CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Vlaardingen 2023

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aansluitingsvoorwaarden riolering gemeente Vlaardingen 20232.078 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reg.nr.: 1923927 Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Vlaardingen 2023

De raad van de gemeente Vlaardingen. Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 december 2022, Gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet,

Overwegende dat, § § §

de inzameling en transport van stedelijk afvalwater en inzameling van overtollig hemelwater en grondwater een zorgplicht is van de gemeente; het voor het goed uitvoeren van deze plicht noodzakelijk is om een blijvend goede werking van de gemeentelijke riolering te garanderen; daartoe het stellen van regels voor het aansluiten op en gebruik van de gemeentelijke riolering, noodzakelijk is;

BESLUIT: vast te stellen de Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Vlaardingen 2023

AFDELING I. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aansluitpunt: het punt waarop de perceelaansluitleiding wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering; b. afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; c.

bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij een bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater, of grondwater is;

d. blokriolering: een riool, in privaat eigendom en beheer, dat afvalwater van meerdere woningen tezamen onder vrijverval afvoert naar de gemeentelijke riolering; e. bronneringswater: water aan de grond onttrokken voor tijdelijke verlaging van de grondwaterstand; f.

drainagewater: grondwater, ingezameld door een ingegraven doorlatend buizenstelsel;

g. drukrioolstelsel: gemeentelijke rioleringsstelsel bestaande uit persleidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater met pompen door middel van overdruk wordt afgevoerd; h. gemeentelijke riolering: een buizenstelsel, bij de gemeente in eigendom en beheer voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, rioolgemalen, persleidingen, afsluiters, kleppen en werken, installaties inclusief de daar onderdeel van uitmakende mechanische en elektrotechnische apparatuur en appendages van overeenkomstige aard, maar waartoe niet behorend de perceelaansluitleidingen gelegen op particulier terrein en de blokriolering; i.

gemengd rioolstelsel: gemeentelijke riolering voor de gezamenlijke afvoer van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en hemelwater;

j.

gescheiden rioolstelsel: gemeentelijke riolering waarbij het hemelwater gescheiden van het buizenstelsel voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd;

k.

huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden;

l.

ontstoppingsvoorziening: voorziening bestemd voor het inspecteren van, ontstoppen van en/of het bieden van toegang tot de aangesloten leidingen;

m. openbaar zuiveringtechnisch werk: een werk voor het zuiveren van stedelijk afvalwater, in exploitatie bij een waterschap of gemeente, dan wel een rechtspersoon die door het bestuur van het waterschap met de zuivering van stedelijk afvalwater is belast, inclusief bijbehorende werken voor het transport van stedelijk afvalwater; n. perceelaansluitleiding: buisleidingenstelsel onder druk of vrijverval gelegen tussen de locatie waar afvalwater vrijkomt en het aansluitpunt, anders dan blokriolering; o. rechthebbende: de eigenaar of zakelijk gerechtigde van een perceel volgens de kadastrale gegevens; p. stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater; en q. vrijvervalrioolstelsel: gemeentelijk rioleringsstelsel bestaande uit leidingen waarin het afvalwater door zwaartekracht wordt afgevoerd.

AFDELING II. DE VERGUNNING Artikel 2 Aansluitvergunning 1. Het is verboden zonder aansluitvergunning van burgemeester en wethouders een aansluiting van een perceelaansluitleiding of blokriolering op de gemeentelijke riolering te hebben, tot stand te brengen, of te wijzigen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van deze verordening aan de vergunning voorschriften verbinden ten behoeve van: a. de doelmatige werking van de gemeentelijke riolering; b. de doelmatige werking van een openbaar zuiveringtechnisch werk; of c.

de bescherming van de kwaliteit van de bodem, het oppervlaktewater of het grondwater.

3. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve een aansluitvergunning verlenen in het kader van rioleringsprojecten die op initiatief van burgemeester en wethouders worden uitgevoerd. Artikel 3 Nadere regels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd tot het stellen van nadere regels, waaronder het stellen van technische eisen betreffende rioleringsonderdelen gelegen in openbaar gebied. Artikel 4 De aanvraag van de aansluitvergunning 1. De rechthebbende vraagt de aansluitvergunning schriftelijk of digitaal aan. 2. De rechthebbende gebruikt hiervoor het door burgemeester en wethouders vast te stellen ‘Aanvraagformulier aansluitvergunning riolering’. Artikel 5 Beoordelingsregels aansluitvergunning

1. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een aansluitvergunning: a. als ter plaatse een gemengd of gescheiden rioolstelstel aanwezig is: voor de afvoer van afvalwater; b. als ter plaatse een hemelwaterriolering onder vrijverval of een gemengd stelsel aanwezig is en de lozer zich op geen enkele andere doelmatige wijze van hemelwater kan ontdoen: voor de afvoer van hemelwater; of c.

als ter plaatse een drukrioolstelsel aanwezig is: voor de afvoer van afvalwater, niet zijnde hemelwater en grondwater.

2. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning in ieder geval, indien naar hun oordeel de aansluiting of wijziging van een perceelaansluitleiding of blokriolering op de gemeentelijke riolering vanwege technische, juridische, hydraulische, milieutechnische of economische redenen bezwaarlijk is. 3. Een aansluiting of wijziging van een aansluiting op de gemeentelijke riolering is in ieder geval bezwaarlijk indien: a. rechthebbende niet voldoet aan de regels bij of krachtens deze verordening; b. de aansluiting een lozing voor afvalwater of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet een vergunning benodigd is, maar waarvoor deze niet is verleend, of waarbij niet aan de geldende regels is voldaan; c.

de perceelaansluitleiding of blokriolering met de binnenzijde van de onderkant van de buis ter plaatse van de aansluiting op de gemeentelijke riolering niet hoog genoeg boven de gemeentelijke riolering uitkomt;

d. de aanvraag, voor zover niet geregeld in de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen, betrekking heeft op het aansluiten van niet verontreinigd grondwater of bronneringswater dat met een retourbemaling in de bodem, of zonder bezwaar naar het oppervlaktewater kan worden afgevoerd; e. de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van drainagewater, bronneringswater of hemelwater op een gemeentelijk drukrioolstelsel; f.

de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van bedrijfsafvalwater met een hoeveelheid van meer dan 0,5 m3/uur/ha;

g. de aanvraag betrekking heeft op het aansluiten van afvalwater dat, vanwege de aard daarvan, de gemeentelijke riolering kan aantasten; of h. een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Omgevingswet voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.

AFDELING III. REALISATIE VAN DE AANSLUITING Artikel 6 Aanleg of wijziging van een aansluiting 1. Werkzaamheden in openbaar gebied, waaronder het tot stand brengen of het wijzigen van de aansluiting op de gemeentelijke riolering, vinden plaats door of onder toezicht van burgemeester en wethouders. 2. Binnen zes weken na verlening van de aansluitvergunning stellen burgemeester en wethouders de termijn vast voor de uitvoering van de werkzaamheden. Bij vaststelling van het

tijdstip van realisatie wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip. Artikel 7 Eigendom van de aansluiting 1. De grens tussen het gemeentelijke eigendom en het particulier eigendom van een perceelaansluitleiding ligt: a. bij gemengde en gescheiden vrijvervalrioolstelsels: ter plaatse van het punt gelegen op de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel als de ontstoppingsvoorziening in particuliere eigendom ligt of als de ontstoppingsvoorziening ontbreekt, overeenkomstig de grafische weergaven in bijlage 1 en bijlage 2; b. bij gemengde en gescheiden vrijvervalrioolstelsels: direct benedenstrooms van de ontstoppingsvoorziening als de ontstoppingsvoorziening nabij de perceelgrens in openbaar gebied ligt, overeenkomstig de grafische weergaven in bijlage 3 en 4; c. bij een drukrioolstelsel: ter plaatse van het punt waar de perceelaansluitleiding wordt aangesloten op de pompput, overeenkomstig de grafische weergave in bijlage 5. 2. De grens tussen het gemeentelijke eigendom en het particuliere eigendom van een blokriolering ligt net bovenstrooms ter plaatse van het punt voor de aansluiting van de blokriolering op het inlaatstuk van de gemeentelijke riolering, overeenkomstig de grafische weergave in bijlage 6. AFDELING IV. Onderhoud Artikel 8 Oplossen calamiteiten, onderhoud, reparatie en vervanging 1.

Bij een verstopping of een andere storing toont de rechthebbende aan of het een probleem betreft in het particuliere deel van de perceelaansluitleiding of het gemeentelijke deel van de perceelaansluitleiding. 2. Gemaakte kosten voor het onderzoek ter uitvoering van het vorige lid komen in beginsel voor rekening van de rechthebbende. 3. Als er sprake is van een verstopping of een andere storing in het particuliere deel van de perceelaansluitleiding of in een blokriolering, zorgt de rechthebbende ervoor dat deze wordt verholpen. Bij blokriolering is iedere rechthebbende hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming. 4. Als er sprake is van een verstopping of een andere storing in het gemeentelijke deel van de perceelaansluitleiding, neemt de rechthebbende contact op met de gemeente en stelt diegene de gemeente in de gelegenheid voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. 5. Indien blijkt dat de verstopping of andere storing is ontstaan door onjuist gebruik van de gemeentelijke riolering, de perceelaansluitleiding of de blokriolering door de rechthebbende of gebruikers van de aangesloten percelen, worden de door de gemeente gemaakte kosten op basis van artikel 6:162 BW bij de rechthebbende van deze aansluiting in rekening gebracht. 6. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.

het lozen van stoffen die vanwege hun aard en samenstelling verstoppingen in het gemeentelijke riool kunnen veroorzaken; b. het lozen van stoffen die door hun hoeveelheid, aard of concentratie de constructie van de uitleggers, of de gemeentelijke riolering kunnen aantasten; of c.

het lozen van stoffen die, door hun hoeveelheid, aard en concentratie gevaar kunnen veroorzaken of de doelmatige werking van de gemeentelijke riolering en openbare zuiveringtechnisch werken negatief beïnvloeden.

7. Als zich een verstopping of een andere storing voordoet in de gemeentelijke riolering anders dan is vermeld in voorgaande leden, meldt de rechthebbende de storing zo spoedig mogelijk bij de gemeente.

AFDELING V. BEËINDIGING, INTREKKING EN RECHTSOPVOLGING VAN VERLEENDE AANSLUITVERGUNNING Artikel 9 Beëindiging, verval, intrekken en rechtsopvolging 1. Indien het gebruik van een perceelaansluitleiding of blokriolering definitief wordt beëindigd, meldt de rechthebbende dit schriftelijk of digitaal bij burgemeester en wethouders. 2. De rechthebbende gebruikt hiervoor het door burgemeester en wethouders vastgestelde “Meldingsformulier beëindiging rioolaansluiting”. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de aansluitvergunning intrekken als: a. bij de aanvraag van de aansluitvergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. er via de aansluiting wordt geloosd in strijd met het Activiteitenbesluit milieubeheer; c.

het gebruik van de perceelaansluitleiding of blokriolering definitief is beëindigd; of

d. het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet wordt nagekomen. Artikel 10 Verwijderen aansluiting 1. Indien het gebruik van een rioolaansluiting definitief is beëindigd of de aansluitvergunning om andere redenen is ingetrokken, kan deze rioolaansluiting door burgemeester en wethouders op kosten van de voormalig rechthebbende verwijderd worden binnen 60 dagen na het intrekken van de aansluitvergunning. 2. Het eerste lid is alleen van toepassing op het gedeelte van de rioolaansluiting dat in openbaar gebied is gelegen of waar de gemeente zakelijk recht heeft gevestigd of als de gemeente anderszins juridisch recht op toegang heeft. 3. Burgemeester en wethouders melden het verwijderen van een rioolaansluiting bij de voormalige rechthebbende uiterlijk 2 werkdagen voordat de werkzaamheden aanvangen.

AFDELING VI. TOEZICHT OP NALEVING Artikel 11 Toezicht Burgemeester en wethouders wijzen de personen aan die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde. AFDELING VII. OVERIGE BEPALINGEN Artikel 12 Overige bepalingen 1. Bij tegenstrijdigheden tussen deze verordening en de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen prevaleert de Verordening afvoer hemel- en grondwater Vlaardingen.

2. Bij strijd tussen bepalingen in deze verordening en die in een overeenkomst tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het bepaalde in die overeenkomst. 3. In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslissen burgemeester en wethouders.

Artikel 13 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Hierbij wordt gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen. Artikel 14 Overgangsrecht 1. Een aanvraag tot aansluiting of een aanvraag tot wijziging van een aansluiting van een perceelaansluitleiding of blokriolering op de gemeentelijke riolering die is ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening wordt gelijkgesteld met een aanvraag op grond van deze verordening. 2. Op aansluitingen op de gemeentelijke riolering die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening reeds tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van deze verordening ook van toepassing met dien verstande dat voor het ongewijzigd hebben en houden van een al bestaande aansluiting geen vergunning is vereist. Artikel 15 Intrekking De “Verordening aansluitvoorwaarden riolering gemeente Vlaardingen”, vastgesteld op 19 september 2001, wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 16. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerstvolgende dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening aansluitvoorwaarden riolering Vlaardingen 2023.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van ….. De griffier,

De voorzitter,

Drs. J. Mimpen

drs. B. Wijbenga – van Nieuwenhuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336744/1