CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt lijst GR RBG

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling van de Regionale Belasting Groep (RGB)3.780 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artikel Intitulé

Intitulé

Was Tweede bullet: ‘’De hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard sinds 1 januari 2010 op dit gebied samenwerken in de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep, de gemeente Delft daarbij per 1 januari 2013 is aangesloten, de gemeente Vlaardingen daarbij per 1 januari 2014 is aangesloten en dat de gemeente Schiedam wil aansluiten bij deze gemeenschappelijke regeling;’’ Vijfde bullet: ‘’de gemeente Schiedam en de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling zich verbonden hebben de samenwerking met ingang van 1 januari 2015 operationeel te hebben en de taken daadwerkelijk gezamenlijk uit te voeren;’’ ‘’Gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken’’

Wordt Beide bullets verwijderd

Aanleiding Intitulé aangepast, zodat intitulé geen betrekking meer heeft op de toetreding van de gemeente Schiedam.

‘’Gelet op de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken’’

Wijziging van de Wgr is aan de passage toegevoegd.

Intitulé

Artikel 4

Hoofdstuk 3

Artikel 6 lid 1

Artikel 6 lid 4

Besluiten tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep in dier voege dat deze als volgt komt te luiden Verwijderd: ‘’… De heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de belastingdeurwaarder en de ambtenaar van RBG behoren tot het bestuur voor zover aan hen krachtens artikel 232, vierde lid, van de Gemeentewet onderscheidenlijk artikel 124, vijfde lid, van de Waterschapswet bevoegdheden zijn toegekend.’’ Bevoegdheden

Besluiten tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep zodat deze als volgt komt te luiden:

Tekstuele aanpassing.

Passage verwijderd

Passage over de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de belastingdeurwaarder en de ambtenaar van RBG als onderdeel van het bestuur is geschrapt.

Bevoegdheden en takenregister

Aan de bestuursorganen van de RBG als genoemd in artikel 4, eerste lid, komen de bevoegdheden toe die in deze regeling aan de RBG zijn toegekend. Wijziging van een deel van de in het takenregister (als bedoeld in het tweede of derde lid voor de betreffende deelnemer opgenomen waterschapsbelastingen dan wel gemeentelijke belastingen) is mogelijk indien het algemeen bestuur hiertoe besluit.

Aan de bestuursorganen van de RBG komen de bevoegdheden toe die in deze regeling aan de RBG zijn toegekend. Wijziging van een deel van de in het takenregister (als bedoeld in het tweede of derde lid voor de betreffende deelnemer opgenomen waterschapsbelastingen dan wel gemeentelijke belastingen of de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken) is mogelijk indien het algemeen bestuur hiertoe besluit.

Kop boven artikel 6 is nu: bevoegdheden en takenregister. Tekstueel aangepast.

Wet waardering onroerende zaken is toegevoegd, aangezien dit in overeenstemming is met de praktijk.

2 17

Artikel 6 lid 5

Voorafgaand aan dit besluit is overeenstemming daarover tussen het algemeen bestuur en de deelnemer waarvoor de wijziging van toepassing vereist.

Artikel 6 lid 6

Artikel 6 lid 7 (oude regeling artikel 6 lid 6) Artikel 10 lid 1

Een wijziging in het takenregister wordt nadat daartoe besloten is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt en treedt in werking op een in die bekendmaking aangegeven moment. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste een vijfde van de zitting hebbende leden verzoeken, met opgave van redenen, een vergadering van het algemeen bestuur te plannen.

Voorafgaand aan dit besluit bestaat overeenstemming tussen het algemeen bestuur en de deelnemer waarvoor de wijziging van toepassing is.

Tekstueel aangepast.

Toegevoegd: ‘’ In het geval dat er sprake is van een vermindering van taken, en er in dat geval geen overeenstemming wordt bereikt tussen het algemeen bestuur en de deelnemer waarvoor de wijziging van toepassing is, treedt artikel 41 lid 7 in werking.’’

Dit artikel regelt dat wanneer een deelnemer taken terugtrekt, en hier geen overeenstemming over is tussen de deelnemer en het algemeen bestuur, de artikelen met betrekking tot gedeeltelijke uittreding van toepassing zijn. Tekstueel aangepast.

Een wijziging in het takenregister wordt nadat daartoe besloten is op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt en treedt in werking op een in die bekendmaking aangegeven tijdstip. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo vaak als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt of ten minste twee van de zitting hebbende leden verzoeken, met opgave van redenen, een vergadering van het algemeen bestuur te plannen.

Gewijzigd naar twee leden die kunnen verzoeken tot een vergadering van het AB. De oude passage (1/5 van het aantal leden) sluit niet goed aan op het totaal aantal leden van het AB (7).

3 17

Artikel 10 lid 2

Artikel 10 lid 4

Artikel 10 lid 6 en 7

Toegevoegd: ‘’Het algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden aanwezig is.’’

De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter dat nodig oordeelt.

De deuren worden gesloten wanneer twee van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter dat nodig oordeelt.

Toegevoegd: ‘’ In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. de vaststelling van het liquidatieplan; d. de vaststelling of wijziging van regelingen; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur; f. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

Een minimaal aantal aanwezige bestuursleden om een vergadering plaats te laten vinden (quorum) is toegevoegd. Gewijzigd naar twee leden die kunnen verzoeken tot een besloten vergadering van het AB. De oude passage (1/5 van het aantal leden) sluit niet goed aan op het totaal aantal leden van het AB (7). Ten behoeve van de zelfstandige leesbaarheid van de regeling zijn de wettelijke bepalingen omtrent de mogelijkheden tot besloten vergaderingen van het AB opgenomen.

4 17

g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.

Artikel 12 lid 1 Verwijderd: en 2 ‘’ 1.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het (vernummerd) college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd. De inlichtingen worden op verzoek mondeling of schriftelijk gegeven. 2. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het betreffende college

7. Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, over het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur de geheimhouding opheft.’’ Toegevoegd: ‘’1. Het Algemeen bestuur geeft aan de colleges, de raden van de deelnemende gemeenten en de verenigde vergaderingen van de deelnemende waterschappen gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het Algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. Deze inlichtingen worden schriftelijk of mondeling verstrekt.

De actieve informatieplicht die het AB als gevolg van de gewijzigde Wgr ten opzichte van de vertegenwoordigende organen heeft, is in dit artikel verwerkt.

2. Het Algemeen bestuur stelt nadere regels over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt.’’

5 17

bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. 3. Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.’’

Artikel 12 lid 3, 4 en 5 (vernummerd)

Toegevoegd: ‘’3. Het Algemeen Bestuur maakt vergaderstukken en verslagen van het Algemeen Bestuur actief openbaar. 4. Het Dagelijks Bestuur maakt agenda’s en besluitenlijsten van het Dagelijks Bestuur actief openbaar.

Ten behoeve van zelfstandige leesbaarheid zijn de Woobepalingen met betrekking tot de bestuursstukken aan artikel 12 toegevoegd.

5. Het openbaar maken van de stukken, zoals genoemd onder lid 3 en lid 4, geschiedt zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee weken na vaststelling of ontvangst van de informatie.’’ Artikel 22 (oude regeling)

Verwijderd: ‘’ 1. Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juli ter vaststelling een verslag aan van de werkzaamheden van de RBG over het afgelopen jaar.

Dit artikel is geschrapt, omdat dit al geregeld is met het opstellen en versturen van het jaarverslag. Zie hiervoor artikel 30 van de gewijzigde regeling.

6 17

Artikel 30a (oude regeling)

Artikel 30 (vernummerd, oude regeling: artikel 31)

2. Het dagelijks bestuur zendt het verslag, binnen veertien dagen na de vaststelling, aan de colleges van de deelnemers.’’ Verwijderd: ‘’ Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan de vertegenwoordigende organen.’’ ‘’1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. De vaststelling van de begroting geschiedt, in afwijking van artikel 11, tweede lid, op basis van een unaniem genomen besluit. 2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting acht weken voordat deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de vertegenwoordigende organen. De ontwerpbegroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur.

Geschrapt, aangezien de inhoud van artikel 30 van de gewijzigde regeling deze passage overbodig maakt. ‘’1. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient: a. de kadernota; b. de voorlopige jaarrekening; aan de verenigde vergaderingen van de deelnemende waterschappen en raden van de deelnemende gemeenten.

Begrotingsbepalingen zijn in overeenstemming gebracht met de bepalingen uit de gewijzigde Wgr.

2. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en de algemene besturen van de deelnemende waterschappen.

3. De vertegenwoordigende organen kunnen over de 3. De colleges van de deelnemende waterschappen en ontwerp-begroting aan het dagelijks bestuur hun gemeenten dragen zorg voor het voor een ieder ter inzage zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur leggen van de ontwerpbegroting. voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat

7 17

bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.’’

4. De raden van de deelnemende gemeenten en de algemeen besturen van de deelnemende waterschappen kunnen bij het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5. Het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam stelt de algemeen besturen van de deelnemende waterschappen en de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, en van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 6. De vaststelling van de begroting geschiedt, in afwijking van artikel 11, derde lid, op basis van een unaniem genomen besluit. 7. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststellen en voor 15 september aan Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland . 8. Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de algemeen besturen van de

8 17

deelnemende waterschappen en de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Artikel 30 lid 9 (vernummerd, oude regeling: 33 lid 5)

‘’Van het bepaalde in het vierde lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die het totaalbedrag van de deelnemersbijdragen niet aantasten, dan wel geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid.’’

Artikel 33 (oude regeling)

Verwijderd: ‘’1. Van de vaststelling van de begroting van de RBG wordt terstond mededeling gedaan aan de vertegenwoordigende organen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.

9. In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de deelnemersbijdragen, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur.’’ ‘’In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een aanpassing van de deelnemersbijdragen, direct worden vastgesteld door het algemeen bestuur.’’

Formulering aangepast ten behoeve van de leesbaarheid.

Geschrapt, omdat de nieuwe formulering van artikel 30 (vernummerd, oude regeling: artikel 31) dit artikel overbodig maakt. Voor artikel 33 lid 5 (oude regeling) geldt dat deze in een andere formulering opgenomen is onder artikel 30 lid 9.

9 17

3. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel en het bepaalde in artikel 31 zijn, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Artikel 33a (oude regeling)

Artikel 42 – 46 (vernummerd)

5. Van het bepaalde in het vierde lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die het totaalbedrag van de deelnemersbijdragen niet aantasten, dan wel geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid.’’ Verwijderd: ‘’Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen.’’

Toegevoegd (onder artikel 30 lid 1): ‘’ Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april: (…) c. de voorlopige jaarrekening;’’

Toegevoegd: zie artikel 41-45 van de concept-regeling.

Artikel 33a uit de oude regeling is geschrapt, aangezien dit is nu opgenomen onder artikel 30 lid 1 van de gewijzigde regeling. In lijn met de gewijzigde Wgr zijn de afspraken over uittreding opgenomen in de regeling.

10 17

Artikel 46 ‘’ 1. Op voorstel van het algemeen bestuur, van het (vernummerd) dagelijks bestuur of van een of meer deelnemers kan de regeling worden gewijzigd. Indien het voorstel tot wijziging wordt gedaan door één van de deelnemers, dan wordt dit voorstel ter advisering aan het algemeen bestuur gezonden. 2. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging alsmede het advies van het algemeen bestuur en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis. 3. De deelnemers besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun vertegenwoordigende organen. 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer alle deelnemers daarmee instemmen. 5. De wijziging van de regeling treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking.’’

‘’ 1. De regeling kan gewijzigd worden bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wgr. 2. Een ontwerp van te wijzigen regeling wordt door het algemeen bestuur gezonden aan de colleges. De colleges zenden het ontwerp van de wijziging aan de verenigde vergaderingen en de raden voor zienswijze.

De artikelen met betrekking tot wijziging van de regeling zijn in overeenstemming gebracht met de bepalingen van de Wgr.

3. De algemeen besturen en de raden kunnen binnen acht weken na toezending hun zienswijze bij het eigen dagelijks bestuur of college indienen. 4. Het algemeen bestuur zendt vervolgens een voorstel tot wijziging naar de colleges, de verenigde vergaderingen en de gemeenteraden, met verzoek om instemming c.q. toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijk regeling. Toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. 5. Een besluit tot wijziging dat conform het gestelde in de wet en het eerste lid tot stand is gekomen, treedt in werking op de in het wijzigingsbesluit genoemde datum.’’

11 17

Artikel 48 – 49 (vernummerd, oude regeling: artikel 46)

Verwijderd: ‘’ 1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de RBG overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling. 2.De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.’’

1. De bepalingen bij en krachtens de Archiefwet zijn van overeenkomstige toepassing op de RBG, voor zover deze bepalingen betrekking hebben op archiefbescheiden van waterschappen en gemeenten en waarvoor in dit artikel niet anders is voorzien. 2. Overeenkomstig door hem vast te stellen beheerregels, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de RBG voor zover deze betrekking hebben op de gedelegeerde taken. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. Het dagelijks bestuur voorziet in voldoende ruimte voor de archiefbescheiden en hij stelt voldoende, deskundig, personeel aan. 3. De op dat moment geldende en door de VNG vastgestelde Selectielijst archiefbescheiden gemeenten en intergemeentelijke organen is van toepassing voor de RBG. 4. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de RBG. 5. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.

