10 bijlage 4 Wijzigingstabel GR oud-nieuw met toelichting.pdf
Tekst van het document
Huidig info
artikel
lid
sub
Huidige tekst
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Begripsomschrijvingen
Hoofdstuk 2: Belang, taak en bevoegdheden Belang
artikel
lid
sub Nieuwe tekst
Toelichting
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen 1.
Deze regeling verstaat onder: a.
Bedrijfsvoeringsorganisati e
Nieuw info
2.
3.
Begripsomschrijvingen
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
b.
De Wetten: • De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 ; • De Participatiewet; • De Jeugdwet; • Het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004; • De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; • De Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; • De Wet Kinderopvang met uitzondering van de kwaliteitscontrole en het bijhouden van het register als bedoeld in artikel 3 van deze wet; • De Wet Inburgering; • De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; • De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; • De uitvoering van overige wetten op het terrein van sociale zekerheid, gesubsidieerde arbeid, maatschappelijke zorg en jeugdzorg waarvan de uitvoering aan de gemeentebesturen al dan niet in medebewind is opgedragen, zoals deze wetten en regelingen nu luiden of gaan luiden in de toekomst, hieronder worden mede begrepen verordeningen, overige algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels van de deelnemende gemeenten. De regeling: deze gemeenschappelijke regeling.
b.
c.
De deelnemende gemeenten: Harlingen, Terschelling, Vlieland en Waadhoeke.
c.
d.
De werknemer: de werknemer die met de dienst een arbeidsovereenkomst is aangegaan, overeenkomstig artikel 1:1 cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties.
d. Dienst: de bedrijfsvoeringsorganisatie Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân.
e.
Gedeputeerde Staten: gedeputeerde staten van de Provinsje Fryslân.
e.
gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provinsje Fryslân.
f.
De Wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
f.
g.
Het college: het college van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten als bedoeld onder sub c.
g.
regeling: de Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân 2022. werknemer: de persoon die met de Dienst een arbeidsovereenkomst is aangegaan, overeenkomstig artikel 1:1 cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties.
h.
De dienst: de bedrijfsvoeringsorganisatie Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân.
h. wetten; i. De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; ii. De Participatiewet; iii. De Jeugdwet; iv. Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; v. De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; vi. De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen; vii. De Wet kinderopvang, uitsluitend voor wat betreft het bepaalde in artikel 1:13 van die wet; viii. De Wet inburgering, uitsluitend voor wat betreft de organisatie en uitvoering van participatie en integratie van de inburgeraar; xi. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; x. De Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
i.
het bestuur: het bestuur van de dienst.
1.
Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd in Franeker (gemeente Waadhoeke).
2.
Het werkgebied van de Dienst omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
De Dienst behartigt de belangen van de colleges met betrekking tot sturing en beheersing van ondersteunende processen en uitvoeringstaken op het gebied van de wetten, voor zover die zijn opgedragen aan de colleges en voor zover de colleges die belangen voor wat betreft ondersteunende processen en uitvoeringstaken hebben op- of overgedragen aan de Dienst.
a.
bestuur: het bestuur van de Dienst.
De begrippenlijst is teruggebracht tot alleen de relevante begrippen. De wetten die uitgevoerd worden door de Dienst zijn gedefinieerd. In de vorige versie werd ook de Wet gemeenschappelijke regelingen gedefinieerd (de wet). Om onduidelijkheden te voorkomen is dit in de nieuwe versie weggelaten. Daar waar verwezen wordt naar de Wet gemeenschappelijke regelingen, wordt de wet voluit geschreven. Verder hebben er geen inhoudelijke wijzigingen plaatsgevonden, slechts tekstuele wijzigingen. Namen van wetten zijn aangepast aan de officiële citeerwijze van de betreffende wetten.
Bedrijfsvoeringsorganisatie
Hoofdstuk 2: Belang, taken en bevoegdheden Belang
2.
3.
colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten. deelnemende gemeenten: Harlingen, Terschelling, Vlieland en Waadhoek.
1.
Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd in Franeker (gemeente Waadhoeke).
Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen plaatsgevonden
2.
Het werkgebied van de Dienst omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten.
Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen plaatsgevonden
1.
De Dienst behartigt de belangen van de colleges met betrekking tot sturing en beheersing Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen plaatsgevonden van ondersteunende processen en uitvoeringstaken op het gebied van de wetten, voor zover die zijn opgedragen aan de colleges en voor zover de colleges die belangen voor wat betreft ondersteunende processen en uitvoeringstaken hebben op- of overgedragen aan de Dienst.
Taken en bevoegdheden
4.
1.
Ter uitvoering van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang, dragen de colleges van de deelnemende gemeenten aan de dienst alle ondersteunende en uitvoerende taken op die aan de colleges toekomen op grond van de wetten, met inachtneming van het bepaalde in de leden 2-13 van dit artikel.
Taken en bevoegdheden
4
1
Ter uitvoering van het in artikel 3 van de regeling genoemde belang, dragen de colleges aan Artikel 4 is in de nieuwe versie grotendeels gewijzigd. Voorheen werd uitgegaan van een het bestuur alle taken over die aan de colleges toekomen op grond van de wetten. hybride model. Dit betekent dat taken en bevoegdheden middels delegatie werden overgedragen, dan wel gemandateerd. In de voorgestelde regeling is dit hybride model vervangen (zie algemene toelichting) en wordt er uitgegaan van delegatie. De gemeenten blijven de toegang Wmo en Jeugdwet regelen (via de Gebiedsteams). Juridisch dient die uitoefening in ieder geval via mandaat van het bestuur van de Dienst geregeld te worden, waarna het vervolgens nader uitgewerkt kan worden in een Dienstverleningsovereenkomst.
2.
Tot de uitvoerende taken horen niet: • het vaststellen van de begroting voor het sociaal domein; • het vaststellen van beleid op basis van de wetten; • Het evalueren van beleid; • De uitvoering van de toegang tot Jeugdwet- en maatwerkvoorzieningen op basis van de Wet Maatschappelijke ondersteuning.
2
In afwijking van lid 1 behoren het vaststellen en evalueren van beleid op basis van de wetten niet tot de overgedragen taken.
3
De colleges dragen de uitvoering van de Participatiewet, en het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte zelfstandigen over aan de dienst voor welke uitvoering het bestuur volledig verantwoordelijk is, met in achtneming van lid 2;
3.
De colleges doen mededeling aan het bestuur van alle relevante informatie die voor de uitvoering van dit artikel van belang is.
4.
De deelnemende colleges mandateren aan het bestuur de bevoegdheid tot ondertekening van besluiten ter uitvoering van alle andere wetten als bedoeld in artikel 1 onder a.
4.
De Dienst zal de uitvoering van de in de vorige leden van dit artikel omschreven taken zoveel als mogelijk verrichten met andere instanties die (mede) belast zijn met de uitvoering van de wet- en regelgeving op de terreinen van de sociale zekerheid, maatschappelijke zorg en gesubsidieerde arbeid.
5.
Het bestuur is bevoegd voor de uitvoering van de taken als bedoeld in lid 4 ondermandaat te verlenen aan de directeur of aan andere medewerkers van de dienst; Het bestuur houdt een overzicht bij van de besluiten die zij neemt ter uitvoering van het mandaat als bedoeld in lid 4 van dit artikel;
1.
Het bestuur wordt gevormd door leden van de colleges. Elk college wijst uit zijn midden één Inhoudelijk lid aan tijdens is de deaanwijzing eerste vergadering van plaatsen van gewijzigd. de collegeperiode. Tekstueel klopt dit niet. Om die reden is lid 7 geherformuleerd.
6. 7.
Het bestuur bereidt de besluitvorming op bezwaar en (hoger) beroep voor.
8.
Voor zover het gaat om bezwaren die betrekking hebben op de wetten die de dienst in mandaat ondertekent (lid 4), beslist het betrokken college.
9. 10.
De deelnemende gemeenten doen mededeling aan de dienst van bij hen in voorbereiding zijnde besluiten, maatregelen, en dit beleid die omschreven voor de De dienst zal de uitvoering van de in de vorigeplannen leden van artikel taken zoveel als mogelijk verrichten met andere instanties die (mede) belast zijn met de uitvoering van de wet- en regelgeving op de terreinen van de sociale zekerheid, maatschappelijke zorg en gesubsidieerde arbeid.
11.
De dienst voert rechtmatigheidscontroles uit voor de wetten genoemd in artikel 1 onder a en rapporteert en adviseert daarover aan de colleges van de deelnemende gemeenten.
12.
De dienst bereidt de besluitvorming voor met betrekking tot de afhandeling van klachten en verzoeken in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur voor zover het betreft de in het kader van de in de vorige leden van dit artikel omschreven taken. De dienst past de Algemene Verordening Gegevensbescherming toe.
13.
Hoofdstuk 3: Bestuur Samenstelling bestuur
Enkele aandachtspunten: - Belangrijk is artikel 4 lid 2. Hier is geregeld dat het vaststellen en evalueren van beleid niet wordt overgedragen aan de dienst. Beleidsregels vallen hier niet onder. Beleidsregels hebben op basis van de Awb een aparte status. De bevoegdheid tot het vaststellen van beleidsregels kan niet worden overgedragen. Het normale begrip beleid en het juridische begrip beleidsregels hebben een verschillende betekenis. Onder het eerste vallen alle beleidskeuzes, ook degene die externe werking hebben (lees: burgers direct raken). In verordeningen en nadere regels worden dus beleidskeuzes gemaakt door de gemeentebesturen. Die bevoegdheid blijft ook bij de gemeentebesturen. Binnen de algemene regels heeft de beschikkingsbevoegde (de Dienst) beleidsruimte om eigen afwegingen te maken. Daarover kunnen regels worden gesteld, en dat zijn beleidsregels. Die gaan dus over de toepassing van een reeds bestaande en ingekaderde bevoegdheid en kunnen geen nieuwe verplichtingen voor burgers creëren. De bevoegdheid om beleidsregels komt altijd toe aan het beschikkingsbevoegde orgaan, dat is dus het bestuur van de Dienst (art. 4:81 lid 1 Awb). Omdat het bestuur van de Dienst zijn bevoegdheid slechts overgedragen heeft gekregen van het college van burgemeester en wethouders, mag óók het college van burgemeester en wethouders beleidsregels geven (art. 4:81 lid 1 en art.
10:16 lid 1 Awb). Die beleidsregels gaan voor op die van het bestuur van de Dienst. Met beleidsregels van het college kan de beleidsruimte van de Dienst dus verder worden ingeperkt.
Hoofdstuk 3: Bestuur 5.
1.
Het bestuur wordt gevormd door leden van de colleges van de deelnemende gemeenten. Elk college wijst één lid uit zijn midden aan tijdens de eerste vergadering van de collegeperiode.
Samenstelling bestuur
5.
2.
De leden worden aangewezen voor een tijdvak dat gelijk is aan de zittingsperiode van het betreffende college.
2.
De leden worden aangewezen voor het tijdvak dat gelijk is aan de zittingsperiode van het betreffende college.
3.
Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met het bestaan van een verbintenis op grond waarvan iemand tegen betaling werkzaamheden verricht voor een deelnemende gemeente of de dienst, anders dan voor de werkzaamheden als bestuurder.
3.
Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met het bestaan van een verbintenis op grond waarvan iemand tegen betaling werkzaamheden verricht voor een deelnemende gemeente of de Dienst, anders dan voor de werkzaamheden als lid van het college of het bestuur.
4.
Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mee aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het bestuur.
4.
Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Het lid deelt dit mee aan het college dat hem heeft aangewezen en aan het Bestuur.
Verder geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstuele aanpassingen.
De voorzitter
6.
5.
Een lid van het bestuur kan door het college, die dit lid heeft aangewezen, als lid van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
5.
Een lid van het bestuur kan door het college, dat dit lid heeft aangewezen, als lid van het bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het college niet meer bezit.
6.
In een situatie als bedoeld in lid 4 blijft het lid de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen
6.
In een situatie als bedoeld in lid 4 blijft het lid de functie waarnemen totdat een opvolger is aangewezen.
7.
De aanwijzing van plaatsen die zijn opengevallen, vindt plaats door het college dat het aangaat, binnen een maand na dat openvallen.
7.
Indien tussentijds een vacature in het bestuur ontstaat, wijst het betreffende college binnen één maand een nieuw lid aan.
8.
Het bestuur kan op uitnodiging adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen.
8.
Het bestuur kan adviseurs aan zijn vergaderingen laten deelnemen.
1.
Het bestuur wijst tijdens de eerste vergadering uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. Het voorzitterschap is roulerend en wordt bij toerbeurt door een van hen uitgevoerd. Het voorzitterschap is gelijk aan de collegeperiode van 4 jaar.
1.
Het bestuur wijst tijdens de eerste vergadering uit zijn midden een voorzitter en een Bij een bedrijfsvoeringsorganisatie komt de bevoegdheid toe aan het bestuur van de plaatsvervangend voorzitter aan voor een periode van vier jaar. De voorzitter kan niet twee Dienst om de organisatie in en buiten rechte te vertegenwoordigen. Dit in tegenstelling tot perioden achtereen van dezelfde gemeente afkomstig zijn. een openbaar lichaam, waar de voorzitter hiertoe bevoegd is. Om deze reden zijn zowel het oude lid 4 als lid 5 niet meer van toepassing. Mocht het bestuur de voorzitter willen machtigen, dan moet het bestuur daartoe zelf een besluit nemen. Dat kan niet bij de gemeenschappelijke regeling geregeld worden, al is het maar omdat het bestuur geen partij is bij de gemeenschappelijke regeling.
De voorzitter
6.
Ten aanzien van lid 1 heeft er een verduidelijking plaatsgevonden. Eens in de vier jaar wordt de voorzitter opnieuw aangewezen. Daarbij is voorheen afgesproken dat het voorzitterschap roulerend is. Dit betekent dat een voorzitter na de periode van vier jaar afkomstig is vanuit één van de andere deelnemende gemeenten.
2. 3. 4.
Werkwijze van het bestuur
7
5.
In gedingen of bij rechtshandelingen met de deelnemende gemeente, tot welk bestuur de voorzitter behoort, wordt de dienst vertegenwoordigd door de plaatsvervangend voorzitter, met in achtneming van artikel 20 lid 1 onder a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
1.
Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak de voorzitter dit nodig oordeelt, of indien tenminste twee van de leden, met opgave van redenen, daarom schriftelijk verzoeken.
2.
8.
2. 3.
Werkwijze van het bestuur
7.
De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en leidt deze vergaderingen. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.
1.
Het bestuur vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak de voorzitter dit nodig acht, of indien tenminste twee van de leden hierom onder schriftelijke opgave verzoeken.
De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergaderingen.
2.
De voorzitter belegt de vergaderingen en bepaalt de plaats en het tijdstip van de vergaderingen.
3.
De leden en adviseurs worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste acht dagen van tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen.
3.
De leden worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste acht dagen van tevoren, met gelijktijdige toezending van de agenda, schriftelijk ter vergadering opgeroepen.
4.
Bij verhindering van de voorzitter in het bestuur wordt deze vervangen door een plaatsvervangend voorzitter. Een vergadering van het bestuur wordt niet geopend voordat meer dan de helft van de zitting hebbende leden aanwezig is. Als dit niet het geval is, wordt door de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering uitgeschreven.
4.
Bij verhindering van de voorzitter in het bestuur wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter. Een vergadering van het bestuur wordt niet geopend voordat meer dan de helft van de zitting hebbende leden aanwezig is. Als dit niet het geval is, wordt door de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering uitgeschreven.
6.
De leden van het bestuur zijn, wanneer belangen van personen en/of onderdelen van de dienst daardoor kunnen worden geschaad, tegenover derden, waaronder niet wordt begrepen de colleges, tot geheimhouding verplicht van al hetgeen hen in de uitoefening van hun functie bekend wordt.
6.
Ten aanzien van het beraadslagen en besluiten is artikel 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
7.
Ten aanzien van het beraadslagen en besluiten is artikel 28 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
1.
De leden van het bestuur hebben de volgende stemverhouding: Waadhoeke 3 stemmen, Harlingen 2 stemmen, Terschelling 1 stem en Vlieland 1 stem.
1.
De leden van het bestuur hebben de volgende stemverhouding: Waadhoeke 3 stemmen, Harlingen 2 stemmen, Terschelling 1 stem en Vlieland 1 stem.
5.
Stemmen en besluitvorming
De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en leidt deze vergaderingen. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. De voorzitter vertegenwoordigt de dienst in en buiten rechte. De voorzitter kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem schriftelijk aan te wijzen gemachtigde.
5.
Stemmen en besluitvorming
8.
De verplichting tot geheimhouding is uitputtend geregeld in artikel 2:5 van de Awb. Om die reden is ervoor gekozen om het oude lid 6 weg te laten, zodat er geen onduidelijkheden of verschillen tussen de bepalingen kunnen ontstaan. Daarbij geldt ook dat een geheimhoudingsregeling in een gemeenschappelijke regeling niet derogeert aan o.a. de Wet openbarheid van bestuur of andere wettelijke verplichtingen tot het geven van inlichtingen en deze bepaling in de gemeenschappelijke regeling zodoende weinig toevoegt.
