Vragen naar aanleiding van de omgevingsvisie technische vervolgvragen CDA
Tekst van het document
Technische vragen
Onderwerp: Omgevingsvisie Indiener(s): dhr. Veugelers (CDA) Datum vragen: 8-5-2025 Portefeuillehouder: Datum beantwoording:
1. In de omgevingsvisie wordt onder andere verwezen naar de toekomstvisie 2020 2040 (pagina 11), de gebiedsvisie Broekpolder 2040 (pagina 142) en de nieuwe bedrijventerreinen visie 2024 2034 pagina 144). Graag vernemen wij hoe de omgevingsvisie zich verhoudt tot deze andere visies. Komt deze omgevingvisie in de plaats van die visies of blijven die visies ook nog volledig van kracht? Welke visie heeft voorrang indien er tegenstrijdigheden in de verschillende visies staan? 2. Deze visie geeft een toekomstbeeld, een punt op de horizon. De raad moet deze visie vaststellen. Door middel van beleidsnota’s (omgevingsprogramma’s) zal vastgelegd moeten worden hoe deze visie zal worden gerealiseerd. Als CDA fractie vinden wij het belangrijk dat de raad bij die omgeving programma’s wordt betrokken. Op bladzijde 147 staat vermeld dat het college de programma’s vaststelt. Kunt u aangeven op welke wijze de raad zal worden betrokken bij het vaststellen van de verschillende programma’s? 3. Om alle doelstellingen uit de omgevingsvisie te realiseren, zal waarschijnlijk een groot aantal omgevingprogramma’s moeten worden opgesteld. Met welke omgeving programma’s wilt u beginnen? En wanneer wilt u deze met de raad bespreken? 4. op bladzijde 117 wordt het beeld van een levendige binnenstad geschetst. Er wordt niet ingegaan op die andere levendige binnenstad, namelijk de binnenstad van Rotterdam.
Als die binnenstad levendiger is dan die van Vlaardingen, dan kan het hier een dooie boel worden. Waarom wordt niet ingegaan op de grote aantrekkingskracht van de binnenstad van Rotterdam. De binnenstad van Vlaardingen lijdt daaronder. Waarom wordt niet ingegaan op eventuele verschillen tussen Vlaardingen en Rotterdam, waardoor Vlaardingen aantrekkelijker zou kunnen worden gemaakt. In onderdeel 2.2 wordt ingegaan op de functie van Vlaardingen in de regio. Waarom wordt hier niet ingegaan op de positie van de Vlaardingse binnenstad ten opzichte van de binnenstad van Rotterdam en andere omliggende steden? 5. In verschillende hoofdstukken wordt ingegaan op de parkeerdruk in de verschillende wijken. Daarbij wordt steeds andere bewoording gebruikt. In de Rivierzone wordt gesproken over het reguleren van het parkeren (bladzijde 125). Voor ambacht wordt gesproken over een andere blik op mobiliteit en slimme mobiliteitsoplossingen zoals parkeren buiten de wijk (bladzijde 138). Voor de Oostwijk en centrum wordt aangegeven dat het parkeren volledig moet worden gereguleerd. Graag horen we of er voor de verschillende wijken een verschillend parkeerbeleid zal worden ingevoerd en waaruit die verschillen dan bestaan? Graag vernemen wij verder of er binnenkort een parkeerprogramma zal worden opgesteld voor de gehele stad? 7. Op bladzijde 139 is gemeld dat ambacht van het gas af zal gaan.
Dit is niet vermeld voor de Oostwijk en het centrum. Is er een plan of Visie, waarin voor heel Vlaardingen is vastgelegd op welke
Een titel toevoegen
termijn eventueel van het gas af zal worden gegaan? Heeft dat plan voorrang boven deze omgevingvisie? 8. Uit de participatie (blz. 156) blijkt dat veel inwoners van Vlaardingen het ziekenhuis (op de grens van Vlaardingen en Schiedam) erg belangrijk vinden. Waar kan in deze omgevingvisie iets worden teruggevonden dat ernaar wordt streeft om een ziekenhuis voor Vlaardingen/Schiedam te behouden?