CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bij gemeentelijke belastingverordeningen 2024

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Belastingverordeningen 20241.412 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) De hoogte van de onroerende-zaakbelastingen wordt berekend als een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld met als waardepeildatum 1 januari van het voorafgaande jaar. Alle onroerende zaken worden of zijn getaxeerd naar de waardepeildatum 1 januari 2023. Gelet op het tijdstip waarop de ozbtarievenpercentages moeten worden vastgesteld en de tijd die nodig is van concept tot raadsbehandeling, betekent het dat de tarieven berusten op een weloverwogen schatting, omdat de herwaardering nog niet volledig is afgerond. Omdat de hoogte van de onroerende-zaakbelastingen een combinatie is van de waarde en het tarief, is het niet mogelijk het gemeentelijke tarievenbeleid rechtstreeks toe te passen op het tarief, omdat bij de berekening rekening gehouden moet worden met de wijzigingen in de waarde. Daarom is ervoor gekozen om de totale ozb opbrengsten als uitgangspunt te nemen. Op basis van de hierboven bedoelde weloverwogen schatting van de waarde zijn de tarieven zo berekend dat de totale te verwachten opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen overeenkomt met de in de begroting opgenomen opbrengst. Bij de berekening van deze totale opbrengst is rekening gehouden met de vastgestelde indexering met 7,6%.

Dit betekent dat de tarieven worden gecorrigeerd naar rato van de veranderingen in het waardebestand. Naar verwachting zullen de woningen gemiddeld 3,0% in waarde stijgen en zal de waarde van de niet-woningen met gemiddeld 2,2% stijgen. In de tarieven van de niet-woningen is een extra opslag berekend voor de voeding van het ondernemersfonds. Dit betreft een totaal begrote opbrengst van € 673.941,-. Op basis van bovenstaande berekeningswijze luiden de tarievenpercentages 2024 als volgt: OZB eigendom woningen 0,1217% (2023: 0,1191%); OZB eigendom niet-woningen 0,8680% (2023: 0,8060%). Reinigingsheffingen Deze verordening omvat de onderdelen afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. 1.afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing maakt onderdeel uit van de woonlasten. De tarieven zijn gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens. Deze heffing wordt verhoogd met 7,6%. De tarieven afvalstoffenheffing 2024 luiden: Eénpersoonshuishoudens € 317,69 (2023: € 295,25) Meerpersoonshuishoudens € 406,20 (2023: € 377,51). 2.reinigingsrechten In verband met de kostendekkendheid worden de reinigingsrechten verhoogd met de algemene prijsstijging van 7,6%. Ten aanzien van de verordening reinigingsheffingen 2024 is er gelijktijdig een raadsmemo aanhangig waarin is onderzocht om de afvalstoffenheffing te herverdelen over meerdere typen huishoudens.

In de bijgevoegde verordening zijn dit nog 2 typen huishoudens (eenpersoons en meerpersoons) . In het raadsmemo is geadviseerd om het eventueel invoeren van meerdere typen huishoudens uit te stellen naar 2025. Rioolheffing Voor het beheer en onderhoud geldt het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). Hierin worden onder andere de kosten opgenomen die door middel van een rioolheffing worden gedekt. De hoogte van het tarief eigenarendeel, uitgaande van een voorziene stijging van 2,4% (conform vGRP) en een inflatie van 7,6%, bedraagt in 2024 € 177,58. De tarieven gebruikersdeel voor 2024 worden ook verhoogd met 10%.

Leges De legestarieven zijn verhoogd met 7,6%, met de navolgende uitzondering. De wettelijke tarieven worden tot het maximum verhoogd. Ten tijde van het opstellen van dit voorstel zijn enkele wettelijke tarieven (reisdocumenten) nog niet officieel bekend. In de tarieventabel zijn hiervoor daarom de voorlopige maximumtarieven van het Rijk opgenomen. De verwachting is dat deze tarieven niet zullen wijzigen. Indien dit wel het geval is, zal er op een later moment een wijzigingsverordening volgen. Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. Deze stelselwijzigingen brengen verandering in de wijze waarop gemeenten werken, bijvoorbeeld op de organisatie, de samenwerking in de keten en de (werk)processen. Door de komst van de nieuwe wetten is het een vereiste om de legesverordening zodanig aan te passen dat deze aansluit bij de nieuwe wet- en regelgeving. Bij het inrichten van de nieuwe Titel 2 (Omgevingsvergunningen) legesverordening is er gebruik gemaakt van de nieuwe modelverordening van de VNG. Op enkele punten is het voorstel van de VNG vereenvoudigd, omdat dit beter aansluit op de werkwijze van de gemeente en bijdraagt aan de transparantie en vindbaarheid van activiteiten.

Voor de nieuwe onderdelen in Titel 2 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  Leges voor de voorfase Onder de Omgevingswet is de verwachting dat meer nadruk komt te liggen op het vooroverleg. Op deze manier kunnen initiatieven sneller en beter het proces van vergunningverlening doorlopen en is er minder kans op vertraging. Er is gekozen voor een differentiatie in tarieven op basis van complexiteit van het initiatief.  Leges voor de milieubelastende activiteit De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Tot nu toe werden deze altijd bekostigd uit algemene middelen. In regionaal verband zijn de tarieven voor de milieubelastende activiteit uitgewerkt. In de nieuwe Titel 2 is het regionale voorstel gevolgd. 

Leges voor de activiteit bouwen De Wkb regelt dat de gemeente voor een groot gedeelte van de bouwwerken niet meer preventief toetst en toeziet op de naleving van het bouwbesluit bij de totstandkoming van een bouwwerk. Deze rol wordt overgenomen door het stelsel van private kwaliteitsborging. Er vervallen dus vergunningplichten voor dit deel van de bouwactiviteit en de gemeente kan dus geen leges meer heffen voor dit onderdeel. Er is een knip aangebracht bij de activiteit bouwen. Er is straks een technische activiteit en een ruimtelijke activiteit. Voor een groot gedeelte van de bouwwerken geldt dat straks alleen de ruimtelijke activiteit nog aangevraagd hoeft te worden. Kostendekkendheid De tarieven in de nieuwe Titel 2 zijn op basis van een kostendekkendheidsanalyse tot stand gekomen.

Het monitoren van de keuzes die zijn opgenomen in de nieuwe legesverordening Titel 2 in deze nieuwe legesverordening is de eerste legesverordening na invoering van de stelselwijzigingen. Voor onderdelen die in de nieuwe situatie op een andere wijze vorm worden gegeven en voor onderdelen die in de huidige legesverordening niet opgenomen waren is gebruikgemaakt van aannames. Nog belangrijker dan anders is daarom, om na invoering van deze nieuwe legesverordening te monitoren op de nieuwe werkelijkheid, met name ten aanzien van de vergunningplichten die anders dan voorheen of zelfs helemaal nieuw zijn. Alleen dan kan grip worden gehouden op de kostendekkendheid en kan worden herzien wat in dit vroege stadium mogelijkerwijs anders is ingeschat dan uiteindelijk de realiteit blijkt te zijn. Precariobelasting Hier is de inflatiecorrectie van 7,6% toegepast. Havengeld bestaat uit de verordeningen: 1. havengeld pleziervaartuigen, recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen en historische schepen 2. ligplaatsgeld vaste ligplaatsen 3. zeehavengeld 4. binnenhavengeld

1.havengeld pleziervaartuigen, recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen en historische schepen Hier is de inflatiecorrectie van 7,6% toegepast. 2. ligplaatsgeld vaste ligplaatsen Hier is de inflatiecorrectie van 7,6% toegepast. 3. en 4. zeehavengeld en binnenhavengeld Voor het zeehaven- en het binnenhavengeld geldt dat de gemeente Vlaardingen de tarieven binnen de gemeenschappelijke regelingen (Samenwerkingsovereenkomst Zeehavengeld 2006 en Samenwerkingsovereenkomst heffing en invordering Binnenhavengeld 1995) volgt. De tarieven worden pas in een later stadium vastgesteld door het geprivatiseerde Havenbedrijf Rotterdam, die de gemeenschappelijke regeling uitvoert. In de tarieventabellen wordt daarom aangesloten bij de tarieven, vermeld in 'General Terms and Conditions, including renewed port tariffs', zoals die worden vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.. Lijkbezorgingsrechten Hier is de inflatiecorrectie van 7,6% toegepast. Nieuw is de verhoging van het tarief voor het gebruik van de aula’s op de begraafplaatsen als aansluitend geen begraving plaatsvindt. De motvering hiervan luidt: Het tarief voor het gebruik van de aula’s is vanuit het verleden gebaseerd op gebruik van de aula met aansluitend een begrafenis. Aulagebruik zonder aansluitende begrafenis is niet kostendekkend.

De kosten betreffen: voorbereidings- en begeleidingstarief, voorlopers, verwarming of koeling voorlopers en gebruik apparatuur. Nu blijkt in toenemende mate dat er gebruik wordt gemaakt van de aula’s op de begraafplaatsen zonder begraving. Men gaat dan na het gebruik van de aula veelal elders cremeren. Om dit structurele tekort op te heffen is nu het voorstel om het tarief voor de aula zonder begraven te verhogen met een toeslag. Toegevoegd worden dan: 1. voor het gebruik van de aula met begeleiding zonder aansluitend een begraving op ma-vrij een toeslag van € 100,00. 2. voor het gebruik van de aula met begeleiding zonder aansluitend een begraving op zaterdag een toeslag van € 150,00. Toeristenbelasting Dit tarief wordt met 7,6% verhoogd en wordt € 3,32 per persoon per overnachting. De verordening is tekstueel enigszins aangepast aan de wijzigingen in de modelverordening van de VNG. Parkeerbelastingen De parkeerbelasting kent een eigen parkeerbeleid (parkeernota). De verordening parkeerbelastingen wordt/is via een afzonderlijk raadsbesluit op 9 november 2023 vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13544536/1