Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2021
Tekst van het document
Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2021 De raad van de gemeente Vlaardingen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021 met het kenmerknummer 1817368 In aanmerking genomen dat: er binnen Vlaardingen sprake is van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte waardoor huishoudens een steeds geringere kans hebben om voor hun passende woonruimte te betrekken; artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 de mogelijkheid biedt om wijzigingen in de woonruimtevoorraad vergunningplichtig te maken; het wenselijk is om bedoelde vergunningplichten van toepassing te laten zijn op de delen van de woonruimtevoorraad waar de schaarste zich manifesteert; Gelet op de Gemeentewet, de artikelen 2, 4, 5 en het bepaalde in hoofdstuk 4 en 6 van de Huisvestingswet 2014; Besluit vast te stellen de Verordening beheer woonruimtevoorraad gemeente Vlaardingen 2021:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. begeleiding: begeleiding als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; b. behandeling: behandeling, verpleging en zorg op grond van de Wet langdurige zorg; c. beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, indien door burgemeester en wethouders op grond van die wet het beschermd wonen als maatwerkvoorziening is verstrekt of door hen voor het beschermd wonen een persoonsgebonden budget is toegekend; d. bestaande situatie: de situatie waarin de handeling of handelingen waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd, nog niet zijn verricht; e. beoogde situatie: de situatie die ontstaat ten gevolge van het verrichten van de handeling of handelingen waarvoor de vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt aangevraagd; f. convenant: het Convenant tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten, dat 9 maart 2021 gesloten is tussen de gemeente Vlaardingen, Stichting Waterweg Wonen, Woningstichting Samenwerking Vlaardingen, Stipt, Tradiro, Homeflex en United Homes; g. corporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
1
h. eigenaar: de eigenaar in de zin van artikel 1 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, de erfpachter als bedoeld in titel 7 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en de appartementseigenaar als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; i. flat- of portiekwoning: woonruimte gelegen in een woongebouw waarbij de toegang vanaf de openbare weg gedeeld wordt met andere in dat woongebouw gelegen woonruimten; j. gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; k. gemeenschappelijke ruimten: de ruimten in een woonruimte die voor gebruik door alle leden van het huishouden bestemd zijn; l. huishouden: één of meer personen die in vast verband samenleven, waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling ervan en van onderlinge verbondenheid; m. huurprijsgrens: de huurprijsgrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de huurtoeslag; n. kamergewijze bewoning: het bewonen van onzelfstandige woonruimte; o. kadastraal splitsen: het splitsen van woonruimte als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet en het verlenen van deelnemings- of lidmaatschapsrechten als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de wet; p. kantoor aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als kantoor door de in de woonruimte woonachtige eigenaar; q.
onttrekken: het anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet; r. omzetten: van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet; s. onzelfstandige woonruimte: bewoonde of kennelijk voor bewoning geschikte of bedoelde ruimte, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; t. praktijkruimte aan huis: het gebruik van een ondergeschikt deel van woonruimte als praktijkruimte door de in de woonruimte woonachtige eigenaar; u. samenvoegen: anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet; v. verordening: de Verordening beheer woonruimtevoorraad Vlaardingen 2021; w. vloeroppervlak: gebruiksoppervlakte als bedoeld in Bouwbesluit 2012; x. wet: de Huisvestingswet 2014; y.
woningvormen: het tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet; z. WOZ-waarde: de voor het kalenderjaar 2020 geldende, op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde, waarde.
2
2. In deze verordening is van het voeren van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding sprake indien: a. een huishouden bestaat uit twee of meer personen; en b. deze personen langdurig en voor onbepaalde tijd een gemeenschappelijke huishouden vormen of voornemens zijn te vormen; en c. alle leden van het huishouden in materiële en in immateriële aangelegenheden in betekenisvolle mate van elkaar afhankelijk zijn; en d. het huishouden niet in een periode van één jaar van samenstelling veranderd is, tenzij de veranderingen naar algemene maatstaven in overeenstemming zijn met de aard van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden; en e. de ruimten van de woonruimte door de leden van het huishouden worden gedeeld; en f. de meerderjarige leden van het huishouden zelfstandig het initiatief tot het vormen van het huishouden hebben genomen; en g. er voor de bewoning van de woonruimte door het huishouden een huisvestingsvergunning verleend is, indien vereist. Paragraaf 2. Vergunningplicht voor onttrekken, samenvoegen, omzetten, woningvorming en kadastraal splitsen Artikel 2. Vergunningplicht voor onttrekken, samenvoegen, omzetten en woningvormen De verboden opgenomen in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a (onttrekken), b (samenvoegen), c (omzetten) en d (woningvormen) van de wet gelden voor alle woonruimten met een WOZ-waarde tot en met €200.000 in de in Bijlage 1 genoemde wijken.
Artikel 3. Uitzonderingen op de in artikel 2 bedoelde vergunningplicht 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, gelden de verboden opgenomen in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a (onttrekken), b (samenvoegen), c (omzetten) en d (woningvormen) van de wet niet voor standplaatsen. 2. De in artikel 21, tweede lid, van de wet bedoelde vrijstelling van de verboden opgenomen in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a (onttrekken) en, c (omzetten) geldt voor de volgende gevallen: a. het door een in Bijlage 3 bij deze verordening vermelde rechtspersoon in gebruik geven van woonruimte aan een huishouden in het kader van en voor de duur van begeleiding, beschermd wonen of behandeling; b. het bewonen van woonruimte uitsluitend door ten hoogste twee personen die niet tot hetzelfde huishouden behoren bewonen, voor de duur van die bewoning. 3. Aan de in het tweede lid bedoelde vrijstelling worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: a. Tenminste twee weken voordat een in het tweede lid bedoelde vorm van bewoning aanvangt, meldt de eigenaar van de woonruimte dit bij burgemeester en wethouders; en, b. Uiterlijk twee weken nadat een in het tweede lid bedoelde vorm van bewoning is geëindigd, meldt de eigenaar van de woonruimte dit bij burgemeester en wethouders.
3
4. Burgemeester en wethouders kunnen vaststellen op welke wijze de in het derde en bedoelde meldingen dienen te geschieden. Artikel 4. Corporatiewoningen met een huur tot de huurprijsgrens Het bepaalde in artikel 2 is voorts niet van toepassing op woonruimte in eigendom van een corporatie met een huur tot de huurprijsgrens. Artikel 5. Vergunningplicht voor kadastraal splitsen Het verbod opgenomen in artikel 22, eerste lid, van de wet (kadastraal splitsen) geldt voor alle woonruimten met een WOZ-waarde tot en met €200.000. Artikel 6. De vergunningaanvraag 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders daartoe vastgesteld formulier. 2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend door de eigenaar van de onroerende zaak of de onroerende zaken waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt: a. het adres van de onroerende zaak of zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; b. de naam en het adres van de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarop de aanvraag betrekking heeft; c. gegevens over de bestaande en beoogde situatie welke, voor zover van toepassing, in ieder geval omvatten: i.
de huurprijs per verhuurde eenheid, alsmede een aanduiding van elke verhuurde eenheid; ii. het aantal kamers en de situering van de kamers; iii. situering van keukens, toiletruimten en badkamers; iv. het vloeroppervlak per woonruimte en per kamer; v. de woonlaag; vi. een door een deskundige gemaakte beschrijving en beoordeling van de bouwkundige staat van onderhoud in de bestaande situatie; vii. de ten behoeve van de bewoners en bezoekers van de woonruimten beschikbare en niet-openbare parkeerplaatsen, fietsenstallingsruimten en ruimten waar huishoudelijk afval gestald kan worden voorafgaand aan inzameling daarvan; d. een beschrijving van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden bij de aanvraag door de aanvrager bij de voorbereiding van de aanvraag betrokken zijn en wat de resultaten daarvan zijn. 4. Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet wordt voorts een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt. 5. Bij een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor omzetten wordt bij de aanvraag een opgave gedaan van: a. de uit het aangevraagde omzetten te realiseren onzelfstandige woonruimte; b. het maximale aantal bewoners per te realiseren onzelfstandige woonruimte;
4
c. het aantal en de situering van keukens, toiletruimten en badkamers die de bewoners van de te realiseren onzelfstandige woonruimten kunnen gebruiken, alsmede een opgave van het aantal bewoners dat het gebruik van deze keukens, toiletruimten en badkamers deelt. Artikel 7. Algemene weigeringsgronden 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt geweigerd als: a. de aanvraag niet wordt ingediend door de eigenaar van het gebouw of de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; b. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met onttrekken, samenvoegen, omzetten, woningvormen of kadastraal splitsen gediende belang; c. de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich naar het oordeel van burgemeester en wethouders vanuit het oogpunt van grootte, indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk verzet tegen onttrekken, samenvoegen, omzetten, woningvormen of kadastraal splitsen; d. het onder a of b genoemde belang naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet voldoende kan worden gediend door het aan de aangevraagde vergunning verbinden van voorwaarden of voorschriften; e.
het verlenen van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van burgemeester en wethouders kan leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; of, f. de aanvraag betrekking heeft op een flat- of portiekwoning. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet kan voorts worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Artikel 8. Aanvullende weigeringsgronden voor woningvormen en omzetten 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor woningvormen kan worden geweigerd indien de met het aangevraagde woningvormen te realiseren woonruimte niet beschikt over een vloeroppervlak van minimaal 70 vierkante meter. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor omzetten wordt geweigerd indien: a. de met het aangevraagde omzetten te realiseren onzelfstandige woonruimte niet beschikt over een vloeroppervlak van minimaal 18 vierkante meter per bewoner; b. de bewoners van de met het aangevraagde omzetten te realiseren onzelfstandige woonruimte een keuken, een toiletruimte of een badkamer met meer dan drie andere bewoners van deze of andere onzelfstandige woonruimten moeten delen. Artikel 9. Voorwaarden en voorschriften: algemeen 1.
Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet wordt in ieder geval: a. de voorwaarde verbonden dat van de vergunning gebruik moet worden gemaakt binnen een door burgemeester en wethouders te bepalen termijn; en b. het voorschrift verbonden dat, indien de vergunning of het gebouw waarop zij betrekking heeft wordt overgedragen voordat de activiteit waarvoor zij verleend is, is voltooid, burgemeester en wethouders uiterlijk binnen twee weken na de overdracht hiervan schriftelijk op de hoogte worden gesteld door zowel de partij aan wie de
5
vergunning verleend is, als door de partij die haar door de overdracht heeft verkregen. 2. Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 of 22 van de wet kunnen voorts voorwaarden en voorschriften worden verbonden indien dat naar het oordeel van burgemeester en wethouders nodig is: a. ter bescherming van het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad; b. ter voorkoming van een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft; of, c. ter voorkoming van ernstige overlast, ernstig gevaar of vervuiling. Artikel 10. Voorwaarden en voorschriften: onttrekken, samenvoegen, omzetten, woningvormen 1. Burgemeester en wethouders kunnen in een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet het bepalen dat het vergunde onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen na een in de vergunning bepaalde termijn ongedaan gemaakt moet zijn indien naar hun oordeel: a. het onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen voorziet in een tijdelijke behoefte; of b. het ongedaan maken nodig is ter bescherming van het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor omzetten bevat voorwaarden of voorschriften over: a. het aantal onzelfstandige woonruimten dat bij gebruikmaking van de vergunning ten hoogste mag worden gecreëerd; en, b.
het maximum aantal personen ten behoeve waarvan slaapplaatsen aanwezig mogen zijn, en, c. het voorkomen van overlast en gevaar; en, d. de termijn waarbinnen het omzetten ongedaan gemaakt moet zijn, als bedoeld in het vorige lid. 3. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet voor samenvoegen voorwaarden en voorschriften verbinden, op grond waarvan het niet of zonder hun toestemming niet toegestaan is om de woonruimte die met de samenvoeging ontstaat, te onttrekken, om te zetten of tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de wet. Artikel 11. Intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet In aanvulling op het bepaalde in artikel 26 van de wet kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet intrekken als het gebruik van het gebouw ten behoeve waarvan de vergunning is verleend, ernstige overlast of ernstig gevaar veroorzaakt.
6
Paragraaf 3. Bestuurlijke boete Artikel 12. Bestuurlijke boete 1. Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van de verboden bedoeld in artikel 21 en artikel 22 van de wet of handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften bedoeld in artikel 24 en 26 van de wet. 2. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde boete wordt vastgesteld overeenkomstig het in Bijlage 2 bij deze verordening bepaalde. Paragraaf 4. Slotbepalingen Artikel 13. Convenant tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten De gemeenteraad kan besluiten tot wijziging van deze verordening, onder meer indien de in artikel 8 van het convenant bedoelde woonruimte voor bewoning beschikbaar komt of is gekomen. Bij zijn besluit tot wijziging van deze verordening kan de gemeenteraad gewicht toekennen aan de mate waarin de corporaties en de huisvestingspartijen het convenant naleven. Artikel 14. Melding bestaande situaties 1. Gedurende de eerste drie maanden na inwerkingtreding van deze verordening kunnen eigenaren van woonruimte welke voor inwerkingtreding van deze verordening is onttrokken, samengevoegd, omgezet of tot twee of meer woonruimten is verbouwd, daarvan schriftelijk melding doen bij burgemeester en wethouders. 2. Bij de in het eerste lid bedoelde melding worden de volgende gegevens en bescheiden ingediend: a.
een opgave van de datum waarop de woonruimte is onttrokken, samengevoegd, omgezet of tot twee of meer woonruimte is verbouwd; en, b. bewijsstukken aan de hand waarvan aannemelijk gemaakt kan worden dat en wanneer de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming is gerealiseerd en tot en met moment waarop de melding is gedaan ononderbroken heeft voortgeduurd. 3. Burgemeester en wethouders houden een registratie van de ontvangen meldingen bij en verwerken de bij die melding ingediende persoonsgegevens. 4. Bestuursorganen behorende tot de gemeente Vlaardingen kunnen de in het eerste lid bedoelde meldingen en de in het derde lid bedoelde registratie en persoonsgegevens gebruiken ter uitvoering van de hen toekomende wettelijke bevoegdheden. Artikel 15. Hardheidsclausule 1. In gevallen waarin de onverkorte toepassing van de in artikel 8, tweede lid, opgenomen weigeringsgronden naar het oordeel van burgemeester en wethouders leidt tot schrijnende situaties welke redelijkerwijs niet te voorzien waren bij het vaststellen van deze verordening, kunnen zij die weigeringsgronden buiten toepassen laten. 2. Burgemeester en wethouders informeren de gemeenteraad jaarlijks over de wijze waarop waaronder zij toepassing hebben gegeven aan het in het eerste lid bepaalde en de omstandigheden die maakten, dat zij dat gedaan hebben.
7
Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na publicatie en vervalt vier jaar later. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening beheer woonruimtevoorraad Vlaardingen 2021. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 september 2021. De griffier,
De voorzitter,
Jeroen Mimpen
Bert Wijbenga – van Nieuwenhuizen
8
Bijlage 1. Wijken als bedoeld in artikel 2 Op de volgende wijken van de gemeente Vlaardingen is het bepaalde in artikel 2 van de verordening van toepassing: 1. Centrum 2.Westwijk 3.Vettenoordse Polder 4. Oostwijk 5. Vlaardinger Ambacht 6. Holy Zuid 7. Holy Noord
9
Bijlage 2. Bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 12 van deze verordening Overtreding: Artikel 21, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 - niet-bedrijfsmatige exploitatie - bedrijfsmatige exploitatie Artikel 22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 Handelen in strijd met voorwaarden of voorschriften als bedoeld in artikel 26 van de Huisvestingswet 2014 - niet-bedrijfsmatige exploitatie - bedrijfsmatige exploitatie
1e overtreding
Recidive
€ 5.000 € 10.000 € 10.000
€ 10.000 € 20.000 € 20.000
€ 5.000 € 10.000
€ 10.000 € 20.000
Onderscheid niet-bedrijfsmatige exploitatie en bedrijfsmatige exploitatie Van een bedrijfsmatige exploitatie is in de volgende gevallen sprake: 1. De overtreder verhuurt aantoonbaar meerdere woonruimten. Uit de omvang van de exploitatie blijkt het bedrijfsmatige aspect. Iemand die zich bedrijfsmatig bezighoudt met exploitatie behoort de regelgeving te kennen. 2. De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder. 3. Uit de omvang van onzelfstandige bewoning kan ook een bedrijfsmatig karakter van de exploitatie blijken: bij meer dan vier personen, kan dit aangemerkt worden als kamerverhuur in de zin van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken. De exploitant dient bij een exploitatie van die omvang ook te zorgen voor een brandveilig gebruik en op de hoogte te zijn van de overige regelgeving. 4. Onttrekking van woonruimte is enkel bedrijfsmatig indien dit vanuit commercieel oogpunt plaatsvindt.
Onttrekking in het kader van het voeren van een bedrijf (opslag supermarkt, meelsilo voor een bakkerij, of een logiesfunctie), maar ook het in gebruik hebben van woonruimte met een hennepkwekerij, is als een onttrekking vanuit commercieel oogpunt te beschouwen. 5. Samenvoeging van een woonruimte is niet bedrijfsmatig, tenzij de overtreder zich beroepsmatig bezighoudt met huisvesting en exploitatie van onroerend goed. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus en bedrijven die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder. Recidive Van recidive is sprake indien door dezelfde overtreder of ten aanzien van dezelfde woonruimte binnen vijf jaar na beëindiging van een overtreding van een bepaald artikel opnieuw dezelfde overtreding van hetzelfde artikel wordt begaan.
10
Bijlage 3. Rechtspersonen die woningen in gebruik geven aan een huishouden in het kader van en voor de duur van begeleiding, beschermd wonen of behandeling 1. 2. 3. 4. 5.
Stichting Elckerlyc Stichting Pameijer Stichting Timon Stichting onder één Dak GGZ Delfland
11