Raadsmemo over de Spreidingswet
Tekst van het document
RAADSMEMO Aan
De gemeenteraad van Vlaardingen Portefeuillehouder
I.M. Somers-Gardenier Onderwerp
Spreidingswet Datum
Registratienummer
12 maart 2024
1977969
Aantal bijlagen
Geachte leden van de raad, Op 23 januari 2024 is de wet Gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, oftewel de ‘Spreidingswet’, aangenomen door de Eerste Kamer. De wet is per 1 februari 2024 in werking getreden. De wet geeft gemeenten een wettelijke taak asielopvang te bieden. Voor uw gemak sluiten wij dit raadsmemo af met een technische toelichting op de Spreidingswet. Deze invoering van de wet betekent een asielopgave voor deze regio van bijna 6500. In de voorlopige capaciteitsraming staat Vlaardingen aan de lat voor 351 asielzoekers. De invoering van de Spreidingswet markeert een belangrijke mijlpaal in het Nederlandse asielbeleid en beoogt een rechtvaardiger en evenwichtiger verdeling van asielzoekers over het land te bewerkstelligen. In deze raadsmemo leest uw raad meer over de Spreidingswet, de opgave voor Vlaardingen en de (uitvoerings) vraagstukken die spelen. Diverse raadsfracties stellen vragen, dienen moties in en verzoeken om het politieke debat. op 14 maart 2024 staat een raadscommissie gepland waar de Spreidingswet op basis van de ingediende moties en technische vragen besproken wordt. Met de provinciale opgave voor het realiseren van een sluitende verdeling van asiel-opvanglocaties staat Vlaardingen voor een complexe taak.
De ervaringen met Mrija bieden waardevolle inzichten, hoewel de groep asielzoekers en de groep Oekraïners naar verwachting aanzienlijk verschillen. Het scenario waarin Vlaardingen 351 asielzoekers moet opvangen, conform de voorlopige verdeling vanuit de provinciale opgave die de Spreidingswet voorschrijft, vereist daarom niet alleen duidelijkheid en inzicht in capaciteit en infrastructuur maar ook een duidelijk begrip van de capaciteit en de rol van het COA in dit proces. Collegestandpunt Het college kiest ervoor om nauwgezet te volgen hoe Rijk, Provincie, regiogemeenten en COA plannen maken conform de capaciteitsraming en de wettelijke taak om een gelijke verdeling van bijdragen in de grote opgave te bieden. In november 2024 zal de minister van Justitie en Veiligheid de provinciale bijdragen beoordelen. In de komende periode anticipeert het college op de landelijke opdracht tot asielopvang. We werken uit wat de opdracht betekent in fysieke voorzieningen, in zorg, onderwijs, toezicht en begeleiding. Het college wil geen uitvoerende, noch onomkeerbare uitvoering realiseren totdat er een officiële wettelijke opdracht is.
In de bijlage vindt u een toelichting op de Spreidingswet, de Vlaardingse situatie en een technische toelichting op de fasering van de Spreidingswet. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Vlaardingen,
de secretaris drs. E. Stolk
de burgemeester drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen
1. Toelichting Spreidingswet De Spreidingswet is op 23 januari 2024 in de Eerste Kamer aangenomen. Op 31 januari is bij ministeriele regeling een capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en een indicatieve verdeling per gemeente 2024 gepubliceerd. Er volgt in ieder geval nog een Algemene Maatregel van Bestuur over kwaliteit en exploitatie van opvang door gemeente. De minister neemt eens in de twee jaar een verdeelbesluit. Voor deze periode geldt dat gemeenten en provincies volgens de wet tot 1 november 2024 overleggen om tot een sluitende verdeling te komen. Vervolgens wordt deze beoordeeld en vastgesteld door de minister van Justitie en Veiligheid (het verdeelbesluit) en worden de opvanglocaties ontwikkeld. Daar is tot juli 2025 de tijd voor en daarom zouden er in theorie pas tegen die tijd voldoende opvangplekken beschikbaar kunnen zijn. Volledig effect van de inwerkingtreding van de Spreidingswet wordt dan ook pas halverwege 2025 verwacht. Het COA vraagt, vanwege de overvolle asielopvang – en doorstroomcentra aan gemeenten om nu al mee te werken aan de realisatie van asielopvang, desnoods op een tijdelijke locatie, vooruitlopend op een definitieve locatie.
Capaciteitsraming De verdeling is gebaseerd op het aantal inwoners van de betreffende gemeente én op de Sociaaleconomische status – Welvaart, Opleiding en Arbeidsscore (SESWOA-score)1 op gemeenteniveau (meest recente score van het CBS wordt gebruikt). Landelijke raming Provincie Zuid-Holland Regio Rotterdam-Rijnmond
a. Capaciteitsbehoefte, oude verdeling naar inwoneraantal
b. ‘Tegenbod’ Provincie Zuid-Holland
c. Nieuwe verdeling naar inwoneraantal en SES
96.000 26.920 9.556
10.000 3.550
96.000 19.776 6.441
Tegenbod van Provincie Zuid-Holland Het tegenbod van de Provincie Zuid-Holland is recent door de Minister van JenV geweigerd. De provincie heeft dit tegenbod in voorjaar 2023 gepubliceerd. Daarentegen is in de RRT van 9 februari jl. gesproken over het rapport Asylum Trends (Monthly Report on Asylum Applications in the Netherlands – december 2023) waar gesproken wordt over een lagere verwachte instroom dan in de huidige ramingen staat. Dit bracht opnieuw discussie binnen de RRT en vraagt alsnog om verheldering én een reactie van Provincie Zuid Holland. Burgemeester Wijbenga heeft als voorzitter van de RRT aangegeven dit onderdeel mee te nemen als agendapunt ten behoeve van de PRT.
Raming regio Gemeente Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis
Indicatief aantal per gemeente 170 316 344 298 164 446 181
Waarvan AMV 14 27 29 25 14 38 15
1 Hoe interpreteer je de SES-WOA-scores en hoe zijn deze bepaald? | CBS
Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal regio
445 250 2.667 378 351 431 6.441
38 21 226 32 30 37 546
Uiterlijke realisatiefase gemeenten Naar aanleiding van het verdeelbesluit van de minister (november – december 2024) voor de twee daarop volgende jaren is eventuele opschaling van plekken nodig. Voor de realisatie van plekken en het ter beschikking stellen van een locatie of accommodatie aan het COA heeft de gemeente zes maanden de tijd na het nemen van het verdeelbesluit, of zoveel langer als daarin is bepaald. Zie pagina 9 voor de volledige fasering Spreidingswet. 2. Situatie in Vlaardingen – opvang statushouders, asiel en opvang ontheemde Oekraïners a. Statushouders Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) op het moment dat ze een verblijfsvergunning krijgen. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Statushouders verblijven in Ter Apel of in andere opvanglocaties in Nederland totdat er een zelfstandige woning voor de statushouder gevonden is. Gemeenten moeten zorgen voor passende woonruimte voor statushouders. De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar hoeveel vergunninghouders gemeenten een plaats moeten geven om te wonen. Dit aantal staat in de taakstelling voor huisvesting vergunninghouders. De verdeling over gemeenten hangt af van hoeveel mensen er in een gemeente wonen. Vlaardingen voldoet al jaren aan deze opgave en behaalt de taakstelling.
Ook toen in 2023 de taakstelling verdubbeld werd heeft Vlaardingen ruim 60 woningen verhuurd aan statushouders. Het wachten is echter nog op nareizigers (nareizende familie). De IND heeft achterstanden waardoor deze procedure vertraging oploopt. Inclusia verzorgt in samenwerking met SOW de inburgering van statushouders in Vlaardingen. b. Asiel In november en december 2021 bood Vlaardingen onderdak aan ongeveer 70 asielzoekers. Dit gebeurde op een tijdelijke asielboot in de haven. Het vaststellen van een gedoogbesluit van het college voor het tijdelijk aanmeren van een hotelschip aan de Oosthavenkade (Buitenhaven) was een kortstondige oplossing om te voldoen aan een dringend verzoek van de staatssecretaris wegens een acuut tekort aan opvangplekken voor asielzoekers op dat moment. c. Opvang Oekraïne De gemeenteraad heeft het college begin maart 2022 verzocht om proactief bij te dragen aan de opvang van Oekraïense oorlogsvluchtelingen. We hebben vanaf het voorjaar van 2022 bijna 100 Oekraïense mensen opgevangen in twee (nood)opvanglocaties: in een boerderij aan de Broekpolderweg en in een voormalig Unilever-gebouw Casa Nova. Ook werden ongeveer 50 Oekraïense ontheemden in gastgezinnen in onze stad opgevangen.
In het voorjaar van 2022 is, met steun van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en in samenwerking met de gemeente Lansingerland, een pilotproject gestart om de mogelijkheden voor grootschalige en langdurige opvang van Oekraïense vluchtelingen te onderzoeken, vanwege de grote instroom en de verwachting dat de oorlog lang zou duren. Een geschikte locatie werd gevonden op een braakliggend terrein aan de rand van Vlaardingen, beschikbaar gesteld tot 1 juli 2026. Daarna zijn er plannen voor een afvalwaterzuiveringsinstallatie door het Hoogheemraadschap Delfland (overeenkomst gemeente Vlaardingen en Hoogheemraadschap Delfland is reeds gesloten) en uitbreiding van het bedrijventerrein
Verguld Hand West na deze datum. Op verzoek van het Rijk is een financieel onderbouwd plan opgesteld, waarbij de overheid alle kosten dekt, met als uitgangspunt dat Vlaardingen geen financieel risico loopt. Er is op 22 juni 2022 een garantstelling ondertekend door zowel de staatssecretaris als de burgemeester. Samen met diverse partijen is voor Vlaardingen een plan gemaakt, gericht op zelfvoorziening en eigen verantwoording. Naast het bieden van opvang in kwalitatief goede woningen, wordt er gezorgd voor werk, zorg en onderwijs. Inmiddels wonen er nu 1024 Oekraïense mensen uit de regio RotterdamRijnmond -voornamelijk vrouwen en kinderen- in 378 flexwoningen. In het midden van Mrija staat een basisschool waar nu 135 kinderen les krijgen. Er is een gymzaal waar sport- en spelactiviteiten plaatsvinden voor zowel de school als voor de overige bewoners. Verder zijn de multifunctionele gebouwen in gebruik genomen door het locatiemanagement, een logopedist en is er ruimte voor andere activiteiten. Verder zijn er twee huisartsen waar de bewoners naartoe kunnen voor huisartsenzorg. Er zijn ook andere basiszorgvoorzieningen en speel- en sportplekken. Het uitgangspunt is om een zoveel mogelijk ‘bijzonder-normale’ en zelfvoorzienende wijk te ontwikkelen waar mensen aandacht en oog voor elkaar hebben. En waar ook huisregels gelden die worden gehandhaafd door het locatiemanagement.
Er is een topsport-prestatie geleverd om alles voor elkaar te krijgen: plaatsen, afwerken en inrichten van de woningen, ontwikkelen van de wijk, coördineren van de instroom van mensen in afstemming met de regio, administratieve verhuizing van de mensen. 3. Overwegingen voor Vlaardingen Gezien de beperkte informatie over de uitvoering van de op uw gemeenteraad rustende verplichtingen op grond van de Spreidingswet, de onzekerheden welke diensten en zorg het COA moet, maar bovenal realistisch gezien kán bieden, gaan we nu uit van de aanname dat als Vlaardingen over moet gaan tot naleving van de verplichtingen die volgen uit de Spreidingswet en aanverwante regelgeving de gemeente een deel van de faciliterende rol op zich zal moeten nemen. Deze aanname blijft staan totdat er meer duidelijkheid komt over de uitvoering door het COA. Hoewel Vlaardingen ervaring heeft opgedaan met het project Mrija, betreft het hier een volledig andere doelgroep. De druk op Vlaardingen is aanzienlijk; zelfs als het COA de noodzakelijke organisatie op zich neemt, verwachten we dat er een aanzienlijk beroep op de gemeenschap, de voorzieningen en dus ook op de ambtelijke organisatie van de gemeente Vlaardingen zal worden gedaan. Opvangcapaciteit en beheer Mrija Per 27-02-24 staan landelijk 106.440 Oekraïense vluchtelingen geregistreerd bij gemeenten.
Op dit moment voorziet de regio Rotterdam voor opvang van ruim 4900 Oekraïners en biedt Vlaardingen ruim een derde van de regionale opvangopgave. Relatief gezien zijn er in Vlaardingen 135 Oekraïense vluchtelingen per 10.000 inwoners. Dit is meer dan het dubbele dan in de provincie Zuid-Holland, waar sprake is van 55 Oekraïense vluchtelingen per 10.000 inwoners. Het organiseren én het beheren van Mrija kostte én kost de gemeente veel capaciteit van ambtenaren. De opvang van ontheemde Oekraïners én asielzoekers is tot het najaar van 2021 geen reguliere taak van de gemeente. Deze taak is er de afgelopen jaren bijgekomen en ‘doen we er dus bij’. De capaciteit van het ambtenarenapparaat staat al jaren onder druk, zo wijst de hoeveelheid vacatures uit. De voorbereiding op realisatie van 351 nieuwe plekken is afhankelijk van de uitvoering van de opvang en de taakafbakening van het COA. Conform ‘wet COA’ is het COA belast met de materiële en immateriële zorg voor asielzoekers. Toch verwachten we dat de investering vanuit het Sociaal Domein fors groter zal zijn aangezien we bij de nieuwe groep asielzoekers geen instroomcriteria mogen hanteren van het Rijk. Voor Mrija was bijvoorbeeld zelfredzaamheid een instroomcriteria. De afgelopen jaren heeft Vlaardingen bovendien veel contact (gehad) met COA.
Vlaardingen maakte afspraken met het COA in het kader van de asielopvang op het rivierschip. De opvang van derdelanders, welke nu in Mrija verblijven, is vanaf maart 2024 ook een COA verantwoordelijkheid. COA komt deze afspraak vooralsnog niet na. Dit baart zorgen voor de toekomst, als het COA op veel meer plekken in het land locatiemanagement, toezicht en zorg over asielzoekers moet gaan bieden. Deze druk op het COA Ter overweging 1: Indien Vlaardingen over zal (moeten) gaan tot het bieden van asielopvang en daarmee garantie vraagt van het COA dat Vlaardingen slechts een locatie faciliteert én COA alle overige materiële en immateriële diensten verzorgt, is dit een risico op basis van de ervaringen met COA van de afgelopen jaren. Het risico is dat gemeente Vlaardingen dan alsnog zelf zorg moet dragen voor (met name) de immateriële diensten (toezicht, (medische) zorg, dagbesteding etc.) om een leefbare opvang te kunnen waarborgen.
kan bovendien toenemen als de richtlijn tijdelijke bescherming ontheemde Oekraïners na 4 maart 2025 niet meer wordt verlengd en ontheemde Oekraïners onder het COA gaan vallen. Hier is op dit moment nog onduidelijkheid over maar er zijn signalen die op een dergelijke situatie wijzen. Huisvesting: Meer opvang in Vlaardingen vereist meer fysieke ruimte en infrastructuur, wat moeilijk haalbaar is met de huidige plannen en planning van andere (bouw)projecten. Hiermee komen locaties waar mogelijk woningbouw of andere invulling beoogd is, onder druk. Uit de recente onderzoeken naar locaties woningbouw, schoollocaties en het locatieonderzoek Oekraïneopvang blijkt dat de druk op beschikbare locaties groot is. Zorg:
Ter overweging 2: Indien Vlaardingen over zal (moeten) gaan tot het bieden van asielopvang zullen we in Vlaardingen (opnieuw) keuzes moeten maken met betrekking tot beschikbare grondlocaties.
Toenemende vraag naar medische en psychosociale ondersteuning kan de capaciteit van bestaande zorgvoorzieningen overstijgen. Dit betreft medische zorg ook maar zorg vanuit Jeugdhulp, wijkteams en Wmo. Ter overweging 3: Is de Vlaardingse (huisartsen)zorg nog wel toereikend als er nog meer opvang gerealiseerd gaat worden? De signalen zijn er al dat de (huisartsen)zorg nu al niet meer voldoende de benodigde capaciteit kan leveren in de stad.
Onderwijs: De leerplicht geldt voor alle kinderen in Nederland, dus ook voor de kinderen van asielzoekers. Deze kinderen dienen binnen 3 maanden na aankomst naar school te gaan. Schoolbesturen en gemeenten moeten voor het onderwijs aan deze kinderen zorgen. Het COA, gemeenten en scholen werken hierbij nauw samen. Het COA meldt de kinderen aan bij een school en informeert de ouders over de intake op school. Het COA maakt afspraken met gemeenten over voorzieningen zoals het leerlingenvervoer. Voor het basisonderwijs kunnen gemeenten een aanvraag indienen bij het COA voor onderwijshuisvestingsbudget. Nieuwkomers van 12 tot 18 jaar krijgen onderwijs in internationale schakelklassen (ISK). Dat zijn meestal afdelingen op reguliere scholen voor voortgezet onderwijs die anderstalige leerlingen in circa 2 jaar voorbereiden op het Nederlandstalige (reguliere) onderwijs. De jongeren leren niet alleen een nieuwe taal, maar krijgen ook inhoudelijke vakken en maken kennis met de schoolcultuur. De netwerkorganisatie LOWAN geeft hierover meer informatie. Gemeenten worden door het COA ondersteund bij het bieden van voorschoolse educatie aan peuters, om zo het ontwikkelen van een taalachterstand tegen te gaan, zo schetst de website van COA. (bron: www.coa.nl/onderwijs-kinderen).
De achtergrond van de asielzoekers is nog onbekend maar indien hier mannen en vrouwen met kinderen toe behoren betekent dit dan ook meer opvang, voorschoolse educatie een grotere behoefte aan onderwijsfaciliteiten en docenten, wat extra middelen voor personeel en leermaterialen vraagt. Ter overweging 4: Naar huidige inschatting kunnen de Vlaardingse onderwijsvoorzieningen extra vraag niet of zeer moeizaam aan, in de wetenschap dat het onderwijs (ISK) in Vlaardingen zeer onder druk staat.
Vlaardingse gemeenschap: Vlaardingen houdt zich tot nu toe aan haar wettelijke taakstellingen. Met Mrija voldoen we zelfs aan het drievoudige van de bijdrage van opvang ontheemde Oekraïners. De wettelijke taakstelling statushouders volbrengen we ieder jaar (m.u.v. 2023 waar de IND achterloopt het met koppelen van nareizigers). De gevolgen van de Spreidingswet zijn steeds moeilijker uit te leggen aan de Vlaardingse samenleving. Zeker als andere gemeenten achterblijven in het bieden van opvang voor asiel, opvang ontheemden Oekrainers en het behalen van hun taakstelling huisvesting statushouders. Ter overweging 5: Indien Vlaardingen over zal (moeten) gaan tot het realiseren van asielopvang zal het draagvlak binnen de Vlaardingse gemeenschap naar verwachting beperkt zijn.
Technische toelichting fasering Spreidingswet Fase 1 (1 feb – 1 nov 2024) a. Capaciteitsraming Eens in de twee jaar, vóór 1 februari, stelt het kabinet een raming op voor het aantal benodigde opvangplekken voor 1 januari het jaar daaropvolgend, voor de daaropvolgende twee jaar (oftewel de capaciteitsraming van 1 feb 2024 gaat over het aantal dat geraamd is per 1 januari 2025 – tot en met 31 december 2026. Hier wordt ook een raming van de doelgroep alleenstaande minderjarigen vreemdelingen (AMV’ers) in opgenomen. Deze raming kan tussentijds worden bijgesteld in het geval van bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld een hogere of lagere instroom dan nu verwacht. Deze landelijke raming wordt vertaald naar een provinciale opgave en een indicatief aantal per gemeente. Daarnaast kan de minister in de provinciale opvangopgave opnemen dat in een provincie een aanmeldcentrum (incl. opvang) moet worden gerealiseerd. Daarbij wordt rekening gehouden met een evenwichtige spreiding over het grondgebied van Nederland. De minister zal hier eerst bestuurlijk over in overleg treden. Mocht er geen overeenstemming worden bereikt dan kan de minister overgaan tot aanwijzing van een provincie. b. Overleg aan de Regionale en Provinciale Tafels De gesprekken vinden plaats aan de Provinciale en Regionale Regie Tafels (PRT/RRT).
Gemeenten, gedeputeerde staten en het COA werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet en overleggen over de verdeling van opvangplaatsen. Uit de toelichting van de wet blijkt dat de autonomie aan de PRT van beland is. Dit betekent dat gemeenten een vergaande vrijheid hebben om onderling afspraken te maken, zolang de provinciale opvangopgave maar wordt behaald. Zo hoeft niet in elke gemeente een opvanglocatie te komen, voor het COA is het werkbaarder om grotere gecentreerde locaties te hebben. Een gemeente kan een ‘satellietlocatie’ van een ‘moederlocatie’ in een buurgemeente openen. De commissaris van de Koning brengt voor 1 november (2024) verslag uit van deze gesprekken over het ‘Provinciale Plan’ aan de Minister van JenV. c. Duurzame plekken en uitkeringen/bonussen Er kunnen duurzame reguliere opvangplaatsen (minimaal 5 jaar beschikbaar), die bij aanvang van de cyclus (1 feb) beschikbaar zijn of binnen twaalf maanden beschikbaar komen, voor aanvang van de cyclus alvast worden ingebracht voor de provinciale opvangopgave. Hiervoor geldt een minimum van 100 plekken en voor bijzondere duurzame locaties een minimum van 16 plekken. Dit omdat beoogd wordt naar een vaste voorraad duurzame plekken toe te gaan en zodat minder plekken vrijwillig hoeven te worden aangeboden aan de PRT.
Voor de locaties die later in de cyclus worden aangeboden aan de RRT/PRT geldt geen minimumaantal opvangplaatsen, mits deze locaties voor de ketenpartners in de migratieketen haalbaar zijn. De Minister kan specifieke uitkeringen, of bonussen, die vrij te besteden zijn, verstrekken. Dit zijn uitkeringen voor: 1. Opvangplaatsen van bijzondere aard, ongeacht de duur(zaamheid) van een plek (eenmalige uitkering van 2000 euro per plek). Deze bijzondere plaatsen zijn in de huidige praktijk: de centrale opvanglocatie, de proces opvanglocatie, de beschermde opvang, de intensief begeleidende opvang, de handhavingsen toezichtlocatie, de vrijheidsbeperkende locatie, de procesbeschikbaarheidslocatie, de gezinslocatie en de locaties voor AMV’ers. 2. Duurzame plekken boven het indicatieve aantal opvangplaatsen dat een gemeente dient te realiseren: a. Langer dan vijf jaar beschikbaar en meer dan 100 plekken (eenmalige uitkering van 2000 euro per plek) b. Langer dan vijf jaar beschikbaar en minder dan 100 plekken (eenmalige uitkering van 1000 euro per plek) 3. Plekken boven 75% van de provinciale opgave: een uitkering voor iedere opvangplaats waarmee 75% boven de provinciale opgave wordt overschreden (1500 euro per plek, te verdelen tussen provincie (15%) en (naar rato) gemeenten die hebben bijgedragen (85%)). De opvangplaatsen waarvoor
een uitkering is ontvangen in het kader van duurzame plekken, zijn hiervan uitgesloten. De uitkering wordt aan het einde van de cyclus uitgekeerd. Fase 2 (1 nov – 31 dec 2024) De Minister neemt voor 31 december 2024 een verdeelbesluit per provincie, waarin een verdeling staat van het aantal plekken. Als het aantal plekken dat in het provinciale plan staat overeenkomt met de provinciale opgave dan zal de minister dit plan in zijn verdeelbesluit overnemen. Mochten er te weinig plekken in het provinciale plan staan, dan verdeelt de minister in zijn besluit deze plekken over de betreffende gemeenten. Hij streeft hierbij naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling over Nederland en houdt hierbij rekening met de SES-WOA score2. Daarnaast wordt rekening gehouden met de duur en omvang van eerder geboden opvang en de aanwezigheid van opvang voor bijzondere doelgroepen. Het verdeelbesluit kan bij bijzondere omstandigheden tussentijds worden gewijzigd. Dit verdeelbesluit is juridisch afdwingbaar. Fase Realisatie (1 jan – 30 jun 2025) Het college van een aangewezen gemeente draagt zorg voor: a. ter beschikkingstelling aan het COA van een locatie binnen zes maanden na bekendmaking van het verdeelbesluit of de in het verdeelbesluit opgenomen langere termijn; b. verlening van de voor ingebruikneming van de opvangvoorziening noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het college.
De raad van een aangewezen gemeente draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan indien dit noodzakelijk is voor ingebruikneming van de opvangvoorziening. Daarnaast wordt een college verplicht om zo snel mogelijk melding te maken bij de Minister indien zich feiten of omstandigheden voordoen die maken dat de (termijn van zes maanden voor de) terbeschikkingstelling van een locatie in het nauw komt. Er kunnen omstandigheden zijn die de vergunningverlening of bijvoorbeeld een participatietraject in de weg staan. Er wordt waarde gehecht aan maatwerk. Het is nog onduidelijk in hoeverre opvanglocaties onder de nieuwe wet ook schepen kunnen zijn, eventueel ter overbrugging tot een landlocatie. Dit heeft te maken met of het COA (rivier)cruiseschepen wil en kan blijven financieren. Deze financieringsregeling moet nog uitgewerkt worden in lagere regelgeving.
2
Bevat de sociaaleconomische statusscores van alle particuliere huishoudens in Nederland. De sociaaleconomische statusscores (SES-WOA-scores ) zijn gebaseerd op financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van huishoudens (WOA).