CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Strategische visie Werk en Inkomen Stroomopwaarts

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Strategische visie Werk en inkomen Stroomopwaarts11.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Strategische visie Werk en Inkomen

2022 / 2025

1

Voorwoord Voor u ligt de visie werk en inkomen van de gemeenten Maassluis, Vaardingen en Schiedam. In een intensief en gezamenlijk traject hebben we in een aantal maanden gewerkt aan het formuleren van onze ambities voor de komende vier jaar. Hierbij hebben we de belangrijkste partners in onze regio: maatschappelijke organisaties, ondernemers, adviesraden, cliëntenparticipatie en politici opnieuw kennis laten maken met de uitvoeringsorganisatie Stroomopwaarts en in werkbezoeken en ophaalsessies besproken hoe zij kijken naar de uitdagingen van de komende tijd. Ook hebben we in de visie de geleerde lessen van 6 jaar Stroomopwaarts verwerkt en gekeken naar de maatschappelijke trends. De belangrijkste trend is dat de komende jaren zo veel mogelijk inwoners moeten profiteren van de kansen op de arbeidsmarkt. Als gevolg van de aantrekkende economie na de Covidpandemie, merken we dat de vraag naar arbeid enorm is. De gevolgen van vergrijzing zet door. De economische groei in verschillende sectoren en de toenemende aandacht en inspanningen op maatschappelijk verantwoord ondernemen bieden unieke kansen voor (arbeids)participatie, ook voor degenen waarvoor dat eerder niet haalbaar was. We zullen dit momentum moeten benutten om al onze inwoners de kans te bieden te participeren naar vermogen. Een tweede trend is het blijvende belang van het leveren van kwaliteit in de dienstverlening.

Gelukkig is de kwaliteit die we in de afgelopen jaren met Stroomopwaarts aan inwoners hebben gegeven gegroeid, maar we zijn ambitieus en willen verder gaan op deze weg. Het vertrouwen van burgers in de overheid staat onder druk door affaires als de Kinderopvangtoeslag en de complexiteit van de problematiek bij een deel van de inwoners is groot. Daarom moet er meer ruimte zijn voor een echt luisterend oor en het leveren van maatwerk. We willen nog beter gebruik maken van digitale mogelijkheden in de dienstverlening. En we willen inzetten op vroegsignalering om te voorkomen dat mensen diep in de problemen komen, bijvoorbeeld met schulden. Een derde trend vormt de noodzaak om verder te investeren in samenwerking. Als gemeenten en als Stroomopwaarts kunnen we de ambities, in deze visie en de opgaven in onze steden, alleen tot een goed einde brengen als we samenwerken binnen het brede sociaal domein, met onderwijs en met ondernemers. De grote uitdagingen in onze steden vragen een multidisciplinaire aanpak van overheid, maatschappelijke partners en private partijen; alleen met zo’n brede aanpak kunnen onze inwoners effectief worden ondersteund en duurzaam zelfredzaam worden. De realiteit is dat de frictie tussen ambities en daadwerkelijk budget binnen dit werkdomein groot blijft.

Ieder jaar wordt in de begroting van Stroomopwaarts aangegeven welke (financiële) middelen nodig zijn om de ambities te realiseren. Hierin worden de gemeenteraden middels de reguliere P&C cyclus, in de vorm van de Kadernota en Begroting, ieder jaar meegenomen.

Sjoerd Kuiper, wethouder Maassluis Bart de Leede, wethouder Vlaardingen Duncan Ruseler, wethouder Schiedam Nicole van der Wekken, directeur Stroomopwaarts MVS

2

Samenvatting Deze visie gaat over werk en inkomen en geeft daarmee voor de komende vier jaar richting aan de opdracht van Stroomopwaarts, het Participatiebedrijf van de drie gemeenten. Ook geeft de visie richting aan de samenwerking met de andere partners die rollen vervullen op het gebied van werk en inkomen en op een belangrijk, maar beperkt, deel van het brede sociaal domein.

De bedoeling De bedoeling van de MVS gemeenten en Stroomopwaarts in deze visie sluit aan op de bedoeling van de Participatiewet: iedereen doet mee naar vermogen. Dit is waarom we het doen. Hoe we bereiken dat mensen mee doen naar vermogen? Dat doen we door mensen zo veel als mogelijk zelfredzaam te maken op het gebied van werk en inkomen. Door het bieden van hulp bij werk en de weg daar naartoe en door het bieden van een vangnet als die zelfredzaamheid er nog niet is. Wat het precies is dat we doen, kan verschillen per inwoner. In deze visie staat het ‘wat’ op hoofdlijnen genoemd. Per jaar zullen tijdens de looptijd van deze visie de specifieke accenten worden gelegd. Deze landen in de begroting en dus in de opdracht van Stroomopwaarts. Voor de vorming van de strategische visie Werk en Inkomen hebben we gebruik gemaakt van leidende principes. Deze leidende principes zijn de vuistregels die richting geven aan het beleid en de uitvoering: 1. De cliënt en de bedoeling staan altijd voorop en het aanbod is realistisch 2. Zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen 3. Wij zijn betrouwbaar en transparant 4. We werken met lef, anticiperend en preventief

De weg naar werk Het is in de samenleving voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat zij een arbeidsbeperking hebben, lastig om aan de slag te komen. Investeren in een inclusieve arbeidsmarkt waarin meer mensen duurzaam aan het werk gaan en het optimaal benutten en voortdurend innoveren van de mogelijkheden die de Participatiewet biedt, is noodzakelijk. Daarnaast is er een substantiële groep mensen in de MVS-regio voor wie de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. Bij deze groep is er vaak is sprake van een optelsom van problemen: armoede en schulden, wonen in multiprobleemwijken, achterstanden met de Nederlandse taal, gezondheidsproblemen. Ook voor deze cliënten geldt dat meedoen door middel van werk een belangrijk einddoel blijft, ook als dat doel ver weg is en veel ondersteuning vraagt.

Samenvattend zetten wij het volgende in: - Iedere cliënt is goed in beeld door frequent, intensief en persoonlijk contact - Er is sprake van een sluitende keten door nauwe samenwerking is met ketenpartners - We slaan een brug tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt door: o Ontwikkeling van vak- en werknemersvaardigheden o In te zetten op kansrijke sectoren o Gezamenlijk een sluitende aanpak te realiseren met ondernemers, onderwijs en overheid o Maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren - De banenafspraak wordt ingevuld met overheden en partners binnen het sociaal domein - Er worden meer beschutte banen gerealiseerd - Er wordt geëxperimenteerd met (nieuwe) effectievere vormen van re-integratie door de inzet van basisbanen en het voortzetten van de SOW-route, gericht op persoonlijke ontwikkeling. (Co-)financiering vanuit ondernemers en/of het Rijk is een voorwaarde

3

-

-

Er wordt ingezet op vergroting van het aanbod, zowel binnen het WLB als door inzet op maatschappelijke participatie De behoefte van de cliënt staat centraal, de instrumenten op het terrein van werk en inkomen worden – ten behoeve van de cliënt – gecombineerd met die van andere partijen binnen het sociale en fysieke domein Het versterken van methodische werken met partners en het formeren van kleine budgetten voor multidisciplinaire teams op wijkniveau wordt onderzocht Er wordt gezamenlijk geëxperimenteerd om participatie groter te maken en de maatschappelijke effecten beter in zicht te brengen

Inkomen Stroomopwaarts biedt een inkomensvangnet vanuit de Participatiewet. Het streven is om dit zo goed en zo snel mogelijk te regelen voor de cliënt. Bij het eerste contact met de inwoner voor het aanvragen van een uitkering worden alle leefgebieden van de cliënt in kaart gebracht, de zogenaamde ‘brede uitvraag’. Er wordt dan direct gekeken of er (andere) vormen van problematiek spelen, en waar nodig wordt contacten gelegd met partners met zorgaanbieders, woningcorporaties e.d. Tegelijkertijd is het belangrijk om de motivatie om te werken zoveel mogelijk te stimuleren. Wij focussen daarom op werk en talent. We streven naar financiële zelfredzaamheid van inwoners en het voorkomen van (problematische) schulden. Ook blijven wij continue innoveren. Experimenten in het kader van armoede en schulden worden in het Schuldenlab MVS verder uitgewerkt.

Samenvattend zetten wij het volgende in: - Er wordt bij het eerste klantcontact direct een brede uitvraag gedaan: o (Multi-)problematiek wordt direct in beeld gebracht o Waar nodig wordt direct contact gelegd met partners - Werk wordt gemotiveerd door: o Aandacht voor talent en kennismaking met diverse werkvormen o Maximale invulling van vrijlating (parttime) inkomsten uit arbeid - Onmiddellijk bij de aanvraag van een uitkering wordt ingezet op fraudebestrijding door duidelijke informatievoorziening en eventueel directe handhaving - Er wordt ingezet op het vergroten van financiële zelfredzaamheid van onze cliënten, onder meer door de inzet van regelingen, ontheffingen en informatievoorziening - Bestrijding van armoede onder kinderen, onder meer door inzet op preventie, is een speerpunt - Om (verdere) schulden, armoede en mogelijk zelfs dakloosheid te voorkomen wijken we, binnen de grenzen van de wet, af van de kostendelersnorm - Om nog meer preventief te handelen en bestaande of te verwachten financiële problemen van cliënten te beperken of voorkomen wordt de inzet op vroegsignalering geïntensiveerd - We zijn innovatief en experimenteren met effectieve aanpakken op het gebied van armoede en schulden binnen Schuldenlab MVS

Stroomopwaarts Om de doelen van de visie te realiseren zijn kwaliteit van uitvoering en dienstverlening belangrijke voorwaarden. Wij investeren in de periode '22-'25 in de kwaliteit van Stroomopwaarts, en in het continu verbeteren daarvan. De cliënt staat centraal en wordt met respect behandeld. Snelheid en kwaliteit zijn uitgangspunten bij het aanvragen van een uitkering, telefonische dienstverlening, het betalen van de uitkering en het aanbieden van een passende re-integratievoorziening. Daarnaast blijft voor een deel van de meest kwetsbare inwoners een publieke infrastructuur nodig om te kunnen werken. Stroomopwaarts is daarmee 4

werkgever voor een grote groep werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een hoge begeleidingsbehoefte. Samenvattend zetten wij het volgende in: - We bieden, bij een grote afstand tot de arbeidsmarkt en (tijdelijke) verminderde loonwaarde, tijdelijke dienstbetrekkingen aan - We bieden duurzame dienstbetrekkingen aan de doelgroepen Wsw, Beschut werk en een groep mensen uit de doelgroep banenafspraak, wanneer de kloof naar regulier werk te groot is - Om een toekomstbesteding Werkleerbedrijf te hebben wordt geïnvesteerd in productielijnen bij het Werkleerbedrijf en de begeleiding van werkgevers en cliënten. Optimale ontwikkeling en sociale activering van mensen staat daarbij voorop - We investeren met zelfreflectie in de kwaliteit van Stroomopwaarts en het continu verbeteren hiervan - Het proces van het aanvragen van een uitkering wordt laagdrempelig en gebruiksvriendelijk ingericht.

Digitaal waar mogelijk, maar tegelijkertijd ook fysiek - Er wordt structurele ingezet op professionalisering door het investeren in actuele kennis van wet- & regelgeving, bejegening en de menselijk maat centraal stellen - Stroomopwaarts is een goede werkgever voor zowel werknemers in het Werkleerbedrijf als het ambtelijk personeel door het bieden van uitdagingen en het gevoel van ‘thuis’ - Harmonisatie is het uitgangpunt, daar waar nodig is couleur locale mogelijk - Er wordt verder geïnvesteerd in de relatie met de gemeenteraden

Middelen Waar mogelijk vult Stroomopwaarts de in deze visie verwoorde ambities in binnen de bestaande middelen. Op een aantal onderdelen is dat niet mogelijk: - Sociaal akkoord banenafspraak - Basisbanen - Intensivering contact doelgroep, een passend aanbod voor iedereen Per onderwerp wordt een business case worden opgesteld en worden voorstellen meegenomen in de reguliere P&C cyclus (Kadernota en Begroting).

5

Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................................ 2 Samenvatting.................................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ............................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding en achtergrond ..................................................................................................... 7 1.2 Scope van de visie .................................................................................................................. 7 1.3 Klant, burger, inwoner, mens, cliënt ...................................................................................... 8 1.4 Samenwerking binnen het sociaal domein ............................................................................ 8 1.5 Leeswijzer ...............................................................................................................................

9 Hoofdstuk 2 De bedoeling .............................................................................................................. 10 2.1 De bedoeling, wat willen we bereiken ................................................................................. 10 2.2 Leidende principes ............................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3 - De weg naar werk .................................................................................................... 12 3.1 Iedereen in beeld.................................................................................................................. 12 3.2 Uitstroom en sectorbenadering ........................................................................................... 12 3.3 Werk met behulp van Loonkostensubsidies ........................................................................ 13 3.4 Basisbaan .............................................................................................................................. 14 3.5 Meedoen .............................................................................................................................. 14 3.6 Samenvattend ......................................................................................................................

16 Hoofdstuk 4 Inkomen ..................................................................................................................... 17 4.1 Meer dan alleen inkomen .................................................................................................... 17 4.2 Voorkomen van geldproblemen........................................................................................... 17 4.3 Innovatie ............................................................................................................................... 18 4.4 Samenvattend ...................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Stroomopwaarts ........................................................................................................ 20 5.1 Een gezond en toekomstbestendig Werkleerbedrijf ........................................................... 20 5.2 Stroomopwaarts als dienstverlener ..................................................................................... 21 5.3 Stroomopwaarts als de beleidsafdeling van de gemeenten ................................................ 22 5.4 Samenvattend ...................................................................................................................... 23 6.

Middelen .................................................................................................................................... 24 6. 1 Algemeen ............................................................................................................................. 24 6.2 Financiële vertaling ambities ................................................................................................ 25

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en achtergrond De MVS gemeenten werken sinds 1 juli 2015 samen bij de uitvoering van de Participatiewet in de gemeenschappelijke regeling Stroomopwaarts. Stroomopwaarts is een fusieorganisatie van de drie sociale diensten en de drie sociale werkvoorzieningen van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. De fusie in 2015 ging gepaard met de invoering van de Participatiewet en met een businesscase die een kader gaf voor de opdracht van de MVS gemeenten aan Stroomopwaarts. De businesscase liep tot 1 juli 2020 en is met succes ingevuld. De integratie van de organisatieonderdelen is met succes afgerond en de financiële doelstellingen zijn bereikt. In 2020 realiseerde Stroomopwaarts conform opdracht een positief eigen vermogen. In 2019 is – zoals afgesproken bij de oprichting van Stroomopwaarts – een onderzoek ingesteld door Berenschot naar vijf jaar Stroomopwaarts. Bij het vaststellen van de aanbevelingen die voortkwamen uit het evaluatieonderzoek van Berenschot is door de drie gemeenteraden opdracht gegeven om een strategische visie voor Stroomopwaarts uit te werken.

Bij de bespreking van de Beleidsvisie Stroomopwaarts ‘Samen zorgen dat het werkt’ in de MVS gemeenteraden in het voorjaar van 2021 is afgesproken een strategische visie te ontwikkelen met meerjarige ambities op het gebied van werk en inkomen (inclusief armoederegelingen en schuldhulpverlening), als leidraad voor de uitvoeringsorganisatie Stroomopwaarts MVS1. Aanvullend op bovenstaande aanleidingen speelt dat verschillende organisaties – waaronder Stroomopwaarts - betrokken zijn bij de aanpak van multiproblematiek en dat de kosten soms op een andere plek liggen dan waar maatschappelijke baten zijn te verwachten. Werk en inkomen is onderdeel van het brede sociaal domein, de verschillende onderdelen overlappen waar sprake is van multiproblematiek. Daarnaast speelt een rol dat, door de beperking van de financiële bijdrage vanuit het Rijk, de krimp van het re-integratiebudget en de wetgeving op dit gebied, de infrastructuur, zoals Stroomopwaarts die biedt: met een Werkleerbedrijf met daarin de verschillende doelgroepen (SW, beschut, Participatiewet), onder druk staat. Een sterke regionale positie is destijds één van de redenen geweest tot oprichting van Stroomopwaarts.2 Om de infrastructuur voor de gemeenten te behouden, is, met oog op de landelijke, regionale en financiële ontwikkelingen, een toekomstgerichte visie nodig op het Werkleerbedrijf.

Last but not least: de maatschappelijke problemen en ambities zijn altijd groter dan de financiële mogelijkheden. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. Deze keuzes willen we niet alleen maken op basis van geld, maar juist op de te bereiken maatschappelijke doelen.

1.2 Scope van de visie Deze visie gaat over werk en inkomen en geeft daarmee voor de komende vier jaar richting aan de opdracht van Stroomopwaarts, het Participatiebedrijf van de drie gemeenten. Ook geeft de

1

Er is gevraagd om het concretiseren van een aantal zaken waaronder de initiatieven die worden genomen (basisbanen, werkgeversbenadering en uitstroom), de toekomst van het Werkleerbedrijf, organisatieveranderingen, de impact op lokale wijknetwerken, de samenwerking met lokale partners, de ambitie op het gebied van schuldenpreventie, —aanpak en de ontwikkeling van het Schuldenlab en op welke manier dit alles samenhangt met de lokale situatie in de drie gemeenten. 2 Het voornaamste uitgangspunt bij de oprichting van Stroomopwaarts was dat de inrichting van een sterke regionale samenwerking zou leiden tot een beter antwoord op de opgave uit de Participatiewet. Het zou door een kostenbesparing tevens een antwoord bieden op de grote bezuinigingsopdracht die er lag, terwijl ook aan de opgave om de dienstverlening kwalitatief hoog te houden kon worden voldaan. Rand voorwaardelijk voor de samenvoeging was, als vanzelfsprekend, het uniformiseren en harmoniseren van werkprocessen. De uitgangspunten zijn vertaald in een dienstverlening waarin de zelfredzaamheid van inwoners, een groepsgewijze aanpak (ipv individueel) en digitale dienstverlening centraal staan.

7

visie richting aan de samenwerking met de andere partners die rollen vervullen op het gebied van werk en inkomen.3 Voor zowel het onderdeel ‘werk’ als ‘inkomen’ in de titel van deze visie hanteren wij een ruime scope. ‘Werk’ gaat over de medewerker die op een beschutte werkplek werkt, over de inwoner met een uitkering die op het werkplein komt en re-integreert naar werk, en over de arbeidsmarkt. ‘Inkomen’ gaat over de uitkering, bijzondere bijstand, armoederegelingen en schuldhulpverlening.

1.3 Klant, burger, inwoner, mens, cliënt In de scope op ‘werk en inkomen’ vallen verschillende wetten en gemeentelijke verordeningen die uit gaan van verschillende definities van de doelgroepen die door middel van die wet geholpen worden. De Wsw-ers en beschut werkers zijn ‘werknemers’ van Stroomopwaarts. Brede voorlichting in het kader van Schuldhulpverlening en preventieve schuldenaanpak, gaat vaak uit van ‘inwoner’. In het kader van de Participatiewet wordt vaak gesproken van ‘klant’. In deze visie gebruiken we daarom het neutrale en algemene woord ‘cliënt’ om daarmee de burger, inwoner, klant of betrokkene te duiden die de dienstverlening krijgt of voor wie in de visie een positieve stap wordt gezet op het terrein van werk en inkomen. 1.4 Samenwerking binnen het sociaal domein De uitvoering van de Participatiewet, de Banenafspraak, de Wsw, armoederegelingen en schuldhulpverlening en de visie daarop, gaat over een belangrijk, maar tegelijkertijd beperkt deel van het brede sociaal domein.4 Stroomopwaarts wil samen, met onze partners in het sociaal domein, een betekenisvolle bijdrage leveren aan het participeren naar vermogen van de cliënten.

Om de ambitie van opgavegericht werken te kunnen uitvoeren hanteert Stroomopwaarts het leidend principe “zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen.” In de huidige setting wordt op onderdelen waargenomen dat de dienstverlening van Stroomopwaarts niet altijd even goed aansluit op die van een samenwerkingspartner. Met als risico dat de dienstverlening in de keten onvoldoende integraal is en de cliënt tussen wal en schip dreigt te vallen. Voor de (kwetsbare) burger die in het sociaal domein is aangewezen op de gemeente en de andere partijen die daarin hulp en dienstverlening bieden, is het belangrijk dat er breed wordt samengewerkt met elkaar en dat visies en beleid op elkaar aansluiten. Dat geldt daarom ook voor deze visie. Binnen de MVS regio zijn er lokale verschillen op onderdelen binnen het sociaal domein en in welke mate er wordt samengewerkt.5 De hier gepresenteerde strategische visie op werk en inkomen sluit aan op de lokale visies.6 Ook worden, tijdens de looptijd van deze visie, ontwikkelingen ten aanzien van het multidisciplinair werken in wijken, waar verschillende sociale problemen spelen, integraal aangepakt. Wat de gemeente daar vanuit werk en inkomen aan kan bijdragen vindt haar basis in 3

Hierbij moet worden gedacht aan werkgevers en ondernemers, maatschappelijke instellingen en organisaties, het onderwijs, lokale en regionale netwerken en de regionale samenwerking buiten de MVS regio, zoals die in het Regionaal Platform Arbeidsmarktbeleid. 4 Stimulansz geeft de volgende definitie van het sociaal domein: onder de term 'sociaal domein' verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg en jeugd, op basis van de Wmo 2015, de Participatiewet, Jeugdwet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 5 Voor jeugd en WMO is er tripartiete samenwerking. Op andere terreinen is dat anders. Maassluis en Vlaardingen hebben een visie op het sociaal domein (resp. ‘Samen doen’ en ‘De inwoner voorop’). Schiedam stelt in de nabije toekomst een visie op het sociaal domein vast. 6 Daarnaast wordt door de MVS-gemeenten gewerkt aan discussienota’s over en prioriteiten en doorontwikkeling van de armoede en schulden. Deze volgen een separaat traject. Datzelfde geldt voor de uitvoering van de wet Inburgering in de MVS-regio door Stroomopwaarts. Hiervoor is door de raden beleid vastgesteld, waarop deze visie aansluit.

8

deze visie. Op verschillende andere onderdelen kunnen we de visie op werk en inkomen niet los zien van het brede sociaal domein. Daar waar dat moet en kan worden de koppelvlakken met andere onderdelen van het sociaal domein expliciet benoemd.

1.5 Leeswijzer In deze visie gaan we in hoofdstuk 2 in op wat we willen bereiken en hoe we dat doen, Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de weg naar werk uiteengezet. Hoofdstuk 4 bevat de visie op inkomen. In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de organisatie Stroomopwaarts. Tenslotte wordt de visie in hoofdstuk 6 afgesloten met de inzet van middelen.

9

Hoofdstuk 2 De bedoeling 2.1 De bedoeling, wat willen we bereiken De bedoeling van de MVS gemeenten en Stroomopwaarts in deze visie sluit aan op de bedoeling van de Participatiewet: iedereen doet mee naar vermogen. Dit is waarom we het doen. In het vervolg van de visie werken we uit hoe we hier invulling vanuit werk en inkomen en Stroomopwaarts aan geven en wat we daarvoor zullen doen Hoe we bereiken dat mensen mee doen naar vermogen? Dat doen we door mensen zo veel als mogelijk zelfredzaam te maken op het gebied van werk en inkomen. Door het bieden van hulp bij werk en de weg daar naartoe en door het bieden van een vangnet als die zelfredzaamheid er nog niet is. Wat het precies is dat we doen, kan verschillen per inwoner. In deze visie staat het ‘wat’ op hoofdlijnen genoemd. Per jaar zullen tijdens de looptijd van deze visie de specifieke accenten worden gelegd. Deze landen in de begroting en dus in de opdracht van Stroomopwaarts.

2.2 Leidende principes Voor de vorming van de strategische visie Werk en Inkomen hebben we gebruik gemaakt van leidende principes. Deze leidende principes zijn de vuistregels die richting geven aan het beleid en de uitvoering. 5. De cliënt en de bedoeling staan altijd voorop en het aanbod is realistisch 6. Zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen 7. Wij zijn betrouwbaar en transparant 8. We werken met lef, anticiperend en preventief

10

Deze leidende principes worden hieronder toegelicht: 1. De cliënt en de bedoeling staan altijd voorop en het aanbod is realistisch Daaronder verstaan we dat de vraag, problematiek of situatie van de cliënt leidend is. Daarnaast staat altijd de bedoeling voorop. Dat betekent dat we de cliënt kennen. We voegen waarde toe aan de situatie van de cliënt, om zo stappen te zetten naar (vergrote) participatie. Niet het aanbod vanuit de wet- en regelgeving of vanuit de organisaties staat centraal, maar de vraag van de cliënt. Wat er aan ondersteuning en dienstverlening komt is realistisch, zowel vanuit het perspectief van de cliënt, als vanuit de gemeenten en Stroomopwaarts. Soms zijn de mogelijkheden van de mensen of de organisatie beperkt en zullen keuzes worden gemaakt op professionele, rechtmatige of doelmatige gronden. Er kan sprake zijn van maatwerk7 als de standaardwerkwijze of –oplossing niet volstaat. Multiproblematiek wordt integraal (in samenwerking met partners in het sociaal domein) aangepakt. 2. Zorgen dat het voor elkaar komt, maar niet overnemen Cliënten worden met respect behandeld en in hun waarde gelaten. Er wordt ondersteuning geboden aan mensen die dat nodig hebben. De ondersteuning is erop gericht om cliënten op weg te helpen om een plek in de maatschappij te vinden en (waar mogelijk) zelfstandig te behouden.

Waar nodig en mogelijk gebeurt dat binnen het brede sociale domein. Wij staan voor een sluitende ketenaanpak. Dit betekent ook dat er pas wordt losgelaten wanneer de juiste zorg geboden is. We gaan niet op de stoel van de cliënt zitten. Hij of zij heeft en houdt een eigen verantwoordelijkheid. 3. We zijn betrouwbaar en transparant In de uitvoering van de visie laten we problemen niet ontstaan, maar worden deze juist vroegtijdig gesignaleerd en wordt hier handelend in opgetreden. Er worden duidelijke resultaten gedefinieerd, deze worden gemeten en ondersteund. Het duidelijk is wat cliënten en partijen van ons mogen verwachten. We gaan uit van vertrouwen en wederkerigheid (afspraak = afspraak). 4. We werken met lef, anticiperend en preventief In de uitvoering van de visie zijn we wendbaar & voortvarend, innovatief & inspirerend, professioneel & procesgestuurd, efficiënt & effectief. Er wordt gebruik gemaakt van goede automatisering. Zo borgen we kwaliteit en maken we ruimte voor maatwerk. We gaan vanuit de bedoeling continu op zoek naar verbeteringen in de uitvoering en het beleid. Stroomopwaarts volgt nauwlettend de wet- en regelgeving, experimenteert hierop en stelt zich agenderend op.

7

.Het proces van besluitvorming waarbij men, binnen het sociaal domein, komt tot een oplossing op maat voor het individu

11

Hoofdstuk 3 - De weg naar werk 3.1 Iedereen in beeld Momenteel is landelijk ruim 70% van de mensen in de bijstand daar langer dan twee jaar van afhankelijk, en ruim 40% zelfs langer dan vijf jaar. Voor de MVS-gemeenten zijn deze cijfers nog ongunstiger. Medio 2021 was bijna 50% van ons uitkeringsbestand langer dan 5 jaar aangewezen op een uitkering.8 De MVS-gemeenten hebben te maken met grootstedelijke problematiek, waaronder een relatief grote groep mensen met een laag inkomen c.q. uitkering en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit weerspiegelt zich in de doeluitkering BUIG-middelen die zij krijgen voor de dekking van bijstandslasten. Het is realiteit, dat niet alle uitkeringsgerechtigden direct klaar zijn voor een stap naar de arbeidsmarkt. Vaak moet eerst een stabilisatie van de (gezins-)situatie worden bereikt. Dat kan te maken hebben met schuldenproblematiek, maar ook met allerhande maatschappelijke en sociale problematiek. De aard van de problematiek bepaalt of Stroomopwaarts, of een andere sociale partner (zoals het wijkteam), een voortrekkende rol heeft bij een huishouden. Maar altijd geldt, dat Stroomopwaarts actief betrokken is bij de aanpak. Er moet sprake zijn van een sluitende keten.

Gegevensuitwisseling met de ketenpartners, het maken van een gemeenschappelijk plan van aanpak en het bundelen van de financiële middelen (in de vorm van kleine budgetten die ingezet kunnen worden door sociaal domein brede teams) is essentieel in geval van complexe en meervoudige sociale problematiek bij cliënten. In de komende jaren vergroten we op die manier de effectiviteit van de gemeenschappelijke inzet van de partners in het brede sociaal domein. De wensen, belangen en mogelijkheden van de cliënt staan hierbij voorop. Daarbij is het essentieel onze cliënten goed in beeld te hebben. Om dit te bereiken zetten wij in op frequent, intensief en persoonlijk contact. Cliënten worden blij van het persoonlijk contact. Ook is er sprake van een aanmerkelijke verbetering van maatschappelijke participatie. Arbeidsvermogen wordt eerder herkend en is er een verbeterde signalering van fraude. Daarnaast zijn er bewezen brede maatschappelijke baten, echter slaan die niet altijd terug op het gemeentelijk budget.

3.2 Uitstroom en sectorbenadering Met langdurige afhankelijkheid van een uitkering worden niet alleen mensen tekortgedaan, maar ook onze economie en samenleving. Er staan nog steeds te veel mensen aan de kant, ook in onze regio. Mensen die langdurig werkloos zijn en niet zonder intensieve investering duurzaam kunnen uitstromen naar betaald werk. Om de brug te slaan tussen vraag en aanbod, investeren wij enerzijds in het ontwikkelen van vak- en werknemersvaardigheden van de cliënt en anderzijds door in te zetten op kansrijke sectoren, om daar de gezamenlijke inzet van ondernemers, onderwijs en overheid aan te koppelen. Deze lijn zetten we versterkt door, met als doel om de zes tot acht meest kansrijke sectoren te voorzien van een gezamenlijke sluitende aanpak die leidt tot zo veel mogelijk kansen op werk. We zetten hierbij in op werkleerakkoorden voor deze kansrijke sectoren in de lokale en regionale arbeidsmarkt. We werken samen met onderwijs en ondernemers en met de arbeidsmarktregio. Het opleidingsaanbod wordt continue afgestemd op de steeds veranderende arbeidsmarkt en behoeften van de lokale ondernemers. Het Opleidingshuis van Stroomopwaarts sluit hier bij aan.

8

Circa 80% langer dan 2 jaar

12

Door aan een werkleertraject altijd een binnen- (Stroomopwaarts) en buitencomponent (reguliere werkgevers) toe te kennen, kunnen mensen weer wennen aan werk bij reguliere werkgevers. Dit proces wordt samen met onze werkgevers verder ontwikkeld. In het Ondernemerslab werkt Stroomopwaarts samen met startende ondernemers om hun kansrijke sociale initiatieven te ontplooien. Zo bekijken wij of de infrastructuur en mogelijkheden van het Werkleerbedrijf van Stroomopwaarts benut kunnen worden om hun eigen productieproces in onder te brengen of om werk uit te besteden. Zo investeren wij in duurzame relaties met actieve maatschappelijk betrokken ondernemers. De inzet van Stroomopwaarts in het Sociaal Economisch Netwerk en de andere lokale en regionale netwerken, waarin ondernemers, onderwijs, maatschappelijke organisaties en overheid participeren, wordt bestendigd en uitgebouwd, om kennisbundeling en zichtbare resultaten, zoals het werkpact, te stimuleren en te laten zien.

3.3 Werk met behulp van Loonkostensubsidies In het sociaal akkoord van 11 april 2013 hebben het kabinet en sociale partners (werkgevers en werknemers) afgesproken dat ze banen gaan creëren bij reguliere werkgevers voor mensen met een arbeidsbeperking. Volgens de banenafspraak moeten in 2026 landelijk 100.000 banen in de marktsector en in 2024 al 25.000 banen bij de overheid gerealiseerd zijn. Die banen zullen in de toekomst mede nodig zijn door de sterke beperking van de Wajong ingaande 2015. Deze cliënten (jongeren met een ernstige en blijvende arbeidshandicap) stromen sindsdien in de reguliere bijstand in. De evenredige bijdrage van de MVS-gemeenten in de landelijke banenafspraak is circa 1% (1.250 banen, waarvan 250 banen bij de overheid). Ook de gemeenten zullen, vanuit hun voorbeeldrol als publieke werkgever, een aandeel in de landelijke banenafspraak uiterlijk in 2024 moeten invullen. In totaal gaat het om ca. 100 arbeidsplaatsen in de vorm van banen bij de drie gemeenten in het kader van de Wet banenafspraak. Ook de overige overheden (rijk en provincie) en de partners in het sociaal domein dienen hun aandeel in deze doelstelling te leveren. De daadwerkelijke realisatie van de banenafspraak is nog maar een beperkt deel van de ambitie om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Ook biedt Stroomopwaarts banen aan mensen met een indicatie beschut werk.

Deze mensen hebben zodanige beperkingen dat van een reguliere werkgever niet kan worden verwacht dat zij de juiste begeleiding kunnen bieden op de werkplek. Om de doelstellingen te halen, realiseert Stroomopwaarts, samen met de gemeenten en werkgevers, meer beschutte banen, meer banen in het kader van de banenafspraak, en vooral meer matches met werkgevers voor duurzame uitstroom. Stroomopwaarts zorgt hierbij voor de selectie, plaatsing en begeleiding van deze medewerkers, zodat maatwerk kan worden geleverd. Daarnaast verstrekt Stroomopwaarts loonkostensubsidies voor de doelgroepen beschut werk9 en de banenafspraak10. In beide gevallen gaat het om kwetsbare doelgroepen. Mensen uit de bijstand vallen niet vanzelfsprekend onder één van de doelgroepen. Pas wanneer iemand is opgenomen in het zogenaamde doelgroepenregister of een indicatie beschut werk heeft mag wettelijke loonkostensubsidie worden verstrekt. Voor een grote groep mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt geldt echter dat zij ook profijt hebben van het inzetten van loonkostensubsidie. Deze doelgroep heeft doordat zij of langdurig niet hebben gewerkt, of 9

In 2022 is de vastgestelde doelstelling 100 In 2022 gaat dit om 262 klanten

10

13

bijvoorbeeld te kampen hebben met taalproblematiek, tijdelijk een verminderde loonwaarde. Stroomopwaarts zet voor deze doelgroep tijdelijke loonkostensubsidie in.

3.4 Basisbaan Het is in de samenleving voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld omdat zij een arbeidsbeperking hebben, lastig om aan de slag te komen. Investeren in een inclusieve arbeidsmarkt waarin meer mensen duurzaam aan het werk gaan en het optimaal benutten en voortdurend innoveren van de mogelijkheden die de Participatiewet biedt, is noodzakelijk.11 De wetgever zal die mogelijkheden verder moeten vergroten, bijvoorbeeld bij het inzetten van de BUIG-middelen voor basisbanen. In afwachting van nieuwe wetgeving zetten de MVS-gemeenten en Stroomopwaarts in op het experimenteren met nieuwe effectievere vormen van re-integratie, die de mogelijkheden van werk en ontwikkeling voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vergroten. Vanuit het breed gedeelde inzicht, dat werk te verkiezen is boven de afhankelijkheid van een uitkering is de afgelopen periode de term ‘basisbanen’ op veel plekken gelanceerd.12 Ook hebben verschillende andere gemeenten een beperkt aantal gecreëerde banen die door bijstandsgerechtigden zijn ingevuld gelabeld met de term ‘basisbaan’. Met die invulling blijft het uitkeringsregime, mede door de bestaande wettelijke beperkingen, echter nog bestaan.

Wij willen blijvend inzetten op basisbanen, de SOW-route en overige re-integratie-instrumenten bedoeld voor werkzoekenden voor wie de arbeidsmarkt vooralsnog geen plek biedt en voor de mensen die zelf de stap naar de arbeidsmarkt (nog) niet kunnen maken. Soms liggen hier tijdelijke belemmeringen aan ten grondslag, soms ook heeft het een meer structureel karakter. Het gaat in ieder geval om iedereen die in de huidige situatie in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. Dergelijke re-integratietrajecten zijn gericht op persoonlijke ontwikkeling, hulp bij bijvoorbeeld schulden- en taalproblematiek en uiteindelijk doorstroming naar een reguliere baan. Daartoe is samenwerking tussen Stroomopwaarts en de overige maatschappelijke partners (denk aan de wijkteams en jeugdzorg) noodzakelijk. Op dit moment worden bij wijze van proef al 30 basisbanen vervuld. De ambitie is om dit te continueren en daarbij meer basisbanen te realiseren en in te vullen. Om de deze vorm van re-integratie te laten slagen en de ambitie na te kunnen jagen is financiering vanuit het rijk en co-financiering vanuit ondernemers noodzakelijk. Hier ligt aldus een gezamenlijke opgave voor overheid en ondernemers.

3.5 Meedoen Passende ondersteuning voor wie nog niet naar werk kan Er is een substantiële groep mensen in de MVS-regio voor wie de afstand tot de arbeidsmarkt groot is. In de MVS-regio gaat het hierbij om 4500 mensen. Bij deze groep is er vaak is sprake van een optelsom van problemen: armoede en schulden, wonen in multiprobleemwijken, achterstanden met de Nederlandse taal, gezondheidsproblemen. In veel gevallen gaat het om gezinnen, waardoor een grote groep kinderen ook te maken hebben met deze problemen. Ook voor deze cliënten geldt dat meedoen door middel van werk een belangrijk einddoel blijft, ook als dat doel ver weg is en veel ondersteuning vraagt. Werk, al dan niet in aangepast vorm, biedt immers een vaste invulling, structuur en vervulling. Werk zorgt ervoor dat mensen zich gezien voelen, leren, zich ontwikkelen en een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving. 11

Eindevaluatie van de Participatiewet, SCP, Den Haag, november 2019

12

Bijvoorbeeld in rapporten van de WRR en de commissie Borstlap, die het begrip noemen zonder het verder uit te werken.

14

Bij de evaluatie van de Participatiewet is forse kritiek geuit op de mate waarin de Participatiewet ondersteunend is aan deze groep mensen. Kort gezegd zou de Participatiewet mislukt zijn. Berenschot heeft in opdracht van de VNG in 2021 13 onderzocht dat voor de doelgroep die niet meteen aan het werk kan, 6.500 euro per traject structureel nodig is, terwijl de gemiddelde trajectprijs nu ca. 4.000 euro bedraagt. De verwachting is dat het kabinet in de komende jaren met een aanpassing van de Participatiewet komt en hiervoor middelen ter beschikking zal stellen. In de MVS-regio kiezen we ervoor om, vooruitlopend daarop, stevige ambities te formuleren en aan de slag te gaan. Onze doelstellingen ‘iedereen in beeld, iedereen een passend aanbod om binnen zijn of haar mogelijkheden mee te doen’, gelden juist óók voor de mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Nu na de Coronacrisis de arbeidsmarkt zich lijkt te herstellen en tegelijkertijd de signalen van maatschappelijke tweedeling toenemen voor grote groepen kwetsbaren in de samenleving, is de urgentie groot en liggen daar kansen. Dit doen wij door het aanbod van mogelijkheden te vergroten, deels binnen de infrastructuur van Stroomopwaarts, namelijk binnen het Werkleerbedrijf, en deels door in te zetten op maatschappelijke participatie, zoals bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of sport.

Tegelijkertijd wordt, samen met de partners in het maatschappelijk veld, ingezet op het oplossen van multiproblematiek. Het uitgangspunt hierbij is uitgaan van de behoeften van de cliënten niet van het aanbod van de verschillende organisaties. Om inwoners met multiproblematiek optimaal te kunnen ondersteunen, worden, waar nodig, de instrumenten op het terrein van werk en inkomen met die van de andere partijen binnen het sociale en het fysieke domein gecombineerd. Dat kan betekenen dat we inzet plegen vanuit werk en inkomen, terwijl dat niet direct leidt tot een besparing op de uitkeringen. In dit kader verrichten wij de komende periode onderzoek naar het versterken van methodisch werken en het spreken van dezelfde taal met de partners die – binnen hun eigen vakgebied – met dezelfde inwoners te maken hebben. Ook worden mogelijkheden verkend naar het formeren van kleine budgetten om de multidisciplinaire teams op wijkniveau de slagkracht te geven om handelend op te kunnen treden als het aanbod van de organisaties niet toereikend is en koppelen wij waar mogelijk gegevens, zodat mensen niet meer op meerdere plekken hun verhaal hoeven te doen, en preventief en proactief kan worden samengewerkt.

Maatschappelijke kosten en baten We weten al geruime tijd dat langdurig in een uitkering of in armoede zitten, grote gevolgen heeft voor mensen op allerlei leefgebieden, en dat door multiproblematiek vicieuze cirkels ontstaan. Omgekeerd betekent dat ook dat ingrepen daarin, positieve effecten kunnen hebben op meerdere terreinen. Meedoen, ook bijvoorbeeld door middel van vrijwilligerswerk, heeft een positief effect op welzijn en welbevinden (minder eenzaamheid, minder stress), op gezondheid, op betrokkenheid op de leefomgeving, op participatie op andere terreinen dan werk en inkomen. Een aanpak om zo ver te komen kost tijd en geld en het effect is pas later zichtbaar. Wat we willen bereiken is dat we gezamenlijk experimenteren om participatie groter te maken en de maatschappelijke effecten beter in zicht te brengen.

13

Analyse Beschikbare en benodigde financiële middelen voor de Participatiewet, Berenschot, 27 april 2021

15

Vanuit ‘werk en inkomen’ wordt de aansluiting gerealiseerd op de ‘aanpak kwetsbare wijken’ in de MVS-regio en worden de ervaringen en aanpak waar mogelijk vertaald naar, en toegepast op, alle kwetsbare cliënten van Stroomopwaarts. De volgende acties worden daarop ondernomen: - Stroomopwaarts doet actief mee met de aanpak kwetsbare wijken - Binnen de MVS-regio doen we (mee aan) experimenten en nader onderzoek naar maatschappelijke kosten en baten

3.6 Samenvattend - Iedere cliënt is goed in beeld door frequent, intensief en persoonlijk contact - Er is sprake van een sluitende keten door nauwe samenwerking is met ketenpartners - We slaan een brug tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt door: o Ontwikkeling van vak- en werknemersvaardigheden o In te zetten op kansrijke sectoren o Gezamenlijk een sluitende aanpak te realiseren met ondernemers, onderwijs en overheid o Maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren - De banenafspraak wordt ingevuld met overheden en partners binnen het sociaal domein - Er worden meer beschutte banen gerealiseerd - Er wordt geëxperimenteerd met (nieuwe) effectievere vormen van re-integratie door de inzet van basisbanen en het voortzetten van de SOW-route, gericht op persoonlijke ontwikkeling.

(Co-)financiering vanuit ondernemers en/of het Rijk is een voorwaarde - Er wordt ingezet op vergroting van het aanbod, zowel binnen het WLB als door inzet op maatschappelijke participatie - De behoefte van de cliënt staat centraal, de instrumenten op het terrein van werk en inkomen worden – ten behoeve van de cliënt – gecombineerd met die van andere partijen binnen het sociale en fysieke domein - Het versterken van methodische werken met partners en het formeren van kleine budgetten voor multidisciplinaire teams op wijkniveau wordt onderzocht - Er wordt gezamenlijk geëxperimenteerd om participatie groter te maken en de maatschappelijke effecten beter in zicht te brengen

16

Hoofdstuk 4 Inkomen 4.1 Meer dan alleen inkomen Stroomopwaarts biedt een inkomensvangnet vanuit de Participatiewet. Het streven is om dit zo goed en zo snel mogelijk te regelen voor de cliënt. Binnen vier weken na de eerste aanvraag geven we duidelijkheid over de uitkering, zoveel als mogelijk digitaal. Bij het eerste contact met de inwoner voor het aanvragen van een uitkering worden alle leefgebieden van de cliënt in kaart gebracht, de zogenaamde ‘brede uitvraag’.14 Er wordt dan direct gekeken of er (andere) vormen van problematiek spelen, en waar nodig wordt contacten gelegd met partners met zorgaanbieders, woningcorporaties e.d. Stroomopwaarts is daarmee een belangrijke schakel bij het constateren en oplossen van (multi-) problematiek binnen het brede sociale domein. Door het zo snel mogelijk in beeld brengen en aanpakken van belemmeringen op meerdere leefgebieden, ontstaat een basis van waaruit de inwoner de stap naar werk en financiële en sociale zelfredzaamheid kan maken. In de praktijk kan dit dus betekenen dat andere leefgebieden eerst moeten worden aangepakt. Tegelijkertijd is het belangrijk om de motivatie om te werken zoveel mogelijk te stimuleren. Wij focussen daarom op werk en talent. Dit kan bijvoorbeeld door bijstandsgerechtigden kennis te laten maken met verschillende werksoorten.

Maar ook door een maximale invulling te geven aan de vrijlating van inkomsten uit (parttime) arbeid van bijstandsgerechtigden. Cliënten ervaren daarmee niet alleen het sociaal-maatschappelijke, maar ook het financiële voordeel van werken. De huidige Participatiewet bevat op dit punt te weinig ruimte voor stimulansen, iets wat moet veranderen.15 Parttime werk moet lonen! Om ervoor te zorgen dat de publieke middelen (uitkeringen) terecht komen bij de inwoners die hier recht op hebben, wordt bij de aanvraag direct ingezet op fraudebestrijding. Door daar waar nodig hier direct op te handhaven, wordt voorkomen dat in een later stadium een terugvordering van de uitkering noodzakelijk is (met alle negatieve gevolgen voor de inwoner van dien). Het aanbieden van duidelijke, vindbare en leesbare informatie (vraagbaak, checklists) over rechten en plichten is hierbij cruciaal. Stroomopwaarts voorziet hier uitdrukkelijk in.

4.2 Voorkomen van geldproblemen De MVS-gemeenten hebben in 2020 de Regionale visie Armoede en Schulden 2020-2023 vastgesteld. Doel van deze regionale visie is om armoede en schulden te voorkomen, de gevolgen van armoede en schulden te verzachten en zo mogelijk op te heffen en toe te werken naar financiële zelfredzaamheid van inwoners. Deze visie wordt in 2024 geëvalueerd. We streven naar financiële zelfredzaamheid van inwoners en het voorkomen van (problematische) schulden. Binnen de MVS-gemeenten hebben relatief veel mensen een kwetsbare financiële positie, het gaat om circa 12% van de inwoners, terwijl dit landelijk op gemiddeld 8% ligt.16

14

Daarbij wordt gekeken naar inkomsten en bezittingen. Maar ook wordt bezien wat de mogelijkheden van de inwoner zijn op de arbeidsmarkt zijn, of er schulden zijn, of (het huishouden van) de inwoner te maken heeft met sociale en/of maatschappelijke problematiek en bekend is bij het wijkteam. Het gaat dus niet alleen om wel of niet recht hebben op een uitkering. 15 Hier staat het Rijk voor aan de lat 16 In januari 2021 had circa 8% van de Nederlandse huishoudens te malen met problematische schulden. Bij relatief veel van deze huishoudens (circa 45%) is er sprake van één of meer inwonende kinderen. In de MVS-gemeenten lag het aantal huishoudens blijkens gegevens van het CBS met problematische schulden rond 12%. Maassluis 8,5%, Vlaardingen 11,4%, Schiedam 13,7%

17

De ambitie is om de financiële zelfredzaamheid van onze cliënten te vergroten. We kunnen uit diverse regelingen en ontheffingen bij een laag inkomen extra's bieden. Er wordt ingezet op informatievoorziening en ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van een budgetcursus, gericht op financiële zelfredzaamheid. We streven ernaar om het gebruik van het aanbod te vergroten en er meer bekendheid aan te geven door goede voorlichting. Ook brengen we cliënten zo snel mogelijk in contact met aanbieders van advies en begeleiding bij geldzaken. Ieder kind heeft recht om op te groeien in een gezin waarin geen armoede aanwezig is. Onze inzet focust zich daarop. De inzet op preventie begint via lesprogramma’s rondom ‘verantwoord om gaan met geld’ in het lager- en middelbaar onderwijs al vroeg. Het bereik van de Kindregelingen moet omhoog. Stroomopwaarts heeft deze doelgroep (voor zover mogelijk) in beeld en doet (binnen de wettelijke kaders) actief een aanbod. Daarvoor wordt breed samengewerkt met de partners in de stad: ‘It takes a village to raise a child’. Waar nodig wordt actieve “bemoeizorg” aangeboden. Om (verdere) schulden, armoede en mogelijk zelfs dakloosheid te voorkomen wijken we, voor zover de huidige wetgeving hier mogelijkheden toe biedt, af van de kostendelersnorm.

De (wettelijke) mogelijkheden om van de kostendelersnorm af te wijken zouden daarnaast moeten worden verruimd door het Rijk. Dit zou een belangrijke bijdrage aan de gemeenschappelijke opgave binnen het sociaal domein leveren. Ook het vrijlaten van giften tot een bepaald bedrag is een voorbeeld van het zoeken naar de mogelijkheden binnen de wet om cliënten financieel tegemoet te komen. We passen daar onze verordeningen op aan. Met de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is vroegsignalering van schulden een wettelijke taak voor gemeenten geworden. Deze aanpak intensiveren wij om meer preventief te kunnen zijn en bestaande of te verwachten financiële problemen van cliënten zo snel mogelijk op te lossen. Sinds januari 2021 ontvangt Stroomopwaarts (automatisch) signalen van de vaste lasten partners (energie, water, huur en zorg) bij een (oplopende) betalingsachterstand. Op basis van deze signalen wordt de inwoner een passend ondersteuningsaanbod gedaan, waardoor verdere escalatie voorkomen kan worden. Hierbij wordt samengewerkt met de vaste lasten partners en partners binnen het maatschappelijk veld. Eind 2025 moet het totaal aantal huishoudens met problematische schulden binnen de MVSgemeenten met tenminste 5% zijn teruggedrongen. Dit doen we door bestaande problemen aan te pakken, maar ook door nieuwe problemen te voorkomen.

In veel gevallen is nazorg noodzakelijk om een terugval in oude patronen te voorkomen.

4.3 Innovatie Om te komen tot de volgende stappen in een effectieve aanpak, moet buiten het eigen (financiële en wettelijke) kader gedacht kunnen worden. In 2021 is daarom, in samenwerking met publieke partners, het Schuldenlab MVS opgericht. Vanuit het Schuldenlab wordt geëxperimenteerd met niet reguliere methoden en worden positieve experimenten uit andere regio’s naar de MVS-regio gehaald. De projecten kunnen alleen slagen als er sprake is van een brede coalitie van maatschappelijke partners en private partijen. Daar waar een project effectief blijkt, wordt de werkwijze toegevoegd aan het reguliere aanbod van Stroomopwaarts. Wij blijven continue innoveren. Experimenten in het kader van armoede en schulden worden in het Schuldenlab MVS verder uitgewerkt. 18

Allianties en samenwerkingen buiten het reguliere sociale domein zijn cruciaal bij deze innovaties. De negatieve effecten van armoede en schulden slaan neer op meerdere terreinen: hogere zorgkosten, slechtere (geestelijke) gezondheid, huisuitzettingen (met dakloosheid als gevolg), opvoedingsproblematiek, slechtere baankansen en hoger ziekteverzuim. Armoede- en schuldenproblematiek zijn een maatschappelijk probleem en dit moet als zodanig ook geagendeerd worden.17

4.4 Samenvattend - Er wordt bij het eerste klantcontact direct een brede uitvraag gedaan: o (Multi-)problematiek wordt direct in beeld gebracht o Waar nodig wordt direct contact gelegd met partners - Werk wordt gemotiveerd door: o Aandacht voor talent en kennismaking met diverse werkvormen o Maximale invulling van vrijlating (parttime) inkomsten uit arbeid - Onmiddellijk bij de aanvraag van een uitkering wordt ingezet op fraudebestrijding door duidelijke informatievoorziening en eventueel directe handhaving - Er wordt ingezet op het vergroten van financiële zelfredzaamheid van onze cliënten, onder meer door de inzet van regelingen, ontheffingen en informatievoorziening - Bestrijding van armoede onder kinderen, onder meer door inzet op preventie, is een speerpunt - Om (verdere) schulden, armoede en mogelijk zelfs dakloosheid te voorkomen wijken we, binnen de grenzen van de wet, af van de kostendelersnorm - Om nog meer preventief te handelen en bestaande of te verwachten financiële problemen van cliënten te beperken of voorkomen wordt de inzet op vroegsignalering geïntensiveerd - We zijn innovatief en experimenteren met effectieve aanpakken op het gebied van armoede en schulden binnen Schuldenlab MVS

17

Een essentiële rol is daarbij weggelegd voor partijen zoals woningbouwverenigingen, (ziektekosten) verzekeraars, energiebedrijven. Gestreefd wordt naar het afsluiten van een samenwerkingsconvenant met deze partijen en de inzet op verdergaande vernieuwingen.

19

Hoofdstuk 5 Stroomopwaarts 5.1 Een gezond en toekomstbestendig Werkleerbedrijf Voor een deel van de meest kwetsbare inwoners blijft een publieke infrastructuur nodig om te kunnen werken. Stroomopwaarts is daarmee werkgever voor een grote groep werknemers met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een hoge begeleidingsbehoefte. Wij bieden duurzame dienstbetrekkingen aan de doelgroepen Wsw, Beschut werk en aan een specifieke groep mensen uit de doelgroep banenafspraak, waarvan is gebleken dat de kloof naar werk bij een reguliere werkgever te groot is. Daarnaast bieden wij tijdelijke dienstbetrekkingen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt met een (tijdelijk) verminderde loonwaarde en werkleertrajecten aan mensen die naar verwachting sneller kunnen doorstromen naar regulier werk. Goed werkgeverschap staat hierbij voorop! In 2020 waren ruim 800 personen werkzaam in het Werkleerbedrijf. De omvang van de doelgroepen binnen de Participatiewet wordt in de komende jaren naar verwachting echter groter. Er zal met name sprake zijn van de instroom van jongeren met een arbeidsbeperking door de aanzienlijke beperking van de Wajong die in 2015 is doorgevoerd. Deze inwoners zijn nu aangewezen op een uitkering.

Dit maakt dat het Werkleerbedrijf van Stroomopwaarts de komende jaren te maken heeft met veranderingen in doelgroepen, die zowel in talenten en mogelijkheden als in bekostigingssystematiek verschillende kansen en risico’s met zich meebrengen. Er wordt op basis van (sluitende) business cases geïnvesteerd in productielijnen bij het Werkleerbedrijf. De ontwikkeling en sociale activering van mensen staat daarbij voorop. Stroomopwaarts ziet zichzelf niet als commerciële marktpartij en streeft niet naar winst- of omzetmaximalisatie, wel naar optimalisatie van de toegevoegde waarde per werknemer. Het doel is om binnen de beschikbare middelen een toekomstbestendig Werkleerbedrijf te hebben waarin alle doelgroepen tot hun recht komen en de voor hen hoogst haalbare groei kunnen doormaken en zo veel als mogelijk richting zelfstandig werk te gaan. We doen dat door binnen het Werkleerbedrijf voor deze verschillende doelgroepen een activerend aanbod te creëren en begeleiding te geven aan cliënten en aan werkgevers. We gaan hierbij uit van de sectorbenadering en van de mogelijkheden en talenten van de cliënten (hoofdstuk werk, paragraaf 3.2).

Afhankelijk van de ontwikkeling van de cliënt en afhankelijk van de branche, vervult het Werkleerbedrijf verschillende rollen: soms als productiebedrijf, soms als partner van andere ondernemers, soms als regisseur, jobcoach en begeleider en soms als werkgever. Welke rol, wordt steeds bepaald door de ontwikkeling en talenten van de cliënten en de mogelijkheden binnen de sector. Om deze verschillende rollen goed te combineren gaan we uit van: - Een balans tussen publieke en private middelen; - Het niet verstoren de markt: we werken met eerlijke prijzen die uitgaan van de actuele loonwaarde van de cliënten en van eerlijke prijzen ten opzichte van de markt; - Het samenwerken met ondernemers, dagbesteding en onderwijs; - Het experimenteren met nieuwe werksoorten en startups. We werken graag samen met ondernemers die maatschappelijk verantwoord ondernemen, en naast oog voor mensen 20

-

en goed werkgeverschap, zich inzetten voor nieuwe economieën en duurzame werkwijzen; Een gezonde organisatie waar rendabele en minder rendabele werksoorten in balans zijn met elkaar; Goed werkgeverschap en inzet op maatschappelijke doelen als duurzaamheid.

5.2 Stroomopwaarts als dienstverlener Om de doelen van de visie te realiseren zijn kwaliteit van uitvoering en dienstverlening belangrijke voorwaarden. Wij investeren in de periode '22-'25 in de kwaliteit van Stroomopwaarts, en in het continu verbeteren daarvan. Door te werken met een kwaliteitsmanagementmodel blijft scherp welke resultaten Stroomopwaarts neerzet bij klanten en partners, in de maatschappij en voor haar medewerkers. 18 Er wordt daarnaast regelmatig met zelfreflectie naar het eigen handelen gekeken, waarbij aanpassing van beleid en/of de uitvoering tot de mogelijkheden behoort. Dienstverlening aan cliënten De cliënt staat centraal en wordt met respect behandeld. De kinderopvangtoeslagaffaire leert wat kan gebeuren als de cliënt uit het oog wordt verloren, wanneer een overheidsinstantie handelt vanuit wantrouwen en cliënten als gevolg daarvan vermalen worden. We blijven daarom continu kritisch en alert op (het voorkomen van) eventuele misstanden. Cliënten wachten ook niet langer dan strikt noodzakelijk. Voor wie een uitkering nodig heeft, moet het makkelijk zijn om deze aan te vragen. Het proces van het aanvragen van een uitkering wordt laagdrempelig en gebruiksvriendelijk ingericht. Digitaal waar mogelijk, maar tegelijkertijd ook fysiek.

Immers zal er altijd een groep blijven waarvoor digitale dienstverlening niet haalbaar is, ook voor deze groep zorgen wij voor toegang. Dit laatste doen we, onder andere, door in de wijk aanwezig en vindbaar te zijn. Ook kan een inwoner persoonlijk geholpen worden bij de Formulierenbrigade19 met het invullen van een papieren of een digitale aanvraag. Het besluit op een (volledige) uitkeringsaanvraag wordt in afwijking van de wettelijke termijn – als het aan ons ligt – al binnen 4 weken afgehandeld. Snelheid en kwaliteit zijn ook uitgangspunten bij telefonische dienstverlening, het betalen van de uitkering en het aanbieden van een passende re-integratievoorziening. Hierbij wordt gewerkt met servicenormen, zodat het voor cliënten duidelijk is wat zij kunnen verwachten. Betrouwbare en duidelijke communicatie is hierbij essentieel. De focus op dienstverlening wordt zichtbaar in de klanttevredenheid. Uitgangspunt is dat de klanttevredenheid over de dienstverlening bovengemiddeld (een 7 of hoger) is. Dit wordt gemeten aan de hand van klanttevredenheidsonderzoeken. Een andere indicator is het aantal klachten, waarbij de doelstelling is het aantal klachten te laten dalen (< 237 per jaar.) Kwaliteit van de dienstverlening zit ook in kwaliteit van besluiten en in rechtmatigheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10872097/1