Raadsvoorstel wijzing APV deelmobiliteit
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Registratienummer Datum besluit B&W Portefeuillehouder
: 1943334 : 23 mei 2023 : B.T. Bikkers
Vaststelling raadsvoorstel "Wijziging APV voor regulering deelmobiliteit"
Vlaardingen, 23 mei 2023 Aan de gemeenteraad. Welk besluit moet genomen worden? Vaststelling van de ‘Achtste Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019’’ Wat is samenvattend de kern van dit advies? Dit advies heeft betrekking op de introductie van een vergunningsplicht voor het aanbieden van deelmobiliteit in de gemeente Vlaardingen. De "Achtste Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019" beoogt de regulering van deelmobiliteit, waarbij het college de bevoegdheid krijgt om nadere regels vast te stellen, vergunningen te verlenen, en in te trekken. Wat is de aanleiding voor dit advies? Dit advies heeft betrekking op de introductie van een vergunningsplicht voor het aanbieden van deelmobiliteit in de gemeente Vlaardingen. De "Achtste Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019" beoogt de regulering van deelmobiliteit, waarbij het college de bevoegdheid krijgt om nadere regels vast te stellen, vergunningen te verlenen, en in te trekken. Het raadsvoorstel is ingegeven door eerdere overlastervaringen met deelmobiliteit in de openbare ruimte. Dit heeft geleid tot een motie op 10 november 2022, waarin het college de opdracht heeft gekregen om de overlast van deelmobiliteit aan te pakken.
Aangezien deelmobiliteit nog niet lang bestaat in Nederland, zijn de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) van gemeenten hier niet op gebaseerd. Door middel van deze wijzigingsverordening wordt de juridische grondslag vastgelegd om deelmobiliteit te kunnen reguleren. Welk resultaat wordt beoogd? Met dit advies wordt beoogd om een effectieve regulering van deelmobiliteit te bewerkstelligen in Vlaardingen. De "Achtste Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019" beoogt de regulering van deelmobiliteit, waarbij het college de bevoegdheid krijgt om nadere regels vast te stellen, vergunningen te verlenen, en in te trekken. Door het invoeren van een vergunningsplicht en het vaststellen van nadere regels, kan het college adequaat toezicht houden op deelmobiliteitsdiensten en mogelijke negatieve effecten, zoals overlast, gevaar, schade, en aantasting van de openbare ruimte, voorkomen. Indien het college instemt met het voorstel zal op korte termijn een voorstel met nadere regels worden voorgelegd aan het college. Welke argumenten zijn er voor dit advies? Regulering van deelmobiliteit is noodzakelijk om overlast te verminderen en de veiligheid van personen en goederen, evenals de verkeersveiligheid, te waarborgen. Met een vergunningsplicht kan het college controle uitoefenen op deelmobiliteitsaanbieders en overtredingen bestraffen.
Daarnaast kan het college door het opstellen van nadere regels specifieke eisen stellen aan de aanvraagprocedure,
vergunningsduur, aantal voertuigen per vergunning, dienstverleningskwaliteit en de impact op de gemeentelijke mobiliteitsdoelstellingen. Voor de invoering van een vergunningsplicht en het vaststellen van regels is echter een raadsbesluit nodig, waarmee de noodzakelijke juridische basis wordt gelegd. Met de implementatie hiervan wordt tevens voldaan aan de wens van de raad om de overlast veroorzaakt door deelaanbieders effectiever aan te pakken. Wat zijn tegenargumenten of risico’s? Bij het ontwikkelen van de nadere regels en beleidskaders zal rekening moeten worden gehouden met de mogelijke administratieve lasten voor zowel de aanbieders als de gemeente. Er zal gestreefd worden naar een evenwichtige aanpak die innovatie en concurrentie niet onnodig beperkt, maar wel de belangen van de gemeente, de aanbieders en de gebruikers waarborgt. Bovendien zal er bij het opstellen van de regels en kaders zorgvuldig worden gekeken naar de effectiviteit van de regulering en deze zal regelmatig worden geëvalueerd en bijgesteld indien nodig. Waar moet rekening mee worden houden? De invoering van een vergunningsplicht en handhaving van deelmobiliteit vereisen financiële middelen die gedekt zullen worden binnen de bestaande exploitaties.
Deze kosten omvatten onder andere het opzetten en uitvoeren van een vergunningsprocedure, het toezicht op de naleving van de regels en mogelijke handhavingsmaatregelen bij overtredingen. In de toekomst behoort het tevens tot de mogelijkheden om leges in rekening te brengen voor de verstrekte vergunningen, met als doel het realiseren van kostenverlaging.
Bijlagen Naam van de bijlage
Registratienummer Verseon
1.
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,
De burgemeester,
drs. E. Stolk
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen