Raadsmemo Uitvoeringsprogrammas WZV en BW-MO-VO
Tekst van het document
Bij de uitvoering van deze activiteit zullen de resultaten van activiteit ‘Bouwen aan informele netwerken’ op de voet worden gevolgd.
Realisatie
Met dit programma hebben we in kaart gebracht welke activiteiten we uit willen voeren, dan wel verder uit willen werken. De praktische uitvoering van alle activiteiten en de overlegstructuren die hieraan zijn gekoppeld, moeten nog verder worden uitgewerkt. Deze uitwerking vindt op een later moment plaats en zal separaat voorgelegd worden ter besluitvorming en/of bespreking met de bestuurders van de partners waarmee wordt samengewerkt. Belangrijke uitgangspunten zijn: • Regie op realisatie • Samenwerking met partners • Onderlinge samenwerking MVS-gemeenten Ad 1. Regie op realisatie De regie op realisatie betekent concreet: waarborgen dat activiteiten worden opgepakt, dat concrete projecten worden opgestart en gemonitord en dat beoogde resultaten worden bereikt, dan wel opdrachten worden bijgesteld wanneer dat nodig is. Daarnaast is het van belang dat de uitvoering plaatsvindt in samenhang met het (regionale en lokale) beleid dat al is ontwikkeld.
gesproken. Bij de realisatie van de diverse activiteiten zullen we eveneens nauw samenwerken. Vraagstuk is daarbij hoe we de voortgang van realisatie met de partners bespreken, om onder andere gezamenlijk bij te stellen, keuzes te maken en dergelijke. Dit op een wijze waarop de belasting van eenieder beperkt blijft. Wenselijk is dit niet alleen op ambtelijk niveau te doen, maar ook op bestuurlijk niveau. Ook hier geldt: samenhang tussen de diverse programma’s is van belang en moet ook in deze afstemming worden gewaarborgd. De wijze en frequentie van overleg gaan we samen met de partners verder uitwerken, waarbij het van belang is dat partners zowel bestuurlijk als ambtelijk betrokken en geïnformeerd blijven. Ad 3. Onderlinge samenwerking MVS-gemeenten De onderlinge samenwerking tussen de MVS-gemeenten wordt uitgewerkt in een Samenwerkingsovereenkomst. Enige tijd geleden is al een start gemaakt met een concept overeenkomst. Met de informatie uit de Regiovisie en het Uitvoeringsprogramma kan dit concept worden voltooid en bestuurlijk vastgesteld.
De gemeente Vlaardingen heeft hiertoe een programmamanager aangesteld die zich, met betrekking tot BW, MO en VO richt op de regie op de realisatie (in samenhang) van voorliggend plan, de regiotaken, het (gezamenlijke) beleid en de financiën. Ad 2. Samenwerking met partners Het waarborgen van commitment en samen optrekken met partners bij de realisatie van het uitvoeringsprogramma is belangrijk. Tijdens het totstandkomingsproces hebben we veel met partners
24
25
7
Bijlagen
7.1
Overzicht betrokken partners
GGZ Delfland
Schiedamse inloophuizen
Hef wonen
Senioren Welzijn
Homeflex
Stay 21
Inclusia
Stichting Elckerlyc
Ipse de Bruggen
Stichting Herman Frantsenhuizen
Jados
Stichting J&S Projecten
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond
Stichting Samenwerking
Kinderopvang Mundo
STOED
Komkids kinderopvang
Stroomopwaarts
Leger des Heils
Timon
Maasdelta
Tradiro
Mevis
VBBM
Middin
Veilig Thuis
Minters
Waterweg Wonen
NAS Rotterdam
Wijkcentrum De Erker
New Life Living
Wijkmanager Holy Vlaardingen
Ontmoeting Pameijer
Woondroom Maassluis
Parnassia Groep
Woonplus
Participatieraad Schiedam
WOT Schiedam
Philadelphia
Yulius
Fier
Politie
Zero & Sano
Gapph Vastgoedbeheer
Pret in Herstel
Zorgorganisatie Eerste Lijn
Gemiva-SVG
Rogplus
ZorgSamen MVS
Het voorliggende uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen in samenwerking met onze partners. Deze partners zullen ook weer nauw betrokken zijn bij de verdere uitwerking en uitvoering. Onderstaande partners zijn betrokken geweest bij het totstandkomingsproces.
Organisatie Adviesraad Sociaal Domein Maassluis Adviesraad Sociaal Domein Schiedam (Partcipatieraad) Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen Arosa-ZHZ ASVZ Buurt-Vrouw CJG CO-loket Directzorg Vlaardingen DSW Enver
26
7.2 Lijst met gebruikte afkortingen
Afkorting
Betekenis
AVG
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Bw
Beschermd wonen
CO (loket)
Centraal Onthaal (loket)
DSW
Zorgverkeraar/zorgkantoor
GGz
Geestelijke gezondheidszorg
HGKM
Huiselijk Geweld en Kindermishandeling
IHT
Intensive Home Treatment
IO
Integrale Ouderenzorg
MO
Maatschappelijke opvang
MVS
Maassluis, Vlaardingen, Schiedam
Q1 (Q2, Q3, Q4)
1e kwartaal
SUWR
Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond
VO
Vrouwenopvang
VT
Veilig Thuis
Wlz
Wet langdurige zorg
WZV
Woonzorgvisie
27
Uitvoeringsprogramma beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang 2024 -2027
Uitvoeringsprogramma wonen, welzijn en zorg voor aandachtsgroepen
2024 - 2027
1
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Totstandkoming 1.3 Leeswijzer
3 3 4
5. Leefbare buurten 5.1 Toelichting 5.2 Inhoudelijke activiteiten 5.2.1 Activiteit 1: Duiden wat leefbare buurten zijn 5.2.2 Activiteit 2: Verbeteren samenwerking in de wijk
2. Wonen, met zorg 2.1 Toelichting 2.2 Activiteiten 2.2.1 Activiteit 1: Overzicht en inzicht 2.2.2 Activiteit 2: Vertaling naar realisatie
5.2.3 Activiteit 3: Onderzoeken mogelijkheden community
5 5 6 8
wonen en verankering van afspraken 2.2.3 Activiteit 3: Realisatie dekkend
9
zorglandschap 2.2.4 Activiteit 4: Borgen goede afstemming wonen,
11
welzijn en zorg
3. In-, door- en uitstroom 3. 1 Toelichting 3.2 Activiteiten 3.2.1 Activiteit 1: Aanbod 18-27 jarigen 3.2.2 Activiteit 2: Uitstroom met zorg 3.2.3 Activiteit 3: Ketensamenwerking
4. Preventie 4.1 Toelichting 4.2 Inhoudelijke activiteiten 4.2.1 Activiteit 1: Versterken wijkteams 4.2.2 Activiteit 2: Bouwen aan informele netwerken 4.2.3 Activiteit 3: Vormgeven terugvalpreventie 4.2.4 Activiteit 4: Bouwen aan informele netwerken
2
12 12 12 12 14 15 15 15 16 17 18
21 21 21 23 24
care voor uitdagende wijken
6. Overige aandachtsgroepen 6.1 Statushouders 6.2 Studenten 6.3 Arbeidsmigranten 6.4 Woonwagenbewoners 6.5 Oekraïense vluchtelingen 7. Realisatie 7.1 Inleiding 7.2 Uitwerking
26 26 26 26 26
7.2.2 Samenwerking met partners
27 27 27 28
8. Bijlagen 8.1 Overzicht betrokken partners 8.2 Lijst met gebruikte afkortingen
30 30
7.2.1 Regie op realisatie
Inleiding 1.1 Aanleiding In 2024 is in MVS-verband een regiovisie beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang (BW/MO/VO) ontwikkeld en door de drie gemeenteraden vastgesteld. Ook hebben de gemeenten Maassluis en Vlaardingen een Woonzorgvisie (WZV) voor aandachtsgroepen vastgesteld. Vanuit beide visies is de wens de kaders te vertalen naar concrete activiteiten die in de komende jaren opgepakt worden. Om die reden is zowel voor de Regiovisie BW/ MO/VO als de WZV voor aandachtsgroepen een uitvoeringsprogramma opgesteld. In de woonzorgvisie en bijbehorend uitvoeringsprogramma wordt ingezoomd op zestien landelijk gedefinieerde aandachtsgroepen (zie onderstaand kader1). Belangrijke aandachtsgroepen binnen deze zestien zijn o.a. inwoners zonder vaste verblijfplaats, dakloze mensen met een opvangvoorziening, slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel en uitstromers uit beschermd wonen. In het ‘Uitvoeringsprogramma BW/MO/VO’ is de vertaling gemaakt van de kaders van beide visies naar activiteiten voor deze vier aandachtsgroepen. Voorliggend document is een uitbreiding op dit Uitvoeringsprogramma BW/MO/ VO en gaat over de andere aandachtsgroepen. Samen met het Uitvoeringsprogramma BW/MO/VO geldt dit uitvoeringsprogramma als de concrete uitwerking van de WZV aandachtsgroepen.
1.2 Totstandkoming Dit uitvoeringsprogramma is, evenals beide visies, tot stand gekomen in nauwe samenwerking met onze partners in het veld. De input vanuit de praktijk is onmisbaar om tot een realistisch en effectief programma te komen voor de komende jaren. Om die reden zijn er diverse bijeenkomsten en gespreksrondes geweest om ideeën te verzamelen. Nadat deze input verwerkt was tot een concept uitvoeringsprogramma, is het concept getoetst bij zowel ambtelijke als bestuurlijke vertegenwoordiging van onze partners. Het definitieve programma is daarmee een gezamenlijk programma van zowel gemeenten als partners en inwoners. In bijlage 8.1 is een lijst opgenomen van de bij dit traject betrokken partners.
3
1.3 Leeswijzer
* De pijlers zijn:
In de woonzorgvisie aandachtsgroepen zijn de kaders geformuleerd in de vorm van vier pijlers en bijbehorende doelen. In de regiovisie BW/MO/VO wordt dit gedaan aan de hand van speerpunten en ambities. We hebben dit in beide uitvoeringsprogramma’s nu uniform vertaald naar de volgende vier thema’s:
1. Integrale volkshuisvesting 2. Passende zorg en welzijn 3. Samenwerking en verbinding 4. Inzicht en overzicht
1. Wonen, met zorg; 2. In-, door- en uitstroom; 3. Preventie; 4. Leefbare buurten, inclusief veiligheid.
1. Er is voldoende, passende huisvesting voor de doelgroep met voldoende algemene voorzieningen toegankelijk voor (vroeg)signalering; 2. De mogelijkheden tot participatie voor kwetsbare inwoners vergroten we verder en normaliseren we; 3. Er is gezamenlijke verantwoordelijkheid bij de ketenpartners; 4. We betrekken ervaringsdeskundigheid en cliëntparticipatie bij onder andere het ontwikkelen van beleid; 5. Tenslotte volgt nog een aantal afrondende hoofdstukken waarin de uitvoering van het programma wordt toegelicht.
Onderstaande tabel laat zien hoe de thema’s verbonden zijn met de pijlers van de woonzorgvisie aandachtsgroepen en de integrale speerpunten van de regiovisie BW/MO/VO. Thema
Koppeling met pijlers woonzorgvisie*
Koppeling met speerpun-ten regiovisie BW/ MO/VO**
Woon/bouwopgave, met (tussen) woonvormen en benodigde ondersteuning
Pijler 1 – 4
Speerpunt 1 – 3 en 5
In-, door- en uitstroom
Pijler 2 – 4
Speerpunt 2 – 3
Preventie
Pijler 2 – 4
Speerpunt 2 – 4
Leefbare buurten, inclusief veiligheid
Pijler 1 – 4
Speerpunt 2 – 3
** De speerpunten zijn:
De vier thema’s zijn in dit uitvoeringsprogramma vertaald naar afzonderlijke hoofdstukken, waarin de thema’s uitgewerkt en geconcretiseerd zijn. Elk hoofdstuk bevat een korte toelichting en een opsomming van de inhoudelijke activiteiten, waar nodig aangevuld met het overkoepelende onderwerp ‘Samenwerking’. Tenslotte volgt nog een aantal afrondende hoofdstukken, waarin de uitvoering van het programma en de financiële aspecten worden toegelicht. Voor elke activiteit is een kartrekker benoemd. Het is de rol van de kartrekker om te organiseren, faciliteren en ondersteunen. Dat houdt ook in dat de kartrekker niet degene of de partij is die alle besluiten neemt of alle
acties uitvoert; besluitvorming en uitvoering vinden in onderlinge afstemming plaats. Concreet: de gemeente Vlaardingen is vaak als kartrekker benoemd vanwege haar rol als centrumgemeente. Echter, uitwerking en besluitvorming zullen in breder verband (met in ieder geval gemeente Maassluis) plaatsvinden. Dit uitvoeringsprogramma is dynamisch. We zullen dit uitvoeringsprogramma elke twee tot drie jaar ‘updaten’ zodat het aansluit bij eventuele nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, welzijn en zorg en/of omdat acties zijn voltooid, dan wel doelen uit het programma zijn bereikt. Door middel van deze update wordt geborgd dat het programma actueel blijft. Om bovenstaande reden richt dit uitvoeringsprogramma zich in eerste instantie op de periode januari 2025 tot en met december 2027. Bij het behandelen van de thema’s komen alle aandachtsgroepen aan bod. Tegelijk is het van belang hier nog te melden dat er een aantal aandachtsgroepen is waarvoor in veel mindere mate een ondersteuning- en/ of zorgbehoefte geldt. Dit zijn de aandachtsgroepen statushouders, studenten, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en Oekraïense vluchtelingen. Voor deze aandachtsgroepen bestaat reeds een palet aan lopende initiatieven waar vanuit beide visies niet veel aanvulling op nodig is. Om die reden komen deze aandachtsgroepen met name aan bod bij thema 1 en niet zozeer bij de andere thema’s.
Verder lichten we deze aandachtsgroepen in hoofdstuk 6 nog kort toe, met als doel een goed beeld en overzicht te geven van wat we nu reeds voor deze doelgroepen (moeten) doen.
Bron: programma ‘Een thuis voor iedereen’.
1
4
Wonen, met zorg 2.1 Toelichting Om goed tegemoet te kunnen komen aan de woonbehoefte van aandachtsgroepen nu en in de toekomst, is het van belang deze behoefte scherp in beeld te hebben. In de woonzorganalyse, behorend bij de woonzorgvisie, is een aanzet gedaan om de toekomstige behoefte in beeld te krijgen. Deze aanzet moet nu worden verdiept tot een prognose van de woningbouwopgave voor de verschillende aandachtsgroepen. Met een goed beeld van de vraag is het vervolgens het doel om ook te zorgen voor het woningaanbod dat nodig is om deze aandachtsgroepen te kunnen huisvesten. Daarnaast is het van groot belang niet alleen de woningbehoefte, maar ook de zorg- en ondersteuningsbehoefte voor de verschillende typen woningen en woonvormen in beeld te krijgen.
2.2 Activiteiten Deze paragraaf benoemt en bespreekt de activiteiten die bij dit thema horen en die in de komende periode opgepakt zullen worden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inhoudelijke activiteiten en activiteiten specifiek gericht op onderwerp ‘Samenwerking’. Elke activiteit wordt concreet uitgewerkt in tabelvorm.
5
2.2.1
Activiteit 1: Overzicht en inzicht
Uitvoering activiteit 1: Overzicht en inzicht Toelichting
We bouwen allereerst ‘van onderaf’ een lokaal en subregionaal beeld op van huidige en toekomstige huisvestingsbehoefte aandachtsgroepen. Dit inzicht wordt gebruikt als basis in het regionale proces ten behoeve van verrijking woondeals (voorzien in 2025). Binnen het (toekomstig) aanbod hebben we in ieder geval aandacht voor: • Moeder-kindhuizen voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten • Ouderen binnen de aandachtsgroep inwoners met een beperking • Jongeren met (verlengde) jeugdhulp • Woon-zorgaanbod voor jongvolwassenen • Huisvesting van mensen met ggz- en/of verslavingsproblematiek • ‘Draaideurcliënten’ • Economisch daklozen
Relevante aandachtsgroepen2
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers detentie en instellingen klinische ggz en forensische zorg 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz doelgroep
Doel
Een stevige basis leggen om gegronde keuzes en prioriteiten te kunnen stellen over betaalbare huisvesting en spreiding van aandachtsgroepen, met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding.
Resultaten
1. Een cijfermatig overzicht van de huidige en toekomstige vraag, inclusief een lijst van mogelijke wensen/eisen met betrekking tot concrete locaties in Maassluis en Vlaardingen. 2. Kwantitatief inzicht in actuele wachtlijsten voor betaalbare woningen. 3. Overzicht van demografische ontwikkelingen.
Wanneer in de tabellen gesproken wordt over ‘Relevante aandachtsgroepen’ betekent dit altijd een aanvulling op de aandachtsgroepen inwoners zonder vaste verblijfplaats, dakloze mensen met een opvangvoorziening, slachtoffers huiselijk geweld of mensenhandel en uitstromers uit Beschermd Wonen (aangezien deze aandachtsgroepen worden behandeld in het Uitvoeringsprogramma BW/MO/VO), tenzij specifiek aangegeven.
2
6
Uitvoering activiteit 1: Overzicht en inzicht Hoe
Stap 1: inventariseren Uitvraag bij zorgorganisaties, mét onderbouwing: • Wat is de woonvraag voor uw aandachtsgroep nu en voor de toekomst? • Waar zit op de mismatch, nu en voor de toekomst (intramuraal, extramuraal, beschermd/begeleid wonen)? • Zijn er – gezien de aandachtsgroep – specifieke aandachtspunten met betrekking tot locaties/vastgoed? • Beschrijf de kansen en risico’s. Andere instrumenten die gebruikt zullen worden om dit overzicht (continue) te verrijken, zijn: 1. Ethos-telling MO 2. Startfoto BW 3. Uitkomsten woonzorganalyse 4. Uitvraag wachtlijsten Stap 2: opbouwen beeld • • • •
Opbouw van het beeld allereerst per organisatie, vervolgens per aandachtsgroep, daarna over aandachtsgroepen heen tot een totaalbeeld van de opgave. Verrijking van dit beeld met uitkomsten Ethos-telling (MO), startfoto (BW) en overzicht van de wachtlijsten voor woningen Toetsen van landelijke cijfers op basis van het lokale/subregionale beeld Bepalen van keuzes, dilemma’s en mogelijke prioriteiten die uit dit beeld voortkomen.
Wanneer
Q4 2024 – Q2 2025
Doel
• • • • • •
Wie heb je nodig
Vervolgonderzoek: zorgorganisaties Ethos-telling: Kansfonds, Hogeschool Utrecht, diverse organisaties BW: Rogplus, zorgaanbieders, transitieteam Locatieonderzoek: wonen, de Elementen, team projecten Vlaardingen Wachtlijsten: zorginstellingen, Rogplus, CO Loket, zorgpartijen VO, zorgcoördinator Mensenhandel, Veilig thuis, Wijkteams, DSW (zorgverzekeraar/zorgkantoor) etc. Ervaringsdeskundigen
1. Vervolgonderzoek: gemeente Vlaardingen 2. Ethos-telling: gemeente Vlaardingen 3. Startfoto BW: Transitieteam 4. Uitkomsten woonzorganalyse: gemeente Vlaardingen 5. Uitvraag wachtlijsten: gemeente Vlaardingen
7
Uitvoering activiteit 1: Overzicht en inzicht Wie is kartrekker
1. Vervolgonderzoek: gemeente Vlaardingen 2. Ethos-telling: gemeente Vlaardingen 3. Startfoto BW: Transitieteam 4. Uitkomsten woonzorganalyse: gemeente Vlaardingen 5. Uitvraag wachtlijsten: gemeente Vlaardingen
Bijzonderheden en opmerkingen
Het inventariseren van de subregionale opgave is noodzakelijk om voldoende handvaten te hebben voor het uitwerken van beleid en maken van keuzes ten aanzien van deze opgave. Landelijk en provinciaal worden, mede in het kader van de beoogde Wet versterking regie volkshuisvesting, ook cijfers opgesteld voor huisvesting van aandachtsgroepen. Bij het opstellen van dit uitvoeringsplan is de planning om de lokale/subregionale cijfers in het eerste kwartaal van 2025 tegen elkaar af te zetten en van daaruit tot gezamenlijke opgave én afspraken over ‘fair share’ te komen.
2.2.2
Activiteit 2: Vertaling naar realisatie wonen en verankering van afspraken
Uitvoering activiteit 2: Vertaling naar realisatie wonen en verankering van afspraken
8
Toelichting
Vanuit de woon-/bouwopgave maken we de vertaling naar het aantal en soort woningen dat we op de korte, middellange en lange termijn nodig hebben, met oog voor een juiste spreiding binnen onze gemeenten en met oog voor de wijken, regionale en bovenregionale spreiding. Dit leidt tot een concrete (fysieke) vertaling en bijbehorende planvorming en wordt per gemeente verankerd in de prestatieafspraken met woningcorporaties en zorgorganisaties en waar nodig in het lokale woningbouwprogramma. Dat betekent dat we concreet afspraken maken met partijen over wie welk deel van de opgave (dat wil zeggen het aantal en soort woningen per aandachtsgroep) gaat realiseren. We willen daarbij ook oog houden voor de draagkracht van de wijk en de bewoners (zie hiervoor ook leefbaarheid in de wijk).
Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers detentie en instellingen klinische ggz en forensische zorg 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz doelgroep
Doel
Het realiseren van voldoende passende en betaalbare woningen en woonvormen voor de aandachtsgroepen.
Resultaten
1. Vertaling van woonbouwopgave naar concrete planvorming voor realisatie van de huisvesting. 2. Verankering opgave binnen prestatieafspraken met woningcorporaties en zorgorganisaties.
Uitvoering activiteit 2: Vertaling naar realisatie wonen en verankering van afspraken Hoe
Stap 1: vertaling van opgave naar planvorming Vertalen van de woonbouwopgave naar concrete fysieke vertaling. Wat gaan we op welke locatie realiseren en op welke termijn is dat haalbaar? Welke organisatie heeft daarbij welke rol? Wat moeten we vanuit de opgave verankeren in de gemeentelijke woningbouwprogrammering voor nieuwbouw? Stap 2: afspraken maken en borgen / verankeren Vanuit planvorming met partners tot concrete afspraken komen en deze borgen in o.a. prestatieafspraken en woningbouwprogrammering.
Wanneer
Q4 2024 – Q4 2026
Wie heb je nodig
• • • • •
Wie is kartrekker
Vlaardingen, afdeling wonen
Bijzonderheden en opmerkingen
Deze activiteit loopt parallel aan de inventarisatie bij activiteit 1. Het ontwikkelen van plekken kost immers ook tijd.
2.2.3
Woningcorporaties Zorgorganisaties MVS-gemeenten DSW (zorgverzekeraar/zorgkantoor) Gemeenten in breder verband – Rotterdam etc.
Activiteit 3: Realisatie dekkend zorglandschap
Uitvoering activiteit 3: Realisatie dekkend zorglandschap Toelichting
Met betrekking tot het zorglandschap willen we een zo evenredig mogelijke spreiding van het zorgaanbod over de regio, met behoud van de kwaliteit van zorg. Daarnaast wordt vanuit de verschillende beleidsterreinen een aantal zogenaamde tussenvormen (bijvoorbeeld Beschermd Thuis en Housing First) gecreëerd waarover we separate afspraken maken met woningcorporaties en zorgaanbieders. Tijdens de participatiebijeenkomsten is naar voren gekomen dat het vooral belangrijk is om niet te veel diversiteit te zoeken in de woonvormen, maar de benodigde variatie vooral te creëren in de begeleiding.
Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
• •
Evenredige spreiding van nieuwe voorzieningen over MV-regio Creëren tussenvormen, zodat het zorgaanbod meer op maat ingevuld kan worden.
9
Uitvoering activiteit 3: Realisatie dekkend zorglandschap Resultaten
1. Nieuwe locatie voorzieningen of aanpassen bestaande voorzieningen 2. Housing First vanaf 2025 realiseren, waarbij we de doelgroep met meeste kans van slagen nog nader definiëren. Streven is hiervoor regionaal 10 huizen beschikbaar te maken. 3. Beschermd Thuis: beschrijving en invulling nieuw product 4. Afspraken met zorgaanbieders 5. Diversiteit in begeleiding
Hoe
•
•
• • • •
10
Aan de hand van de uitkomsten actie 1, samen met zorgaanbieders (bestaande en nieuwe) en woningcorporaties kijken wat er nu is aan locaties en wat gewenst is, nu en in de toekomst. Projectgroep Housing First instellen na goedkeuren subsidieaanvraag Leger des Heils. Projectplan opstellen. Overstijgend bekijken of huur/zorg in de hele regio kan. Samen met MVS-gemeenten, aanbieders en Rogplus product Beschermd Thuis uitwerken. Traject om tot nieuwe contractafspraken te komen met BW-aanbieders in bestaande ‘Open House’ constructie. Subsidievoorwaarden aanscherpen en, waar nodig, wijzigen. Na afronden van activiteit 1 en 2 in gesprek met woningcorporaties en zorgpartijen om de plannen op te nemen in de prestatieafspraken en subsidievoorwaarden.
Wanneer
Q1 2025 – Q3 2027
Wie heb je nodig
• • • • •
Wie is kartrekker
1. Nieuwe locatie voorzieningen of bestaande locaties aanpassen: gemeente Vlaardingen 2. Housing First: Leger des Heils/projectgroep 3. Beschermd Thuis: gemeente Vlaardingen 4. Afspraken met zorgaanbieders: gemeente Vlaardingen 5. Diversiteit in begeleiding: gemeente Vlaardingen
Bijzonderheden en opmerkingen
Vlaardingen is kartrekker vanuit de rol als centrumgemeente. De uitwerking en besluitvorming gebeurt in onderling overleg met de MVS-gemeenten.
Woningcorporaties Zorgpartijen MVS-Gemeenten DSW (zorgverzekeraar/zorgkantoor) Rogplus
2.2.4
Activiteit 4: Borgen goede afstemming wonen, welzijn en zorg
Uitvoering activiteit 4: Borgen goede afstemming wonen en zorg Toelichting
Hoewel we de afgelopen jaren goede stappen hebben gezet waar het gaat om de samenwerking tussen wonen en zorg, is het nog geen vanzelfsprekendheid. We moeten alert zijn en blijven dat we elkaar voeden met kennis en informatie en de samenwerking en afstemming goed borgen.
Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
Door middel van integrale afstemming tussen de woon- en zorgpartijen komen tot een passend aanbod van woningen en/of woonvormen voor de verschillende aandachtsgroepen. Daarnaast voor een passend zorg-/ondersteuningsaanbod bij deze woningen/ woonvormen en de wijken.
Resultaten
Een vaste overlegstructuur, zowel ambtelijk als bestuurlijk, tussen wonen, welzijn en zorg op verschillende niveaus.
Hoe
1. Het organiseren van structureel overleg over bijvoorbeeld: • Periodieke afstemming tussen partijen over landelijke en regionale ontwikkelingen; • Afstemming over casuïstiek; • Afstemming over (de aanwezigheid van en het verbeteren van) wachtlijsten; • Samenwerking met betrekking tot de totstandkoming van prestatieafspraken; • Jaarlijkse netwerkbijeenkomst; • Bij nieuwe projecten van wonen maken zorgaanbieders en/of ambtenaren sociaal domein deel uit van de projectgroep; • Welzijns- en zorgaanbieders betrekken de afdeling wonen sneller bij nieuwe initiatieven en/of benodigde uitbreiding. 2. Actualisatie van het MVS overleg éénroute voor aansluiting op Rotterdam. 3. Behoud casuïstiek overleg bij escalatie, waar sprake is van geen of onvoldoende zorg of ondersteuning
Wanneer
2025 t/m 2027
Wie heb je nodig
• • • • • •
Wie is kartrekker
Vlaardingen
Bijzonderheden en opmerkingen
Vlaardingen is kartrekker vanuit de rol als centrumgemeente. De uitwerking en besluitvorming gebeurt in onderling overleg met de MVS-gemeenten.
Woningcorporaties Welzijnsorganisaties Zorgpartijen Gemeenten Zorgkantoor/zorgverzekeraar Ervaringsdeskundigheid
11
In-, door- en uitstroom 3.1 Toelichting Over het totaal van de aandachtsgroepen zijn veel diverse voorzieningen waar mensen (tijdelijk) kunnen wonen c.q. verblijven. Binnen deze voorzieningen is sprake van raakvlakken: uitstroom uit de ene voorziening kan instroom in de andere voorziening betekenen of uitstroom naar een zelfstandige woning. Het thema gaat over de instroom, doorstroom en uitstroom voor de relevante aandachtsgroepen met bijbehorende beschikbare voorzieningen en richt zich op het oplossen van de knelpunten die in deze keten(s) bestaan.
3.2.2
Activiteit 2: Uitstroom met zorg
Uitvoering activiteit 2: Uitstroom met zorg Toelichting
Wanneer cliënten uitstromen uit een intramurale setting krijgen zij over het algemeen urgentie via de SUWR (Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond). Hierbij zijn, naast Vlaardingen, Maassluis en Schiedam ook Rotterdam en Capelle aan den IJssel aangesloten. Het nazorgtraject in de MVS-regio wordt verzorgd door ZorgSamen MVS.
3.2 Activiteiten
Het knelpunt is dat niet alle zorgaanbieders in de regio zijn aangesloten bij de SUWR en/of ZorgSamen MVS. Dat betekent dat cliënten ook via andere wegen woningen aangeboden kunnen krijgen, waardoor het proces van nazorg niet of niet goed wordt opgestart, dan wel er geen aanvullende afspraken worden gemaakt die het zijn van een goede buur en goede huurder waarborgen.
Deze paragraaf benoemt en bespreekt de activiteiten die bij dit thema horen en die in de komende periode opgepakt zullen worden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen inhoudelijke activiteiten en activiteiten specifiek gericht op onderwerp ‘Samenwerking’. Elke activiteit wordt concreet uitgewerkt in tabelvorm. 3.2.1
12
Op dit moment wordt de verordening voor de SUWR aangepast. De MVS-gemeenten zijn betrokken bij de invulling van de nieuwe verordening.
Activiteit 1: Aanbod 18-27 jarigen
Voor de concrete uitwerking van deze activiteit verwijzen we naar het hieraan verbonden Uitvoeringsprogramma regiovisie BW/MO/VO, aangezien de relevante aandachtsgroep vanuit de WZV (uitstromers uit jeugdhulp) mee is genomen in die uitwerking. Het is wél van belang de uitvoering van deze activiteit ook vanuit de WZV te monitoren en te borgen dat er expliciet aandacht is en blijft voor de aandachtsgroep uitstromers uit jeugdhulp.
De uitstroom uit zorg verloopt op dit moment niet altijd soepel, omdat de afspraken en bepalingen rondom nazorg in de regio niet eenduidig zijn.
De contracten voor Zorgsamen zijn recentelijk verlengd. We gaan samen met de betrokken partijen kijken wat er nodig is om dit proces te stroomlijnen en tot sluitende afspraken te komen die een goede en duurzame uitstroom waarborgen. Hoe
1. Uitstromers uit detentie 2. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 3. Wlz/ggz 4. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Wanneer
Het realiseren van een blijvend passend zorgaanbod voor inwoners, door middel van: 1. Het laten aansluiten van de uitvoering op beleidsregels omtrent urgentieverlening. 2. Het maken van betere afspraken over nazorgtrajecten in MVS- en SUWR-verband. 3. Het verbeteren van de éénroute-regeling.
Uitvoering activiteit 2: Uitstroom met zorg Resultaten
• • •
Hoe
• • • • • • •
Input nieuwe verordening woonruimtebemiddeling regio Rijnmond op passende/recente urgentieregels Betere aansluiting MVS, ZorgSamen MVS en SUWR Goede afspraken nazorg MVS-regio Deelname overleg SUWR – ZorgSamen MVS – MVS-gemeenten (loopt al). Dit verder uitbreiden. BW, MO en VO: hele nazorgtraject in kaart brengen en verbeterpunten aanwijzen. BW: nazorg verwerken in nieuwe inkoop/bouwstenen MO en VO: nazorg verwerken in nieuwe subsidieafspraken en mogelijk inkoop. In kaart brengen van de knelpunten binnen de éénroute-regeling en het gefaseerd oppakken van deze knelpunten. Meer specifiek kijken naar de randvoorwaarden voor uitstroom: dagbesteding, herstelacademie, inzet van het netwerk. Nadruk op normaliseren.
Wanneer
Q1 2025 tot en met Q4 2026
Wie heb je nodig
SUWR ZorgSamen MVS Wijkteams Woningcorporaties Rogplus Gemeenten (inclusief Rotterdam en Capelle a/d IJssel) DSW (zorgverzekeraar/zorgkantoor) Domeinen Sociaal, Wonen en Veiligheid van deze gemeenten. Zorgpartijen
Wie is kartrekker
1. SUWR voor nieuwe verordening 2. Rogplus voor afspraken ZorgSamen MVS 3. Vlaardingen voor nieuwe afspraken MO en VO
13
3.2.3
Activiteit 3: Ketensamenwerking
Uitvoering activiteit 3: Ketensamenwerking
14
Toelichting
Waar het gaat over in-, door- en uitstroom, de kernprocessen van zorg en begeleiding, is een goede ketensamenwerking (soms letterlijk) van levensbelang. We constateren dat deze samenwerking op verschillende vlakken verdere uitwerking, uitbreiding en/of verbetering behoeft. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om: • Samenwerking VT en wijkteams • Samenwerking VT en zorgpartijen • Samenwerking VT en gemeenten • Samenwerking gemeenten en zorgkantoor • Aanpak verwarde personen • Gebruik meldcode bij geweld in afhankelijkheidsrelaties • GGZ en verslavingszorg • Vroegsignalering (ook bij preventie) • Buurregio’s (voor warme overdracht) • Verbinding 0e- lijn (welzijn) met 1e- en 2e lijn/geëscaleerde zorg • Warme overdracht
Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
Komen tot een effectieve en efficiënte samenwerking om de in-, door- en uitstroom te optimaliseren.
Resultaten
1. Goede procesafspraken en inzicht en overzicht van taken en verantwoordelijkheden. 2. Betrokken ketenpartners kennen elkaar en weten elkaar te vinden. 3. Partners nemen deel aan periodieke overleggen waar hun inbreng wenselijk en noodzakelijk is.
Hoe
• • • • • • • •
Wanneer
Doorlopend
Wie heb je nodig
Alle partners binnen deze ketensamenwerkingen.
Wie is kartrekker
Vlaardingen is kartrekker vanuit de rol als centrumgemeente. De uitwerking en besluitvorming gebeurt in onderling overleg met de MVS-gemeenten.
In kaart brengen huidige ketensamenwerkingen Afspraken maken over verbeteringen ketensamenwerking Link met activiteit 4 in hoofdstuk 3; Samenwerking. Deskundigheidsbevordering Wijkteams (0-100) Implementatie afspraken Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Afspraken buurtregio’s over o.a. gebruik van regionale versus lokale voorzieningen Totaaloverzicht in de regio op directe bemiddelingen in verband met beperkte voorraad Procesafspraken opnieuw bekijken, structureel herijken en vastleggen.
Preventie
4.2.1
Activiteit 1: Versterken wijkteams
Uitvoering activiteit 1: Versterken wijkteams 4.1 Toelichting
Toelichting
Dit thema gaat over het beperken van de instroom in maatwerkvoorzieningen, het voorkomen van escalatie (bij psychiatrische problematiek, geweld in relaties, verslaving), het versterken van de eigen kracht, het informele netwerk, vroegsignalering en het afschalen van zorg. Van klinische zorg naar het sociale domein en van de eerste en tweede naar de nulde lijn.
4.2 Activiteiten Deze paragraaf benoemt en bespreekt de inhoudelijke activiteiten die bij dit thema horen en die in de komende periode opgepakt zullen worden. Elke activiteit wordt concreet uitgewerkt in tabelvorm.
We versterken de wijkteams om hen meer handelingsperspectief te bieden en te fungeren als aanspreekpunt voor welzijnsmedewerkers die signalen opvangen in de wijken. Wanneer we het hebben over een lokaal punt voor mensen met een woonprobleem zouden de wijkteams daar mogelijk een rol in kunnen spelen. Deskundigheidsbevordering is een belangrijk onderdeel, zeker waar het gaat om het inschatten van veiligheidsrisico’s. Samenwerking met omliggende instanties (bijv. VT) om processen te stroomlijnen.
Relevante aandachtsgroepen
1. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 2. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 3. Wlz/ggz 4. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
Wijkteams een centrale rol geven met betrekking tot de lokale (wijkgerichte) preventieactiviteiten.
Resultaten
Stevige en presente lokale wijkteams met een uitgebreid netwerk, die een brede kennis hebben en goed benaderbaar zijn.
Doel
Wijkteams een centrale rol geven met betrekking tot de lokale (wijkgerichte) preventieactiviteiten.
Resultaten
• • • • • •
Onderzoeken welke rol de wijkteams zouden moeten spelen en de leemtes in beeld brengen. Taken en verantwoordlijkheden duidelijker in kaart brengen De positionering van de wijkteams bekijken. Wat hebben zij bijvoorbeeld nodig om outreachend te kunnen werken. Kijken hoe en wanneer deze leemtes opgevuld kunnen worden. Versterken samenwerking in de keten, zowel de 0de lijn als de 1e en 2elijn. Deskundigheidsbevordering bijvoorbeeld door middel van scholing, intervisie en collegiale uitwisseling. Met aandacht voor: • IHT (Intensieve Behandeling Thuis) • Aandachtsfunctionarissen VT • Expertise vechtscheidingen • IO (Integrale Ouderenzorg)
15
Uitvoering activiteit 1: Versterken wijkteams Relevante aandachtsgroepen
• • •
Wanneer
2025 - 2027
Wie heb je nodig
Wijkteams Gemeenten Zorgverzekeraar/zorgkantoor Zorgorganisaties Organisaties met Deskundigheid/ opleidingsinstituten
Wie is kartrekker
Vlaardingen voor de regio. De MVS-gemeenten voor hun lokale situatie
4.2.2
Communicatie verbeteren Handelingsverlegenheid in het algemeen en meer specifiek met betrekking tot het gebruik van de meldcode HGKM terugdringen. Duidelijke procesbeschrijvingen en protocollen waar nodig.
Activiteit 2: Bouwen aan informele netwerken
Uitvoering activiteit 2: Bouwen aan informele netwerken Toelichting
We bouwen aan informele netwerken, o.a. door focus te leggen op ‘sleutelfiguren’ in de wijken. Een informeel netwerk verwijst naar een groep van mensen die op vrijwillige, niet-gestructureerde basis ondersteuning biedt aan individuen of gemeenschappen. Deze netwerken bestaan vaak uit familieleden, vrienden, buren, en vrijwilligers, en functioneren zonder formele regels of institutionele kaders. Hun hulp kan variëren van praktische steun, zoals boodschappen doen of helpen met klusjes, tot emotionele of sociale steun, zoals gesprekken voeren of gezelschap bieden. In dit kader past bijvoorbeeld ook de inzet van buurtgezinnen. Maar we kunnen ook kiezen voor een minder gestructureerde aanpak en mensen benaderen die contactpersoon zijn voor buurtbewoners bij overlast of vragen met betrekking tot hulp en ondersteuning of als mensen zich zorgen maken over een buurtbewoner.
16
Relevante aandachtsgroepen
1. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 2. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 3. Wlz/ggz 4. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
Meer gebruik maken van informele netwerken in de wijk.
Resultaten
Aanpak om tot een dekkend landschap van informele netwerken te komen.
Uitvoering activiteit 2: Bouwen aan informele netwerken Toelichting
• • • • •
In kaart brengen wat er in de verschillende gemeenten al is aan informele netwerken, dan wel sleutelfiguren en zo een overzicht krijgen van de aanvullingen die nog nodig zijn (incl. oog voor de cultuur) Een plan maken om de opbouw en uitbreiding van informele netwerken geleidelijk uit te rollen over de MVS-gemeenten. Dit zoveel mogelijk vanuit de wijk en niet perse vanuit een organisatie. Investeren in sleutelfiguren (opleiding, kennis etc.) Leren van elkaars voorbeelden (Welzijnsmakelaars Schiedam, Buurtcirkels, Buurtkamer, ambassadeur bijeenkomsten etc.) Positieve voorbeelden benadrukken Kijken hoe we mensen die iets willen doen voor de buurt of wijk kunnen faciliteren. • sommige mensen willen graag structureel vrijwilligerswerk doen • anderen willen af en toe tijd beschikbaar stellen.
Wanneer
Q1 2025 tot en met 2026
Wie heb je nodig
Wijkteams Welzijnsorganisties Zorgverzekeraar/zorgkantoor Gemeenten Informele netwerken
Wie is kartrekker
MVS-gemeenten voor hun lokale situatie Vlaardingen voor de regio.
4.2.3
Activiteit 3: Vormgeven terugvalpreventie
Uitvoering activiteit 3: Vormgeven terugvalpreventie Toelichting
Hoewel de mensen die uitstromen uit voorzieningen over het algemeen ‘klaar’ zijn om zelfstandig te gaan wonen, is het altijd mogelijk dat er een (life) event plaatsvindt waardoor het toch weer even niet lukt. Soms is dit van tevoren in te schatten: voor sommige mensen is Kerst een moeilijke tijd of de sterfdag van een geliefde/familielid, maar het kan ook onverwacht gebeuren. Belangrijk is dat er op dat moment een vangnet is dat voorkomt dat iemand helemaal terugvalt en niet meer zelfstandig kan wonen en/of langdurig intensieve begeleiding nodig heeft. Het vlot kunnen inzetten van begeleiding zonder steeds het indicatieproces weer op te starten. Het gaat om mensen die over het algemeen redelijk stabiel zijn, maar waarbij de stabiliteit een kwetsbaar gegeven is en verstoring daarvan een regelmatig terugkerend reëel gevaar is. Dit gaat niet alleen om mensen die uitgestroomd zijn uit voorzieningen, maar ook om mensen in de buurt die het nét redden, maar waarvoor ook geldt dat er elk moment iets mis kan gaan.
17
Uitvoering activiteit 3: Vormgeven terugvalpreventie Toelichting
We kunnen terugvalpreventie vormgeven door: • Waakvlamcontact • Nazorg • Time-outvoorzieningen Ook hier willen we de begeleiding zo veel mogelijk richten op normalisatie, zodat (langdurige) opname in een intramurale setting wordt voorkomen.
Relevante aandachtsgroepen
1. Uitstromers uit detentie 2. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 3. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Doel
Terugval terugdringen en zo veel mogelijk voorkomen.
Resultaten
Goede (regionaal) afgestemde maatregelen en voorzieningen om terugval te voorkomen.
Doel
• • • • •
Resultaten
Goede (regionaal) afgestemde maatregelen en voorzieningen om terugval te voorkomen
Wanneer
2025 en 2026
Wie heb je nodig
MVS Zorg samen Mevis Gemeenten Zorgverzekeraar/zorgkantoor Rogplus Stroomopwaarts
Wie is kartrekker
Vlaardingen MVS-gemeenten voor de lokale situatie
4.2.4
Signalerende rol voor netwerk rondom de client vormgeven Time-outvoorzieningen inkopen Meer flexibiliteit inzet begeleiding Nazorg via ZorgSamen MVS en éénroute-regeling toegankelijk maken voor alle zorgaanbieders Waakvlamcontact als (nieuw) product beschrijven voor alle onderdelen, met oog voor continuïteit
Activiteit 4: Bouwen aan informele netwerken
Uitvoering activiteit 4: Bouwen aan informele netwerken Toelichting
We onderzoeken hoe we de laagdrempeligheid van zorg- en welzijnsvoorzieningen kunnen verbeteren, zodat mensen eerder hulp zoeken en daardoor uiteindelijk misschien geen of minder zware zorg nodig hebben. Hieronder valt een breed scala aan voorzieningen dat bijdraagt (of kan dragen) aan preventie, zoals:
18
Uitvoering activiteit 4: Bouwen aan informele netwerken •
Herstelacademie Een herstelacademie is een laagdrempelige organisatie of instelling die mensen met psychische kwetsbaarheden ondersteunt in hun herstelproces. Het concept is gericht op het bevorderen van zelfregie, persoonlijke groei en empowerment van mensen die te maken hebben met psychische problemen, verslavingen of andere uitdagingen op het gebied van mentale gezondheid. Binnen een herstelacademie worden cursussen, trainingen en workshops aangeboden die zich richten op het ontwikkelen van vaardigheden, het vergroten van zelfinzicht en het opbouwen van veerkracht. Vaak worden deze activiteiten mede gegeven door ervaringsdeskundigen, mensen die zelf een herstelproces hebben doorgemaakt en anderen kunnen ondersteunen vanuit hun eigen ervaring.
•
Relatiedesk Bij de relatiedesk kunnen mensen terecht die willen scheiden en goede afspraken willen maken met hun partner. Ook voordat er sprake is van een scheiding kunnen mensen terecht met vragen en voor advies. In andere steden, waar een relatiedesk is opgezet, zijn goede ervaringen met het terugdringen van vechtscheidingen.
•
Inloopvoorzieningen Waar mensen terechtkomen die psychische of emotionele problemen hebben en daarvoor niet direct naar een professionele hulpverlener willen. Waar ook mensen terecht kunnen die zich eenzaam voelen of advies willen.
Hieronder valt ook het afschalen van zorg en het organiseren van collectieve voorzieningen (door buurtbewoners in eigen beheer of door vrijwilligers geleid dan wel welzijnsorganisatie geleid). Er zijn veel goede voorbeelden van te vinden in het land. Relevante aandachtsgroepen
1. Uitstromers uit detentie 2. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 3. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg
Relevante aandachtsgroepen
Uitstromers uit detentie, uitstromers uit jeugdhulp met verblijf, instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg.
Doel
• •
Enerzijds bewoners met een zorgbehoefte eerder in beeld krijgen, ter voorkoming van inzet eerste of tweedelijnsvoorzieningen. Anderzijds meer diversiteit en betere zichtbaarheid van laagdrempelige zorg- en welzijnsvoorzieningen.
19
Uitvoering activiteit 4: Bouwen aan informele netwerken
20
Resultaten
1. Meer en diverse (inloop)voorzieningen. 2. Onderzoeken mogelijkheid opzetten relatiedesk 3. Herstelacademie inrichten. 4. Duidelijkheid over waar mensen informatie kunnen vinden over voorzieningen. 5. Duidelijkheid over waar zij met ideeën en initiatieven terecht kunnen. 6. Voorziening waar mensen binnen durven te lopen 7. Meer aandacht voor het netwerk om de client heen
Hoe
Samen met bewoners en welzijnsorganisaties kijken wat laagdrempeligheid is en waar de behoefte ligt. Behoefte verder uitwerken en zo mogelijk aansluiten bij bestaande voorzieningen. Herstelacademie introduceren en ervaringsdeskundigheid inzetten. Goede voorbeelden uit het land ophalen. Daarbij ook kijken naar koppeling huisartsen en welzijn.
Wanneer
2025 en 2026
Wie heb je nodig
Welzijnsorganisaties Cliëntenraden Herstelacademie Ervaringsdeskundigen Zorgaanbieders Bewoners(vereniging) Woningbouwcorporaties Gemeenten Zorgverzekeraar/zorgkantoor Rogplus Eerstelijnszorg (o.a. huisartsen)
Wie is kartrekker
Vlaardingen voor de regio MVS-gemeenten voor lokale situatie
Leefbare buurten 5.1 Toelichting We vinden sociale inclusie belangrijk: begeleiding en ondersteuning moet zoveel mogelijk gebeuren in “gewone” woningen en wijken, in de eigen sociale omgeving van mensen en dient gericht te zijn op herstel en zelfredzaamheid. Dat vraagt zowel om een zachte landing als aandacht voor de leefbaarheid en vitaliteit in de wijken.
5.2 Inhoudelijke activiteiten Deze paragraaf benoemt en bespreekt de inhoudelijke activiteiten die bij dit thema horen en die in de komende periode opgepakt zullen worden. Elke activiteit wordt concreet uitgewerkt in tabelvorm.
5.2.1
Activiteit 1: Duiden wat leefbare buurten zijn
Uitvoering activiteit 1: Duiden wat leefbare buurten zijn Toelichting
We hebben met elkaar geconstateerd dat het van groot belang is te werken aan leefbare buurten. Tegelijk lopen de beelden bij ‘wat zijn leefbare buurten’ uiteen. Het is nodig om onder andere op basis van objectieve data (bijv. vanuit Kennis-centrum MVS) in kaart te brengen wat we daaronder verstaan. Onderdelen waar we dan aandacht aan geven, zijn onder andere: • Welke definitie van leefbaar (en vitaal) hanteren we? • Wat zijn essentiële onderdelen om een wijk leefbaar te maken of te houden? • Hoe werken we toe naar een evenwichtigere spreiding van aandachtsgroepen over wijken? • Wat is nodig om de wijken leefbaar te maken of te houden?
21
Uitvoering activiteit 1: Duiden wat leefbare buurten zijn Mogelijke elementen die hierbij een rol zouden kunnen spelen, zijn: • Betrokkenheid van bewoners; • Informele sociale netwerken; • Voorkomen/terugdringen van overlast, inzet op veiligheid; • Gemeenschappelijke ruimten, binnen of buiten; • Toegankelijke voorzieningen; • Participatie in besluitvorming. Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg 7. Statushouders 8. Studenten 9. Arbeidsmigranten 10. Woonwagenbewoners 11. Oekraïense vluchtelingen
Doel
• •
Resultaten
Een overzicht waarin de definitie van ‘leefbare buurten’ en de situatieschets van de leefbaarheid per wijk inclusief benodigde acties is weergegeven.
Wie is kartrekker
• • • • •
22
Een eenduidig beeld creëren over wat leefbare buurten zijn. In beeld brengen wat nodig is om de bestaande wijken leefbaar te maken of te houden. Op basis van input uit eerdere gesprekken met partners een aanzet maken voor de definitie van leefbare buurten en wat essentiële onderdelen hiervoor zijn. Onderzoeken welke communicatiemiddelen ingezet kunnen worden ter bevordering van de leefbaarheid. Samen met o.a. partners en inwoners d.m.v. afstemming consensus bereiken over wat leefbare buurten zijn. Per gemeente inzichtelijk maken hoe de spreiding van aandachtsgebieden en voorzieningen over de verschillende wijken is. Door de spreiding van de aandachtsgebieden te leggen naast de definitie van leefbare buurten, kan geconcludeerd worden of op bepaalde wijken actie nodig is om de wijk leefbaar te maken of te houden. Op basis hiervan wordt een actieplan opgesteld.
Wanneer
2026
Wie is kartrekker
Inwoners Woningcorporaties Zorgorganisaties Zorgverzekeraar/zorgkantoor Welzijnspartijen Kerken Sport- en vrijetijdsverenigingen Gemeenten
Uitvoering activiteit 1: Duiden wat leefbare buurten zijn Wie is kartrekker
5.2.2
Vlaardingen voor de regio. MVS-gemeenten voor de lokale aanpak.
Activiteit 2: Verbeteren samenwerking in de wijk
Uitvoering activiteit 2: Verbeteren samenwerking in de wijk
Toelichting
We merken dat het nodig is de samenwerking in de wijk te verbeteren. Dit is van belang voor een juiste informatievoorziening tussen verschillende partijen in de wijk, inzicht in én juiste invulling van de benodigde rollen in de wijk en het realiseren van een zachte landing voor zowel mensen met een kwetsbaarheid als voor de wijk.
Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg 7. Statushouders 8. Studenten 9. Arbeidsmigranten 10. Woonwagenbewoners 11. Oekraïense vluchtelingen
Doel
• • •
Zorgdragen dat alle benodigde rollen in de wijk door de juiste partijen worden ingevuld. Verbeteren van de informatiestromen tussen verschillende partijen. Borgen van een zachte landing.
Resultaten
• •
Een overzicht van de benodigde wijkrollen en consensus op de invulling daarvan. Een actieplan voor zachte landing.
Hoe
• • • • • • •
Wijkrollen in kaart brengen (zie hieronder bij ‘wie heb je nodig’ voor een eerste aanzet) Afstemming over invulling van wijkrollen en onderlinge informatievoorziening. Bijvoorbeeld door het organiseren van netwerkbijeenkomsten. Hoe kan informatie het beste worden overgedragen? Welke signalerende functies hebben we nodig? Wie heeft welke informatie op welk moment nodig? In welke mate is structurele afstemming hierin helpend? Het opstellen van een actieplan voor het realiseren van een zachte landing
23
Uitvoering activiteit 2: Verbeteren samenwerking in de wijk
Wie heb je nodig
Woningcorporaties Zorgorganisaties Zorgverzekeraar/zorgkantoor Welzijnsorganisaties • Buurtwerkers/sociaal werkers • Jongerenwerkers • Huisartsen Gemeenten • Wijkmanagers • Wijkagenten • Wijkraad Wijkteams Inwoners • Actieve bewoners • Buurtbewakers • Ondersteunende bewoners/vrijwilligers Cliënten(raden) Kerken Sport- en vrijetijdsverenigingen Lokale ondernemers Onderwijs
Wie is kartrekker
Vlaardingen voort de regionale aanpak. MVS-gemeenten voor de lokale aanpak
5.2.3
Activiteit 3: Onderzoeken mogelijkheden community care voor uitdagende wijken
Uitvoering activiteit 3: Onderzoeken mogelijkheden community care voor uitdagende wijken Resultaten
Deze activiteit is nauw verbonden met activiteit 1 van dit thema ‘Duiden wat leefbare buurten zijn’. Daar wordt in kaart gebracht wat de situatie van wijken is. Deze activiteit, nummer 3, zoomt in op de mogelijkheden van community care om in te spelen op uitdagingen in wijken. Dat doen we door uit te werken wat de mogelijkheden van community care zijn. Vervolgens worden deze mogelijkheden naast de uitdagingen van de wijken gelegd en wordt geconcludeerd hoe community care kan helpen om de leefbaarheid in bepaalde wijken te handhaven of te vergroten.
24
Uitvoering activiteit 3: Onderzoeken mogelijkheden community care voor uitdagende wijken Mogelijke ideeën zijn: • Bevorderen contact buurtbewoners; • Uitbreiden of handhaven van inloopvoorzieningen/laagdrempelige ontmoetingsplaatsen; • Opzetten van peer support/buurtcirkels • Introduceren van geclusterd wonen; • Opzetten van mentale en fysieke gezondheidsprogramma’s; • Organiseren van specifieke activiteiten voor/door jongeren • Realiseren van mobiele zorgdiensten; • Opzetten van respijtzorg/time-out/logeerhuis. Relevante aandachtsgroepen
1. Mantelzorgverleners en -ontvangers 2. Inwoners met lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking 3. Uitstromers uit detentie 4. Uitstromers uit jeugdhulp met verblijf 5. Wlz/ggz 6. Uitstromers uit instellingen voor klinische ggz en forensische zorg 7. Studenten
Doel
Community care mogelijkheden toepassen in kwetsbare wijken.
Resultaten
Een overzicht van de relevante mogelijkheden van community care en een uitwerking van de toepassing van deze mogelijkheden op specifieke, kwetsbare wijken.
Wie is kartrekker
• • • • •
Door middel van desk- en fieldresearch mogelijkheden in kaart brengen. Bijvoorbeeld: bewoners aanspreken, buurtdagen organiseren, digitaal toenadering zoeken. Matchen met situatieschets per wijk van activiteit 1 en inventariseren hoe community care in mogelijke ‘gaten’ kan voorzien. Community care verbinden met professionele begeleiding. Een lijst maken met mogelijke wijzigingen. Keuzes maken en prioriteren.
Wanneer
2026
Wie heb je nodig
Inwoners Woningcorporaties Zorgorganisaties Zorgverzkeraar/zorgkantoor Welzijnspartijen Kerken Sport- en vrijetijdsverenigingen Gemeenten
Wie is kartrekker
Vlaardingen
Bijzonderheden en opmerkingen
Bij de uitvoering van deze activiteit zullen de resultaten van activiteit ‘Bouwen aan informele netwerken’ op de voet worden gevolgd.
25
Overige aandachtsgroepen Zoals aan het begin van dit programma aangegeven, is er in dit uitvoeringsprogramma minder aandacht geweest voor de ‘Overige aandachtsgroepen, zijnde statushouders, studenten, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en Oekraïense vluchtelingen. Voor sommige van deze aandachtsgroepen is de combinatie van wonen en zorg/ondersteuning namelijk niet vanzelfsprekend (bijvoorbeeld studenten, woonwagenbewoners, arbeidsmigranten) en voor een ander deel van deze groep bestaan reeds goed uitgewerkte en functionerende activiteiten die we vooral willen continueren (bijvoorbeeld statushouders, Oekraïense vluchtelingen). In de woonzorgvisie hebben we onze inzet voor deze aandachtsgroepen al tamelijk concreet beschreven. Daarom volstaan we hier voor de volledigheid met een korte weergave van de activiteiten waarvoor we ons blijven inzetten.
6.1 Statushouders Als gemeenten voeren we de wettelijke taak uit van het huisvesten, ondersteunen en begeleiden van statushouders. Dit doen we nu al vele jaren en dit blijven we vanzelfsprekend doen. We hebben daarbij oog voor de toekomstige, definitieve gezinssamenstelling van de statushouders. Ook blijven we benodigde ondersteuning bieden zoals die voor deze aandachtgroep specifiek gewenst is met activiteiten als inburgerings-, taalcursussen, budgetbegeleiding en ondersteuning bij bijvoorbeeld aanvragen en inschrijvingen.
6.2 Studenten Voor deze doelgroep is de inzet op de juiste huisvesting onze hoofdactiviteit. Dit gaat over betaalbare huisvesting op bereikbare (OV-)locaties en vormt onderdeel van onze woningbouwprogrammering en -plannen. Ook
26
onderzoeken we woonconcepten als ‘Friends-woningen’ of nieuwe trends als ‘hospita-verhuur’ en bezien we waar de bestaande woningvoorraad kansen biedt voor studenten aandachtgroep.
6.3 Arbeidsmigranten Onze activiteiten zijn voor deze aandachtgroep gericht op het realiseren of faciliteren van de juiste huisvesting, ondersteuning en het voorkomen van uitbuiting. Dit blijven we doen door bij voorkeur de huisvesting te realiseren op de juiste plekken in onze steden, door afspraken te maken met alle stakeholders rondom huisvesting van arbeidsmigranten dan wel uitvoering te geven aan al bestaande afspraken in bijvoorbeeld convenanten zoals in Vlaardingen. Waar dit meerwaarde heeft, benutten we tenslotte nog de mogelijkheden die rijksregelgeving ons biedt om uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen.
6.4 Woonwagenbewoners Voor deze aandachtgroep voorzien we vooral in woonwagenstandplaatsen om zo ruimte te kunnen geven aan de woonwagencultuur en de specifieke woonwens van deze aandachtsgroep. Dit doen we nu al op locaties in onze gemeenten en we behouden deze huidige standplaatsen zolang de behoefte blijft bestaan (uitzonderlijke omstandigheden buiten beschouwing gelaten). Tenslotte verdelen we in regionaal verband vrijkomende woonwagenstandplaatsen op een manier die zo veel als mogelijk recht doet aan de wens van deze aandachtsgroep om in familieverband te leven.
6.5 Oekraïense vluchtelingen We blijven ons inzetten op de huisvesting en ondersteuning die we zo snel als mogelijk hebben gerealiseerd in onze gemeenten. Tegelijkertijd denken we na over toekomstige regionale huisvesting van deze vluchtelingen (‘exitstrategie’), lettend op nationale en internationale regelgeving en de voortgang van de oorlog Verder leveren we op vele leefgebieden al geruime tijd ondersteuning en deze zal in de loop van de tijd aangepast worden aan de behoefte die er dan is. Bij die ondersteuning hebben we specifieke aandacht voor ‘vroegsignalering’ van eventuele problematiek vanwege de vaak tragische omstandigheden waarmee deze aandachtgroep te maken hebben en ondernemen we -waar nodig- snel actie in samenwerking met onze maatschappelijke partners.
Realisatie 7.1 Inleiding Nu we in kaart hebben gebracht welke activiteiten we uit willen voeren, dan wel verder uit willen werken, is de vraag hoe we dat gaan doen en op welke manier we de uitvoering organiseren. Daarbij is van belang dat de samenhang tussen de activiteiten, maar ook met andere projecten en programma’s wordt gewaarborgd. Daarnaast is de samenwerking met partners en de manier waarop we die vormgeven van belang. De wijze waarop we dit Uitvoeringsprogramma realiseren is daarom tweeledig: 1. Regie op de realisatie 2. Samenwerking met partners
7.2 Uitwerking 7.2.1 Regie op realisatie Voor deze doelgroep is de inzet op de juiste huisvesting onze hoofdactiviteit. Dit gaat over betaalbare huisvesting op bereikbare (OV-)locaties en vormt onderdeel van onze woningbouwprogrammering en -plannen. Ook
Regie op het uitvoeringsprogramma wordt belegd bij de Programmamanager die ook regie voert op de realisatie van het Uitvoeringsprogramma BW/MO/VO. Dit waarborgt goede onderlinge verbinding. Omdat deze persoon vanuit centrumgemeente Vlaardingen acteert, is verbinding met de specifiek Vlaardingse programma’s ook eenvoudiger vorm te geven. Binnen de MVS-regio is daarnaast een ambtelijk maandelijks overleg om de voortgang van realisatie van de uitvoeringsprogramma’s te bespreken. Deze groep fungeert als projectgroep en ondersteunt de regisseur bij de voorkomende vraagstukken. Daarnaast is er een ambtelijke stuurgroep – de betrokken managers vanuit de MVSgemeenten – om periodiek te worden bijgepraat over de voortgang van de uitvoeringsagenda’s en de dilemma’s en keu-zes vanuit deze praktijk. Bestuurlijke afstemming hierop vindt in basis per gemeente plaats, waar nodig kan een bestuurlijk overleg worden georganiseerd met alle betrokken portefeuillehouders. Tot slot zal het Uitvoeringsprogramma ook een vast punt zijn op de agenda van het regionaal bestuurlijk overleg.
27
7.2.2 Samenwerking met partners Het waarborgen commitment en samen optrekken met partners bij de realisatie van het uitvoeringsprogramma is belangrijk. Tijdens het totstandkomingsproces hebben we veel met partners gesproken. Bij de realisatie op de diverse activiteiten zullen we eveneens nauw optrekken. Vraagstuk is daarbij hoe we de voortgang op realisatie met de partners bespreken, om onder andere gezamenlijk bij te stellen, keuzes te maken en dergelijke. Dit op een wijze waarop de belasting van eenieder beperkt blijft. Wenselijk is dit niet alleen op ambtelijk niveau te doen, maar ook op bestuurlijk niveau. Ook hier geldt: samenhang tussen de diverse programma’s is van belang en moet ook in deze afstemming worden gewaarborgd.
We richten een ambtelijk voortgangsoverleg in voor realisatie van de uitvoeringsprogramma’s BW/MO/VO en wonen, welzijn en zorg aandachtsgroepen. Deze komt 2x per jaar samen. We doen dit voor de regio Maassluis, Vlaardingen en Schiedam, omdat het grootste deel van de aandachtsgroepen deze drie gemeenten raakt. De samenstelling wordt samen met partners verder uitgewerkt. Daarnaast vormen we een bestuurlijk platform op dezelfde schaal, dat jaarlijks 1x bijeenkomt om kennis te nemen van de voortgang van het uitvoeringsprogramma en waar nodig bij te stellen. Op deze gezamenlijke momenten is de visie (“waar werken we naartoe”) het startpunt van de bespreking, om dit ook goed op het netvlies te behouden. Deze bijeenkomsten worden gecombineerd met werkbezoeken, om inhoud en praktijk dicht bij elkaar te houden. Elkaar kennen en elkaars taal spreken is een belangrijk aandachtspunt in deze regionale overleggen. Naast het algemene voortgangsoverleg (ambtelijk en bestuurlijk) kunnen betrokkenen bij een thema en/of activiteit uit het UP zelf een (overleg-)structuur opzetten die geëigend is voor dat betreffende thema/die activiteit en wordt per onderdeel ook een al dan niet uitgebreidere projectstructuur opgezet. Dat is afhankelijk van het onderwerp. Daarnaast zal ook elk kwartaal een nieuwsbrief worden opgesteld om partijen in het veld op de hoogte te houden van de ontwikkelingen.
28
29
Bijlagen
Organisatie
Organisatie
Kinderopvang Mundo
Wijkcentrum De Erker
8.1 Overzicht betrokken partners
Komkids kinderopvang
Wijkmanager Holy Vlaardingen
Leger des Heils
Woondroom Maassluis
Het is waardevol dat het achterliggende traject in samenwerking met onze partners is gedaan en dat er een gezamenlijk uitvoeringsprogramma ligt waar ook gezamenlijk aan gewerkt zal worden. Om die reden wordt hier toegelicht welke partners betrokken zijn (geweest) bij het traject van het opstellen dit uitvoeringsprogramma.
Maasdelta
Woonplus
Mevis
WOT Schiedam
Middin
Yulius
Minters
Zero & Sano
NAS Rotterdam
Zorgorganisatie Eerste Lijn
New Life Living
Zorgsamen MVS
Organisatie
30
Ontmoeting
Adviesraad Sociaal Domein Maassluis
Pameijer
Adviesraad Sociaal Domein Schiedam (Partcipatieraad)
Parnassia Groep
Adviesraad Sociaal Domein Vlaardingen
Participatieraad Schiedam
Arosa-ZHZ
Philadelphia
ASVZ