RB Wijzigingsverordening automatische actualisering boetebedragen Vlaardingen 2022
Tekst van het document
RAADSBESLUIT Registratienummer Datum raadsvergadering
: 1891496 :
Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen
De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 juni 2022; Gelet op de artikelen 149, 154 en 154b van Gemeentewet Overwegende: - dat op verschillende plaatsen in de gemeentelijke verordeningen boetebedragen opgenomen staan welke hun basis vinden in het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte; - dat deze bedragen meestal jaarlijks gewijzigd worden door de rijksoverheid; - dat op dit moment niet expliciet geregeld is dat waar mogelijk de lokale boetebedragen met deze jaarlijkse wijziging van het Rijk mee wijzigen zonder het wijzigen van de diverse verordeningen; - dat het efficiënt en duidelijk is om op te nemen in de Verordening bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte Vlaardingen dat de hoogte van de boetes gelijk is aan de door het rijk bepaalde hoogtes; - dat een deel van de boetebedragen niet door het Rijk wordt vastgesteld, maar dat bij het bepalen van de hoogte van deze bedragen wel de lijn van het Rijk wordt gevolgd; - dat het daarom wenselijk is via deze verordening een aantal bedragen te actualiseren.
Besluit vast te stellen de: Wijzigingsverordening actualisering en gedeeltelijke automatisering wijziging boetebedragen Vlaardingen 2022 Artikel I De Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 25 komt te luiden:
1. Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van de volgende artikelen kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 7, 8, 9, 10, 11, 12, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24.
2.
De hoogte van de bestuurlijke boete bij overtreding wordt bepaald door de Verordening bestuurlijke
B. Bijlage 1 als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening vervalt. C. In de toelichting komt de artikelsgewijze toelichting bij artikel 25 te luiden:
Aanduiding overtreden voorschrift Uit het stelsel van de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (hierna: Wet BBOOR) volgt dat een overtreden voorschrift, dat toeziet op een gedraging die onder artikel 25 valt, bestuurlijk kan worden beboet. Voorwaarde daarvoor is dat de desbetreffende gedraging valt onder artikel 154 van de Gemeentewet. Hoogte van de Bestuurlijke boete Het Besluit BBOOR bepaalt de verschillende boetecategorieën en de hoogte van de bestuurlijke boete. Voor zover voor een voorschrift de boetecategorie en de hoogte van de boete niet bij het Besluit BBOOR zijn bepaald, stelt de gemeenteraad deze vast in de verordening. Zowel de koppeling met de bedragen opgenomen in het Besluit BBOOR als de bepaling van de boetebedragen welke niet zijn vastgesteld in het Besluit BBOOR zijn opgenomen in de Verordening bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte Vlaarding Artikel II De Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 2:49f komt te luiden: Artikel 2.49f Proeverijen in slijterijen Met inachtneming van artikel 3, eerste lid van de Winkeltijdenwet is het toegestaan proeverijen in slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld te houden. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan een proeverij moet voldoen.
B. Artikel 6.1a komt te luiden: Artikel 6.1a Boetebepaling bestuurlijke boete 1.
Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2.7, lid 1, 2.10, leden 1 en 2, 2.10a, leden 1 en 3, 2.11, lid 1, 2.13, lid 1, 2.14, lid 1, 2.16, leden 1, 2 en 3, 2.17, 2.18, 2.20, lid 1 sub a en sub b, 2.21, lid 1, 2.25a, 2.27 lid 1, 2.34, lid 1, 2.36, lid 2, 2.37, leden 1 en 2, 2.41, leden 1 en 10, 2.44, leden 1 en 2, 2.45b, 2.46, lid 2, 2.47, leden 1 en 2, 2.49c, leden 1 en 2, 2.49f, 2.55, leden 1 en 2, 2.56, leden 1, 2, 5 en 7, 2.57, lid 1, 2.60 leden 1a, 1b en 2, 2.64, leden 2 en 3, 2.66, leden 1a, 1b en 2, 2.67, 2.68, 2.69, 2.69a, 2.70, leden 1 en 2, 2.72 lid 1, 2.73 leden 1 en 5, 2.74, leden 1, 4 en 5, 2.75 lid 1, 2.76, lid 1, 2.77, leden 1a en 1b, 2.78, leden 1 en 2, 2.85, lid 1, 2.86, leden 1 en 2, 2.86a leden 2 en 3,
2.89 (slechts voor art. 3 Opiumwet), 2.89a, leden 1 en 2, 3.18, 3.19, 3.20, 3.21, 4.6, lid 1, 4.40, 4.41, 4.42, lid 1, 4.47, lid 1, 5.2, leden 3a en 3b, 5.3, lid 1, 5.4, 5.5, lid 1, 5.6, leden 1a, 1b en 1c, 5.7, lid 1, 5.8, leden 1 en 2, 5.9, lid 1, 5.10a, 5.11, lid 1, 5.12, 5.13, 5.15, lid 1, 5.18, lid 1, 5.22, 5.22a, 5.22b, 5.23, 5.24, 5.25, lid 1, 5.26, lid 1, 5.27, lid 1, 5.28, lid 1, 5.29, leden 1 en 3, en 5.30, lid 1. 2.
De hoogte van de bestuurlijke boete bij overtreding wordt bepaald door de Verordening
C. De bijlage als bedoeld in artikel 6.1A van deze verordening vervalt. D. In de toelichting komt de artikelsgewijze toelichting bij artikel 6.1a te luiden: Artikel 6.1a Boetebepaling bestuurlijke boete Eerste lid Uit het stelsel van de Wet bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte (hierna: Wet BBOOR) volgt dat een overtreden voorschrift, dat toeziet op een gedraging die onder artikel 6.1a valt, bestuurlijk kan worden beboet. Voorwaarde daarvoor is dat de desbetreffende gedraging valt onder artikel 154 van de Gemeentewet. Tweede lid Het Besluit BBOOR bepaalt de verschillende boetecategorieën en de hoogte van de bestuurlijke boete. Voor zover voor een voorschrift de boetecategorie en de hoogte van de boete niet bij het Besluit BBOOR zijn bepaald, stelt de gemeenteraad deze vast in de verordening. Zowel de koppeling met de bedragen opgenomen in het Besluit BBOOR als de bepaling van de boetebedragen welke niet zijn vastgesteld in het Besluit BBOOR zijn opgenomen in de Verordening bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte Vlaarding Artikel III De Verordening bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte Vlaardingen wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 1 komt te luiden:
1. Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 bepaalde of de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 2.7, eerste lid, 2.10, eerste en tweede lid, 2.10a, eerste en derde lid, 2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid, 2.16, eerste, tweede en derde lid, 2.17, 2.18, 2.20, eerste lid sub a en sub b, 2.21, eerste lid, 2.25a, 2.27 eerste lid, 2.34, eerste lid, 2.36, tweede lid, 2.37, eerste en tweede lid , 2.41, eerste en tiende lid, 2.44, eerste en tweede lid, 2.45b, 2.46, tweede lid, 2.47, eerste en tweede lid, 2.49c, eerste en tweede lid, 2:49f, 2.55, leden eerste en tweede lid, 2.56, eerste, tweede, vijfde en zevende lid, 2.57, eerste lid, 2.60 leden 1a, 1b en tweede lid, 2.64, tweede en derde lid, 2.66, leden 1a, 1b en tweede lid, 2.67, 2.68, 2.69, 2.69a, 2.70, eerste en tweede lid, 2.72, eerste lid, 2.73 eerste en vijfde lid, 2.74, eerste, vierde en vijfde lid, 2.75 eerste lid, 2.76, eerste lid, 2.77, leden 1a en 1b, 2.78, eerste en tweede lid, 2.85, eerste lid, 2.86, eerste en tweede lid, 2.86a tweede en derde lid, 2.89 (slechts voor art. 3 Opiumwet),
2.89a, eerste en tweede lid, 3.18, 3.19, 3.20, 3.21, 4.6, eerste lid, 4.40, 4.41, 4.42, eerste lid, 4.47, eerste lid, 5.2, leden 3a en 3b, 5.3, eerste lid, 5.4, 5.5, eerste lid, 5.6, leden 1a, 1b en 1c, 5.7, eerste lid, 5.8, eerste en tweede lid, 5.9, eerste lid, 5.10a, 5.11, eerste lid 1, 5.12, 5.13, 5.15, eerste lid, 5.18, eerste lid, 5.22, 5.22a, 5.22b, 5.23, 5.24, 5.25, eerste lid, 5.26, eerste lid, 5.27, eerste lid, 5.28, eerste lid, 5.29, eerste en derde lid, 5.30, eerste lid. 2.
Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Afvalstoffenverordening Vlaardingen 2014 bepaalde kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 7, eerste lid, 8, 9, 10, eerste en tweede lid, 11, eerste, tweede en zesde lid, 12, tweede lid 2, 15, eerste en vijfde lid, 16, tweede lid, 17, eerste lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste en tweede lid, 20, 21, 22, eerste en tweede lid, 23, eerste lid 1, 24.
3.
Overtreding door een natuurlijk persoon of rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen van de Begraafplaatsverordening Vlaardingen 2004 bepaalde kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: 3, derde en vierde lid, 4 eerste, tweede, derde, vijfde en zevende lid.
4.
Bij overtreding door een natuurlijk persoon van een voorschrift als genoemd in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat is vermeld bij het betreffende voorschrift in de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte.
5.
Indien de bijlage bij het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte geen bedrag bevat voor het overtreden van een voorschrift als genoemd in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel dan is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in de bijlage bij deze verordening is vermeld bij het betreffende voorschrift.
6.
Bij overtreding door een rechtspersoon van een voorschrift als genoemd in het eerste tot en met het derde lid van dit artikel wordt de hoogte van de boete die geldt voor een natuurlijk persoon vermenigvuldigd met factor twee.
7.
Indien het boetebedrag hoger is dan het wettelijk maximum boetebedrag als bedoeld in artikel
B. Bijlage 1 komt te luiden: Bijlage 1 als bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van de Verordening Bestuurlijke Boete Overlast in de Openbare Ruimte Vlaardingen APV Vlaardingen 2019 artikel
Onderwerp
Boete in
2.7, eerste lid
Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
150
2.10, eerste en tweede lid
Straatartiest en straatmuzikant
200
2.10a, eerste en derde lid
Draaiorgel
200
2.11, eerste lid
Voorwerpen op, aan of boven de weg
250
2.13, eerste lid
Aanleggen, beschadigen, opbreken en veranderen van een weg
300
2.14, eerste lid
Maken, veranderen van een uitweg
300
2.16, eerste lid
Winkelwagentjes (rechthebbende op een bedrijf)
100
2.16, tweede en derde lid
Winkelwagentjes (gebruiker)
100
2.17
Hinderlijke beplanting of voorwerp
100
2.18
Openen straatkolken e.d.
100
2.20, eerste lid, sub a
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
150
2.20, eerste lid, sub b
Rookverbod in bossen en natuurterreinen (brandende voorwerpen)
300
2.21, eerste lid
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
100
2.25a
(Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
150
2.27, eerste lid
Vergunningplicht evenement
100
2.34, eerste lid
Exploitatievergunning horeca-inrichting
100
2.36, tweede lid
Exploitatie horeca-inrichting, niet meer voldoen aan eisen Alcoholwet
100
2.37, eerste lid
Toezicht in horeca-inrichting (afwezigheid ondernemer of leidinggevende)
415
2.37, tweede lid
Toezicht in de horeca-inrichting (voorkomen strafbare feiten)
415
2.41, eerste en tiende lid
Sluitingstijden
300
2.44, eerste lid
Aanwezigheid bezoekers in door burgemeester gesloten horeca-inrichting
100
2.44, tweede lid
Toelating bezoekers in door burgemeester gesloten horeca-inrichting
300
2.45b
Het bij zich hebben van lachgas in of om een openbare inrichting, om dit te verkopen of te gebruiken.
100
2.46, tweede lid
Handel in horeca-inrichting
100
2.47, eerste en tweede lid
Ordeverstoring en aanzegging
100
2.49c, eerste en tweede lid
Sluitingstijden inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen
150
2.49f
Proeverijen in slijterijen
150
2.55, eerste lid
Betreden gesloten woning of lokaal (art. 174a Gemeentewet
100
2.55, tweede lid
Betreden gesloten woning of lokaal (art. 13b Opiumwet)
100
2.56, eerste lid
Plakken en kladden (algemeen)
150
2.56, tweede lid
Plakken en kladden (aanplakbiljet; met bepaalde stoffen)
150
2.56, vijfde lid
Plakken en kladden (handelsreclame)
150
2.56, zevende lid
Plakken en kladden (tonen schriftelijke toestemming)
100
2.57, eerste lid
Vervoer plakgereedschap e.d.
150
2.60, lid 1a
Hinderlijk gedrag op of aan de weg (klimmen op beeld, monument etc.)
100
2.60, lid 1b
Hinderlijk gedrag op of aan de openbare weg (zich ophouden, overig)
150
2.60, tweede lid
Verblijf op aangewezen plaatsen waar dit is verboden
150
2.64, tweede en derde lid
Verboden drankgebruik/bezit
100
2.66, lid 1a
Hinderlijk gedrag in portiek of poort
100
2.66, lid 1b
Hinderlijk gedrag in, op of tegen raamkozijn of drempel
100
2.66, tweede lid
Hinderlijk gedrag in voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van een gebouw
100
2.67
Zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze ophouden in een voor het publiek toegankelijke ruimte
150
2.67
Een voor het publiek toegankelijke ruimte verontreinigen
150
2.67
Een voor het publiek toegankelijke ruimte voor een ander doel gebruiken
100
2.68
Neerzetten van fietsen e.d.
50
2.69
Met een fiets of bromfiets op markten/kermisterrein e.d. zich bevinden
50
2.69a
Overig hinderlijk gedrag
100
2.70, eerste lid
Bespieden van personen (kennelijke bedoeling)
150
2.70, tweede lid
Bespieden van personen
150
2.72, lid 1a
Loslopende honden op kinderspeelplaats e.d.
150
2.72, lid 1b
Loslopende honden op een weg binnen de bebouwde kom
100
2.72, lid 1c
Loslopende honden op een aangewezen plaats buiten de bebouwde kom
100
2.72, lid 1d
Loslopende honden niet voorzien van halsband of ander identificatiekenmerk
100
2.73, eerste lid
Verontreiniging door honden
150
2.73, vijfde lid
Opruimmiddel bij zich dragen en niet tonen op eerste vordering
100
2.74, eerste lid
Gevaarlijke honden aanlijngebod en muilkorfgebod
250
2.74, vierde lid
Gevaarlijke honden microchip
250
2.74, vijfde lid
Hinderlijk gedrag hond; blaffen of janken
150
2.75, eerste lid
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
150
2.76, eerste lid
Loslopend vee
150
2.77, lid 1a
Bijen (bij woningen of gebouwen)
100
2.77, lid 1b
Bijen (bij de weg)
100
2.78, eerste en tweede lid
Voederverbod overlast gevende vogels
100
2.85, eerste lid
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk zonder vergunning
250
2.86, eerste lid
Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (aangewezen gebied)
250
2.86, tweede lid
Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling (schade, overlast e.d.)
250
2.86a, tweede lid
Verbod carbid schieten op een openbare plaats
250
2.86a, derde lid
Verbod materialen te vervoeren of voorhanden te hebben op een openbare plaats die klaarblijkelijk bestemd zijn voor het schieten van carbid.
200
2.89
Openlijk drugsgebruik (slechts artikel 3 Opiumwet)
100
2.89a, eerste lid
Overlast door lachgas
150
2.89a, tweede lid
In een aangewezen gebied, lachgas bij zich hebben, gebruiken, of voorbereidingen treffen voor het gebruik
100
3.18
Raamprostitutie
250
3.19
Straatprostitutie
250
3.20
Het geen gehoor geven aan een bevel van een politie agent of toezichthouder, gegeven met oog op de naleving van het verbod artikel 3.19 van de APV Vlaardingen 2019 om zich te verwijderen in een bepaalde richting
400
3.21
Verbodsbepalingen klanten
250
4.6, eerste lid
Overige geluidhinder
150
4.40
Natuurlijke behoefte doen
150
4.41
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen
100
4.42, eerste lid
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
150
4.47, eerste lid
Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
150
5.2, lid 3a
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (op de weg)
150
5.2, lid 3b
Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. (gebruik weg als werkplaats)
150
5.3, eerste lid
Te koop aanbieden van voertuigen
250
5.4
Defecte voertuigen
150
5.5, eerste lid
Voertuigwrakken
410
5.6, lid 1a
Kampeermiddelen e.a. (langer dan drie achtereenvolgende dagen)
100
5.6, leden 1b en 1c
Kampeermiddelen e.a. (in strijd met belemmering uitzicht of uiterlijk aanzien gemeente)
100
5.7, eerste lid
Parkeren van reclamevoertuigen
250
5.8, eerste lid
Parkeren van grote voertuigen (strijd met uiterlijk aanzien gemeente)
100
5.8, tweede lid
Parkeren van grote voertuigen (verdeling beschikbare parkeerruimte)
100
5.9, eerste lid
Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen
100
5.10a
Parkeren anders dan op de rijbaan
100
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door motorvoertuigen met twee of meer dan twee wielen
150
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door bromfietsen of snorfietsen
100
5.11, eerste lid
Aantasting groenvoorziening door fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor en overige weggebruikers
