Verordening leerlingenvervoer 2023
Tekst van het document
De raad van de gemeente Vlaardingen, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Vlaardingen d.d. 8 november 2022; gelet op de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs, 4 van de Wet op de expertisecentra en 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Adviesraad Sociaal Domein van 12 oktober 2022; BESLUIT vast te stellen de volgende: Verordening Leerlingenvervoer gemeente Vlaardingen 2023. Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1.
Begripsomschrijving
In deze verordening wordt verstaan onder: a. aangepast vervoer: door de gemeente verzorgd vervoer per taxi, taxibus of touringcar; b. afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; c. begeleider: ouder of persoon die door de ouder(s) wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; d. BSO: buitenschoolse opvang; e. college: burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen; f. crisissituatie: (psychische) noodtoestand van de ouder(s) / verzorger(s) van een leerling of de leerling zelf waardoor de leerling tijdelijk niet in de woning kan verblijven; g. deskundige: een professional van de school, samenwerkingsverband of het wijkteam die bekend is met de situatie van de leerling en zijn ouders; h. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig; i. gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele - langer dan drie maanden - lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van de fiets of het openbaar vervoer gebruik kan maken; j. inkomen: inkomensgegevens als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; k. leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel; l.
openbaar vervoer: een voor eenieder openstaand personenvervoer; m. opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; n. opvangadres: adres waar de leerling (tijdelijk) verblijft anders dan de woning; o. ouders: ouder(s), pleegouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling;’ p. persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (PvP): een plan op maat om een leerling te leren zelfstandig naar school te laten gaan en niet afhankelijk te laten zijn van het aangepast vervoer; q. reistijd: de tijdsduur tussen het vertrek van de woning en de aankomst op school, volgens de reisplanner OV, www.9292ov.nl; r. samenwerkingsverband: 1. voor primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs; s. school: 1. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 1
3. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; u. vervoersvoorziening: 1. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten voor het openbaar vervoer van de leerling of de jeugdige en zo nodig diens begeleider; 2. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten voor het reizen met de fiets van de leerling of de jeugdige en zo nodig diens begeleider; 3. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten voor het reizen met eigen vervoer; 4. door de gemeente verzorgd (aangepast) vervoer. v. woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft; t.
Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 2. Aanvraagprocedure 1. De ouders van een leerling (of de handelingsbekwame leerling van 18 jaar of ouder) kunnen een aanvraag indienen voor een vervoersvoorziening bij het college in de gemeente waar de leerling verblijft. 2. De aanvraag wordt ingediend door middel van een volledig ingevuld, door het college vastgesteld, aanvraagformulier en voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 3. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 4. De persoonsgegevens uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening van de leerling. 5. Het college neemt een besluit op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 6. Het college kan het in het vorige lid bedoelde beslistermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 7. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b.
wanneer het aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. Artikel 3. Toekenning van een vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan ouders van de in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Het college gaat bij het verstrekken van een vervoersvoorziening uit van de goedkoopst adequate mogelijkheid van vervoer. Dit kan bestaan uit een combinatie van verschillende vormen van vervoer als dit voor de leerling passend is. 3. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 4. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 5. Als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling. 6.
Het college bepaalt bij de toekenning van een vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de vervoersvoorziening. 7. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 8. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 9. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen. 2
Paragraaf 3. Beoordeling van de aanspraak op een vervoersvoorziening Artikel 4. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. De dichtstbijzijnde toegankelijke school voor speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs is een school die de onderwijssoort biedt waarop de leerling is aangewezen: - de school waarvoor een toelaatbaarheidsverklaring is afgegeven door het regionale samenwerkingsverband (cluster 3 en 4), of - de onderwijsinstelling waarvan de Commissie van onderzoek van de instelling heeft beoordeelt dat het kind in aanmerking komt voor onderwijs aan slechtziende/blinde kinderen of slechthorende/dove kinderen (cluster 1 en 2). 3. Wanneer een leerling een school bezoekt die, met voorbijgaan van een vergelijkbare toegankelijke school van dezelfde richting, verder van de woning van de leerling is verwijderd, blijft de aanspraak beperkt tot de kosten verbonden aan het vervoer naar en van de dichtstbij de woning gelegen school. Artikel 5. Afstandsgrens 1.
Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning of opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra meer bedraagt dan zes kilometer. 2. Het college stelt de afstand als bedoeld in het eerste lid vast op basis van de kortste route berekend op basis van de ANWB-routeplanner, www.anwb.nl. Daarbij wordt uitgegaan van de adressen van de woning en de school van de leerling. 3. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat de leerling vanwege een handicap een vervoersvoorziening nodig heeft. 4. Het college kan over de handicap van de leerling als bedoeld in het vorige lid advies vragen aan een deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Artikel 6. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoervoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en de ouders.
Het college kan hierbij het advies van een deskundige betrekken. 2. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college in overleg met de ouders en desgewenst met de leerling en een deskundige, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan (PvP) opstellen, waarin het traject naar zelfstandig reizen naar school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. 3. In het PvP als bedoeld in het vorige lid kan het college aangeven welke ondersteuning geboden kan worden om de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. .Artikel 7. Aanwijzing opstapplaats 1. Het college kan bij het verstrekken van door de gemeente verzorgd aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is.
3
Artikel 8. Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 14, derde lid, aanhef en onder a is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft, bepalend. Artikel 9. Verrekening met andere vergoedingen De aanspraak op een toelage of andere financiële bijdrage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht. Artikel 10. Schooltijden en wachttijden aangepast vervoer 1. Door de gemeente verzorgd aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. Ingeval binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, geldt voor de leerling een wachttijd van één of meerdere lesuren zodat het vervoer aansluit op de reguliere schooltijden. 3. Aangepast vervoer op schooldagen en -tijden die afwijken van de reguliere schooltijden wordt alleen verstrekt als de leerling vanwege een handicap is aangewezen op aangepaste schooldagen en -tijden. De ouders moeten dit aantonen met een verklaring van een deskundige. Artikel 11.
Tijdelijke verblijf buiten de gemeente Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor telkens een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. voor het welzijn van de leerling is het noodzakelijk dat hij de school waar hij staat ingeschreven blijft bezoeken; b. de leerling zal na de crisissituatie weer terugkeren naar de oorspronkelijke gemeente. Artikel 12. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs, kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor vervoer naar het stageadres. Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen binnen een straal van 20 kilometer van de woning of de school. 3.
Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 4. Op verzoek van het college wordt het stagecontract door de ouders verstrekt. Paragraaf 4.
Verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening
Artikel 13. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan als genoemd in artikel 6 of vervoersadviezen van deskundigen die van belang zijn voor het bepalen van de aard en omvang van de vervoersvoorziening. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.
4
Artikel 14. Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 5, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderwijs bezoekt, een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college € 0,09 per kilometer gemeten over de kortste afstand tussen de woning en de school. 3. Het college verstrekt een vergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer of de fiets voor een volwassene die de leerling begeleidt indien: a. de leerling genoemd in het eerste lid, jonger is dan negen jaar en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam is aangetoond dat de leerling niet zelfstandig met het openbaar vervoer of fiets kan reizen; of b. de leerling, van negen jaar of ouder, vanwege zijn handicap niet zelfstandig kan reizen met het openbaar vervoer of de fiets. 4. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 5.
Het college verstrekt geen vergoeding op basis van de kosten van openbaar vervoer of de fiets voor een leerling die het voortgezet onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs bezoekt en die zelfstandig met het openbaar vervoer of fiets kan reizen. Artikel 15. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op grond van artikel 14 en de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is; b. aanspraak bestaat op grond van artikel 14 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of c. de leerling, naar het oordeel van het college, vanwege zijn handicap, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer of fiets gebruik te maken. 2. Onder ‘ernstige benadeling van het gezin’ als genoemd in het eerste lid aanhef en onder b wordt verstaan: a. de ouders kunnen aantoonbaar niet langer het werk uitoefenen of een (voltijds)opleiding volgen als zij zorg moeten dragen voor de begeleiding van hun kind naar school.
Dit moeten zij aantonen met een werkgeversverklaring of inschrijfbewijs van de school; b. er is sprake van een éénoudergezin – of vergelijkbare situatie – waar nog een ander kind jonger dan 9 jaar naar school moet worden gebracht op hetzelfde tijdstip; c. de reisduur van de begeleiding neemt meer dan vier uur per dag in beslag; of d. de begeleiding kan om andere dan de hiervoor genoemde redenen in redelijkheid niet van ouders worden verwacht. Dit moet worden aangetoond met een verklaring van een deskundige. 3. Het college kan op verzoek van de ouders een BSO of opvangadres als woning aanmerken indien: - sprake is van een vast patroon, dat wil zeggen, één vast adres alsook op vaste dagen in de week; - de BSO of het opvangadres “op de route is gelegen” en niet leidt tot een langere reistijd; en - er geen meerkosten aan verbonden zijn, tenzij ouders de meerkosten aan het college - vergoeden. Artikel 16. Vergoeding van de kosten op basis van het eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2.
Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, vergoedt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een kilometervergoeding op basis van de hoogte van de belastingvrije kilometervergoeding voor reiskosten, over de kortste afstand tussen de woning en de school. Voor het bepalen van de
5
afstand wordt uitgegaan van de kortste route berekend op basis van de ANWB-routeplanner, www.anwb.nl. 3. Er wordt geen vergoeding verstrekt voor het vervoer tussen de middag. 4. Ouders die meer dan één leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, ontvangen de vergoeding zoals bedoeld in het tweede lid, voor slechts één leerling. 5. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen een vergoeding ontvangen, wordt door het college geen vergoeding verstrekt. Artikel 17. Bekostiging andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening die goedkoper is dan de kosten van het vervoer waarop op grond van deze verordening aanspraak kan worden gemaakt. Artikel 18. Vervoersvoorziening voor het weekeinde en de vakantie 1. Met inachtneming van artikel 4 kent het college een vervoersvoorziening aan de ouders toe voor het weekeinde- en vakantievervoer van de leerling die, met het oog op het volgen van voor de leerling passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Vervoer in de weekeinden als bedoeld in het vorige lid wordt niet toegekend voor de weekeinden die vallen binnen de schoolvakanties. 3.
Vakantievervoer van de leerling als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend voor zover de vakanties voorkomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. Artikel 19. Eigen bijdrage in de vorm van een drempelbedrag 1. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 27.900 wordt slechts een vergoeding verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 5 bepaalde afstand te boven gaan. 2. In geval het college in plaats van een vergoeding toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 5 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.900. 3.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 5 bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten wordt rekening gehouden met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4. Het bedrag van € 27.900 genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2023 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.900. 5. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die vanwege hun handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. 6.
Wanneer de aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door een voogdijinstelling die als ‘ouder’ kan worden aangemerkt, geldt geen drempelbedrag omdat zij geen natuurlijk persoon zijn en derhalve geen inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting hebben. Artikel 20. Financiële draagkracht 1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, wordt de vastgestelde vergoeding verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag. 2. In geval het college in plaats van een vergoeding toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 6
voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de ouders. Inkomen in euro’s 0 – 36.900 36.900 – 43.650 43.650 – 50.400 50.400 – 56.700 56.700 – 64.800 64.800 – 71.100 71.000 en verder voor elke 5.000 extra
Eigen bijdragen in euro’s 0 145 630 1.170 1.715 2.300 550 erbij
4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van schooljaar 2023 – 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzicht van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500. 5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van schooljaar 2023 – 2024 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande schooljaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5. 6. Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens hun beperking op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege een zodanige beperking niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Paragraaf 5.
Herziening, opschorting en intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening
Artikel 21. 1. 2. 3.
4.
Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening direct en wordt de ten onrechte genoten bekostiging teruggevorderd, dan wel verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoervoorziening. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening of opgenomen in het besluit op de aanvraag; b.
een vervoersvoorziening is verstrekt op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling of de ouders gedurende het verblijf in het aangepast vervoer of tijdens het ophalen en afzetten van de leerling; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer.
7
Paragraaf 6. Slotbepalingen Artikel 22. Evaluatie Deze verordening wordt jaarlijks geëvalueerd. Artikel 23. Afwijken van bepalingen Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouders afwijken van artikel 2, zevende lid, artikel 4 en de artikelen 10 tot en met 16 in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen. Artikel 24. Inwerkingtreding en intrekking oude verordening Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023 onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Vlaardingen 2020. Artikel 25. Overgangsbepaling 1. De Verordening Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer gemeente Vlaardingen 2020 blijft van toepassing op vervoersvoorzieningen die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn toegekend. 2. Aanvragen die na de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend of aanvragen waarop nog geen besluit is genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, vallen onder de werking van deze verordening. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2022, De griffier,
De voorzitter,
drs. J. Mimpen
drs. B. Wijbenga – van Nieuwenhuizen
8