09b Bijlage 1 Bestemmingsplan Vlieland - Partiële herziening Buitengebied Vlieland_ontw.pdf
Tekst van het document
Versie: 2.0,
Vervoer … mag niet plaatsvinden op (vooraf) geregelde vaste tijden of dagen, er mag geen sprake zijn van een “dienstregeling” Er mogen geen vaste tijden of dagen van vervoer aangekondigd worden door middel van affiches of op welke andere wijze dan ook
Januari 2018
7
De Afdeling Rechtspraak van de Raad van State heeft in de brief 29 oktober 1991 tevens aangegeven dat van een dienstregeling geen sprake is, als noodzakelijke vertrektijden worden aangekondigd bij gasten van hotels et cetera. De (twee) terreinwagens van de Vliehors Expres hebben geen kenteken en voldoen wellicht niet aan de eisen uit de Wet Personen Vervoer, althans kennen geen personenvervoer registratie. Dat geldt trouwens ook voor soortgelijk vervoer op andere eilanden. Alleen Terschelling heeft een vrachtwagen met kenteken, maar geen personenvervoer registratie. Het is echter de vraag of de Wet Personen Vervoer (WPV) van toepassing is, want deze geldt voor “voor het openbaar vervoer openstaande wegen”; onduidelijk is of het stand hieronder valt. In de WPV staan wel verhelderende definities: bus = motorrijtuig, al dan niet voorzien van een aanhangwagen, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; Uit het kenteken moet blijken of het voertuig als bus wordt aangemerkt en een rijbewijs D noodzakelijk is (mail politie Fryslân 17-3-2010) Er is echter geen kenteken. Ontheffingen voor korte stukjes rijden op de openbare weg zijn er niet. Het is ook onhelder of er één of twee auto’s mogen rijden. Kampvuren op het strand Op verschillende plaatsen worden regelmatig kampvuren gestookt op het strand.
Camping Stortemelk heeft hiervoor een ontheffing die ze “doorgeven” aan gasten. Maar iedereen weet dat er ook op andere plekken wordt gestookt, zoals aan de havenkop (bruine vloot) of op de Vliehors (Vliehors Expres). Naaktrecreatie op het strand De regels zijn niet bij iedereen bekend maar staan in de APV.
Overleg situatie Er is geen overleg tussen de strandexploitanten, waarin onderlinge knelpunten kunnen worden besproken. Zo kunne blo-karts nog wel eens hinderlijk en gevaarlijk zijn voor paardrijders. Als je hier onderling afspraken over maakt is dat punt snel opgelost.
Versie: 2.0,
Januari 2018
8
2. Knelpunten in de huidige situatie Uit de gevoerde gesprekken zijn de onderstaande knelpunten naar voren gekomen. 1.
Er ontstaan steeds meer wensen bij de ondernemers, zoals uitbreiding van opstallen, uitbreiding van activiteiten, uitbreiding van assortiment of plaatsen van reclameborden. Hieraan gerelateerd ontstaat de neiging meer regels te formuleren, om dit soort ontwikkelingen te kunnen blijven stroomlijnen.
2.
Er is onduidelijkheid over de richtlijnen bij de ondernemers: wat is wel/niet toegestaan, wie gaat over wat en welke regel zorgt ervoor dat andere regels worden overruled? Mag je met 1 ventvergunning 2 ventkarren gebruiken? Zijn er meer ventvergunningen mogelijk?
3.
Er is enige rechtsongelijkheid tussen de ondernemers, althans zo wordt het beleefd. Het betreft met name de ingenomen vierkante meters, maar ook andere vergunde rechten.
4.
Er is onduidelijkheid over kampvuren: mogen ze nu wel of mogen ze niet? In de praktijk vinden ze wel plaats en klagen geïnterviewde personen over achtergebleven rommel en gevaarlijk glaswerk. Het beleid van de gemeente was altijd: geen kampvuren. Alleen camping Stortemelk heeft een ontheffing, die ze “doorgeven” aan hun gasten.
5.
Men klaagt enerzijds over gebrek aan handhaving, anderzijds omzeilt men zelf ook wel eens een regel.
6.
Er doen zich soms nieuwe zaken (wensen, activiteiten) voor die niet eerder aan de orde waren. Deze zijn nauwelijks of niet te voorspellen (drones, wie had 10 jaar gelden bedacht dat deze zouden bestaan?). Hoe ga je hier mee om?
7.
Er is onduidelijkheid rond de status van het strand als openbare weg en derhalve rond de Vliehors Expres en de eisen die hier juridisch aan te stellen zijn.
8.
Naaktrecreatie regels niet bekend
9.
De locatie van een vergunninghouder met strandstoelenverhuur wordt momenteel aangevochten door de eigenaar van het Badhuys. Een procedure loopt bij de rechtbank Noord Nederland en de uitslag is niet bekend op het moment van vaststelling van deze notitie. Afhankelijk van de uitkomst, kan er dus een wijziging op de notitie nodig zijn in de toekomst. Nu wordt er uitgegaan van continuering van de huidige locatie.
Versie: 2.0,
Januari 2018
9
3. Nieuwe situatie: Voorstel tot nieuw beleid 3.1 Het vastgelegde gebruik in Natura 2000 wordt onze norm voor het strandgebruik Het strand van Vlieland is groot en breed, maar niet overal kan iedereen zomaar zijn gang gaan. Het strand is voor veel vogelsoorten en planten een vitaal onderdeel van hun bestaan. Voor diverse vogelsoorten is het strand voedselgebied, rustplaats, hoogwatervluchtplaats en broedplaats. De diverse recreatieactiviteiten op een aantal plaatsen op het strand zijn strijdig met de natuurbelangen en soms bedreigend voor de aanwezige vogelsoorten. 2 De kaart van Natura 2000 is opgesteld na inventarisatie en in samenspraak met diverse gebruikers van ons eiland. Natura 2000 wordt onze norm voor de zones op het stand en voor het strandgebruik aangaande activiteiten op het strand. De kaart is daar een prima hulpmiddel bij.
3.2 Het “het blijft wat het is” kader We houden de voorzieningen op het strand sober en basic. We willen er geen kermis van maken (zoals soms aan de orde op andere stranden bij badplaatsen elders in het land). Hierdoor blijft de rust en de natuurwaarde bewaard. Dit zien we als een USP (unic selling point).
3.3 Bouwwerken en vergunningen Daar waar nu verschillende typen opstallen en vergunningen worden gebruikt, hanteren we in de toekomst één vereenvoudigd type opstal- en vier typen exploitatie- en tenslotte 2 typen evenementen vergunningen.
2
Het huidige strandgebruik is vastgelegd in Natura 2000, kaartnummer Van de Dienst Landelijk Gebied DLGNN2009LJ-0986 versie: 10 mei 2010.
Versie: 2.0,
Januari 2018
10
Strandbouwwerken Voor alle ondernemers en ook de gemeente zelf worden strandbouwwerken toegestaan in het kader van het bestemmingsplan buitengebied. Er wordt wat ruimer bemeten dan voorheen omdat er ruimte genoeg is op het strand, maar er zijn grenzen. Ook zijn er regels voor het uiterlijk. Het totaal toegestane aantal bouwwerken op het strand stellen we vast op 5. - 2 Strand bewakings cabines - 3 Strandbouwwerken t.b.v. opslag voor strandattributen (1 stuks) of sportattributen (2 stuks) Een strandbouwwerk mag van de gemeente het hele jaar blijven staan, maar de richtlijnen van Rijkswaterstaat bepalen dat het bouwwerk ’s winters (1 oktober – 1 april) moet worden verwijderd van het strand. Strandpaviljoens vallen niet onder het bestemmingsplan buitengebied en zijn ook niet onderwerp in deze notitie. Strand exploitatie vergunning Ten behoeve van het aanbieden van diensten in een bouwwerk krijgen de ondernemers een exploitatievergunning die de standplaatsvergunning vervangt: de strandexploitatie vergunning. De exploitatievergunning voor het strand kent 4 varianten en van elk zijn er slechts enkele stuks. De vergunningen zijn niet overdraagbaar. -
-
-
Versie: 2.0,
Strandbewaking (1 stuks) o Het bewaken van strand en zwemwater door (KNRM) gecertificeerde lifeguards. o Strandbewaking geldt voor afgebakende gebieden, zoals aangegeven op de Natura 2000 kaart Strandattributen verhuur (2 stuks) o Verhuur van strandstoelen, parasols, windschermen. o Verhuur van 1 elektrische rolstoel o Eén elektrisch aangedreven gemotoriseerd voertuig van maximaal 3 meter lengte, een aanhanger van maximaal 4 meter, waarbij de snelheid zich beperkt tot maximaal 25 km/u t.b.v. het vervoer van de strandattributen o Strandattributenverhuur is toegestaan vanaf strandovergang Ankerplaats tot en met het Havenstrand. Strandsporten & instructie (2 stuks) o Het geven van instructie aan groepen en individuen in diverse strand en watersporten. Het gebruik van gerelateerde materialen. Toegestane sporten en gebieden zoals bepaald op de Natura2000 kaart. o Voor het bedrijfsmatig uitvoeren van (water)sportactiviteitenmoet de vergunninghouder aangesloten zijn bij de landelijke buitensportbranchevereniging (VeBON) of aangesloten zijn bij het veiligheidsinstituut Sport Institute Europe (SIE). Als een vergunninghouder nog niet aan deze eis voldoet, wordt een overgangsperiode van twee jaar gegeven om aan deze eis te voldoen.
o Het is toegestaan één aangedreven gemotoriseerd voertuig van maximaal 5 meter lengte te gebruiken, waarbij de snelheid op het strand zich beperkt tot maximaal 25 km/u. Dit uitsluitend voor het vervoer van benodigde sportattributen naar diverse locaties op het strand. Daarbij is gebruik van een aanhanger voor boten/surfplanken geoorloofd. Strandovergang “Badweg” mag door de vergunninghouder niet worden gebruikt om het strand op of af te rijden. o NB: Het verkopen van dranken (al dan niet alcoholisch) en etenswaren of verkoop van materialen, het houden van feesten, BBQ’s of andere, niet aan sport gerelateerde activiteiten vallen niet onder deze exploitatievergunning en zijn niet toegestaan. Januari 2018
11
-
Strandventen (3 stuks) Voor strandventen is een apart beleid opgesteld; de actuele versie blijft hier van toepassing. Enkele punten hieruit ter informatie o De toegestane te venten producten zijn ijs, niet alcoholische dranken en warme snacks/etenswaren (niet gefrituurd) en fruit; o Bij het venten dient voortdurend van plaats veranderd te worden, tenzij er klanten worden bediend. Het tijdelijk stilstaan in afwachting van klanten is niet toegestaan o
Aanvullend: Het is toegestaan te venten met één elektrisch aangedreven gemotoriseerd voertuig van maximaal 4 meter lengte, waarbij de snelheid zich beperkt tot maximaal 25 km/u;
o
Aanvullend: Venten is toegestaan vanaf de strandovergang Ankerplaats tot en met het Havenstrand.
Strandventen nader toegelicht Venten is: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats. Het maximum aantal ventvergunningen voor het strand is 3 en er zijn geen verdere eisen aan de inhoud gesteld in het ventbeleid 2012. Wel kunnen burgemeester en wethouders nadere voorwaarden stellen aan een vergunning (Ventbeleid 2012 artikel 5:15 lid 2) hetgeen meestal betekent dat benoemd wordt welke artikelen gevent mogen worden.
Strand evenementen vergunning Er worden twee typen evenementenvergunning voor het strand onderscheiden, die door B&W incidenteel kunnen worden verleend. -
Klein strand evenement (> 10 personen, maar < 100 personen), laag risico Het evenement moet passen binnen de natuurwaarde en natuurbeleving van het strand en daarom gelden in ieder geval volgende restricties: o Geen versterkte muziek o Geen gemotoriseerd vervoer op het strand 3 o Geen grote (> 2m ) attributen plaatsen (aggregaten, podia etc) 3 o Niet meer dan 3 kleine (< 2m ) attributen plaatsen o Begrenzing in tijd o Eisen aan de schoonmaak o Maximum van 10 kleine evenementen per jaar o Zwaartepunt tussen 1 april en 31 oktober (7 evenementen)
-
Groot strand evenement (>100 personen), verhoogd risico, hulpdiensten noodzakelijk, calamiteitenplan verplicht. Denk bij dit soort evenementen aan bijvoorbeeld een groot toernooi of een muziek festival. Hier gelden restricties en eisen zoals bij alle grote evenementen. Gemotoriseerd vervoer toegestaan (hulpdiensten of om te kunnen opbouwen en afbreken). Enkele restricties uitgelicht: o Begrenzing in tijd o Eisen aan de schoonmaak o Maximum van 3 grote evenementen per jaar o Zwaartepunt tussen 1 april en 31 oktober (2 evenementen)
Organiserende bedrijven en evenementenbureau’s Organiserende bedrijven en evenementenbureau’s kunnen alleen iets organiseren indien een evenementenvergunning is verleend, tenzij het een bedrijf betreft met een strandsport & instructie vergunning. Deze laatstgenoemde bedrijven moeten voor evenementen wel een vergunning aanvragen, maar mogen wel (bijvoorbeeld) groepslessen geven omdat dit valt binnen hun exploitatie vergunning. Denk bijvoorbeeld aan bureaus die niet op Vlieland zijn gevestigd maar wel een evenement willen organiseren op het Vlielandse strand. Versie: 2.0,
Januari 2018
12
3.4 (Reclame) Borden en wegwijzers Een ondernemer mag één bord aan zijn bouwwerk bevestigen om kenbaar te maken wat de naam en aard van het bedrijf is. Het bord mag niet verlicht zijn of licht geven en de maatvoering wordt begrensd op een nader te bepalen afmeting. Niet de kleuren geel en rood (zijnde strandbewakingskleuren) te gebruiken. Een ondernemer mag wegverwijzing plaatsen op een speciaal aan te brengen informatiebord (van gemeente wege verstrekt) bij de strand overgang aan het einde van de Badweg. Er mogen verder geen reclameborden worden geplaatst.
3.5 Motorvoertuigen op het strand Algemeen Op basis van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening, voorheen: Algemene Politieverordening Vlieland) artikel C38 geldt een rijverbod tussen strand overgang Haven en de Fortweg. Daarnaast voor de periode van 1 mei tot 1 oktober tussen 08.00 uur en 20.00 uur voor alle motorvoertuigen, waaronder bromfietsen, voor het strand tussen Fortweg en Pad van 20. Er verandert hier niets. Vliehors Expres Voorstel tot aanpassing van de vergunning Vliehors Express - er bestaat slechts 1 vergunning voor alternatief personenvervoer op het strand - de vergunning betreft maximaal 1 vergunninghouder (eigenaar bedrijf, VOF of BV) en gaat over maximaal 2 voertuigen (Op grond van artikel 1:5 van de APV heeft een vergunning of ontheffing een persoonsgebonden karakter). - de vergunning is niet overdraagbaar aan een opvolger en moet opnieuw worden vergund als iemand anders dit soort vervoer wil overnemen. - er mag met 2 voertuigen tegelijk gereden worden. Het tweede is tevens reserve voertuig. - de voertuigen moeten beiden een verzekering hebben, zoals een bus, op basis van de WAM (wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen). - het voertuig heeft maximaal 79 zitplaatsen in de bak en mag maximaal 79 personen vervoeren (exclusief de bestuurder). - het voertuig heeft een maximaal toegestane snelheid van 45 km per uur m.u.v.
het traject op de bewaakte stranden in het badseizoen (1 mei tot 1 oktober) waar 25 km per uur geldt - De data en tijden van de vergunning moeten in overeenstemming worden gebracht met de APV artikel C38: 1 mei tot 1 oktober tussen 08.00 uur en 20.00 uur geldt een ontheffing op C38 - de trajecten waar rijden op het strand is toegestaan zijn: a. van strand overgang Badhuys naar Pad van 20 van 1 mei tot 1 oktober tussen 08.00u en 20.00u vanwege de ontheffing. ’s Avonds en ’s nachts kan daar ook worden gereden. b. van Pad van 20 tot Vliehors: mag permanent worden gereden c. van Badhuys naar Overgang Fortweg mag gereden worden tussen 20.00u en 08.00u t.b.v. bereiken stalling - de ontheffingen voor rijden op de openbare weg: a. van strandovergang Fortweg tot stalling op industrieterrein. b. van Posthuys tot strandovergang Pad van Zes
Quads zonder kenteken Quads die geen kenteken voeren, mogen op het strand worden gebruikt. Ze moeten wel verzekerd zijn Versie: 2.0,
Januari 2018
13
op grond van de WAM (wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen). Overig NB. Het college kan in incidenteel voorkomende gevallen vergunning verlenen om op het strand te rijden.
3.6 Kampvuren Er worden, conform de kaart van Natura 2000 (versie 14 december 2009) op 5 plaatsen kampvuren toegestaan, mits er geen aanlandige wind heerst: - op het havenstrand ten oosten van paal 54 - tussen paal 52 en 53 nabij het camping - tussen paal 50 en 51 - tussen paal 47 en 48 - op de Vliehors bij het reddinghuisje Op de huidig geldende kaartversie (Kaartnummer: DLGNN2009LJ-0986 d.d. 10 mei 2010) zijn deze locaties echter verdwenen, maar in de praktijk vinden kampvuren wel plaats, bijvoorbeeld op de Vliehors of bij Camping Stortemelk. In deze beleidsnotitie worden de locaties wederom als toegestane locaties gezien. De toegestane plaatsen worden gemarkeerd met een bord (inclusief veiligheidstips, telefoonnummers) en gefaciliteerd met een prullenbak voor glaswerk en afval.
3.7 Overige zaken Naakt recreatie op het strand is niet toegestaan op de bewaakte gedeelten van het strand (APV 5.40) Vliegeren en het oplaten van vliegers is verboden op bewaakte stranden in het badseizoen (1 mei tot 1 oktober) op bewaakte stranden (APV 5.41). Drones laten vliegen boven groepen mensen is bij landelijke regelgeving verboden. Filmen en 3 fotograferen met een drone mag, mits de privacy van anderen wordt gerespecteerd. Verboden vliegzones zijn vastgelegd in de kaart “Drone no-fly zones” (https://kadata.kadaster.nl/dronekaart/). Regelgeving is op dit moment nog sterk in ontwikkeling, ook rond Natura2000 gebieden, dus het is zaak deze goed te volgen. Er wordt vanuit de gemeente voorzien in het actief schoonhouden van het strand op intensief gebruikte plaatsen in de drukke maanden juli en augustus. Ook worden in deze periode en op deze plaatsen vuilnisbakken geplaatst en geleegd. Het gebruik van één hottub op het strand valt in te passen in een “klein strand evenement” of wordt toegestaan op de volgende plaatsen nabij de kampvuur plekken. Aan en afvoer met auto en aanhanger is toegestaan via de kortste route tussen strandovergang en hottub locatie. - tussen paal 52 en 53 nabij het camping - tussen paal 50 en 51 - tussen paal 47 en 48
3
Zie: publicatie Staatscourant 2015 nr 12034 (30 april 2015), https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/drone, de “Regeling Modelvliegen” of notitie Veilig Vliegen met Drones op www.burgemeesters.nl, Versie: 2.0,
Januari 2018
14
4
Implementatie 4.1 Procedure voorstel voor nieuwe wensen een aanvullingen op het strandbeleid Van te voren is niet te overzien wat er voor nieuwe wensen in de toekomst op ons afkomen. Daarom is een procedure handiger dan een opsomming.
4.2 Implementatie van het nieuwe beleid Onderhavige notitie is voorgelegd aan het college en vervolgens aan de raad (oktober 2017). Er zijn vervolgens wijzigingen aangebracht op basis van de opmerkingen. De notitie wordt vervolgens vastgesteld door college en raad in december 2017. Alle strand gebruikende ondernemers worden voorgelicht over de inhoud. Alle lopende vergunningen worden ingetrokken/beëindigd. De vergunninghouders van 2017 kunnen op basis van het nieuwe beleid een vergunning aanvragen, waarbij her-toekenning gebeurt tenzij er teveel gedragingen tegen de regelgeving zijn geweest in het verleden. De nieuwe vergunningen gelden 2 jaar. De vergunning voor de Vliehors-expres eigenaar is voor onbepaalde tijd. Per 1 januari 2018 gaat het nieuwe beleid in. Voor het bedrijfsmatig uitvoeren van (water)sportactiviteitenmoet de vergunninghouder aangesloten zijn bij de landelijke buitensportbranchevereniging (VeBON) of aangesloten zijn bij het veiligheidsinstituut Sport Institute Europe (SIE). Als een vergunninghouder nog niet aan deze eis voldoet, wordt een overgangsperiode van twee jaar gegeven om aan deze eis te voldoen. Jaarlijks wordt een gebruikers overleg georganiseerd om eventuele knelpunten te bespreken. De ambtenaar neemt hier toe het initiatief.
4.3 Handhaving van het nieuwe beleid Er wordt drie keer per jaar een steekproef bezoek gebracht aan het strand om te controleren of het beleid wordt gevolgd door gebruikers. Daarnaast kunnen ad hoc signalen een trigger zijn om een controle bezoek te brengen. De bezoeken worden in principe uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente of ingehuurde toezichthouders, in opdracht van de gemeente.
4.4 Nieuwe vergunningen Indien een ondernemer zijn vergunning niet wenst te verlengen kan het college van B&W besluiten ofen aan wie deze opnieuw wordt verstrekt.
Versie: 2.0,
Januari 2018
15
Bijlage 1. Strandbouwwerken nader beschreven
Strandbewakingscabines o o
maximaal 25 m2 opp. (footprint) maximale hoogte 5 meter
Bij een Strandbewakingscabine is toegestaan: o 2 Vlaggen met mast o Maximale hoogte mast: 7 meter
Strandbouwwerk o o o o
maximaal opstal oppervlak 45 m2 maximaal strandgebruik inclusief opstal 70 m2 (inclusief de vlonder) 4 maximaal aantal opstallen per terrein is 3, (noot ) maximale hoogte: 3,00 m NB. Dit past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan moet hierop worden herzien of de vergunningen moeten met een afwijkingsprocedure worden verleend
Bij een strandbouwwerk is toegestaan: -
Houten vlonder van maximaal 20 m2 Stoelen op de vlonder (geen maximum) Tafels op de vlonder (geen maximum) Luifel van tentdoek of kunststof, eventueel met palen of tentstokken Windscherm van hout en/of glas Hek van hout en/of metaal (maximaal 180 hoog) 2 Vlaggen met mast, maximaal 7m hoog; vlag niet in kleuren geel en/of rood (zijnde strandbewakings kleuren)
Uiterlijk van strandbouwwerken -
Rondom betimmerd met naturel kleurig hout Niet de kleuren geel en rood (zijnde strandbewakingskleuren) te gebruiken bij onderdelen
Strandpaviljoen Een strandpaviljoen is een bijzondere vorm van bouwwerk op het strand. Strandpaviljoens vallen niet onder het Bestemmingsplan Buitengebied. Er zijn momenteel twee strandpaviljoens gesitueerd op het strand. Het strandpaviljoen ’t Badhuys valt onder het bestemmingsplan “Hotels- Badweg”. Voor het nieuwe strandpaviljoen is een wijzigingsplan opgesteld dat heet “Vlieland – Strandpaviljoen 4
Er wordt vaak gebruik gemaakt van containers. Afmeting 20 ft container meter: 6,058 x 2,438 x 2,591 meter (LxBxH) (opp. = 14,7694 m2) Afmeting 10 ft container meter: 2,99 x 2,44 x 2,59 meter (LxBxH) (opp. = 7,2956 m2)
Versie: 2.0,
Januari 2018
16
Fortweg”. In het bestemmingsplan zijn de voorschriften opgenomen waaraan moet worden voldaan ten aanzien van de aspecten op het gebied van ruimtelijke ordening. Het begrip “strandpaviljoen” wordt verder niet beschreven in deze strandnotitie. Een strandpaviljoen heeft geen eigen verzorgingsgebied of strandje buiten het terrein (footprint) van het gebouw.
Versie: 2.0,
Januari 2018
17
Bijlage 2 Voortoets ecologie
Vlieland Herziening bestemmingsplan buitengebied
Voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum: 19 mei 2022
projectleider:
opdrachtgever:
auteur(s): ir. H.G. van der Aa
Inhoud
1. Inleiding 1.1. 1.2.
Aanleiding en doel voortoets Leeswijzer
3 3 3
2. Wet natuurbescherming
5
3. Beschrijving Natura 2000-gebieden
8
3.1. 3.2. 3.3.
Noordzeekustzone Instandhoudingsdoelen Duinen Vlieland Instandhoudingsdoelen Waddenzee Instandhoudingsdoelen
8 8 9 9 11 11
4. Strandnotitie
14
5. Effecten
16
5.1. 5.2. 5.3. 5.4.
5.5.
Afbakening effecten Oppervlakteverlies Verontreiniging Verstoring 5.4.1. Verstoringsgevoelige stranden 5.4.2. Verstoringseffecten Stikstofdepositie
6. Conclusies
16 16 17 18 18 19 24
27
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding en doel voortoets
De gemeente Vlieland heeft in 2018 een strandnotitie opgesteld als voorstel tot een beleidskader voor het strandgebruik. Gebleken is dat deze strandnotitie op enkele onderdelen strijdig is met het vigerende bestemmingsplan buitengebied. Daarom zal dit vigerende bestemmingplan op deze onderdelen worden herzien. In de strandnotitie is vastgelegd dat Natura 2000 ‘de norm’ is voor de zonering op het stand en voor het strandgebruik aangaande activiteiten op het strand. Gezien de ligging in en nabij een drietal Natura 2000-gebieden zijn significante effecten als gevolg van de beoogde ontwikkelingen op deze gebieden niet op voorhand uit te sluiten. Derhalve is minimaal een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming vereist. Op basis van de voorliggende voortoets moet worden beoordeeld of nader onderzoek vereist ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan of dat door het opnemen van randvoorwaarden in de planregels effecten op Natura 2000 kunnen worden voorkomen. In de voorliggende voortoets worden beide onderzoeksvragen uitgewerkt. Deze voortoets behandelt niet de effecten op beschermde soorten en het Natuurnetwerk Nederland.
1.2.
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het juridisch kader van deze voortoets (de Wet natuurbescherming) kort uiteengezet. In hoofdstuk 3 worden de relevante Natura 2000-gebieden kort beschreven. In hoofdstuk 4 wordt beschreven op welke punten de ambities van de strandnotitie strijdig zijn met het vigerende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 worden vervolgens de mogelijke effecten van de beoogde ontwikkelingen op Natura 2000 beschreven en worden per thema aanbevelingen geformuleerd ter voorkoming van significante effecten op Natura 2000. Hoofdstuk 6 geeft tenslotte de conclusies van deze voortoets weer.
Figuur 1.1 Begrenzing afzonderlijke Natura 2000-gebieden
2. Wet natuurbescherming
In Nederland hebben diverse natuurgebieden een beschermde status onder de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Daarbij zijn twee soorten beschermingen te onderscheiden: -
Natura 2000-gebieden; Bijzondere nationale natuurgebieden.
Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden in heel Europa die worden beschermd op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Voor Nederland gaat het om ruim 160 gebieden. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen het Nationaal Natuurnetwerk. In het aanwijzingsbesluit staat welke doelen Nederland nastreeft voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld welke planten en dieren bescherming verdienen. Vervolgens komt er in nauw overleg met betrokken partijen een beheerplan, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de doelen te behalen. Bijzondere nationale natuurgebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) kan buiten de gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden Natura 2000, ook bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen wanneer deze zijn opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Habitatrichtlijn of onderwerp zijn van een procedure als bedoeld in artikel 5 van de Habitatrichtlijn. De beschermende werking die geldt voor gebieden die behoren tot Natura 2000, geldt in dat geval ook voor het bijzondere nationaal natuurgebied. Wettelijk kader De Wnb -
-
verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies.
Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen. -
-
De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen
-
kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft.
In artikel 2.,7, eerste lid, van de Wnb is de habitattoets voor het vaststellen van een bestemmingsplan neergelegd. Artikel 2.7, eerste lid, van de Wnb luidt als volgt: Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid. Artikel 2.8 van de Wnb luidt als volgt: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, derde lid, onderdeel a, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project. Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. In afwijking van het derde lid kan, ondanks het feit dat uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan worden vastgesteld, onderscheidenlijk de vergunning worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: a.
er zijn geen alternatieve oplossingen; b. het plan, onderscheidenlijk het project, bedoeld in het eerste lid, is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en c. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. Ingeval het plan, onderscheidenlijk het project, bedoeld in het eerste lid, significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000gebied, geldt, in afwijking van het vierde lid, onderdeel b, de voorwaarde dat het plan, onderscheidenlijk het project nodig is vanwege: a. argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, of b. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commissie. Een advies van de Europese Commissie als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b, wordt door de Minister gevraagd. Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk gedeputeerde staten doen daartoe een verzoek aan de Minister.
7.
8.
Compenserende maatregelen als bedoeld in het vierde lid, onderdeel c, maken onderdeel uit van het plan, onderscheidenlijk de verplichting om deze maatregelen te treffen maakt onderdeel uit van de vergunning voor het project, bedoeld in het eerste lid. Het bestuursorgaan dat het plan vaststelt meldt, onderscheidenlijk gedeputeerde staten melden de compenserende maatregelen aan Onze Minister, die de Europese Commissie van de maatregelen op de hoogte stelt. Ingeval een compenserende maatregel voorziet in de ontwikkeling of verbetering van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats voor soorten buiten een Natura 2000-gebied, draagt Onze Minister ervoor zorg dat deze leefgebieden of habitats een Natura 2000-gebied, of een onderdeel van een Natura 2000-gebied worden.
Een passende beoordeling is verplicht als een plan, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, significante gevolgen kan hebben voor de betrokken Natura 2000-gebieden.1) Voor de inschatting van de effecten die een plan kan hebben, moet de significantie worden beoordeeld in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die voor kwalificerende soorten en habitats zijn geformuleerd. Als niet op grond van objectieve gegevens op voorhand significante gevolgen op een Natura 2000-gebied zijn uitgesloten, moet een passende beoordeling worden gemaakt. 2) In de passende beoordeling worden de effecten op Natura 2000-gebieden nader onderzocht. Vervolgens kan een bestemmingsplan slechts worden vastgesteld indien is verzekerd dat ook bij een maximale invulling van het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Wat is significant? Het begrip significant speelt een sleutelrol bij het beoordelen van de vergunbaarheid van een ingreep in het kader van de Wet natuurbescherming. In de factsheet nr. 25: “‘Significantie’ bij beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden” geeft de Commissie voor de Milieueffectrapportage aan op welke wijze het begrip significantie moet worden geïnterpreteerd bij een dergelijke toetsing.
De beoordeling of een effect al dan niet significant is, wordt benaderd vanuit de instandhoudingsdoelstellingen. Deze zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000gebieden. Er zijn instandhoudingsdoelstellingen voor habitattypen en voor soorten. -
Voor habitattypen gaat het om behoud of uitbreiding van de oppervlakte en/of behoud of verbetering van de kwaliteit. Voor soorten gaat het om behoud of uitbreiding van de oppervlakte van het leefgebied, behoud of verbetering van de kwaliteit van het leefgebied en behoud of uitbreiding van de populatieomvang.
Als uit de Passende beoordeling blijkt dat een instandhoudingsdoel door het project of plan (mogelijk) niet gehaald wordt, wordt het effect als significant beschouwd.
1) Art. 2.8, tweede lid, van de Wnb. 2) ABRvS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421.
3. Beschrijving Natura 2000-gebieden
3.1.
Noordzeekustzone
Dit gebied is aangewezen als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied vanwege het voorkomen van de volgende habitats en soorten (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase): Instandhoudingsdoelen De te beschermen soorten en habitats binnen het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone worden hieronder in tabelvorm benoemd. Voor meer informatie wordt verwezen naar de gebiedendatabase van het ministerie van LNV. Tabel 3.1 Kwalificerende habitats en soorten Natura 2000-gebied Noordzeekustzone Habitats
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
H1110B - Permanent overstroomde zandbanken (Noordzee-kustzone) H1140B - Slik- en zandplaten (Noordzee-kustzone)
-
=
>
+
=
=
H1310A - Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)
-
=
=
H1310B - Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)
+
=
=
H1330A - Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
-
=
=
H2110 - Embryonale duinen
+
=
=
H2190B - Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
-
=
=
Habitatsoorten
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
doelst. populatie
H1095 - Zeeprik
-
=
=
>
H1099 - Rivierprik
-
=
=
>
H1103 - Fint
--
=
=
>
H1351 - Bruinvis
-
=
>
=
H1364 - Grijze zeehond
-
=
=
=
H1365 - Gewone zeehond
-
=
=
=
H1903 - Groenknolorchis
--
=
=
=
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
Doelst. populatie
A137 - Bontbekplevier
-
=
=
20
A138 - Strandplevier
--
>
>
30
Broedvogels
A195 - Dwergstern
--
>
>
20
Niet-broedvogels
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
Doelst. populatie
A001 - Roodkeelduiker
-
=
=
A002 - Parelduiker
?
=
=
A017 - Aalscholver
+
=
=
A048 - Bergeend
+
=
=
A062 - Toppereend
--
=
=
A063 - Eider
--
=
=
A065 - Zwarte zee-eend
-
=
=
A130 - Scholekster
--
=
=
A132 - Kluut
-
=
=
A137 - Bontbekplevier
+
=
=
A141 - Zilverplevier
+
=
=
A143 - Kanoet
-
=
=
A144 - Drieteenstrandloper
-
=
=
A149 - Bonte strandloper
+
=
=
A157 - Rosse grutto
+
=
=
A160 - Wulp
+
=
=
A169 - Steenloper
--
=
=
A177 - Dwergmeeuw
-
=
=
Verklaring symbolen staat van instandhouding + redelijk - slecht - - zeer slecht
3.2.
relatieve bijdrage - klein + groot ++ zeer groot
doelstellingen = behoud >verbetering/uitbreiding * = Prioritair habitat
Duinen Vlieland
Dit gebied is aangewezen als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied vanwege het voorkomen van de volgende habitats en soorten (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase): Instandhoudingsdoelen De te beschermen soorten en habitats binnen het Natura 2000-gebied Duinen Vlieland worden hieronder in tabelvorm benoemd. Voor meer informatie wordt verwezen naar de gebiedendatabase van het ministerie van LNV. Tabel 3.1 Kwalificerende habitats en soorten Natura 2000-gebied Duinen Vlieland Habitats H1310A - Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) H1330A - Schorren en zilte graslanden (buitendijks) H2110 – Embryonale duinen H2120 - Witte duinen
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
+ -
= = = =
= = = =
H2130A - *Grijze duinen (kalkrijk) H2130B - *Grijze duinen (kalkarm) H2130C - *Grijze duinen (heischraal) H2140A - *Duinheiden met kraaihei (vochtig) H2140B - *Duinheiden met kraaihei (droog) H2150 - *Duinheiden met struikhei H2160 - Duindoornstruwelen H2170 - Kruipwilgstruwelen
---+ + -
= > = = (<) = = = =
= > = = = = = =
H2180A – Duinbossen (droog)
+
>
>
H2180B – Duinbossen (vochtig)
-
>
>
H2190A – Vochtige duinvalleien (open water)
-
=
=
H2190B – Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
-
>
=
H2190C – Vochtige duinvalleien (ontkalkt)
-
>
>
SVI landelijk
= doelst. Opp.vl.
= doelst. Kwal.
Doelst. Populatie
H1903 – Groenknolorchis
--
=
=
=
H1364 Grijze zeehond
-
=
=
=
Broedvogels
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
Doelst. populatie
A017 - Aalscholver A034 - Lepelaar A063 - Eider A081 - Bruine Kiekendief A082 - Blauwe Kiekendief A119 - Porseleinhoen A183 - Kleine Mantelmeeuw A277 - Tapuit Niet-broedvogels
+ + -+ --+ -SVI landelijk
= = = = > = = > doelst. opp.vl.
= = = = > = = > doelst. kwal.
870 170 2100 20 9 4 2500 35 Doelst. populatie
+ + + -
= = = = = =
= = = = = =
610 90 220 260 220 2100
H2190D – Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) Habitatsoorten
A017 - Aalscholver A034 - Lepelaar A054 - Pijlstaart A056 - Slobeend A132 - Kluut A162 - Tureluur Verklaring symbolen staat van instandhouding + redelijk - slecht - - zeer slecht
relatieve bijdrage - klein + groot ++ zeer groot
doelstellingen = behoud >verbetering/uitbreiding * = Prioritair habitat
3.3.
Waddenzee
Dit gebied is aangewezen als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied vanwege het voorkomen van de volgende habitats en soorten (bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase): Instandhoudingsdoelen De te beschermen soorten en habitats binnen het Natura 2000-gebied Waddenzee worden hieronder in tabelvorm benoemd. Voor meer informatie wordt verwezen naar de gebiedendatabase van het ministerie van LNV. Tabel 3.1 Kwalificerende habitats en soorten Natura 2000-gebied Waddenzee Habitats
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
-
=
>
H1130 - Estuaria
--
=
>
H1140A - Slik- en zandplaten (getijdengebied)
-
=
>
H1310A - Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)
-
=
=
H1310B - Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)
+
=
=
H1320 - Slijkgrasvelden
--
=
=
H1330A - Schorren en zilte graslanden (buitendijks)
-
=
>
H1330B - Schorren en zilte graslanden (binnendijks)
-
=
=
H2110 - Embryonale duinen
+
=
=
H2120 - Witte duinen
-
=
=
H2130A - *Grijze duinen (kalkrijk)
--
=
=
H2130B - *Grijze duinen (kalkarm)
--
=
>
H2160 - Duindoornstruwelen
+
=
=
H2170 - Kruipwilgstruwelen
-
=
=
H2190B - Vochtige duinvalleien (kalkrijk)
-
=
=
SVI landelijk
doelst. Opp.vl.
doelst. Kwal.
Doelst. Populatie
H1014 – Nauwe korfslak
-
=
=
=
H1095 – Zeeprik
-
=
=
>
H1099 – Rivierprik
-
=
=
>
H1103 – Fint
--
=
=
>
H1340 - *Noordse woelmuis
--
=
=
=
H1352 - Bruinvis
-
=
=
=
H1364 - Grijze zeehond
-
=
=
=
H1365 - Gewone zeehond
-
=
=
>
H1903 - Groenknolorchis
--
=
=
=
Broedvogels
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
Doelst. populatie
A034 - Lepelaar
+
=
=
430
A063 - Eider
--
=
>
5000
A081 - Bruine Kiekendief
+
=
=
30
H1110A - Permanent (getijdengebied)
overstroomde zandbanken
Habitatsoorten
A082 - Blauwe Kiekendief
--
=
=
3
A132 - Kluut
-
=
>
3800
A137 - Bontbekplevier
-
=
=
60
A138 - Strandplevier
--
>
>
50
A183 - Kleine Mantelmeeuw
+
=
=
19000
A191 - Grote stern
--
=
=
16000
A193 - Visdief
-
=
=
5300
A194 - Noordse Stern
+
=
=
1500
A195 - Dwergstern
--
>
>
200
A222 - Velduil
--
=
=
5
SVI landelijk
doelst. opp.vl.
doelst. kwal.
Doelst. populatie
A005 - Fuut
-
=
=
310
A017 - Aalscholver
+
=
=
4200
A034 - Lepelaar
+
=
=
520
A037 - Kleine Zwaan
-
=
=
1600
A039 - Toendrarietgans
+
=
=
geen
A043 - Grauwe Gans
+
=
=
7000
A045 - Brandgans
+
=
=
36800
A046 - Rotgans
-
=
=
26400
A048 - Bergeend
+
=
=
38400
A050 - Smient
+
=
=
33100
A051 - Krakeend
+
=
=
320
A052 - Wintertaling
-
=
=
5000
A053 - Wilde eend
+
=
=
25400
A054 - Pijlstaart
-
=
=
5900
A056 - Slobeend
+
=
=
750
A062 - Toppereend
--
=
>
3100
A063 - Eider
--
=
>
90000115000
A067 - Brilduiker
+
=
=
100
A069 - Middelste Zaagbek
+
=
=
150
A070 - Grote Zaagbek
--
=
=
70
A103 - Slechtvalk
+
=
=
40
A130 - Scholekster
--
=
>
140000160000
A132 - Kluut
-
=
=
6700
A137 - Bontbekplevier
+
=
=
1800
A140 - Goudplevier
--
=
=
19200
A141 - Zilverplevier
+
=
=
22300
A142 - Kievit
-
=
=
10800
A143 - Kanoet
-
=
>
44400
A144 - Drieteenstrandloper
-
=
=
3700
A147 - Krombekstrandloper
+
=
=
2000
A149 - Bonte strandloper
+
=
=
206000
Niet-broedvogels
A156 - Grutto
--
=
=
1100
A157 - Rosse grutto
+
=
=
54400
A160 - Wulp
+
=
=
96200
A161 - Zwarte ruiter
+
=
=
1200
A162 - Tureluur
-
=
=
16500
A164 - Groenpootruiter
+
=
=
1900
A169 - Steenloper
--
=
>
23003000
A197 - Zwarte Stern
--
=
=
23000
4. Strandnotitie
De gemeente Vlieland heeft de strandnotitie (versie 2.0, januari 2018) opgesteld als voorstel tot een beleidskader voor het strandgebruik. Onder strand wordt in deze notitie verstaan: de zandvlakte tussen waterlijn en duinvoet en/of voet van de strandovergang aan de Noordzeezijde van het eiland. In deze notitie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wens om zo min mogelijk regels te gebruiken en tegelijkertijd de primaire belangen van het strand (waterkering en natuur) adequaat te beschermen. Tevens wordt met de notitie rekening gehouden met de roep om duidelijkheid, rechtsgelijkheid en handhaving. De strandnotitie is op enkele onderdelen strijdig met het huidige bestemmingsplan buitengebied. Dit heeft tot gevolg dat omgevingsvergunningen voor deze onderdelen moeten worden geweigerd of dat sturing op locaties niet mogelijk is. Daarom zal het huidige bestemmingplan op deze onderdelen worden herzien. In onderstaande tabel is weergegeven op welke punten sprake is van strijdigheid tussen ambities en het vigerende bestemmingsplan (strandpaviljoens vallen niet onder het bestemmingsplan buitengebied en zijn ook niet onderwerp in deze notitie). Deze onderdelen dienen nader getoetst te worden met betrekking tot de gevolgen voor Natura 2000. Tabel 4.1 Voorstellen Strandnotitie en voorwaarden
Voorstel Strandnotitie
Relevante voorwaarden m.b.t. Natura 2000
2 permanente strandbewakingscabines
- Strandbewaking geldt voor afgebakende gebieden, zoals aangegeven op de Natura 2000 kaart - Max 25 m2 en 5 m hoog - Max 2 vlaggen met mast (max 7 m hoog)
3 permanente strandbouwwerken
- Alleen tussen 1 april en 1 oktober - toegestaan vanaf strandovergang Ankerplaats tot en met het Havenstrand. Kenmerken strandbouwwerk - maximaal opstal oppervlak 45 m2 - maximaal strandgebruik inclusief opstal 70 m2 (inclusief een houten vlonder van max 20 m2) - maximaal aantal opstallen per terrein is 3 (er wordt vaak gebruik gemaakt van containers ) - maximale hoogte: 3 m - 2 Vlaggen met mast, maximaal 7m hoog - op het havenstrand ten oosten van paal 54 - tussen paal 52 en 53 nabij het camping - tussen paal 50 en 51 - tussen paal 47 en 48 - op de Vliehors bij het reddinghuisje - mits er geen aanlandige wind heerst
-
1 x Opslag verhuur 2 x Opslag strandattributen
5 kampvuurlocaties
Diverse Vliegerlocaties
- Vliegeren en het oplaten van vliegers is verboden op bewaakte stranden in het badseizoen (1 mei tot 1 oktober)
3 x Strandventen
- toegestaan vanaf de strandovergang Ankerplaats tot en met het Havenstrand. - tussen 1 mei en 1 sept
Evenementen
Klein strandevenement (10 - 100 personen) - Geen versterkte muziek - Geen gemotoriseerd vervoer op het strand - Geen grote (> 2m3) attributen plaatsen (aggregaten, podia etc) - Niet meer dan 3 kleine (< 2m3 ) attributen - Begrenzing in tijd - Maximum van 10 kleine evenementen per jaar - Zwaartepunt tussen 1 april en 31 oktober (7 evenementen) Groot strandevenement (>100 personen), verhoogd risico, hulpdiensten noodzakelijk, calamiteitenplan verplicht. - Gemotoriseerd vervoer toegestaan (hulpdiensten of om te kunnen opbouwen en afbreken). - Begrenzing in tijd - Eisen aan de schoonmaak - Maximum van 3 grote evenementen per jaar - Zwaartepunt tussen 1 april en 31 oktober (2 evenementen) - 1 onverlicht (reclame)bord toegestaan
De ligging van de in tabel 4.1. aangeduide locaties t.o.v. Natura 2000 is weergeven in onderstaande figuur. Figuur 4.1. Ligging voorstellen strandnotitie t.o.v. Natura 2000
5. Effecten
5.1.
Afbakening effecten
Voor de effectenbeoordeling is de aard en omvang van de geplande ontwikkeling van belang. Effecten kunnen zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase optreden. Het Ministerie van EZ (inmiddels LNV) heeft de effectenindicator opgesteld voor het beoordelen van mogelijke effecten in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze Effectenindicator geeft voor de combinatie water- en landrecreatie in de betreffende Natura 2000-gebieden de volgende gevoeligheden: oppervlakteverlies, verontreiniging, en verstoring (geluid, licht, trilling, optische verstoring mechanische effecten). Om onduidelijke redenen geeft de Effectenindicator sinds de inwerkingtreding van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in 2015 de thema’s vermesting en verzuring door stikstofdepositie niet meer weer. Ook deze thema’s zijn echter relevant, in het bijzonder voor het stikstofgevoelige duingebied. Hieronder worden deze mogelijke effecten beoordeeld.
5.2.
Oppervlakteverlies
De meeste activiteiten uit tabel 4.1 zijn alleen aan de oostkant van het eiland toegestaan. De duinen behoren hier tot H2120 Witte duinen en het bij vloed ondergelopen deel van het strand behoort tot H1140A of H1140 B (Slik- en zandplaten, Getijdengebied resp. Noordzeekustzone). Het strand daartussen vormt geen kwalificerend habitat dus oppervlakteverlies zal bij geen van de activiteiten van tabel 4.1. aan de orde zijn. Uitzondering vormt de smalle strook H2110 Embryonale duinen ten westen van kmp 49, onderaan de duinvoet. De strandnotitie beoogt kampvuren toe te staan in het gebied tussen paal 47 en 48, hetgeen ten koste zou kunnen gaan van het habitat embryonale duinen. Het Natura 2000 Beheerplan stelt hierover het volgende: ondanks de behoudsdoelstelling is nieuwvorming van embryonale duinen (H2110) en witte duinen (H2120) een opgave [kernopgave 1.13 en 2.01]. Dit zal met name plaatsvinden langs de noord- en westzijde van dit deelgebied onder invloed van het dynamisch kustbeheer. Behoud van deze twee habitattypen op eilandniveau betekent dat er lokaal periodiek nieuwvorming moet plaatsvinden. Dit is nodig omdat ze anders in totaaloppervlakten geleidelijk afnemen door een natuurlijke ontwikkeling naar respectievelijk H2120 (witte duinen) en H2130 (grijze duinen), of naar verruigde duinen die niet tot een habitattype gerekend mag worden.
Nieuwvorming en verjonging binnen dit habitattype is ook nodig om de gehele levensgemeenschap binnen het ecosysteem van embryonale duinen, witte duinen en grijze duinen in stand te houden. Behalve voor de handhaving van de habitattypen H2110 en H2120 zelf, is
dynamiek en verjonging van deze duinvormen ook van essentieel belang voor de kwaliteit en de ontwikkeling binnen de grijze duinen (H2130). Figuur 5.1 Ligging H2110 Embryonale duinen (geel) (bron: AERIUS Calculator)
Aantasting van bestaande en mogelijk toekomstige embryonale duinen door kampvuren en betreding kan daarom worden vermeden op twee manieren: -
Kampvuren niet toestaan ten westen van kmp 49
- Kampvuren alleen toestaan op minimaal 50 afstand van de duinvoet; Op de beoogde kampvuurlocatie op de Vliehors bij het reddingshuisje zijn geen kwalificerende habitats aanwezig. Areaalverlies zal hier dan ook niet optreden.
5.3.
Verontreiniging
Er wordt vanuit de gemeente voorzien in het actief schoonhouden van het strand op intensief gebruikte plaatsen in de drukke maanden juli en augustus. Ook worden in deze periode en op deze plaatsen vuilnisbakken geplaatst en geleegd. Schone stranden worden immers hooggewaardeerd door de toeristen en bewoners op het eiland. Ook Defensie en Rijkswaterstaat hebben een rol bij het opruimen van afval. Bij de nieuwe voorzieningen en activiteiten die conform de strandnotitie zullen worden toegestaan zal het vermijden van verontreiniging strikt worden bewaakt en zo nodig afgedwongen. Ook in de vergunningen voor evenementen zal dit thema worden geregeld. Voor kampvuren geldt momenteel een ontheffingsplicht waarin voorwaarden worden gesteld o.a. ten aanzien van verontreiniging. Daarmee wordt voldoende verzekerd dat geen aantasting van Natura 2000 optreedt. Geconcludeerd wordt daarom dat deze activiteiten niet zullen leiden tot extra verontreiniging.
5.4.
Verstoring
5.4.1. Verstoringsgevoelige stranden Relevant voor het thema verstoring is de ligging van de meest verstoringsgevoelige stranden. Figuur 5.2 geeft de ligging aan van de belangrijkste hoogwatervluchtplaatsen voor steltlopers op Vlieland. Per telgebied is een indicatie van de gemiddelde aantallen opgenomen. Deze hoogwatervluchtplaatsen liggen allen zo dicht mogelijk bij de foerageergebieden op de periodiek droogvallende wadplaten. Daarnaast is er een verband met de recreatiedruk op deze stranden; de drukke oostelijke helft van het eiland wordt nauwelijks gebruikt als hvp, de geïsoleerde zandplaat zonder recreanten daarentegen wel. Figuur 5.2 Ligging hoogwatervluchtplaatsen (bron: Beheerplan Vlieland, 2016)
Andere verstoringsgevoelige stranden betreffen de broedplaatsen van strandbroeders als visdief, dwergstern, strandplevier en bontbekplevier. Deze broedgebieden bevinden zich allen op de Vliehors, het rustigste deel van het eiland. Tenslotte kunnen ook de ligplaatsen van grijze en gewone zeehonden als verstoringsgevoelig worden beschouwd. Deze ligplaatsen liggen grotendeels op het wad maar daarnaast ook op de westpunt van de Vliehors (zie figuur 5.3). Ook voor deze dieren geldt dat alleen de rustigste delen van het eiland geschikt zijn als ligplaats.
Figuur 5.3 Ligplaatsen gewone en grijze zeehonden
5.4.2.
Verstoringseffecten
Permanente strandbewakingscabines en strandbouwwerken Verstoring door geluid, licht en trillingen kan ontstaan in de aanlegfase van de permanente strandbewakingscabines en strandbouwwerken. De verkeersintensiteit op de aanvoerwegen neemt in de bouwfase tijdelijk toe met zwaar tot middelzwaar verkeer en daarnaast is er extra geluid als gevolg van de bouwwerkzaamheden. Deze verstoring is waarschijnlijk vergelijkbaar met de verstoring als gevolg van de jaarlijkse opbouw en afbraak van deze voorzieningen. Geconcludeerd wordt daarom dat de realisering van de permanente voorzieningen vanwege het eenmalige karakter qua verstoring gunstiger zijn dan de huidige tijdelijke voorzieningen. In de gebruiksfase is er geen verschil tussen blijvende of tijdelijke voorzieningen. Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Ten opzichte van de tijdelijke objecten die nu al in het zomerhalfjaar aanwezig zijn is de permanente aanwezigheid van de strandbewakingscabines en strandbouwwerken voor deze voortoets relevant in het winterhalfjaar. Deze voorzieningen zullen worden gerealiseerd nabij de strandopgangen waar het strand ook in de winter relatief druk is. De kleine gebouwde objecten en het beperkte gebruik daarvan in de wintermaanden vormen een
verwaarloosbare toevoeging aan het grootschalige strandlandschap en zullen door de aanwezige vogels volstrekt genegeerd worden als ongevaarlijke elementen. Kampvuurlocaties De toegestane kampvuurlocaties zijn gelegen binnen strandtrajecten die nu reeds relatief druk zijn. Om die reden zijn deze stranden van minimale betekenis voor broedende vogels of rustende zeehonden. De kampvuren zullen wel leiden tot een langere aanwezigheid van groepen mensen op het strand en de duinopgangen. De aangrenzende duingebieden zijn rondom deze locaties en routes echter reeds verstoord en de kampvuren zullen hier geen extra verstoring aan toevoegen. Uitzondering vormt de toegestane locatie bij het reddingshuisje op de Vliehors. Dit westelijk deel van het eiland is relatief rustig en daarom van betekenis voor bontbekplevier, strandplevier en dwergstern. Het betreft hier kwalificerende soorten voor het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone (waar deze locatie onder valt) waarvoor een behoud- of verbeterdoelstelling geldt. De aantallen broedparen van strandplevier en bontbekplevier bevinden zich ruim onder het instandhoudingsdoel voor dit Natura 2000-gebied zodat elke extra verstoring van geschikte broedlocaties moet worden voorkomen. Daarnaast is de Vliehors van betekenis als rustplaats voor gewone en grijze zeehonden.
Het toestaan van kampvuren op de Vliehors impliceert ongetwijfeld extra verstoring door groepen mensen die zullen uitwaaieren rond deze locatie en bovendien een grote afstand naar en van deze locatie moeten afleggen door een rustig gebied en daardoor voor extra verstoring zorgen. Ook verstoring door loslopende honden en versterkte muziek zijn bij dergelijke situaties aannemelijk en handhaving is op deze grote afstand van het dorp extra moeilijk. Conclusie; bij het toestaan van kampvuren bij het reddingshuisje op de Vliehors is significante verstoring van broedende vogels en zeehonden niet uitgesloten en derhalve strijdig met de Wet natuurbescherming. Vliegerlocaties Voor de vliegerlocaties geldt op hoofdlijnen hetzelfde als voor de permanente bouwwerken en de meeste kampvuurlocaties. Vliegeren is alleen toegestaan aan de oostkant van het eiland waar reeds sprake is van relatief drukke, verstoorde stranden zonder broedvogels en zeehonden. In de wintermaanden zijn deze stranden rustiger maar zal er ook weinig gevliegerd worden. De extra verstoring van de aanwezige vogels in de wintermaanden zal daarom zeer gering zijn en verre van significant. Strandventen Strandventen vindt per definitie alleen plaats op reeds drukke locaties op drukke tijdstippen en zorgt derhalve niet voor aanvullende verstoring van natuurwaarden.
Evenementen Er zijn meerdere geregeld terugkerende evenementen op Vlieland. Een aantal evenementen vindt ook plaats op het strand. Het gaat hierbij o.a. om een avondvierdaagse en de halve marathon, een surfevenement en de triatlon. Het betreft vormen van bestaand gebruik die volgens het Natura 2000beheerplan geen effect hebben op de kwalificerende Natura 2000-waarden en waarvoor volgens het beheerplan geen vergunning vereist is.
De Strandnotitie beoogt ook evenementen op het strand mogelijk te maken zoals bijvoorbeeld een groot toernooi of een muziekfestival. Dergelijke evenementen kunnen wel relevante nieuwe effecten hebben op Natura 2000; deze worden hieronder beschreven. Kleine evenementen met maximaal 100 personen en zonder versterkte muziek zullen in het zomerhalfjaar nauwelijks verstoring toevoegen zolang ze plaatsvinden op de reeds drukke stranden oostelijk van kmp 48. Evenementen buiten deze zone kunnen leiden tot verstoring van vogels en zeehonden door de aanwezigheid van grote groepen mensen. Voor grote evenementen geldt in beginsel hetzelfde met de toevoeging dat door het gebruik van versterkte muziek het verstoringseffect zich kan uitstrekken tot buiten de stranden, bijvoorbeeld in het Natura 2000-gebied Duinen Vlieland of zelfs de Waddenzee. Inzake de gevoeligheid van vogels voor verstoring door grootschalige evenementen zijn verschillende veldstudies verricht. Relevant zijn met name: •
Krijgsveld, K. e.a. (2012): “Effecten van dancefestival Amsterdam Open Air op broedvogels” Bureau Waardenburgrapport 12-115
•
TAUW (2012): “Verstoring door muziekfestivals Wijthmenerplas bij Zwolle“
Dancefestival Amsterdam Open Air In het weekend van 26 en 27 mei 2012 (dus in het broedseizoen) heeft het dancefestival Amsterdam Open Air plaatsgevonden in het Gaasperpark. Beide dagen werd vanaf ca. één uur ’s middags tot ca. elf uur ’s avonds versterkte muziek gespeeld. In de dagen voorafgaand aan en volgend op het evenement vonden opbouw- en afbouwwerkzaamheden plaats. Het terrein ging op zaterdag open voor bezoekers om ca. 13:00 uur, op zondag om ca. 14:00 uur, en ging op beide dagen dicht om ca. 23:00 uur. Op beide dagen waren rond de 14.000 bezoekers aanwezig. Door de aanwezigheid van vogels voor, tijdens en na het festival in kaart te brengen, (totaal zes waarnemingsrondes) is bepaald of en in welke mate deze vogels verstoord werden door het festival. Tijdens de inventarisatierondes zijn in totaal ongeveer 150 broedparen aangetroffen op het festivalterrein en in de directe omgeving ervan, verdeeld over 35 soorten. 72% van deze vogels bevond zich op het festivalterrein. Het merendeel van deze vogels bestond uit kleinere zangvogels die algemeen voorkomen in parklandschappen. Vooral zwartkop, winterkoning, merel en tjiftjaf waren in grote aantallen aanwezig. Pal naast het festivalterrein bevond zich een blauwe reigerkolonie bestaande uit 10–15 nesten met elk 1–4 grote jongen. Daarnaast waren vooral meerkoeten talrijk met 10 broedparen.
Op het festivalterrein werd tevens een ransuilennest aangetroffen. Tijdens het festival zijn bij de verschillende nesten geluidsniveaus gemeten tussen 60-98 dB(A). De aantallen broedparen waren echter niet lager of hoger na het festival dan ervoor. Ook de vermeend verstoringsgevoelige ransuilen die met jonge kuikens (1-2 wk oud) broedden op ca 20 m afstand van een muziekpodium, waren tijdens en na (afbouw van) het festival aanwezig in en rond het nest. Het festival heeft niet geleid tot verlies van dit nest. Tijdens het festival zijn negen nesten van evenveel soorten gevolgd om het gedrag te monitoren. Bij geen van de nesten is verstoring geconstateerd. Muziekfestivals Wijthmenerplas Ter plaatse van de locatie van de beide festivals en directe omgeving zijn vooraf gedetailleerde gegevens verzameld van broedvogels. In totaal zijn daarbij 68 nesten van in totaal 18 soorten waargenomen. Voor een aantal nesten is bepaald welke geluidsbelasting te verwachten is ter plaatse van de nesten. De karakteristieken van het tijdens de festivals geproduceerde geluid is vervolgens vergeleken met het geluid waarmee de vogels zelf communiceren. Daarbij is zowel het volume als de frequentiesamenstelling van het geluid onderzocht. Wanneer het door vogels geproduceerde geluid
overeenkomt met dat van –in dit geval- de festivals is een zeker effect van de geluidsbelasting op vogels te verwachten, omdat dan het geluid van de vogels deels wordt gemaskeerd. Voor de prognose van de effecten is het achtergrondniveau in de omgeving per frequentie berekend aan de hand van empirische gegevens en geluidsmetingen in een gebied met vergelijkbare gebruiksfuncties (blauwe lijn in onderstaande figuur). Met informatie over het type muziek, aantal luidsprekers, bronvermogen van de luidsprekers, het gewenste muziekniveau op de dansgedeelten en het aantal bezoekers is met een rekenmodel het geluidsniveau per frequentie berekend dat tijdens het festival zal optreden ter plaatse van een buizerdnest. Dit geluidsniveau is in figuur 5.4 weergegeven met de gele lijn. Duidelijk is te zien dat dit geluid het hardst is in de lage frequenties, met een maximum van 104 dB SPA bij een frequentie van 31 Hz. Het paarse gebied geeft het frequentiegebied waarbinnen de buizerd (waarvan drie nesten rondom het terrein werden aangetroffen) communiceert. Het betreft het frequentiegebied tussen 1.500 en 7.000 Hz. Uit deze grafiek blijkt dat het verschil in geluidsniveau (zonder en met concert) in het frequentiegebied dat voor de buizerd hoorbaar is, zeer gering is. Er is in het veld dan ook geen verstoring van de drie buizerdnesten geconstateerd.
Figuur 5.4 Het geluidsniveau bij een buizerdnest met en zonder muziekgeluid
Voor andere vogelsoorten verschuift de ligging van de paarse kolom binnen de grafiek enigszins en afhankelijk van de ligging van bewoonde nesten ten opzichte van de geluidsbron verschuiven ook de blauwe en gele lijn in geringe mate, maar het beeld is hetzelfde als bij de buizerd. In het frequentiegebied waar vogels kunnen horen is het verschil met het achtergrondgeluid gering. Het versterkte geluid bij grote evenementen op het strand zal qua frequentieverdeling ongetwijfeld sterk lijken op de verdeling in figuur 5.4, zoals die voor het openluchtconcert bij Zwolle is bepaald. Derhalve zullen de voor het menselijk oor wellicht hoge geluidsvolumes ten opzichte van het achtergrondniveau door de vogels niet als zodanig ervaren worden of zelfs geheel onhoorbaar zijn.