60
5.12
Overlast van fiets of bromfiets op aangewezen plaatsen
50
5.13
Inzameling van geld of goederen
150
5.15, eerste lid
Venten op verboden plaats of tijd
150
5.18, eerste lid
Een standplaats innemen zonder vergunning
150
5.22
Beschadigen van waterstaatswerken
100
5.22a
Voorwerpen op, in of boven openbaar water
100
5.22b
Magneetvissen
150
5.23
Reddingsmiddelen
150
5.24
Zwemverbod
100
5.25, eerste lid
Veiligheid op het water
150
5.26, eerste lid
Overlast aan vaartuigen
100
5.27, eerste lid
Gemotoriseerd verkeer op crossterreinen
100
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden door motorvoertuigen met twee of meer dan twee wielen
150
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden door bromfietsen of snorfietsen
100
5.28, eerste lid
Beperking verkeer in natuurgebieden voor fietsers, bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor en overige weggebruikers (waaronder onder andere wordt verstaan ruiter met paard)
60
5.29, eerste en derde lid
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
300
5.30, eerste lid
Reclameborden
250
Afvalstoffen-
Onderwerp
Boete
verordening Vlaardingen 2014 artikel
in
7, eerste lid
Inzamelverbod huishoudelijke afvalstoffen behoudens aanwijzing als inzamelaar
150
8
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan anderen
100
9
Verbod op het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen door anderen dan de gebruikers van percelen
100
10, eerste en tweede lid
Niet afzonderlijk ter inzameling aanbieden
100
11, eerste, tweede en zesde lid
Onjuist ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen
100
12, tweede lid
Op het verkeerde moment ter inzameling aanbieden
100
15, eerste en vijfde lid
Ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan de inzameldienst dan wel deze in strijd met de regels aanbieden
100
16, tweede lid
Het ter inzameling aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan een ander dan de inzameldienst in strijd met door het college gestelde regels.
100
17, eerste lid
Diffuse milieuverontreiniging
410
18, eerste en tweede lid
Achterlaten van straatafval
150
19, eerste en tweede lid
Het verstoren van reeds ter inzameling aangeboden afvalstoffen
150
20
Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruiken van eet- en drinkwaren en het schoonhouden van de omgeving
150
21
Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal
150
22, eerste en tweede lid
Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden
150
23, eerste lid
Verbod opslag van afvalstoffen
250
24
Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden
410
Begraafplaatsenverordening Vlaardingen 2004
Onderwerp
Boete in
3, derde lid
Zich op een gesloten begraafplaats bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as
100
4, eerste lid
Het zonder toestemming van de beheerder verrichten van werkzaamheden aan grafbedekkingen voor derden
150
4, tweede lid
Het met een motorvoertuig rijden op de begraafplaats anders dan op de door beheerder aangewezen rijwegen, niet zijnde voor een begrafenis dan wel voor het vervoer van materialen
150
4, tweede lid
Het sneller dan stapvoets rijden op de begraafplaats.
100
4, derde lid
Het met zich voeren van een fiets, bromfiets of scooter dan wel hiermee rijden op een begraafplaats.
50
4, vijfde lid
Het bij zich hebben van een dier op de begraafplaats, anders dan een hulphond vanwege het hebben van een handicap.
150
4, zevende lid
Zich niet op aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
200
Artikel IV De Begraafplaatsverordening Vlaardingen 2004 wordt gewijzigd als volgt: A. Artikel 30 komt te luiden:
1. Overtreding door een natuurlijke persoon of rechtspersoon van de volgende leden kan worden bestraft met een bestuurlijke boete: artikel 3, derde lid en artikel 4, eerste, tweede, derde, vijfde en zevende lid. 2. De hoogte van de bestuurlijke boete bij overtreding wordt bepaald door de Verordening bestuurlijke
B. Na artikel 30 wordt een nieuw artikel 30a toegevoegd, dit komt te luiden:
1.Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de medewerkers van het team Toezicht en Handhaving.
Artikel V Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie van deze verordening. Artikel VI automatisering wijziging boetebedragen Vlaardingen 2022
Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op De griffier,
De voorzitter,
drs. J. Mimpen
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen