktober 2021 de griffier,
de voorzitter,
M.G. Brinksma-Brandenburg
M. Schrier