RB Vierde wijzigingsverordening APV 2019
Tekst van het document
RAADSBESLUIT
Registratienummer Datum raadsvergadering
: 1840872 : 20 mei 2021
Besluit van de gemeenteraad van Vlaardingen
Vierde wijzigingsverordening van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 De gemeenteraad van Vlaardingen, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 april 2021; Overwegende dat: - de wens is om twee artikelen lachgasverbod in de APV op te nemen; - de wens is om de artikelen lachgasverbod ook onder de sanctiebepalingen van artikel 6.1 lid 2 APV op te nemen zodat overtreding van het bij of krachtens het artikel lachgasverbod bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.4 APV gegeven voorschriften en beperkingen kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie; - om die reden artikel 6.1 lid 2 APV gewijzigd wordt door opneming daarin van de artikelen lachgasverbod; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de Vierde wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 Artikel I Wijziging Algemene Plaatselijke verordening Vlaardingen 2019 De Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 wordt als volgt gewijzigd: A. Na artikel 2.45a wordt een nieuw artikel toegevoegd: Artikel 2.45b Lachgasverbod openbare inrichting Het is verboden, om als exploitant, leidinggevende en bezoeker, in en om een openbare inrichting lachgas voor recreatief gebruik te verkopen, aanwezig te hebben en/of te gebruiken.
B. Na artikel 2.89 wordt een nieuw artikel toegevoegd: Artikel 2.89a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die of openbaar water dat deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. C. In de rangschikking van artikel 6.1, tweede lid APV worden toegevoegd de artikelen 2.45b en 2.89a. 2. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1.4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie: 2.7 Beperking aanbieden e.d.
van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen: lid 1; 2.10 Straatmuzikant: lid 1 en lid 2; 2.17 Hinderlijke beplanting of voorwerp; 2.45b Lachgasverbod openbare inrichting; 2.51 Kennisgeving exploitatie; 2.53 Verschaffing gegevens nachtregister; 2.57 Vervoer plakgereedschap en dergelijke: lid 1; 2.58 Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal: lid 1 en lid 3; 2.60 Hinderlijk gedrag op of aan de weg: lid 1; 2.60a Hinderlijk voetballen en dergelijke; 2.63 Bouwmaterialen op of aan de weg; 2.66 Verboden gedrag bij of in gebouwen: lid 1 en lid 2; 2.67 Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten; 2.68 Neerzetten van fietsen en dergelijke; 2.69 Overlast van fiets of bromfiets op markt- en kermisterrein en dergelijke; 2.75 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren: lid 2; 2.76 Loslopend vee: lid 1; 2.77 Bijen: lid 1; 2.78 Voederverbod (stads)duiven: lid 1 en lid 2; 2.89a Lachgasverbod; 4.39 Straatvegen; 4.40 Natuurlijke behoefte doen: 5.24 Zwemverbod: lid 1; 5.25 Veiligheid op het water: lid 1; 5.26 Overlast aan vaartuigen: lid 1 en lid 2;
Artikel II Wijziging Toelichting op de Algemene Plaatselijke verordening Vlaardingen 2019 A. Na artikel 2.45a in de Toelichting wordt de toelichting op artikel 2.45b ingevoegd: Toelichting artikel 2.45b Lachgasverbod openbare inrichting Ter bescherming van het milieu, de openbare orde en veiligheid en om overlast en hinder tegen te gaan, is het noodzakelijk om het gebruik van lachgas op openbare plaatsen of op openbaar water te verbieden. De verkoop van lachgas valt mogelijk onder het verbod op kleinhandel in artikel 14 van de Drank- en Horecawet, maar dat verbod geldt alleen voor openbare inrichtingen waar alcoholhoudende dranken tegen betaling worden verstrekt en niet voor horecabedrijven waar alcoholvrije dranken worden verstrekt. In het kader van rechtsgelijkheid en in het belang van de openbare orde en ter bescherming van het milieu is het onwenselijk dat de verkoop van lachgas in slechts een deel van de horeca, namelijk in de alcoholhoudende horeca, is verboden. Daarom is in artikel 2.45b van de APV een verbod op de verkoop, het aanwezig hebben en het gebruik van lachgas in openbare inrichtingen opgenomen. B. Na artikel 2.89 in de Toelichting wordt de toelichting op artikel 2.89a ingevoegd: Toelichting artikel 2.89a Lachgasverbod Lachgas is de gangbare naam voor distikstofmonoxide (N2O) en wordt steeds vaker oneigenlijk als recreatief roesmiddel gebruikt.
Het inhaleren van lachgas zorgt voor een korte en soms sterke roes. Het gebruik van lachgas leidt tot ongewenst en onberekenbaar gedrag: omvallen, bewusteloosheid, slechte concentratie en onoplettendheid, hallucineren. In het verkeer en op straat kan dit tot gevaar leiden en kunnen er ongelukken gebeuren. Doordat lachgas vooral in groepsverband in de openbare ruimte wordt gebruikt, gaat hiervan een dreigende houding uit waardoor omstanders zich onveilig voelen. Het gebruik van lachgas wordt dan als overlast gevend ervaren. Omvallen, duwen en afwijkend gedrag vormt in een menigte of op openbare plaatsen waar publiek aanwezig is een risico voor de openbare orde. Lachgas levert gezondheidsrisico’s en overlast op, zoals gevoelens van onveiligheid onder inwoners, vervuiling, (geluids-) overlast en openbare ordeproblemen op straat. Landelijke wet- en regelgeving omtrent het verbieden van lachgas blijft nog uit. De VNG heeft inmiddels een specifieke bepaling met een verbod op het gebruik van lachgas als roesmiddel opgenomen in de model-APV: ter bescherming van het milieu, de openbare orde en veiligheid en om overlast en hinder tegen te gaan, is het noodzakelijk om de verkoop, het aanwezig hebben en het gebruik van lachgas op openbare plaatsen te verbieden. Tevens is met dit artikel aansluiting gezocht bij diverse gemeenten, waaronder Rotterdam en Schiedam.
Naast het openbare orde en veiligheidsaspect heeft het gebruik van overmatig lachgas gevolgen voor de volksgezondheid. Dit blijkt uit het rapport: CAM-rapport Risicobeoordeling lachgas (november 2019). Het gebruik van lachgas is de laatste jaren toegenomen en ook het aantal meldingen van ernstige gezondheidsincidenten in relatie tot lachgasgebruik neemt toe, zoals brandwonden en verlammingsverschijnselen (dwarslaesie).
Artikel III Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad. Artikel IV Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Vierde wijzigingsverordening van de Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Vlaardingen, gehouden op 20 mei 2021.
De griffier,
De voorzitter,
Jeroen Mimpen
Bas Eenhoorn