RV tot het goedkeuren van het nieuwe adviesrecht zoals voortvloeiend uit de bepalingen van de Omgevingswet
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Registratienummer Datum besluit B&W Portefeuillehouder
: 1866431 : 14 september 2021 : I.M. Somers-Gardenier
Raadsvoorstel tot het goedkeuren van het nieuwe adviesrecht, zoals voortvloeiend uit de bepalingen van de Omgevingswet Vlaardingen, 21 september 2021 Aan de gemeenteraad. Welk besluit moet genomen worden? Vaststellen van een lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is (art. 16.15a onder b Ow) en participatie verplicht is (art. 16.55 lid 7 Ow) voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wat is samenvattend de kern van dit advies? Voor aanvragen die niet binnen het omgevingsplan passen geldt op grond van de Omgevingswet (Ow) dat er een bindend advies gevraagd moet worden aan de gemeenteraad en participatie verplicht is wanneer deze aanvraag binnen de in de lijst genoemde categorieën valt. Deze categorieën worden gemonitord en, indien hiervoor aanleiding is, geactualiseerd. Wat is de aanleiding voor dit advies? Naar verwachting treedt op 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Deze nieuwe wet regelt dat aanvragen die in strijd zijn met het omgevingsplan met een reguliere vergunning verleend kunnen worden. Dit is een bevoegdheid van het college. De Omgevingswet regelt dat de gemeenteraad gevallen kan aanwijzen waarover zij een bindend advies willen uitbrengen. Deze lijst met gevallen moet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet door de gemeenteraad zijn vastgesteld.
Ten aanzien van participatie regelt de Omgevingswet dat de initiatiefnemer de informatie die hij bij de participatie heeft gekregen, moet opnemen in zijn aanvraag. Participatie is in principe niet verplicht. Het bevoegd gezag probeert de initiatiefnemer in het vooroverleg ervan te overtuigen dat participatie in zijn voordeel is. Bij gevallen die afwijken van het omgevingsplan biedt de Omgevingswet de mogelijkheid gevallen aan te wijzen waarbij participatie wel verplicht wordt gesteld. Het aanwijzen van deze gevallen is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Hoe is het nu geregeld? Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan middels de uitgebreide Wabo-procedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) een omgevingsvergunning worden verleend of kan een (postzegel)bestemmingsplan worden opgesteld. Bij de uitgebreide procedure kan de gemeenteraad een lijst (Raadsbesluit d.d. 6 januari 2018) opgesteld met ontwikkelingen waarvoor een vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Participatie is bij de reguliere vergunningaanvraag nu geen vereiste. Belanghebbenden kunnen wel bezwaar maken tegen de vergunningaanvraag, maar kunnen vooraf niet hun zienswijze kenbaar maken. Bij de uitgebreide procedure is een mogelijkheid opgenomen om zienswijze op de ontwerpaanvraag/het ontwerpplan in te kunnen dienen op basis waarvan de aanvraag kan worden aangepast. Wat verandert er onder de Omgevingswet De aanvraag omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan wordt in de Omgevingswet plans Onder de Omgevingswet worden de vergunningaanvragen voor afwijken van het omgevingsplan binnen de reguliere procedure (8 weken) afgehandeld. Het verlenen van deze vergunning is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Adviesrecht De gemeenteraad heeft onder de Omgevingswet de mogelijkheid om ontwikkelingen aan te wijzen waarin een advies van de gemeenteraad nodig is om af te wijken van het omgevingsplan. Het advies van de gemeenteraad dient door het college in acht te worden genomen en is dus bindend. Bij alle andere ontwikkelingen geldt er geen wettelijke verplichting de raad vooraf te betrekken. Verplichte participatie In de Omgevingswet is geregeld dat de aanvrager als aanvraagvereiste bij de omgevingsvergunning moet melden op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden.
De aanvrager moet aangeven of, en zo ja hoe, hij de omgeving betrokken heeft bij zijn plan en wat de resultaten hiervan zijn. De Omgevingswet biedt derhalve de mogelijkheid tot het doorlopen van een aanvraagprocedure zonder dat participatie heeft plaatsgevonden. Echter, achterliggende gedachte van de Omgevingswet is dat grote waarde wordt toegekend aan participatie. De gemeenteraad kan daarom in gevallen waarbij iemand een vergunning van B&W nodig heeft om van het omgevingsplan af te wijken gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht is. Daarbij moet expliciet worden aangegeven wat het resultaat is van zienswijzen van derden conform artikel 16.55 lid 7, van het overleg en wat er mee is gebeurd. Wordt daaraan dan niet voldaan dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Welk resultaat wordt beoogd? Met het vaststellen van de categorieën waarvoor het adviesrecht geldt en participatie verplicht is, wordt beoogd een beleidsneutrale overgang te realiseren van de huidige wetgeving naar de Omgevingswet. Gevallen waarvoor, onder de huidige wet ruimtelijke ordening, de verklaring van geen bedenkingen geldt, hoeven onder de Omgevingswet ook niet voor advies voorgelegd te worden aan de gemeenteraad. Ook beoogt dit resultaat gevallen die nu voor advies worden voorgelegd aan de gemeenteraad ook onder de nieuwe wet aan de gemeenteraad voor te leggen.
Welke argumenten zijn er voor dit advies? - Het besluit maakt deel uit van de verschillende besluiten om te voldoen aan de minimale vereisten die de Omgevingswet aan de gemeente stelt bij inwerkingtreding van de nieuwe wet. Adviesrecht - Inzicht in de categorieën waarvoor het adviesrecht geldt is van belang voor een correcte vergunningverlening Participatie - Door de categorieën waarvoor participatie verplicht is gelijk te stellen aan de categorieën waarvoor het adviesrecht geldt kan het resultaat van het participatieproces worden betrokken in de afweging die de gemeenteraad maakt en daarbij de uitkomst daarvan betrekken bij de besluitvorming over de aanvraag. Het adviesrecht is tegenovergesteld aan de lijst van geen bedenkingen. De lijst van verklaring van geen bedenkingen is limitatief. Eén van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is het mogelijk maken van initiatieven. Veel van dergelijke initiatieven zijn op voorhand te voorzien. Het is echter
onvermijdelijk dat er op termijn initiatieven worden ingediend die dit moment niet zijn te voorzien of in een uitputtende lijst zijn te vatten. Daarom bestaat de kans dat er een omgevingsvergunning verleend wordt waarvan ac Waar moet rekening mee worden houden? Financiën Bij het niet tijdig beslissen, kan de vergunningsaanvrager een beroep doen op de Wet Dwangsom. Juridisch Met het te actualiseren. Maar ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn.
Bijlagen Naam van de bijlage 1.
Registratienummer Verseon
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,
De burgemeester,
drs. E. Stolk
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen