RBG Ontwerp Begroting RBG 2022
Tekst van het document
Begroting 2022
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 1 van 31
Inhoudsopgave Inleiding
3
1 1.1 1.2
Begroting 2022 4 Algemeen 4 Ontwikkelingen en financiële kaders 6 1.2.1 Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid 6 1.2.2 Ontwikkelingen reeds vanuit jaarrekening en/of vanuit eerdere meerjarenbegroting verwerkt 8 1.2.3 Actuele ontwikkelingen verwerkt in meerjarenbegroting 2022-2026 9 1.2.4 Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2022-2026 10 1.2.5 Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting 12 1.2.6 Groei RBG en samenwerking 15 1.2.7 Financiële kaders 16 1.3 Planning & controlcyclus 18 1.4 Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten in € 19 1.5 Product: Belastingheffing 20 1.6 Product: Invordering 22 2. 2.1
Meerjarenperspectief Meerjarenperspectief 2021-2025 - cijfermatig
23 23
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Paragrafen Financiering Financiële risico’s Reserves Verbonden partijen Incidentele baten en lasten EMU-saldo
24 24 25 27 28 28 28
4. 4.1 4.2
Verdeelsleutel en financiering Verdeelsleutel Financiering door deelnemers
29 29 30
5.
Vaststelling
31
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 2 van 31
Inleiding De voorliggende begroting 2022 RBG is opgebouwd vanuit de jaarschijf 2022 van de meerjarenbegroting 2021-2025, zoals vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 1 juli 2020. De nu doorgevoerde wijzigingen op deze jaarschijf worden in deze begroting nader toegelicht. Bij het opstellen van deze begroting is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Kaderbrief 2022, zoals deze is vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 10 maart 2021, alsmede met de uitkomsten van de jaarrekening 2020. Volgens de begrotingsprocedure uit de gemeenschappelijke regeling moet het algemeen bestuur van de RBG vóór 15 juli 2021 de begroting 2022 vaststellen. Om de deelnemers in de gelegenheid te stellen hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken, moet de ontwerpbegroting acht weken voor vaststelling aan hen worden toegezonden. Het algemeen bestuur zal de begroting in haar vergadering van 1 juli vaststellen. Daartoe dient het dagelijks bestuur op 7 april in te stemmen met de conceptbegroting 2022. Na vaststelling in het AB wordt de begroting opgestuurd naar de deelnemers en naar de provincie. In deze begroting 2022 is naast de normale ontwikkelingen bij deelnemers, wettelijke en overige ontwikkelingen aandacht besteed aan de effecten op de invorderingsopbrengst naar aanleiding van de diverse maatregelen in verband met het coronavirus.
Het is moeilijk in te schatten wat de situatie in 2022 zal zijn. Wij zullen net als in 2020, periodiek blijven rapporteren over de financiële gevolgen van de coronacrisis voor de deelnemers voor de heffing en invordering van de belastingen. Het risico oninbaar voor particulieren en ondernemers, de mogelijke toename van de toewijzingen kwijtschelding voor particulieren en bedrijven, alsmede de daling van de opbrengst dwanginvordering als onderdeel van de exploitatiebegroting van de RBG, zullen in deze rapportages (per deelnemer) aan de orde komen. We proberen bij nieuwe ontwikkelingen onze financiële scenario’s dus periodiek bij te stellen. Indien noodzakelijk zullen wij ook in de vorm van een officiële begrotingswijziging een bijstelling van onze begroting 2022 voorleggen aan ons bestuur en daarmee aan de deelnemers. Voor onze reeds vastgestelde begroting 2021 zullen wij dit in het najaar van 2021 gaan doen.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 3 van 31
1
Begroting 2022
1.1
Algemeen
In Nederland zien wij een toenemende vorm van samenwerking op het gebied van uitvoeringenstaken belastingen. Meer dan 50% van alle gemeenten en waterschappen heeft haar belastingtaken ondergebracht in een samenwerkingsverband. Wat zijn de missie en de visie van de RBG? Missie De RBG is een belastingsamenwerking tussen het hoogheemraadschap van Delfland, het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. De RBG maakt het mogelijk om het heffen en innen van lokale belastingen en waardering van objecten op een betrouwbare, doelmatige en klantgerichte wijze uit te voeren. De medewerkers van de RBG leveren kwaliteit en hebben oog voor vernieuwing. Visie De RBG is onderscheidend in belastingen. Als organisatie zijn we continu in ontwikkeling. We willen onderscheidend zijn op het gebied van heffen en invorderen van lokale belastingen. Het visiedocument ‘De RBG 2.0 onderscheidend in Belastingen’ vormt voor de periode 2019-2024 de basis voor onze veranderingen. We richten ons op vier veranderlijnen: - Wij sturen op kwaliteit en zijn klantgericht. - Wij willen op een maatschappelijk verantwoorde, eigentijdse en pragmatische wijze onze taak uitvoeren. - Wij hebben bevlogen en vakkundige medewerkers.
- Wij optimaliseren de schaalvoordelen van de organisatie door samenwerking met andere belastingsamenwerkingen en stimuleren groei vanuit maatschappelijk oogpunt. Klanten en deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat de RBG juiste, tijdige en betrouwbare aanslagen oplegt en dat de inning goed verloopt. Een goede kwaliteit van geleverde diensten is een voorwaarde voor een klantgerichte organisatie. We zullen onze klant altijd centraal stellen. Als klanten vragen hebben, kunnen ze via diverse kanalen contact opnemen met de RBG en worden ze snel en deskundig geholpen. We willen dat klanten een positief gevoel overhouden als zij aan de dienstverlening van de RBG denken. Om dit te bereiken, hebben wij continu aandacht voor vernieuwing van onze werkprocessen. We maken gebruik van de mogelijkheden die ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, data en dienstverlening bieden. De mogelijkheden voor selfservice via digitale diensten worden verder uitgebouwd. We zijn op zoek naar beproefde (nieuwe) methoden en technieken die onze uitvoering kunnen verbeteren. Ook investeren we in bevlogen vakkundige medewerkers, deze zijn voorwaardelijk om tevreden klanten en deelnemers te hebben. We willen een aantrekkelijke werkgever zijn die medewerkers een uitdagende werkomgeving biedt. Daarnaast blijft de intentie van de RBG om te groeien (zie paragraaf 1.2.6).
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 4 van 31
De RBG heeft in de afgelopen jaren de nodige activiteiten uitgevoerd, zonder dat daarvoor extra kosten werden opgenomen in de begrotingen. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn: de verbetering van de kwaliteit van het bestandsbeheer waardoor de belastinginkomsten van de deelnemers zijn gestegen; het uitbreiden van het aanbod van documenten via MijnOverheid; het aanbieden van betaalgemak (QR-codes, betaallinks, e.d.); de verruimen van het opleidingsaanbod binnen onze eigen RBG-Academie; de verbeteringslagen in de afhandeling van de klantenreacties, bijvoorbeeld door het toepassen van nieuwe technieken in de telefonische opvang en de inrichting van het digitale portal MijnRBG, het opleveren van een nieuwe website en het vergroten van de selfservicemogelijkheden; het samenvoegen van twee telefoonsysteem (klanten- en bedrijfstelefonie) tot één efficiëntere oplossing; het invoeren van een printerdriver bij printservicebureau waardoor efficiëntere postverwerking; de aansluiting op diverse landelijke voorzieningen zoals de LV WOZ. De wijze waarop de RBG de efficiency realiseert is divers.
Voorbeelden daarvan zijn: doorlopende aandacht voor procesoptimalisatie; efficiënte en flexibele inzet van personeel; samenwerking met andere belastingkantoren, waardoor geprofiteerd wordt van ontwikkelde best-practices; afsluiten van convenanten (zoals met de brancheorganisatie voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren, waardoor we onze administratieve lasten rond schuldhulpverlening kunnen verlagen); realiseren van voordelige aanbestedingen en slim inkopen.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 5 van 31
1.2
Ontwikkelingen en financiële kaders
De komende jaren zullen we naast externe/wettelijke ontwikkelingen ook aandacht blijven besteden aan ontwikkelingen die gericht zijn op de kwaliteit van onze gegevens, informatiebeveiliging, privacy en klantgerichtheid. We streven ernaar nieuwe activiteiten en werkzaamheden zoveel mogelijk met bestaande middelen te financieren. Dit betekent dat de kosten die hiervoor worden gemaakt, niet met een ophoging van de begroting worden opgenomen, het gaat om de volgende activiteiten: - Digitalisering - Dienstverlening - Voormelding objectgegevens - Wet modernisering elektronisch verkeer - Wet open overheid - Wet verbetering rechtsbescherming WOZ - Wijziging Wet GR - Rechtmatigheidsverantwoording - Uitstroom i.v.m. AOW-gerechtigde leeftijd In hoofdstuk 1.2.5 staan deze activiteiten uitgeschreven.
1.2.1 Ontwikkelingen deelnemers en Rijksoverheid Dit zijn ontwikkelingen van het belastingbeleid van een deelnemer of de Rijksoverheid, die van invloed zijn op de uitvoeringskosten van de RBG. Een aantal van deze ontwikkelingen hebben betrekking op de meerjarenbegroting en zijn dus nog niet van toepassing in 2022. Duurzame alternatieven in fiscale verordeningen De noodzaak voor de overheid om de duurzaamheid te bevorderen neemt toe. De lokale belastingen kunnen een rol spelen om duurzaam gedrag te beïnvloeden en investeringen in duurzaamheid te stimuleren. De Rijksoverheid heeft onderzocht hoe vormen van verduurzaming in de toekomst niet ontmoedigd worden door middel van hogere lokale lasten. Gemeenten hebben twee mogelijkheden om verduurzamingsmaatregelen (fiscaal) te stimuleren, namelijk: een deel van een onroerende zaak vrijstellen voor de ozb; een subsidie verstrekken voor het nemen van verduurzamingsmaatregelen. Voor nieuwe maatregelen zijn er fiscaal twee mogelijkheden: 1. de specifieke wetgeving van de belasting (bijv. de OZB) aanpassen, zodat verduurzamingsmaatregelen buiten de heffingsmaatstaf blijven; 2. de WOZ-regelgeving aanpassen door bepaalde verduurzamingsmaatregelen buiten de WOZ-waardering te laten. Het Ministerie van Binnenlandse zaken gaat met gemeenten in gesprek over hoe op lokaal niveau verduurzaming door huiseigenaren bevorderd kan worden.
Duurzaamheidsinvestering voor de RBG Vanuit de Wet WOZ moeten zonnepanelen en andere energiebesparende en –opwekkende voorzieningen (duurzaamheidsinvesteringen) in de objectkenmerken meegenomen worden. De zonnepanelen en waterpompen zijn inmiddels geïnventariseerd, maar nog niet van een waarde voorzien. De Waarderingskamer zal in haar toezicht beoordelen of wij dit op een juiste wijze betrekken in de marktanalyse.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 6 van 31
Verruiming/aanpassing van het lokale belastinggebied Gemeenten Het ministerie van Financiën heeft samen met andere departementen onderzoek gedaan naar de vraag hoe het gemeentelijk belastingstelsel beter en toekomstbestendig kan worden gemaakt. De onderzoeken hebben geresulteerd in een ambtelijk rapport zonder politieke sturing, met als doel om uitgewerkte beleidsopties te leveren voor de volgende kabinetsformatie. Eén van de onderdelen is de herziening van het gemeentelijke belastinggebied. De herziening van het gemeentelijke belastinggebied kan een deel van de oplossing voor enkele knelpunten (o.a. beperkte financiële autonomie van gemeenten, grote belastingdruk op arbeid) zijn. Het rapport stelt een aantal beleidsopties voor: Beleidsopties Verruimen gemeentelijk belastinggebied (§ 3.3) Verbreden belastinggrondslag Moderniseren overige gemeentelijke Belastingen
Uitbreiden belastinginstrumentarium
Bouwstenen - Herinvoeren OZB-gebruikers woningen - Invoeren ingezetenenheffing Afschaffen één of meer waarderingsuitzonderingen WOZ / OZB - Toeristenbelasting wordt nachtverblijfsbelasting - Vermakelijkhedenretributie wordt dagverblijfsbelasting - Afschaffen hondenbelasting - Revitaliseren baatbelasting Invoeren gebiedsontwikkelingsheffing
Het is aan een nieuw kabinet om deze beleidsopties al dan niet te gebruiken voor een nieuw of aangepast belastingstelsel. Waterschappen Op 11 december 2020 stelden de waterschappen het definitieve voorstel voor de aanpassing van hun belastingstelsel vast. Het voorstel lost een aantal knelpunten op en is aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen vragen hierbij om een voortvarend wetgevingstraject en om vervolgstappen om de bekostiging van het waterbeheer nog toekomstbestendiger te maken. Eén van de wijzigingen is de introductie van een tariefdifferentiatie bij de watersysteemheffing gebouwd. Hierdoor zijn verschillende tarieven mogelijk voor woningen en niet-woningen. Implementatie van het nieuwe belastingstelsel wordt op zijn vroegst voorzien in 2023. Effecten corona op belastingopbrengsten Volgens een rapport van Planbureau voor de Leefomgeving, zullen de coronamaatregelen ertoe leiden dat de leegstand van winkels en kantoorpanden in de periode 2021-2022 kan oplopen tot 25 à 40%. Naast het feit dat dit gevolgen heeft voor de WOZ-waarden en de OZB-opbrengsten, zal dit ook leiden tot meer WOZ-mutaties en afbakenings-onderzoeken als gevolg van mogelijke bestemmingswijzigingen (bijvoorbeeld van winkel of kantoor naar woningen).
Deelnemers In verband met de gevolgen van corona, kunnen de deelnemers zelf maatregelen nemen voor aanpassing van de belastingverordeningen waarop dit van invloed is. Hierbij valt te denken aan toeristen-, precario- en reclamebelasting.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 7 van 31
Aanpassing op Wet Lijkbezorging Het ministerie van Binnenlandse Zaken is bezig met de voorbereiding van een aanpassing van de Wet op de lijkbezorging (verwachte consultatie voorjaar 2021). Deze aanpassing heeft ook gevolgen voor het gemeentelijk beleid inzake begraven en de verordening lijkbezorgingsrechten. Wij zullen deze ontwikkeling volgen. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2022. Met de nieuwe wet neemt het vergunningsvrije bouwen toe en neemt de meldingsplicht af. Bij het bepalen van de WOZ-waarde moeten we rekening houden met verbouwingen. Dit betekent dat de controlewerkzaamheden beperkt zullen toenemen. Samenhangende Objectenregistratie Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen, bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (registratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op.
Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen.
1.2.2 Ontwikkelingen reeds vanuit jaarrekening en/of vanuit eerdere meerjarenbegroting verwerkt Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding Vanaf 1 januari 2022 wordt het administratief beroepschrift bij het bestuur vervangen door een bezwaarprocedure, met daarna de mogelijkheid van beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. De wijziging is onderdeel van de stroomlijning van de invorderingsregelgeving voor belastingschulden en toeslagschulden door de overheid. De wijziging in de invorderingswet brengt naast een wettelijke behandeltermijn (artikel 236 lid 2 Gemeentewet) van 6 weken, extra kosten met zich mee. De kosten van deze wijziging (€ 300.000) zijn reeds in de meerjarenbegroting 2021-2025 verwerkt. Europese aanbesteding Belastinginformatiesysteem Voor het uitvoeren van onze belastingtaken maken wij gebruik van een belastinginformatiesysteem en een frontoffice-applicatie. Beide contracten lopen af in mei 2022. De voorbereidingen voor een Europese aanbesteding zijn in het vierde kwartaal van 2020 gestart. Publicatie staat gepland in het tweede kwartaal van 2021. Voor projectleiding, inkoopadvies en implementatie is € 300.000 beschikbaar via de bestemmingsreserve aanbestedingen.
In onze begroting 2022 wordt geen rekening gehouden met de kosten van een implementatie van een (mogelijk) nieuw belastinginformatiesysteem inclusief conversie van de huidige databestanden naar een nieuwe omgeving. Deze kosten komen niet aan de orde, als de aanbesteding wordt gegund aan de huidige leverancier Centric. Europese aanbesteding Kantoorautomatisering Na de afronding van de Europese aanbesteding van het belastinginformatiesysteem zal worden gestart met een aanbesteding van de kantoorautomatisering. Ook dit contract
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 8 van 31
loopt af in mei 2022. De kosten van implementatie en projectleiding kunnen gedekt worden uit de bestemmingsreserve aanbesteding ad € 150.000. Aanbesteding telefonie (bedrijfs- en klantentelefonie) Tenslotte is nog een bedrag van € 150.0000 geraamd voor de aanbesteding van onze telefonie. Wij starten met deze aanbesteding na afronding van de aanbesteding kantoorautomatisering. De huidige contracten telefonie lopen ook tot en met mei 2022 maar kunnen nog verlengd worden. Huisvesting Sinds mei 2014 beschikken wij over een eigen huisvesting in Schiedam. Het afgesloten huurcontract (met huurcompensatie van de vorige huurder van onze kantoorruimte, te weten de gemeente Schiedam) loopt af in 2024. Op dat moment vervalt ook de huurcompensatie ad € 145.000 per jaar die we van de gemeente Schiedam hebben ontvangen. Het wegvallen van deze jaarlijkse compensatie vanaf mei 2024 is reeds verwerkt in de meerjarenbegroting 2021-2025. In de coronacrisis zijn ook voordelen van thuiswerken gebleken. In de aanloop naar het einde van het huurcontract zal worden bezien of mogelijk met minder te huren m2 kan worden volstaan. In de te bepalen benodigde m2 wordt ook betrokken het mogelijke groeipotentieel met nieuwe deelnemers.
1.2.3 Actuele ontwikkelingen verwerkt in meerjarenbegroting 2022-2026 Daling opbrengst dwanginvordering door coronabeperkingen De verwachting is dat gelijk aan de uitkomsten bij de jaarrekening 2020 en de verwachtingen voor het jaar 2021, ook voor het begrotingsjaar 2022, rekening gehouden moet worden met een lagere inkomstenpost opbrengst dwanginvordering. Het meest duidelijk is de daling van de renteopbrengst. Het kabinet heeft de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 verlaagd van 4% naar 0,01%. Deze verlaging is een maatregel in het kader van de coronacrisis. Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze rente in 2022 nog zal worden verhoogd. Door de beperkingen in de uit te voeren invorderingsactiviteiten is ook gerekend met een neerwaartse raming van de opbrengst dwanginvordering ten opzichte van het meerjarenperspectief 2021 – 2025. Voor de goede orde: de bruto invorderingsopbrengst bedroeg in de jaarrekening 2018 en 2019 respectievelijk € 4,7 miljoen en € 4,6 miljoen. In de jaarrekening 2020 is de opbrengst gedaald naar € 3,4 miljoen. Het volgende is in deze (meerjaren)begroting 2022-2026 verwerkt: Wij ramen voor 2022 een bruto-opbrengst dwanginvordering van € 3.450.000 en er wordt rekening gehouden met oninbaar met een toevoeging aan de voorziening dubieuze debiteuren van € 900.000.
De netto-opbrengst dwanginvordering wordt dus in 2022 geraamd op €2.550.000, ongeveer gelijk aan de uitkomsten van de jaarrekening 2020. Invordering RBG (maatwerk) In 2020 is het betaalgedrag van de klanten ondanks de coronacrisis goed gebleven. De cashflow naar onze deelnemers in 2020 is goed verlopen. Onze inspanningen om de betalingen te blijven ontvangen, zijn steeds gericht geweest op het vroegtijdig benaderen van de klanten en te zorgen voor een passende betalingswijze (het bieden van maatwerk per klant).
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 9 van 31
Het fysieke klantcontact via de deurwaarders is in de lockdownperiode achterwege gebleven. We hebben (proactief) zelf de klanten gebeld en/of gemaild. Dit hebben wij met name vanaf het 2e kwartaal in 2020 voor de groep ondernemers gedaan. In eerste instantie konden ze uitstel van betaling aanvragen. De nieuwe manier van incasseren is arbeidsintensief, maar we konden dit in 2020 uitvoeren binnen de bestaande formatie van de RBG. Zolang de coronacrisis voortduurt, blijven wij deze methode van de klantbenadering op maat toepassen, om het betaalgedrag positief te beïnvloeden. Wijziging besluit proceskosten bestuursrecht De wetgever zoekt naar mogelijkheden om de maatschappelijke kosten van proceskostenvergoedingen te verminderen. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) heeft opdracht gekregen onderzoek te doen naar de proceskostenvergoedingen. Het doel is inzicht te krijgen in de werkwijze en het verdienmodel van de NCNP-bureaus en de administratieve lasten en kosten van de bestuursorganen. Het onderzoek zou in juli 2020 worden afgerond, dit is later bijgesteld naar eind 2020. Het rapport is onlangs opgeleverd. Er komt nog overleg met de VNG over het rapport. Vervolgens zal een algemene reactie richting de Tweede Kamer gaan.
In deze begroting 2022 is het budget proceskosten verhoogd van € 70.000 naar € 170.000, gebaseerd op de uitkomsten van de jaarrekeningen 2019 en 2020.
1.2.4 Ontwikkelingen die op een later moment van invloed kunnen zijn op de meerjarenbegroting 2022-2026 Btw-koepelvrijstelling De inperking van de koepelvrijstelling, die de dienstverlening van samenwerkingsverbanden aan hun deelnemers vrijstelt van BTW, is opgeschort. De inperking was in eerste instantie per 1 januari 2019 aangekondigd, als gevolg van arresten van het Europese Hof. Het Kabinet spant zich in voor reparatie via Europese regelgeving. Inmiddels is duidelijk geworden dat benodigde unanimiteit van alle lidstaten voor de aanpassing van de Europese regelgeving niet waarschijnlijk is. In 2020 zijn er vanwege de corona-uitbraak en de Brexit geen verdere ontwikkelingen geweest. De verdere afhandeling is onduidelijk. Indien de koepelvrijstelling verdwijnt, dan wordt de RBG btw-plichtig en zullen wij BTW in rekening moeten brengen op de deelnemersbijdrage. De impact hangt af van de deelnemer. Gemeenten kunnen, zolang er ruimte is in het BTW-compensatiefonds, de extra BTW verrekenen. De waterschappen hebben deze mogelijkheid niet. Het gaat hierbij alleen om de ‘extra’ BTW-druk die ontstaat op met name personeelskosten, aangezien de huidige deelnemersbijdrage al een (compensabele) BTW component bevat. Dit betreft de BTW op de ingekochte diensten en producten. Wijziging Invorderingswet Eén op de tien huishoudens heeft problematische schulden.
Daarnaast loopt een grote groep het risico om problematische schulden te krijgen. Het kabinet is zich hiervan bewust en heeft in juli 2018 wetsaanpassingen aangekondigd die moeten leiden tot het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden. Daarnaast is in het Interbestuurlijk Programma afgesproken dat alle overheden zich inzetten om iets te doen aan de problematische schuldenproblematiek. 1. Beslagvrije voet Het kabinet beoogt met de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (WvBVV) een transparante en eenvoudig te controleren norm voor de berekening en vaststelling van de beslagvrije voet te verkrijgen. Schuldeisers moeten een beslagvrije voet hanteren om te
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 10 van 31
voorkomen dat de schuldenaar na de verrekening of beslag onder het absolute bestaansminimum (het bedrag dat iemand nodig heeft om van te leven) terechtkomt. De nieuwe, uniforme berekening van het vrij te laten bedrag geldt nu ook bij beslag op een bankrekening. 2. Betalingsvordering en elektronisch derdenbeslag De Invorderingswet is aangepast met betrekking tot de vereenvoudiging van de dwanginvordering van belastingschulden. De betalingsvordering is een vereenvoudigde procedure van beslag bij de banken. Momenteel heeft alleen de Rijksbelastingdienst de mogelijkheid om de betalingsvordering toe te passen. De verwachting is dat na een positieve evaluatie het middel ook kan worden toegepast door lokale overheden. 3. Administratief beslag op motorrijtuigen Per 1 april 2021 wordt het mogelijk om zogenaamd administratief beslag te leggen op motorrijtuigen en aanhangwagens. Bij een administratief beslag hoeft een deurwaarder het voertuig niet te zien om beslag te kunnen leggen. Het beslag wordt ingeschreven in het Kentekenregister. Dit leidt tot een tenaamstellingsblokkade. Een voertuig met een tenaamstellingsblokkade kan niet worden overgeschreven op naam van een andere kentekenhouder. Zodra de belastingschuld is voldaan of er een andere reden is waardoor het beslag komt te vervallen, moet de inschrijving in het Kentekenregister weer worden verwijderd. 4.
Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag Dit wetsvoorstel regelt de verbetering van de gegevensuitwisseling tussen beslagleggende partijen in geval van samenloop van derdenbeslagen en verrekeningen. Met dit wetsvoorstel wordt invulling gegeven aan de breed gedragen maatschappelijke - en politieke wens om het huidige beslagregister te verbreden met overheidspartijen. Het beslagregister zal bij samenloop van incassohandelingen informatie verstrekken over de identiteit van de coördinerend deurwaarder en de hoogte van de vastgestelde beslagvrije voet. Hiermee wordt een volgende stap gezet in het traject om het bestaansminimum van mensen met schulden beter te borgen en om ophoging van schulden met onnodige proces- en executiekosten te voorkomen. De inwerkingtreding is voorzien vanaf 2022. Financiën We zullen nader onderzoeken wat dit betekent voor onze uitvoering en of we de extra werkzaamheden kunnen dekken uit de reguliere begroting. Tegengaan problematische schulden We zijn in 2020 een pilot gestart met een groep van 7.000 klanten die problematische schulden hebben. De pilot heeft als doel om kennis op te doen om toe te werken naar de nieuwe wet- en regelgeving en te komen tot eventueel nieuw beleid in 2021. Door de beperkende maatregelen omtrent het coronavirus, heeft het project vertraging opgelopen. Het afleggen van huisbezoeken is mede hierdoor stilgelegd.
De resultaten van de pilot kunnen pas worden bepaald als de beperkingen worden opgeheven en het project volledig is uitgevoerd. Werkwijze We zijn met de huidige schuldenpositie per 1 januari 2020 aan de slag gegaan en we proberen deze klanten voor de toekomst op weg te helpen. Wij werken in de geest van de wet en zijn gestart met een proactieve klantgerichte invordering. We zoeken persoonlijk contact, onder andere via huisbezoeken en leveren maatwerk om deze groep hulp te bieden en gezamenlijk te zoeken naar een gepaste oplossing. Klanten die niet aan hun betalingsverplichting kunnen voldoen en te maken hebben met andere schuldeisers, worden doorgestuurd naar de schuldhulpverlening. We proberen ervoor te zorgen dat verdere schulden worden voorkomen. Hiermee sluiten wij aan op de kaders die zijn
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 11 van 31
opgesteld door de Nationale ombudsman. Voor klanten die wel kunnen, maar niet willen betalen, hanteren wij de bestaande manier van invorderen. Borging binnen processen Parallel aan het project wordt gekeken naar alle zaken die nodig zijn om de nieuwe weten regelgeving structureel in de processen te incorporeren. Denk hierbij aan: - Meer inzicht in de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar; - Vroegtijdig herkennen van betalingsachterstanden en het actief doorgeven aan schuldhulpverleningsinstanties; - Proactieve en duidelijke communicatie Ontwikkeling vroegsignalering schulden Door een wetswijziging is het per 1 januari 2021 niet meer toegestaan om informatie te delen met partijen zoals EMMA. Het samen optreden van lokale overheden is daarmee ernstig verhinderd. De doelstelling om gezamenlijk mensen te behoeden voor achterstanden is hierdoor een stuk verder weg komen te liggen. Financiën (structureel) We verwachten dat we de beleidsevaluatie met beleidswijzigingen eind 2021 kunnen afronden. Dit is afhankelijk van de afronding van de huisbezoeken. Bij de evaluatie van de uitgevoerde pilot zullen ook eventuele financiële consequenties worden meegenomen. In deze begroting 2022 en de meerjarenbegroting 2022-2026 zijn dus nog geen (extra) uitvoeringskosten voor het tegengaan van stapelen van schulden, meegenomen.
1.2.5 Ontwikkelingen te bekostigen uit bestaande begroting We houden met onderstaande ontwikkelingen rekening in onze dienstverlening en systemen. We zullen deze ontwikkelingen financieren zonder hiervoor extra budgetaanpassingen in de begroting op te nemen. Daarmee continueert de RBG de ingezette lijn om geen extra kosten op te nemen in de begroting, de zogenoemde ‘verborgen efficiency”. Digitalisering De Wet digitale overheid heeft als doel het regelen van het veilig en betrouwbaar kunnen inloggen voor Nederlandse burgers en bedrijven bij de (semi-)overheid. Publieke dienstverleners worden verplicht om identificatiemiddelen van het betrouwbaarheidsniveau ‘substantieel’ of ‘hoog’ te gebruiken om toegang te geven tot hun onlinediensten. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de EU-richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. De wet biedt ook grondslagen voor de verwerking van persoonsgegevens in het authenticatieproces, waaronder het burgerservicenummer, bij het geven van de digitale toegang tot publieke dienstverlening voor burgers en bedrijven. De wet digitale overheid zal naar verwachting in 2022 gefaseerd in werking treden. RBG is samen met andere belastingkantoren gestart met de noodzakelijke voorbereidingen.
Kosten In 2017 heeft de Ministerraad besloten dat alle kosten voor beheer en exploitatie van de Wet digitale overheid (voorheen Generieke Digitale Infrastructuur) worden doorbelast aan de gebruikers. Inmiddels heeft de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangegeven, dat het kabinet het voornemen heeft de financiering van de GDI met ingang van 2022 meer centraal gefinancierd in te richten. Naar verwachting stelt de Ministerraad de uitgewerkte plannen in 2021 vast.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 12 van 31
Mocht deze aanpassing doorgang vinden, dan komt de huidige doorbelasting van het gebruik van de GDI op basis van een 40/60 verdeling aan de gemeenten (via het Ministerie van Binnenlandse Zaken) en de waterschappen te vervallen. Ontwikkeling MijnOverheid Wij kiezen ervoor om de digitale dienstverlening rondom MijnOverheid zeer beperkt uit te breiden. Er wordt wel ingezet op uitbreiding van diensten via het eigen MijnRBG kanaal. Deze afweging is kostentechnisch gestuurd. Dienstverlening Wij sturen op kwaliteit en zijn hierbij klantgericht. Het bieden van moderne betaalfaciliteiten en het snel en in 1x goed helpen van onze klanten, ongeacht het gekozen kanaal, zijn hierbij belangrijk. Onze klantgegevens zijn op orde met betrouwbare data. We willen onnodige gesprekken voorkomen en betrekken de klant proactief bij wat we doen. Een pragmatische aanpak staat hierbij steeds voorop, we moeten het niet ingewikkeld maken voor onze klanten. We zullen maximaal inzetten op online gebruikersgemak voor onze klant, waarbij we streven naar een toegankelijke, gebruiksvriendelijke en veilige omgeving, waarbij we zelfservice stimuleren. Recent hebben we een nieuwe website in productie genomen en is MijnRBG ook volledig vernieuwd. Hiermee verwachten we de klantbehoefte nog beter te kunnen vervullen. Verdere ontwikkelingen zullen we ook uit eigen middelen bekostigen.
Voormelding objectgegevens Ieder jaar stellen we de WOZ-waarde vast van alle objecten in de gemeenten Delft, Vlaardingen en Schiedam. Deze WOZ-waarde wordt via het aanslagbiljet gecommuniceerd. De Waarderingskamer heeft de wens geuit de klant (particuliere eigenaren) een voorziening te bieden waarin gegevens van de woning (zoals een dakkapel, aanbouw en zonnepanelen) inzichtelijk zijn en wijzigingen gemeld kunnen worden. Doel is om samen met de klant een juiste WOZ-waarde vast te stellen, zodat een correcte aanslag wordt verstuurd. We hebben software aangekocht waarmee klanten via MijnRBG toegang krijgen tot de gegevens van hun woning, deze kunnen bekijken en eventuele wijzigingen kunnen doorgeven. Om dit onder de aandacht te brengen zullen we in 2021 starten met het actief en wijkgericht benaderen van de particuliere eigenaren. Eventuele correcties die hieruit voorvloeien, worden meegenomen bij de herwaardering van de WOZwaarden 2022. Wet modernisering elektronisch verkeer In 2022 zal de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden (WMEBV). Deze wet regelt dat burgers en bedrijven het recht krijgen om elektronisch zaken te doen met de overheid. Klanten kunnen op dit moment digitaal hun zaken regelen via MijnRBG. De RBG moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken.
Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer. Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. Wij zullen nog bezien welke gevolgen deze wetgeving met zich meebrengt. Wet open overheid De wet geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 13 van 31
Begin januari 2019 is bekend geworden dat het wetsvoorstel voor de Wet open overheid (Woo) in verband met uitvoeringsproblemen en hoge kosten gewijzigd gaat worden. Overheden hoeven hierdoor niet langer registers op te gaan tuigen met alle ingekomen en uitgaande stukken. In plaats van een register met alle ingekomen en uitgaande stukken, wordt er in het gewijzigde wetsvoorstel een ‘overheidsbreed meerjarenplan’ opgenomen, dat gericht is op een verbeterde informatiehuishouding en -voorziening door overheden. Bestuursorganen moeten binnen de nieuwe invulling een contactpersoon aanwijzen die de burgers de weg kan wijzen naar de gewenste informatie. Ook wordt voorgesteld dat overheden gefaseerd werk kunnen maken van actieve openbaarmaking van stukken, in plaats van de harde verplichting dat alle overheidsinformatie na vijf jaar openbaar moet zijn. De Woo moet op termijn de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De parlementaire behandeling wordt naar verwachting in 2021 afgerond, waardoor de Woo in 2022 in werking treedt. Door het voornamelijk uitvoeringsgerichte karakter van de RBG zal de impact van de invoering van de Woo beperkt zijn. Wet verbetering rechtsbescherming WOZ Dit wetsvoorstel moet de rechtsbescherming van de klant bij de WOZ-waarde verbeteren.
Die rechtsbescherming is op dit moment niet sluitend geregeld in gevallen waarin klanten tegenstrijdige belangen hebben bij dezelfde WOZ-waarde. Het wetsvoorstel probeert dit te regelen, maar dat heeft ingrijpende gevolgen voor de uitvoering van de Wet WOZ. Er is dan ook veel gereageerd op het voorstel. Die reacties hebben ertoe geleid dat het Ministerie van Financiën even pas op de plaats maakt met het verder brengen van het wetsvoorstel. Wijziging Wet GR Het doel van de wijziging is om de democratische legitimiteit van Gemeenschappelijke regelingen (hierna GR) te vergroten en de controlerende rol van gemeenteraden en algemene besturen van waterschappen t.a.v. GR-en te versterken. De wijzigingen voor de RBG en de deelnemers lijken gering. Dit komt omdat de RBG vooral een uitvoeringsorganisatie is en geen beleidsbepalende organisatie. Het is nog niet bekend wanneer de wijziging in werking treedt. De verwachting is 1 januari 2022. Wij zullen het verloop volgen. Rechtmatigheidsverantwoording Om het onderscheid tussen getrouwheid en rechtmatigheid verder te benadrukken, zullen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen die vallen onder de BBV regels (Besluit Begroting en Verantwoording) van de gemeenten, zelf moeten gaan rapporteren over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Deze toetsing gebeurt thans nog door de accountant.
Deze bestuurlijke toetsing zal vermoedelijk voor het eerst plaatsvinden in 2022 over het boekjaar 2021. Voor de waterschappen en de RBG geldt deze verplichting (nog) niet, omdat die vallen onder de BBVW regels (Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen) van de waterschappen. De RBG zal zorgen dat een verantwoording richting de gemeenten kan worden gegeven. Hierbij dient het dagelijks bestuur van de RBG verantwoording af te leggen over de mate van (financieel) rechtmatig handelen en over hoe de beheersing en sturing van de processen (uit het perspectief van financiële rechtmatigheid) zijn geborgd. Het DB maakt dan een zogenaamd “ in control” statement. De accountant toetst vervolgens of er binnen de organisatie voldoende waarborgen zijn getroffen om deze verantwoording op te stellen en op te nemen in de jaarrekening 2021.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 14 van 31
Uitstroom i.v.m. AOW-gerechtigde leeftijd Het sturen op de kwaliteit van het personeelsbestand blijft de komende jaren een belangrijk aandachtspunt. In de periode tot 2024 zal jaarlijks een aantal medewerkers als gevolg van pensionering uittreden. Het is van belang dat wij dit gemis van kennis en ervaring (tijdig) kunnen opvangen. Coaching en ontwikkeling van onze medewerkers wordt ingezet om het toekomstige verlies zoveel als mogelijk met eigen medewerkers op te vangen. In 2021 wordt er een nieuw leerplatform voor de RBG academie geïmplementeerd dat een bijdrage zal leveren aan de ontwikkeling van onze medewerkers.
1.2.6 Groei RBG – Samenwerking De intentie bij de groei van de RBG blijft gericht op toetreding tot de RBG van inliggende gemeenten binnen het beheersgebied van onze 2 waterschappen. Als zich kansen voordoen, laten we die niet liggen. Groei is vanuit betrouwbaarheid en robuustheid geen must. Vanuit oogpunt van doelmatigheid is er altijd voordeel te behalen. Uit maatschappelijk oogpunt is uitbreiding van de RBG met nieuwe gemeenten een goede zaak. De totale uitvoeringskosten worden lager en het is ook voor de klant prettiger. De klant heeft dan immers met één uitvoeringsorganisatie te maken voor zijn lokale belastingen. Hij hoeft dan bijvoorbeeld maar eenmaal te bellen, te betalen, bezwaar te maken of kwijtschelding aan te vragen voor al zijn lokale belastingen. We werken samen met andere belastingorganisaties om investeringen gezamenlijk te dragen. Tevens kunnen wij profiteren van (elders) ontwikkelde best practices. Samenwerking bestaande deelnemers Ook werken we samen met onze deelnemers bij het bepalen van de m2 van woningen. Sinds kort voeren wij deze werkzaamheden uit, omdat ook de Wet WOZ inmiddels uitgaat van m2. Dat betekent dat de gemeenten dit onderdeel van de BAG-werkzaamheden niet meer hoeven te doen. De levering van deze gegevens door de RBG aan de gemeenten zal om niet plaatsvinden.
Het is uit oogpunt van rechtszekerheid voor zowel de RBG als de gemeenten van belang dat deze werkwijze ook wordt geformaliseerd. Samen met de gemeenten zijn er werkafspraken opgesteld en deze worden in 2021 ook formeel met de drie gemeentelijke deelnemers vastgelegd.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 15 van 31
1.2.7 Financiële kaders Onderstaande uitgangspunten zijn gebaseerd op de vastgestelde kaderbrief 2021. Uitgangspunt lonen Het aantal formatieplaatsen is per 1 januari 2022 116 en is ongewijzigd ten opzichte van 2021. Bij het opstellen van de (meerjaren)begroting 2022-2026 is als stelpost rekening gehouden met een stijging van de loonkosten van 2,5% in de nog af te sluiten nieuwe cao per 1 januari 2022. We gaan er vooralsnog vanuit dat de wijziging van pensioenpremies e.d. en als gevolg daarvan stijgende werkgeverslasten binnen de 2,5% loonkostenstijging kan worden opgevangen. Mogelijke loonaanpassingen, verdere werktijdaanpassingen of wijzigingen in secundaire arbeidsvoorwaarden als gevolg van een nieuw af te sluiten CAO, zijn van invloed zijn op de toekomstige personeelskosten. Uitgangspunt prijzen Voor de prijsontwikkelingen van goederen en diensten wordt gerekend met de nationale consumentenprijsindex (CPI). De CPI is gebaseerd op de in de macro economische verkenning 2021 (MEV 2021) van september 2020 van het Centraal Planbureau opgenomen indexcijfers. Voor 2022 wordt uitgegaan van de geprognosticeerde cijfers voor 2020-2021. Deze prognose bedraagt 1,6% voor de materiële kosten volgens de CPI (bijlage 9, prijzen en lonen, 1970-2025). In deze begroting 2022 zal met 1,6% CPI worden gerekend, dat is gelijk aan de vorige meerjarenraming.
Financiële mutaties begroting 2022 vergeleken met de meerjarenbegroting 2022-2025, jaarschijf 2022 De begroting 2022 is verhoogd met € 500.800 ten opzichte van de jaarschijf 2022 van de meerjarenbegroting 2020-2024 door: Mutaties uitgangspunten lonen en prijzen Loonkosten – zie hierboven; geen wijziging ten opzichte van de meerjarenbegroting
Prijsinflatie – zie hierboven ; geen wijziging op kosten goederen en diensten ten opzichte van de meerjarenbegroting
Overig gemuteerde exploitatiebudgetten Naast de mutaties van personeelskosten en prijsinflatie zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in de exploitatiebudgetten naar aanleiding van de resultaten uit de jaarrekening 2020 te weten:
verlaging kosten voor printen correspondentie verlaging facilitaire kosten – stopzetten catering verhoging proceskosten verlaging WOZ-kosten ministerie van Financiën verlaging reiskostenvergoeding * Totaal
€ 53.000 -/€ 25.000 -/€ 100.000 + € 71.200 -/€ 50.000 -/€ 99.200 -/-
* Ook in de toekomst verwachten we dat medewerkers meer thuis zullen werken. De verlaging van de reiskostenvergoeding zorgt tevens voor dekking van de bij CAO ingestelde thuiswerkvergoeding die onderdeel uitmaakt van de geraamde verhoging van 2,5 % van de loonkosten.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 16 van 31
Mutaties als gevolg van inschattingen incasso door coronacrisis In paragraaf 1.2.3. (blz. 9 e.v.) is beschreven welke effecten worden verwacht naar aanleiding van de diverse invorderingsmaatregelen als gevolg van de uitbraak van het coronavirus. De verwerkte verlaging voor het jaar 2022 ten opzichte van de meerjarenbegroting van de netto opbrengst dwanginvordering bedraagt € 1.000.000,-. Overige aanpassingen Totaal € 400.000 -/Vanwege de bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronacrisis zullen we in 2022 met uitzondering van de in paragraaf 1.2.5 genoemde nieuwe werkzaamheden geen nieuwe projecten met extra investeringskosten op gaan starten. Voor 2022 verlagen we (incidenteel) de toevoeging aan de in de meerjarenbegroting opgenomen geraamde reserve bedrijfsvoering met € 200.000. Er lopen vanaf medio 2021 drie Europese aanbestedingen, zie ook paragraaf 1.2.2, waarvan de kosten gedekt worden uit de bestemmingsreserve. Daarnaast verlagen we (incidenteel) de toevoeging aan de reserve matching met € 200.000, omdat het de verwachting is dat in 2022 het aantal dwanginvorderingsactiviteiten als gevolg van de coronabeperkingen lager zal zijn. Samenvattend is de begroting 2022 als volgt gemuteerd:
Effect lonen en prijzen Aanpassing n.a.v. jaarrekening 2020 Gevolgen coronacrisis opbrengst invordering Overige aanpassing in 2022 Totaal mutaties netto-kosten
+ -/-
€ nihil € 99.200
+
€ 1.000.000
-/+
€ 400.000 € 500.800
Mutaties in de meerjarenbegroting anders dan loonstijgingen of prijsinflatie In 2024 vervalt de periode van de reeds ontvangen huurcompensatie (nl. einde huurcontract mei 2024). In 2024 wordt nog 5 maanden toegerekend van deze huurcompensatie à € 62.100. Vanaf 2025 is de huurcompensatie dus vervallen. In beginsel is het uitgangspunt dat deelnemersbijdragen bij gelijkblijvende taken een constante lijn laten zien met uitzondering van de doorrekening van de loon- en prijsontwikkelingen. Echter door de aanpassingen in de invorderingsopbrengst als gevolg van de coronacrisis zijn de berekende deelnemersbijdragen hoger dan normaal. Zie hiervoor ook paragraaf 4.1. Verdeelsleutel. Mutaties ten opzichte van de meerjarenbegroting 2021-2025 2.022 2023 2024 HHDelfland 251 340 335 HHSchieland en de Krimpenerwaard 125 170 168 Gemeente Delft 66 89 88 Gemeente Vlaardingen 12 27 25 Gemeente Schiedam 47 63 62 501 689 678
Mutaties ten opzichte van de begroting 2021 Loonstijging Goederen en diensten inclusief inflatie Minder toevoeging aan reserves Gevolgen coronacrisis opbrengst invordering Totaal
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
€ € € € €
2025 330 165 87 23 62 666
2026 384 192 101 32 71 780
187.300 85.600 300.000 -/700.000 672.900
pagina 17 van 31
1.3
Planning & controlcyclus
Op basis van de afspraken uit het prestatiecontract met de deelnemers en op basis van de financiële verordeningen van de RBG is de planning & controlcyclus 2021/2022 als volgt:
Onderwerp 4e Kwartaalrapportage 2021 prestatiecontract Specifieke belastingverantwoording 2021 inclusief accountantsverklaring Kaderbrief begroting 2023 1e Kwartaalrapportage 2022 prestatiecontract Managementrapportage t/m april 2022 Jaarrekening 2021 RBG
Begroting 2023 RBG Raming 2022 belastbare eenheden 2e Kwartaalrapportage 2022 prestatiecontract Managementrapportage t/m augustus 2022 3e Kwartaalrapportage 2022 prestatiecontract Managementrapportage t/m oktober 2022, alleen financieel Eindrapportage prestatiecontract 2022
RBG
Deelnemers * Uiterlijk 31 januari 2022 Eind februari 2022
Eind februari 2022 Uiterlijk 30 april 2022 Uiterlijk 31 mei 2022 Concept cijfers voor 15 april 2022 Vaststelling voor 15 juli 2022 Vaststelling voor 15 juli 2022 Uiterlijk 1 juni 2022 Uiterlijk 31 juli 2022 Uiterlijk 30 september 2022 Uiterlijk 31 oktober 2022 Uiterlijk 15 november 2022
Uiterlijk eind januari 2023
* De stukken aan de deelnemers worden behandeld in het MT of het dagelijks bestuur van de RBG
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 18 van 31
1.4
Begroting naar kosten- en opbrengstensoorten in € Begroting
Begroting
2022
2021
Rekening 2020
Lasten €
182.000
€
182.000
€
178.500
Lonen, premies en overige lasten
€
8.586.600
€
€
192.600
€
8.377.200 € 237.900 €
7.625.900
Reiskostenvergoeding Opleidingen
€
200.700
€
Personeel van derden
€
820.000
€
197.500 € 800.000 €
Subtotaal: Personeelslasten
€
9.799.900
€
9.612.600 €
310.400 € 1.233.500 € 829.700 €
Rente en afschrijvingen Personeelslasten
154.800 125.200 1.118.300 9.024.200
Goederen en diensten van derden Druk en bindwerk
€
265.400
€
Onderhoud derden
€
1.253.200
€
Huur, service en facilitaire kosten
€
818.000
€
Kantoorautomatisering en telefonie
€
732.600
€
Portokosten
€
491.100
€
Woz-kosten
€
2.361.700
€
Bankkosten
€
348.400
€
Gegevensverstrekking
€
581.200
€
Overige diensten incl. klanteninformatie
€
1.469.800
€
Subtotaal: Goederen en diensten van derden
€
8.321.400
€
Bijdragen aan derden
€
-
214.000 1.295.500 728.300
721.100 € 483.400 €
629.600
2.394.600 € 342.900 €
2.217.900
465.800 333.000
572.000 € 1.348.200 € 8.235.800
€
-
555.200 1.717.200
€
8.156.500
€
-
Toevoeging voorzieningen / onvoorzien Onvoorzien
€
250.000
€
250.000
€
-
Toevoeging voorzieningen
€
-
€
100.000
€
98.800
Toevoeging reserve pilot problematische schulden
€
-
€
-
€
200.000
Toevoeging reserve matching invorderingsopbrengst
€
550.000
€
550.000
€
550.000
Toevoeging reserve thuiswerkvoorzieningen
€
-
€
-
€
151.000
Subtot.: Toevoeging voorzieningen / Onvoorzien
€
800.000
€
900.000
€
999.800
Project kwijtschelding HHD+HHSK
€
450.000
€
450.000
€
443.600
Totaal lasten
€
19.553.300
€
19.380.400
€
18.802.600
Financiële baten
€
22.800
€
22.800
€
11.800
Incidentele baten
€
€
-
Opbrengsten dwanginvordering
€
3.450.000
€
4.450.000
€
3.365.500
Toevoeging voorzieningen dub. Debiteuren
€
-900.000
€
-1.200.000
€
-954.900
Bijdrage van deelnemers
€
16.831.500
€
15.958.600
€
15.790.000
Onttrekking aan reserve huur
€
149.000
€
149.000
€
149.000
Onttrekking aan reserve problematische schulden
€
412.100
Onttrekking aan reserve matching
€
300.100
Onttrekking aan reserve Voorbereiding aanbestedingen
€
41.900
€
19.115.500
€
-312.900
€
473.500.000
Baten
Totaal baten
€
Exploitatieresultaat
€
Netto-belastingopbrengsten
€
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
-
19.553.300 492.629.400
€
€ € €
-
19.380.400 482.970.000
pagina 19 van 31
1.5
Product: Belastingheffing
Het product belastingheffing betreft het opleggen van aanslagen gemeentelijke- en waterschapsbelastingen, waaronder zuiverings-, watersysteem- en wegenheffing, OZB-heffing en afvalstoffenheffing, rioolrechten, leges en precariobelasting. Daarnaast behoort ook de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken tot dit product, alsmede het verwerken van verzoek- en bezwaarschriften en het voeren van beroepsprocedures. Bij het hoofdproces heffen is ook sprake van veel klantcontacten. Bij bedrijven voor het bepalen van de belastingplicht, het opvragen van additionele gegevens voor de aanslagregeling en het afdoen van bezwaar- en beroepschriften. Bij particulieren met name voor het afdoen van verzoek-, bezwaar- en beroepschriften. De belangrijkste taken die worden uitgevoerd m.b.t. gegevensbeheer, zijn: verwerking kadastrale informatie, WOZ en Basisregistratie personen BRP; verwerking overige basisregistraties en inkomende data; opleggen waterschapsbelastingen; opleggen gemeentelijke belastingen; bepalen en beschikken van WOZ-waarden; opleggen precariobelasting en leges; accountmanagement en contractbeheer; buitendienst controle; data-analyse, uitvoeren crosscontroles; systeemanalyse en functioneel applicatiebeheer. Gegevensbeheer is een belangrijke taak ten behoeve van belastingheffing.
Onder gegevensbeheer worden alle bronnen geschaard die door middel van contracten en overeenkomsten worden gebruikt. Gezien het belang van de kwaliteit van de gegevens worden met gegevensleveranciers afspraken gemaakt over de te leveren en terug te leveren informatie voor het proces. Verder is met de waterschappen en gemeenten afgesproken welke kwaliteitseisen zij stellen aan de registraties, omdat de gegevens die beheerd worden door de RBG ook tot de kerngegevens van andere waterschaps- en gemeenteprocessen behoren. Doel Het juist, volledig en tijdig bepalen van de waarde van onroerende zaken; Het juist, volledig en tijdig opleggen van de aanslagen; Het juist, volledig, tijdig, en gemotiveerd afhandelen van verzoeken en bezwaar- en beroepschriften. Effect De klant begrijpt de belastingaanslag en is mede daardoor bereid de aanslag te betalen. Kritische succesfactoren Juistheid, volledigheid en actualiteit van de brongegevens; Volledigheid aanslagoplegging; Doorlooptijd afhandeling bezwaar- en beroepschriften. Prestaties Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten particulieren bedraagt maxi maal 0,5 procent; Het percentage onbestelbaar retour aanslagbiljetten bedrijven bedraagt maximaal 2,0 procent; Het oordeel van de Waarderingskamer over de uitvoering van de WOZ is minimaal voldoende; Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 20 van 31
Binnen de wettelijke termijn (thans 3 jaar) na het ontstaan van de belastingplicht of het einde van het tijdvak zijn alle nog ontbrekende aanslagen definitief opgelegd; 98% van alle aanslagen wordt in het heffingsjaar opgelegd; 95% van alle volledige WOZ-bezwaren wordt binnen 6 weken na het einde van de bezwaartermijn afgewikkeld. 95% van alle overige binnengekomen volledige bezwaar- en verzoekschriften wordt 12 weken na dagtekening van de aanslag afgedaan, met een mogelijkheid van 6 weken verdaging. Het aantal gegronde WOZ-bezwaren is maximaal 0,5% van de WOZ-beschikkingen. Het aantal gegronde bezwaren (plicht) is maximaal 1% van het aantal aanslagen.
Financiën Product belastingheffing
Lasten Onttrekking aan reserves Nettolasten
Begroting 2022
Begroting 2021
€
14.154.300
€
14.066.100
€
14.154.300
€
14.066.100
Rekening 2020 € € €
12.683.100 35.000 12.718.100
Voor toelichting op de mutaties, zie de paragraaf 1.2.7. Financiële kaders
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 21 van 31
1.6
Product: Invordering
Het product invordering betreft het innen van de belastinggelden bij de klanten en het afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken. De belangrijkste taken in dit proces zijn: Bijhouden belastingdebiteurenadministratie; Bijhouden financiële administratie/betalingsverwerking en vervullen kasfunctie; Verzenden van aanmaningen, loon- en overheidsvorderingen; Betekenen van dwangbevelen; Beslagleggen en executoriale verkopen; Behandeling van verzoeken, bezwaar- en beroepschriften kwijtschelding; Beoordelen invorderbaarheid en het doen van voorstellen t.b.v. oninbaarverklaring. Vanuit het invorderingsproces worden de klanten eerst aangemaand en vervolgens via dwanginvordering benaderd om tot betaling over te gaan. Daarnaast vindt binnen dit product het afdoen van kwijtscheldingverzoeken plaats alsmede het afdoen van beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding. Doel Het volledig, juist en tijdig incasseren van de belastingaanslagen; Het volledig, juist en tijdig en gemotiveerd afhandelen van kwijtscheldingsverzoeken en van bezwaar- en beroepschriften tegen een afwijzing kwijtschelding. Effect De klant betaalt de belastingaanslag tijdig en volledig; De klant die een verzoek tot kwijtschelding heeft ingediend én voor kwijtschelding van de belastingschuld in aanmerking komt, wordt kwijtschelding verleend.
Kritische succesfactoren Volledigheid en tijdigheid incasso/invordering; Doorlooptijd afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Prestaties De binnengekomen kwijtscheldingsaanvragen worden binnen 8 weken na ontvangst afgedaan, indien de aanvraag volledig is. De beroepschriften tegen de afwijzing kwijtschelding worden binnen een termijn van 16 weken na ontvangst afgedaan. Het toewijzingspercentage naar aanleiding van de beroepschriften kwijtschelding is minder dan 2% van alle kwijtscheldingsverzoeken. Hierbij worden niet de toewijzingen meegerekend, die ontstaan doordat bij eerdere behandeling geen, of onvoldoende informatie is verstrekt door de klant.
Financiën: Product invordering
Lasten Baten Onttrekking aan reserves Nettolasten
Begroting 2022
Begroting 2021
€ €
5.227.200 2.550.000-
€ €
5.142.500 3.250.000-
€
2.677.200
€
1.892.500
Rekening 2020 € € € €
4.768.500 2.416.500566.000 2.918.000
Voor toelichting op de mutaties, zie de paragraaf 1.2.7. Financiële kaders
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 22 van 31
2. Meerjarenperspectief In deze paragraaf is een doorrekening gemaakt van de opgestelde exploitatiebegroting in meerjarenperspectief. Hierin is een jaarlijkse doorrekening van 2,5% voor de personele en 1,6% voor de materiële kosten opgenomen. In 2022 is de invorderingsopbrengst gelijk gehouden aan het niveau van de jaarrekening 2020 (nl. € 3.450.000). Vanaf 2023 verwachten we vooralsnog een toename van deze opbrengst met € 200.000. Deze stijging is ook opgenomen, omdat rekening wordt gehouden met een stijging van de opbrengst vanuit de kostenwet per dwanginvorderingstuk.
2.1 Meerjarenperspectief 2022-2026 – cijfermatig Meerjarenperspectief RBG 2022-2026 Lasten
Gewijzigde
Primaire
begroting
begroting
2020
bedragen in € Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
Totaal
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Personeel & Organisatie Loonkosten
8.189.000
8.377.200
8.586.600
8.801.265
9.021.297
9.246.829
9.478.000
Reiskostenvergoeding
257.100
237.900
192.600
197.415
202.350
207.409
212.594
Opleidingen
192.700
197.500
200.700
203.911
207.174
210.489
213.856
Personeel van derden
848.200
800.000
820.000
833.120
846.450
859.993
873.753
9.487.000
9.612.600
Subtotaal
9.799.900 10.035.711 10.277.271 10.524.720 10.778.204
Goederen en diensten van derden Druk- & bindwerk
303.900
310.400
265.400
269.646
273.961
278.344
282.798
Onderhoud derden
1.214.100
1.233.500
1.253.200
1.273.251
1.293.623
1.314.321
1.335.350
Portokosten
475.800
483.400
491.100
498.958
506.941
515.052
523.293
Huur-, service- en facilitaire kosten
815.800
829.700
818.000
831.088
844.385
857.896
871.622
Kantoorautomatisering en telefonie
709.700
721.100
732.600
744.322
756.231
768.330
780.624
WOZ-kosten
2.356.900
2.394.600
2.361.700
2.399.487
2.437.879
2.476.885
2.516.515
Bankkosten
338.000
342.900
348.400
353.974
359.638
365.392
371.238
Gegevensverstrekking
562.200
572.000
581.200
590.499
599.947
609.546
619.299
Overige diensten incl. klanteninformatie
984.100
1.348.200
1.469.800
1.493.317
1.517.210
1.541.485
1.566.149
7.760.500
8.235.800
8.321.400
8.454.542
8.589.815
8.727.252
8.866.888
200.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
250.000
1.200.000
1.200.000
900.000
900.000
900.000
900.000
900.000
100.000
0
200.000
200.000
200.000
200.000
Subtotaal Onvoorzien Onvoorzien Toevoeging aan voorziening dubieuze debiteuren Toevoeging aan voorziening bedrijfsvoering Toevoeging reserve tegengaan schulden Toevoeging reserve matching invordering Subtotaal Totaal exploitatielasten
200.000 550.000
550.000
350.000
550.000
550.000
550.000
550.000
2.150.000
2.100.000
1.500.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
1.900.000
19.397.500 19.948.400 19.621.300 20.390.254 20.767.086 21.151.972 21.545.092
Rente en afschrijving
189.800
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
182.000
Kwijtschelding HHD en HHSK
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
450.000
Totaal lasten
20.037.300 20.580.400 20.253.300 21.022.254 21.399.086 21.783.972 22.177.092
Bijdrage van deelnemers
15.790.000
15.958.600
16.631.500
17.200.454
17.664.186
18.111.172
18.504.292
Opbrengst vervolging
4.075.500
4.450.000
3.450.000
3.650.000
3.650.000
3.650.000
3.650.000
Onttrekking aan reserve huurcompensatie
149.000
149.000
149.000
149.000
62.100
0
0
Financiële baten
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
22.800
Totaal baten RBG
20.037.300 20.580.400 20.253.300 21.022.254 21.399.086 21.783.972 22.177.092
Saldo programma
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
0
0
0
0
0
0
pagina 23 van 31
0
3. Paragrafen 3.1 Financiering Liquiditeit De exploitatiekosten worden voor een belangrijk deel gefinancierd uit de bijdragen van de deelnemers. Deze bijdragen worden per kwartaal ontvangen van de deelnemers. Hieronder is een liquiditeitsprognose weergegeven, gebaseerd op het uitgavenpatroon van de RBG. Liquiditeitsprognose
Raming
Kwartaal
x € 1.000
1
2
3
4
personeelslasten
9.800
2.433
2.442
2.436
2.488
goederen en diensten van derden
7.138
1.784
1.784
1.784
1.784
WOZ-bijdrage
2.362
61
2.362
onvoorzien
250
63
63
63
rente en aflossing
182
46
46
46
44
19.732
4.327
6.698
4.330
4.377
invorderingsopbrengst
2.900
290
870
870
870
inkomsten
2.900
290
870
870
870
saldo liquide middelen
-16.832
-4.037
-9.864
-13.324
-16.832
bijdragen van deelnemers
16.832
4.037
5.827
3.460
3.508
0
0
0
0
uitgaven
overschot / tekort liquide middelen
De piek van de jaarlijkse uitgaven ligt in het 2e kwartaal van enig jaar omdat de bijdrage in de WOZ-kosten van circa € 2,3 miljoen in april-mei in één termijn moet worden betaald aan het Ministerie van Financiën. In de kwartaalbijdrage van de deelnemers wordt hiermee rekening gehouden. Belastingopbrengsten van de deelnemers De RBG ontvangt belastingopbrengsten voor haar deelnemers. Op basis van de werkelijke cijfers van 2020 int de RBG in 2022 netto circa € 485 miljoen aan belastingen. Deze gelden komen binnen op de inningsrekeningen van de RBG. De gelden worden dagelijks afgedragen aan de deelnemers. Kasgeldlimiet Op grond van de Wet FIDO is bepaald hoeveel maximaal met kort geld gefinancierd mag worden. De norm voor gemeenschappelijke regelingen is vastgesteld op 8,2% van het totaal van de bruto kosten van de begroting. Voor het begrotingsjaar 2022 is dit: 8,2% van € 20.253.300 = € 1.660.800 (afgerond). Vermogensbehoefte In maart 2014 is de RBG een lening aangegaan van € 1,7 miljoen met een looptijd van 10 jaar tegen een rente van 1,88%.
Concept Begroting 2022 Regionale Belasting Groep
pagina 24 van 31
Renterisiconorm De renterisiconorm bindt de looptijd van leningen aan een minimum. De Wet FIDO omschrijft deze norm als maximale herfinanciering van bestaande leningen van 20% per jaar voor gemeenschappelijke regelingen. Voor de RBG is dit in 2022 € 340.000 (nl. 20% van € 1,7 miljoen. De lopende geldlening heeft een looptijd van 10 jaar. In 2022 zal de maximale aflossing € 172.000 zijn. Dit blijft ruim onder de renterisiconorm. Schatkistbankieren Eind 2013 is de Wet houdbare overheidsfinanciën in werking getreden. Deze wet voorziet in een wettelijk instrument voor het bereiken en vasthouden van houdbare overheidsfinanciën. Onderdeel van de wet vormt het verplicht schatkistbankieren, waarbij de saldi van de bankrekeningen van lagere overheden, onder bepaalde voorwaarden, verplicht aan de schatkist moeten worden gestort. Met de deelnemers zijn afspraken gemaakt om die verplichte afstorting tot een minimum te beperken.