CConstaterende datVlieland
Koppel je AI →
Document · PDF

10 Bijlage 2 Jaarrekening 2020 definitief inclusief accountantsverklaring.pdf

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente VlielandBij agendapunt: Begroting 2022 en Jaarrekening 2020 Gemeenschappelijke Regeling De Waddeneilanden8.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke Regeling

DE WADDENEILANDEN

JAARREKENING 2020

1

JAARREKENING 2020

Inhoudsopgave

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ...............................................................................................................................................4 2. Managementsamenvatting ................................................................................................................5 3. Inhoudelijk verslag van de activiteiten in het jaar 2020 .................................................................6 3.1 Thema 1: Leefbaarheid ..........................................................................................................6 3.2 Thema 2: Openbare Orde (Kust)Veiligheid en Water ..........................................................7 3.3 Thema 3: Duurzaamheid (zelfvoorzienend in energie en water) .......................................9 3.4 Projecten .............................................................................................................................. 10 4. Bijdragen per eiland en voorstel resultaatbestemming .............................................................. 16 4.1 Bijdragen van de eilandgemeenten ...................................................................................... 16 4.2 Voorstel resultaatbestemming 2020 .................................................................................... 16 5.

Jaarrekening .................................................................................................................................... 18 5.1. Balans per 31 december 2020 voor voorgestelde resultaatbestemming ........................ 18 5.2. Realisatie van de lasten per programma ............................................................................ 19 5.3. Toelichting op de balans ...................................................................................................... 22 5.4. Toelichting op de belangrijkste afwijkingen tussen de werkelijke en begrote lasten over 2020 ............................. 25 6. CONTROLEVERKLARING 2020 ..................................................................................................... 27 7. Paragrafen ........................................................................................................................................ 33 7.1. Paragraaf Treasury .............................................................................................................. 34 7.2. Risicoparagraaf ................................................................................................................... 35 Bijlage ...................................................................................................................................................

36 Bijlage 1, kostenverdeelstaat 2020 ............................................................................................. 37 Bijlage 2, Wet normering topinkomens 2020 ............................................................................ 39 Bezoldiging topfunctionarissen 2020 ........................................................................................ 41

3

1. Inleiding Bijgaand treft u aan de jaarrekening 2020 van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden. Het Besluit Begroting en Verantwoording is leidend voor de jaarrekening 2020. Op grond van het BBV bestaat de financiële verantwoording ten minste uit: • • • • •

de balans; de toelichting op de balans; een overzicht van de baten en lasten per beleidsprogramma; de overige gegevens, waaronder het voorstel voor de resultaatverdeling en controleverklaring; de verantwoording over de verplichte paragrafen;

In de verplichte paragrafen die het BBV voorschrijft, zal alleen worden ingegaan op de zaken die relevant zijn voor de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden. Deze betreffen: • •

de treasuryparagraaf; de risicoparagraaf;

In deze jaarrekening zijn als vergelijkende cijfers opgenomen de cijfers zoals die voortvloeien uit de begroting 2020, na de door het AB vastgestelde begrotingswijziging. De jaarrekening voldoet niet geheel aan de voorschriften vanuit het BBV. Dit vloeit voort uit de aard en omvang van de taken en activiteiten die door de GR worden uitgevoerd en keuze voor de wijze van financieren van die taken. Door de keuze die is gemaakt wordt zowel in de begroting alsook in de jaarrekening de koppeling vastgehouden tussen de activiteiten die door de GR worden uitgevoerd en de mate waarin de deelnemende eilandgemeenten hierin bijdragen. Gezien de aard en omvang van de GR is het werken met verschillende taakvelden niet opportuun en wordt gewerkt met slechts twee programma’s: het programma vijf eilanden taken en het programma vier eilanden taken. De directe kosten worden zoveel mogelijk toegerekend aan de beide programma’s; overhead wordt toegerekend aan het programma vijf eilanden taken. De GR is niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De lasten over het jaar 2020 zijn sterk beïnvloed door de Coronacrisis. In paragraaf 5.4 zal hierop nader worden ingegaan.

4

2. Managementsamenvatting De jaarrekening 2020 geeft weer hoe we het betreffende jaar in financiële termen ten opzichte van vastgestelde begroting hebben afgesloten. Uit de cijfers (paragraaf 5.2) blijkt dat de vastgestelde begroting is onderschreden met een totaal bedrag van € 167.254. Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Gezien de bijzondere situatie over het jaar 2020 stellen wij u voor om over het boekjaar 2020 gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden. De afwijkingen tussen de werkelijke en begrote cijfers worden in paragraaf 5.4 verder uitgewerkt.

5

3. Inhoudelijk verslag van de activiteiten in het jaar 2020 Algemeen Het afgelopen jaar stond in het teken van Corona/Covid-19. In april hebben het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden en Provincie Fryslân een brandbrief aan staatssecretaris Keijzer gestuurd. De brief benoemt de grote zorgen over de economie én leefbaarheid van de vijf Waddeneilanden tijdens en na de coronacrisis. In juni is er nogmaals een brief gestuurd vanuit het Samenwerkingsverband en de Provincie waarin een nadere onderbouwing wordt gegeven aan het verzoek van een maatregelenpakket voor de Waddeneilanden. Dit maatregelenpakket zou bestaan uit 2 stappen. Stap 1: Urgente ondersteuning voor de korte termijn (2020) en stap 2: Ondersteuning voor de langere termijn (vanaf 2021).

3.1

Thema 1: Leefbaarheid

Leefbaarheid/Programma Waddeneilanden De eilanden hebben elk hun eigen opgaven, maar behoud van leefbaarheid bleek enkele jaren geleden een uitdaging te zijn voor alle eilanden. Sindsdien is leefbaarheid (met als kernthema’s Wonen, Werken, Voorzieningen en Bereikbaarheid) het verbindende thema voor de eilander samenwerking. Een tweede thema waarop de eilanden elkaar al jaren weten te vinden is duurzaamheid. Om de eilander samenwerking te verstevigen, heeft het Dagelijks Bestuur opdracht gegeven een Programma Waddeneilanden op te zetten rondom die thema’s voor Leefbaarheid, aangevuld met Duurzaamheid en Circulaire Economie. Het relatief nieuwe begrip ‘Brede Welvaart’ biedt de benodigde kapstok om deze thema’s samen te brengen. Brede Welvaart was ook het thema van de (niet gehonoreerde) Regiodeal die we vorig jaar rond deze tijd indienden. Een ambtelijke werkgroep heeft de Programmalijnen uitgewerkt en daarnaast een inventarisatie gemaakt van de projecten en ideeën die een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de Brede Welvaart op de eilanden. Bij het proces voor de Regiodeal in 2019 zijn tijdens sessies met bestuurders, vakinhoudelijke beleidsmedewerkers, onderwijsinstellingen, woningcorporaties en andere stakeholders veel suggesties gedaan voor projecten die een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de Brede Welvaart.

Ook deze opbrengst is meegenomen bij het invullen van de programmalijnen. Het tot stand brengen van het nieuwe Programma Waddeneilanden wordt begeleidt door een Stuurgroep bestaande uit bestuurlijk trekker Leo Pieter Stoel (Ameland), verantwoordelijk DR-lid Anne Idema (Vlieland), Klaas Zwart (wnd. secretaris-directeur) en projectleider Hanneke op den Buysch (New Nexus). De projectleider wordt ondersteund door een ambtelijke werkgroep bestaande uit medewerkers van de vijf gemeenten, het samenwerkingsverband en provincie(s). De verwachting is dat het nieuwe Programma Waddeneilanden begin 2021 kan worden vastgesteld en dat we de tweede helft van 2021 met ondersteuning van Rijk en Provincies

6

kunnen starten met de verdere uitwerking, w.o. de opbouw van de beoogde programma organisatie. Voor het realiseren van het Programma Waddeneilanden willen wij een professionele programma organisatie inrichten. De bedoeling is dat een kwartiermaker/programmamanager, samen met vijf werkgroepen bestaande uit medewerkers van de eilanden en een trekker de programmalijnen verder concretiseren naar projectniveau.

3.2

Thema 2: Openbare Orde (Kust)Veiligheid en Water

Algemeen Het PHO Openbare Orde, (Kust-)Veiligheid en Water heeft in 2020 eenmaal (september) vergaderd (maart vergadering verviel), met als onderwerpen het permanent rook- en stookverbod, ondermijning, corona, boa’s, viering sinterklaas op de eilanden en het rondetafelgesprek MSc Zoë. Het reguliere BWO/CRW, een netwerk van hulpverleningsorganisaties die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de incident- en rampenbestrijding op de Waddenzee, is in 2020 2x bijeengekomen. Hierin werd onder meer gesproken over het Jaarprogramma, de afstemming met de nieuwe Governance Waddengebied, oefenen, bekwaamheid, bijzondere activiteiten etc. Daarnaast is het BWO+, speciaal in het leven geroepen voor de containerramp MSc Zoë, 3x bij elkaar gekomen. Op 28 oktober 2020 heeft de commissie Infrastructuur en Waterstaat van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek gehouden met allerlei betrokkenen over de containerramp met de MSC Zoë. Onderwerp van gesprek was het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV). De Waddeneilanden hebben een stevige position paper ingediend. In deze position paper staan de Waddeneilanden kort gezegd achter de aanbevelingen van de OvV en vragen zij aandacht voor een snelle implementatie hiervan. Deltaprogramma Het klimaat verandert. De urgentie van het werken aan waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en ruimtelijke adaptatie neemt toe.

Dat heeft gevolgen voor een ieder. Het betekent dat essentiële functies van onze samenleving in het geding komen. Het vraagt ook van de Waddeneilanden dat ze zich op deze verandering voorbereiden en aanpassingen plegen. Het tempo van de klimaatverandering laat zich moeilijk voorspellen en kent een grillig verloop. Over de jaren heen is echter de richting waarin het zich beweegt wel te zien. De temperatuur stijgt, het weer is extremer en de zeespiegel stijgt (bron: Aanbiedingsbrief Deltacommissaris en Kabinetsreactie Deltaprogramma 2021). De beleidscoördinatie op het Waddenkantoor heeft zich gericht op het onderhouden van de relatie met partners, zoals Rijkswaterstaat, Provincie, Wetterskip en Veiligheidsregio, om op

7

tijd in te kunnen springen als er financiële middelen vrijkomen voor klimaat adaptieve maatregelen. Daarnaast heeft de beleidscoördinatie gezorgd voor het voorbereiden van de verantwoordelijk bestuurder op het Bestuurlijk Overleg Deltaprogramma (BO DPW). Het BO DPW is in 2020 een aantal keren bij elkaar geweest, waarbij is gesproken over de wijze van sturing van het Deltaprogramma Waddengebied in relatie tot de andere overlegvormen en afspraken op het gebied van water en Wadden. De gedachte is om het BO DPW en het RBO Noord in 2021 om te vormen naar een RBO Noordelijke Delta. Als Waddeneilanden hebben wij gevraagd bij de verdere uitwerking/operationalisering van de hoofdrichting aandacht te schenken aan het borgen van de bestuurlijke betrokkenheid voor de belangen van het Waddengebied en in het bijzonder de specifieke situatie van de Waddeneilanden voor de langere termijn en het beschrijven van de consequenties van de omvorming voor de ambtelijke structuur, capaciteit en inzet van in elk geval de medewerker(s) van de Waddensamenwerking dan wel de eilandmedewerkers. Deltacongres Het elfde Nationaal Deltacongres vond op donderdag 12 november voor het eerst in zijn geheel digitaal plaats. Op een paar technische problemen na verliep het digitale congres soepel.

De deltacommissaris benoemde de grote opgave waar Nederland de komende jaren aan werkt: het versterken van één kilometer dijk per week, in de komende dertig jaar. “We werken hard aan drie opgaven: waterveiligheid, zoetwaterbeschikbaarheid en klimaatbestendigheid.”, volgens DC Peter Glas. Suppletieprogramma Kustlijnzorg 2020 – 2023 De eilanden hebben ingestemd met het suppletieprogramma voor 2020 en de daarin opgenomen suppleties.

8

3.3

Thema 3: Duurzaamheid (zelfvoorzienend in energie en water)

Eén van de thema’s waarbij de vijf Waddeneilanden samenwerken is duurzame energie. Naast kennisuitwisseling wordt er met name door de vier Friese eilanden samen opgetrokken om projecten te realiseren. De gezamenlijke ambitie van De Waddeneilanden was om in 2020 zelfvoorzienend te zijn op gebied van energie. De vijf portefeuillehouders duurzaamheid hebben in 2019 afgesproken om te bezien of het mogelijk is om tot een nieuwe gezamenlijke ambitie te komen, Voor een mogelijk vervolg wordt aansluiting gezocht bij het te ontwikkelen Programma Waddeneilanden (zie paragraaf 1 Leefbaarheid). Binnen dit Programma zullen de thema’s wonen, zorg en onderwijs, werken, slimme mobiliteit, bereikbaarheid, duurzame energie en circulaire economie aan de hand van programmalijnen een meerjarig pakket gaan vormen. De beleidscoördinatie op het Waddenkantoor heeft zich primair gericht op Investeringskader Waddenfonds (IKW) en het Opgaveteam Eilanden op Eigen Kracht (EOEK). De Waddenprovincies willen zich met de IKW-opgave EoEK nog meer focussen op het faciliteren van projecten en gebiedsprocessen die het ontwikkelen van duurzame en zelfvoorzienende eilanden versnellen. Het Opgaveteam Eilanden op Eigen Kracht is in 2020 10x bij elkaar geweest, waarin diverse energetische eilandprojecten zijn besproken. Voor de majeure opgave EoEK is bij aanvang van het IKW in 2018 € 11 miljoen toegekend.

In het MJP 2019 is het plafond verhoogd naar € 15 miljoen. Daarvan resteert voor 2021-2022 nog € 5.877.500,- voor de restopgave. In de Directieraad en het DB is het nieuwe Uitvoeringskader Waddenfonds 2021 – 2027 besproken, waarbij de Waddeneilanden hebben gepleit voor meer ruimte binnen het Uitvoeringskader voor het Programma Waddeneilanden.

9

In 2020 is er 1 PHO vergadering van de portefeuillehouders duurzaamheid geweest, waarin de duurzaamheidsambitie is besproken. De vijf portefeuillehouders duurzaamheid hebben afgesproken om te bezien of het mogelijk is om tot een nieuwe gezamenlijke ambitie te komen.

3.4

Projecten

Leefbaarheid Via het Project Leefbaarheid is in 2020 gewerkt aan het ontwikkelen van het Programma Waddeneilanden (zie eerder paragraaf 3.1) Belangrijkste focuspunt voor de Waddensamenwerking is om in gezamenlijkheid met het Rijk en beide provincies te komen tot een Programma Waddeneilanden. Een Programma, waarin we als eilanden vast willen houden aan de ingezette lijn van de Regiodeal (wonen, zorg en onderwijs, slimme mobiliteit en circulaire economie) en hieraan de thema’s Duurzaamheid en Bereikbaarheid toevoegen. Wij vragen het Rijk en de provincies om ondersteuning bij de opgaven waar we als eilanden voor staan. Dit, vanuit de ambitie van de eilanden om een aantrekkelijk woon-, werk- en leefgebied te blijven voor alle inwoners, waar het voorzieningenniveau op peil is, waar iedereen een leven lang kan blijven wonen en zich maximaal kan ontwikkelen Stikstof Op 5 maart 2020 is er een bestuurlijk overleg geweest tussen de portefeuillehouders van de Waddeneilanden, om te bespreken in hoeverre we samen op kunnen trekken om te komen tot een Wadden specifieke oplossing van de Stikstofproblematiek. Vanwege de eilandsituatie is de problematiek toch anders. Zo is compensatie vaak niet mogelijk. En is het voor de leefbaarheid wel noodzakelijk dat (bouw)projecten door kunnen gaan.

Bij een aantal bouwprojecten is onderzoek naar de stikstofuitstoot nodig (geweest) en in een incidentele situatie is ook een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig (geweest). Soms heeft dit geleid tot enige vertraging, maart voor zover bekend geldt voor geen enkel bouwproject dat deze geen doorgang kon vinden vanwege de stikstofuitstoot. De Provincies zijn nu aan zet. Zij zijn namelijk het bevoegd gezag voor het verlenen van vergunningen op basis van de Natuurbeschermingswet. De provincie Noord-Holland is gestart met een gebiedsgerichte aanpak. Om samen met natuurbeheerders, boeren, overheden per gebied naar maatwerkoplossingen te zoeken. Meer informatie daarover vindt u hier. Tijdens de vorige bijeenkomst is afgesproken om nogmaals een bijeenkomst te organiseren over dit onderwerp. Deze vindt plaats op 01-02-2021. De bijeenkomst is gericht op acties ter verkleining van de stikstofproblematiek op de Waddeneilanden. Het gaat daarbij om zowel acties op de korte als op de langere termijn.

10

DHC Vanaf 2013 hebben wij een overeenkomst met een “watcher” in Den Haag. Het bureau DHC is gespecialiseerd in de voorfase van parlementaire informatievoorziening. Lobby zélf (het daadwerkelijke contact leggen met Kamerleden) gebeurt overigens steeds meer en vaker door bestuurders zelf. Kamerleden zijn daar veel vatbaarder voor dan contact met tussenpersonen. Voor een succesvolle lobby is het essentieel dat je weet wát er speelt (inhoudelijke kennis van het dossier zodat je alternatieven kunt ontwikkelen en voorstellen) en wannéér dat speelt zodat je niet een lobby begint op het moment dat een Kamerlid helemaal nog niet met dat onderwerp bezig is. Kort samengevat: DHC richt zich vooral op wát er speelt en wannéér dat speelt. Daarnaast verstrekt DHC ook de namen van de te benaderen personen/commissies en adviseert desgevraagd over welk instrument men het beste kan inzetten. Het daadwerkelijke lobbyen en de te volgen strategie geschiedt door anderen, veelal langs de politiek bestuurlijke lijn. Biodiversiteit Vorig jaar is de campagne “zonder biodiversiteit valt er niks te beleven” gestart, een initiatief van de FMF, Friese milieufederatie. Dit jaar is gekozen voor een campagne in de wintermaanden. Het gaat erom mensen er van bewust te maken dat het verlies van biodiversiteit wel degelijk van invloed is op ons dagelijks leven en op onze dagelijkse belevenissen.

Dit wordt met een knipoog via een multimediale aanpak drie jaren lang drie maanden per jaar bij eenieder onder de aandacht gebracht via billboards, posters in abri’s, via filmpjes en via kanalen zoals facebook, Instagram, YouTube, etc. Het DB van het Samenwerkingsverband De Waddeneilanden hebben besloten deze campagne vanaf 2019 gedurende 3 jaar te ondersteunen. Deltaprogramma, regionale slagkracht In 2016 heeft het Rijk de Deltawet laten evalueren door een hiervoor ingestelde commissie. Uit deze evaluatie kwam o.a. het signaal dat er in het Deltaprogramma in de fase van uitvoering nog veel moet gebeuren en dit veel vraagt van de regio, maar dat de inzet en capaciteit en daarmee de slagkracht in de regio, is afgenomen. De deltacommissaris heeft vervolgens de voorzitters van de gebiedsoverleggen een brief gestuurd, waarin hij het belang van een krachtige en slagvaardige samenwerking in de regio onderstreept en aan de regio vraagt om met een voorstel te komen om de slagkracht in de regio te versterken. Binnen het Waddengebied hebben we deze slagkracht onderzocht. Hierover is een rapport geschreven waarin diverse aanbevelingen staan over hoe we de regionale slagkracht kunnen verbeteren. Dit vraagt extra personele/financiële inzet. Dit rapport is vastgesteld in het BO DPW.

11

Circulair Friesland De Waddeneilanden zijn lid van de Vereniging Circulair Friesland. Van hier uit wordt een actief netwerk rondom Circulaire Economie (CE) ontwikkeld en aan de leden aangeboden, met verdergaande CE kennis, concrete projecten en maandelijks inspirerende bijeenkomsten. Voor de laatste informatie, zie: www.circulairfriesland.frl Bestuurlijke Waddenzee zaken

Externe overleggen In 2020 is bestuurlijk dan wel ambtelijk deelgenomen of hebben wij een bijdrage aan de voorbereiding geleverd van de volgende overleggen over het Waddengebied: • • • • • •

Omgevingsberaad Waddengebied (OBW) Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BOW) Opdrachtgeversoverleg Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) Wadden Sea Board (WSB); Wadden Sea Forum (WSF) KIMO

De meest in het oog springende onderwerpen die daarbij aan de orde kwamen waren: Nieuwe Governance Waddengebied Eind 2019/begin 2020 is voor het eerst gestart met de nieuwe structuur met betrekking tot het beheer en de beleidsvorming in het Waddengebied. In 2020 zijn de twee nieuwe Directeuren voor de Beheerautoriteit Waddenzee aangesteld en zijn het Bestuurlijk Overleg Waddengebied (BOW) en het Omgevingsberaad Waddengebied (OBW) daadwerkelijk van start gegaan. Deze drie overleggen tezamen vormen de 3 nieuwe pijlers van het beheer en beleid voor het Waddengebied. Bestaande overleggen zijn verdwenen dan wel opgaan in de nieuwe structuur, zoals RCW, OBW, Beheerraad, trojka voor Werelderfgoed Waddenzee en Toeristisch Overleg Waddenzee (TOW). Het BOW is 2x bij elkaar geweest en het OBW 8x, met als hoofdonderwerp de Agenda voor het Waddengebied 2050 en de uitwerking naar het Uitvoeringsprogramma 2021 – 2026. Verder is gesproken over het samen investeren in het Waddengebied, w.o. de evaluatie van het Waddenfonds en Investeringskader Waddengebied. Beide Directeuren van de Beheerautoriteit, Christine Wijshake (Directeur Bestuur) en Marre Walter (Directeur Beheer) hebben zich aan het Dagelijks Bestuur voorgesteld op 29 mei 2020, waarbij is afgesproken elkaar op de hoogte te houden ingeval van schurende zaken die van invloed zijn op de Waddeneilanden.

12

Agenda voor het Waddengebied 2050 (voorheen Gebiedsagenda 2050) De afgelopen jaren heeft het rijk samen met de provincies, gemeenten, waterschappen, natuurorganisaties en het bedrijfsleven in het Waddengebied gewerkt aan de Agenda voor het Waddengebied 2050 (hierna: Agenda). Deze Agenda is door een brede groep aan betrokken partijen opgesteld. De Agenda biedt een gezamenlijk richtinggevend en integraal perspectief op de ontwikkeling van het Waddengebied om te komen tot een zorgvuldige en gecoördineerde aanpak met als doel een betere bescherming van de Waddenzee. Deze ‘Agenda voor het Waddengebied 2050’ is op 3 december jl. vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Waddengebied en wordt op 3 februari 2021 via een Instemmingsverklaring ondertekend. Eén van de hoofdstukken in deze agenda betreft de Leefbaarheid op de eilanden. Ook via het bij de Agenda behorende Uitvoeringsprogramma 2021-2026 (UP) zijn de Waddeneilanden aangehaakt en nauw betrokken bij deze agenda. In dit UP is een belangrijke rol weggelegd voor de Waddeneilanden. De eilanden zijn hierin namelijk opgenomen als trekker van programmaonderdeel 9: ‘De Waddeneilanden in balans voor brede welvaart’, kortweg Programma Waddeneilanden. De colleges en gemeenteraden zijn hierover in 2020 op diverse momenten geïnformeerd (Roadshow, Raads2daagse, RIB, eilandbezoeken, digitale avondbijeenkomst).

Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) Aan het PRW is in het kader van de “lange termijn verkenning duurzame bereikbaarheid en mobiliteit Waddeneilanden” de opdracht gegeven “een schets op te stellen in 2020 voor het inrichten van het benodigde proces voor de bereikbaarheid op de lange termijn (2050)”. Het PRW vult deze opdracht in vanuit de rol “uitdagen” en “aanjagen”. De opdracht omvat het leveren van een transitieschets van de “noodzakelijke” systeemsprong naar een integraal duurzaam mobiliteitssysteem naar de Waddeneilanden op de langere termijn. Een systeemsprong die past bij de kernwaarden en status van het werelderfgoed Waddenzee en het dynamische karakter en ecologische waarde van het gebied. Werelderfgoed De integrale (toeristische) uitdagingen t.a.v. Waddenzee Werelderfgoed hebben de afgelopen jaren geleid tot een gezamenlijke inzet vanuit de verschillende overheden op basis van onder andere de trilaterale strategie voor duurzaam toerisme. Via een qua accenten wisselende opdracht aan de coördinator Waddenzee Werelderfgoed is gezamenlijk (Ministerie van LNV, Waddenkustgemeenten, Waddeneilanden en Waddenprovincies) ingezet op het vergroten van de zichtbaarheid, kennis en bewustzijn over

13

de status Waddenzee Werelderfgoed, benutten van toeristische kansen, ‘verzilvering’ van deze status, aanjagen van Wadden brede projecten, aangaan en onderhouden van relaties en aanspreekpunt zijn voor dit thema. In de opdracht aan de Beheerautoriteit Waddenzee is opgenomen dat het beheer van de Waddenzee in het kader van het Integraal Beheerplan Waddenzee breed wordt gedefinieerd en o.a. taken bevat voortvloeiend uit de Status van de Waddenzee als UNESCO Werelderfgoed, zoals promotie, educatie en draagvlakvergroting. Ambtelijk is wél helder dat er gezamenlijk moet worden opgetrokken rond dit thema en dat er tevens een rol voor de Beheerautoriteit Waddenzee ligt. Er is behoefte aan het scherp krijgen van de invulling van deze taken voortvloeiend uit de status van dit gebied. Hoe kan deze taak optimaal georganiseerd worden, wat is een ieders rol hierbij en wat moet er aanvullend nog worden georganiseerd. Eind 2020 is opdracht gegeven om een externe analyse inclusief advisering uit te laten voeren met als doel de (langjarige) borging van een gezamenlijke aanpak vanuit de verschillende betrokken overheden ten aanzien van coördinatie Waddenzee Werelderfgoed. De WaddenSeaBoard (WSB) is in 2020 2x digitaal bijeengekomen, waarin onder meer is gesproken over de Verklaring van Leeuwarden, op 18 mei 2018 ondertekend tijdens de 13e Trilaterale Regeringsconferentie in Leeuwarden.

Deze Declaration Leeuwarden, bevat kernpunten voor de periode 2018-2022 van de Trilaterale Samenwerking ter Bescherming van de Waddenzee. Daarnaast is gesproken over ontwikkelingen rond het Nederlandse, Duitse en Deense Waddenzee Werelderfgoed (CWSS). De Wadden Sea Board is het bestuursorgaan van de Trilaterale Samenwerking (TWSC). Hij beheert en controleert het werk van de Trilaterale Waddensamenwerking en houdt zich bezig met het voorbereiden en uitvoeren van het Waddenzee Plan, evenals beleid en strategieën. Het WaddenSeaForum (WSF) is in 2020 1x digitaal bijeengekomen, waarin is gesproken over het lidmaatschap en de groene kustovereenkomst (Green Coastal Deal). Kernpunt van deze EU Green Deal is de transformatie van sociaaleconomische sectoren naar een groener, ecologisch en klimaatvriendelijk onderdeel van het menselijk leven De kerntaak van het Forum voor het Trilaterale Waddengebied is het ontwikkelen en implementeren van duurzame oplossingen voor het Waddengebied. Sinds het begin van het WSF bijna 20 jaar geleden is en zal een breed en sterk netwerk van belanghebbenden in het trilaterale waddengebied, bestaande uit verschillende takken en sectoren, continu en aanhoudend werken aan dit centrale doel.

Het KIMO is in 2020 3x bij elkaar gekomen, waarin onder meer is gesproken over bestuurszaken, het secretariaat Nederland, projecten als Green Deals, Fishing for Litter, MSc Zoë, schoon strandbeheer en projectontwikkeling.

14

KIMO Nederland en België is een vereniging van gemeenten met gemeenschappelijke belangen op en aan de Noordzee. Het aandachtsgebied van onze organisatie omvat de Noordzee, de Waddenzee, de kustwateren en het overgangsgebied van land naar zee. Pilot Walviskadavers In het afgelopen jaar is de pilot Walviskadaver voor natuur en bewustwording gestart op Schiermonnikoog. Het laten liggen en laten vergaan van een kadaver van een groot zeezoogdier sublitoraal heeft voor het UNESCO werelderfgoed Waddenzee ecologische, wetenschappelijke en educatieve betekenis.

15

4. Bijdragen per eiland en voorstel resultaatbestemming 4.1 Bijdragen van de eilandgemeenten Binnen de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden is de volgende afspraak gemaakt met betrekking tot de door de eilanden te vergoeden bijdragen: •

•

De bijdragen van de eilanden worden voor wat betreft het programma “Vijf eilanden taken” verdeeld op basis van de volgende verdeelsleutel: o Texel, 30% o Vlieland, 10% o Terschelling, 25% o Ameland, 25% o Schiermonnikoog 10%; De bijdragen van de Friese eilanden worden voor wat betreft de “Vier eilanden taken” verdeeld in de verhouding: o Vlieland, 1/6 deel o Terschelling, 1/3 deel o Ameland, 1/3 deel o Schiermonnikoog 1/6 deel

4.2 Voorstel resultaatbestemming 2020 Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Gezien de bijzondere situatie over het jaar 2020 stellen wij u voor om over het boekjaar 2020 gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden.

16

JAARREKENING 2020

17

5. Jaarrekening 5.1. Balans per 31 december 2020 voor voorgestelde resultaatbestemming

31 december 2020 € €

31 december 2019 € €

Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

13.123

15.325

Uitzettingen met looptijd k orter dan een jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

125.365 0

153.745 0

Liquide middelen Banksaldi

367.966

278.555

1.974

40.000

508.429

487.626

Activa

Overlopende activa Overlopende activa Totaal activa

Passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve duurzaamheid Te bestemmen resultaat

40.834 18.862 167.254

50.000 19.546 -9.166 226.950

Netto vlottende schulden Crediteuren Transitoria

58.969 222.510

Totaal passiva

18

60.380

214.357 212.889 281.479

427.246

508.429

487.626

5.2. Realisatie van de lasten per programma Totaal van de programma’s Totaal programma's Lasten programma Vijf eilanden taken

2020 474.857

2020 Baten programma Vijf eilanden taken Bijdrage gemeente Texel Bijdrage gemeente Vlieland Bijdrage gemeente Terschelling Bijdrage gemeente Ameland Bijdrage gemeente Schiermonnikoog

187.272 62.424 156.060 156.060 62.424 624.240

Lasten programma Vier eilanden taken

144.303

Baten programma Vier eilanden taken Bijdrage gemeente Texel Bijdrage gemeente Vlieland Bijdrage gemeente Terschelling Bijdrage gemeente Ameland Bijdrage gemeente Schiermonnikoog

0 27.036 54.056 54.046 27.036 162.174

619.160 Lasten van het project Duurzaamheid TOTAAL VAN DE LASTEN VOOR RESULTAATBESTEMMING TOEVOEGING AAN DE BESTEMMINGSRESERVE DUURZAAMHEID

684 619.844 0

786.414 Baten van het project Duurzaamheid TOTAAL VAN DE BATEN VOOR RESULTAATBESTEMMING ONTTREKKING AAN DE BESTEMMINGSRESERVE DUURZAAMHEID ONTTREKKING AAN DE ALGEMENE RESERVE

TOTAAL VAN DE LASTEN NA RESULTAATBESTEMMING

619.844

0 786.414 684 0

RESULTAAT 2020 (POSITIEF)

-167.254

TOTAAL VAN DE BATEN NA RESULTAATBESTEMMING

619.844

19

Programma “ Vijf Eilanden” Programma Vijf eilanden taken begroting na wijz. 2020 Personeelskosten: Secretaris Secretariële ondersteuning Beleidsmedewerkers Overige personeelskosten Reis- en verblijfkosten personeel

104.000 75.000 232.000 6.000 15.000

werkelijk 2020 73.760 87.150 163.661 5.956 3.791

432.000 Huisvestingskosten: Bureaukosten Huur en energie Overige huisvestingskosten

14.000 20.000 0

334.318

24.118 17.444 0 34.000

Kosten financiële administratie: Accountantskosten Financiële ondersteuning partners P&O ondersteuning partners Diverse administratiekosten

6.500 11.000 5.000 1.000

41.562

6.607 10.081 8.401 322 23.500

Vergader- en verblijfkosten: Representatiekosten Kosten video-conferencing Vergaderingen Algemeen Bestuur Bijeenkomsten raden 5 eilanden Bijeenkomst medewerkers 5 eilanden Vergaderingen Dagelijks Bestuur Vergaderingen werkgroepen

2.000 11.000 1.250 15.000 24.000 2.000 3.500

25.411

1.020 0 38 420 0 1.398 815 58.750

RCW en Werelderfgoed Bijdrage RCW Versterken en vermarkten Werelderfgoed

21.500 20.000

3.691

22.053 20.364 41.500

Projecten: Leefbaarheid Projecten vijf eilanden

20.000 15.000

Onvoorzien: TOTALE LASTEN

20

42.417

2.697 24.761 35.000

27.458

2.000

0

626.750

474.857

Programma “Vier Eilanden”

Programma Vier eilanden taken begroting na wijz. 2020 Personeelskosten: Secretaris ICT-coördinator Overige personeelskosten Reis- en verblijfkosten personeel

0 89.500 1.500 6.000

werkelijk 2020 0 126.827 1.985 1.083

97.000 Projecten projecten vier eilanden

15.000

TOTALE LASTEN

21

129.895

14.408 15.000

14.408

112.000

144.303

5.3. Toelichting op de balans Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders wordt vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De balans is weergegeven voor voorgestelde resultaatbestemming. Materiële vaste activa De materiële vaste activa omvatten de investeringen in kantoormeubilair en dergelijke die bij de ingebruikname van het kantoor in Harlingen zijn aangeschaft. Deze activa worden in een periode van 15 jaar afgeschreven. Het verloop in 2020 is als volgt: € 15.325 0 2.202 13.123

Boekwaarde 1 januari 2020 Investeringen 2020 Af: afschrijvingen 2020 Stand per 31 december 2020 Vorderingen

Dit betreft met name vorderingen op deelnemende gemeenten. De vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar. De specificatie is als volgt: Debiteuren overige overheid

125.365

Liquide middelen Dit betreft het direct opneembare tegoed bij de Bank Nederlandse Gemeenten en de ABNAMRO Bank. Overlopende activa Dit betreft een kruispost die in januari 2021 is afgewikkeld.

22

Eigen vermogen Algemene reserve De mutaties in de Algemene Reserve zijn in 2020 als volgt: € 50.000 -9.166 40.834

Stand per 1 januari 2020 Af: jaarresultaat 2019 Stand per 31 december 2020

Verrekening van het exploitatieresultaat met de deelnemende gemeenten vindt normaliter naar rato van de gebruikelijke verdeelsleutel plaats na vaststelling van de rekening (artikel 47 van de GR). Het Algemeen Bestuur kan echter besluiten tot vorming van een fonds (algemene reserve), waarin rekeningoverschotten van enig jaar worden gestort (artikel 48 van GR). Gezien de bijzondere situatie over het jaar 2020 stellen het DB voor om over het boekjaar 2020 gebruik te maken van artikel 48 van de GR en het positieve rekeningresultaat toe te voegen aan de Algemene Reserve om dit in het jaar 2021 te benutten voor verdere concretisering en doorontwikkeling van het Programma Waddeneilanden. Bestemmingsreserve Duurzaamheid € 19.546 -684 0 18.862

Stand per 1 januari 2020 Af: onttrekkingen 2020 Bij: stortingen 2020 Stand per 31 december 2020 Netto vlottende schulden Crediteuren De specificatie is als volgt:

€ 47.573 11.396 58.969

Crediteuren overige overheid Overige crediteuren Totaal

23

Transitoria De opbouw van de post is als volgt: € 6.500 216.010 222.510

Te betalen accountantskosten 2020 Vooruit ontvangen bedragen 2020 Totaal

24

5.4. Toelichting op de belangrijkste afwijkingen tussen de werkelijke en begrote lasten over 2020 Algemeen De jaarrekening sluit met een positief resultaat van € 167.254. Dit resultaat wordt met name veroorzaakt door onderbesteding van de beschikbare budgetten. Personeelskosten (€ 65.000 voordelig) Op de personeelskosten is een voordeel ontstaan van circa € 65.000. Dit voordeel ontstaat door lagere invulling op bepaalde functies terwijl enkele andere functies in 2020 dubbel bezet zijn geweest in verband met langdurige ziekte. De reis- en verblijfkosten zijn circa € 16.000 lager door de Coronacrisis en thuiswerken. Huisvestingskosten (€ 7.500 nadelig) De huisvestings- en bureaukosten zijn circa € 7.500 hoger dan begroot. Belangrijkste oorzaak hiervan zijn de ICT-kosten voor het Waddenkantoor (€ 12.500) die nu apart binnen de GR worden opgenomen en in de voorgaande jaren (onterecht) in de totale verdeling van de ICT-kosten van de Friese eilanden werden meegenomen. Kosten financiële administratie ca (€ 2.000 nadelig) De afwijking van circa € 2.000 wordt veroorzaakt door een hogere doorbelasting van de HRM-afdeling van Terschelling doordat meer inzet is geweest op ziekte- en reïntegratietrajecten. Vergader- en verblijfkosten (€ 55.000 voordelig) Bij deze post is een onderbesteding ontstaan van circa € 55.000.

Nagenoeg alle bijeenkomsten van AB, raden en medewerkers zijn in 2020 niet doorgegaan als gevolg van de beperkingen door de Coronacrisis. RCW en Werelderfgoed Er zijn geen substantiële afwijkingen.

25

Projecten De specificatie is als volgt:

26

6. CONTROLEVERKLARING 2020

27

IPA-ACON ASSURANCE B.V.

Henk Schijvenaarstraat 1 Postbus 6222 2001 HE HAARLEM Telefoon 023 – 531 95 39 Fax 023 – 531 1700 info@ipa-acon.nl www.ipa-acon.nl

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden

A

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020

Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden te Harlingen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden op 31 december 2020 in hoofdlijn en in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. De jaarrekening bestaat uit: • de balans per 31 december 2020; • de toelichting op de balans; • het overzicht van baten en lasten per programma over 2020; • de toelichting op de programmarekening; • de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (Wnt) 2020.

Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling De Waddeneilanden zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties, de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants.

28

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol Wnt 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6.a Wnt en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling Wnt, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere Wnt-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Ontwikkelingen omtrent Corona Covid-19 heeft invloed op de gemeenschappelijke regeling. Wij verwijzen naar de toelichting die is opgenomen in de jaarstukken 2020 waarin het bestuur de mogelijke invloed en gevolgen van de coronacrisis op de bedrijfsvoering heeft verwoord. De financiële gevolgen voor de verschillende beleidsterreinen kunnen zich ook voordoen van de begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna. We hebben bij de controle aandacht besteed aan de risico’s en waar nodig aanvullende werkzaamheden uitgevoerd. Ons oordeel bij de jaarrekening 2020 is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.

Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 8.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Voor zijn voor de Wnt verantwoording in de jaarrekening de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol Wnt 2020. Daarbij houden wij mede rekening met afwijkingen en mogelijke afwijkingen die naar ons oordeel voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve reden materieel zijn, zoals bedoeld in artikel 3 Bado. Verder rapporteren we tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 8.000 rapporteren, alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve of Wntredenen relevant zijn.

B

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie

Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording, de overhead, paragrafen en diverse bijlagen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met deze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

29

Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten.

C

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening

Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het dagelijks bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het dagelijks bestuur het voornemen heeft om de organisatie te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is.

Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de organisatie. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, Bado, het Controleprotocol Wnt 2020, de ethische voorschriften en onafhankelijkheidseisen.

30

Onze controle bestond onder andere uit:

•

het identificeren en inschatten van de risico’s -

•

•

dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, Het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;

•

het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.

•

toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven;

•

het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en

•

het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de aansturing van, het toezicht op en de uitvoering van de controle. In dit kader hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden. Bepalend hierbij zijn de omvang en/of het risicoprofiel van de activiteiten. Op grond hiervan hebben wij de onderdelen geselecteerd waarbij een controle of beoordeling van de volledige financiële informatie of specifieke posten noodzakelijk was. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

31

Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met het algemeen bestuur hebben gecommuniceerd. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.

Haarlem, 4 maart 2021 Reg.nr.: 102951/215/459/1562 Ipa-Acon Assurance B.V.

Was getekend : mr. drs. J.C. Olij RA

5

32

JAARREKENING 2020

7. Paragrafen

33

7.1.

Paragraaf Treasury

Op 1 januari 2001 is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) in werking getreden. In deze wet worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Deze functie wordt als volgt gedefinieerd: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s.” In het jaar 2020 zijn geen financiële transacties met derden afgesloten. De liquiditeiten van de gemeenschappelijke regeling zijn aangehouden op een betaalrekening bij de Bank Nederlandse Gemeenten en een klein bedrag op een betaalrekening bij de ABN-AMRO Bank voor contante betalingen.

34

7.2.

Risicoparagraaf

Op dit moment zijn voor de Gemeenschappelijke Regeling geen specifieke risico’s te onderkennen. De lasten van de gemeenschappelijke regeling worden in de komende jaren geheel gedekt door bijdragen van de deelnemende gemeenten. Wel kan het zo zijn dat bij een verder teruglopende financiering van de deelnemende gemeenten door de Rijksoverheid, de bijdragen van deze gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling onder druk kunnen komen te staan, waardoor de activiteiten van de gemeenschappelijke regeling wellicht moeten worden ingeperkt.

De Gemeenschappelijke Regeling is klein van omvang en daarom kwetsbaar bij ziekte en uitval van medewerkers. Dat is ook het afgelopen jaar gebleken. Hiervoor wordt in de begroting geen specifiek vervangingsbudget vrijgemaakt. Indien dergelijke uitval zich voordoet, zal via een begrotingswijziging aan het AB een aanpassing van de begroting worden voorgelegd, waarvan de lasten worden verdeeld over de deelnemende eilandgemeenten.

35

JAARREKENING 2020 Bijlage

36

JAARREKENING 2020

Bijlage 1, kostenverdeelstaat 2020

37

2020 Begroting

2020 Werkelijk

Verdeling Vijf eilanden Vier eilanden Personeelskosten: Secretaris Secretariële ondersteuning ICT-coördinator Projecten Overige personeelskosten Reis- en verblijfkosten personeel

Verdeling Vijf eilanden Vier eilanden

104.000 75.000 89.500 232.000 7.500 21.000 529.000

104.000 75.000

14.000 20.000 0 34.000

14.000 20.000 0 34.000

24.118 17.444 41.562

24.118 17.444 0 41.562

6.500 11.000 5.000 1.000 23.500

6.500 11.000 5.000 1.000 23.500

6.607 10.081 8.401 322 25.411

6.607 10.081 8.401 322 25.411

2.000 11.000 1.250 15.000 24.000 2.000 3.500 58.750

2.000 11.000 1.250 15.000 24.000 2.000 3.500 58.750

1.020 0 38 420 0 1.398 815 3.691

1.020 0 38 420 0 1.398 815 3.691

21.500 20.000 41.500

21.500 20.000 41.500

0

22.053 20.364 42.417

22.053 20.364 42.417

0

20.000 15.000 15.000 50.000

20.000 15.000 15.000 15.000

2.697 24.761 14.408 41.866

2.697 24.761 0 27.458

14.408 14.408

2.000 2.000

2.000 2.000

0

0

TOTALE LASTEN

738.750

626.750

112.000 619.160

474.857

144.303

LASTEN VOOR MUTATIES RESERVES TOEVOEGING AAN RESERVES LASTEN NA MUTATIES RESERVES

738.750 0 738.750

626.750 0 626.750

112.000 619.160 0 -684 112.000 619.844

474.857 -684 475.541

144.303 0 144.303

Huisvestingskosten: Bureaukosten Huur en energie Overige huisvestingskosten

Kosten financiële administratie: Accountantskosten Financiële ondersteuning partners P&O ondersteuning partners Diverse administratiekosten

Vergader- en verblijfkosten: Representatiekosten Kosten video-conferencing Vergaderingen Algemeen Bestuur Bijeenkomsten raden 5 eilanden Bijeenkomst medewerkers 5 eilanden Vergaderingen Dagelijks Bestuur Vergaderingen werkgroepen

RCW en Werelderfgoed Bijdrage RCW Versterken en vermarkten Werelderfgoed

Projecten: Leefbaarheid Projecten vijf eilanden Projecten vier eilanden

Onvoorzien:

89.500 232.000 6.000 15.000 432.000

35.000

38

1.500 6.000 97.000

73.760 87.150 126.827 163.661 7.941 4.874 464.213

73.760 87.150 126.827 163.661 5.956 3.791 334.318

1.985 1.083 129.895

JAARREKENING 2020

Bijlage 2, Wet normering topinkomens 2020

39

40

Bezoldiging topfunctionarissen 2020 Secretaris-directeur en secretaris-adviseur; invulling gedurende 2020: Naam Functie Duur dienstverband Omvang dienstverband in uren Totale bezoldging Individueel maximum

B. Huisman Secretaris-directeur 1 januari 2019 tot 31 augustus 2019 998 uur € 59.210 € 107.200

M. Wijnhoff Secretaris-adviseur a.i. 1 september 2019 tot 31 december 2019 277 uur € 1.702 € 53.600

Over 2019 was de situatie als volgt: Naam Functie Duur dienstverband Omvang dienstverband in uren Totale bezoldging Individueel maximum

M. Wijnhoff Secretaris-adviseur a.i. 1 januari 2020 tot 28 februari 2020 128 uur €0 € 26.800

K. Zwart Secretaris-directeur a.i. 1 maart 2020 tot 31 december 2020 704 uur € 71.593 € 121.000

Dagelijks Bestuur, samenstelling per 31 december 2020: Naam Functie

L.P. Stoel Lid Dagelijks Bestuur

C. Schokker Lid Dagelijks Bestuur

C. van de Pol Lid Dagelijks Bestuur

I. van Gent Lid Dagelijks Bestuur

M.C. Uitdehaag Lid Dagelijks Bestuur

I. van Gent Lid Dagelijks Bestuur

M.C. Uitdehaag Lid Dagelijks Bestuur

Per 31 december 2019 was het overzicht als volgt: Naam Functie

G. van Klaveren Lid Dagelijks Bestuur

C. Schokker Lid Dagelijks Bestuur

B. Wassink Lid Dagelijks Bestuur

Algemeen Bestuur 2020, samenstelling per 31 december 2020: Naam Naam Naam Naam

L.P. Stoel P. IJnsen T. Faber

C. Schokker D. Visser E. de Ruijter

C.van de Pol S. Haringa J. Hoekstra

I. van Gent J. Hagen E. Gerbrands

M.C. Uitdehaag H. Huisman E. Kooiman R. van de Belt

I. van Gent J. Hagen E. Gerbrands

M.C. Uitdehaag H. Huisman E. Kooiman J. Vlaming

Per 31 december 2019 was het overzicht als volgt: Naam Naam Naam Naam

G. van Klaveren E. Bruins Slot T. Faber

C. Schokker D. Visser E. de Ruijter R. Hoekstra

B. Wassink S. Haringa J. Hoekstra

AB-leden en DB-leden ontvangen geen vergoeding voor hun werkzaamheden.

41

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vlieland&id=b0c03374-b6be-4c3b-8de8-201b0edda261