RV tot kennisname van de begroting 2023 en het jaarverslag 2021 van de gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam Rijnmond (GR GGD-RR) en afhandeling daarvan
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Registratienummer Datum besluit B&W Portefeuillehouder
: 1897100 : 17 mei 2022 : J.J. Silos - Knaap
Raadsvoorstel tot kennisname van de begroting 2023 en het jaarverslag 2021 van de gemeenschappelijke regeling GGD Rotterdam Rijnmond (GR GGD-RR) en afhandeling daarvan.
Vlaardingen, Aan de gemeenteraad. Welk besluit moet genomen worden? 1. Kennisnemen van het jaarverslag 2021 2. Instemmen met het niet indienen van een zienswijze op de begroting 2023 3. Instemmen met de antwoordbrief aan de GGD Rotterdam-Rijnmond Wat is samenvattend de kern van dit advies? Op 10 maart 2022 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van de GR GGD-RR de begroting 2023 Basistakenpakket Gemeenschappelijke Regeling GGD RR akkoord bevonden. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, hebben gemeenteraden het recht om binnen 8 weken een zienswijze kenbaar te maken. Vervolgens zal de begroting 2023 worden vastgesteld in het AB op 30 juni 2022. Deze begroting wordt conform de voorschriften voor 1 augustus 2022 toegestuurd aan de gedeputeerden van de provinciale staten. Bij het opstellen van de begroting voor de GR GGD-RR wordt normaliter gewerkt met een cyclus van 4 jaar. Met oog op de wisseling van bestuur bij de deelnemende gemeenten in 2022, wordt op basis van besluit AB GGD 16 december 2021 de cyclus doorbroken en presenteert de GGD eenmalig een jaarbegroting 2023. Daarmee krijgen de nieuwe colleges meer sturingsmogelijkheid op accenten in de nieuwe 4-jaars begroting 2024-2027.
Dat wordt verder ondersteund door het feit dat het voor de GGD te vroeg is om nu al een adequate 4-jarenbegroting te presenteren, omdat: - Het AB-GGD bij vaststelling van de koers GGD 3.0 (1 juli 2021) heeft laten optekenen dat er voorlopig geen extra bijdrage aan gemeenten wordt gevraagd voor invulling van ambities GGD 3.0, maar aan deze ambities invulling wordt gegeven middels de verwachte extra bijdrage door het Rijk; - Op dit moment nog niet duidelijk is welke omvang de beoogde Rijksmiddelen t.b.v. versterking van de publieke gezondheid hebben en hoe ze worden verdeeld voor de komende jaren; - Er nog verschillende (landelijke) discussies zijn t.a.v. herijking van de Wet publieke gezondheid en zodoende het basistakenpakket van de GGD; Daarbij blijft een aanhoudende druk op de organisatie bestaan waar men nog dagelijks bezig is met bestrijding van het coronavirus middels onder meer testen, bron en contactonderzoek (BCO) en vaccinatiecampagnes. De begroting voor de GR GGD-RR wordt voor 2023 geïndexeerd conform het indexatiepercentage van de kring van gemeentesecretarissen van 4,8%. De GGD-RR voert in 2023 de volgende wijzigingen door in het basistakenpakket: · Intensivering van het toezicht en handhaving van de gastouderopvang. Deze extra inzet wordt volledig bekostigd door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
·
Ter ondersteuning van de invoering van de Omgevingswet start in 2023 de basistaak 'Collectieve advisering gezonde leefomgeving'. De GGD voorziet met deze taak in de beschikbaarheid van adviseurs met specifieke expertise en ervaring (medisch-inhoudelijk en gemeentelijk-procesmatig), over de tools en over het netwerk om inhoudelijk werkbare adviezen te geven voor een gezonde leefomgeving op regionale schaal. De kosten bedragen €0,37 per inwoner.
Naast de nieuwe basistaak 'Collectieve advisering gezonde leefomgeving' neemt Vlaardingen in 2023 het plusproduct 'Gemeentelijke advisering gezonde leefomgeving' af van de GGD-RR. Met dit plusproduct heeft Vlaardingen de beschikking over GGD-advies op maat ten behoeve van de uitvoering van de Omgevingswet. Over de omvang van dit plusproduct worden in de loop van 2023 definitieve afspraken gemaakt. Op basis van deze ontwikkelingen zien wij geen aanleiding om een zienswijze in te dienen op de begroting 2023 van de GR GGD-RR. Wat is de aanleiding voor dit advies? Deze gemeenschappelijke regeling kent geen eigen jaarrekening. De uitvoering van de basistaken wordt door de GR GGD-RR uitbesteed aan de gemeente Rotterdam. De GGD legt over de bedrijfsvoering verantwoording af aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het jaarverslag van de GR GGD-RR is dan ook slechts een weergave van de gerealiseerde prestaties van de basistaken. Dit jaarverslag en eerdere jaarverslagen vormen ervaringscijfers op basis waarvan de begroting wordt opgesteld. Welk resultaat wordt beoogd? Het bijdragen aan de gezondheid van de Vlaardingse burger door het uitvoeren van de wettelijke taken vanuit de Wet Publieke gezondheid.
Deze taken zijn ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling om ze regionaal op een zo efficiënt mogelijke wijze uit te laten voren door een financieel gezonde organisatie. Welke argumenten zijn er voor dit advies? - begroting 2023 biedt een goede basis om te voldoen aan onze wettelijke taken op het gebied van publieke gezondheidszorg - er zijn geen financiële problemen geconstateerd in 2021 noch te voorzien in 2023. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? n.v.t. Waar moet rekening mee worden gehouden? Financiën Algemeen: De bijdrage van de gemeente Vlaardingen voor publieke gezondheidszorg bedraagt voor 2023 €462010. Het budgettair kader daarvoor is € 6,23 per inwoner. Dit is het bedrag uit de begroting 2022 en de eerder genoemde bijdrage voor de collectieve advisering gezonde leefomgeving en een indexering van 4.8%. De gevraagde deelnemersbijdrage past binnen de geraamde bijdrage in de begroting van 2023. De gemeentelijke bijdrage in 2023 is onvermijdbaar en onuitstelbaar zodra de begroting van de GR GGD-RR is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GGD-RR. Wij zijn immers gehouden aan opvolging van bij meerderheid genomen bestuursbesluiten van het algemeen bestuur van de GGD-RR.
Bijlagen Naam van de bijlage 1. Begroting Basistakenpakket 2023 GGD-RR 2. Jaarverslag 2021 Basistakenpakket 3. Kaderbrief 2022 4. Zienswijze brief
Registratienummer Verseon 1898082 1898083 1898084
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,
De burgemeester,
drs. E. Stolk
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen