Raadsvoorstel tot begrotingswijziging gevolgen meicirculaire 2024 vaststellen
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Registratienummer Datum besluit B&W Portefeuillehouder
: 1990370 : 2 juli 2024 : B.T. Bikkers
Raadsvoorstel tot begrotingswijziging gevolgen meicirculaire 2024 vaststellen.
Vlaardingen, 2 juli 2024 Aan de gemeenteraad. Welk besluit moet genomen worden? Begrotingswijziging gevolgen meicirculaire 2024 vaststellen. Wat is samenvattend de kern van dit advies? Begrotingswijziging gevolgen meicirculaire 2024 vaststellen. Wat is de aanleiding voor dit advies? Onlangs is de meicirculaire 2024 verschenen. De meicirculaire informeert de gemeenten over de uitkeringen uit het fonds: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeente. De circulaire wordt uitgebracht door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Financiën. Evenals laatste jaren bieden wij de Raad een raadsvoorstel met een begrotingswijziging gevolgen meicirculaire aan. Na het raadsbesluit kan direct over de diverse uitgavenbudgetten worden beschikt. Welk resultaat wordt beoogd? De begroting 2024 - 2027 en 2025 – 2028 wijzigen vanwege het verwerken van de meicirculaire 2024. Waar moet rekening mee worden houden? De effecten van het uitkeringsjaar 2024 en de bestedingsvoorstellen worden in de meerjarenbegroting 2024 verwerkt. De effecten van de uitkeringsjaren 2025 tot en met 2028 en de bestedingsvoorstellen worden in de meerjarenbegroting 2025 - 2028 verwerkt.
Voor de begroting over de jaren 2024 (+ € 2,7 miljoen), 2025 (- € 0,3 miljoen), 2026 (+ 2,3 miljoen), 2027 (+ 2,8 miljoen) en 2028 (+ € 1,1 miljoen) heeft de meicirculaire deze effecten voor het begrotingssaldo van Vlaardingen. Samenvatting De belangrijkste onderwerpen zijn de bijgewerkte accressen van 2024 tot en met 2028, een incidentele compensatie vanaf 2024 tot en met 2029, diverse taakmutaties, waaronder taakmutatie Besparingsverlies Jeugd. Hieronder ziet u een tabel met de financiële gevolgen van de meicirculaire 2024 op de begrotingssaldi voor de jaren 2024 tot en met 2028. Het uitkeringsjaar 2025 komt positiever uit dan in de Voorjaarsnota verwacht. De jaren 2026 tot en met 2028 komen negatiever uit dan in de Voorjaarsnota verwacht. x € 1.000 Begrotingssaldo 2024 2025 2026 2027 2028 Stand na 1e voortgangsrapportage 2024 -12.379 -88 -1.469 1.492 Effect van de meicirculaire 2024 op het begrotingssaldo 2.720 -297 2.336 2.807 1.063
Stand voor begroting 2025 na meicirculaire 2024
-9.659
-385
867
4.299 *)
1.063 *)
*) NB: In 2027 en 2028 worden er baten verwacht vanuit het MPG van resp. € 11 miljoen en € 0,9 miljoen. Deze baten zijn nog niet in bovenstaand saldo verwerkt. Hierna gaan we in meer detail in op de ontwikkelingen ten opzichte van de decembercirculaire 2023. 1. Mutaties met effect op het begrotingssaldo In onderstaande tabel zijn de mutaties voor de jaren 2024 tot en met 2028 weergegeven die effect hebben op het begrotingssaldo. Tegenover deze baten staan geen directe aanpassingen op budgetten waardoor deze mutaties één op één doorwerken in het begrotingssaldo. Onder de tabel vindt u de inhoudelijke toelichtingen op de mutaties corresponderend met de letter in de laatste kolom van de tabel. Bedragen x € 1.000 - = een nadeel + = een voordeel
