CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Procesnotitie omgevingsvisie Vlaardingen

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Uitgangspunten Omgevingsvisie3.578 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Procesnotitie omgevingsvisie Vlaardingen

1

1. Inleiding Algemeen Sinds de Mijnwet in 1810 is er een complex stelsel van wetten en regelingen ontstaan die allemaal betrekking hebben op onze fysieke leefomgeving. De versnippering van de fysieke leefomgeving over verschillende wetten heeft geleid tot afstemmings- en coördinatieproblemen, doordat iedere wet zijn eigen planvormen en procedures kent. Bovendien maken al die verschillende wetten een integraal beleid en een samenhangende beoordeling van initiatieven moeilijk. Ook biedt de bestaande regelgeving weinig mogelijkheden voor duurzame ontwikkeling en regionale en lokale verschillen. Voor inwoners en initiatiefnemers is het daardoor lastig inzicht te krijgen in alle regels die op een bepaalde locatie gelden, ook omdat die soms tegenstrijdig zijn. Om dit stelsel eenvoudiger en overzichtelijker te maken is de Omgevingswet opgesteld. De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2023 in werking. De Omgevingswet integreert een groot deel van de wetgeving op het gebied van ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water, het is een samenvoeging van de huidige 26 wetten ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Tevens worden 120 Algemene Maatregelen van Bestuur vervangen door 4 AMvB’s en wordt het aantal ministeriële regelingen van 120 naar 10 teruggebracht.

Doel van de wet is de veelvoud aan wetten en regels voor de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen en te verbeteren, om zo meer ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven en de besluitvorming door de overheid transparanter en voorspelbaarder te maken. Ook beoogt de Omgevingswet een antwoord te bieden op de groeiende samenhang tussen opgaven in de fysieke Leefomgeving. Dit kan door meer samenhang in het beleid en door meer ruimte en flexibiliteit te bieden aan de lokale overheden om een eigen integrale afweging te maken. Meer ruimte geven aan de samenleving De relatie tussen de overheid en de samenleving is veranderd, er komt steeds meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving. Dit is ook zichtbaar in de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet wordt daarom meer ruimte geboden aan de samenleving: overheid en samenleving zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Dit vraagt een andere houding van overheid en maatschappij. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid meer ruimte te geven aan maatschappelijk initiatief, anders om te gaan met bestuurlijke afwegingsruimte en om uit te gaan van waarden en kernkwaliteiten in plaats van regels. Deze manier van werken aan de fysieke leefomgeving past goed bij de gemeente Vlaardingen, waarin duidelijke kwaliteiten aanwezig zijn en waar de samenleving al goed betrokken wordt bij beleidsvorming.

Meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief betekent ook meer loslaten als gemeente. De omgevingsvisie helpt daarbij. Andere rolverdeling vanuit vertrouwen De Omgevingswet zal zorgen voor een andere rolverdeling tussen inwoners, ondernemers, initiatiefnemers en de overheid. Het accent van de besluitvorming verschuift naar het voortraject, waarbij de initiatiefnemer meer verantwoordelijkheden kan krijgen. De wet heeft dus niet alleen effect op het juridisch kader en instrumentarium, maar ook op de relatie tussen samenleving en overheid en de relatie en cultuur binnen de diverse overheden. Gestoeld op het geven van vertrouwen, biedt de overheid meer ruimte aan de samenleving. Dat biedt kansen, 2

maar rechtvaardigt ook de vraag hoever deze ruimte strekt. En hoe een goed evenwicht wordt gevonden tussen beschermen en benutten. Integrale benadering vereist De Omgevingswet vraagt om een integrale benadering van de fysieke leefomgeving, om te zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. De reikwijdte is groter dan in de huidige ruimtelijke ordening. Zo zullen ook het sociale en gezondheidsaspect van de fysieke leefomgeving worden meegenomen. De wet schrijft daarom een samenhangende visie en benadering op de fysieke leefomgeving voor. Deze beleidsvisie dient inzichtelijk, integraal en in samenwerking met de inwoners, ondernemers en organisaties te worden opgesteld. Dat document is de Omgevingsvisie. De Omgevingswet stelt dat een omgevingsvisie moet zijn vastgesteld uiterlijk drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Uitgaande van de situatie op dit moment, is dat dus uiterlijk 1 juli 2026.

Noodzaak omgevingsvisie Er is in Vlaardingen grote behoefte aan een omgevingsvisie. Begin 2020 is de toekomstvisie Vlaardingen 2040 vastgesteld. Voor nieuwe gebiedsontwikkelingen biedt deze visie wat handreikingen, maar het voorziet niet in een verdere gebieds- of themagerichte uitwerking. Nu worden daarom ook nog per ontwikkelingslocatie kaders opgesteld voor de ontwikkeling. Men mist een strategisch kader waarbinnen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt kunnen worden. Dus de integrale afweging waarbij richtinggevende keuzes gemaakt worden. Het bestaande beleid geeft hier volgens zeggen onvoldoende antwoord op. De verwachting is dat de op te stellen omgevingsvisie hierin wel voorziet.

Doel notitie Vlaardingen staat voor meer grote opgaven. De woningbouwopgave en zes van de acht stadsprogramma’s uit het coalitieakkoord zijn hiervan slechts voorbeelden. De beschikbare capaciteit en middelen voor de opgaven groeit, maar beperkt. Bewust kiezen en prioriteren is dus essentieel. Deze procesnotitie (notitie)vormt het vertrekpunt voor onze omgevingsvisie. In deze notitie staat beschreven welke procesmatige keuzes zijn gemaakt om het traject van de omgevingsvisie succesvol te laten verlopen. Nog niet alles is in deze notitie helemaal uitgekristalliseerd. Het opstellen van de omgevingsvisie loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze notitie is gebaseerd op de huidige inzichten van de wet. De ontwikkeling van de omgevingsvisie is bij uitstek een adaptief proces. Het is een nieuw beleidsinstrument, waarvoor (mede door het vormvrije karakter) nog geen maatstaf of referentiekader bestaat. Dit betekent dat er in het proces van totstandkoming voldoende flexibiliteit moet zijn om in te kunnen spelen op zaken die we nu nog niet kunnen overzien. De notitie fungeert daarmee als kompas.

Leeswijzer In deze notitie wordt ingegaan op het instrument omgevingsvisie. Wat er al is aan beleid en hoe dat zich verhoudt tot een omgevingsvisie. Vervolgens wat er gedaan moet worden voor het maken van een omgevingsvisie. Wat er gedaan moet worden en op welke wijze dit moet gebeuren, houdt direct verband met de organisatieontwikkelingen en het doel van de Omgevingswet.

3

2. Wat is een omgevingsvisie? In een omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en doelen voor de fysieke leefomgeving vast. In ieder geval vallen onder de fysieke leefomgeving: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed, werelderfgoed De omgevingsvisie wordt voor het gehele grondgebied vastgesteld en voor de langere termijn. De omgevingsvisie komt in de plaats van onder meer de gemeentelijke structuurvisies, verkeers- en vervoersplannen en milieubeleidsplannen. Het beleid op verschillende beleidsterreinen wordt in de omgevingsvisie met elkaar verbonden, zodat tegengestelde of juist elkaar versterkende belangen kunnen worden herkend. De gemeente kan in haar omgevingsvisie accenten leggen op of prioriteiten verlenen aan bepaalde onderwerpen.

Onderdeel van de beleidscyclus De omgevingsvisie vormt de start van de beleidscyclus zoals voorgesteld onder de Omgevingswet. De Omgevingswet wil dat alle kerninstrumenten in onderlinge samenhang worden opgesteld en toegepast. Het beleid in de omgevingsvisie werkt dus door in uitvoeringsgerichte programma’s met concrete maatregelen, en in de algemene regels in het omgevingsplan. Ook is de omgevingsvisie een belangrijke toetssteen om de wenselijkheid van initiatieven en vergunningaanvragen te beoordelen. Aan de intaketafel wordt een initiatief dat afwijkt van het omgevingsplan beoordeeld op wenselijkheid. En daarbij zal de omgevingsvisie het belangrijkste brondocument zijn. <intaketafel: wenselijkheid> <omgevingstafel: haalbaarheid> Door middel van monitoring en evaluatie wordt bezien in hoeverre de situatie van dat moment aanleiding geeft tot het aanpassen van de gemeentelijke ambities en doelen.

Inhoudelijke vereisten Beleid hoeft niet gebiedsgericht te zijn. Het kan ook gericht zijn op sectoren, zoals afvalstoffen. Of gericht zijn op thema's, zoals gezondheid of circulaire economie. Afhankelijk van de ambities, tijdhorizon, het gebied en de gekozen sectoren en thema's, kan iedere gemeente een eigen invulling geven aan de omgevingsvisie. Wat moet in elk geval in de omgevingsvisie staan? De omgevingsvisie moet in ieder geval de volgende elementen bevatten: • Een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan); • De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming van het grondgebied (wat gebeurt er/gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied); • De hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de fysieke leefomgeving (wat zijn de doelen en op welke manier worden die bereikt). 4

Verdere eisen In de omgevingsvisie moet eveneens rekening worden gehouden met de milieubeginselen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). Daarnaast kent de Omgevingswet een motiveringsplicht: in de omgevingsvisie moet verantwoording worden afgelegd over de wijze en resultaten van de participatie. Ten aanzien van digitalisering en toegankelijkheid, moet de Omgevingsvisie aan bepaalde eisen voldoen. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van vormgeving, structuur en doorzoekbaarheid, waar gemeenten bij het opstellen van de omgevingsvisie rekening mee moeten houden. Geen optelsom, maar samenhangende visie De fysieke leefomgeving is breder dan alleen de ruimtelijke aspecten. De wet noemt verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in de omgevingsvisie. Daarin zit bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energieinfrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water worden volgens de memorie van toelichting bij de wet meegewogen en beschreven. Een omgevingsvisie bestrijkt daarmee de hele breedte van de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet.

De omgevingsvisie is dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie op strategisch niveau.

5

3. Wat is het bestaande beleid? Huidig sectoraal beleid In 2019 is een verkennende inventarisatie gemaakt van het bestaande beleid en de daarin opgenomen doelstellingen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Voor het opstellen van de omgevingsvisie wordt de inventarisatie aangevuld, want er is in de tussentijd het nodige bijgekomen of geactualiseerd. Bij de inventarisatie zijn de doelstellingen ingedeeld op een aantal thema’s die samen het geheel aan sectoren binnen de fysieke leefomgeving omvatten. Daaraan moeten ook een aantal thema’s worden toegevoegd, zoals gezondheid en duurzaamheid. Dit zijn belangrijke thema’s onder de Omgevingswet. In de verkenning van 2019 is het huidige sectorale beleid geanalyseerd op het maken van keuzes, integraliteit en lacunes en ook in relatie tot de Toekomstvisie voor Vlaardingen 2040. Geconcludeerd kan worden dat het bestaande beleid alleen richting geeft op het specifieke beleidsterrein. Hierbij is de omgevingsvisie als instrument nodig om per gebied de integrale afstemming/afweging te maken en inhoudelijke keuzes te maken.

Toekomstvisie Vlaardingen 2040 In de Toekomstvisie Vlaardingen 2040 wordt aangegeven dat deze als een opmaat naar de Omgevingsvisie van Vlaardingen kan worden beschouwd. De Toekomstvisie beschrijft wat voor een stad Vlaardingen wil zijn. De Toekomstvisie geeft daarbij op hoofdlijnen de ontwikkelingsrichting aan voor de gemeente Vlaardingen in een viertal ambities voor de periode 2020-2040: - Vlaardingen is veilig en sociaal, - Vlaardingen is een woonstad voor iedereen, - Vlaardingen als innovatieve opleider, - De Vlaardingse binnenstad leeft. Geconcludeerd kan worden dat de Toekomstvisie met haar vier ambities en de uitwerking daarvan, de richting aangeeft waarin de gemeente de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen en beheren. Het bestaande beleid onderschrijft in veel gevallen de ambities van de Toekomstvisie en geeft voldoende kaders voor nieuwe ontwikkelingen.

Gebiedsuitwerkingen en stadsprogramma’s Voor de nadere uitwerkingen maakt Vlaardingen gebruik van deelgebiedsvisies en stadsprogramma’s (uit te werken in uitvoeringsprogramma’s), oa: Gebiedsvisie/stadsprogramma Rivierzone Gebiedsvisie/stadsprogramma Binnenstad Gebiedsvisie Broekpolder Ruimtelijk kader/stadsprogrammaWestwijk

6

4. Komen tot een Omgevingsvisie Het is een verplichting om een omgevingsvisie te hebben vastgesteld binnen drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet 1 juli 2023 in werking. Deze verplichting komt in de plaats van de verplichting voor gemeenten om een structuurvisie vast te stellen voor haar grondgebied. De huidige structuurvisie dateert uit 2005. Om het gemis van een actuele structuurvisie op te vangen, is de afgelopen jaren gewerkt met gebiedsvisies. Het hebben van actuele gebiedsvisies kan echter niet het ontbreken van een actuele structuurvisie compenseren. In de dagelijkse praktijk wordt een afwegingskader voor het kunnen beoordelen van ruimtelijke initiatieven gemist. Daarom wordt in januari 2023 gestart met het opstellen van een omgevingsvisie. Om te komen tot een omgevingsvisie worden de volgende aspecten als uitgangspunt genomen. Aanpak omgevingsvisie De noodzaak om een kader te hebben om ruimtelijke initiatieven te kunnen beoordelen, maakt dat ingezet wordt op het snel komen tot een omgevingsvisie. Hierbij zal de nadruk liggen op de inhoudelijke totstandkoming van de omgevingsvisie. Daarmee is wel een keus gemaakt om de omgevingsvisie niet direct te gebruiken om te werken aan houding en gedrag zoals de Omgevingswet vereist.

Dit betekent niet dat er niet aan houding en gedrag wordt gewerkt zoals de Omgevingswet dat voorstaat, alleen dat de omgevingsvisie als instrument daar niet voor wordt gebruikt. De omgevingsvisie zal aan de doelen van de Omgevingswet voldoen: een uitnodigende en inspirerende visie voor initiatieven van inwoners/ondernemers van de gemeente. Instrumentarium De omgevingsvisie is het document waarin gemeenten de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid voor de fysieke leefomgeving opnemen. De omgevingsvisie bevat dus het strategische, integrale, langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie uit de Omgevingswet komt in de plaats van een aantal verplichte strategische beleidsdocumenten. Strategisch beleid zonder wettelijke grondslag onder oud recht komt bij gemeenten onder verschillende namen voor. Denk aan strategische nota, hoofdlijnen van beleid, structuurplan, enzovoort. Het gaat dus om beleidsdocumenten die niet geregeld waren onder het oude recht. Als de contouren van de omgevingsvisie zichtbaar worden, wordt bepaald of de omgevingsvisie het strategische beleidsdocument wordt of dat er naast de omgevingsvisie ook nog separate strategische beleidsvisies opgesteld moeten gaan worden. Thema’s omgevingsvisie Gestart zal worden met inventariseren welke thema’s een plek moeten hebben in de omgevingsvisie aan de hand van de Omgevingswet.

Ook wordt bij de gemeenteraad en inwoners/ondernemers/partners belangrijke input opgehaald over welke thema’s een rol moeten spelen in de omgevingsvisie. Monitoring De Omgevingswet gaat uit van een dynamisch systeem van plannen maken. Geen vastomlijnde plannen meer voor een vaste tijd, zoals we gewend waren. De cyclus start met de kaders en ambities in een Omgevingsvisie. Deze werken door in programma’s en in het omgevingsplan en uiteindelijk in de vergunningverlening. Door te evalueren, wordt de vraag beantwoord of doelen en ambities zijn gehaald. Waar nodig of gewenst, wordt de omgevingsvisie herzien om te kunnen bijsturen of aan te 7

passen aan dan actuele vragen. De snelheid waarmee de cyclus draait, is afhankelijk van de snelheid van de ontwikkelingen of de bestuurlijke visie op de ontwikkelingen. Er zijn geen voorgeschreven termijnen. Er zit geen einddatum aan de Omgevingsvisie. De cyclische insteek van de Omgevingswet vraagt om tussentijdse evaluatie en monitoring. Aan de hand van de ervaring met het proces voor het opstellen van de omgevingsvisie wordt bepaald welke termijn gehanteerd zal worden om de omgevingsvisie te evalueren en waar nodig bij te stellen. Werken met programma’s Realisatie van de doelen van de omgevingsvisie kan worden bewerkstelligd door middel van programma’s en het omgevingsplan. Een programma is een pakket van beleidsvoornemens en maatregelen om omgevingswaarden of doelen in de fysieke leefomgeving te bereiken en te behouden. Programma’s behandelen één of meerdere onderdelen van de fysieke leefomgeving (thematisch programma) of een specifiek gebied (gebiedsprogramma). Programma’s zijn niet verplicht en worden door het college vastgesteld. Programma’s zijn ‘zelfbindend’, oftewel het college bindt zichzelf eraan. Als een extern opgelegde omgevingswaarde overschreden wordt, zal het college in een programma dienen aan te geven op welke wijze het ervoor zorgt dat op termijn voldaan wordt aan de omgevingswaarde.

Als het college zichzelf doelstellingen of omgevingswaarden oplegt, is het niet halen ervan juridisch gezien geen risico, maar wel politiek gezien. De thematische of gebiedsgerichte programma’s komen in de plaats van de huidige meer sectorale beleidsnotities. In de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de uitwerking in programma’s. Er is nog geen concrete duidelijkheid over het instrument programma en wat dat betekent voor de nu op te stellen uitvoeringsprogramma’s voor de komende collegeperiode. Uitgangspunt is dat de omgevingsvisie deze programma’s niet in de weg staat. Uitgangspunt omgevingsvisie Voor het opstellen van een omgevingsvisie kan worden uitgegaan van een flexibele omgevingsvisie of een richtinggevende visie. Dus er wordt meer gestuurd op waarden en kwaliteiten die belangrijk worden gevonden, of er worden strikte kaders gegeven. Er is in de organisatie behoefte aan een beleidskader waarin de gemeenteraad de ontwikkelrichting aangeeft, en in welke richting nadrukkelijk niet ontwikkeld kan of zal worden. Daarbij is het de wens om de omgevingsvisie wel uitnodigend te laten zijn. Tevens moet worden afgewogen of de kaders gesteld worden door de gemeente of dat de regie bij de initiatiefnemer wordt gelegd. Per gebied wordt aangegeven welke filters er worden gebruikt. Dat betekent dus een afweging van belangen in de omgevingsvisie en richtinggevende keuzes.

Juridische status De omgevingsvisie is bindend voor de raad en het college en alleen met goede argumentatie kan worden afgeweken van de omgevingsvisie. Een omgevingsvisie is niet juridisch bindend voor de samenleving. Echter, de gemeente kan er wel voor kiezen dat de omgevingsvisie bindend is voor de samenleving. In dat geval kan de gemeente in de omgevingsvisie elementen opnemen die relevant zijn voor private partijen, bewoners en ondernemers om aan mee te werken of aan bij te dragen. Daarmee ontstaat voor deze partijen meer duidelijkheid over de (mogelijke) toekomst, en wordt de visie een referentiekader waarop zij zich kunnen richten. Omdat de omgevingsvisie uitgewerkt wordt in programma’s en het omgevingsplan, heeft een strategisch beleidskader de voorkeur. Daarom wordt uitgegaan van een omgevingsvisie die alleen directe werking voor de gemeente heeft.

8

Participatie Hoe willen we stakeholders zoals inwoners/ondernemers, gemeenteraad betrekken bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie? Van belang is om per doelgroep te bepalen hoe we hen op de meest relevante manier kunnen betrekken. En met welk doel. Wil je hun expertise gebruiken, hen raadplegen over bepaalde onderwerpen, of besluiten laten nemen? Dat vraagt een zorgvuldige, op maat gesneden aanpak. Zodat glashelder is wat de stakeholders mogen verwachten, hoe en wanneer ze betrokken worden, en het belangrijkste: wat er met hun input wordt gedaan, hoe ze dit terug gaan zien in de omgevingsvisie. Iedereen overal over mee laten praten heeft geen zin; iedereen op het juiste moment over het juiste onderwerp op de juiste manier betrekken, daar gaat het om. De afgelopen jaren heeft er veel participatie plaatsgevonden bij het opstellen van beleidsvisies en gebiedsvisies. De Toekomstvisie en enkele gebiedsvisies zijn participatief tot stand gekomen. Om daar recht aan te doen, worden de opbrengsten zorgvuldig verwerkt in de participatieaanpak. We willen voorkomen dat we stakeholders gaan bevragen over zaken waar ze recent nog in zijn betrokken. Gekozen wordt voor niveau 3 van de gemeentelijke participatieladder (adviseren).

De inbreng van de stakeholders heeft dan niet zozeer betrekking op de inhoud van de visie maar op het maken van de keuzes, dus de afweging van alle sectorale belangen. Eerste wordt geanalyseerd welke stakeholders er zijn stadsbreed en per wijk zijn en hoe we deze gaan benaderen. Gekozen wordt voor participatieniveau “ 3 - adviseren“ (participatieladder), waarbij stakeholders wordt gevraagd wat voor hen belangrijk is voor Vlaardingen en vervolgens worden uitgenodigd te reageren op een concept. Ook college en gemeenteraad zullen worden gevraagd aan te geven wat belangrijke thema’s zijn voor Vlaardingen. Vervolgens zullen college en gemeenteraad in de verschillende fasen van het proces (ontwerp omgevingsvisie en vaststellen omgevingsvisie) aan zet zijn. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zullen medeoverheden en ketenpartners in een vroeg stadium betrokken worden bij het opstellen van de omgevingsvisie. De provincie, waterschap, GGD, veiligheidsregio, hebben veel kennis in huis en zijn ook in de uiteindelijke vergunningverlening ketenpartner. Opbouw omgevingsvisie Een omgevingsvisie kan gebiedsgericht of themagericht worden opgebouwd. De afgelopen jaren is er een aantal gebiedsvisies ontwikkeld, soms voor gebieden, soms voor een gedeelte van een gebied of op basis van een bepaald thema. Er zijn grote verschillen in ambities tussen de gebieden.

Er wordt voor gekozen om de omgevingsvisie gebiedsgericht op te bouwen. In de omgevingsvisie zal de ambitie bepaald worden voor de belangrijke thema’s zoals klimaatadaptatie, duurzaam bouwen, mobiliteit, veiligheid, wonen, gezondheid, zorg etc. De omgevingsvisie weegt de belangen tegen elkaar af. Verschijningsvorm Uitgangspunt is een moderne/digitale vorm. Gedurende het proces wordt gekeken hoe dat uiteindelijk vorm gaat krijgen.

9

5. Uitvoering In het voorgaande is beschreven dat er binnen de organisatie een gevoel van urgentie heerst inzake het ontwikkelen van de Omgevingsvisie. Ook zijn de verschillende aspecten toegelicht die meegenomen moeten worden bij het opstellen van een omgevingsvisie, alsmede hun effect op het proces. Op dit moment zijn wij dan ook van mening dat er procesmatig geen aanleiding is om het ontwikkelen van de omgevingsvisie verder uit te stellen. Integendeel: er is alle aanleiding om dit traject zo snel mogelijk te starten. Voor het opstellen van de omgevingsvisie wordt van de volgende planning uitgegaan waarbij opgemerkt moet worden dat een dergelijk complex proces tot gevolg kan hebben dat tussentijdse bijstelling van de planning nodig is.

Processtap

Planning

Inventarisatie bestaand beleid

Januari / februari 2023

Gesprekken Raad, samenleving, partners

Maart / april 2023

Ontwerp omgevingsvisie opstellen

Mei / juni 2023

Vaststellen ontwerp omgevingsvisie

Juli 2023

Inspraak ontwerp omgevingsvisie

September / oktober 2023

Verwerken inspraak

Oktober / november 2023

Collegebesluit raadsvoorstel omgevingsvisie

December 2023

Raadsbesluit vaststellen omgevingsvisie

Q1 2024

Financiën Er is ruimte in het budget van de Omgevingswet voor 2023. Er zal een projectleider worden aangetrokken en een bureau dat de totstandkoming van de omgevingsvisie kan begeleiden waarbij ingezet wordt op ontzorgen van de gemeente. Er wordt een werkgroep gevormd die tweewekelijks bij elkaar komt. Voor deze ambtelijke uren is ruimte in het budget. Bestuurlijke besluitvorming De gemeenteraad wordt meegenomen in de totstandkoming van de omgevingsvisie, te beginnen bij het ophalen van de thema’s die een rol moeten spelen bij de omgevingsvisie. Verder zal de raad betrokken worden door middel van interactieve en informatieve bijeenkomsten gekoppeld aan concrete beslismomenten van de gemeenteraad over de omgevingsvisie.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336702/1