Als er sprake is van een negatief besluit, is dat natuurlijk ook een beslissing. Lid 3 is in oversteenstemming met de Gemeentewet aangepast. Daarnaast is het procedureel omslachtig om te stemmen over de vraag of je gaat stemmen (bij personen), waarbij het stemmen unaniem moet zijn. Deze procedure is weggelaten. Wordt er gestemd, dan direct over het onderwerp waarvoor gestemd moet worden.
2.
In de vergadering van het bestuur worden alle besluiten genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
2.
In de vergadering van het bestuur worden alle besluiten genomen bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in de regeling anders is bepaald.
Openbaarheid vergaderingen
9.
Reglement van orde
10.
Verantwoording en informatieplicht
11.
3. 4.
Wanneer de stemmen staken komt er geen besluit tot stand. Wanneer ten aanzien van zaken geen der leden stemming vraagt, wordt aangenomen dat conform het voorstel is besloten. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dient steeds tot stemming te worden overgegaan, tenzij het bestuur unaniem besluit van stemming af te zien. Als dan wordt, evenals ten aanzien van zaken, aangenomen dat conform het voorstel is besloten.
3. 4.
Wanneer de stemmen over een voorstel staken is het voorstel verworpen. Wanneer ten aanzien van zaken geen van de leden stemming vraagt, is het voorstel aangenomen. Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen dient steeds tot stemming te worden overgegaan.
5.
Indien tot stemming wordt overgegaan, wordt over alle zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, bij gesloten en ondertekende briefjes. Daarbij wordt de stemverhouding als aangegeven in het eerste lid in acht genomen.
5.
Indien tot stemming wordt overgegaan, wordt over alle zaken mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, doch bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen, bij gesloten en ondertekende briefjes. Daarbij wordt de stemverhouding als aangegeven in het eerste lid in acht genomen.
1.
De vergaderingen van het bestuur zijn in beginsel niet openbaar, voor zover het bestuur niet anders heeft bepaald.
2.
Het bestuur maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen, voor zover het besluiten bevat die openbaar zijn, openbaar in het Blad Gemeenschappelijke Regelingen.
3.
Op grond van belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur betreffende geheimhouding omtrent de inhoud van stukken, is het bepaalde van artikel 23 lid 1 tot en met 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van overeenkomstige toepassing.
Openbaarheid van vergaderingen geldt niet bij een bedrijfsvoeringsorganisatie. De geheimhoudingsplicht op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen geldt alleen voor openbare lichamen. Bij de bedrijfsvoeringsorganisatie is de wob van toepassing. Het is niet mogelijk om geheimhouding apart op te leggen, omdat er geen verplichting is tot openbaarmaking. Immers, openbaarheid van vergaderingen is niet van toepassing.
Reglement van orde
9.
1.
Een lid van het bestuur is aan het college, die dit lid heeft aangewezen, en zijn gemeenteraad verantwoording schuldig voor wat betreft het door hem gevoerde beleid.
Verantwoording en informatieplicht
10.
2.
Het bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden.
Geen wijzigingen.
1.
Een lid van het bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen en zijn Geen inhoudelijke wijzigingen, slechts tekstueel en aanpassingen in de structuur en gemeenteraad verantwoording schuldig over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. opbouw van het artikel.
Een lid van het bestuur verstrekt aan het college die dit lid heeft aangewezen, dan wel zijn gemeenteraad alle inlichtingen waarom door een of meer leden van het college of deverstrekt gemeenteraad Het bestuur aan dewordt radenverzocht. van de deelnemende gemeenten alle door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
2.
Een lid van het bestuur verstrekt aan het college die dit lid heeft aangewezen, dan wel zijn gemeenteraad, alle inlichtingen waarom door een of meer leden van het college of de gemeenteraad wordt verzocht. als bedoeld in het eerste lid geschiedt op de wijze zoals Het afleggen van verantwoording door het college respectievelijk de gemeenteraad wordt bepaald.
Het afleggen van verantwoording als bedoeld in het eerste lid geschiedt op de wijze zoals door het college respectievelijk gemeenteraad wordt bepaald. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend. De vragen worden binnen 30 dagen na ontvangst schriftelijk beantwoord. Deze termijn kan met ten hoogste 30 dagen worden verlengd, in dat geval wordt hiervan kennisgeving gedaan aan de indiener(s). De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht aan de colleges van de deelnemende gemeenten.
4.
6.
De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht aan de colleges van de deelnemende gemeenten.
7.
Het bestuur is verplicht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en/of het provinciebestuur deze van bericht en raad te dienen over zaken die de regeling betreffen.
7.
Het bestuur is verplicht op verzoek van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of het provinciebestuur deze van bericht en raad te dienen over zaken die de regeling betreffen.
1.
Aan het bestuur behoren onder meer de volgende taken en bevoegdheden:
4. 5.
6.
12.
Gehele artikel is komen te vervallen.
Het bestuur kan een reglement van orde vaststellen voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden.
3.
Taken/bevoegdheden van het bestuur
Openbaarheid vergaderingen
a.
Het vaststellen, wijzigen of intrekken van reglementen;
b.
Het vaststellen van de begroting en de begrotingswijzigingen en het vaststellen van de jaarrekening van de dienst, zulks met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 6 van deze regeling; Het vaststellen van de jaarlijks door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen; Hetzij op verzoek, hetzij uit eigen beweging, advies uitbrengen aan de deelnemende gemeenten, over zaken betreffende de dienst; Het nemen van conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte en het doen wat nodig is ter voorkoming van verlies of verjaring van recht of bezit;
c. d. e.
f.
Het beheren van de inkomsten en de uitgaven van de dienst;
g.
De zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijke beheer en de administratie;
h.
Het aangaan van geldleningen en het uitlenen van gelden, voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
i.
Het aangaan van rekening-courant overeenkomsten, op grond van bij afzonderlijk besluit vastgestelde maximum kredietbedragen; Het aangaan van arbeidsovereenkomsten, het schorsen en ontslaan van personeel van de dienst;
j.
3.
5.
Taken/bevoegdheden van het bestuur
Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend. De vragen worden binnen 30 dagen na ontvangst schriftelijk beantwoord. Deze termijn kan met ten hoogste 30 dagen worden verlengd, in dat geval wordt hiervan kennis gegeven aan de indiener(s).
Het gehele artikel is komen te vervallen. De opsomming van bevoegdheden van het bestuur zijn logisch bij een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam. Immers, dan is er sprake van een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Echter, de bedrijfsvoeringsorganisatie kent maar één bestuursorgaan. Alle bevoegdheden behoren toe aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Er is geen onderverdeling van toepassing. Om die reden is artikel 12 komen te vervallen.
k. l.
Het vaststellen van de voorwaarden en de instructies voor personeel dat werkzaam is bij de dienst; De aan- en verkoop van onroerende zaken, voor zover de financiële lasten door de begroting worden gedekt;
m.
Het namens de colleges aangaan van overeenkomsten met zorgaanbieders.
n.
Het aangaan van andere overeenkomsten noodzakelijk ter uitvoering van het in artikel 3 genoemde belang.
Hoofdstuk 4: Vergoedingen
Vergoedingen
Hoofdstuk 5: Personele organisatie Ambtelijke apparaat en directeur
Directeur/secretaris
Hoofdstuk 4: Vergoedingen
13
1.
Reis- en verblijfskosten gemaakt als bestuurslid van de dDienst worden door de deelnemende gemeente die het lid vertegenwoordigt vergoed op basis van de in de betreffende gemeente geldende reis- en verblijfskostenregeling.
Vergoedingen
11.
1.
Reis- en verblijfskosten gemaakt als bestuurslid van de dDienst worden door de deelnemende gemeente die het lid vertegenwoordigt vergoed op basis van de in de betreffende gemeente geldende reis- en verblijfskostenregeling.
Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen.
14
1.
De Dienst heeft personeel werknemers met aan het hoofd de directeur.
Ambtelijke apparaat en directeur
12
1.
De Dienst heeft personeel werknemers met aan het hoofd de directeur.
Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen.
15.
1.
Het bestuur van de dienst wordt bijgestaan door een directeur. Hij heeft in de vergaderingen van het bestuur een adviserende stem.Het bestuur van de dienst wordt bijgestaan door een directeur. Hij heeft in de vergaderingen van het bestuur een adviserende stem. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van de dienst
Directeur/secretaris
13.
1.
Het bestuur wordt bijgestaan door de directeur. Hij heeft in de vergaderingen van het bestuur een adviserende stem.
De dubbelingen in het artikel zijn weggelaten. Om die reden zijn enkele leden samengevoegd tot één lid.
2.
De directeur is belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur en de dagelijkse leiding van de Dienst.
2.
3.
Het bestuur beslist over het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de directeur.
3.
Het bestuur is belast met het nemen van beslissingen ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst met de directeur.
4.
Het bestuur is belast met het nemen van beslissingen ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst met de directeur.
4.
De directeur is tevens secretaris van het bestuur.
5.
De directeur vervult zijn functie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen instructie/ statuut, waarin zijn taken en bevoegdheden zijn geregeld.
5.
De secretaris ondertekent met de voorzitter alle stukken die van het bestuur uitgaan
6.
De directeur is tevens secretaris van het bestuur.
6.
De secretaris draagt zorg voor verslaglegging van de vergaderingen van het bestuur.
7.
De secretaris vervult zijn functie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen instructie, waarin zijn taken en bevoegdheden zijn geregeld.
7.
Bij afwezigheid of ontstentenis van de secretaris wordt hij vervangen door de plaatsvervangend secretaris. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris, tevens in de functie van directeur.
8.
De secretaris staat het bestuur bij in de uitvoering van de opgedragen taak.
8.
De directeur vervult zijn functie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen instructie, waarin zijn taken en bevoegdheden zijn geregeld.
9.
De directeur is belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur.
9.
10.
De secretaris draagt zorg voor de verslaglegging van de vergaderingen van het bestuur.
10.
11.
De secretaris ondertekent met de voorzitter alle stukken die van het bestuur uitgaan.
11.
12.
Bij afwezigheid of ontstentenis van de secretaris wordt hij vervangen door de plaatsvervangend secretaris. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris.
12.
13.
De directeur is ondergeschikt aan het bestuur en uit dien hoofde verantwoording verschuldigd ten aanzien van de uitoefening van zijn functie.
13.
Overig personeel
16.
1.
2.
3.
Het bestuur kan personeel aanstellen, schorsen en ontslaan. Het bestuur draagt zorg voor een lidmaatschap van de werkgeversvereniging voor gemeenschappelijke regelingen en volgt voor het personeel de cao-afspraken die voor deze vereniging worden gemaakt. Het bestuur stelt, na overeenstemming van het georganiseerd overleg, een rechtspositie- en arbeidsvoorwaardenregeling vast die op het personeel van de dienst van toepassing is.
Begroting
1.
Het bestuur kan werknemers aannemen, schorsen en ontslaan. Het bestuur draagt zorg voor een lidmaatschap van de werkgeversvereniging voor gemeenschappelijke regelingen en volgt voor het personeel de cao-afspraken die voor deze vereniging worden gemaakt.
Met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren worden ambtenaren niet meer aangesteld, maar hebben ze een arbeidsovereenkomst gekregen per 1 januari 2020.
2.
Het bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur van de dienst voor arbeidsovereenkomsten beneden het functieniveau 12.
1.
Het bestuur stelt regels vast ter zake van van het financieel beleid, het financiële beheer en Geen inhoudelijke en tekstuele wijzigingen. de inrichting van de financiële organisatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 212 Gemeentewet.
2.
Het bestuur stelt regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Het overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het bestuur zendt voor de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen Met de aankondiging van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen verschuiven de genoemde datum de algemene financiële en beleidsmatige kaders en een door het bestuur data omtrent de begroting. Om die reden wordt er in de regeling verwezen naar de wet en vastgestelde ontwerpbegroting toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. niet naar specifieke data, zodat de regeling niet volgend jaar opnieuw aangepast hoeft te worden. De beleidsmatige kaders zoals door de besturen van de deelnemende gemeenten vastgesteld, worden tijdig aan het bestuur gezonden. De financiële impact van de beleidsmatige kaders wordt vervolgens door de Dienst verwerkt in de begroting.
Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen
17.
18
1.
Het bestuur stelt regels vast ter zake van van het financieel beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie overeenkomstig het bepaalde in artikel 212 Gemeentewet.
2.
Het bestuur stelt regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Het overeenkomstig het bepaalde in artikel 213 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
1.
Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders, een door het bestuur vastgestelde ontwerpbegroting en de voorlopige jaarrekening vergezeld van een behoorlijke toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De beleidsmatige kaders zoals door de besturen van de deelnemende gemeenten vastgesteld, worden tijdig aan het bestuur gezonden. De financiële impact van de beleidsmatige kaders wordt vervolgens door de Dienst verwerkt in de begroting.
2.
3.
19.
Voorschriften financieel beheer
Begroting
15.
16.
2.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het bestuur hun zienswijzen kenbaar maken, binnen acht weken na toezending van de ontwerpbegroting. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze zienswijzen en voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting. Het bestuur stelt de begroting, zo nodig en mogelijk met verwerking van de zienswijzen van de deelnemende gemeenten, uiterlijk 10 juli vast.
3.
5.
Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan Gedeputeerde Staten.
5.
Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval voor de in artikel 34 lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum, toe aan gedeputeerde staten.
6.
Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt en in dat geval het zenden aan Gedeputeerde Staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te vinden.
6.
Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting met dien verstande dat wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt en in dat geval hoeft het zenden aan gedeputeerde staten niet voor de in de vorige lid bedoelde datum plaats te vinden.
1.
Het bestuur zendt de voorlopige jaarrekening, vergezeld van een behoorlijke toelichting, voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting geldt, aan de raden van de deelnemende gemeenten.
1.
2.
Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2.
Het bestuur zendt de voorlopige jaarrekening vergezeld van een behoorlijke toelichting Ook hier zijn de data n.a.v. de beoogde wijziging van de Wet gemeenschappelijke voor de in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum, aan de regelingen vervangen door verwijzingen naar die wet. raden van de deelnemende gemeenten. In navolging van de begroting is ook unanimiteit voor de jaarrekening vereist om zo maximale sturing vanuit de deelnemende gemeenten te hebben. Het bestuur stelt de jaarrekening unaniem vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
3.
Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
3.
Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval voor de in artikel 34 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemde datum, aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
4.
Vaststelling van de jaarrekening strekt het bestuur en de directeur tot décharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
4.
Vaststelling van de jaarrekening strekt tot décharge van het bestuur en de directeur behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
5.
In de jaarrekening wordt voor elk van de deelnemende gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt onder verrekening van de eventuele vergoedingen voor diensten die de gemeente aan de dienst heeft geleverd.
5.
In de jaarrekening wordt voor elk van de deelnemende gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt.
4.
Jaarrekening
14.
Het bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directeur van de dienst voor arbeidsovereenkomsten met ambtenaren beneden het functieniveau 12.
Hoofdstuk 6: Financiële bepalingen
Voorschriften financeel beheer
Overige werknemers
4.
Jaarrekening
17.
De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het bestuur hun zienswijzen kenbaar Ten aanzien van de wijziging in lid 3 is het niet nodig om ook nog de zienswijzen bij maken over de ontwerpbegroting, binnen de termijn genoemd in artikel 35 lid 1 van de ontwerpbegroting toe te voegen, omdat deze reeds in het bezit zijn van het bestuur. Wet gemeenschappelijke regelingen. Het bestuur reageert gemotiveerd op deze zienswijzen. Het bestuur stelt de begroting, zo nodig en mogelijk met verwerking van de zienswijzen van Ten aanzien van lid 4 is de datum van 10 juli komen te vervallen. Dit is in lijn met de de deelnemende gemeenten, unaniem vast. aanstaande wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De begroting moet unaniem worden vastgesteld, om zo de sturing vanuit de deelnemende gemeentebesturen zo optimaal mogelijk te maken. Zij kunnen op die manier in beginsel geen kosten opgelegd krijgen waarmee zij niet hebben ingestemd.
Bijdragen deelnemende gemeenten
20.
1.
In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de dienst. Op de gemeentelijke bijdrage wordt de vergoeding voor eventuele diensten van een gemeente aan de dienst in mindering gebracht.
2.
3.
21.
1.
1.In de begroting wordt aangegeven welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van de Dienst.
De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
2.
2.De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Dienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
De bedrijfsvoeringskosten die de dienst aan de gemeenten toerekent, worden door middel van een verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld:
3.
3.De kosten die de Dienst aan de deelnemende gemeenten toerekent, bestaan uit directe en indirecte kosten: a.
ii.
Voor het bepalen van het inwonertal, het aantal voorzieningen en het aantal uitkeringsgerechtigden geldt 1 januari van het betreffende boekjaar als peildatum.
b. b.Indirecte kosten: deze kosten betreffen de bedrijfsvoeringskosten van de Dienst. De kosten worden op basis van een verdeelsleutel toegerekend aan de gemeenten. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing:
iii.
Alle extra bedrijfsvoeringskosten van de dienst, die worden veroorzaakt door vastgesteld gemeentelijk beleid, dat afwijkt van het door de beleidspool voorgestelde beleid in Noordwest Friesland, worden door de dienst aan de betreffende gemeente doorberekend.
i.
30% wordt verrekend onder de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente en 70% wordt verrekend onder de gemeenten naar rato van het aantal voorzieningen dan wel uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Na afloop van elk kalenderjaar vindt tussen de dienst en de deelnemende gemeenten een definitieve afrekening plaats van:
ii.
ii.Voor het bepalen van het inwonertal, het aantal voorzieningen en het aantal uitkeringsgerechtigden geldt 1 januari van het betreffende boekjaar als peildatum.
a.Directe kosten: deze kosten worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt.
a.
Middelen inzake de uitvoering van de Wetten zoals genoemd in artikel 1a (de “programmalasten”)
4.
4.Eventuele specifieke middelen uit fondsen en doeluitkeringen die door het Rijk aan de gemeenten worden verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee de Dienst is belast, worden door de Dienst beheerd.
b.
De gerealiseerde bedrijfsvoeringskosten.
5.
5.Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het bestuur.
5.
Eventuele specifieke middelen uit fondsen en doeluitkeringen die door het Rijk aan de gemeenten worden verstrekt, bedoeld voor de uitvoering van taken waarmee de dienst is belast, worden door de dienst beheerd.
6.
Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de gemeenten plaatsvindt, beslist het bestuur.
6.
Kennelijke onbillijkheden die uit de toepassing van dit artikel voortvloeien, worden ter beslissing voorgelegd aan het bestuur.
7.
Over wijzigingen met betrekking tot de wijze waarop verrekening met de gemeenten plaatsvindt, beslist het bestuur.
1.
De geldmiddelen van de dienst bestaan uit:
1.
De geldmiddelen van de dienst bestaan uit:
Samenstelling gelden
19.
a.
middelen ten behoeve van de uitvoering van de wetten zoals genoemd in artikel 1a;
a.
b.
middelen ten behoeve van de bedrijfsvoeringskosten zoals genoemd in artikel 20.
b. middelen ten behoeve van de bedrijfsvoeringskosten zoals genoemd in artikel 18 van deze regeling.
2.
De middelen ten behoeve van de uitvoering van de wetten worden per deelnemende gemeente beschikbaar gesteld op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze middelen zullen jaarlijks voor het begrotingsjaar worden geraamd en per maandelijks voorschot ter beschikking worden gesteld.
3.
De middelen benodigd ter dekking van de bedrijfsvoeringskosten worden jaarlijks voor het begrotingsjaar begroot en worden op basis van de begroting maandelijks door de deelnemende gemeenten bevoorschot.
Aanvullend op de verdeelsystematiek van de bedrijfsvoeringskosten is de verdeelsystematiek van de programmalasten opgenomen. Deze systematiek is grotendeels gebaseerd op de verdeelsystematiek van de vorige versie.
De bedrijfsvoeringskosten worden op basis van een verdeelsleutel toegerekend aan de gemeenten. 30% wordt verrekend onder de gemeenten naar rato van het aantal inwoners per gemeente en 70% naar rato van het aantal voorzieningen dan wel uitkeringsgerechtigden per gemeente.
Hoofdstuk 7: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Toetreding
18.
i.
4.
Samenstelling gelden
Bijdrage deelnemende gemeenten
Het voormalig lid 3 is in de nieuwe versie niet meer van toepassing. Verder hebben er geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen plaatsgevonden.
middelen ten behoeve van de uitvoering van de wetten; artikel 1a;
2.
De middelen ten behoeve van de uitvoering van de wetten en de bedrijfsvoeringskosten van de Dienst worden per deelnemende gemeente beschikbaar gesteld op basis van de daadwerkelijke uitgaven. Deze middelen zullen jaarlijks voor het begrotingsjaar door de Dienst worden geraamd en als voorschot ter beschikking worden gesteld.
1.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek aan het bestuur.
Hoofdstuk 7: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing 22.
1.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek aan het bestuur van de Ddienst.
Toetreding
20.
Geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen.
Uittreding
Wijziging
Opheffing en liquidatie
Geschillen
23.
24
25.
26.
2.
Het bestuur stuurt het verzoek als bedoeld in lid 1 zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twee maanden na binnenkomst ervan door aan de colleges. van de deelnemende gemeenten. Het bestuur brengt een advies uit aan de colleges over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.
2.
Het bestuur stuurt het verzoek als bedoeld in lid 1 zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen twee maanden na binnenkomst ervan door aan de colleges.. Het bestuur brengt een advies uit aan de colleges over de toetreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden.
3.
De toetreding vindt plaats indien alle colleges van de deelnemende gemeenten daarmee kunnen instemmen. De betreffende colleges kunnen pas instemmen met toestemming van de betreffende raden.
3.
De toetreding vindt plaats indien alle colleges daarmee kunnen instemmen. De betreffende colleges kunnen pas instemmen met toestemming van de betreffende raden
1.
Het college van een van de deelnemende gemeenten kan tot uittreding besluiten.
1.
Een college kan tot uittreding besluiten.
2.
Van het besluit als bedoeld in lid 1 geeft het betreffende college uiterlijk drie kalendermaanden voor het einde van het kalenderjaar kennis aan het Bbestuur.
2.
Van het besluit als bedoeld in lid 1 geeft het betreffende college uiterlijk drie maanden voor het einde van het kalenderjaar kennis aan het bestuur.
3.
De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het bestuur van het besluit als bedoeld in lid 1 in kennis is gesteld.
3.
4.
De financiële schade die door uittreding aan de Ddienst is toegebracht, inclusief de hierdoor ontstane kosten voor boventalligheid en ontslagvergoedingen, wordt aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.
4.
5.
Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in lid 4 wordt door het bestuur en de Ddiens enhet betreffende college de uittredende gemeente gezamenlijk een advies gevraagd aan een onafhankelijke deskundige. Het advies van de deskundige is voor partijen bindend, onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen..
5.
Voor de vaststelling van de financiële schade als bedoeld in lid 4 wordt door het bestuur en het betreffende college gezamenlijk een advies gevraagd aan een onafhankelijke deskundige. Het advies van de deskundige is voor partijen bindend, onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
1.
Wijziging van de regeling kan worden voorgesteld door een college.
1.
Wijziging van de regeling kan worden voorgesteld door een college of door het bestuur.
2.
Een wijziging van de regeling behoeft instemming van alle colleges en de goedkeuring van de raden van de deelnemende gemeenten.
2.
Een wijziging van de regeling behoeft instemming van alle colleges na verkregen toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten.
3.
De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gewijzigde regeling conform artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend is gemaakt, tenzij het wijzigingsbesluit anders bepaalt.
3.
De wijziging treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gewijzigde regeling conform artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend is gemaakt, tenzij het wijzigingsbesluit anders bepaalt.
1.
De regeling kan worden opgeheven indien alle colleges van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten.
1.
De regeling kan worden opgeheven indien alle colleges daartoe besluiten.
2.
Het liquidatieplan wordt door het bestuur, gehoord de collegesdeelnemende gemeenten, vastgesteld.
2.
Het liquidatieplan wordt door het bestuur, gehoord de colleges, vastgesteld.
3.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.
3.
Het liquidatieplan voorziet in de verplichtingen van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing.
4.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
4.
Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel.
5.
Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
5.
Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
6.
Het bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
6.
Het bestuur blijft ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
Geschillen omtrent de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling tussen de deelnemende colleges onderling of tussen deelnemende colleges en het bestuur worden overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen behandeld.
Uittreding
Begroting
Opheffing en liquidatie
Geschillen
21.
22.
23.
24.
Inhoudelijk is de verwijzing naar artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen toegevoegd. Het advies van een onafhankelijke deskundige blijft politiek bindend voor partijen, onverminderd het bepaalde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Partijen behouden het recht om in administratief beroep en beroep bij de De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar bestuursrechter te gaan. Dit recht kan met het bindend advies niet worden weggenomen. waarin het bestuur van het besluit als bedoeld in lid 1 in kennis is gesteld. Verder tekstuele wijzigingen. De financiële schade die door uittreding aan de Dienst is toegebracht, inclusief de hierdoor ontstane kosten voor boventalligheid en ontslagvergoedingen, wordt aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.
1
2
3
Voordat een geschil, als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten, legt het bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
Goedkeuring is gewijzigd naar ‘de verkregen toestemming’. In juridische termen is goedkeuring wezenlijk anders dan toestemming. Goedkeuring vindt achteraf plaats en toestemming is nodig voorafgaand aan besluitvorming (zie art. 10:25 en art. 10:32 Awb). De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft toestemming voor (zie art. 1 lid 2 en 3 Wgr).
Geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen.
Aan het artikel is de procedure van een geschillencommissie toegevoegd. De procedure komt in veel gemeenschappelijke regelingen voor, waarbij de geschillencommissie een politiek bindend advies geeft. Vinden partijen geen oplossing via de geschillencommissie, dan blijft het altijd mogelijk om het geschil voor te leggen aan de gedeputeerde staten, De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het bestuur conform artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De wijziging doet hier niet en één lid door het college van de betrokken gemeente. Deze leden wijzen gezamenlijk een aan af, waardoor het geen beperking is, maar een extra tussenoplossing kan zijn mocht derde lid aan dat tevens zal optreden als voorzitter van de commissie. zich een geschil binnen de samenwerking voordoen. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganen en zo nodig derden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aard van het geschil en/of het feitencomplex.
Hooofdstuk 8: Overige en slotbepalingen Archief
Duur en inwerkingtreding
4
De geschillencommissie brengt in beginsel binnen drie maanden na het begin van haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen advies uit over de mogelijkheden tot een overeenstemming over de oplossing van het gerezen geschil te komen. Bij acceptatie van het advies zullen partijen ter zake van de oplossing een vaststellingsovereenkomst sluiten.
5
Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt dit voorgelegd aan de gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaald in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Aan gedeputeerde staten wordt eveneens het dossier van de geschillencommissie overgelegd.
Hooofdstuk 8: Overige en slotbepalingen 27.
28.
1.
De directeur draagt namens het bestuur zorg voor de archiefbescheiden (DIV) van de Ddienst overeenkomstig de door het bestuur vast te stellen regeling met inachtneming van de geldende Archiefwet 1995.
2.
Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen, overgedragen aan de deelnemende gemeenten.
1.
De gewijzigde regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en treedt in werking op 1 januari 2021.
2.
Het college van gemeente Waadhoeke zendt de gewijzigde regeling aan Gedeputeerde Staten en maakt de regeling op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend.
Archief
Duur en inwerkingtreding
25.
26.
1.
De directeur draagt namens het bestuur zorg voor de archiefbescheiden (DIV) van de Dienst overeenkomstig de door het bestuur vast te stellen regeling met inachtneming van de Archiefwet 1995.
2.
Bij opheffing van de regeling worden alle bescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen, overgedragen aan de deelnemende gemeenten.
1.
De gewijzigde regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en het wijzigingsbesluit treedt in werking op 1 januari 2022.
2.
Het college van de gemeente Waadhoeke maakt de regeling overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bekend.
3.
Het voorgaande lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
4.
Het bestuur draagt zorg voor de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de registratie in het Handelsregister.
Geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen.
Het artikel is gewijzigd i.v.m. de Wet elektronische publicaties, die per 1 juli 2021 in werking is getreden.
Slotbepaling
29.
In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, treden de deelnemende colleges met elkaar in overleg.
Slotbepaling
27.
In alle gevallen waarin de regeling niet voorziet, treden de colleges met elkaar in overleg.
Geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen.
Citeertitel
30.
Deze regeling kan aangehaald worden als de gewijzigde Gemeenschappelijke regeling van bedrijfsvoeringsorganisatie de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân 2022.
Citeercitel
28.
Deze regeling kan aangehaald worden als de Gemeenschappelijke regeling Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân 2022.
Geen inhoudelijke wijzigingen, maar slechts tekstuele aanpassingen.