De archiefbepalingen zijn in overeenstemming gebracht met de daarvoor beschikbare modelbepalingen.

12 17

6. Bij opheffing van de regeling worden de nog niet ingevolge het vorige lid overgebrachte archiefbescheiden, overgebracht naar de archiefbewaarplaats van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. 7. De archivaris brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 8. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van het openbaar lichaam. Terbeschikkingstelling 1. De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling nog niet zijn afgedaan, worden door de deelnemende gemeenten ter beschikking gesteld aan de RBG, die deze zaken zal afdoen. 2. De archiefbescheiden betreffende zaken welke op het moment van inwerkingtreding van deze regeling reeds zijn afgedaan blijven tot hun overbrenging naar de archiefbewaarplaats, berusten onder het archiefvormend overheidsorgaan, dat deze zaken heeft afgedaan. Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de RBG worden zij ter beschikking gesteld.

13 17

Artikel 51 (vernummerd)

3. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze verklaring wordt bewaard door het overheidsorgaan waaronder de archiefbescheiden zouden berusten, indien zij niet ter beschikking waren gesteld. 4. De RBG brengt slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door het ter beschikking stellende overheidsorgaan. 5. De kosten van het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden komen ten laste van de RBG, de zorgdrager voor de archiefbescheiden van het overheidsorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle andere aangelegenheden de zorgdrager voor de archiefbescheiden. 6. Indien de ordening van de in het tweede lid bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is de RBG te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. Toegevoegd: ‘’1. Het Algemeen bestuur beschouwt iedere vier jaar, te beginnen in 2025, of er aanleiding is voor een evaluatie van de samenwerking en/of het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Belastinggroep.

In overeenstemming met de gewijzigde Wgr zijn bepalingen omtrent evaluatie opgenomen. Opgenomen is dat het AB iedere vier jaar

14 17

2. Op gezamenlijk verzoek van de deelnemers voert het Algemeen Bestuur een evaluatie uit naar de samenwerking of het functioneren van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Belasting Groep. 3. Indien een evaluatie plaatsvindt, wordt het resultaat van deze evaluatie vastgelegd in een evaluatierapport, dat ter informatie naar de colleges, de raden en de verenigde vergaderingen wordt gezonden.’’ Toegevoegd: ‘’In het reglement van orde van het Algemeen Bestuur wordt de mogelijkheid tot inspreken voor inwoners en belanghebbenden vastgelegd.’’

Artikel 52 (vernummerd)

Artikel 53 (vernummerd, oude regeling: artikel 48)

Verwijderd: ‘’ 1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam treedt op 1 januari 2015 toe tot de gemeenschappelijke regeling.

Toegevoegd: 1. De wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep treedt op 1 januari 2024 in werking.

beschouwt of er aanleiding is voor een evaluatie. Evaluatie kan ook plaatsvinden op gezamenlijk verzoek van de deelnemers, of wanneer het AB hiertoe besluit.

In overeenstemming met de gewijzigde Wgr zijn de bepalingen omtrent participatie opgenomen. De bestaande praktijk waarbij de mogelijkheid tot inspraak van inwoners en belanghebbenden wordt opgenomen in het Reglement van Orde is geëxpliciteerd in de regeling. Datum van inwerkingtreding aangepast en de formulering aangepast daar waar toetreding van de gemeente Schiedam met deze wijziging niet van toepassing is.

15 17

2.De wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep treedt op 1 januari 2015 in werking. 3.De besluiten die genomen zijn krachtens de Gemeenschappelijke regeling zoals die luidde vóór 1 januari 2015 worden geacht te zijn genomen krachtens het hierbij genomen wijzigingsbesluit van de regeling.’’ 4. De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de ambtenaar belast met de heffing, de ambtenaar belast met de invordering, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari 2015.

2. De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de ambtenaar belast met de heffing, de ambtenaar belast met de invordering, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf het moment van toetreding van de deelnemer. 3. Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren voorafgaand aan de toetreding van de deelnemers tot de RBG kunnen de colleges bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder van de RBG, overdragen.

5.Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2015, kan het college van de gemeente Schiedam bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder van de RBG, overdragen.

16 17

17 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12908556/1