Mutaties per uitkeringsjaar (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028 Toelichting
Mutaties met effect op het begrotingssaldo Volume accres historisch Bruto binnenlands product (bbp) -1.348 -1.907 3.653 3.647 3.701 A LPO accres historisch Bruto binnenlands product (bbp) -2.318 -5.353 -6.318 -6.628 -6.436 B Schrappen oploop opschalingskorting 3.034 3.035 3.044 C Incidentele compensatie 3.235 2.929 607 492 389 D BTW compensatiefonds 957 479 479 479 479 E Vrijvallen accrescorrectie 1.686 3.209 863 1.853 0 F Overig 13 109 79 120 107 G Hoeveelheidsverschillen 560 237 -61 -191 -221 H Landelijke Vreemdelingen Voorziening -65 I Totaal effect op het begrotingssaldo 2.720 -297 2.336 2.807 1.063 Verwachting meicirculaire Voorjaarsnota 2024 -1.311 3.997 3.534 3.534 F Verschil meicirculaire 2024 ten opzichte van Voorjaarsnota 1.014 -1.661 -727 -2.471 F Toelichtingen A. Volume accres historisch Bbp Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een Loon- en prijsontwikkeling( Lpo)deel, waarbij het lpo deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. In de meicirculaire 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat de koppeling van het accres aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) per 2024 al is ingevoerd.
Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Door het toepassen van de ontwikkeling van het bbp vanaf 2024 komen de accressen voor de jaren 2024 en 2025 lager uit dan in de Miljoenennota 2023 en vanaf 2026 en verder hoger. B. LPO accres historisch Bbp In de meicirculaire 2024 is het LPO accres eerst geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2024. Vervolgens is de indexatie voor loon- en prijsontwikkeling vanaf 2024 gebaseerd op de prijs bruto binnenlandse product (pbbp). Ten opzichte van de septembercirculaire 2023 zien we een negatieve bijstelling C. Schrappen oploop opschalingskorting
Vanaf 2026 wordt de oploop van deze korting geschrapt. Vanaf 2026 wordt hierdoor € 675 miljoen structureel toegevoegd aan het gemeentefonds. In ruil daarvoor betalen gemeenten eenmalig € 675 miljoen in 2025. Voor Vlaardingen dus ongeveer € 3 miljoen. Deze korting was opgelegd omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. D. Incidentele compensatie In verband met het vervroegen van de gewijzigde bbp-indexatie van 2027 naar 2024 dalen het volume en het LPO accres voor de jaren 2024 tot en met 2029. Voor 2024 wordt dit volledig gecompenseerd en voor 2025 voor ongeveer 50%, zodat een tekort van € 675 miljoen resteert. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats, zodat uiteindelijk voor de gemeenten een positief saldo resteert van € 675 miljoen, gelijk aan het bedrag van het schrappen van de oploop van de opschalingskorting. De indexatie op basis van de cijfers van het Centraal Economisch Plan wordt niet gecompenseerd. E. BTW compensatiefonds In de septembercirculaire 2023 is aan gemeenten een voorschot verstrekt van € 359 miljoen voor onderuitputting van het BTW compensatiefonds. In deze meicirculaire vindt de afrekening plaats van € 214 miljoen. Voor Vlaardingen is dit voor 2024 een voordeel van € 957.000. Dit mag structureel in de begroting opgenomen worden. Voorzichtigheidshalve ramen we vanaf 2025 de helft van dit bedrag ad € 479.000.
In de Voorjaarsnota 2024 was deze post nog niet opgenomen. F. Vrijvallen accrescorrectie In de Voorjaarsnota 2022 is een gedeelte van het verwachte accres gereserveerd om toekomstige tegenvallende accressen te kunnen opvangen. Deze post laten we nu vrijvallen. Ten opzichte van de in de Voorjaarsnota 2024 opgenomen bedragen resteert er voor 2025 een hogere vrijval dan verwacht en voor de jaren 2026 tot en met 2028 een flinke negatievere vrijval dan opgenomen in de Voorjaarsnota 2024. G. Overig Dit betreffen diverse kleine verschillen die niet nader toegelicht behoeven te worden. H. Hoeveelheidsverschillen De hoeveelheidsverschillen worden voornamelijk veroorzaakt door de verwachte groei van het aantal inwoners van Vlaardingen en een afname van de aantallen huishoudens met laag inkomen en inwoners met een laag opleidingsniveau (zoals genoemd in de meicirculaire). Dit heeft op diverse maatstaven effect. De uitkeringsfactor wordt verhoogd vanwege de verwachte landelijke afname van de aantallen bijstandsontvangers, huishoudens met laag inkomen en inwoners met een laag opleidingsniveau. Het totale positieve en negatieve effect ziet u in de tabel. I. Landelijke Vreemdelingenvoorziening Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021.
In afwachting van een mogelijke structurele regeling is de pilot verlengd tot en met 31 december 2024. De middelen aan de gemeenten met een LVV-voorziening worden sinds 2022 verstrekt via een specifieke uitkering. Een gedeelte hiervan wordt bekostigd door een uitname uit het gemeentefonds. Omdat de uitname in 2023 niet heeft plaatsgevonden, zijn in deze circulaire de uitnamen opgenomen voor 2023 (€ 4,4 mln.) en 2024 (€ 10,3 mln.). Vlaardingen heeft geen LVV, zodoende heeft deze uitname uit de algemene uitkering een negatief effect op het begrotingssaldo 1. Mutaties zonder effect op het begrotingssaldo Onderstaande mutaties hebben geen gevolgen voor het saldo van onze meerjarenbegroting. Het betreft budgettair neutrale wijzigingen. Tegenover onderstaande baten worden in de meerjarenbegroting de corresponderende budgetten op de verschillende programma’s aangepast.
Mutaties per uitkeringsjaar (x € 1.000) Mutaties zonder effect het begrotingssaldo Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Correctie extrapolatie participatie Werkdrukverlaging jeugdbescherming Compensatieregeling Voogdij 18+ Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Besparingsverlies Jeugd WMO hulpmiddelen Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid Regenboogsteden Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten omgevingswet
-= een nadeel += een voordeel 2024 2025 2026 2027 2028 Toelichting
219
236
235
248
139
148 154 8
145 151 8
151 157 8
0 31 15 20
15 20
15
-130 20 20 225
261 J 46 K 156 L 162 M 8 N O P Q 15 R S T
Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen 11 Decentralisatie-uitkering Ex ante Impact analyse NPLV 12 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid 324 324 324 324 324 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding 7 Integratie-uitkering Beschermd wonen 747 747 748 748 748 Integratie-uitkering Participatie 940 619 681 676 668 Totaal bedrag budgettair neutrale mutaties algemeen 2.534 2.302 2.327 2.327 2.388
U V W X Y Z
J. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Deze middelen zijn voor 2023 incidenteel aan gemeenten beschikbaar gesteld. De toekenning vanaf 2024 zal structureel plaatsvinden om gemeenten verder in staat te stellen om strategisch en doelgericht te handelen en hun activiteiten uit te breiden zoals het verdubbelen van het gebruik van schuldhulpverlening en het bevorderen van activiteiten om armoede onder kinderen te bestrijden. In 2025 gaat de nieuwe Regionale Visie Armoede en Schulden 2025 – 2028 in. Deze middelen zijn meerjarig nodig om uitvoering te kunnen geven aan het activiteitenplan, zoals het bestrijden van kinderarmoede, vroegsignalering (preventie van schulden) en het vergroten van financiële zelfstandigheid van inwoners door het inzet van regelingen, ontheffingen, trainingen en voorlichting. K. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van BZK en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen Wajong en Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 van de meicirculaire 2022) uitgevoerd.
Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren. Deze middelen zijn nodig om in 2028 verwachte meerkosten op Participatie te kunnen dekken. L. Werkdrukverlaging jeugdbescherming In het bestuurlijk akkoord over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen is afgesproken dat het ministerie van Justitie en
Veiligheid vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 mln. bijdraagt aan deze werkdrukverlaging. De extra middelen voor de werkdrukverlaging jeugdbescherming voor Vlaardingen zijn dit jaar € 139k en lopen de komende jaren op tot circa € 156k. Zoals bekend staat het werk van de jeugdzorg onder druk, waardoor deze extra middelen een wenselijke aanvulling is. De kosten voor de GRJR zijn verhoogd als gevolg van het verlichten van de caseloads bij de jeugdbescherming. Door deze caseloadverlichting zijn meer jeugdbeschermers nodig voor hetzelfde aantal cases, met hogere personeelslasten als gevolg. M. Compensatieregeling Voogdij18+ In de meicirculaire 2022 is het budget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering. Op de integratie-uitkering is een reservering achtergebleven voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Dit restbudget (€ 32,1 miljoen) wordt nu voor 2025 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Deze middelen zijn meerjarig nodig ter dekking van de tekorten op de jeugdzorg. N. Loon- en prijsbijstelling Voogdij 18+ Op de integratie-uitkering Voogdij 18+ was in de ontwerpbegroting 2024 nog een reservering opgenomen voor eventueel nog toe te kennen compensatieregelingen. Over dat budget is loon- en prijsbijstelling toegekend.
Omdat het budget van de reservering in deze circulaire wordt overgeheveld naar de algemene uitkering, wordt ook de toegekende loon- en prijsbijstelling van structureel € 1,7 mln. toegevoegd aan de algemene uitkering. Deze middelen zijn meerjarig nodig ter dekking van de tekorten op de jeugdzorg. O. Compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg Voor het verlenen van de specifieke uitkering compensatieregeling niet beoogde kosten jeugdzorg in 2024 wordt € 60 mln. vanuit het gemeentefonds overgeboekt naar de begroting van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport(VWS). Vanuit de algemene uitkering gaat het om € 27,9 mln. Het overige deel wordt overgeboekt vanuit het restantbudget van de integratie-uitkering Voogdij 18+ (zie ook mutatie IU Voogdij 18+). Dit budget wordt ingezet om gemeenten te compenseren voor de niet beoogde kosten 2022 en 2023 na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. De verwachting is dat deze korting budgettair neutraal is omdat er tegenover deze korting van de algemene uitkering een specifieke uitkering van het Ministerie van VWS ontvangen gaat worden. P. Besparingsverlies jeugd In de meicirculaire 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen.
In de begroting was voor deze inkomsten al een stelpost opgenomen, zodat deze mutatie geen effect heeft op het begrotingssaldo. Q. WMO hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg(Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Daartoe wordt € 4,5 mln. in 2024 en € 6,7 mln. in 2025 overgeboekt naar het gemeentefonds. Deze middelen dienen meerjarig ter dekking van de te verwachten meerkosten als gevolg van het scheiden van wonen en zorg in de Wlz. R. Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen Het betreft hier een actualisatie van de te verdelen middelen. We hebben deze middelen nodig voor de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Binnen het focusthema bestaanszekerheid & armoede van de visie op de transformatie binnen het sociaal domein, zetten we in op armoedebestrijding onder kinderen. Deze middelen zetten we meerjarig in voor het verminderen van het aantal kinderen dat opgroeit in armoede. Bijvoorbeeld door in te zetten op preventie door kinderen al vanaf jonge leeftijd met geld om leren gaan en preventief inzetten op (dreigende) schuldenproblematiek bij jongeren.
S. Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid Regenboogsteden In deze circulaire worden de middelen verdeeld over 55 gemeenten voor de jaren 2024 – 2026. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenderpersonen en intersekse personen. Deze extra middelen zijn meerjarig nodig om de bij het beleidsplan Regenboogstad gemaakte subsidieafspraken te financieren. In dat plan is al rekening gehouden met deze extra middelen. T. Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 71,5 miljoen in 2024 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 80 miljoen in 2025 voor gemeenten. Deze middelen zullen naar verwachting in een volgende circulaire worden toegevoegd aan het gemeentefonds.
Deze uitkering wordt geclaimd voor de uit omgevingsvisie voortvloeiende toepasbare regels inregelen in de IV- Omgevingswet en ZGW, onderzoek organisatie indeling Omgevingswet, onderzoek bouwleges kostendekkendheid inclusief WKB en Omgevingsvisie digitalisering. U. Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel middelen via het gemeentefonds. Vanaf dit jaar krijgen gemeenten middelen om samen met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. De decentralisatie-uitkering maakt het mogelijk om op lokaal niveau maatwerk te kunnen toepassen. De ADV’s kunnen gemeenten aan de hand van hun meldingscijfers adviseren over onderwerpen die hen zijn opgevallen binnen die gemeenten. Hiervoor is in 2024 in totaal € 2,5 miljoen beschikbaar. We willen deze middelen inzetten voor antidiscriminatievoorzieningen, met een focus op het kunnen melden van discriminatie en een vergroting van de veiligheid. Dit wordt zo opgenomen in de Brede Inclusie Agenda. V.
Decentralisatie-uitkering Ex ante Impact analyse Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid(NPLV) Zeventien gemeenten ontvangen in het kader van het interbestuurlijke programma Leefbaarheid en Veiligheid een bijdrage van in totaal € 270.000 voor het uitvoeren van een actualisatie van een eerder uitgevoerde ex ante impactanalyse. Voor elke gemeente is € 12.389 beschikbaar per Stedelijk Focusgebied. Dit bedrag is dekking van de kosten van de impactanalyse in de Westwijk. W. Decentralisatie-uitkering Nationaal actieplan dakloosheid Vanaf 2024 wordt structureel € 55 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd en verstrekt aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen via de Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid. Voor de verdeling aan centrumgemeenten wordt het objectieve verdeelmodel van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang (DUMO) gehanteerd. Dit zijn geoormerkte regionale middelen, bedoeld voor inzet op (de preventie van) dakloosheid in de MVS-regio waar wij centrumgemeente van zijn. De besteding van deze regionale middelen wordt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, dat we nu in MVS-verband aan het opstellen zijn. X. Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding Dit is tweeledig: uitvoering taak Gemeentelijke Onderwijsachterstanden (GOAB).
In Vlaardingen vormgegeven in het Onderwijskansenbeleid. Hierin voorzien we een kwalitatief aanbod en voldoende aanbod voor doelgroepkinderen. Met de toenemende aantallen, is dit extra budget welkom. Anderzijds houdt de gemeente toezicht op de kinderopvang (taak: TOKIN). Stijgende kosten bij de uitvoerder GGD betekent stijgende kosten voor ons als gemeente.
Y. Integratie-uitkering Beschermd wonen Dit betreft de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024 tot en met 2029. Dit zijn geoormerkte regionale middelen, bedoeld voor inzet op beschermd wonen in de MVS-regio waar wij centrumgemeente van zijn. De besteding van deze regionale middelen wordt opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, dat we nu in MVS-verband aan het opstellen zijn. Z. Integratie-uitkering Participatie Dit betreft de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2024 tot en met 2029. Deze middelen zijn nodig om de verwachte meerkosten voor de Wsw te dekken. De cao WSW is opengebroken en verbeterd. De gemeentelijke indexatie is daardoor ontoereikend en moeten we per 2024 verder aanpassen. Stroomopwaarts gaat uit van 1,3% op basis van een reguliere nacalculatie. Het risico is berekend op onderdekking van 2,5% en valt lager uit als de nacalculatie is verwerkt in de bijdrage, maar daarover is nu nog geen zekerheid.
Bijlagen Naam van de bijlage 1. meicirculaire 2024 2. Begrotingswijziging meicirculaire 2024
Registratienummer Verseon 1986025 1986027
Burgemeester en wethouders van Vlaardingen, De secretaris,
De burgemeester,
drs. E. Stolk
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen